2021-01-27 Beantwoording vragen CDA bedrijfsmatige exploitatie recreatieparken
Tekst van het document
Vragen naar aanleiding van commissie Omgeving en Financiën d.d. 25 november 2021 Onderwerp: Herstelplan 2020, bedrijfsmatige exploitatie recreatiewoningen op recreatieparken Vraag CDA Door de fractie van de CDA zijn een tweetal vragen gesteld omtrent de bedrijfsmatige exploitatie van recreatiewoningen op recreatieparken. In deze memo gaan we in op deze vragen. Het gaat om de volgende vragen: 1.
2.
De plicht tot bedrijfsmatige exploitatie van recreatiewoningen is gebaseerd op beleid. Kunt u aangeven waar het beleid staat waar deze regel uit voortkomt? Ik kan me voorstellen dat we ergens hebben staan dat we de recreatie en toerisme willen stimuleren in onze gemeente. Is er specifieker beleid? Ik heb nl. het idee dat de verplichte verhuur een interpretatie is van het algemene beleid door het college/ ambtenaren. Ik hoor het graag als dit niet zo is, maar ik zoek naar de legitimering van de toepassing van de verplichte verhuur. Niet alle eigenaren van recreatiewoningen die dat wilden hebben de status tweede woning gekregen. Heeft u een idee hoeveel dit er zijn en zou er een oplossing zijn voor deze eigenaren? Ik snap dat u geen uitzonderingen wilt maken, maar een ruimere interpretatie van de voorwaarden oid? Daarmee wordt een gang naar de RvS gespaard en dat is volgens mij heel wat waard.
Antwoorden: 1. De plicht tot bedrijfsmatige exploitatie is onderdeel van het recreatief toeristisch beleid. In dit beleid wordt bij recreatiewoningen op recreatieparken uitgegaan van bedrijfsmatige exploitatie. Dit uitgangspunt is terug te vinden in: 1. Visie op recreatie en toerisme, ‘Epe, natuurlijk anders’ door de raad vastgesteld in 2007 2. Nota Verblijfsrecreatie in Epe door de raad vastgesteld in 2010 3. Beleidsnota Vitale Verblijfsrecreatie door de raad vastgesteld in 2016 Ruimtelijk is het beleid vanaf 2005 vastgelegd in opeenvolgende bestemmingsplannen. In het Streekplan 2005 van de provincie Gelderland werd de verplichting opgenomen voor bedrijfsmatige exploitatie voor uitbreidingen en nieuwvestigingen van terreinen met recreatiewoningen. In het bestemmingsplan Buitengebied dat op 23 juni 2005 door de raad werd vastgesteld werd daartoe de plicht tot bedrijfsmatige exploitatie opgenomen in de regels. Ter nadere invulling en verduidelijking van de eis van bedrijfsmatige exploitatie voor de gemeente Epe is februari 2009 de Beleidsregel bedrijfsmatige exploitatie door het college vastgesteld, zodat duidelijk is hoe de bedrijfsmatige exploitatie kan worden opgezet.
In het bestemmingsplan Correctieve herziening Buitengebied dat op 4 juni 2009 door de raad werd vastgesteld werd de eis tot bedrijfsmatige exploitatie nader aangevuld op grond van de Beleidsregel bedrijfsmatige exploitatie. In het Bestemmingsplan Wissel en Schaveren dat op 12 mei 2011 door de raad werd vastgesteld werd eveneens de plicht tot bedrijfsmatige exploitatie opgenomen in de regels. Daarmee gold voor alle recreatiewoningen op recreatieparken eenzelfde regeling. In het Bestemmingsplan Buitengebied dat op 23 maart 2017 door de raad werd vastgesteld werd de eis tot bedrijfsmatige exploitatie gecontinueerd en geactualiseerd. Voor verdere informatie verwijzen wij u naar de bijgevoegde toelichting op deze vraag. 2. Alle eigenaren van een recreatiewoning op een recreatiepark die een zienswijze hebben ingediend hebben, komen in het voorliggende Herstelplan 2020 in aanmerking voor de aanduiding tweede woning. In de afgelopen weken hebben wij van twee eigenaren, die om moverende redenen geen zienswijze hadden ingediend, bericht ontvangen dat zij in
aanmerking zouden willen komen voor de aanduiding tweede woning. Uw raad heeft hierover een schrijven ontvangen van het bestuur van de VvE Remboe Village. Wij kunnen niet uitsluiten dat er nog enkele recreatiewoningen bestaan die in strijd met het bestemmingsplan als tweede woning worden gebruikt. Deze zijn mogelijk aanwezig op de recreatieparken welke reeds uitgepond waren vóór het van kracht worden van het bestemmingsplan waarin de regel tot bedrijfsmatige exploitatie voor het eerst is opgenomen. Concreet gaat het om de recreatiewoningen op de parken ‘t Hertenkamp en Remboe Village. Op ‘t Hertenkamp krijgen reeds alle recreatiewoningen de aanduiding tweede woning. Op Remboe Village resteren, buiten de twee bovengenoemde recreatiewoningen, nog enkele recreatiewoningen die de aanduiding tweede woning niet is toebedeeld en waarvan de eigenaren geen zienswijze hebben ingediend. Vanwege de specifieke situatie van beide parken kunt u overwegen de aanduiding tweede woning op het gehele park van toepassing te verklaren, conform de wijze die in het bestemmingsplan Buitengebied 2017 en het Herstelplan 2018 is gehanteerd voor parken als Rabbit Hill en Eper Sprengen waarvan het merendeel van de recreatiewoningen in aanmerking kwam voor de aanduiding tweede woning. Hiermee verkrijgen ook de enkele recreatiewoningen die nu de aanduiding niet hebben deze aanduiding alsnog.
Overigens blijft wisselend verhuur van deze recreatiewoningen gewoon mogelijk. Een ruimhartigere interpretatie breder dan dit alternatief betekent in feite een wijziging van beleid, waarbij nadere afwegingen moeten worden gemaakt over het verblijfsrecreatieve beleid van de gemeente. Daarbij komt in beeld of de gemeente haar beleidsdoelstellingen die zij heeft geformuleerd in de Beleidsnota Vitale Verblijfsrecreatie uit 2016 voor dit segment van recreatie en toerisme overeind wil houden. Het gaat dan onder meer over de volgende beleidsdoelstellingen: • • •
Verhoging van het aantal toeristische overnachtingen, door middel van kwaliteitsimpulsen binnen de voorzieningen. Stimuleren van toeristische overnachtingen in, naast het hoofdseizoen ook, het voor- en naseizoen. Productdifferentiatie en productkwaliteit als uitgangspunt voor het toeristische product in de gemeente Epe.
Dat voert te ver om op te nemen in het Herstelplan 2020. We geven echter aan in de beantwoording van de zienswijzennota dat actualisatie van het verblijfsrecreatieve beleid ook bezien in het licht van de nieuwe Omgevingsvisie Epe Natuurlijk Beter Leven is aan te bevelen.
Toelichting antwoord vraag 1. Voor een beter begrip van de plicht tot bedrijfsmatige exploitatie van recreatiewoningen op recreatieparken is een korte beschrijving van de geschiedenis hieromtrent over de afgelopen decennia benodigd. Het toerisme en recreatie in de gemeente Epe is al decennialang een sterk product. Het economisch belang van deze sector is dan ook groot voor de gemeente. Het toeristisch recreatieve beleid is er tot op heden steeds op gericht dit product te versterken en te verbeteren. Dit beleid vormt het kader dat door de raad is vastgesteld. De ruimtelijke uitwerking van dit beleid vindt plaats in bestemmingsplannen die eveneens door de raad worden vastgesteld. In deze bestemmingsplannen krijgt ook de doorwerking van provinciale plannen een plek. Nadere uitwerking van de bestemmingsplannen vindt plaats in beleidsregels die door het college worden vastgesteld. De verhuur van recreatiewoningen op onze recreatieparken is onderdeel van het toeristischrecreatief product. In het verleden kende Epe een scala aan recreatieparken met recreatiewoningen van verschillende grootte. Deze recreatieparken werden allemaal bedrijfsmatig geëxploiteerd. Van de kleine parken rest nu slechts een fractie (bv. De Rietberg in Epe). Eigenaren van kleine parken hadden steeds meer moeite om hun parken te exploiteren en konden niet investeren ten behoeve van kwaliteitsverbetering.
Daarnaast werden de mogelijkheden voor uitbreiding en nieuwvestiging van recreatieparken steeds beperkter door het beschermingsbeleid voor de Veluwse natuur. Dit proces is al gaande sinds het einde van de vorige eeuw. In deze situatie werden de zwakkere parken opgekocht door ontwikkelaars, die de individuele recreatiewoningen verkochten aan particulieren. Zo verdween de bedrijfsmatige exploitatie van deze parken en daarmee de wisselende verhuur. In enkele gevallen werd in Epe in bestemmingsplannen planologisch het gebruik van recreatiewoningen op recreatieparken als tweede woning verboden. Met het Reconstructieplan Veluwe 2005 wilde de provincie ruimte geven aan verblijfsrecreatieve ontwikkeling en kwaliteitsverbetering op de Veluwe met het zg. Groei en Krimpbeleid. Omdat zij wilde voorkomen dat deze groei uitsluitend werd gebruikt voor een groei van recreatiewoningen als tweede woningen, nam zij in het Streekplan 2005 de verplichting op tot bedrijfsmatige exploitatie op voor uitbreidingen en nieuwvestigingen van terreinen met recreatiewoningen. In het Streekplan werd deze verplichting als volgt opgenomen: ‘Uitbreidingen of nieuwvestiging van terreinen voor recreatiewoningen of stacaravans kunnen alleen worden toegestaan indien er sprake is van een bedrijfsmatig geëxploiteerd terrein, vastgelegd in het bestemmingsplan.
Hieronder wordt verstaan, ‘het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer/exploitatie, dat in de logiesverblijven daadwerkelijk recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden worden geboden’. De gemeente Epe kende vanwege de kwetsbare natuur geen locaties waar uitbreiding of nieuwvestiging van terreinen met recreatiewoningen in dit Groei en Krimp beleid waren toegestaan. Het was daarom van belang dat de bestaande terreinen bewaard bleven voor de markt van wisselende verhuur. In het bestemmingsplan Buitengebied dat in 2005 werd vastgesteld werd daartoe de plicht tot bedrijfsmatige exploitatie opgenomen in de regels. In de toelichting hierop is hierover het volgende opgenomen: Bestaande bedrijven, die zich toeleggen op de verblijfsrecreatie, zijn in het bestemmingsplan bestemd als "verblijfsrecreatieve doeleinden". Het gaat voornamelijk om kampeer en/of zomerhuisjesterreinen. Het bestaande aantal recreatiewoningen is op deze terreinen middels een aanduiding op de plankaart vastgelegd. Het gebruik van recreatiewoningen en stacaravans voor permanente bewoning is expliciet verboden. In de voorschriften is onder meer bepaald dat op de terreinen sprake moet zijn van een
permanent wisselend recreatief gebruik en dat het terrein op bedrijfsmatige wijze geëxploiteerd dient te worden In de in 2007 door de raad vastgestelde Visie op recreatie en toerisme, ‘Epe, natuurlijk anders’, werd het volgende over de stand van zaken rond verblijfsrecreatie geconcludeerd: Er is sprake van achteruitgang in kwaliteit en vooral capaciteit in de verblijfsrecreatieve sector. Diverse verblijfsrecreatiebedrijven zijn verouderd en kleinschalig waardoor het aanbod niet aansluit op de vraag. Door ‘uitponding’ van recreatieterreinen zonder de verhuur van recreatie-eenheden te bevorderen is de capaciteit afgenomen. Verdere capaciteitsafname doet zich voor doordat campings gedwongen worden in de marktvraag te voldoen door grotere standplaatsen aan te bieden, terwijl ten gevolge van het “krimpbeleid” uitbreiding van de bedrijven niet is toegestaan. Ter nadere invulling en verduidelijking van de eis van bedrijfsmatige exploitatie voor de gemeente Epe is in 2009 de Beleidsregel bedrijfsmatige exploitatie vastgesteld, zodat duidelijk is hoe de bedrijfsmatige exploitatie kan worden opgezet. Uit de Beleidsregel bedrijfsmatige exploitatie volgt onder meer het volgende: II 1 Indien volgens de gebruiksbepaling de eis van bedrijfsmatige exploitatie geldt, moet het bestemmingsplan tevens de definitie van bedrijfsmatige exploitatie bevatten: a.
model gebruiksbepaling: De als verblijfsrecreatie aangewezen gronden zijn bestemd voor recreatief (nacht)verblijf, uitsluitend door middel van bedrijfsmatige exploitatie van de op de plankaart aangeduide gebieden binnen de bestemming verblijfsrecreatie van personen die elders hun hoofdverblijf hebben. b. model definitie “bedrijfsmatige exploitatie”: Het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer/exploitatie dat in de recreatiebungalows – permanent wisselende - recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden worden geboden. De definitie onder b. houdt het volgende in: - recreatieverblijven (bungalows/stacaravans>55m²) op terreinen met de bestemming verblijfsrecreatie moeten door de eigenaar/verhuurder gedurende een periode van 245 dagen per jaar aan recreanten worden verhuurd (inspanningsverplichting), waarbij de eis van (commerciële) verhuur van het recreatieobject (de verhuurverplichting) tussen partijen privaatrechtelijk dient te worden geregeld door middel van een geschikte privaatrechtelijke constructie / exploitatieovereenkomst met de bedrijfsmatige exploitant van het recreatieterrein/ beheerder/ verhuurbedrijf/ tussenpersoon, waarin de verplichte commerciële verhuur op het recreatieterrein/ van het recreatieobject centraal wordt geregeld.
De regels omtrent bedrijfsmatige exploitatie werden verder verduidelijkt in de daarop volgende bestemmingsplannen Correctieve herziening Buitengebied 2009 en het Bestemmingsplan Wissel en Schaveren 2011. Hiermee kende de gehele gemeente een eenduidige regeling. In de Nota Verblijfsrecreatie in Epe die in 2010 door de raad werd vastgesteld werd voor recreatiewoningen op recreatieparken uitgegaan van bedrijfsmatige exploitatie In 2016 werd de Beleidsnota Vitale Verblijfsrecreatie vastgesteld, waarin opnieuw werd bevestigd dat Epe dé aanbieder wil zijn van onderscheidende recreatieve voorzieningen in een natuurlijke omgeving voor gezinnen, medioren en senioren, waarbij rust, ruimte en respect voor mens en natuur centraal staan met als motto 'Epe, natuurlijk anders'. Voor de recreatiewoningen op recreatieparken gold bedrijfsmatige exploitatie als uitgangspunt. In de beleidsnota zijn de volgende beleidsdoelstellingen geformuleerd: • Verhoging van het aantal toeristische overnachtingen, door middel van kwaliteitsimpulsen binnen de voorzieningen. • Stimuleren van toeristische overnachtingen in, naast het hoofdseizoen ook, het voor- en naseizoen.
• •
Productdifferentiatie en productkwaliteit als uitgangspunt voor het toeristische product in de gemeente Epe. Zonering als instrument om verblijfsrecreatie in te passen.
Voor recreatiewoningen op recreatieparken wordt in de beleidsnota daarom vastgehouden aan de eis dat deze bedrijfsmatig geëxploiteerd dienen te worden. De afgelopen jaren is de verkoop van de individuele recreatiewoningen op een recreatiepark een steeds gewoner verschijnsel geworden. Vaak geldt daarvoor wel dat een verhuurorganisatie de recreatiewoningen op deze parken exploiteert. Daarmee voldoet het park op zich aan de eis tot bedrijfsmatige exploitatie. Lang niet alle parken hebben een verhuurorganisatie en dat is ook niet benodigd. Er bestaan immers voldoende organisaties die verhuur landelijk regelen, bijvoorbeeld via sites als Natuurhuisje.nl Het loslaten van de eis van bedrijfsmatige exploitatie zou betekenen dat de recreatiewoningen worden onttrokken aan de markt in de toeristische sector en dat het aantal overnachtings- en verblijfsrecreatiemogelijkheden voor toeristen in de gemeente afneemt. Om te voorzien in de vraag naar recreatieverblijven door wisselende toeristen zouden er nieuwe recreatiewoningen moeten worden gerealiseerd, wat een ongewenst nieuw beslag op de ruimte legt en een negatief effect heeft op de groene omgeving. Bovendien zou het loslaten van de eis van bedrijfsmatige exploitatie een beleidswijziging inhouden. Dit past niet binnen de kaders van een herstelplan.