1407961 Consultatienota Raad - Variantenstudie Verstedelijking in Balans
Tekst van het document
Consultatienota Raad Onderwerp
Variantenstudie Verstedelijking in Balans
Programma
5 - Ruimte en wonen
Datum
20-01-2026
Portefeuillehouder
Dhr. M. Kerkmans
Zaaknummer
1407961
Adviseur
Henk Posthuma
Afdeling
Ontwikkeling Omgeving
E-mail adres
henk.posthuma@epe.nl
CONSULTEREN OVER Concept Variantenstudie Verstedelijking in Balans aan de hand van de volgende vragen: • Wat vindt u positieve elementen in de verschillende varianten, die bijdragen aan de regio in balans? • Welke elementen verstoren deze balans in uw ogen? • Welke dilemma’s ziet u in de varianten, waar een antwoord op moet komen?
INLEIDING Ruim een jaar geleden ontving u de Contourenschets (november 2024). Dat was het begin van de samenwerking van de regio Stedendriehoek met de beide provincies, de drie waterschappen en het Rijk om te komen tot een Ontwikkelperspectief 2050. We maken hierin afspraken hoe we de regio richting 2050 willen ontwikkelen op het gebied van wonen, werken en bereikbaarheid. In balans met water, bodem, natuur, energie en landschap. Het Ontwikkelperspectief koppelt de groeiopgave aan het versterken van brede welvaart in de regio. In het najaar 2025 heeft uw raad kunnen reageren op het Afwegingskader Regionale Brede Welvaart. Nu wordt uw raad gevraagd om een opiniërende reactie op de Variantenstudie Verstedelijking in Balans (Bijlage 1). In deze studie zijn drie varianten opgesteld. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om een keuze te maken uit één van de drie varianten. Elke variant heeft namelijk voor- en nadelen. Deze stap is een laatste stap om input te geven aan het proces te komen tot een ontwerp Ontwikkelperspectief. Met de nieuwe raden wordt op basis van de opbrengst van deze consultatie verder gewerkt aan het ontwerp Ontwikkelperspectief 2050.
CONTEXT De Variantenstudie Verstedelijking in Balans is bedoeld als onderzoeksmiddel om de keuzes waar de regio voor staat inhoudelijk te kunnen onderzoeken. Het doel is niet om compleet te zijn met de varianten, wel om antwoorden te vinden op de openstaande vragen en schuurpunten (vanuit o.a. de Contourenschets). De Variantenstudie beschrijft drie onderzoeksvarianten, met elk zeer verschillende uitgangspunten: 1. Regionale optelvariant Uitgangspunt is bestaande plannen (hard en zacht) en het oplossend vermogen van de individuele gemeenten. De ontwikkelingen hebben draagvlak op gemeentelijk niveau en zijn een weergave van lokale afweging en afstemming. Hoe rijmt de ingezette ontwikkeling met de grensoverstijgende transitievragen voor economie, mobiliteit, energie, water en bodem en wat betekenen de individuele plannen voor de lange termijn voor het daily urban system en functioneren van de regio als geheel? 2. Lokaal versterken Belangrijke regiokernen voor de Veluwe, Achterhoek en Salland zijn Apeldoorn, Deventer, Zutphen en Lochem. Nieuwe ontwikkelingen komen terecht in bestaand bebouwd gebied en rondom OV-knopen.
Welke verdichtingskansen zijn er in de regio? En wat is het laadvermogen van de OV-knopen? In de subvariant (2B) wordt de potentie van een lightrail (of HOV-verbinding) tussen Hattem, - Apeldoorn-Dieren (Veluwsche Lijn) inclusief gebiedsontwikkeling in Apeldoorn Zuidrand en Eerbeek onderzocht. Ook onderzoeken we nieuwe sprinterstations in Eefde, Bathmen, Teuge, Diepenveen en Apeldoorn-Zuidoost. En spoorverdubbeling tussen Zwolle-Deventer.
3. Stedelijke schaalsprong In deze variant draait alles om stedelijke nabijheid. Apeldoorn, Deventer en Zutphen bouwen compact, kennen een grote banengroei en complementaire stedelijke voorzieningen. Groen en blauw groeien mee. Wat is de benodigde massa en kwaliteit in stad en corridors in relatie tot het nationaal stedelijk netwerk? Kan de sprong over de IJssel samengaan met meer ruimte voor de rivier. We komen daarmee in de fase waarbij dilemma’s steeds meer op tafel komen. Dit ziet u terug in de ‘Notitie Inzichten op weg naar het Ontwikkelperspectief 2050’ (Bijlage 2), met de eerste inzichten over de effecten van de varianten. Dit geeft geen volledig beeld, maar alleen een eerste aanleiding voor het gesprek over de ontwikkelrichting van de regio. In de komende maanden wordt de effectbepaling vanuit verschillende invalshoeken verder verrijkt, onder andere met een zorgvuldig samengestelde expertgroep die de varianten naast het Afwegingskader Regionale Brede Welvaart legt. Naast de onderlegger Variantenstudie is ook de Gebiedsbiografie als onderlegger bij de stukken gevoegd (Bijlage 5). De gebiedsgeografie geeft in een drietal tijdsvensters inzicht in de ontstaansgeschiedenis van de regio. Hieruit is een deel van de identiteit van de regio en haar inwoners af te leiden. U heeft als raad bij de consultatie van de Contourenschets aangegeven dat de Omgevingsvisie de basis is.
Centraal staat behoud van waardevolle landschappen en het dorpse karakter. Voor Epe is groei in balans belangrijk voor behoud van het voorzieningen-niveau en de leefbaarheid van onze kernen. Geen hoogbouw en verstedelijking in Epe, maar concentratie van de groei rondom de steden. Een goede OV-verbinding tussen Apeldoorn en Zwolle die de OostVeluwse kernen tussen beide steden adequaat kan bedienen. Hiervoor zou een lightrail op termijn een goede oplossing kunnen zijn. Deze noord-zuid verbinding moet meegroeien met de ontwikkelingen. Samenwerken waar mogelijk en oog hebben voor ontwikkelingen in de toekomst. Uw inbreng op de Variantenstudie is van belang. We werken vanuit deze varianten toe naar een ontwerp Ontwikkelperspectief, onder andere op basis van de input van u als raad. Uitgangspunt daarbij is dat het Ontwikkelperspectief, dat kan bestaan uit verschillende elementen van de varianten, leidt tot een aantrekkelijke regio in balans.
VRAGEN AAN DE RAADSCOMMISSIE Wij vragen u daarom: 1. Wat vindt u positieve elementen in de verschillende varianten, die bijdragen aan de regio in balans? 2. Welke elementen verstoren deze balans in uw ogen? 3. Welke dilemma’s ziet u in de varianten, waar een antwoord op moet komen? Kortom: welke aandachtspunten, gegeven de Variantenstudie, wilt u meegeven om te komen tot het ontwerp Ontwikkelperspectief 2050?
VERVOLG De reacties die de Regio ontvangt van de gemeenteraden worden betrokken bij de verdere uitwerking naar een ontwerp Ontwikkelperspectief 2050. Naar verwachting zal dit ontwerp in de tweede helft van 2026 naar de raden komen. In de komende maanden wordt de effectbepaling vanuit verschillende invalshoeken verder verrijkt, onder andere met een zorgvuldig samengestelde expertgroep die de varianten naast het Afwegingskader Regionale Brede Welvaart legt.
BIJLAGEN