CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-11-11 MEMO beantwoording vragen begr. 2022-2025 totaal

Gemeenteraad 11 november 2021, gemeente EpeBij agendapunt: Programmabegroting 2022-2025, tweede termijn12.168 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

M E M O Aan

: Leden van de raad

Van

: Eenheid bedrijfsvoering

Onderwerp

: Beantwoording vragen Programmabegroting 2022-2025

Datum

: 4-11-2021

Beste leden van de raad, Door diverse fracties zijn schriftelijk technische- en informatieve vragen gesteld over de Programmabegroting 2022-2025. Hieronder treft u het geheel van de beantwoording van de vragen aan. N.B.: de verwijzing naar de paginanummers heeft betrekking op het pdf-document van de begroting. Correctie toelichting ‘Flankerende maatregelen VMI/Zuuk’ (pagina 152) Op pagina 152 van de Programmabegroting 2022-2025 is per abuis een onjuiste toelichting opgenomen bij dit onderwerp. De juiste toelichting is hieronder opgenomen. In de digitale versie van de begroting (epe.begrotingonline.nl) is wel de juiste toelichting vermeld. Begin 2022 zal naar verwachting een gebiedsproces kunnen worden opgestart voor Zuuk en omgeving om te komen tot een verkeersplan met kleinschalige verkeersmaatregelen. Deze maatregelen moeten worden getroffen om de verkeersveiligheid te kunnen waarborgen als gevolg van de nieuwe VMI-ontsluiting (4e aantakking op rotonde N309). In een eerder stadium werd aangegeven dat mogelijk aanbestedingsvoordeel en subsidie(s) zouden kunnen worden aangewend voor deze flankerende maatregelen. Dit is echter niet meer aan de orde, omdat deze mogelijkheden niet beschikbaar blijken te zijn na de onderhandelingen met de provincie hierover. In de loop van 2022 moet duidelijk worden welke kosten gepaard gaan met de uit te voeren maatregelen.

1

Fractie:

SGP/CU

Vraag heeft betrekking op: Pagina 26: WMO-cliënten

Vraag:

Het aantal WMO-cliënten met een maatwerkvoorziening is de afgelopen jaren flink toegenomen. Wat is de oorzaak hiervan? Antwoord:

Er zijn twee zwaarwegende oorzaken te noemen waarom het aantal inwoners met een maatwerkvoorziening is toegenomen: • Demografische ontwikkeling: Door de vergrijzing en het toenemende aantal inwoners die langer zelfstandig thuis blijft wonen neemt het aantal inwoners met een zorgvraag toe. • Invoering van het abonnementstarief: In 2019 werd de inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor Wmo-maatwerkvoorzieningen afgeschaft en ingeruild voor het Wmoabonnementstarief. Door de invoering van deze inkomensonafhankelijke vaste eigen bijdrage groeit het aantal inwoners met een maatwerkvoorziening vooral onder de inwoners met een hoger inkomen.

MEMO beantwoording vragen begr. 2022-2025 totaal.docx

2

2

Fractie:

SGP/CU

Vraag heeft betrekking op: Pagina 36: indeling woningen naar verkoopprijs

Vraag:

Waarom wordt in deze begroting vast gehouden aan de indeling van woningen naar verkoopprijs met, gezien de huidige marktprijzen, achterhaalde waarden? Worden deze waarden bij een volgende begroting aangepast? Antwoord:

In de Woonagenda 2019-2023 is vastgelegd dat B&W de prijzen jaarlijks actualiseren. Dit is gebeurd bij besluit van 13 juli 2021. De prijsklassen zijn nu: goedkope koop: 230.000,- euro, middeldure koop: 310.000,- euro en middeldure huur: 975,- euro. 3

Fractie:

SGP/CU

Vraag heeft betrekking op: Pagina 41: Actualiseren beleidsplan begraafplaatsen

Vraag:

Bij punt 4 op de genoemde pagina staat dat de actualisatie van het beleidsplan begraafplaatsen in 2022 plaatsvindt. Ons is echter toegezegd dat dit plan in 2021 afgerond zou worden. Kunt u vertellen wanneer de actualisatie van dit plan wordt gerealiseerd? Antwoord:

De actualisatie van het beleidsplan begraafplaatsen vindt in het eerste kwartaal van 2022 plaats. 4

Fractie:

SGP/CU

Vraag heeft betrekking op: pagina 71: woonlasten

Vraag:

Is de grafiek op de genoemde pagina wel juist? Wanneer in 2023 de woonlastenverlichting wegvalt en we gaan uit van een normale autonome stijging van OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing, dan komt de stijging van de woonlasten in de buurt van de 10%. Daarmee ligt deze ruim boven het landelijk gemiddelde en lijkt de grafiek de mogelijke stijging niet juist weer te geven. Kunt u ons geruststellen op dit punt? Antwoord:

De grafiek is juist. In 2022 wordt de OZB (voor het laatst) met 1,5% extra verhoogd. In 2023 is die extra verhoging er niet. In totaal komt de verwachte stijging voor Epe in 2023 uit op ca. 8,7%. Deze hogere stijging komt inderdaad doordat de woonlastenverlichting in 2023 vervalt. De lijn van Epe vertoont een knik naar boven in 2023. Daarmee is zichtbaar dat de verwachte stijging van de woonlasten in Epe dat jaar groter is dan de verwachte stijging van de landelijke woonlasten (4,3%). De woonlasten zelf blijven op basis van de inschattingen onder het landelijk gemiddelde. 5

Fractie:

SGP/CU

Vraag heeft betrekking op: pagina 11: financiële ruimte Sociaal Domein

Vraag:

De structurele ruimte binnen het sociaal domein, ongeveer 6 ton, wordt ingezet binnen de gemeentebegroting. Wat gebeurt er met dit geld als er meevallers zijn op de begrootte posten of er komt een tekort in het sociaal domein. Vloeien de middelen dan weer terug naar het sociaal domein? Antwoord:

Met het loslaten van de koppeling tussen de rijksinkomsten en de uitgaven sociaal domein gaan we niet meer uit van de rijksinkomsten als kader voor de raming van de uitgaven van het sociaal domein, maar is het beleid voor het sociaal domein het uitgangspunt. Jaarlijks wordt bij de nieuwe begroting beoordeeld in hoeverre de uitgavenbegroting moet worden bijgesteld om het beleid te kunnen uitvoeren. Als na afloop van het jaar blijkt dat er meevallers of tegenvallers zijn op begrote uitgavenposten van het sociaal domein, zullen deze vooralsnog worden verrekend met de reserve risico’s sociaal domein.

3

6

Fractie:

VVD

Vraag heeft betrekking op: blz. 58 + blz 61 FTE/toename lasten

Vraag: Op pagina 7 geeft u aan dat u wilt inspelen op de toename van werkzaamheden om de dienstverlening op peil te houden. Dit blijkt uit de toename in FTE, zoals beschreven op pagina 58. In de kostenspecificatie op pagina 61 staat geen toename van de lasten beschreven. Van waaruit worden deze kosten gedekt? Antwoord: In de begroting is de toename van de personele lasten wel opgenomen, maar deze komt tot uitdrukking in de financiële specificaties van de programma’s waarop deze betrekking hebben. Voor zover het de dienstverlening betreft is dit te vinden op het programma Overhead (zie pagina 64-65 en de toelichtingen hierop in de bijlagen). Deze kosten worden conform het BBV op het programma Overhead opgenomen. 7

Fractie:

VVD

Vraag heeft betrekking op: blz. 12 opbrengst precariobelasting

Vraag: Op pagina 12 staat beschreven dat de opbrengsten precariobelasting worden toegekend aan de reserve huisvesting onderwijsvoorzieningen. Laat het college daarmee het principe los om belastingoverschot in de algemene reserve te stoppen? Antwoord: Het toevoegen van de opbrengst precariobelasting aan de reserve huisvesting onderwijsvoorzieningen gebeurt als uitvoering van de motie van de raad, aangenomen bij de behandeling van de Perspectiefnota 2020-2023, waarbij de raad het college verzocht heeft om de opbrengsten precariobelasting te storten in een te vormen reserve en in beginsel te reserveren voor de financiering van de toekomstige onderwijshuisvesting. 8

Fractie:

VVD

Vraag heeft betrekking op: blz. 18/19 voortijdige schoolverlaters

Vraag:

Op pagina 18 en pagina 19 staat dat het percentage voortijdig schoolverlaters 2% is. Dit komt overeen met de cijfers van het CBS. Ook geeft het CBS aan dat er 2630 leerlingen binnen deze doelgroep vallen en er daarmee 50 voortijdig schoolverlaters waren over schooljaar 2019-2020. In de begroting staat dat er in dat jaar 111 voortijdig schoolverlaters een begeleidingstraject heeft gekregen. In 2022 staat de streefwaarde op 400 voortijdig schoolverlaters een begeleidingstraject aanbieden. Waar is dit aantal nu op gebaseerd? Antwoord:

In 2019 zijn de streefwaarden bij de indicatoren bepaald. Het getal van 400 is gebaseerd op de cijfers van de leerplicht die voor Epe toen uitkwamen op 492 voortijdig schoolverlaters. Streefwaarde is toen bepaald op 400 in 2022. 9a

Fractie:

VVD

Vraag heeft betrekking op: blz. 58 externe inhuur

Vraag: Op pagina 58 is te lezen dat de externe inhuur in de laatste jaren ongeveer 20 keer hoger uitvalt dan begroot. Wat kunt u zeggen over de externe inhuur in 2021 en de maatregelen die zijn er getroffen om deze kosten te minimaliseren? Antwoord: Met betrekking tot de kosten van externe inhuur is altijd de sturing om de kosten van externe inhuur samen met de reguliere personeelskosten binnen de daarvoor gestelde budgetten (het formatiebudget en inhuurbudget) op te vangen. De stijging wordt ook veroorzaakt doordat er veel incidentele middelen in de begroting staan waar projecten mee worden gerealiseerd en waaruit ook inhuur wordt bekostigd.

4

9b

Fractie:

VVD

Vraag heeft betrekking op: blz. 58 externe inhuur

Vraag: En wat is uw voornemen met betrekking tot externe inhuur met betrekking tot de vaste formatie ? Wordt externe inhuur ingezet voor het opvullen van de vaste formatieruimte? Antwoord: Het is onze lijn om vaste formatieruimte te vervullen met mensen die we in dienst nemen. Dus niet met inhuur. Dat is echter niet altijd mogelijk. De krapte op de arbeidsmarkt speelt ons ook parten. Het is niet altijd mogelijk om op korte termijn de juiste mensen voor onze vacatures te vinden. 10

Fractie:

VVD

Vraag heeft betrekking op: blz. 78 Vervallen risico’s en andere risicomutatie

Vraag:

Op pagina 78 staat aangegeven dat er geen risico's zijn vervallen. Is hiermee het risico gelijk gebleven of valt deze door de toename van risico's hoger uit? Mocht het risico hoger zijn, over welke bedragen praten we dan? Antwoord: De zinsnede op pagina 78 doelt op de opsomming van de risico’s op de pagina’s 74 t/m 78. De aangegeven risico’s die daar in de begroting gepresenteerd zijn, zijn dezelfde als die in de laatste publicatie van risico’s (bij de Jaarstukken 2020) aangegeven zijn. Bij de afzonderlijke risico’s is aangegeven wat de “ontwikkeling” van het risico is geweest: gelijk gebleven, toegenomen of afgenomen. 11

Fractie:

VVD

Vraag heeft betrekking op: juridische claims blz. 76

Vraag: a. Zijn we verzekerd tegen juridische claims? En zo ja in hoeverre is er een volledige dekking uit de verzekeringsbaten te verwachten? Wat is de inschatting van de verzekeringsagent? b. Zo niet, welk technisch financieel risico loopt de gemeente in een worst case maximaal? Als u hierbij een bandbreedte kunt aangeven is dat ook voldoende voor de beantwoording van deze vraag. Antwoord:

a. Ja, de gemeente Epe heeft een aansprakelijkheidsverzekering waarop juridische claims zijn verzekerd. Deze verzekering biedt dekking voor claims op grond van wettelijke aansprakelijkheid. Dat betekent als de gemeente aansprakelijk wordt gesteld op grond van de wet, dat de aansprakelijkheidsverzekering – binnen de kaders van de polisvoorwaarden – dekking biedt. Dat betekent ook dat de gemeente niet is verzekerd voor claims als gevolg van contractuele aansprakelijkheid. De aansprakelijkheidsverzekering biedt dekking tot een maximum van € 5 miljoen per aanspraak voor personen- en zaakschade en tot een maximum van € 2,5 miljoen per aanspraak voor vermogensschade(bijvoorbeeld als gevolg van onjuiste besluiten). Deze verzekerde bedragen zijn marktconform. Op de aansprakelijkheidsverzekering is een eigen risico van toepassing van € 2.500 per gebeurtenis. b. De verzekerde bedragen op de aansprakelijkheidsverzekering worden zodanig vastgesteld dat mag worden aangenomen dat nagenoeg alle claims (qua omvang) onder de dekking van de verzekering zullen vallen. Onze verzekeraar geeft aan dat in de praktijk nauwelijks tot geen claims bij een gemeente met de omvang en het risicoprofiel van gemeente Epe bekend zijn die de verzekerde som te boven gaan. Wat een ‘worst-case’ scenario is, is moeilijk aan te geven omdat we niet weten welke claims er op ons af komen.

Bij de inschatting van de risico’s in de risicoparagraaf gaan we uit van verwachtingen ten aanzien van lopende claims en aansprakelijkheidsstellingen die niet opgevangen kunnen worden binnen de beschikbare middelen in de begroting en via verzekering. Daarnaast wordt in de berekening rekening gehouden met mogelijke uitkomsten die de beschikbare middelen en verzekeringen te boven gaan maar die we nog niet kennen. Mocht u meer inzicht willen hebben in achterliggende bedragen dan kunt u contact opnemen met de Griffie voor het maken van een afspraak.

5

12

Fractie:

CDA

Vraag heeft betrekking op: JOGG (p.21/p.145):

Vraag:

In 2022 zien we een eenmalig bedrag voor JOGG van 58k€, voor 2021 was dat 12 k€. Na 2022 staat dit weer op 0. a. Vanwaar deze sprong omhoog? b. Is het niet nodig na 2022 een bedrag in de begroting op te nemen? Antwoord:

In de programmabegroting 2021-2024 is voor het JOGG voor 2021 een bedrag van € 54.000 begroot. Zie de programmabegroting 2021-2024 pagina 16 en 129. In de programmabegroting 2022-2025 is € 58.000 opgenomen voor 2022. Achtergrond is een externe evaluatie (2020), waaruit blijkt dat er stappen gemaakt worden, maar dat voortzetting nodig is om de gewenste resultaten te halen. Voor 2022 kon hiervoor dekking worden gevonden in de middelen voor 'Gezond in de stad' en uit de (incidentele) middelen die naar verwachting nog beschikbaar zijn uit 2021. Omdat de wens er is om het JOGG als preventief beleid voort te zetten, zal worden onderzocht of het (incl. de financiering) vanaf 2023 ondergebracht kan worden bij het lokaal preventief jeugdbeleid, waar momenteel nog aan wordt gewerkt. 13

Fractie:

CDA

Vraag heeft betrekking op: p. 32/p.152

Vraag:

Flankerende maatregelen VMI/Zuuk a. Wat zijn deze en wat kosten deze? b. Bij de toelichting op p.152 lijkt er een verkeerde tekst te staan…? Antwoord:

Zie toelichting aan het begin van deze memo “Correctie toelichting ‘Flankerende maatregelen VMI/Zuuk’ (pagina 152)”

14

Fractie:

CDA

Vraag heeft betrekking op: p. 39; bodemregelgeving

Vraag:

Op p. 39 staat een p.m. post 2022 e.v. bodemregelgeving. a. Waarom p.m. en geen bedrag? b. Om welk bedrag gaat het ongeveer? Antwoord:

De uitvoering van de bodemregelgeving wordt verplicht overgedragen van de provincie naar de gemeente op het moment dat de Omgevingswet van kracht wordt. Er is nog onduidelijkheid over een bijdrage vanuit het rijk. Vanwege die onduidelijkheid kan er geen goede inschatting worden gemaakt van het bedrag dat daarmee gemoeid is en is een p.m. post opgenomen. Met woorden van vergelijkbare strekking is dit toegelicht op bladzijde 148 van de programmabegroting.

15

Fractie:

CDA

Vraag heeft betrekking op: 42/p.146 Bomenbeleidsplan:

Vraag:

Bomenbeleidsplan: er staat een p.m. post 2022 e.v.,

a. Waarom p.m. en geen bedrag? b. Om welk bedrag gaat het ongeveer? Antwoord: Na de besluitvorming over het bomenbeleidsplan vindt de uitwerking plaats. Daaruit zal blijken welk bedrag nodig is voor de uitvoering en of er aanvullend op bestaande budgetten extra budget nodig is.

6

16

Fractie:

CDA

Vraag heeft betrekking op: P.46. stimuleringsleningen

“toekomstbestendig en duurzaam wonen” Vraag:

Er staat voor de stimuleringsleningen “toekomstbestendig en duurzaam wonen” een jaarlijks oplopend bedrag met stappen van 8 k€ genoemd a. Wat is het bedrag dat hiermee aan de “pot” wordt toegevoegd en die ter beschikking komt voor leningen? b. Het gaat om een revolverend fonds. Op een gegeven moment is er geen toevoeging meer nodig lijkt ons, of zijn er blijvende kosten? Antwoord:

a. Het gemeentelijk budget dat beschikbaar komt voor leningen wordt ten opzichte van 2021 met (cumulatief) de volgende bedragen verhoogd: 2022: € 500.000 2023: € 1.500.000 2024: € 2.500.000 2025: € 3.000.000 Het voorstel is gebaseerd op een nieuwe situatie die in voorbereiding is. Hierbij blijft de ‘Stimuleringslening overige doelgroepen’ in stand. De Stimuleringslening woningen gaat over in de ‘Toekomstbestendig Wonen Lening’. Deze lening kent een breder doel dan duurzaamheid. Daarin zit alles om de woningen toekomstbestendig te maken; namelijk duurzaamheid, klimaatadaptatie, langer thuiswonen, asbestsanering en funderingsherstel . Deze lening wordt voor 50% aangevuld door de provincie Gelderland. Het totale beschikbare bedrag dat aan het revolverend fonds wordt toegevoegd is daarmee groter dan €3.000.000. Uitgaande van een gelijke verdeling tussen de Stimuleringslening overige doelgroepen en de Toekomstbestendig Wonen lening zou een bedrag van € 4.500.000 beschikbaar komen tot 2026. Dit bovenop het revolverende bedrag dat nu vrijkomt uit reeds uitstaande leningen (maximaal 10% van €3.000.000) b. Er zijn blijvende (rente)kosten zolang het fonds revolverend wordt ingezet. Het betreft inderdaad een revolverend fonds, waarbij elk jaar middelen vrijvallen om weer opnieuw in te zetten. Dit betreft jaarlijks ca. 10% van de ingezette middelen.

De opgave voor toekomstbestendig en duurzaam wonen is echter ook immens. Zowel voor de transitie naar duurzame energie als naar duurzame warmte staan we aan het begin. De vraag of toevoeging aan het fonds nog benodigd is de komende jaren kan daarmee bevestigend worden beantwoord. 17

Fractie:

CDA

Vraag heeft betrekking op: P.113 Lokale heffingen

Vraag:

Lokale heffingen “opbrengst algemeen” ca 700k€ negatief.

a. Vanwaar dit hoge, jaarlijks terugkerende negatieve bedrag? b. Is dit bedrag middels beleid beïnvloedbaar? Antwoord:

De negatieve ‘opbrengst’ van € 699.000 valt uiteen in twee delen. Enerzijds betreft dat de woonlastenverlichting voor een bedrag van € 751.000. Dat is een korting op de belasting en is daarom als negatieve opbrengst opgenomen. Anderzijds betreft het voor een bedrag van € 52.000 opbrengsten uit aanmaningen en dwangbevelen voor belastingaanslagen. 2022 is het laatste jaar waarin de woonlastenverlichting wordt toegekend. Vanaf 2023 zal er weer een positief bedrag bij ‘opbrengst algemeen’ te verwachten zijn. De wijziging heeft abusievelijk aan de kostenkant plaatsgevonden, te zien in de regel ‘kosten’ die in 2023 e.v. negatief is. Per saldo wijzigt de netto opbrengst niet. De tabel zou als volgt moeten luiden: Onderwerp Onroerendezaakbelasting Hondenbelasting Precariobelasting Forensenbelasting

Realisatie 2020 5.806 73 2.054 366

Begroting 2021 6.047 68 2.086 342

Begroting 2022 6.252 99 348

Begroting 2023 6.484 99 348

Begroting 2024 6.613 99 348

Begroting 2025 6.758 99 348

7

Toeristenbelasting Opbrengst algemeen Totaal bruto opbrengst Kosten Totaal netto opbrengst 18

Fractie:

CDA

628 -701 8.226 505 7.721

749 -699 8.593 460 8.133

794 -699 6.794 485 6.310

794 52 7.777 437 7.340

794 52 7.906 432 7.474

794 52 8.051 437 7.614

Vraag heeft betrekking op: P.116 vrijval eenmalige middelen

Vraag:

Er is een vrijval (onderbesteding) van 973k€ op de post participatie. a. Wat is de oorzaak van deze onderbesteding? b. Is dit structureel? Antwoord: a. De vrijval die hier benoemd wordt is een eenmalige vrijval uit de reserve Participatie. Bij het opstellen van de begroting wordt bekeken hoe groot het financiële risico is dat afgedekt moet worden binnen de reserve. Eén van de financieel grootste risico’s welke afgedekt wordt binnen deze reserve is de extra bijdrage in het tekort van Lucrato. In de begroting 2022 en verder van Lucrato wordt uitgegaan van een lager tekort waardoor een lager tekort opgevangen hoeft te worden. Daarnaast is een storting van het positieve resultaat over 2020 gedaan in de reserve welke nu vrij kan vallen. b. Nee, dit betreft een eenmalige vrijval. 19

Fractie:

CDA

Vraag heeft betrekking op: P.132; uitbesteding ict

Vraag:

Door de uitbesteding van ICT gaat de exploitatiekosten met ca 200 k€ omhoog

a. Vanwaar deze kostenstijging? b. Wat zijn de voordelen (opbrengsten) van de uitbesteding? Antwoord:

a) De uitbesteding van ICT is budgettair neutraal geraamd. Er is geen sprake van een kostenstijging maar van een kostenverschuiving. De investeringen in het kader van de ICT werden in het verleden bekostigd uit de reserve ICT. Nu een deel van de investeringen onderdeel is van de uitbesteding, is de storting in de reserve ICT, op het programma ‘Mutaties in de reserves’ verlaagd met € 205.000 (zie pagina 135 van de programmabegroting ) en zijn de exploitatiekosten op het programma Overhead (pagina 132) verhoogd met € 2 ton. b) De voornaamste opbrengsten van de uitbesteding zijn een nieuwe, moderne en veilige digitale werkplek en de uitbesteding van het beheer van onze ICT omgeving. Het uitgangspunt van de outsourcing is de kwetsbaarheid van de gemeente Epe op het gebied van de ICT-infrastructuur te verminderen en de kwaliteit en continuïteit te kunnen waarborgen. Voor de gemeente Epe zijn het reduceren van de kwetsbaarheid en het zorgdragen voor de continuïteit van de ICT-infrastructuur en ICT-beheerorganisatie actuele thema’s die onder meer in het onderzoeksrapport van de rekenkamercommissie 2020 worden benoemd. Naast het bijhouden van technologische ontwikkelingen en het hier op aanpassen van de ICT-infrastructuur wordt het steeds lastiger om voldoende capaciteit en actuele kennis te krijgen en te behouden voor het beheer van de ICTinfrastructuur. 20

Fractie:

CDA

Vraag heeft betrekking op: P.191 Nieuwe website

Vraag:

Nieuwe website

a. Wat biedt deze nieuwe website aan onze inwoners extra voor dat bedrag van 161 k€? b. De jaarlijkse kosten gaan met 25 k€/jaar omhoog vanwege “extra mogelijkheden”. Welke zijn deze?

8

Antwoord:

a. Ons huidige websitesysteem wordt door de leverancier niet meer ondersteund. Daarnaast moeten we vanuit rechtmatigheid opnieuw aanbesteden. Er is een vervangingsinvestering nodig om het huidige systeem te vervangen. De implementatie van een nieuwe website kost veel tijd van medewerkers. Binnen het project plegen we een inhaalslag op de inhoud en de toegankelijkheid van de website. We investeren daarnaast in meer kennis van digitale dienstverlening. Dit levert onze inwoners een site op die blijft aansluiten op hun vragen en waarmee ze beter en sneller geholpen worden. b. Het huidige budget was voldoende voor minimaal onderhoud. Het nieuwe budget maakt het mogelijk om te kunnen blijven ontwikkelen in een snel veranderende digitale wereld. Dit levert onze inwoners een site op die blijft aansluiten op hun vragen en waarmee ze beter en sneller geholpen worden.

21

Fractie:

CDA

Vraag heeft betrekking op: blz. 23 speelvoorzieningen

Vraag:

De speelvoorzieningen voor kinderen tot 12 jaar wordt gewaardeerd met 47%, dit blijft ver achter bij de gewenste waardering. a. Wat is daarvan de oorzaak b. Wat wordt eraan gedaan om dit resultaat te verbeteren. Antwoord:

De gemeente Epe heeft momenteel geen actueel speelruimtebeleid, waarmee ingespeeld kan worden op nieuwe ontwikkelingen. Al enkele jaren is er beperkt ruimte voor nieuw beleid. Bestaande speelvoorzieningen worden onderhouden. Er is geen budget geraamd voor speelruimtebeleid, enkel onderhoudsbudget. Speelvoorzieningen kunnen daarom niet aangepast worden op veranderingen in de samenstelling van de wijk. Er is wel een regeling waarmee inwoners een nieuw toestel kunnen laten plaatsen. Ze dienen dan zelf een plan van aanpak in, ook voor het onderhoud van het toestel. Hierbij neemt een inwoner initiatief voor de aanvraag, uitvoering en het onderhoud. 22

Fractie:

CDA

Vraag heeft betrekking op: blz. 30 aanpak leefbaarheid

Vraag:

de gemeente betrekt de buurt bij de aanpak leefbaarheid. De streefwaarde is boven de 56% werkelijk is die maximaal 20% . a. Hoe wordt erop ingezet om dit te verbeteren? Antwoord:

Het recente onderzoek naar het functioneren van onze lokale democratie laat zien dat de gemeente nog stappen te maken heeft om inwoners meer te betrekken bij ontwikkelingen in hun leefomgeving. Met het maken van deze stappen zijn we inmiddels gestart. Tegelijkertijd echter, doen we samen met inwoners ook al veel op het gebied van leefbaarheid. Zo subsidiëren we verenigingen (waaronder buurt- en speeltuinverenigingen), kunnen inwoners middels subsidie zelf een bijdrage leveren aan de leefbaarheid van hun buurt (goed voor elkaar regeling), subsidiëren we Koppel/Swoe (waaronder gebiedsregisseurs, buurtsportcoaches, vrijwilligerswerk, buurtactiviteiten), zijn er (door ons gesubsidieerde) buurtpunten waar inwoners terecht kunnen voor activiteiten, hebben we boa’s in dienst die samen met de buurt (en evt. politie) lokale overlast tegengaan, betrekken we inwoners bij het ontwikkelen van beleid (bijvoorbeeld onze omgevingsvisie en de toekomstvisie duurzame maatschappelijke accommodaties). Veel van wat we doen is echter niet of minder zichtbaar voor inwoners, zoals bijvoorbeeld het subsidiëren van de gebiedsregisseurs en buurtsportcoaches. Uiteindelijk zullen zij een belangrijke schakel vormen om mensen op het goede spoor te zetten naar het omgevingsloket en daarmee naar de gemeente. De Omgevingswet en de omgevingsvisie: samenhangende aanpak van de leefomgeving.

De nieuwe omgevingswet zorgt voor een samenhangende aanpak van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Daarnaast wordt participatie bevorderd. Bijvoorbeeld door burgers en ondernemers zo goed mogelijk te betrekken bij de ontwikkeling van de leefomgeving. Initiatiefnemers wordt gevraagd om

9

betrokkenen mee te nemen in het maken van plannen. Dus voordat een vergunning wordt aangevraagd bij ons. Met de omgevingsvisie en bijbehorend programma focussen we ons verder in eerste instantie op de ruimtelijke initiatieven vanuit de samenleving. De richting die we daarin voor ogen hebben is dat we eenvoudig en laagdrempelig bereikbaar zijn (goede info op de website, helder waar je moet ‘aankloppen’), klantgericht en integraal werken (zoals een persoonlijke aanpak, vanaf het moment dat een initiatief wordt opgepakt één aanspreekpunt voor de klant die in een vroegtijdig stadium de juiste personen binnen de gemeente aanhaakt) en zorgen voor een passende begeleiding van participatie door de initiatiefnemer. In tweede instantie (dat is de wens en ambitie) is om - niet meteen, maar in een volgende fase - álles wat de ruimte binnen de gemeente betreft, dus bijvoorbeeld ook zaken die een groep inwoners bedenkt voor de openbare ruimte om hen heen, ook via datzelfde proces te laten lopen. Daar ligt dan ook meteen de link met gebiedsgericht werken: de gebiedsregisseurs zouden als menselijke ‘wegwijzers’ kunnen fungeren om initiatieven op de juiste manier binnen te laten komen. 23

Fractie:

CDA

Vraag heeft betrekking op: blz. 37; toelichting ‘wat gaan we daar voor doen’.

Vraag:

blz. 37 in de toelichting op nr.1 mis het lokale CDA projecten als Boekhandel Bosch, de Hoge Weerd, een appartementencomplex bij de locatie Klaarbeek? a. Waarom worden die niet genoemd? Antwoord:

Het betreft geen limitatieve opsomming. Het klopt dat meer plannen in ontwikkeling zijn. Ook degene die nu genoemd worden, waarbij de locatie Hoge Weerd als bestemminsplan ter besluitvorming voorligt. De overige twee bevinden zich nog in de ontwerpfase 24

Fractie:

PvdA

Vraag heeft betrekking op: blz. 13 Omgevingswet/ omgevingsvisie/ omgevingsplan.

Vraag: Is het mogelijk in grote lijnen aan te geven waarop de verwachting“ …en zullen de legesopbrengsten dalen” is gebaseerd. Verwacht mag worden dat er meer wordt gebouwd door de huidige tekorten op de woningmarkt? Antwoord: Naar verwachting leiden de komst van de Omgevingswet en de invoering van de Wet Kwaliteitsborging tot een daling van de legesinkomsten. Deze verwachting leeft bij zowel VNG als bij collega gemeenten. Daarom is dat al eerder in de meerjarenbegroting ook zo opgenomen. Bij de nadere invulling van de ruimte die de Omgevingswet biedt moet duidelijk worden of en hoeveel initiatieven vergunningsvrij worden, zodat hier geen leges meer voor kunnen worden geheven. Hierover worden besluiten genomen in 2022. 25

Fractie:

PvdA

Vraag heeft betrekking op: blz. 18

Vraag:

Graag uitleg over waarom recente cijfers (over 2020) van verplichte indicatoren ontbreken. Bij opgroeien in Epe ontbreken 6 van de 9 indicatoren. Antwoord:

De verplichte indicatoren worden (verplicht) afgenomen uit een centrale registratie waar deze gegevens voor ons worden verzameld. Bij het opstellen van de begroting worden de uitkomsten van de verplichte indicatoren daaruit overgenomen.

10

26

Fractie:

PvdA

Vraag heeft betrekking op: blz 20: aantal deelnemers stimuleringsregeling 2020

Vraag: Aangegeven is dat er in 2019 1696 deelnemers waren, in 2020 1114 deelnemers Streefwaarde 2022 is 3600 deelnemers. Een behoorlijke vermindering, is deze vermindering doorgezet in 2021? Is hiervoor een reden/verklaring te geven? Antwoord: Deze vermindering zet zich ook door in 2021. Tot en met september 2021 zijn er 345 aanvragen gehonoreerd. Hierbij gaat het om in totaal 486 deelnemers. Reden daling: Coronapandemie. 27

Fractie:

PvdA

Vraag heeft betrekking op: blz. 30 leefbaar en veilig

Vraag:

Bij “ het aantal in 2020 gehouden oefeningen is bij Team bevolkingszorg een behoorlijke stijging te zien. Is hier een verklaring voor te geven? Antwoord:

In 2020 is er vanwege de corona minder getraind en geoefend. De trainingen die wel doorgang hebben kunnen vinden zijn meegenomen in de tabel. Hoe kan het dan dat het aantal trainingen hoger zijn dan in 2019? Binnen de crisisbeheersing zijn we steeds meer regionaal gaan werken, waardoor het tellen van trainingen van onze lokale crisismedewerkers geen goede weerspiegeling meer is. Immers zijn we zo ingericht dat bij een grotere crisis veel medewerkers van andere gemeenten hier komen helpen. Illustrerend hiervoor is dat bij de brand in de Eperflat er een Officier van dienst bevolkingszorg uit de gemeente Voorst en een medewerker opvang uit de gemeente Apeldoorn kwamen helpen. Voor 2020 zijn we dan ook uitgegaan van alle (team en sectie) bevolkingszorg trainingen. Daarom is er een trendbreuk ontstaan. Een stabiel cijfer voor (sectie en team) bevolkingszorg is te vinden in de jaarstukken van de VNOG. 28

Fractie:

PvdA

Vraag heeft betrekking op: blz. 35-36 indicatoren ruimte en

wonen. Vraag:

Zijn er geen cijfers beschikbaar over 2020 bij aantal nieuwbouwwoningen naar sectoren 5.2.2.? Bij 5,2,3 en 5.2.4 zijn wel specifieke aantallen vermeld over 2020. Antwoord:

De cijfers over 2020 zijn als volgt: Koopsector: 19 Sociale huursector: 8 Particuliere huursector: 23 29

Fractie:

PvdA

Vraag heeft betrekking op: blz 39 specificatie nieuw beleid.

Vraag:

Is het mogelijk om in het kort uitleg te geven over het budget Transitie Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging? Bij 2020 staat een behoorlijk hoog bedrag ingevuld, voor de jaren daarop geen bedrag. Bij 2 de structurele effecten zijn wel alle begrotingsjaren voorzien van een bedrag. Antwoord:

We nemen aan dat u doelt op 2022, waar een bedrag staat van € 400.000. De toelichting van dit bedrag staat op bladzijde 148. In de begroting 2021 is structureel € 50.000 extra budget opgenomen voor het opstellen van omgevingsplannen. Verder is in die begroting voor de jaren 2021 tot en met 2024 eenmalig € 200.000 opgenomen. Omgerekend is dat € 50.000 per jaar aan incidentele middelen in die jaren. Het betreft hier de implementatie van de Omgevingswet. Daarom gaat het om incidentele (eenmalige) middelen. De structureel (nadelige) effecten zijn op dit moment ingeschat op € 137.000 per jaar (zie blz. 148). In 2022 is de helft daarvan opgenomen, omdat de Omgevingswet en de Wkb naar verwachting per 1 juli 2022 in werking treden en het effect dus ziet op een half jaar in 2022. Tot en met 2025 kunnen die nadelige effecten opgevangen worden met een onttrekking aan de reserve bouwleges.

11

30

Fractie:

PvdA

Vraag heeft betrekking op: blz. 43 Duurzaamheid.

Vraag:

Als relevante nota’s worden genoemd de duurzaamheidsnota 2010-2014 en Duurzaamheidsprofieln2013. Worden deze documenten nog geactualiseerd? Er is veel nieuw beleid inmiddels. Graag een toelichting Antwoord:

Het duurzaamheidsprofiel 2013 en de duurzaamheidsnota 2010-2014 zijn als input gebruikt voor de Transitievisie Energie en -Warmte waar in 2020 en 2021 aan is gewerkt. Naar verwachting worden deze visies in december van dit jaar vastgesteld. De Transitievisie Energie en -Warmte zijn na vaststelling de actuele beleidsdocumenten/visies voor de gemeente Epe op het gebied van duurzaamheid. 31

Fractie:

PvdA

Vraag heeft betrekking op: blz. 43 en 44 indicatoren

duurzaamheid. Vraag:

Het % hernieuwde elektriciteit over 2020 is niet vermeld. De duurzaam opgewekte electra in terrajoule per bron wel. Graag een toelichting over hoe deze cijfers tot stand komen. Antwoord:

Ten aanzien van de rapportage van de uitkomsten van de indicatoren bij de strategische doelen in de begroting en jaarstukken is bij de selectie destijds afgesproken dat elk jaar bij de jaarstukken een separaat rapport wordt gepubliceerd met de dan bekende uitkomsten met daarbij zoveel mogelijk een trend en duiding van de uitkomsten. Dat rapport is in juni 2021 verschenen met de jaarstukken 2020. In lijn met de afspraken worden in de begroting de uitkomsten gepresenteerd die in dat rapport stonden zonder de analyse. 32

Fractie:

PvdA

Vraag heeft betrekking op: blz. 53 specificatie nieuw beleid

Bedrijvigheid. Vraag:

Er worden 2 soorten stimulering recreatie en toerisme benoemd bij lasten. 100% wild en 200% gewild. Is het mogelijk aan te geven wat hiermee precies bedoeld wordt en wat men hiermee wil bereiken? Antwoord: Stichting Promotie Gemeente Epe (SPGE) heeft in 2017 het toeristisch profiel, 100% Wild, ontwikkeld. De SPGE zet zich in voor de promotie van de gemeente Epe op toeristisch gebied. Hiervoor is jaarlijks een structurele ondersteuning vanuit de gemeente nodig. De SPGE is gevraagd om met een meerjarenplan (werktitel: 200% GeWild) te komen, om een toekomstvisie te geven. Dit meerjarenplan richt zich naast de promotie ook op de marketing van de gemeente Epe. De SPGE wil professionaliseren en gaat zich richten op productontwikkeling. Hiervoor is eenmalig budget nodig om deze professionaliseringsslag te kunnen maken, om de gemeente Epe nog beter op de toeristische kaart te kunnen zetten. 33

Fractie:

PvdA

Vraag heeft betrekking op: blz 55 indicator 10.2.1 en 10.2.2

Vraag:

is er een verklaring voor de toename van meldingen en de afname van het aantal adviesgesprekken over afgeronde trajecten schuldhulpverlening? Antwoord: Het aantal meldingen schuldenhulpverlening is in 2020 ten opzichte van 2019 met ruim 11% gestegen. Het aantal meldingen dat door middel van een budgetadviesgesprek is afgerond is 42. Voorgaande jaren zijn het aantal inwoners dat niet is verschenen en het aantal meldingen dat is ingetrokken per abuis ook in deze cijfers meegenomen. Dit verklaart de zogenaamde daling in 2020. Feitelijk is er een lichte stijging, namelijk van 37 afgeronde budgetadviesgesprekken in 2019 naar 42 afgeronde budgetadviesgesprekken 2020.

12

34

Fractie:

PvdA

Vraag heeft betrekking op: blz 59 indicator 11.3.1.

Vraag:

Op blz 59 is vermeld het % activiteiten dat gerealiseerd is op de planningslijsten. Er is een neergaande tendens zichtbaar. Zijn er oorzaken te benoemen? Graag een korte toelichting. Antwoord:

In de jaarrekeningen is de verantwoording voor deze percentages opgenomen. Voor 2019 is de verklaring van de realisatie met name te verklaren door externe factoren, zoals het later beschikbaar zijn van benodigde gegevens, inbreng en overleg met betrokkenen. Een aantal activiteiten zijn qua uitvoering vertraagd of verschoven als gevolg van een koppeling aan andere activiteiten, prioritering in werkzaamheden. Voor 2020 had de coronacrisis impact op de mate van realisering. Er was veel inzet nodig op corona-gerelateerde activiteiten met als gevolg prioritering in werkzaamheden. Daarnaast liepen participatietrajecten vertraging of konden onvoldoende uitgevoerd worden. 35

Fractie:

GL

Vraag heeft betrekking op: blz. 139, onderzoek

toekomstbestendigheid accommodaties Vraag:

Wat is de stand van zaken m.b.t. het onderzoek over de toekomstbestendigheid van de accommodaties? Antwoord:

Op dit moment wordt er gewerkt aan het opstellen van een toekomstvisie duurzame accommodaties. Deze actie is opgenomen in programma 2 van de begroting. Het onderzoek waarop gedoeld wordt in de tekst op bladzijde 139 van de begroting bij het onderwerp “Groot onderhoud accommodaties” vindt plaats binnen dat traject van visievorming naar uitwerking. Het gaat om een groot aantal accommodaties.

36

Fractie:

GB

Vraag heeft betrekking op: Paragrafen

Vraag:

De paragraaf Demografische Ontwikkeling mist in deze begroting. Klopt het dat die paragraaf mist en zo ja, waarom is die paragraaf in deze begroting achterwege gebleven? Antwoord: De paragrafen in de programmabegroting (en -rekening) zijn samengesteld uit een aantal volgens de regelgeving verplichte paragrafen en niet verplichte paragrafen. De paragraaf Demografische Ontwikkeling is een niet verplichte paragraaf en in de programmabegroting 2013 is de paragraaf voor het eerst opgenomen. De reden om destijds die paragraaf op te nemen was omdat de Provincie een advies hierover gaf vanwege de voorspelde vergrijzing en krimp van de bevolking en de gevolgen die dat heeft op het beleid van de gemeente. Nu we 8 jaar verder zijn constateren we dat de demografische ontwikkeling een vaste plaats gekregen heeft in de gemeentelijke beleidsdocumenten op de diverse beleidsterreinen. Daarmee is er geen toegevoegde waarde in de programmabegroting meer en is de paragraaf in de programmabegroting 2022-2015 en verder vervallen. 37

Fractie:

SGP-CU

Vraag heeft betrekking op: Inzet eenmalige middelen (pag. 116)

Vraag:

Kan inzicht worden gegeven in de manier waarop de beschikbare eenmalige middelen van € 3,6 mln. (pag. 116) zijn ingezet binnen de begroting? Antwoord: In onderstaande tabel is in een overzicht weergegeven welke uitgavenposten in de begroting worden gedekt door de inzet van deze middelen.

Juridische ondersteuning Aanvullen begrotingstekort 2023-2024 Aanpassingen aanbouw gemeentehuis (Tribuut) Opstellen plan verduurzaming vastgoed Integraal huisvestingsplan onderwijsvoorziening (IHP)

2022 € 80.000

2023 € 80.000 € 44.000

2024

2025

€ 245.000

€ 250.000 € 11.000 € 500.000

13

Toevoeging reserve renovatie sportvelden Aanv. storting in reserve organisatie ontwikkeling 2022 Opstellen uitvoeringsplan toekomstvisie accommodaties Transitie en uitstel Omgevingswet Uitwerking programma ‘Sterke dienstverlening’ Extra capaciteit afdeling Ruimte Digitalisering en informatievoorziening Bestuursadviseur communicatie Stimulering recreatie en toerisme Vitale vakantieparken beleidscapaciteit Uitwerken mobiliteitsplan (verkeer en vervoer) Kwartiermaker Omgevingswet en Klimaatbeleid Uitvoering van de klimaat- en energieambities Inwonersparticipatie en actieve communicatie

€ 2.478.500

Totaal 38

Fractie:

€ 300.000 € 40.000 € 50.000 € 400.000 € 250.000 € 180.000 € 175.000 € 60.000 € 335.000 € 37.500 € 100.000 € 90.000 € 100.000 € 20.000

Nieuwe Lijn

€ 180.000

€

€

37.500

€ 341.500

€

37.500

€

282.500

€ 537.500

Vraag heeft betrekking op: Actief in Epe pagina 24 punt 5 en 6 Stimuleringsregeling Jeugd

Vraag: Hoeveel kinderen hebben gebruikt gemaakt van de regeling van a. september 2018/aug 2019 en van september 2019/augustus 2020 en van september 2020 tot augustus 2021? Graag de aantallen per sport seizoen (sept/augustus) Antwoord: SEPT 2018 – AUG 2019: 0 (de regeling loopt vanaf september 2019) SEPT 2019 – AUG 2020: 1960 SEPT 2020 – AUG 2021: 1145 39

Fractie:

Nieuwe Lijn

Vraag heeft betrekking op: Opgroeien in Epe pagina 20 en 21.

Vraag: Ihkv de onderwijshuisvesting is er een koersdocument duurzame kind voorzieningen opgesteld. Dit gaat verder dan de wettelijke taak van onderwijshuisvesting. Wanneer gaat de raad dit kaderdocument vaststellen voordat er allerlei zaken al uitgewerkt worden. Ook wederom de vraag om een overzicht van investeringen die te verwachten zijn? Antwoord: Het eerder vastgestelde Actiekader Onderwijs is verder uitgewerkt naar een koersdocument duurzame kindvoorzieningen. Dat koersdocument is door vertegenwoordigers uit het onderwijs en samenwerkingspartners vastgesteld. De partijen hebben daarin aangegeven hoe ze de onderwijshuisvesting naar de toekomst zien. Aan deze plannen zitten financiële consequenties. Om dat concreet te maken wordt gewerkt aan een Integraal huisvestingsplan onderwijsvoorzieningen (IHP) waarin de benodigde investeringen komen. Besluitvorming over het IHP is voorzien in 2022. 40

Fractie:

Nieuwe Lijn

Vraag heeft betrekking op: algemeen

Vraag: in 2017 is er besloten om middelen voor 4 jaar in een reserve te stoppen. Sport/Economische visie en R&T. Na 4 jaar zou er geëvalueerd worden hoe en met welke middelen door te gaan. In de voorliggende begroting zijn niet voor alle 3 de thema’s extra middelen opgenomen. Hoe zit dat? Antwoord: Voor de drie benoemde onderwerpen zijn destijds middelen beschikbaar gesteld om in een periode van vier jaar in te zetten voor uitvoering van het beleid. Voor de onderdelen economie en recreatie/toerisme zijn inmiddels middelen beschikbaar gesteld. Bij economie zijn voor de uitwerking van de economische visie gelden beschikbaar gesteld uit het corona-budget die voor dat onderwerp bestemd zijn. In de voorliggende begroting zijn gelden opgenomen voor recreatie/toerisme. Betreffende sport zijn de bestaande budgetten beschikbaar. Door beperkte structurele middelen zijn er prioriteiten gesteld in de toekenning.

37.500

14

41

Fractie:

Nieuwe Lijn

Vraag heeft betrekking op: Algemeen

Vraag: Gezien de gezonde financiële situatie van de gemeente is het de vraag of het nog wel te rechtvaardigen is dat er voor 2022 nog een extra OZB verhoging komt van 1,5%? Destijds was het perspectief zeer ongunstig. Indien ja waar wordt deze extra opbrengt dan voor ingezet, welke beleidsintensivering? Antwoord: Enkele jaren geleden (begroting 2020) is de keuze gemaakt om de OZB drie jaar lang extra te verhogen met 1,5%. Dit was onderdeel van een aantal maatregelen en gaf structureel financiële ruimte binnen de begroting. Deze ruimte is destijds al ingezet binnen de integrale afweging van de nieuwe uitgaven in de begroting, waarmee het mogelijk werd om de gewenste inzet te verhogen om de doelen uit het collegeprogramma te behalen, waaronder investeren in de samenleving, in maatschappelijke opgaven en handhaven van het huidige voorzieningenniveau. 42

Fractie:

Nieuwe Lijn

Vraag heeft betrekking op: Algemeen financieel

Vraag: De herijking van het gemeentefonds laat een significant mindere korting zien dan vorig jaar was verwacht. 2,4 miljoen (75 euro per inw) zou moeten worden opgevangen en daarvan 1,2 als taakstelling in 2024. Deze 1,2 miljoen is geschrapt en de resterende, reeds verrekende 1,2 miljoen komt vrij te vallen. Er wordt nu rekening gehouden met 10 euro per inwoner en daarvoor is een buffer gevormd van 350.000. de concrete vraag is nu waar is de 850.000 structurele ruimte gebleven, in de inleiding wordt gesproken dat er 400.000 structureel in te zetten is.(dan missen we nog 450.000 structureel)? Antwoord: Het bedrag (nadeel van rond € 450.000 structureel) wordt hoofdzakelijk verklaard door het negatieve effect op de reguliere onderdelen (accres, maatstaven) in de algemene uitkering (meicirculaire 2021 ten opzichte van meicirculaire 2020). Deze negatieve ontwikkeling werd al aangekondigd bij de perspectiefnota. 43

Fractie:

Nieuwe Lijn

Vraag heeft betrekking op: Toeristisch overstappunt Vaassen pagina 37

Vraag: Er zijn hiervoor in de begroting geen kosten opgenomen voor het realiseren van de TOP en het nieuwe evenemententerrein. Worden deze kosten volledig uit het coronafonds bekostigd? En wanneer kunnen we hier besluitvorming over verwachten? Antwoord: De kosten worden deels uit het coronafonds bekostigd. Het resterende deel is subsidiabel op grond van het Veluwe op 1 programma. Er ligt een afspraak voor een bedrag van ruim 1 miljoen euro. Ook draagt het GLK bij. Besluitvorming vindt – als de plannen haalbaar zijn (o.a. participatie/ onderzoeken) - plaats via een herziening van het bestemmingsplan en is voorzien medio 2022. 44

Fractie:

Nieuwe Lijn

Vraag heeft betrekking op: Epe op orde pagina 41 F50

Vraag: Wanneer worden er middelen gereserveerd voor de realisatie van de F50? Het lijkt er op dat er steeds maar weer uitgesteld wordt, in 2017 hebben we al middelen ter grootte van 1,5 miljoen beschikbaar gesteld voor de voorbereiding. Nu bijna 5 jaar later mag er toch wel meer voortgang te zien zijn. Hoe is nu de planning? Antwoord: Het voorontwerp van de veilige en vlotte fietsroute Apeldoorn – Epe is afgelopen zomer afgerond. De informatieavonden worden nu gehouden. Op basis van alle informatie vindt de besluitvorming plaats. Uiteindelijk neemt de gemeenteraad in januari het besluit of het projectteam door mag gaan met het ontwerp en welke variant uitgewerkt gaat worden. Vervolgens start het projectteam F50 met een proces van value engineering van de gekozen variant. Op basis hiervan worden het ontwerp en de kostenraming aangepast. Met de nieuwe inzichten wordt de kostenverdeling gemaakt tussen de partners van de vlot en veilige fietsroute (gemeente Apeldoorn, gemeente Epe, Cleantech regio, provincie Gelderland en het rijk). Hierna wordt de begroting voor de gemeente Epe opgesteld. Als blijkt dat de tot nu toe in de meerjarenbegroting opgenomen middelen voor de bijdrage van Epe niet toereikend zijn, zal aanvullende financiering betrokken worden bij de integrale afweging bij het opstellen van de begroting 2023-2026.

De volgende stappen zijn daarna het opstellen van een definitief ontwerp, mogelijke aanpassing bestemmingsplan, realisatiebesluit, opstellen contract en realisatie.

15

45

Fractie:

Nieuwe Lijn

Vraag heeft betrekking op: Handhaving pagina 48

Vraag: de afgelopen begrotingen hebben we telkenmale extra middelen beschikbaar gesteld tbv Vitale Vakantieparken, graag zou de fractie van Nieuwe Lijn een overzicht willen ontvangen van de activiteiten die zijn ondernomen de afgelopen jaren irt de investeringen en een overzicht van de activiteiten die komend jaar voor deze bedragen (110k en 34structureel) zullen plaatsvinden. Is de sector al vitaler en is er voor ieder park een plan? Antwoord: De gevraagde middelen betreffen personeelskosten. Voorgaande jaren is extra inzet geleverd op de uitvoering van het Programma Vitale Vakantieparken. Voor deze toegekende budgetten zijn extra toezichthouders aangesteld voor de vakantieparken én is een coördinator vitale vakantieparken aangesteld. De taak van de toezichthouders is om het goede gesprek aan te gaan met de contactpersonen op vakantieparken. Zo wordt toegezien op recreatief gebruik van vakantieparken en het eerste contact gelegd voor de kwaliteitsverbetering voor de vakantieparken. De coördinator vitale vakantieparken is onder meer gesprekspartner voor de vakantieparken over de ontwikkelingsrichting, zorgt voor afstemming binnen de gemeentelijke organisatie en zorgt voor kennis- en informatiedeling. Basis hiervoor is de regionale samenwerking Vitale Vakantieparken op de Veluwe.

Op een informatieavond in oktober heeft de gemeenteraad hierover een presentatie ontvangen over de ondernomen activiteiten en de focus voor het komende jaar. We kunnen zeggen dat de sector vitaler is. Het aantal toeristische overnachtingen is de afgelopen jaren toegenomen. Het recreatief gebruik van ‘tweede woningen/chalets’ is sterk toegenomen. Met alle vakantieparken zijn gesprekken gevoerd in het kader van de ‘Eén park, één plan’ gedachte. Van de 32 vakantieparken die gemeente Epe rijk is, heeft het merendeel een toeristisch toekomstperspectief. Meer dan de helft van de vakantieparken is concreet bezig met kwaliteitsverbetering en plannen voor de toekomst. Bij circa 10 parken is er vrijwel geen sprake van ontwikkeling, het huidige recreatieve gebruik wordt voortgezet. Eén vakantiepark (minicamping) is gestopt. Met een beperkt aantal vakantieparken, waar op het moment een toeristisch perspectief minder in de lijn ligt, werken we samen met de eigenaar toe naar een plan voor de toekomst. Daarbij zetten we, waar mogelijk, instrumenten van het regionale Programma Vitale Vakantieparken in; het kwaliteitsteam Vitale Vakantieparken Veluwe en de Ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken. Het niet-recreatief gebruik van vakantieparken is zeker sterk afgenomen de afgelopen jaren door de versterkte inzet op toezicht en handhaving en het goede gesprek.

Er is nog een zevental parken waar niet-recreatief gebruik voorkomt. Hier lopen juridische procedures en met de parkeigenaren wordt gesprek gevoerd over de recreatieve ontwikkeling. Arbeidsmigranten zijn niet meer aangetroffen op de parken. 46

Fractie:

Nieuwe Lijn

Vraag heeft betrekking op: Bedrijvigheid pagina 53

Vraag : In 2017 heeft de raad 450.000 euro beschikbaar gesteld voor de implementatie van Gemeente Epe,100% Wildgarantie op de Veluwe. Na 4 jaar zou geëvalueerd worden of de opzet is geslaagd en hoe de sector zelf het vervolg gaat geven inclusief de financiering. Nu zien we wederom 335.000 euro voor 100% Wildgarantie en ook nog eens 100.000 euro voor 200% gewild. Is de evaluatie beschikbaar en welk gedeelte gaat de sector zelf nu financieren? Deze 2 budgetten komen bovenop de structurele budgetten voor R&T in de lopende begroting, lopen we niet uit de pas? Antwoord: Stichting Promotie Gemeente Epe (SPGE) heeft in 2017 het toeristisch profiel, 100% Wild, ontwikkeld. De SPGE zet zich in voor de promotie van de gemeente Epe op toeristisch gebied. Hiervoor is jaarlijks een structurele ondersteuning vanuit de gemeente nodig. Dit is aangevraagd voor de periode 2022-2026. De SPGE is gevraagd om met een meerjarenplan (werktitel: 200% GeWild) te komen, om een toekomstvisie te geven. Uit het plan blijkt dat de inzet op de toeristische promotie de afgelopen jaren succesvol is gebleken en dat het nodig is om nu ook meer op de marketingtechnische aspecten in te zetten, zoals productontwikkeling. Het meerjarenplan 2022-2025 wordt op 28 oktober aangeboden aan de gemeenteraad en op 19 november middels een presentatie toegelicht.

16

De SPGE wil professionaliseren en gaat zich richten op productontwikkeling. Hiervoor is eenmalig budget nodig om de komende jaren deze professionaliseringsslag te kunnen maken, om de gemeente Epe nog beter op de toeristische kaart te kunnen zetten en zo meer inkomsten te genereren om in de toekomst meer zelfredzaam te zijn. 47

Fractie:

Nieuwe Lijn

Vraag heeft betrekking op: Prog. 1 / Opgroeien in Epe blz. 18 Voortijdig verlaten van onderwijs

Vraag: 1) Wat is of zijn de redenen van voortijdig verlaten van onderwijs voor leerlingen van 12-23 jaar? Antwoord: Info hierover is te vinden in de informatienota leerplicht die (eerder) als bijlage toegevoegd is. 48

Fractie:

Nieuwe Lijn

Vraag heeft betrekking op: Prog. 1 / Opgroeien in Epe blz. 18 Voortijdig verlaten van onderwijs

Vraag: 2) Welke maatregelen heeft de gemeente genomen voor de voortijdige schoolverlaters sinds 2017? (Er is namelijk een stijging sinds 2017) Antwoord: Info hierover is te vinden in de informatienota leerplicht die (eerder) als bijlage toegevoegd is. 49

Fractie:

Nieuwe Lijn

Vraag heeft betrekking op: Prog. 2 / Actief in Epe blz. 23 Subsidie afspraken

Vraag: 1) Welke subsidie afspraken zijn gemaakt met vrijwilligers organisaties over de doelstellingen en activiteiten? (Wat houden de afspraken precies in) Antwoord: De gemeente Epe stelt na het vaststellen van de gemeentebegroting jaarlijks een subsidieprogramma op voor het komende jaar, het Subsidieprogramma Sociale Agenda. Momenteel wordt het Subsidieprogramma Sociale Agenda 2022 opgesteld. Dit subsidieprogramma wordt na vaststelling van de gemeentebegroting 2022-2025 door het college vastgesteld. Het subsidieprogramma gaat ook als informatienota naar de raad. In het subsidieprogramma staan de doelstellingen en activiteiten benoemd, waarvoor subsidies worden verleend. Deze doelstellingen en activiteiten zijn direct afgeleid van de geldende Sociale Agenda, dat is het overkoepelende sociale beleid van de gemeente Epe, en de subsidieregelingen, die door de raad zijn vastgesteld, zoals de Verordening subsidies vrijwilligersorganisaties. 50

Fractie:

Nieuwe Lijn

Vraag heeft betrekking op: Prog. 3 / Zorg en Opvang blz. 28 Statushouders

Vraag: 1) Wat houd actueel plan integratie statushouders gebaseerd op de nieuwe wet inburgering 2022 in? Vraag: 2) Welke deel is hiervan gerealiseerd? Antwoord: 1. Per 1 januari 2022 is de Nieuwe Wet Inburgering van kracht. Door intensieve begeleiding over de volle breedte van inburgering wordt betere integratie beoogd: zo snel mogelijk meedoen en betere resultaten. Vanaf het AZC is er een doorlopende lijn naar de gemeente. De inburgeringsperiode gaat van 5 naar 3 jaar, er wordt een brede intake gedaan en op basis van een leerbaarheidstoets wordt een Persoonlijk plan Inburgering en Participatie opgesteld. Dit vraagt om nieuwe werkprocessen gebaseerd op netwerksamenwerking met regie van gemeentelijke inburgeringsregisseur. 2. De werkprocessen zijn gereed en per september 2021 worden de nieuwe processen al in pilots gedraaid zodat er de nodige verfijning kan worden aangebracht. Daarnaast is de regionale aanbesteding met de aanbieders van de leerroutes afgerond en worden de contracten afgesloten. Het huidige plan uit 2016 zal worden geactualiseerd op basis van deze nieuwe werkwijze met betrekking tot de Nieuwe Wet Inburgering.

17

51

Fractie:

Nieuwe Lijn

Vraag heeft betrekking op: Prog. 4 / Leefbaar en veilig blz. 29 Geweldsmisdrijven

Vraag:1) Zijn de geweldsmisdrijven in de stijgende lijn na 2019? 2) Welke maatregelen heeft de gemeente genomen om dit tegen te gaan? 3) Heeft de gemeente een plan van aanpak voor de vernielingen en beschadigingen? Antwoord: Uw vragen betreffen de verplichte indicatoren uit het programma leefbaar en veilig. 1. Het aantal geweldsmisdrijven is tussen 2019 en 2020 met 0,1 per 1000 inwoners gestegen. Dat komt neer op een stijging van 3 a 3,5 geweldsincidenten in een jaar. Het is niet duidelijk welke politiecijfers het CBS gebruikt om te komen tot dit cijfer. De voorlopige geweldscijfers uit 2021 die wij tot onze beschikking heb lijken aan te geven dat de geweldscijfers in 2021 niet verder stijgen. 2. Het tegengaan van geweldsincidenten is een structurele bezigheid, niet alleen vanuit de politie, maar juist ook vanuit preventie (bv onderwijs). Om het cijfer in perspectief te zetten: de cijfers uit 2017 en 2018 waren veel hoger. In 2020 is het landelijke gemiddelde met 4,6 ook vele malen hoger. De stijging van 0,1 incidenten per 1000 inwoners is een minimale negatieve afwijking die niet direct leidt tot aanpassing van beleid. 3. Er is een werkwijze om overlastmeldingen en meldingen openbare ruimte te monitoren, analyseren en dit aan te pakken.

Afhankelijk van de aard en grootte van de problematiek kan dit zelfstandig of integraal met eventueel boa, jongerenwerk en politie opgepakt worden. 52

Fractie:

Nieuwe Lijn

Vraag heeft betrekking op: Epe op orde, de staat van de buurt, pag. 40

Vraag: Volgens onze indicatoren was in 2019 de staat van de buurt als gerealiseerde situatie 75% heel en 62% schoon. De streefwaarde voor 2022 is 68% heel een 60% schoon. Dit lijkt erop dat het college ernaar streeft dat de woonomgeving minder heel en schoon mag zijn dan de afgelopen jaren. We vermoeden dat we eerder onze doelstelling hebben bereikt dan aanvankelijk gedacht. Wat is hiervan de praktische invulling en wat is de daadwerkelijke situatie, ook in relatie tot afvaldumpingen e.d.? Antwoord: Bij het opstellen van de streefwaarden van de indicatoren bij de strategische doelen is gebruik gemaakt van de toen beschikbare uitkomsten van het Burgerrollen onderzoek waarbij voor de waarde gebruik is gemaakt van het gemiddelde van eerder gehouden onderzoeken in gemeenten met een gelijke grootteklasse (25.000-50.000 inwoners). Daarnaast zijn in de bepaling van de waarde de uitkomsten betrokken van het Eper onderzoek Waarstaatjegemeente uit 2017. Dit alles heeft tot de streefwaarden zoals aangegeven geleid. Uit het onderzoek van 2019 (gepubliceerd medio 2020) blijkt nu dat de gemeente op de twee aangehaalde indicatoren hoger scoort dan de streefwaarde. Dat houdt in dat de streefwaarde gehaald is voor 2019. Op dit moment loopt er een nieuw onderzoek in de gemeente. De uitkomsten daarvan worden begin 2022 verwacht. 53

Fractie:

Nieuwe Lijn

Vraag heeft betrekking op: Lokale heffingen, woonlasten, pag. 71

Vraag: De gemiddelde woonlasten stijgen van € 732 naar € 760. Dit wordt mede veroorzaakt door de trendmatige verhoging van de OZB als gevolg van de inflatiecorrectie én de extra verhoging van de OZB met 1,5%. Dankzij de woonlastenverlichting van € 50 blijven in 2022 onder het landelijk gemiddelde. Zonder deze woonlastenverlichting lijken we nu al op of boven het landelijk gemiddelde te komen. Dat is relevant omdat het college voorstelt om én extra te verhogen en aangeeft dat de woonlastenverlichting wordt beëindigd. Klopt het dat deze meerjarenbegroting dan als gevolg dat in 2023 op basis hiervan de lasten voor onze inwoners fors gaan stijgen, wellicht boven het landelijk gemiddelde? Antwoord: Zie ook de beantwoording van vraag 4. De voorgestelde extra verhoging van de OZB vindt plaats op basis van bestaand beleid. In de programmabegroting 2020 is besloten om in de jaren 2020, 2021 en 2022 de OZB met 1,5% extra te verhogen. Met ingang van 2023 vindt die extra verhoging niet meer plaats. In de grafiek op bladzijde 71 is de verwachte stijging inclusief het vervallen van de woonlasten en het vervallen van de extra stijging van de OZB in 2023 verwerkt. Dat is zichtbaar doordat de lijn van Epe sterker stijgt dan de lijn van de landelijke woonlasten. Volgens deze verwachting blijft Epe de komende jaren dus onder het landelijk gemiddelde.

18

54

Fractie:

Nieuwe Lijn

Vraag heeft betrekking op: Weerstandsvermogen, schuldquote en solvabiliteit, pag. 79

Vraag: De afgelopen jaren kende de gemeente Epe een meer dan uitstekende schuldquote (Epe was schuldenvrij) en meer dan uitstekende solvabiliteit (Epe is in staat aan de financiële verplichtingen voldoen). In deze begroting zien we dat we schulden gaan maken, van -6,7% (2020) via -1,9% (2021) naar +9,1%. De solvabiliteit neemt in deze jaren af van 76% naar 61%. De ratio’s zijn nog steeds goed. Maar dit lijkt ons meer dan slechts een boekhoudkundige wijziging, maar meer een uitkomst van de keuzes die gemaakt worden. Wat zien onze inwoners in 2022 concreet terug van de nieuwe schulden en de afnemende financiële potentie? Antwoord: De hoeveelheid financiële middelen die de gemeente nodig heeft in enig jaar is afhankelijk van de uitgaven die gedaan worden. Enerzijds zijn dat uitgaven voor kosten die zijn opgenomen in de begroting en anderzijds investeringen opgenomen in het investeringsplan. De gemeente trekt ter overbrugging van de inkomsten en de uitgaven elk jaar kort vreemd vermogen aan, de afgelopen jaren is het niet nodig gebleken lang vreemd vermogen aan te trekken en was het mogelijk de langlopende schuldpositie geheel af te bouwen naar nul.

Door met name de begrote investeringen in deze programmabegroting zou zich in 2022 de situatie voor kunnen doen dat de uitgaven niet meer met de dan beschikbare financiële middelen (inkomsten en kort vreemd vermogen) gedekt kunnen worden. Dit is sterk afhankelijk van of de grote investeringen die gepland staan ook daadwerkelijk tot uitvoering komen in het jaar waarin ze nu gepland staan. Door plan- en besluitvoering die langer duren dan gepland (bijvoorbeeld grote investeringen in onderwijshuisvesting) is de behoefte aan financiering met lang vreemd vermogen mogelijk niet aan de orde. Daarnaast was de verwachting bij de begroting 2021 dat in 2021 op jaarbasis ruim 3,6 miljoen gefinancierd zou worden met kort vreemd geld. Op dit moment wordt er niet geleend en zijn de eigen middelen van de gemeente toereikend. Dit wordt veroorzaakt door vertragingen in de uitvoering van investeringen en door financiële meevallers (bijvoorbeeld een hogere algemene uitkering). Dit zal zoals het er nu naar uitziet leiden tot een hogere reservepositie bij de jaarrekening met als gevolg dat in 2022 met meer eigen geld gefinancierd kan worden en er minder of niet geleend hoeft te worden. In het algemeen leidt een (lang) vreemd vermogenspositie tot verplichtingen voor de gemeente ofwel tot rente over en aflossing van deze schulden.

Overigens blijven de in de begroting opgenomen kengetallen ver onder de normen van de provincie. Voor de schuldquote hanteert de provincie een maximum van 130%, voor de gemeente loopt dit percentage van 9,1% in de begroting 2022 terug naar 3,6% in 2025. Ook de solvabiliteit blijft boven de door de door de provincie aangegeven norm van 50%. 55

Fractie:

Nieuwe Lijn

Vraag heeft betrekking op: Covid-19, effecten gemeentelijke inzet herstelfonds, pag. 107

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10749960/1