CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-12-01 Inspraak reactie

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente EpeBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Sprenghenparc, Vaassen7.883 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Geachte raadsleden, Ik merk dat ik verdrietig ben over de manier waarop dit proces verloopt. Omwonenden worden te laat betrokken, plannen kunnen niet worden ingezien op de website, het ontwerp bestemmingsplan is niet compleet, zienswijzennota wordt laat verstrekt, ook nu ontbreekt informatie … Er ontstaat geheimzinnigheid door antwoorden op vragen als ‘niet relevant’ en het weigeren om informatie te geven. Ook in de zienswijzennota worden opmerkingen regelmatig niet relevant geacht of ‘herkent de gemeente zich niet in de zienswijze’. Vijf minuten is te kort om dit allemaal te benoemen en daarom zal ik me beperken tot de hoofdlijnen. Ik dien het integrale stuk alsnog in, zodat u ook kennis kunt nemen van de gehele inhoud. Allereerst leidt dit bestemmingsplan tot precedentwerking. Er is naar aanleiding van het persbericht al een aanvraag ingediend om ook in het buitengebied te mogen bouwen. Dit werd per kerende post afgewezen op argumenten die ook voor dit plan golden toen dat werd ingediend. Er lijkt hier sprake van willekeur. Bovendien, waar stopt het na dit plan. Het volgende kan weer een stuk van onze natuur afsnoepen. Dit is de tweede keer dat ik inspreek en opnieuw kom ik allerlei onjuistheden tegen in de stukken. Ik wacht trouwens nog steeds op de antwoorden op de vragen bij het inspreken naar aanleiding van de Omgevingsvisie.

Ik heb inmiddels ondertussen twee keer gerappelleerd. Ook toen werd de raad onjuist geïnformeerd. Het bestemmingsplan voldoet niet aan de artikelen 2.56 en 2.61 van de omgevingsverordening Gelderland. De onderzoeken waarop het bestemmingsplan zijn gebaseerd zijn van inferieure kwaliteit. Er worden dassen gesignaleerd in het gebied, maar er wordt een onjuiste conclusie getrokken over de plaats van de dassenburcht. Er wordt een asbestonderzoek uitgevoerd dat niet klopt. Een aanvullend onderzoek klopt ook niet. Bovendien kan de wethouder toveren met stikstof. Twee onderzoeken wijzen uit dat er tijdens de aanlegfase sprake is van (de maximale grens van) uitstoot. De regels worden vervolgens aangescherpt en zonder enige verdere onderbouwing is er geen uitstoot meer. De zienswijzennota geeft een onjuiste weergave. De opsteller van de nota vat zienswijzen samen, waardoor relevante informatie verdwijnt en beantwoordt vervolgens die samenvatting. Het mag duidelijk zijn dat deze werkwijze leidt tot vreemde resultaten en tot een verkeerde informatieverstrekking aan de gemeenteraad. Vragen worden bovendien onjuist beantwoord. Ik heb bovendien aanzienlijk meer punten ingediend, dan er in de nota staan. Het gemeentelijk beleid is aangepast aan de plannen van de initiatiefnemer. Daarna kwamen de woonagenda en de omgevingsvisie.

Hierbij is de ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling niet toegepast. Er zijn voldoende locaties binnen de bebouwde kom voorhanden waar gebouwd kan worden. Ik ben verdrietig over de rol van de gemeente en hoe dit plan blijkbaar al vooraf tussen de initiatiefnemer en de ontwikkelaar is voorgekookt. Het gevolg is een zeer moeizaam participatietraject, waarin er onvoldoende wordt geluisterd naar de omwonenden. Het leidt tot bijna vierhonderd handtekeningen tegen het plan en 28 zienswijzen en tot een aantal insprekers en reacties vandaag. Een participatietraject waarbij in de tweede en derde ronde geen vertegenwoordigers uit gemeenteraad of ambtenaren van de gemeente aanwezig waren.

Uit de pers hadden ze echter wel kunnen vernemen dat het moeizaam verliep, maar er is geen contact opgenomen met omwonenden. Keer op keer is erop gewezen dat het niet moet gaan om koop- en huurprijzen, maar om woonlasten, waarin ook de kosten van de Vereniging van Eigenaren zijn opgenomen. Daarop is nog steeds geen antwoord gekomen. Deze kosten zijn blijkbaar dusdanig hoog dat de initiatiefnemers deze niet willen noemen. Daardoor zijn de woningen straks slechts betaalbaar voor een kleine elite. Mijn echte zienswijzen en die van anderen wijzen verder op tal van andere problemen met het plan, maar ik heb nu niet de tijd gekregen om deze allemaal met u te bespreken. Dat de omwonenden de mogelijkheid tot bouwen tegenhouden kan ik kort zijn. Had een andere locatie gekozen, dan hadden de huizen er wellicht al lang gestaan. Ik heb een aantal voorbeelden genoemd van onjuiste informatie. Ik ben daarmee niet compleet. Het is genoeg om deze plannen af te keuren. Als gemeenteraad hebt u een controlerende rol en zult u alsnog diep door de stukken moeten gaan. Ik hoop dat u daarvoor voldoende kennis en tijd hebt.

Bijlage: Transparantie Ik zal maar beginnen met de informatieverstrekking voor deze bijeenkomst. Op 4 oktober besluit het college van Burgemeester en Wethouders het bestemmingsplan Sprenghenparc voor te leggen aan de gemeenteraad. Ongetwijfeld zal ze daarbij de zienswijzennota tot haar beschikking hebben gehad. Op 10 oktober verstuurt het college een brief aan degenen die een zienswijze hebben ingediend en voegt daar een persbericht bij als bijlage. Tussen beide documenten bestaat al een significant verschil. Daar waar het persbericht meldt dat de zienswijzen niet hebben geleid tot inhoudelijke wijzigingen, worden er in de brief aan de indieners vijf punten genoemd. Er wordt een nieuwe rapportage aan het bestemmingsplan toegevoegd, er moet aanvullend asbestonderzoek uitgevoerd worden. Naar aanleiding daarvan wordt een toelichting aangepast. Ook een andere onvolledigheid wordt nog in de toelichtingen verwerkt. Ook worden nog ontbrekende bijlagen toegevoegd. Je zou verwachten dat hierbij tevens de zienswijzennota meegeleverd zou worden. Die gaat immers over de zienswijzen die zijn ingebracht en hoort openbaar te zijn. De brief vermeldt hierover dat er een uitnodiging volgt, waarna het volledige raadsvoorstel en de bijbehorende zienswijzennota te bekijken zijn op de website.

Een datum wordt niet genoemd, maar uiteindelijk blijkt die brief pas op 17 november (twee weken voor de betreffende raadscommissie) te worden verstuurd. Maar gelukkig word ik op 17 oktober door een journalist van De Stentor gebeld met de vraag om op het voorstel rond het bestemmingsplan te reageren. Ik heb op dat moment geen andere informatie dan de brief en het persbericht en meld dat ook, evenals de verbazing dat we nog geen zienswijzennota hebben ontvangen. De journalist vraagt dat voor zijn artikel op bij de gemeente en diezelfde middag worden de raadsleden per mail geïnformeerd over dit perscontact en daarbij ontvangen zij ook de digitale zienswijzennota. Je zou verwachten dat ook de indieners van de zienswijzen dus direct (ook al is dat nog steeds veel te laat) geïnformeerd zouden worden, maar niets is minder waar. Pas op donderdag 20 oktober ontvangen zij een brief met de melding dat ze de zienswijzennota kunnen opvragen bij de gemeente. Het wordt dus niet toegestuurd, maar je moet om de betreffende informatie vragen.

Bijlage: Rol van de gemeenteraad Raadsleden behoren goed geïnformeerd te zijn. Het is dan ook vreemd dat na het beschikbaar komen van de zienswijzennota die nu voorligt een gemeenteraadslid in een uiting van haar partij om het nummer van 25 oktober 2022 van Rondom de Sprengen verklaart dat het de omwonenden alleen om het uitzicht gaat. Dat is ruim een week nadat de gemeenteraadsleden de zienswijzennota in hun mailbox ontvingen. Ze wordt niet gecorrigeerd door haar partij, niet door de gemeenteraad, niet door het college van Burgemeester en Wethouders en niet door de ambtenaren. Vrijheid van meningsuiting is een groot ding, maar het op deze manier polariseren in een toch al gevoelig liggend dossier is teleurstellend en vergroot het vertrouwen in het gemeentelijk apparaat bij de burger zeker niet. De zienswijzen gaan niet alleen om uitzicht. Uiteraard wordt het door een aantal indieners wel degelijk genoemd, er zijn veel meer en betere argumenten te bedenken. Dat verklaart ook het beperkte aantal zienswijzen, een veel gehoorde klacht is dat een zienswijze inbrengen toch geen zin heeft en dat alles toch al vaststaat. Ik ben die mening niet toegedaan en vindt het belangrijk om op een nette manier de strijd aan te gaan.

Bijlage: Bouwen Alhoewel ik niet alle zienswijzen helemaal heb doorgenomen, denk ik dat er niemand tegen is om huizen te bouwen. Maar de vraag is waar dat zou moeten gebeuren en in dit geval, waarom dat juist op deze plek zou moeten gebeuren. Later ga ik daar nog nader op in. Maar laten we eens eerlijk zijn, hoelang is de gemeente Epe al bezig met Kerkenlanden (15 jaar), de sportvelden zouden verplaatst worden naar het Eekterveld om ruimte binnen de bebouwde kom te maken voor woonbestemmingen en er zijn nog tal van plekken binnen de bebouwde kom waar gebouwd kan worden. Dat deze niet ontwikkeld zijn kan de indieners van de zienswijzen niet worden verweten, maar is het gebrek van daadkracht van de gemeenteraad. Plekken die niet geschikt zijn omdat wonen in het groen van belang is voor deze nieuwe wijk. Ik denk dat iedereen dat wel wil en als we niet uitkijken is er geen groen meer over, want dan wil iedereen wel buiten de bebouwde kom in het groen wonen. Wanneer je het eerder genoemde persbericht van de gemeente Epe leest dan zou de alinea Wonen in het groen zo uit een informatiebrochure kunnen komen. Een inwoner van onze gemeente bedacht zich geen moment en dacht met soortgelijke ideeën een mooi woonconcept voor jongeren te kunnen gaan realiseren en schreef daarover een brief aan de gemeente.

Per kerende post kreeg hij een afwijzing op zijn plannen met daarin onder meer de volgende tekst: Wij hebben uw aanvraag beoordeeld en zijn tot de conclusie gekomen dat deze niet kansrijk is. Hoe hebben wij uw aanvraag beoordeeld? U vroeg zich af of het mogelijk is om woningbouw te realiseren op het perceel kadastraal bekend als <vanwege privacyoverwegingen verwijderd>, Hierover het volgende. Toets aan het bestemmingsplan Ter plaatse is het bestemmingsplan Buitengebied Epe van toepassing. Het perceel heeft als bestemming Agrarisch. Ook heeft het perceel de gebiedsaanduidingen “overige zone - droge bos- en heideontginningen', “overige zone - groene ontwikkelingszone' en “reconstructiewetzone - extensiveringsgebied'. Uit artikel 3.2. van de planregels volgt dat op de voor Agrarisch aangewezen gronden uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming mogen worden gebouwd. Het bouwen van woningen is op dit perceel niet toegestaan. Voor het bouwen van woningen is een wijziging van Agrarisch naar Wonen vereist. Een dergelijke wijziging is op grond van het bestemmingsplan niet toegestaan. Toets aan beleid Wij hebben bekeken of wij in afwijking van het bestemmingsplan toch medewerking zouden kunnen verlenen aan uw verzoek. Hiervoor hebben wij uw verzoek getoetst aan de Woonagenda gemeente Epe 2019-2023 (hierna: de woonagenda).

Uit de Woonagenda volgt dat het toevoegen van extra woningen in het buitengebied alleen mogelijk is bij vrijkomende (agrarische) bedrijven (sloop oude bebouwing in ruil voor een woning) en bij de realisatie van nieuwe landgoederen (ontwikkeling van 10 hectare natuur in ruil voor een woning). Uw verzoek valt niet binnen een van deze twee categorieën. Het toevoegen van een woning op deze locatie past derhalve niet binnen onze beleidskaders.

Figuur 1: Bebouwde kom grens Vaassen voor de omgevingsvisie (het gedeelte met de blauwe kruisjes ligt buiten de bebouwde kom)

Maar hoe zit dit bij de planvorming van Sprenghenparc? Nu wordt het spannend, want de beantwoording van een van de zienswijzen wordt het volgende antwoord gegeven: De Omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie voor de hele fysieke leefomgeving van een gemeente. Hierin kunnen ook potentiële woningbouwlocaties worden aangewezen. Deze locatie is niet nieuw; ook in de Woonagenda gemeente Epe 2019-2023 (hierna: de Woonagenda) is de locatie van Sprenghenparc aangewezen als potentiële woningbouwlocatie. Overigens staat de bestemmingsplanprocedure voor de realisatie van Sprenghenparc los van de procedure met betrekking tot de vaststelling van de Omgevingsvisie. Opmerkingen die zijn gemaakt bij tijdens de voorbereiding en vaststelling

van de Omgevingsvisie worden in het kader van deze bestemmingsplanprocedure niet relevant geacht. Dit is vreemd! Verschillende politieke partijen wisten al van mogelijke ontwikkelingen van Sprenghenparc toen ze hun verkiezingsprogramma voor de gemeenteraadsverkiezingen in het voorjaar van 2018 schreven. Omdat het verkiezingsprogramma ruimschoots voor de verkiezingen verschijnt zullen deze programma’s rond de zomer zijn geschreven. Dus ruimschoots voor het opnemen van Sprenghenparc in de woonagenda van 2019-2023. Het kan wel zo zijn dat de gemeente het niet relevant vindt dat de Omgevingsvisie aan de bestemmingsplanprocedure wordt gekoppeld. Het is het wel degelijk, want pas in 2021 werd de bebouwde kom zodanig uitgebreid dat Sprenghenparc ineens in de bebouwde kom zou vallen. Een andere omwonende en ik hebben daarover ingesproken tijdens de raadscommissie op 30 september 2021. De gemeenteraad heeft onze argumenten genegeerd, er is geen enkele keer over gesproken. Ik heb in mijn tekst een aantal vragen gesteld, waarop ik geen antwoord heb gekregen. Ik heb hierover twee keer gerappelleerd, maar nog steeds wil de gemeente niet antwoorden. Dat is ook niet vreemd wanneer in de zienswijzennota door de gemeente naar aanleiding van een zienswijze wordt gesteld: De kaarten in de omgevingsvisie zijn bestaande kaarten uit diverse bronnen.

De kaarten waarnaar in de zienswijzen verwezen worden, hebben niet als intentie voor te sorteren op de mogelijke komst van Sprenghenparc. De zienswijze verraste ons dan ook in die zin dat men dit wel als zodanig ziet. Hoe dan ook: het enkele feit dat men voornoemde interpretatie heeft, is voor ons voldoende aanleiding om aan te geven dat Sprenghenparc zijn eigen ruimtelijke spoor volgt, waarbij de basis ligt in de Woonagenda 2019-2023. Hetzelfde geldt voor Oosterhof-Zuid. Vandaar dat ervoor is gekozen beide locaties niet in te tekenen als uitbreidingslocatie op de kaarten. Om misverstanden te voorkomen is het wel wenselijk in de omgevingsvisie de volgende zin op te nemen: “Voor Vaassen lopen momenteel twee woningbouwtrajecten (Sprenghenparc: uitbreiding/transformatie en Oosterhof Zuid: uitbreiding). Beiden staan genoemd in de Woonagenda 2019-2023 en volgen hun eigen ruimtelijk spoor (dat al enige tijd geleden in gang is gezet)” Deze tekst riep de vraag op op welke kaarten in welke bronnen de bebouwde kom tot aan de Kortenbroekweg reikte en ook het plangebied van Sprenghenparc omvatte. Voor wie de betreffende kaarten niet kent de bebouwde kom van Vaassen is nooit tot aan de Kortenbroekweg geweest. Wat hier gebeurt is dus eigenlijk het omgekeerde van wat zou moeten gebeuren.

Eerst de lange termijn Omgevingsvisie, op basis daarvan een woonagenda voor een bepaalde periode en dan pas de concrete plannen zoals dat voor Sprenghenparc. Wat hier gebeurde roept dus minimaal het gevoel op dat de gemeente haar woonagenda heeft aangepast aan de concrete plannen en vervolgens later pas de omgevingsvisie heeft aangepast. Wanneer de grenzen van de bebouwde kom ineens het plangebied van Sprenghenparc binnen de bebouwde kom brengen roept dat toch op zijn minst vragen op bij de eerder genoemde tekst. Bovendien roepen deze kaarten vragen op wat de gemeente verder aan plannen heeft. Waarom zou de bebouwde kom zo ver uitgebreid moeten worden als er geen (middel)langetermijn plannen voor zijn. Op die manier gaan we nog meer gebied afsnoepen van het buitengebied aan de groene kant van onze omgeving. Waarom de plannen van de eerder genoemde aanvrager afgekeurd werden en die van Sprenghenparc wel worden toegestaan is een raadsel, want er zijn veel overeenkomsten. Maar misschien gelden er andere regels zo dicht bij de bebouwde kom?

Figuur 2: Grenzen van de bebouwde kom na de aanpassing van de omgevingsvisie

Deze manier van werken schept niet alleen precedenten voor andere initiatieven (waarom zou Sprenghenparc wel op deze manier tot stand mogen komen en een ander project niet?) Bovendien biedt het de ruimte om steeds meer groen op te offeren aan soortgelijke projecten. Ook verklaart deze manier van werken de opstelling van de initiatiefnemer. Deze verklaarde in een van de sessies letterlijk dat de gemeente Epe en een aantal andere partijen achter de plannen staat. De kleine wijzigingen die in het participatietraject zijn aangebracht hebben inhoudelijk niet minder woningen opgeleverd en daarentegen gezorgd voor een nog groter bebouwingsoppervlak. Opmerkelijk is de tekst in de zienswijzennota: De gemeente herkent zich niet in de opmerking van reclamant. In de voorbereiding van het opstellen van het stedenbouwkundig plan is een aantal keer overleg gevoerd met omwonenden en een webinar georganiseerd. Het verslag van de buurtparticipatie is opgenomen in bijlage 12 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. De initiatiefnemer heeft daarnaast een website waarop alle relevante informatie voor

omwonenden te vinden is. Op deze website staat onder meer informatie over het woonconcept, een overzicht van de te nemen stappen om tot realisatie te komen en worden vragen van omwonenden beantwoord. Hoewel een aantal vragen met ‘niet relevant’ zijn beantwoord, is onze beschouwing dat de ruimtelijke aspecten voldoende aan bod zijn gekomen tijdens de voorbereiding. Ik weet niet wat de gemeente onder overleg verstaat, maar dat de hier genoemde buurtparticipatie door het hele traject een probleem van zorg is geweest zou de gemeente aan verschillende uitingen van omwonenden kunnen weten. Er zijn persberichten rondgestuurd, krantenberichten geplaatst, op social media werd informatie verstrekt, de actievoerders lanceerden een website, er zijn bijna vierhonderd handtekeningen ingeleverd, het heeft 28 zienswijzen en een tientallen pagina’s dikke zienswijzennota opgeleverd. Frappant is dat er geen ambtenaar, wethouder of gemeenteraadslid bij ook maar een van de sessies in de tweede en derde ronde aanwezig was. Hoe kunt u dan überhaupt vaststellen dat er sprake was van voldoende buurtparticipatie op basis van een verslag van de initiatiefnemer.

Bijlage: Natuur Gelden er andere regels bij de bebouwde kom? De Omgevingsverordening van de provincie Gelderland kan hier de antwoorden op geven. Deze is goed inzichtelijk via de site planoview.nl op internet. Daarin worden een aantal goede handreikingen gedaan voor regels die met dit bestemmingsplan met voeten worden getreden. 2.6.6 Instructieregels bestemmingsplan bescherming landschap Artikel 2.56 (ontwikkeling in Nationaal landschap) Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen, niet aantasten. In afwijking van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten alleen mogelijk als: • • •

Er geen reële alternatieven zijn; Er sprake is van redenen van groot openbaar belang; Compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen.

Figuur 3: Beschermd landschap conform artikel 2.56

Er zijn wel degelijk reële alternatieve locaties voor dit plan. Er is geen enkele reden van groot openbaar belang en daarom is de laatste bullet ook niet van toepassing. Er zijn namelijk voldoende

alternatieve locaties in de bebouwde kom van Vaassen te vinden om een plan als Sprenghenparc te realiseren, daarna zou een locatie gezocht kunnen worden die weliswaar buiten de bebouwde kom van Vaassen ligt, maar waar de kernkwaliteiten niet worden aangetast.

2.6.9 Natte Landnatuur Artikel 2.61 (instructieregel Beschermingszone natte landnatuur) Een bestemmingsplan voor gronden gelegen in een Beschermingszone natte landnatuur maakt geen functies mogelijk die significant nadelige effecten kunnen hebben op de instandhouding van de natte landnatuur, tenzij: • • •

Er geen reële alternatieven zijn; Sprake is van een reden van groot openbaar belang; De nadelige effecten worden gemitigeerd of gecompenseerd overeenkomstig paragraaf 2.6.2. Bij een bestemmingsplan voor gronden in een Beschermingszone natte landnatuur gelegen binnen een Groene Ontwikkelingszone, is saldering als bedoeld in artikel 2.53 alleen mogelijk als dit niet leidt tot aantasting van de kwaliteit van de natte landnatuur.

Figuur 4: Beschermingszone natte natuur

Ook voor deze regel ligt het plangebied voor een groot deel in de beschermingszone natte landnatuur. Er zijn wel degelijk alternatieven en er is geen sprake van een groot openbaar belang dat niet op een andere manier kan worden gerealiseerd. Bovendien worden de nadelige effecten in de aangeleverde documenten niet gecompenseerd door de genoemde maatregelen. Wanneer wonen in het groen in het groen al een criterium voor een project kan zijn kan dit ook op andere plekken worden gerealiseerd waar deze regels niet gelden, bijvoorbeeld zelf te zorgen voor de betreffende groenvoorziening. Dat hoeft niet ten koste te gaan van de natuur.

Gelders Natuur Netwerk De stukken in het bestemmingsplan geven een geheel verkeerde voorstelling van de plek waar de natuur begint. In de stukken wordt gesteld dat er 150 meter afstand is, terwijl het plan naadloos aansluit op het Gelders Natuur Netwerk en daardoor ook moet voldoen aan de daarvoor geldende regels. 2.6.1 Instructieregels bestemmingsplan bescherming Gelders natuurnetwerk Artikel 2.39 (bescherming kwaliteit Gelders natuurnetwerk) Voor zover een bestemmingplan van toepassing is op het Gelders natuurnetwerk wordt een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toegelaten als die geen nadelige gevolgen kan hebben voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone. Er is geen sprake van nadelige gevolgen voor de oppervlakte als die in overeenstemming met paragraaf 2.6.2 worden gecompenseerd: • •

Buiten het Gelders natuurnetwerk; of In het Gelders natuurnetwerk op gronden die op de ambitiekaart bij het Natuurbeheerplan zijn aangeduid met code N00.01.

Figuur 5: Gelders Natuur Netwerk sluit naadloos aan op het plangebied van Sprenghenparc

Bijlage: Ecologie Wanneer je tegen een natuurgebied aanbouwt is ecologie erg belangrijk. Het programma Pointer wees daar onlangs nog op, toen ze een programma wijdden aan woningbouw op de rand van de natuur van de Veluwe. Bouwen op de grens werd als ongewenst beschouwd en dat wordt nu ook weer gedaan. Dat veel van die plannen later alsnog niet door kunnen gaan leidt tot vertraging van bouwinspanningen. Een voorbeeld is hier dat er wel dassen worden gesignaleerd, maar dat daar geheel verkeerde conclusies aan worden verbonden. De opstellers van het rapport zijn blijkbaar niet op de hoogte van de plaatselijke situatie. Toch hadden ze op basis van het aantal waarnemingen toch tot andere conclusies moeten komen. Waarom komen er anders in het plangebied zoveel dassen voor? Gelukkig hebben we nog wel mensen in de gemeenteraad die het wel begrijpen, zoals in het artikel hiernaast is opgenomen. Alleen zou hier niet alleen een conclusie aan verbonden moeten worden ten aanzien van de tijdelijke huisvesting van Statushouders, maar ten vaanzien van de permanente bouwplannen van deze woonwijk. Wanneer op dit ene aspect al de conclusies weerlegd kunnen worden, hoeveel vertrouwen kun je dan nog hebben ten aanzien van de andere aspecten van het rapport. Het geeft te denken.

Bijlage: Stikstof Ook wordt het vertrouwen niet vergroot als je de opeenvolgende stukken naast elkaar legt. De Aeriusrapportage geeft waarden aan die net op de grenzen van de normen ligt en wanneer de Raad van State ineens vaststelt dat er ook tijdens de bouwfase geen uitstoot mag zijn, blijkt ineens dat er helemaal geen uitstoot is. De wethouder schrijft hierover: “De werkzaamheden worden evenredig verdeeld over twee jaar. De aanlegfase resulteert in een toename van 0,00 mol/ha/jr en een afname van 0,02 mol/ha/jr ten opzichten van de huidige situatie in Natura 2000-gebieden. Het toekomstig gebruik resulteert niet in depositiewaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jr in Natura 2000-gebieden. Er is daarmee voor de voorgenomen ontwikkeling m.b.t. stikstofdepositie geen vergunning Wet natuurbescherming onderdeel Gebiedsbescherming benodigd.” De toezegging die hij daarbij doet: “Voordat het plan wordt behandeld in de raadscommissie van 1 december a.s. krijgen wij van de OVIJ een reactie of zij de conclusie van het onderzoek onderschrijven.” is op het moment van schrijven van dit stuk niet te staven. Het stuk wordt niet meegeleverd. Ook wordt niet aangegeven op basis waarvan deze berekening tot stand is gekomen. Opmerkelijk is dat in de jurisprudentie ook de aanrijroutes moeten worden meegenomen, daarvan zien we niets meer terug.

Bijlage: Asbest Ook bij de asbestrapportage is iets vreemds aan de hand. In het eerste rapport zie je dat midden in de weilanden wordt gezocht naar asbest en niet bij de plekken waar asbestplaten op de schuren lagen. Schuren waarvan de fundamenten nog steeds aanwezig zijn, dus dat was niet moeilijk vast te stellen. Van één van die schuren is het dak ingestort en op een ander gedeelte van de schuur (meer naar het westen) hebben lange tijd platen losgelegen. Juist dit zijn plaatsen waar een verhoogd risico op asbestverontreiniging is. Je zou dan ook verwachten dat daar gemeten zou worden. Bij de oorspronkelijke versie van het ontwerpbestemmingsplan stond op de kaart met boorlocaties overigens vermeld dat het om een gewijzigde versie ging. Was er een eerdere versie waar wel op de goede plekken was geboord en er vervolgens wel asbest is gevonden? Op basis van de zienswijzen is een vervolgonderzoek uitgevoerd. Opmerkelijk dat er nu ineens rapporten van eerdere asbestonderzoeken worden gepresenteerd. Als gemeenteraad hebt u die vast al bekeken en hebt u gezien dat de geldigheidsdatum daarvan inmiddels ruimschoots is verstreken (geldig tot 17 januari 2021). Wanneer u zich daarop wilt baseren zal dat onderzoek dus overnieuw gedaan moeten worden. Daarna zijn in juli 2022 nog tien boringen rondom de schuren gedaan.

Daarbij wordt in monster Asbest-3 wel degelijk asbest gevonden, het gaan om 1 deeltje, maar doordat er sprake is van een mengmonster van acht boringen is niet duidelijk van welke boring dit stukje asbest afkomstig is. Het asbestgehalte van dit mengmonster is 25 mg/kg droge stof. Bij een waarde boven de 50 mg/kg zou nader asbestonderzoek moeten plaatsvinden. Het gaat hierbij om een deeltje uit een van de acht boringen. Dus in de boring waarin het asbestdeeltje is aangetroffen was er sprake van maar liefst 200 mg/kg droge stof. Het maakt dan niet uit in welk monster het zat, maar in een van de monsters blijkt dus teveel asbest te zitten (een deeltje kan immers maar uit een monster komen). Vreemd dat er geen aanvullend onderzoek heeft plaatsgevonden. Dit is een berekening die uitgevoerd zou moeten worden conform NEN 5707. Waarom dit niet is gebeurd is zeer vreemd.

Voor wat betreft de plaats waar ik verwacht dat het asbestdeeltje is gevonden, geef ik boorlocatie C een grote kans. Dat is immers recht onder de plek waar het dak maandenlang ingezakt is geweest. Deze locatie zou sowieso intensief onderzocht moeten zijn voor een echt goede bepaling. Hier en aan de andere kant van de schuur is de kans het hoogst dat asbest kan worden gevonden. Het is dan ook vreemd dat er maar een boring op deze plek is gedaan. Daarnaast zou je verwachten dat aan de noordzijde van de schuur, wat meer naar het westen ook onder de plek waar tijden lang losse platen in weer en wind lagen te klapperen op het dak.

In de beantwoording van vraag 10UU van de zienswijzennota blijkt vervolgens dat er helemaal geen asbest is gevonden. Hier is eerst sprake van verdunning van monsters (namelijk het maken van een mengmonster) en vervolgens van het negeren van de resultaten ervan.

Bijlage: De beantwoording van de vragen De tijd ontbreekt me om op alle vragen in te gaan, daarom beperk ik me tot een beperkt aantal antwoorden uit de zienswijze. Allereerst stel ik vast dat de opsteller(s) van de zienswijzennota samenvattingen van de vragen hebben opgenomen, waardoor in een behoorlijk aantal gevallen belangrijke informatie verloren is gegaan. Blijkbaar is deze samenvatting vervolgens de basis geweest voor het antwoord en niet de oorspronkelijke vraag, waardoor er geen goed antwoord werd gegeven op de oorspronkelijke vraag. Ook is het aantal vragen (en dus ook de bijbehorende antwoorden) in de zienswijzennota (49) aanzienlijk minder dan de ruim 70 die ik in mijn zienswijze en de aanvulling daarop heb ingediend. Er ontbreken vragen en die zijn dus ook niet beantwoord. Mijn moeder (reclamant 28) heeft veel van mijn zienswijze in haar zienswijze overgenomen, maar heeft ook een aantal punten weggelaten en andere toegevoegd. Toch wordt in de zienwijzennota gesteld dat haar zienswijze gelijk is aan die van mij. Doordat ik in beide zienswijzen een nummering per vraag heb toegepast was het eenvoudig om vast te stellen dat het aantal vragen verschilde. Nu zijn de vragen die zij heeft toegevoegd niet behandeld.

10C: Er wordt niet ingegaan op de grote hoeveelheid klinkers die in het plan worden neergelegd, ook niet op de opmerking over het ontbreken van de verharding die binnen de kavels zal worden gedaan. Gelukkig wordt wel onderschreven dat halfverharding rolstoelvriendelijk is en ervoor zorgt dat het water beter de bodem in kan trekken. Wanneer het wonen in het groen zo belangrijk is lijkt de oppervlakte van de klinkerbestrating wel erg overdadig. 10E: Dat de gemeente dit punt voor kennisneming aanneemt en niet tegenspreekt neemt het beeld niet weg dat eerder is beschreven over de volgorde van eerst een initiatief, dan de woonagenda daarop aanpassen en dan de Omgevingsvisie bijwerken. 10F, 10G en 10H: De gemeente kan wel stellen dat de omgevingsvisie niet relevant is, maar wanneer de burger tijdens de participatie van de Omgevingsvisie wordt gevraagd aan te geven of dit een situatie is die moet worden gehouden en in grote getale wordt hier positief op gereageerd, terwijl daar lopende ontwikkelingen zijn geeft dat te denken. Er mag vervolgens niet over Sprenghenparc worden gesproken in het latere traject en vervolgens wordt plotseling het plangebied van Sprenghenparc in de uiteindelijk Omgevingsvisie binnen de bebouwde kom gehaald.

Er is een overduidelijke relatie tussen de Omgevingsvisie en het latere bestemmingsplan van Sprenghenparc en daarom zijn de opmerkingen wel degelijk relevant. Omwonenden hebben hierover zienswijzen ingebracht en ingesproken. Met de in onze ogen terechte zienswijzen is vervolgens niets gedaan. 10J: Een coronaeffect van 10% minder verkeer lijkt me wel erg weinig. Mijn beeld is eerder dat er in de omgeving van Berkenoord 50% minder verkeer was in die periode. Het was in die tijd ronduit stil op straat, mensen trokken er nauwelijks op uit. Ik ben benieuwd hoe de gemeente tot die conclusie bent gekomen. 10K: Ten zuiden van het plangebied liggen geen openbaar toegankelijke percelen, dus zal daar ook geen hondenlosloopgebied zijn. Wellicht doelt u echter op het kleine met hekken omgeven veldje ten zuiden van Berkenoord 2, waar je uitglijdt over de uitwerpselen van honden. Het mag duidelijk zijn dat de druk op de overblijvende uitlaatstroken aanzienlijk toeneemt en daarmee ook de hoeveelheid ontlasting. Waar nu al steeds meer mensen met de auto naar andere

uitlaatgebieden gaan zal dat in de toekomst alleen maar toenemen. Dat betekent extra emissies door het uitvoeren van de plannen. Deze zijn niet meegenomen in de huidige berekeningen. 10L: Delen worden dus ook niet toegankelijk, maar er wordt niet aangegeven wat wel en wat niet toegankelijk is. Waarom wordt hier niet gewoon duidelijkheid over gegeven. Bovendien is een groot deel van het plangebied geen openbaar gemeentelijk terrein en dat betekent dat toezeggingen niet door de gemeente kunnen worden gedaan. Voor je het weet staan na realisatie overal bordjes met EIGEN TERREIN. Dit is in tegenspraak met de eerder gewekte verwachtingen door de ontwikkelaars. 10M: Er zijn voldoende inbreidingslocaties binnen de gemeente. Sterker nog in de plannen voor huisvesting van de statushouders wordt een terrein tussen de Apeldoornseweg en de Oude Apeldoornseweg genoemd dat al in het bezit van de gemeente is en wat qua oppervlak vrijwel gelijk is. Ook zijn er al ongeveer 15 jaar plannen met Kerkenlanden, maar deze plannen worden door de gemeente niet doorontwikkeld. Ook aan de Eierstreekweg ligt voldoende ruimte achter het benzinestation aan de Laan van Fasna. Ook ligt aan de Industrieweg het zogenaamde hockeyveld, met veel bestaand groen eromheen. In het kort kan een buitenstaande zo een aantal gebieden die binnen de bebouwde kom liggen en best ontwikkeld zouden kunnen worden.

Als er dan toch een uitbreiding zou moeten komen, is het niet logisch dat daarvoor gebieden worden gekozen waar allerlei beperkingen op liggen. Daardoor wordt ook de realisatie van dit plan onzeker, want reclamanten kunnen de beperkingen gebruiken om tegen de huidige plannen in het geweer te komen. Als de gemeente tempo wil maken, had ze al eerder eieren voor haar geld moeten kiezen en met de initiatiefnemer een andere locatie moeten kiezen. 10O: In bijlage 11 worden beide termen inderdaad gedefinieerd. Daar blijkt overduidelijk uit dat deze niets met een bestemmingsplan te maken hebben. De Health Butler bestaat uit ondersteunende apps op het gebied van gezondheid, veiligheid en sociaal samenleven. Een belangrijke next step moet nog worden gezet, maar heeft nog geen concrete vorm gekregen. Er word niet aangegeven wat die next step inhoudt. Elke oudere kan ondersteuning krijgen van de huisarts en er zijn ook voldoende andere middelen beschikbaar om gezondheid te monitoren. Dat kan ook buiten dit plan om. 10P: Wellicht komen dergelijke constructies in onze gemeente niet voor en is dat de reden dat de gemeente zich niet herkend in de opmerking. Een van mijn dochters woont in een appartementencomplex, waar ze tegen een bepaalde korting op haar huur hulp moet bieden aan hulpbehoevende bewoners.

Zij houdt zich daar netjes aan, maar andere bewoners die onder deze voorwaarden in hetzelfde complex komen de afspraken vervolgens niet na. Het blijkt daar moeilijk om deze afspraken op de lange duur overeind te houden. Waar het bij het huren al moeilijk is zal dat bij kopen alleen maar moeilijker worden. Ik vraag me überhaupt af of er gezonde verhoudingen blijven bestaan. Wanneer zich alleen maar hulpbehoevende ouderen inschrijven op deze woningen is dat naoberschap een leuke gedachte, maar zal in de praktijk niet werken. Wanneer er jongere mensen op inschrijven, die als ze er eenmaal wonen in de praktijk andere dingen gaan doen dan de gevraagde hulp bieden, dan lijkt het me niet mogelijk om dat te handhaven. 10R: Ik heb de ontwikkelovereenkomst opgevraagd, maar die werd me niet verstrekt. Daardoor is de bewering van de gemeente niet voor mij te toetsen. Deze vraag roept daardoor dus vragen op. Waarom kan de ontwikkelovereenkomst niet gewoon worden verstrekt? Blijkbaar heeft de initiatiefnemer voor de gemeente aangetoond dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is, maar niet voor de reclamant. Het verwijzen naar een plan dat niet wordt verstrekt komt daarmee overeen met geen inhoudelijk antwoord geven op de gestelde vraag. 10T: De gemeente herkent zich nogal vaak niet in de opmerking van de reclamanten.

Het uitgangspunt van wonen in het groen is een marketingverhaal, evenals de parkachtige opzet en de

kleinschaligheid. Wanneer je naar de feiten kijkt dan worden er 65 wooneenheden op ruim 2 hectare gebouwd, wordt er veel steen in de openbare gebieden gelegd en daarbij wordt de bestrating die op de kavels zelf niet is ingetekend niet eens meegenomen. De wijk heeft een hogere bebouwingsdichtheid dan een aantal andere bestaande wijken in Vaassen. Het is daarmee een woonwijk en geen park, het is vreemd dat de gemeente zich in deze marketing van de initiatiefnemers laat meeslepen. Bovendien is het groen in het plan nogal stevig het al bestaande groen op het plangebied (dat ook nog in de plannen deels kan sneuvelen) en het groen van anderen. 10U: Onder de reactie op de beantwoording van 10M heb ik reeds aangegeven dat de hier genoemde argumentatie nogal gezocht is. Hier is sprake van cherry-picking en daar zou de gemeente niet aan mee moeten doen. Als de gemeente dat al doet levert het een niet wenselijke precedentwerking op. Waarom zou een ander plan voor wonen in het groen buiten de bebouwde kom dan wel kunnen worden geweigerd. Op deze manier raken we het groen binnen de gemeente wel erg snel kwijt. 10W en 10X: Opnieuw wordt een vraag niet beantwoord omdat dit niet relevant zou zijn in de ogen van de gemeente.

Het kan wel zo zijn dat de koop- en huurprijzen van de woningen volgens de normen acceptabel zijn, maar dat betekent niet dat aan het doel van betaalbare woningen wordt voldaan. De kosten van de verplichte Vereniging van Eigenaren kunnen een goedkope woning alsnog duur maken voor de bewoner. Keer op keer is hiernaar gevraagd, maar een antwoord komt er nog steeds niet. Het zou niet moeilijk moeten zijn om een eerste inschatting van de kosten van de in bijlage 11 genoemde voorzieningen te geven, met daarin een aantal scenario’s die variëren van het helemaal zelf doen tot het helemaal uitbesteden. Ook zouden per item de kosten kunnen worden aangegeven, zodat duidelijk is welke kosten er spelen. Waar het bestemmingsplan onder 10R als uitvoerbaar wordt gezien, kan het dan in de praktijk een heel ander dan geschetst niveau van voorzieningen ontstaan. Eenvoudigweg omdat de eigenaren de bijbehorende hoge kosten niet willen betalen en daarmee de voorzieningen en het nodige onderhoud niet kan worden betaald. 10Z: Deze reactie is blijkbaar geschreven door iemand die weinig buiten komt. Zeker in natte perioden worden bouwlanden drassig en heb je al snel laarzen nodig om droge voeten te houden. Dat geldt ook voor het plangebied. Voor een dergelijke woonwijk zal dus het grondwaterpeil van het plangebied moeten worden verlaagd om de huizen te kunnen bereiken.

Als er evenveel water wordt geïnfilteerd als afgevoerd moet in ieder geval de wadi vervallen, deze kent een overstort naar de beek, een vorm van afvoer die er nu niet is. 10AA: De gemeente is het er dus mee eens dat afvoer en doorstort van het vervuilde water uit het plan gebied in de beek een aantal jaren acceptabel is. Dat is vreemd. Overigens wordt de kwaliteit van het beekwater niet beter, maar neemt wellicht na lange tijd de vervuiling door het overstorten van overtollig water uit het plangebied af. Alhoewel de woorden ‘niet meer’ op twee manieren kan worden opgevat hoop ik dat er wordt bedoeld dat er geen bemesting meer wordt toegepast in het plangebied. Dat lijkt me echter sterk, want een aantal plantensoorten die worden voorgeschoteld hebben toch meststoffen nodig. 10BB: De beantwoording van een vraag lijkt meer op een mening dan op een onderbouwing. Zoals eerder aangegeven gaat het om een wijk van 65 wooneenheden. Daar is veel fantasie voor nodig om dat nog kleinschalig te noemen. Bovendien komt deze woonwijk tegen het naburige natuurgebied aan te liggen en is er zeker geen sprake van een parkachtig karakter. Daarvoor staan op deze oppervlakte teveel woningen. 10DD: Zie de reactie bij 10M.

10EE: Ondanks de aanvankelijke bevestiging van de zienswijze worden de bestaande eisen wel erg gemakkelijk aangepast naar de gepresenteerde plannen. In de eisen staat niets over het onderling uitwisselen van tekorten door overschotten in bij andere eisen. 10FF: De onderbouwing van deze vraag is niet juist. De Raad van State heeft anders besloten. Er is geen vrijstelling meer in de aanlegfase. 10GG: Het gaat niet alleen om het slopen van het schuurtje en het woonhuis. Er liggen ook nog fundamenten van eerdere schuren die opgeruimd moeten worden en overigens ook nog het asfalt van de bestrating. Opmerkelijk is dat wordt gesteld dat de sloop wel is meegenomen in het bodemen stikstofonderzoek. Juist bij die eerste wordt gesteld dat er geen metingen onder het asfalt zijn uitgevoerd. Er zijn op die plekken geen monsters genomen en het is dus ook niet bekend of juist op het voormalige erf vervuiling voorkomt. Lange tijd is er bij de voormalige boerderij geen asfalt geweest. Hoe de gemeente weet dat bij de stikstofberekening wel rekening is gehouden is mij niet duidelijk het blijkt in ieder geval niet uit bijlage 7 en ook niet uit de conclusie van bijlage 10 zoals in de beantwoording is aangegeven. 10HH: Gelukkig blijkt uit de beantwoording van deze vraag voor het eerst dat er geen sprake is van een parkachtig landschap.

Ineens gelden de eisen uit het bestemmingsplan “Vaassen Zuid en West”. Er wordt bovendien niet ingegaan op het argument dat de toch al hoge bebouwingsdichtheid voor een park door het toelaten van deze regels nog veel dichter bebouwd kan worden. De opmerking gaat niet over de tuinen (waarvan door de mogelijke aanvullende bebouwing een behoorlijk stuk verloren kan gaan). De tuinen zijn zelfs zo klein dat er bij de maximale bebouwing in veel gevallen geen ruimte meer is om de tuin over te laten gaan in de rest van de omgeving. 10II: Wanneer de opsteller van de zienswijze niet eerst de tekst had samengevat en vervolgens een antwoord had geschreven op de samenvatting, had deze kunnen zien dat artikel 3.2.2 wel degelijk bouwwerken geen gebouw zijnde een maximale bouwhoogte mogen hebben van drie meter. 10JJ: Doordat, zoals eerder werd aangegeven, het plangebied direct aangesloten is op het natuurgebied en voorkomen moet worden dat er lichtuitstoot naar dat gebied wordt veroorzaakt, is het beperken van de uitstraling van de lampen van de straatverlichting een te beperkte maatregel. Het is prima dat deze lampen maximaal een uur per dag mogen branden, maar veel meer lichtvervuiling komt van verkeer dat met koplampen ver het natuurgebied inschijnt, de verlichting in en aan de woningen.

Bovendien voldoet om dezelfde reden de groenvoorziening niet (als die aan de zuidzijde al lichtdicht is), Ook aan de westzijde zou er een lichtdichte groenvoorziening moeten zijn, zodat ook daar geen uitstraling in de natuur kan plaatsvinden. 10KK: In het ontwerpbestemmingsplan is de genoemde verbeelding niet bijgevoegd. Ik zie dat een dergelijke verbeelding pas nu bij de stukken is gevoegd. Ik heb daar dus in mijn zienswijze niet op kunnen reageren en heb nadat ik dit document bij de stukken zag staan onvoldoende tijd gehad om de consequenties hiervan goed in te kunnen schatten. 10MM: In het beeldkwaliteitsplan zijn onrealistische parkachtige afbeeldingen opgenomen, die bij de buurt zeker in goede aarde zouden vallen als dat zo zou worden gerealiseerd. Dat ziet er inderdaad uit als een parkachtige omgeving. Maar wanneer je de rest van het beeldkwaliteitsplan wordt het plangebied ineens gevuld met woningen. Van de woningen wordt een keur aan referentiebeelden geplaatst, waardoor geen duidelijkheid ontstaat over wat er gebouwd gaat worden. Overigens geven de grote raampartijen meteen wel een relatie met de lichtvervuiling zoals eerder bij 10JJ is genoemd.

10NN: De genoemde tekeningen kunnen op het oorspronkelijke formaat wellicht helder en duidelijk zijn, maar ik heb blijkbaar een verkleinde versie gekregen, waarvan de teksten niet leesbaar zijn. Overigens ging de opmerking over het niet volledig zijn van het niet alleen over het rioleringsplan, maar ook over de andere genoemde zaken die misten en al dan niet later aan mij werden toegestuurd en niet aan andere bewoners die deze documenten ook gepresenteerd hadden moeten krijgen. 10OO: Allereerst is het een misvatting dat het plangebied op 150 meter afstand van het GNN ligt. Het kaartmateriaal van de omgevingsverordening laat dat duidelijk zien. Er is bovendien wel degelijk een externe werking in de artikelen 2.56 en 2.61. Toetsing aan de Omgevingsverordening is daarom wel degelijk aan de orde. Bovendien is een houtsingel aan de zuidzijde niet voldoende om het licht te weren, dit zal zeker op zo’n korte afstand lichtdicht moeten zijn. Een dergelijke lichtdichte afscheiding zou bovendien aan de westzijde aangebracht moeten worden om ook daar lichtvervuiling te voorkomen. 10PP: Er wordt in de originele zienswijze verwezen naar de bijlage waarin de mogelijkheid tot het rooien van de bestaande bomen wordt beschreven. Door de samenvatting die de opstellers van de zienswijze ervan hebben gemaakt gaat deze nuance verloren.

Ook in de reactie spreekt overigens van ‘daar waar mogelijk gehandhaafd’. Die bomen moeten gewoon worden gehandhaafd, het is een bomenrij die in het bomenplan beschermd zijn en die dus gewoon moeten blijven staan en daar past een formulering als ‘daar waar mogelijk gehandhaafd’ niet bij. 10QQ: Net als bij 10NN ontbraken hier ook weer stukken, die aan iedereen ter beschikking zouden moeten worden gesteld. Ik heb in mijn reactie ook mijn irritatie uitgeschreven dat het lijkt alsof je als burger de kwaliteitscontrole van de gemeente aan het uitvoeren bent. Een deel van de irritatie komt eruit voort dat je als geïnteresseerde leek een aantal zaken aandraagt, terwijl je waarschijnlijk ook andere relevante zaken die niet kloppen over het hoofd ziet. Het is net als bij het asbestonderzoek, als je wat vindt kun je er vrijwel zeker van zijn dat er nog meer niet klopt. 10RR: Dit is een vreemde opmerking, want als de gemeente de situatie in Losser niet herkent, dan is er belangrijk voorwerk blijven liggen. Het zou goed zijn dat de gemeenteraad daar eerst eens haar licht opsteekt alvorens ze een beslissing neemt. Na aanvankelijke plannen om te beginnen met het ontwikkelen van het concept, is het daar al na korte tijd teruggedraaid. Het heeft daar veel stof doen opwaaien. Overigens ben ik het niet eens dat het concept zo bijzonder is.

10SS: Deze vraag zou beantwoord moeten worden door de beantwoording van 1A en 1D van zienswijze 1, daar wordt echter de vraag ook niet beantwoord. Deze was heel duidelijk gericht op een goede alternatieve locatie die al bijna 15 jaar op de nominatie stond om te ontwikkelen. Je zou verwachten dat daar een aantal argumenten zouden worden genoemd waarom deze plek niet geschikt zou zijn. Wel wordt er vaag beschreven dat er uitvoerig is gezocht en dat de initiatiefnemer dit plangebied als een geschikte locatie heeft gekozen. Dat lijkt me niet de juiste weg. De initiatiefnemer had beter kunnen weten en bovendien beter onderzoek moeten doen naar de geschiktheid van deze locatie en de voorwaarden die er gelden. De gemeente had daarbij kunnen helpen en de initiatiefnemer al in een vroege fase kunnen aangeven dat dit geen geschikte locatie is. Nu is er al veel tijd verloren en dreigt nog meer tijd verloren te gaan door halsstarrig op deze weg door te gaan. Dat er niet gebouwd wordt is dus aan de gemeente en de initiatiefnemer te wijten en niet aan de reclamanten. 10TT: In dit antwoord wordt verwezen naar een ontwikkelovereenkomst met de initiatiefnemer. Dit document is niet bij de stukken meegeleverd. Daarom heb ik het stuk opgevraagd bij de gemeente,

maar daar werd me te kennen gegeven dat ik dat stuk niet kon krijgen. Ook hier geldt dus dat er geen antwoord wordt gegeven op de vraag. 10UU: Hier wordt een verdraaide werkelijkheid weergegeven. In het eerste bodemonderzoek werden midden in een weiland en op plekken waar je niet direct asbest zou verwachten gezocht naar asbest. Dat is vreemd, dat zou je juist moeten doen op de plekken waar je asbest zou kunnen vinden in en om de gebouwen. Daar ging mijn opmerking in de zienswijze over. Terecht wordt er vervolgens een vervolgonderzoek gedaan. Er komen oude rapporten boven water en er worden monsters genomen op tien locaties. Waar de beantwoording aangeeft dat er geen asbestverdacht materiaal is gevonden is dat wel degelijk een stukje asbest gevonden in een mengmonster van acht monsters. De hoeveelheid asbest in dat mengmonster lag 50% onder een grens waarbij vervolgonderzoek nodig was. Maar wanneer je bedenkt dat dat ene stukje in een van de oorspronkelijke acht monsters van het mengmonster zat, dan betekent dat dat in dat betreffende monster waar het oorspronkelijk zat acht keer zoveel asbest zat en dus ruim boven de genoemde grens voor een vervolgonderzoek zat. Waarom er met mengmonsters is gewerkt laat zich raden, het is goedkoper, want je hoeft minder te onderzoeken en te rapporteren.

Het nadeel is echter dat je daardoor niet weet uit welk monster het stukje oorspronkelijk kwam en dus ook niet waar het vandaan kwam. Gezien het ingestorte asbestdak boven monsterplaats C (daarvan had ik overigens ook een foto in mijn zienswijze gevoegd) lijkt het voor de hand te liggen dat het asbeststukje daar is bemonsterd. Maar zekerheid daarover kun je achteraf niet meer krijgen. Daarom zal het hele onderzoek opnieuw gedaan moeten worden. Daarbij zou bovendien nog zeker op een andere plek gezocht moeten worden, waar lange tijd asbestplaten los op het dak hebben liggen klepperen in de wind. Daaronder is de kans ook groot dat daar asbest kan worden gevonden. Doordat de akkers daar sindsdien regelmatig zijn omgeploegd zal deze asbest waarschijnlijk niet aan de oppervlakte liggen, maar zich in de grond bevinden en wellicht ook een gedeelte met het ploegen het land in zijn getrokken. De in het antwoord genoemde conclusie is dan ook niet terecht. Wellicht zit er veel meer asbest in de grond dan tot nu toe werd aangenomen. Overigens had de buurt hier ook nuttige aanwijzingen kunnen geven, waar mogelijke risicoplekken te vinden zouden kunnen zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12131828/4