1426182 Beslisnota raad Actualisatie financieel beleid
Tekst van het document
Beslisnota voor de raad Onderwerp
Actualisatie financieel beleid
Programma
11 - Bestuur en organisatie
Portefeuillehouder
Dhr. mr. drs. M.B. Heere
Zaaknummer
1426182
Adviseur
Konijnendijk
Afdeling
Directie
E-mail adres
manuel.konijnendijk@epe.nl
TE BESLUITEN OM 1. De financiële verordening gemeente Epe 2027 vast te stellen; 2. De financiële verordening gemeente Epe 2023 in te trekken met in acht name van de overgangsbepaling zoals genoemd in artikel 31 zoals opgenomen in de financiële verordening gemeente Epe 2027; 3. De nota reserves en voorzieningen gemeente Epe 2027 vast te stellen; 4. De nota reserves en voorzieningen gemeente Epe 2013 in te trekken; 5. De nota verstrekken leningen en garanties gemeente Epe 2027 vast te stellen; 6. De nota risicomanagement gemeente Epe 2027 vast te stellen; 7. De nota risicomanagement en weerstandsvermogen Epe 2017 in te trekken; 8. Het treasurystatuut gemeente Epe 2015 in te trekken; 9. De nota activerings- en afschrijvingsbeleid 2012 in te trekken. 10. De verordening doelmatig- en doeltreffendheidsonderzoeken gemeente Epe 2027 vast te stellen.
INLEIDING In het collegeprogramma 2022-2026 staat dat er een financiële en beleidsmatige doorlichting van de begroting plaats zou vinden. Het herijken van het financieel beleid was hier onderdeel van. Deze doorlichting is in 2025 uitgevoerd. Vervolgens is afgesproken dat het financieel beleid wordt geactualiseerd. De actualisatie richt zich op de volgende eerder vastgestelde documenten: - Financiële verordening gemeente Epe 2023 - Nota reserves en voorzieningen 2013 - Nota activerings- en afschrijvingsbeleid 2012 - Treasurystatuut gemeente Epe 2015 - Nota risicomanagement en weerstandsvermogen Epe 2017 - Verordening art. 213a doelmatig - en doeltreffendheidsonderzoeken 2003. In het eerste halfjaar 2025 is de herijking financieel beleid besproken in de commissies Planning & Control (P&C) en Omgeving en Financiën (O&F). Voor deze bespreking brachten wij voor diverse onderwerpen binnen het financieel beleid in beeld welke regelgeving geldt, wat het onderwerp inhoudt en hoe de huidige situatie in Epe is. Ook toonden wij de historische en verwachte ontwikkeling van de onderwerpen (zoals bijvoorbeeld de ontwikkelingen van het eigen vermogen of de vaste activa). Via een vergelijking met referentiegemeenten en landelijke cijfers konden we de gemeente Epe in context plaatsen. Waar zagen we verschillen? Hiermee kwam in beeld waar keuzes zaten.
Deze keuzes vertaalden wij in vijf bouwstenen die medio 2025 ter consultatie zijn besproken. Deze bouwstenen zijn opgenomen in bijlage 1. Deze vijf bouwstenen zijn in de consultatie in belangrijke mate omarmd als richting voor de actualisatie. Daarbij gaf de commissie O&F in hoofdlijn de onderstaande aandachtspunten mee:
• (Zeer) terughoudendheid zijn met het verstrekken van leningen en garanties; • Niet iedere reserve hoeft een bestedingsplan te hebben, als er maar wel een duidelijke bestedingsrichting is; • In de nadere uitwerking is een toelichting op het activeren van groen gewenst; • Aandacht voor risicobeheersing versterken; • De soliditeit van de financiële positie behouden; • Een zorgvuldige invoering. Als effecten niet voldoende te overzien zijn kiezen voor een gefaseerde invoering. Deze kaders vormden het vertrekpunt voor de actualisatie. Over het vervolgproces is afgesproken dat besluitvorming over het geactualiseerde nieuwe beleid plaatsvindt aan het begin van de nieuwe bestuursperiode. Wel is gevraagd om de huidige raad in een tussenstap mee te nemen. Daaraan gaven we gevolg door op dinsdag 27 januari 2026 de commissie P&C bij te praten over de stand van zaken. Specifieke aandacht ging uit naar de reserves en voorzieningen omdat in dit onderdeel relatief veel voorstellen tot wijziging zitten.
BEOOGD EFFECT Een actueel financieel beleid dat bijdraagt aan financieel gezonde, transparante en toekomstbestendige gemeentelijke financiën ondersteunend aan de doelen die de gemeente wil bereiken.
ARGUMENTEN 1.1 De financiële verordening vormt de kapstok van het financieel beleid en is verplicht op grond van artikel 212 van de Gemeentewet De financiële verordening is zoals gebruikelijk gebaseerd op het model dat de VNG daarvoor opstelde. Via de bijgevoegde was-wordt tabel is inzichtelijk gemaakt welke wijzigingen er zijn t.o.v. de eerder door u vastgestelde verordening. Een aantal belangrijke wijzigingen lichten wij onderstaand uit: Een aantal bestaande werkwijzen is geformaliseerd en opgenomen in de verordening. Dit gaat bijvoorbeeld om de spelregels voor de overheveling van budgetten. Ook welke verschillen worden toegelicht in de jaarstukken en voortgangsrapportage is vastgelegd. Daarbij vond een aanvulling plaats op het kader voor de inhoudelijke verschillen die wij toelichten in de voortgangsrapportage: dat kunnen zowel verschillen op resultaat, planning als budget zijn. Dit versterkt het inzicht voor de raad en daarmee de controlerende rol. Omdat voor het activeren, waarderen en afschrijven al veel in hogere regelgeving is bepaald, kozen wij ervoor om voor dit onderwerp geen aparte nota meer op te stellen. Kaderstelling vindt nu direct in de verordening plaats. Dit maakt het meer inzichtelijk en brengt focus aan op de onderwerpen die voor u als raad relevant zijn. Doorgevoerde wijzigingen op het gebied van activa zijn: •
• • •
• •
De nota activerings- en afschrijvingsbeleid 2012 was op diverse onderdelen ingehaald door wijzigingen in hogere regelgeving. De uitvoeringspraktijk is daarop al aangepast. Dit gaat bijvoorbeeld om het niet meer vervroegd mogen afschrijven van bepaalde investeringen, het in de meeste gevallen bruto moeten activeren en het vervallen van de keuzevrijheid om investeringen met maatschappelijk nut; De ondergrens voor het activeren is verhoogd van € 25.000 naar € 50.000. Dit draagt bij aan administratieve eenvoud en voorkomt dat allerlei kleinere investeringen op de balans komen; Een aantal afschrijvingstermijnen is aangepast op actuele inzichten rond technische en economische levensduur. Dat leidt zowel tot langere als kortere afschrijvingstermijnen. Dit is inzichtelijk in de tabel met afschrijvingstermijnen die nu onderdeel van de financiële verordening is; Inmiddels is duidelijk dat het activeren van groen verplicht is (beantwoording vragen commissie BBV). Aan de tabel met objecten die worden geactiveerd en afgeschreven voegden wij onderdelen voor groen toe. Het standpunt van de commissie BBV is daarbij begrijpelijk: groen is een bezit met meerjarig nut en heeft daarmee dezelfde status als bijvoorbeeld wegen of gebouwen. Ook bij groen moet rekening worden gehouden met renovatie of vervanging.
Het activeren van groen maakt dat de balans een meer volledig inzicht geeft in het bezit van de gemeente; Het activeren van een bijdrage aan activa van derden is in principe uitgesloten, behalve als de raad in een specifieke situatie anders besluit. Dit beleid is iets strikter dan in het oude beleid waarin stond dat “indien mogelijk” de bijdrage aan activa van derden niet wordt geactiveerd; We rekenen directe personeelskosten strikter toe aan investeringen zoals voorgeschreven in hogere regelgeving.
Voor de treasuryfunctie is een scherper onderscheid gemaakt in kaderstelling en uitvoeringsregels. De kaderstelling nemen wij nu direct in de financiële verordening op. Deze kaderstelling is op inhoud vrijwel ongewijzigd t.o.v. de huidige kaders en vooral gericht op het vermijden van risico’s en “prudent beheer”. Toegevoegd is een norm voor de zogenaamde netto (gecorrigeerde) schuldquote. Deze quote drukt het bedrag aan langlopende financiering uit in een percentage van de jaarlijkse begroting. Deze norm is gesteld op < 90% waarmee we in het toetsingskader van de provincie in de minst risicovolle categorie scoren. Uitvoeringsregels rond treasury nemen we op in het Treasurystatuut dat wij vaststellen nadat u de beleidskaders heeft vastgesteld. Op dat moment krijgt u het treasurystatuut ter kennisname van ons aangeboden. 2.1 Met het geactualiseerde beleid kan de huidige verordening worden ingetrokken waarbij een overgangsbepaling van toepassing is. De oude verordening is ondanks het intrekken nog wel van toepassing op de jaarstukken over 2026 die in 2027 worden vastgesteld. Daarom is een overgangsbepaling opgenomen. 3.1 De nota reserves en voorzieningen bevat aanvullende kaders voor de vorming, voeding, inzet en opheffing van reserves en voorzieningen.
In de financiële verordening staat dat er een aparte nota reserves en voorzieningen wordt opgesteld voor kaderstelling op dit onderwerp. Dit omdat de gemeente, specifiek voor reserves, lokale keuzes kan maken. Voor voorzieningen is dat overigens anders, daar is vrijwel geen keuzeruimte. De geactualiseerde nota reserves en voorzieningen gemeente Epe 2027 geeft invulling aan die lokale keuzes. T.o.v. het huidige beleid zijn belangrijke aanpassingen: Risico’s worden zoveel als mogelijk via de algemene reserve opgevangen. Dit betekent dat diverse specifieke risicoreserves worden opgeheven c.q. toegevoegd aan de algemene reserve. Het risicoprofiel bekijken we integraal en in samenhang. Voor een aantal specifieke risico’s blijven, vanwege het afwijkende risicoprofiel, aparte risicoreserves in stand. Door het verminderen van aparte risicoreserves zullen de bestemmingsreserves in omvang afnemen en de algemene reserve juist toenemen. Naar eerste inzichten betreft deze verschuiving een bedrag van € 10 tot € 15 miljoen. Reserves moeten een minimale omvang van € 100.000 hebben om ingesteld te worden en/of in stand te blijven. Een reserve kan tijdelijk onder die grens zakken. Deze ondergrens draagt bij aan inzicht en voorkomt administratieve lasten. Voor kleinere bedragen is een incidenteel budget in de begroting een meer geëigend middel.
Een aantal reserves voldoet niet aan dit criteria, kent geen concrete verplichtingen meer en valt daarmee vrij. Deze middelen voegen wij toe aan de algemene reserve. De egalisatiefunctie is uit een aantal reserves verwijderd, behalve daar waar dat wettelijk verplicht is en/of als er sprake is van grote ongewenste fluctuaties. Het niet meer automatisch egaliseren van een aantal budgetten draagt bij aan een gezonde balans tussen buffer/besteden, administratieve eenvoud en versterkt het inzicht voor de raad. Het brengt ook meer eenheid in de spelregels: voor overheveling van budget geldt de generieke richtlijn zoals nu in de financiële verordening geformaliseerd. Consequentie is dat meer vooren nadelen effect zullen hebben op het saldo van de jaarrekening. Een waardecorrectie op een reserve passen we alleen toe bij reserves die dat nodig hebben omdat de bijbehorende uitgaven aan inflatie onderhevig zijn. In het oude beleid was de waardecorrectie generiek. De waardecorrectie aan reserves is een last voor de jaarlijkse begroting. Een lagere waardecorrectie leidt tot een structureel voordeel. Aan de andere kant groeit de reservepositie daardoor minder wat zal leiden tot minder incidentele vrijval. Het past bij het scherper begroten en de nieuwe balans tussen buffer en besteden.
Reserves deelden wij in in vijf categorieën: risicoreserves, generieke dekkingsmiddelen, ruimtelijk domein, maatschappelijk domein en bedrijfsvoering. Doordat ook het aantal reserves stevig is teruggebracht, wordt de reservepositie voor de raad meer inzichtelijk. Een investering kent gedurende de levensduur zogenaamde kapitaallasten die bestaan uit rente en afschrijving. Deze afschrijvingen leiden tot een jaarlijkse last op de begroting. Voor sommige investeringen kiezen wij ervoor deze lasten te dekken uit een reserve. Het voorstel is om deze reserve dekking kapitaallasten om te zetten in een reserve dekking afschrijvingen. Het dekken van de rentecomponent is niet nodig omdat de reserve voor de dekking van rente eerst ten laste van de begroting gevoed werd (“cirkelboeking”). Als aanvullend kader geldt dat dekking bij voorkeur alleen plaatsvindt voor investeringen die niet vervangen hoeven te worden en anders voor investeringen met een zo lang mogelijke looptijd. Dit omdat de kapitaallasten met dekking uit de reserve een neutraal effect op de begroting hebben. Dit betekent dat er bij einde levensduur van de investering geen kapitaallast in de begroting en daarmee budgetruimte
vrijvalt ter (gedeeltelijke) dekking van een vervangingsinvestering. Er moet dan naar nieuwe dekkingsmiddelen worden gezocht. Het solvabiliteitspercentage (aandeel eigen vermogen in het totale vermogen) is de norm voor het gebruik van externe of interne financieringsmiddelen. Het voorstel is om dit percentage vast te stellen op minimaal 50%. Ook voor dit percentage valt de gemeente Epe in de beoordeling van de provincie (financieel toezicht) dan nog altijd in de minst risicovolle categorie. Hiermee ligt er een heldere norm voor de omvang van het eigen vermogen. In bijlage A van de nieuwe nota staan de reserves die per 1 januari 2027 volgens het voorstel nog in stand blijven met daarbij o.a. doel, plafond, mate van beklemming en mandaat college. Ook namen we een overzicht op van de reserves waarvan voorgesteld wordt om die te laten vervallen met reden: • Aantal risicoreserves is teruggebracht, de algemene reserve is de centrale risicobuffer; • Reserves met een beperkt bedrag zijn opgeheven; • Reserves met een vrijwel identiek doel zijn samengevoegd; • Reserves met alleen een financieringsfunctie zijn ondergebracht bij de algemene reserve; • Reserve met een beperkte egalisatiefunctie of waarbij er sprake is van “cirkelboekingen” zijn opgeheven. In totaal is het voorstel om 26 bestemmingsreserves op te heffen en onder te brengen bij de Algemene Reserve.
Het opheffen van specifieke bestemmingen versterkt de integrale afweging van middelen. In het nieuwe beleid blijven 19 reserves in stand. Daarmee verschuift een deel van de middelen van de bestemmingsreserves naar de algemene reserve, de totale omvang van de reservepositie blijft in eerste instantie gelijk. Een eventuele vrijval vanuit de algemene reserve betrekken wij bij het begrotingsproces 2027-2030. Vanwege het verplichtende karakter en het vrijwel niet aanwezig zijn van keuzeruimte is er bij de voorzieningen nauwelijks sprake van wijzigingen. 4.1 Met de geactualiseerde nota reserves en voorzieningen gemeente Epe 2027 kan de huidige nota vervallen. Met de geactualiseerde richtlijnen zoals opgenomen in de nota reserves en voorzieningen gemeente Epe 2027 komen de oude richtlijnen te vervallen. Dit betekent dat de oude nota formeel moet worden ingetrokken. 5.1 De nota verstrekken leningen en garanties legt strikte kaders vast waaraan het verstrekken van een lening of garantie in het kader van de publieke taak moet voldoen. Het beleid rond het verstrekken van leningen en garanties is nieuw. In de financiële verordening namen wij op dat deze kaderstelling in een aparte nota plaatsvindt. In de consultatie is door de commissies meegegeven zeer terughoudend te willen zijn met het verstrekken van leningen en garanties.
Dat heeft geleid tot het voorstel voor een “nee, tenzij..” beleid met strikte voorwaarden aan aanvrager, object van de financiering, activiteiten en wijze van financiering. Een lening of garantie wordt alleen verstrekt vanuit de publieke taak en als er een duidelijke meerwaarde is voor de inwoners van de gemeente Epe. Daarbij is het uitgangspunt om risico’s zo beperkt mogelijk te houden. Ook het te volgen aanvraag- en toetsingsproces is in het kader van de transparantie in de nota opgenomen. In het voorgestelde nieuwe beleid is het college bevoegd om leningen en garanties te verstrekken tot een bedrag van € 500.000 nadat de raad daarover wensen en bedenkingen kenbaar heeft kunnen maken. Via de nota verstrekken leningen en garanties geeft de raad daarvoor aan het college strikte kaders mee. Boven dat bedrag is besluitvorming aan de raad. 6.1 De nota risicomanagement gemeente Epe 2027 geeft het beleidsmatige kader waarbinnen het risicomanagement binnen de gemeente Epe zal worden doorontwikkeld. De financiële verordening geeft aan dat er een nota risicomanagement wordt opgesteld. Uitgangspunt van de geactualiseerde nota risicomanagement is om het risicomanagement volgens de “bedoeling” uit te voeren, nauw verweven met dagelijkse werkzaamheden. Er is versterkte aandacht voor de “zachte” kant van risicomanagement waarbij de techniek ondersteunend is.
Het “goede gesprek” over risico’s is veel belangrijker. Daarnaast is het uitgangspunt een integraal risicomanagement. Dit betekent o.a. dat frauderisico’s en risico’s rond informatiebeveiliging onderdeel van de geactualiseerde nota zijn. Onderstaand staan de belangrijke wijzigingen t.o.v. de huidige nota:
De informatie in de paragraaf weerstandsvermogen en risicomanagement wordt aangepast. Meer focus op de belangrijkste risico’s en de beheersmaatregelen. Financiële buffers zijn geen directe beheersmaatregel: ook risico’s waarvoor specifieke buffers beschikbaar zijn, worden gekwantificeerd in de paragraaf weerstandsvermogen. Risico’s worden in totaliteit bezien. Wij uniformeren de systematiek rond berekening van risico’s verder en er is een scherper onderscheid in structurele en incidentele risico’s. Door onderscheid te maken in typen risico’s wordt explicieter welke risico’s we lopen door ons handelen c.q. de doelen die we nastreven en de risico’s die ons altijd kunnen overkomen. We hanteren een bandbreedte voor de ratio van het weerstandsvermogen. Die ratio geeft aan welke weerstandscapaciteit er moet zijn op basis van de risicoanalyse en welke weerstandscapaciteit beschikbaar is. Deze ratio voor het weerstandsvermogen was 1,0. We hanteren nu een bandbreedte van 1,0 tot 1,4. Dit maakt de ratio minder statisch waarbij er rekening kan worden gehouden met de kwaliteit van het risicomanagement-systeem. De berekeningssystematiek om gevolgen van risico’s te kunnen wegen en vergelijken is aangepast. De gevolgaspecten waren in het oude beleid financiën, tijd en imago.
In het nieuwe beleid hanteren we de gevolgaspecten doelbereiking (kwaliteit), vertrouwen/imago, informatieveiligheid en financiën. De scores op deze aspecten tellen we bij elkaar op om gevolg van het risico te bepalen. De mate van risicobereidheid krijgt een meer expliciete rol bij besluitvorming. In de nota staat een gedragslijn hoe die risicobereidheid wordt benaderd. 7.1 Met de geactualiseerde nota risicomanagement 2027 kan de huidige nota vervallen. De geactualiseerde kaders en richtlijnen voor de uitvoering in de nota risicomanagement gemeente Epe 2027 komen de oude richtlijnen te vervallen. Dit betekent dat de oude nota formeel moet worden ingetrokken. 8.1 Kaderstelling op gebied van treasury is nu rechtstreeks in de financiële verordening opgenomen De financiële verordening bevat in artikel 21 kaders voor de treasuryfunctie. Daarmee kan het statuut zoals dat eerder door de raad is vastgelegd, vervallen en formeel door de raad worden ingetrokken. 9.1 Kaderstelling op gebied van activeren en afschrijven is nu rechtstreeks in de financiële verordening opgenomen. De financiële verordening bevat in artikel 15 kaders voor het activeren en afschrijven. Daarmee kan de nota reserves en voorzieningen 2013 vervallen en formeel door de raad worden ingetrokken.
10.1 Doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoek is een middel en geen doel op zich De oude verordening is nog sterk ingegeven vanuit het verplichte karakter dat volgt uit artikel 213a Gemeentewet. Dat verplichte karakter is na landelijke discussie daarover nog altijd van toepassing maar in de toelichting op de wet wel in perspectief geplaatst. Het onderzoek is geen doel op zich maar een middel om bij te dragen aan doelmatig- en doeltreffendheid. Het volgens een vast patroon uitvoeren van jaarlijkse onderzoeken om maar aan de verplichting te voldoen, is niet de juiste werkwijze. De nieuwe verordening is in deze nieuwe lijn aangepast. Uitvoering van deze onderzoeken wordt belegd bij de concerncontroller.
KANTTEKENINGEN 1.1 Het geactualiseerde beleid wordt nu in één keer aangeboden wat complex kan overkomen. Het geactualiseerde financiële beleid krijgt u nu, verwerkt in verschillende documenten, in één keer aangeboden. Dit leidt tot veel informatie en diverse wijzigingen. Het is echter een bewuste keuze om hierin geen fasering aan te brengen. Diverse onderwerpen kennen namelijk een sterke samenhang zoals: •
• •
Regels rond reserves en voorzieningen raken de financiële buffer (de weerstandscapaciteit) van de gemeente Epe en daarmee de regels over risicomanagement. En andersom hebben de regels over risicomanagement weer invloed op hoe we met bepaalde risicoreserves willen omgaan (en daarmee het beleid rond reserves); In de regels rond reserves en voorzieningen zijn bepalingen opgenomen over de reserve dekking afschrijvingslasten. Dit heeft een relatie met de regels over activeren en afschrijven; Richtlijnen voor het verstrekken van leningen en garanties vallen binnen de treasuryfunctie van de gemeente en hebben een relatie met de financiële verordening waarin kaders voor de treasury staan.
De commissie P&C is uitgebreid meegenomen in de wijzigingen. Daarnaast zijn via de was-wordt tabellen en toelichting in deze nota de verschillen geduid. We geven de implementatie zorgvuldig vorm zodat het nieuwe beleid een juiste uitwerking krijgt in de begroting 2027-2030.
FINANCIËN De actualisatie van het financiële beleid kent diverse financiële consequenties, zowel incidenteel als structureel:
•
• • •
• •
Vanuit de herijking van de reserves zullen er t.b.v. de begroting 2027 incidentele middelen de bestemming verliezen en worden opgenomen in de algemene reserve. Mogelijk biedt de algemene reserve daarna mogelijkheid tot inzet van incidentele middelen. De hoogte daarvan is mede afhankelijk van de actualisatie van het risicoregister dat nog uitgevoerd moet worden; De berekening van risico’s wijzigt waarbij o.a. onderscheid wordt gemaakt tussen incidentele en structurele risico’s. Dit heeft een invloed op het totale risicobedrag waarvoor weerstandsvermogen moet worden aangehouden; Door het niet meer generiek toekennen van de waardecorrectie ontstaat er structurele ruimte in de begroting. Aan de andere kant groeit de reservepositie daarmee minder wat mogelijk tot minder incidentele vrijval in de toekomst leidt; De aanpassing van diverse afschrijvingstermijnen betekent dat de restantboekwaarden per 1/1/2027 via die nieuwe termijn afgeschreven moeten worden. Dit leidt zowel tot hogere als lagere afschrijvingslasten welke nog in beeld moeten worden gebracht. Verwachting is dat vooren nadelen hier in belangrijke mate tegen elkaar wegvallen. Het toerekenen van directe personeelskosten aan investeringen zorgt ervoor dat die kosten niet in één keer ten laste van de begroting komen maar gefaseerd gedurende de levensduur van de investering.
Dit leidt tot een voordeel in de begroting die meerdere jaren zichtbaar zal zijn. De aangepaste systematiek rond reserves betekent dat een aantal boekingen niet meer standaard via de reserves verloopt. Lasten komen direct in de begroting en de storting in de reserve kan vervallen. Het duurt een aantal jaar totdat die lasten het niveau van de huidige storting in de reserve hebben. Daarmee geeft dit een (tijdelijk) voordeel.
Het bepalen van alle effecten is complex en onderdeel van het begrotingsproces 2027-2030. Overall is de verwachting dat de actualisatie van het financieel beleid tot een incidenteel en deels structureel voordeel leidt. Hiermee kan de taakstelling die in de begroting 2026-2029 is opgenomen en oploopt naar € 662.500 in 2029 voor een deel worden ingevuld. Zodra er meer inzicht is in het financiële effect, informeren wij u daar nader over. Streven is om u deze informatie aan te bieden tijdig voor besluitvorming over het geactualiseerde financiële beleid.
COMMUNICATIE Voor de actualisatie van het beleidskader generiek niet nodig, communicatie via publicatie van de besluitenlijst. Bekendmaking zal plaatsvinden via de daarvoor bestemde kanalen.
UITVOERING Na vaststelling vindt implementatie van de kaders en richtlijnen plaats. Dit zal zijn beslag krijgen in de begroting 2027-2030. Op onderdelen worden aparte implementatieplannen opgesteld, bijvoorbeeld voor het onderwerp risicomanagement.