2021-11-11 MEMO beantwoording vragen begr. 2022-2025 totaal
Tekst van het document
Vraag: In november 2020 heeft de gemeenteraad een bedrag van € 5,4 miljoen beschikbaar gesteld voor de maatregelen als gevolg van Covid-19. Als uitvoering hiervan is een bedrag van € 240.000 voor versnelling van het gemeentelijke woningbouwprogramma. Kunt u aangegeven welke concrete resultaten en/of effecten zijn bereikt ten behoeve van onze woningzoekenden? Antwoord: Er is een externe projectleider die Oosterhof-Zuid, Sprenghenparc en ’t Slath in portefeuille heeft. Daardoor ontstaat intern ruimte, onder andere voor projecten van Triada, zoals de locatie Hoge Weerd in het dorp Epe en de locatie Suikerbrink in het dorp Vaassen. Ruimtelijke procedures nemen tijd in beslag: Er wordt nu veel geïnvesteerd in planontwikkeling. Dat werpt straks zijn vruchten af. 56
Fractie:
Nieuwe Lijn
Vraag heeft betrekking op: Covid-19, effecten gemeentelijke inzet herstelfonds, financiën, pag. 108
Vraag: Ten behoeve van het gemeentelijke herstelfonds is een post onvoorzien/buffer opgenomen van bijna een half miljoen euro (€ 481.808). Kunt u aangegeven hoeveel hiervan inmiddels is uitgegeven en waaraan?
19
Antwoord: Het bedrag van € 481.808 dat voor onvoorzien/buffer is opgenomen in het gemeentelijk herstelfonds is beschikbaar voor onvoorziene uitgaven in 2022. De bedragen voor de begroting 2022-2025 zijn gebaseerd op de informatie zoals opgenomen in de 4e coronarapportage, besproken met raad op 1 juli 2021. Op dit moment zijn er geen signalen dat er minder beschikbaar is voor onvoorzien/buffer in 2022 vanwege bestedingen in 2021. 57
Fractie:
Nieuwe Lijn
Vraag heeft betrekking op: Algemene dekkingsmiddelen, lokale heffingen, pag. 113
Vraag: In het overzicht van de opbrengst van de precariobelasting zien we grote structurele verlaging van € 2.086.000 naar 99.000. Is dit het wegvallen van de opbrengsten van de precariobelasting op leidingen en kabels of gaat het hierom andere wegvallende inkomsten? Is de opbrengst van € 99.000 het bedrag dat onze ondernemers betalen voor het gebruik van gemeentegrond, bijvoorbeeld voor terrassen, en is dit bedrag gebaseerd op de inkomsten voorafgaand aan Covid-19. Kunt u aangeven wat de totaalopbrengst is geweest van de precario-opbrengst op leidingen en kabels en hoe dit in de afgelopen jaren in hoofdzaak is ingezet? Antwoord: Dat is inderdaad het al voorziene wegvallen van de opbrengst precario op kabels en leidingen. Wettelijk gezien mag deze in 2022 niet meer geheven worden. In de geraamde opbrengst is rekening gehouden met de reguliere situatie, dus zonder beperkende maatregelen als gevolg van Covid-19. Het gaat om het hebben van voorwerpen op, boven of onder gemeentegrond. Het ziet onder meer op terrassen, luifels, vlaggen, standplaatsen en uitstallingen. In de tarieventabel 2022 is een preciezere beschrijving opgenomen. Hieronder het gevraagde overzicht. Jaar Realisatie Bedrag Bestemming/inzet ingezet voor woonlastenverlichting en nieuw beleid in begroting 2016 2017 2,2 mln. 2018 in reserve beschikbaar voor onderwijshuisvesting (na intrekken 2017 2019 2,2 mln.
van het beroepschrift in 2019) ingezet voor woonlastenverlichting in begroting 2020 voor de 2018 2019 2,2 mln. jaren 2020-2021-2022 onderdeel van het jaarrekening saldo 2019, niet meer 2019 2020 1,9 mln. beschikbaar 2020 2021 1,9 mln. in reserve beschikbaar voor onderwijshuisvesting indien deze wordt gerealiseerd (jan. 2022), beschikbaar voor 2021 n.n.b. 1,9 mln. onderwijshuisvesting 58
Fractie:
Nieuwe Lijn
Vraag heeft betrekking op: Eenmalige middelen, aanbiedingsbrief, pag. 5
Vraag: In de aanbiedingsbrief geeft u aan dat voor incidentele uitgaven een bedrag van € 3,6 miljoen beschikbaar is. Als wij het goed begrijpen komt dit bedrag vrij door bij eerdere ramingen en reserveringen te bekijken of er niet te veel begroot is en er met minder toe kan. In voorgaande jaren ging het zelfs om bedragen van meer dan € 5 miljoen. Is dit juist? Kunt u ons een overzicht verstrekken van de eenmalige middelen in de afgelopen jaren? Is onze stelling juist als we beweren dat in de gemeentelijke begroting veel ruimte is ingebouwd om tegenvallers op te vangen? Antwoord: Jaarlijks wordt bij het opstellen van de begroting beoordeeld in hoeverre de hoogte van de financiële reserves van de gemeente toereikend is of dat er ruimte in aanwezig is. Hierbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar de plannen die er onder liggen (geplande besteding/bestemming) en naar de risico’s die met de reserves moeten worden afgedekt. De afgelopen jaren heeft dit er toe geleid dat financiële ruimte die is ontstaan in reserves, is ingezet binnen de nieuwe begroting om eventuele tekorten in andere reserves aan te vullen en uitgaven met een eenmalig karakter te bekostigen.
20
In de afgelopen jaren konden de volgende eenmalige middelen, die vrij kwamen uit reserves, in de begroting worden ingezet: - Begroting 2021-2024: € 3,7 mln. - Begroting 2020-2023: € 4,0 mln. - Begroting 2019-2022: € 6,4 mln. - Begroting 2018-2021: € 5,2 mln. De jaarlijkse meerjarenbegroting is gebaseerd op reële uitgangspunten en houdt rekening met de noodzaak om tegenvallers op te kunnen vangen, vanuit het gegeven dat niet alle ontwikkelingen kunnen worden voorzien en dat aan de taakuitvoering van de gemeente risico’s met mogelijk grote financiële gevolgen zijn verbonden. In de nu voorliggende begroting zijn ook onderwerpen opgenomen waarvoor nu tijdelijk financiële middelen beschikbaar zijn. In de komende jaren zal moeten blijken in hoeverre de mogelijkheden ontstaan om hieraan én aan een aantal overige ambities en wensen structureel invulling te kunnen (blijven) geven. 59
Fractie:
Nieuwe Lijn
Vraag heeft betrekking op: Opgroeien in Epe 1.2.3 Jeugdstimuleringsregeling Blz 20
Vraag: In de tabel wordt een streefwaarde voor 2022 weergegeven van 3600. Dat is aanzienlijk meer als in 2019 en 2020. Mogen we er van uit gaan dat we door gaan met de stimuleringsregeling voor jeugd van 5 tot 18 jaar. Antwoord: De subsidieregeling jeugd liep oorspronkelijk t/m augustus 2021. Omdat het aantal aanvragen achterbleef (zeer waarschijnlijk als gevolg van corona) en er mede als gevolg hiervan nog financiële ruimte was, heeft het college vlak voor de zomer de regeling verlengd t/m december 2021. Begin 2022 vindt een evaluatie plaats van de regeling. Het is aan het nieuwe college om al dan niet een vervolg te geven aan de regeling, temeer omdat de financiële dekking voor de huidige regeling uit incidentele middelen bestaat. 60
Fractie:
Nieuwe Lijn
Vraag heeft betrekking op: Actief in Epe, Herijken subsidiebeleid, Blz. 23
Vraag: Wanneer mogen we de afronding tegemoetzien over de besluitvorming van het subsidiebeleid? Antwoord: Het traject om in samenspraak met de samenleving te komen tot een herijkt subsidiebeleid loopt nog. Medio 2022 komt er een voorstel naar de nieuwe raad om te besluiten over een herijking van het subsidiebeleid. 61
Fractie:
Nieuwe Lijn
Vraag heeft betrekking op: Ruimte en Wonen, Ruimtelijke ontwikkeling. Blz 37/38
Vraag: Opstellen bestemmingsplan VFP Vaassen en De Ossenstal in Epe. Kunt u aangeven wat het voorontwerp inhoud? Maw een kleine inkijk in de plannen? Antwoord: VFP Vaassen Het initiatief voor een ontwikkeling op het terrein westelijk van het huidige bedrijfspand van VFP (Royal Vaassen) ligt bij het bedrijf. Op dit moment is er geen concreet plan en is een inkijk in de plannen niet mogelijk. Ossenstal Het onderzoek naar de mogelijkheden voor een alternatieve eigendomssituatie is onlangs afgerond. Bij het hierop volgende overleg krijgt het belang van de gemeente met betrekking tot de kwetsbare natuurwaarden en de waterwinning prioriteit. De verwachting is dat in 2022 duidelijkheid zal ontstaan over de toekomstige situatie.
21
62
Fractie:
Nieuwe Lijn
Vraag heeft betrekking op: Financieringspositie 4.4.1 Blz. 84
Vraag: Het financieringstekort bedraagt ongeveer 7,7 miljoen. Voor 2021 stond dit tekort op 3,6 miljoen. Wat is hiervan de oorzaak en wat zijn de zichtbare voordelen voor onze inwoners? Antwoord: De stijging van het financieringstekort wordt veroorzaakt doordat binnen het geheel van de begroting de komende jaren grote uitgaven en investeringen worden bekostigd uit reserves. Hierdoor neemt de reservepositie als intern financieringsmiddel af en treedt er een verschuiving op naar financieren met vreemd geld (externe financiering). Ook andere grote uitgaven (niet gedekt uit reserves) hebben (een beperkende) invloed op de mogelijkheid om intern te financieren (zoals het verstrekken van stimuleringsleningen). De rentelasten van zowel interne al externe financiering zijn in de begroting opgenomen. Hoe meer intern gefinancierd kan worden, hoe minder externe rente betaald hoeft te worden. Een toename van externe financiering leidt tot hogere externe rentelasten, geld dat niet ten behoeve van de burger kan worden ingezet in de begroting. Afhankelijk van de snelheid waarmee grote investeringen die gepland staan daadwerkelijk tot uitvoering komen in het jaar waarin ze nu gepland staan, zal er met extern geld gefinancierd moeten worden.
Als plan- en besluitvorming langer duren dan gepland (bijvoorbeeld grote investeringen in onderwijshuisvesting) is de behoefte aan financiering met lang vreemd vermogen (externe rentekosten) mogelijk niet aan de orde. Op dit moment is de rentestand erg laag, waardoor de (interne en externe) rentelasten in de begroting ook laag zijn. Een stijging van de rente is een risico voor de ontwikkeling van de geraamde structurele rentelasten in de begroting. 63
Fractie:
Nieuwe Lijn
Vraag heeft betrekking op: Grondbeleid Blz 100/101
Vraag: Klopt het dat de Paragraaf “Demografische ontwikkelingen” ontbreekt?? Antwoord: Zie het antwoord bij vraag 36. 64
Fractie:
Nieuwe Lijn
Vraag heeft betrekking op: Duurzaamheid 7.2.1. Blz 43/44
Vraag: In 2019 waren er zonne-energie installaties met een opgesteld vermogen van 367 kW. Voor 2022 willen we meer dan 270 kW aan opgesteld vermogen realiseren. Waarom is deze streefwaarde weinig ambitieus en dan ook lager dan voorgaande jaren? Antwoord: De streefwaarde bij de indicator is in 2019 vastgesteld op basis van de toen beschikbare kennis. De streefwaarde voor 2022 is gesteld op het realiseren van meer dan 270kW. 65
Fractie:
Nieuwe Lijn
Vraag heeft betrekking op: Reinigingsheffingen Blz. 67
Vraag: Er staat vermeld “De lasten voor illegale afvalstortingen zijn volledig toerekenbaar aan de heffing.” Betekend dit dat als er meer op deze illegale stortingen/bijplaatsingen en gehandhaafd gecontroleerd wordt, de kosten voor onze inwoners kunnen dalen. Bijvoorbeeld door Videocontrole bij de bekende plekken. Antwoord: De verhaalbare lasten zijn in dit verband relevant. Nu worden er lasten via de heffing verhaald die verband houden met illegale stortingen. Als er meer gehandhaafd en gecontroleerd wordt, betekent dat dat er meer verhaalbare lasten op dat punt ontstaan. Om de vraag te kunnen beantwoorden is het nodig om te onderzoeken wat het effect is van meer controle en handhaving op de kosten die voor de illegale afvalstortingen worden gemaakt. Als er per saldo sprake is van een daling van de verhaalbare lasten, is dat uiteindelijk theoretisch bezien gunstig voor het tarief.
22
66
Fractie:
Nieuwe Lijn
Vraag heeft betrekking op: Communicatie 5.3.2 Blz 89/90
Vraag: Er wordt in deze alinea veel gesproken over de “Digitale dienstverlening” Wordt hierdoor een grote groep inwoners, waaronder ouderen en digitaal minder bedreven inwoners niet vergeten? Antwoord: Uiteraard hebben wij naast digitale dienstverlening ook aandacht voor de rest van onze dienstverlening en daarmee voor de ouderen en digitaal minder vaardigen. 67
Fractie:
GroenLinks
Vraag heeft betrekking op: pagina 20; 1.2.3 deelnemers aan de stimuleringsregeling
Vraag: We zien het aantal deelnemers teruglopen. Dit zal ongetwijfeld te maken hebben met Corona. Is er zicht op hoeveel nieuwe leden dit opgeleverd heeft voor de diverse verenigingen. Antwoord: De subsidieregeling jeugd heeft tot nu toe 347 nieuwe lidmaatmaatschappen opgeleverd voor verenigingen in de gemeente Epe. Dat wil zeggen: de aanvrager heeft in de aanvraagprocedure aangegeven dat zijn/haar kind(eren) door deze regeling lid is geworden van de opgegeven vereniging.
V r a g e n u i t d e c o m m i s s i e O m g e v i n g F i n a n c i ë n v a n 2 8 o k t o b e r 2 0 2 1 68
Fractie:
VVD
&
Vraag heeft betrekking op: Nadeel algemene uitkering a.g.v. herijking
Vraag: De fractie van de VVD stelt een vraag over de bijdrage per inwoner uit de septembercirculaire. Dit bedrag is bijgesteld van € 75 naar € 10. De verwachting is € 60 per inwoner. De wethouder zegt toe dat er nog een extra toelichting komt over de bijdrage per inwoner per periode. Antwoord: Het antwoord op de vraag en de toezegging door de wethouder zullen z.s.m. in een afzonderlijk memo aan de raad worden toegezonden. 69
Fractie:
CDA
Vraag heeft betrekking op: Speelvoorzieningen
Vraag: De fractie van het CDA heeft een vraag over de speelvoorzieningen (p. 23), er is een regeling voor inwoners om een nieuw speeltoestel te laten plaatsen ten te laten onderhouden. Is hier ook een budget aan gekoppeld? Antwoord: In de gemeente Epe is er de Notitie Richtlijnen voor het plaatsen en verwijderen van voorzieningen voor kinderen en jongeren gemeente Epe. In 2012 heeft het college deze richtlijnen vastgesteld. In het besluit en de beslisnota staat dat plaatsing, onderhoud en organiseren van draagvlak door de initiatiefnemer geregeld moet worden. En in de financiële paragraaf van het besluit staat dat de bekostiging door de initiatiefnemer geregeld moet worden. De regeling gaat niet gepaard met extra budget voor speelvoorzieningen.
23
70
Fractie:
VVD
Vraag heeft betrekking op: Toename fte’s
Vraag: De fractie van de VVD vraagt of er een overzicht kan worden gemaakt van de toename van het aantal fte’s (pijler Bestuur). Antwoord: Om in te spelen op de toename van werkzaamheden om de dienstverlening op peil te houden en te kunnen voldoen aan (nieuwe) wettelijke taken en verplichtingen, zijn budgetten voor (o.a.) uitbreidingen van de formatie in de begroting opgenomen. Het betreft: - Transitie Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging (Wkb) (€ 400.000 eenmalig in 2022, zie pag. 148); - Kwartiermaker Omgevingswet en Klimaatbeleid (warmte en energie) (€ 90.000 eenmalig in 2022, zie pag. 148); - Structurele effecten Omgevingswet en Wkb (€ 137.000 per jaar in de komende jaren, incl. wegval van leges, zie pag. 148); - Opstellen RES (€ 21.000 structureel, zie pag. 148); - Klimaat en energietransitie (€ 100.000 eenmalig in 2022, zie pag. 149); - Vitalisering vakantieparken (€ 100.000 eenmalig in 2022, zie pag. 149); - Beleidscapaciteit vitale vakantieparken (€ 37.500 per jaar voor 2022-2025, zie pag. 149); - Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (€ 118.000 structureel, zie pag. 150); - Wet Open Overheid (€ 100.000 in 2022, oplopend naar € 145.000 in 2025, deels incidenteel, deels structureel, zie pag. 150); - Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (€ 10.000 incidenteel, zie pag. 150); - Inspelen op de toename van de vraag uit de samenleving (zie pag.
150-151): ➢ nieuwe website (€ 168.000 in 2022, € 25.000 structureel) ➢ programma ‘sterke dienstverlening (€ 250.000 in 2022) ➢ extra capaciteit afdeling Ruimte (€ 180.000 in 2022 en 2023) ➢ beleidscapaciteit dienstverlening (KCC) (€ 88.000 structureel) ➢ digitalisering en informatievoorziening (€ 175.000 in 2022, € 22.000 structureel) - Bestuursadviseur communicatie (€ 60.000 in 2022, zie pag. 151) - Inwonersparticipatie en actieve communicatie (€ 20.000 eenmalig in 2022, zie pag. 151). Aanvullend hierop zijn extra budgetten opgenomen die noodzakelijk zijn door een (autonome) toename van de reguliere werkzaamheden en om in te kunnen spelen op noodzakelijke (soms wettelijke) ontwikkelingen. Het gaat om de volgende uitbreidingen: - Extra capaciteit team Leefbaar en veilig (€ 130.000 incidenteel t.b.v. inhaalslag, onderzoek en werkbudget, zie pag. 142); - Bevorderen digitale veiligheid, uitbreiding functies privacy en digitale veiligheid en functioneel beheer (€ 176.000 per jaar, zie pag. 142-143); - Extra juridische ondersteuning (€ 80.000 in 2022 en 2023, zie pag. 143) - Extra capaciteit door toename werkzaamheden afdeling Ruimte (€ 155.000 in 2022, € 70.000 structureel, zie pag. 143). Vermeld zijn de beschikbare bedragen. In de uitwerking zullen deze worden omgezet in formatie of door inzet van derden of door een combinatie van beide.
De exacte toename van de fte’s is daarom nu nog niet aan te geven. 71
Fractie:
D66
Vraag heeft betrekking op: Boetes illegale storting op het riool
Vraag: De fractie van D66 stelt een vraag over of het voor inwoners in het buitengebied duidelijk is welke boetes er zijn, hoe hoog die boetes zijn en hoe vaak deze boetes worden afgegeven als het gaat om illegale storting op het riool. Antwoord: Illegale lozingen komen voor zover bekend weinig voor in het buitengebied. Wanneer wel het vermoeden van een illegale lozing bestaat, wordt dit in overleg met de gemeentelijke handhaving, Ovij en waterschap Vallei en Veluwe opgepakt. Voor zover bekend is dit een aantal malen gebeurd en zijn geen boetes uitgedeeld. Het probleem is wel aangepakt en opgelost, niet altijd is men zich ervan bewust wat men loost op het riool. De komende jaren wordt er wel volop ingezet op het illegaal aangesloten verhard oppervlak op het drukriool in het buitengebied. De pompunits kunnen
24
dit aangesloten hemelwater niet verwerken. Om dit te kunnen handhaven is de verordening op de afvoer van afvloeiend hemelwater en grondwater vastgesteld. In het reeds vastgestelde GWP (Gemeentelijk Watertaken Plan) uit april 2021 zijn financiële middelen gereserveerd om het illegaal aangesloten verhard oppervlak de komende jaren te kunnen controleren. 72
Fractie:
SGP/CU
Vraag heeft betrekking op: Leeftijdsgrens startersleningen
Vraag: De fractie van de SGP/CU stelt een vraag over of de leeftijd van startersleningen omhoog kan (pijler Ruimte)? Antwoord:
Tijdens de commissievergadering werd al onderling aangegeven dat er geen maximumleeftijd is voor de starterslening.