CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

1407961 5. Gebiedsbiografie Stedendriehoek - tijdsvensters (1)

Commissie Omgeving en Financiën 12 februari 2026, gemeente EpeBij agendapunt: Consultatie Variantenstudie Verstedelijking in Balans Regio Stedendriehoek27.845 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2 alinea's met “maatschappij”: 2022 2041

het cultuurlandschap onderdeel van een landgoed. De zone rondom de stad is in trek bij de stedelijke elite,

de

dekzandkoppen

zijn

geschikt

voor

landbouw en bebouwing en de lage gronden zorgen voor een afwisseling met water en park. Bekende voorbeelden rondom Deventer zijn de landgoederen De Banninck, Vrieswijk, Oud- en Nieuw-Rande, De Oxerhof en De Achterhoek. De Haere ligt net buiten de Regio Stedendriehoek, maar ligt ook in dezelfde landgoederenzone.67

Rondom Twello De zone rondom Twello groeit tevens uit tot een landgoederenzone. De vruchtbare gronden van de IJsselvallei en de ligging ten opzichte van Deventer zorgen

voor

een

groot

aantal

landgoederen.

macht en privileges verliest. Het hebben van een havezate geeft niet meer automatisch toegang tot de politieke elite en door het wegvallen van inkomsten wordt het onderhoud van een groot en statig huis met bijbehorende parkaanleg te kostbaar. Voor wie het zich nog wel kon veroorloven, voldeden de havezaten doorgaans niet meer aan de comforteisen van die tijd.65

Langs de Grift tussen Hattem en Vaasen De veertiende eeuwse

Grift is een geliefde plek

om landgoederen te stichten. Aan de ene kant zijn op de overgang van de Veluwe naar de IJsselvallei uitstekende akkergronden te vinden en aan de andere Kasteel Vosbergen ligt langs de Grift bij Heerde en ligt strategisch op de overgang van de Veluwe naar de IJsselvallei. Het water uit de gracht staat met de Grift in verbinding.

68

Tegenwoordig hoort daar ook de ligging ten opzichte van Apeldoorn bij, maar in die periode is Apeldoorn nog niet uitgegroeid tot de stad die het nu is. Rondom Twello liggen in een landgoederenkrans onder andere de landgoederen ’t Schol, ’t Veenhuis, Dijkhof, Het Hunderen, De Parkelaar, Wezenveld, Bruggenbosch, Hartelaar, Grote en Kleine Noordijk, Holthuis en Hackfort Veenhuis. Daarnaast zijn er nog meer landgoederen geweest, waaronder De Dernhorst, Het Meermuiden, Engelenburg en De Basselt. 68

Tussen Wilp en Brummen In de IJsselvallei tussen Wilp en Brummen komt ook een landgoederenzone te liggen, waarvan sommige landgoederen bij de oudste landgoederen van de Regio Stedendriehoek horen, zoals De Poll. In dezelfde zone liggen ook De Lathmer en Beekzicht. Bij Empe ligt het Huis Empe, bij Voorstonden ligt kasteel Voorstonden. Aan deze kant van de IJssel ligt ook de grote boerderij op de oude gronden van De Mars, alhoewel dat geografisch eigenlijk bij de Graafschap Zutphen hoort, omdat de IJssel in de vijftiende eeuw is verlegd. Rondom Brummen liggen onder andere Het Leusveld, Engelenburg, Den Bosch en de Wildbaan. Bij Eerbeek ligt Huis te Eerbeek. Interessant in deze zone is dat er landgoederen zijn met een middeleeuwse kasteel als basis, zoals De Nijenbeek, Sinderen en Hof te Wilp. Dit zijn drie verdedigingswerken

die

daadwerkelijk

worden

ingezet in de strijd om de grens tussen Gelre en het

Langs deze IJsselmeander ligt landgoed De Poll. De meander is inmiddels vastgelegd met kribben, zodat deze niet kan uitbreken en er een ‘stilstaand’ landschap ontstaat. Landgoed De Poll en de IJsselmeander stammen beiden uit de tijd dat de IJsselvallei een hoog dynamisch landschap is.

Oversticht te bewaken. Daarnaast zijn er havenzaten als Bussloo en de Leeuwenbrug.69

In de Graafschap Zutphen Rondom Zutphen en in de graafschap die vanuit Zutphen wordt bestuurd, ontstaat tevens een landgoederenzone. Dat begint al op de grens met Salland met Huis Dorth, ’t Hassink en Huis ’t Joppe. Rondom Zutphen liggen in een eerste schil de landgoederen Den Dam, Huis te Voorst en ’t Velde. In de tweede schil daaromheen liggen ’t Elze, Nijenhuis, Walien en Velhorst. Rondom Lochem liggen langs de Berkel onder andere ’t Ross, Ampsen, De Cloese en Huis te Nettelhorst. Wat verder weg liggen aan de noordkant Verwolde en aan de zuidkant Beekvliet. Aan deze zuidkant gaat de landgoederenzone rondom Lochem over in de landgoederzone rondom Vorden. Dat behoort ook bij de oude Graafschap Zutphen, maar valt niet binnen de Regio Stedendriehoek.

De voorgevel van het landhuis op buitenplaats Groot Engelenburg in Brummen.

69

Paleis Het Loo Aan de westkant van het dorp Apeldoorn ontstaat een

spuiten. Rondom het paleis ligt het Paleispark, dat

bijzonder, koninklijk landgoed. Stadhouder Willem

dient als jachtterrein voor de Koninklijke familie.

III koopt namelijk in 1684 het middeleeuwse kasteel

Vanuit het hart van het hoofdgebouw loopt een

Het Oude Loo aan met het idee om daarnaast een

assenstelsel richting het zuiden. Voor het paleis

nieuw jachtverblijf te bouwen. Dat jachtverblijf

langs loopt de Koningslaan. Een rechte weg, dwars

groeit in de tien jaar daarna uit tot Paleis Het Loo

door het Paleispark, die voorheen de directe

dat we ook nu nog kennen. Een vierkant hoofdgebouw

wegverbinding vormde tussen Het Loo en Amersfoort.

in

weerszijden

Na de Franse inval in 1795 wordt de tuin grotendeels

zijvleugels. Achter het paleis wordt een formele

vernield en als grasveld ingericht. Tussen 1977 en

tuin in de stijl van de zeventiende eeuwse barok

1984 worden zowel het paleis als de tuinen weer

aangelegd. Er zijn meerdere fonteinen in de tuin die

in oorspronkelijke staat teruggebracht en wordt het

met het hoogteverschil van de Veluwe en de aanvoer

paleis als museum ingericht.

classicistische

stijl

met

aan

van grondwater voor die tijd enorm hoog kunnen

Op de vooroorlogse foto is Paleis Het Loo te zien voordat de formele tuin wordt gerestaureerd. Op de huidige, topografische kaart is de replica van de barokke stijl ingetekend die vanaf 1977 is aangelegd.

70

7. Veluwse sprengenbeken en watermolens zorgen voor de eerste industrialisatie

richting de gracht van Vosbergen om daar in de Grift

Het water dat hoger op de Veluwe infiltreert,

de Grift af. Van tenminste zes plekken is er bekend

uit te wateren. In dit bekencluster hebben door de eeuwen heen minstens zeven watermolens gestaan. Het volgende bekencluster ligt ten zuiden van

zakt niet loodrecht naar beneden, maar buigt ondergronds deels af. Daardoor komt het via kwelstromen aan de flank van de Veluwe weer tot aan maaiveld en treedt het soms uit in natuurlijke bronnen. Het water dat uittreedt is soms tientallen tot enkele honderden jaren onderweg geweest. Door te graven op de plekken waar het water uittreedt kan de kwelstroom worden ‘afgetapt’. De plek waar het water naar buiten komt, wordt de sprengkop genoemd. Via gegraven beken wordt het water naar watermolens geleidt. Het laatste deel van de beek wordt kunstmatig 'opgeleid' om voldoende verval te bereiken en het waterrad te laten draaien. Vooral papierindustrie en later wasserijen vestigen zich langs de Veluwe. Het zuivere water was uitermate geschikt voor de witte was.70

meest

noordelijke

sprengbekencluster

dat er een watermolen heeft gestaan. Ten zuiden van Epe liggen de bekenclusters van de Dorpse Beek en de Klaarbeek. Ook hier hebben minstens zes watermolens gestaan. Bij Vaassen liggen twee bekenclusters. Aan de noordkant richting Emst ligt het bekencluster die tegenwoordig de zandafgravingen bij het Kievietsveld voedt. Aan de zuidkant ligt het bekencluster dat de gracht van de Cannenburch van water voorziet. Dit bekencluster heeft een indrukwekkend sprengkoppenstelstel in de Motketel bij Niersen en had door de eeuwen heen ruimte voor veertien watermolens. Bij Wenum en Wiesel ligt het bekencluster van de Meibeek en de Wenumse Beek. In het Paleispark van paleis Het Loo ligt het volgende bekencluster met de Koningsbeek en vijf verdwenen watermolens. De sprengenbeken voeden de gracht van het Oude Loo en de fonteinen in de formele

Acht bekenclusters wateren tussen Heerde en Apeldoorn af via De Grift Het

Heerde en watert met de Horsthoekerbeken richting

tuin achter het paleis. Het laatste bekencluster dat op de Grift uitkomt, is het bekencluster dat start in

bij Ugchelen en tegenwoordig door de stad van

de Regio Stedendriehoek is ten noorden van

Apeldoorn loopt. Aan dit bekencluster hebben maar

Heerde gegraven. Vanaf de sprengkoppen lopen de

liefst 23 watermolens gestaan.

Zuidelijke, Middelste en Noordelijke Heerderbeken

In deze beboste linten liggen de sprengenkoppen van de Nijmolense Beek verborgen. Het is het begin van de bekencluster die via Emst bij de zandafgravingen van het Kievietsveld uitkomt

71

Drie bekenclusters wateren tussen Beekbergen en Brummen af richting de IJssel Tussen Beekbergen en Brummen liggen tevens drie clusters van sprengenbeken. Doordat deze onder vrij verval van sprengkop tot IJssel kunnen stromen hebben ze een langere lengte dan de sprengenbeken ten noorden van Apeldoorn. Het eerste cluster start met sprengkoppen bij Beekbergen en Loenen en de opgeleide beken daarvan komen samen bij de Voorsterbeek. Aan dit bekencluster hebben minstens vijftien watermolens gestaan. Daarnaast wordt de gracht van Ter Horst door dit bekencluster gevoed. Ten westen van Eerbeek liggen de sprengkoppen die de Coldenhovense Beek en de grachten van Huis te Eerbeek voeden. Via de Oekensche Beek en de Voorstondense Beek stroomt het water naar de IJssel.

Achter kasteel de Cannenburch in Vaassen ligt de Cannenburcher watermolen. De sprengenbeek om de watermolen aan te drijven wordt gevoed door sprengkoppen uit de Motketel.

Op de grens van Brummen en Dieren ligt het derde bekencluster. De Soerense Beek vult de gracht van de Gelderse Toren en bood ruimte aan vijf watermolens.

In Beekbergen ligt aan de Oude Beek de Ruitersmolen. Het is één van de vier molens die aan deze beek hebben gestaan.

72

Themakaart sprengenbeken

73

74

Overzichtskaart tijdsvenster 2: ‘Identiteit als basis’ Legenda Stuwwal Dalen en laagtes Dekzand Dekzandlaagtes Oeverwallen Komklei Watermolen - verdwenen Watermolen - aanwezig Wetering of sprengbeek Dijk Oude IJselmeander Kanaal Sallandse landweer Paleis het Loo Malebos Kolk Landgoed Stad Nijbroek

75

03 TIJDSVENSTER 3: MODERNE LANDSCHAPPEN EN VERSTEDELIJKING (>1800 NA CHR.)

De uitwatering van de Veluwse weteringen bij Werven.

76

TIJDSVENSTER 3

MODERNE LANDSCHAPPEN EN VERSTEDELIJKING (>1800 NA CHR.) De natuurlijke barrières van ons landschap,

zorgvuldig ruimtegebruik worden keuzes voor de

zoals stromend water, stagnerend water en

lange termijn gemaakt en functies gecombineerd.

veen, zorgen in tijdsvenster 1 en 2 voor een

Realiseren we onze woningbouwopgave compact,

landschap waarmee we in contact moesten staan

zoals meer dan duizend jaar onze steden compact

om er doorheen te bewegen. Door het scheiden

zijn ontwikkeld? Kan de woonopgave ook een

van functies en de aanleg van infrastructuur in

verbetering

tijdsvenster 3, zoals de spoorlijnen, kanalen en de

betekenen? Of gaat de natuurwaarde in zijn

A50 en A1, maar ook economische veranderingen

geheel omhoog als we de beken en rivieren weer

in onze samenleving, is de noodzaak om in contact

als uitgangspunt nemen en zelf op de hogere

te staan met onze directe dagelijkse omgeving

delen gaan wonen? Meervoudig ruimtegebruik

verdwenen

en

daardoor

minder

van

het

huidige

watersysteem

beleefbaar

is niet alleen nodig vanwege de druk op de

geworden. Daarnaast zijn onze steden tot

grond, maar is ook essentieel om een leefbare

tijdsvenster 2 relatief compact en voorzieningen

omgeving voor ons zelf te maken. Want, zoals

beperkt, maar wel dichtbij. Vanaf de industriële

tijdens één van de werksessies naar voren

revolutie, met de trek van platteland naar stad

kwam, “als er alleen maar huizen komen dan is

en de groei van de bevolking, dijen steden

het niet prettig wonen. Juist de andere factoren

steeds verder uit. Planmatig nadenken over

maken de woonplek en daar moeten we in de

groene ademruimte in dorpen en steden is in

ontwikkelprincipes aandacht voor hebben.”

deze periode begonnen. Tegelijkertijd komt ook vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw het autobezit sterk opzetten, een ontwikkeling die

vandaag

de

dag

nog

steeds

doorzet.

Steden maken op zichzelf ook in tijdsvenster 3 verschillende ontwikkelingen door. Apeldoorn wordt door de Rijksoverheid als ‘dienstenstad’ neergezet, terwijl Deventer zich bijvoorbeeld als studentenstad profileert. Na de Tweede Wereldoorlog neemt de overheid de rol van verzorgingsstaat steeds meer op zich. Dit leidt tot de afbouw van veel kleinschalige, collectieve voorzieningen en een grote deconcentrering van het maatschappelijk leven.71 Met alles wat er op ons afkomt is het duidelijk dat de ruimtevraag in de Regio Stedendriehoek geen puzzel is die in elkaar gaat passen. Tegelijkertijd hebben we ook nog keuzes. Bij

77

1. Markedelingen, bebossing en landbouw op de woeste gronden Markedelingen en ontginningen De gemeenschappelijke heidevelden van de marken zijn ook aan het begin van de negentiende eeuw nog steeds collectief bezit. Dat maakt dat het ontginnen van de heidevelden naar bosbouw of landbouw lastig op gang komt. Het verdelen van de collectieve markegronden wordt daarom na 1800 sterk gestimuleerd door de Rijksoverheid, maar lang was er weinig animo voor verdeling. De boeren hebben te weinig mest om de gronden daadwerkelijk te kunnen ontginnen. Pas na het uitvaardigen van de derde Markewet in 1848 komt de verdeling van de markegronden op grote schaal op gang en leidt tot privatisering van deze gronden.

In gebieden met relatief veel grootgrondbezitters, zoals in de Graafschap, komt het doorgaans eerder tot verdeling. Zij hebben - in tegenstelling tot de boeren – meer kennis van de mogelijkheden, meer kapitaal om over te gaan tot ontginning en meer persoonlijk belang. Het effect van de markedelingen op het landschap komt in verschillende fases. In eerste instantie leiden de verdelingen van de woeste gronden vooral tot ontginningen van laaggelegen broekgebieden of natte, venige heide die dan nog niet ontgonnen zijn. Na ontwatering kunnen deze al snel in gebruik worden genomen. Tot 1900 gaat het ondanks alle inspanningen toch nog altijd maar om een relatief beperkt areaal woeste gronden dat is ontgonnen. Pas nadat kunstmest vanaf 1900 steeds beter beschikbaar wordt en vooral na inzet van de Heidemij, Staatsbosbeheer en de werkverschaffingsprojecten in de periode na 1930 breekt een volgende ontginningsfase aan en wordt het tempo sterk opgevoerd, waardoor er in 1938

Van een gedeelte van de Houtvesterij Gortel wordt door de Koninklijke Houtvesterij een overzichtskaart gemaakt. Opvallend om te zien is dat het dambordpatroon van de nieuwe naaldbossen te midden van het oude, meer kronkelige landschap is aangelegd.

78

nog maar een fractie van het heideareaal resteert.

Beekbergen, Hoenderloo, Loenen wordt bebost met

Na de ontginning is op veel plekken hetzelfde beeld

naaldhout en doorsneden met rechte wegen en

ontstaan met veel bebossing en een verspreide

kavels. De sprengenbeken onderbreken dat patroon

vestiging van landbouwers.

door met hun kronkelende vorm het natuurlijke reliëf

72

te volgen. Bij Voorst, Appen, Gietelo en Klarenbeek

Bebossing en nieuwe landgoederen

worden heidevelden ontgonnen en bebost door de

Op de Noordoost-Veluwe zijn het de witte zanden van

landgoederen De Poll, Beekzicht en Klarenbeek en

de Woldberg die worden ontgonnen voor de bosbouw.

wordt landgoed Ekeby gesticht.73

Deze voedselarme gronden hebben van zichzelf een beperkt regeneratief vermogen. In samenhang met het stichten van landgoederen in deze regio en het toepassen van nieuwe bosbouwtechnieken lukt het toch om de naaldbebossing op gang te krijgen. Bij Wapenveld zijn het de landgoederen Fliphul, Petrea, De Polberg en De Dreef die een start maken met de naaldbebossing. Voor de Tweede Wereldoorlog zijn

de

meeste

heidevelden

reeds

ingeplant

met bosplantsoen en ligt er het kenmerkende wegenpatroon van de heideontginningen. Dat wil zeggen: rechte wegen en vierkante vakken, waardoor er van bovenaf gezien een soort dambordpatroon ontstaat. Bij Heerde gebeurt exact hetzelfde met de landgoederen De Delle en Het Veen. Ook hier wordt de naaldbebossing uitgerold. Bij Epe is het de gemeente Epe zelf die de heide gaat ontginnen. Daarbij ontstaat de Gemeentebossen Epe. Meer naar het westen ontgint naast het oude landgoed Tongeren het nieuwe landgoed Welna de heidevelden tussen Tongeren en het Soerel. Ook hier weer het

In de Achterhoek zijn de ontginningen in het dekzandlandschap minder grootschalig dan bovenop de Veluwse stuwwal. Maar ook hier worden op heidevelden grotere naaldbossen aangeplant. Een goed voorbeeld is het bos bij Waliën. Hier ontbreekt wel het kenmerkende dambordpatroon. Dat patroon is ten oosten van Waliën wel goed zichtbaar bij de bebossing van het Groote Veld. Ook het Ampense Veld wordt van heide omgezet naar naaldbossen. Landgoed Ampsen legt daarbij een sterrenbos en vervlecht parkelementen in de rechtlijnige aanleg van het wegenpatroon. Bij Gorssel wordt de Gorsselse Heide ontgonnen. Niet in de kenmerkende blokken, maar in lange, rechte percelen. Waarschijnlijk is dat de methode geweest waarop de markedeling heeft plaatsgevonden. Een klein gedeelte van de Gorsselse Heide is niet bebost en ook nu nog steeds heide. In Salland achter Deventer vinden de grootste

kenmerkende dambordpatroon.

bosaanplantingen tussen Lettele en Okkenbroek

Tussen Gortel en Het Loo is het de Koninklijke

in naaldbossen. Ook hier is het lastig om het

familie die de markegronden opkoopt. Dat doen ze zowel met de heidevelden als de oude maalschappen en tevens met de enkdorpen. Gortel, Niersen, Uddel en Hoog-Soeren worden omstreeks 1900 allemaal opgekocht en vallen vanaf dat moment onder de Koninklijke Houtvesterij. De gronden sluiten

plaats.

Daar

wordt

het

Ooijerveld

omgezet

kenmerkende dambordpatroon uit te rollen. Dat komt door de gevarieerde ondergrond van dekzandhoogtes en laagtes. Maar ook achter Diepenveen vinden al vrij vroeg heideontginningen met naaldbebossing plaats. Het zijn de landgoederen Vrieswijk, Kranenkamp en de Wolfhoek die daar het initiatief voor nemen.

naadloos aan op het Paleispark en paleis Het Loo, waardoor een aangesloten gebied van meer dan 10.000 ha ontstaat. Tussen Ugchelen en Hoog Buurlo wordt het Ugcheler Bos aangelegd. Ook de driehoek

79

wateraanvoer te zorgen, worden beken omgelegd en sprengen gegraven. In 1874 is het waterprobleem eindelijk opgelost. Gedurende enkele jaren wordt het kanaal goed gebruikt. In de glorietijd betekent dat ongeveer dertig schepen per dag. Maar nadat de grotere stoomschepen hun intrede doen wordt het Apeldoorns Kanaal al snel te smal voor moderne scheepvaart. Daarom wordt het in 1878 verbreed. Na Het Twentekanaal kan bij het sluiscomplex van Eefde niet alleen water uitlaten, maar is zo gebouwd dat het ook water in kan laten om in droge zomers als wateraanvoer te dienen. Rechts op de foto is het Afleidingskanaal van de Berkel te zien.

de Tweede Wereldoorlog wordt er nog een keer in een verbreding geïnvesteerd. Het mag echter niet baten, de scheepvaart neemt langzaam in belang af, met name door de concurrentie van het verbeterde wegennetwerk en het spoor. De noordelijke route

2. Het Apeldoorns Kanaal, Overijssels Kanaal en Twentekanaal in een internationaal netwerk

wordt vanaf 1962 afgesloten voor de scheepvaart en het zuidelijke deel volgt tien jaar later.74

Het Overijssels Kanaal Aan de andere kant van de IJssel komt in het

Halverwege de negentiende eeuw zijn bijna alle

Sallandse Achterland tevens een kanalenstelsel te

wegen onverhard en doorgaans enkel van lokaal

liggen. In het midden van de negentiende eeuw

of regionaal belang. Ook de waterwegen zijn er,

krijgt de Overijsselsche Kanalisatie Maatschappij

ondanks hun belang voor de handel, vaak slecht aan

(OKM) het recht om een aantal kanalen te graven in

toe. Daarnaast zijn ze meestal niet het hele jaar

de provincie Overijssel. In 1851 wordt begonnen

rond bevaarbaar en alleen toegankelijk voor zompen

de werkzaamheden. Het hoofdkanaal van Zwolle

met een geringe diepgang, zoals op de Berkel en

naar Almelo komt in 1855 gereed. In 1858 wordt

de Schipbeek. Het verbeteren en uitbreiden van

het Overijssels Kanaal, lopend van Lemelerveld

de infrastructuur, zowel de water- als landwegen

naar Deventer en een zijtak van het kanaal Zwolle-

en later ook de aanleg van het spoornetwerk,

Vroomshoop, geopend. Het Overijssels Kanaal wordt

zijn noodzakelijk om de economie nieuw leven in te blazen. Daarom worden er nieuwe kanalen gegraven en bestaande waterwegen op grote schaal ‘genormaliseerd’. Dat laatste houdt in dat bochten worden afgesneden, oevers worden vastgelegd en met stuwen het waterpeil hoog wordt gehouden.

Het Apeldoorns Kanaal Het Apeldoorns Kanaal is in twee fases aangelegd. Het eerste deel, van Apeldoorn naar Hattem wordt tussen 1825 en 1829 gerealiseerd. Het tweede deel, van Apeldoorn naar Dieren, komt er pas in 1865. Eenmaal volledig aangelegd blijkt het waterpeil niet hoger te komen dan zestig centimeter. Om voor meer Internationale kanalenstelsel

80

Het Twentekanaal kan bij het sluiscomplex van Eefde niet alleen water uitlaten, maar is zo gebouwd dat het ook water in kan laten om in droge zomers als wateraanvoer te dienen. Rechts op de foto is het Afleidingskanaal van de Berkel te zien.

in Deventer via de Stadsgracht en de Pothoofdsluis met de IJssel verbonden. Er ontstaat daardoor aan deze kant van de IJssel een internationaal netwerk van kanalen met Duitsland. Vanaf de IJssel kan bijvoorbeeld via Nordhorn naar de Eems worden gevaren. Een daling van de inkomsten uit de scheepvaart, mede veroorzaakt door de ontwikkeling van het Twentekanaal in de jaren dertig van de twintigste eeuw, bracht de OKM in financiële moeilijkheden. Om daar iets tegen te doen, wordt in 1941 de N.V. Maatschappij Overijsselsche Kanalen opgericht. Het scheepvaartverkeer loopt echter steeds verder terug en een aantal kanaalvakken wordt voor de vrachtschepen gesloten en overgedragen aan het Waterschap Salland. Het kanaalvak DeventerLemelerveld is in 1988 voor de beroepsvaart

Het Twentekanaal Ten noorden van Zutphen, bij Eefde, wordt in 1930 begonnen met het aanleggen van het Twentekanaal. Het kanaal wordt in eerste instantie gegraven voor een betere aanvoer van grondstoffen voor de Twentse textielindustrie en voor de toevoer van steenkool uit de mijnen in Limburg. Wat nieuw is voor die tijd is dat het kanaal als dubbelfunctie ook de overstromingen van de Berkel, de Regge en de Schipbeek moest voorkomen, doordat bij wateroverlast het Twentekanaal overvloedig water kan afvoeren én tevens bij droogte water vanuit de IJssel oostwaarts kan leiden. Dat laatste gebeurt nu nog steeds en voorkomt dat in de zomer het grondwaterpeil wegzakt.

gesloten.75

81

gronden. Op enkele rigoureuze voorbeelden na, gaat

3. Ruilverkavelingen en schaalvergroting in het landschap

het landschap niet vaak volledig op de schop, maar wordt het vooral ‘genormaliseerd’. Daarbij wordt altijd naar drie onderwerpen gekeken: op welke manier kan de ontwatering worden geoptimaliseerd, kunnen boeren met kavelruil minder en grotere

Agrarische moderniseringen

kavels in hun bedrijfsvoering krijgen en hoe kunnen

De periode na de Tweede Wereldoorlog kenmerkt

deze kavels met betere wegen ook beter worden

zich door snelle agrarische moderniseringen. Er

ontsloten.76

wordt ingezet op mechanisatie, ruilverkavelingen, specialisatie

en

schaalvergroting.

Al

deze

Vanaf de Ruilverkavelingswet in 1954 is het verplicht

ontwikkelingen veranderen het landschap opnieuw.

om een landschapsplan op te stellen, waarbij

De ruilverkavelingslandschappen vormen daarmee

aandacht was voor behoud van ‘natuurmonumenten

één van de jongste tijdlagen in het landschap.

en landschapsschoon’. Toch is er in de praktijk zeer

Ze zijn niet altijd gemakkelijk te onderscheiden

zeker ook sprake van vervlakking van landschappelijke

van de jonge heideontginningen, omdat beide

waarden.

worden gekenmerkt door relatief grote kavels en

greppels en houtwallen verdwijnen. Maar ook

rechte wegen met boerderijen. Er zijn echter wel

gemeenschappen veranderen, doordat kleine boeren

degelijk verschillen. Ruilverkavelingen betreffen

ophouden en andere boeren worden uitgeplaatst

de schaalvergroting in bestaand boerenland en

naar een ruilverkavelingsboerderij.

Kenmerkende

verkavelingsstructuren,

niet zozeer het ontginnen van voormalige woeste

Een groot deel van het landschap in de Regio Stedendriehoek is tijdens de naoorlogse periode van de ruilverkavelingen onder handen genomen. Alleen bovenop de Veluwe hebben geen ruilverkavelingen plaats gehad.

82

Onderdeel van de ruilverkaveling Heerde-Wapenveld is het opnieuw indelen van de broekgebieden. Hier is het Wapenveldse Broek te zien met grote percelen waar efficiënt landbouw kan worden bedreven.

Ruilverkavelingen in de Regio Stedendriehoek In de Regio Stedendriehoek zijn zeven grote ruilverkavelingen geweest. Al deze ruilverkaveling zijn naoorlogs uitgevoerd. De eerste ruilverkaveling is de kleine ruilverkaveling van Beekbergen en Lieren geweest. Deze begin in 1951 en is in 1960 afgerond. Vervolgens worden in 1959 en 1960 respectievelijk Cortenoever en Warnsveld opgestart. In 1967 is de ruilverkaveling van Heerde en Wapenveld aan de beurt. Het is een ruilverkaveling waarbij op veel weerstand van de boeren wordt gestuit. Deze ruilverkaveling is dan pas ook rond 1980 klaar. In de jaren zeventig en tachtig zijn de ruilverkavelingen Lettele-Okkenbroek, Ruurlo, Twello, Bathmen en Laren doorgevoerd. Vanaf 1985 gaan de ruilverkavelingen verder onder de naam ‘landinrichtingsprojecten’ en wordt er integraler naar het landschap gekeken. In de Regio Stedendriehoek is één landinrichtingsproject uitgevoerd en dat is die van Brummen-Voorst. Deze begint in 1986 en wordt formeel afgesloten in 2008.

83

Op de voorgrond van deze luchtfoto van Deventer is de voorlogse, eerste uitbreiding van de Zandweerd te zien. Destijds heette deze uitbreiding nog ‘Buiten den Noordenberg’.

4. Stedelijke ontwikkeling van Deventer, Zutphen, Apeldoorn en Lochem In de achttiende en negentiende eeuw groeit de bevolking weer. Zowel op het platteland als in de steden neemt de druk op de ruimte daarmee toe. Tegelijkertijd wordt de industrie steeds belangrijker. In de steden Deventer en Zutphen moet deze groei binnenstedelijk worden opgelost. Dat komt doordat de Vestingwet uit 1591 ervoor zorgt dat buiten de grachten en wallen een ruim schootsveld vrij moet blijven van bebouwing. Pas op het moment dat de Vestingwet in 1874 vervalt, worden de vestingwerken ontmanteld en kunnen beide steden groeien naar behoefte. Lochem en Apeldoorn vallen niet onder de Vestingwet, maar laten voor de twintigste eeuw beperkt groeiambities zien.77 Na de twintigste eeuw verandert dat en ontwikkelen alle steden zich snel. Door wetgeving zijn bij alle steden dezelfde soort ontwikkelingen te zien: de wijken na de Vestingwet, de wijken na de Woningwet van 1901, de jaren dertigwijken, de naoorlogse wederopbouwwijken, de bloemkoolwijken uit de jaren tachtig en de VINEXwijken na de jaren negentig. Deze wijken liggen bij alle steden als schillen of vlekken rondom de stad.

Deventer ontwikkelt zich in zes schillen De vesting van Deventer probeert ook voor het vervallen van de Vestingwet in 1874 al de ruimte op te zoeken buiten de stadsgrenzen. Aan de noordkant is reeds het station aangelegd, langs de stadswallen wordt een wandeling aangelegd als voorloper van het Rijsterborgherpark en op twee plekken worden al huizen gebouwd: de Voorstad in het noorden en de Noorderbergers Tuinen in het westen. Aan de overkant van de brug is op de Worp tevens een groot wandelpark aangelegd. Daarnaast ligt de begraafplaats al buiten de stadsmuren op zijn huidige plek. In 1829 komt er namelijk vanuit de overheid een verbod op begraven in de kerk en binnen de bebouwde kom in plaatsen met meer dan 1.000 inwoners. Als dan ook de Vestingwet in 1874 vervalt kan Deventer buiten de stad meer huizen gaan bouwen. De Voorstad en de Noordenbergers Tuinen worden in eerste instantie volgebouwd. Deze laatste heet dan Buiten den Noordenberg en zal later de Zandweerd gaan heten. In 1886 wordt het Rijstenborgherpark aangelegd door Leonard Springer en wordt een groot deel van de grachten vergraven. Voor de Tweede Wereldoorlog zet deze ontwikkeling zich door. De Voorstad en de Zandweerd breiden zich steeds verder uit op de enken die rondom de stad liggen. Tussen beiden uitbreidingen wordt het Nieuwe Plantsoen als wandelpark aangelegd. Aan de zuidkant wordt na de Woningwet uit 1901 het

84

Industrieterrein De Mars in Zutphen is op deze luchtfoto uit 2001 op de achtergrond te zien. Aan de overkant van de IJssel zijn de uitbreidingen van De Hoven waar te nemen.

Knutteldorp gebouwd en wordt de Nieuwe Haven

gebouwd. Uitzondering is de wijk De Hoven aan

aangelegd. Aan die kant van de stad ontstaat daarmee

de overkant van de IJssel. Na het vervallen van de

ook het eerste industrieterrein.

Vestingwet wordt aan de noordkant van Zutphen het Coenenpark aangelegd. Dit park is vooroorlogs

In de wederopbouwperiode maakt Deventer een

alweer verdwenen voor de uitbreiding van de haven

grote groei door en worden de oude enken zo

en het industrieterrein die op deze plek ontstaan.

goed als volgebouwd. De Zandweerd krijgt zijn

De echte uitbreiding van woonwijken komt wat later

derde uitbreiding, Tuindorp, het Oranjekwartier,

op gang in Zutphen dan in andere steden het geval

het

de

is. De belangrijkste jaren dertigwijk Noordveen

Rivierenwijk worden gebouwd. In de jaren tachtig

wordt aan de noordoostkant van Zutphen gebouwd

wordt bij Colmschate een ‘bloemkoolwijk’ gebouwd

richting Eefde. Aan de zuidkant van Zutphen wordt

en ontstaat de wijk Borgele. Schalkhaar kent in

de gevangenis gebouwd.

Landsherenkwartier,

Keizerslanden

en

deze periode ook haar uitbreiding. De haven en het industriepark breiden beiden tevens behoorlijk uit.

Na de Tweede Wereldoorlog groeit Zutphen verder

Vanaf de eeuwwisseling is het met name Colmschate

met de wederopbouwwijk Waterkwartier aan de

dat nog groei doormaakt door de aanleg van de

zuidkant van de stad en wordt de gevangenis door

VINEX-wijk De Vijfhoek en zuidkant van de Holterweg.

huizen ingesloten. Het is ook in deze periode dat

Langs de A1 worden steeds meer industrieterreinen

Warnsveld zich sterk uitbreidt en tegen de stad

gebouwd.

Zutphen aangroeit. Op het industrieterrein De Mars

De vijf uitbreidingsvlekken van Zutphen

aan de noordkant van de stad komt een extra havenarm te liggen en worden de gronden tussen stad, spoor

Zutphen heeft als vestingstad tot aan de Vestingwet

en Twentekanaal klaargemaakt om de industrie

van 1874 al haar vestingwallen en grachten nog in

de ruimte te geven. In de jaren tachtig komen de

gebruik. Toch zijn er ook voor het vervallen van

Zuidwijken aan de stad vast te liggen, zowel aan de

de Vestingwet al binnen de vesting veranderingen

Zutphense kant als aan de Warnveldse kant. Tegen de

te zien. Het station wordt binnen de vestingwallen

eeuwwisseling wordt de wijk De Leesten gebouwd.

aangelegd en ook de begraafplaats, die na 1829

Dat is een voorloper van de VINEX-gedachte. De

buiten de bebouwde kom moet komen te liggen,

laatste grote woonwijk die wordt bijgebouwd is

wordt aan de rand van de vestingwallen opgenomen.

Leestens Oost. Ten zuiden van Zutphen wordt tevens

Rondom Zutphen worden dan nog geen huizen

een nieuw industrieterrein Revelhorst gebouwd.

85

Het station en het Apeldoorns Kanaal worden in Apeldoorn dicht bij elkaar gelegd. De oude enken worden vooroorlogs als eerste volgebouwd.

De ronde stadsvorm van Apeldoorn Het dorp Apeldoorn maakt pas rond 1900 haar eerste uitbreidingsontwikkeling door. De begraafplaats is wel reeds in de negentiende eeuw buiten het centrum verplaatst, maar na die tijd blijven ontwikkelingen vooralsnog uit. Daar komt verandering in als voor de Eerste Wereldoorlog het Oranjepark wordt

Uitbreidingskaart Apeldoorn

aangelegd en de Apeldoornse Enk, de Nieuwe Enk en de Wormensche Enk worden volgebouwd met huizen. Het is een ruim opgezette, planmatige aanpak van dorpsuitbreiding. Tegelijkertijd wordt het station aan de zuidkant van het dorp nabij het Apeldoorns Kanaal gebouwd. Het spoor krijgt een afslag richting paleis Het Loo. In de jaren dertig is Apeldoorn vooral aan het volbouwen en inbreiden van de wijken op de

Uitbreidingskaart Deventer

86

enk. Aan de oostkant van paleis Het Loo wordt de wijk

Aan de noordoostkant komen de wijken De Mheen,

Welgelegen gebouwd. Wat vooral opvalt, is de ruim

Anklaar en Zevenhuizen gereed. Apeldoorn is met

opgezette aanpak van de stadsvorming. Apeldoorn

al deze uitbreidingen een grotere stad geworden

heeft er de ruimte voor en gebruikt deze ook.

dan Deventer en Zutphen. De stad ligt inmiddels grotendeels ingeklemd tussen de A50, de A1 en

In de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog wordt

de bossen van de Veluwe. Op het laatste vrije stuk

Wormen aan de zuidkant van Apeldoorn uitgebreid

worden rond de eeuwwisseling aan de A50 de wijken

met het Vogelkwartier, het Staatsliedenkwartier,

Osseveld, Woudhuis en Schoonlocht (of Osseveld-

het Componistenkwartier en het Rivierenkwartier.

Oost) gebouwd. Dit is ook de periode dat de

Ook de Westenenk krijgt in deze periode zijn

industrie in Apeldoorn uitgebreider komt opzetten.

huidige vorm. Deze liggen allemaal te westen van

Waar voorheen deze zich vooral bij het station en

het Apeldoorns Kanaal. De hooggelegen gronden zijn

langs het Apeldoorns Kanaal concentreerde, ontstaan

daarmee zo goed als op. De bossen van de Veluwe

vanaf de jaren negentig de industrieterreinen

houden een uitbreiding aan de westkant tegen,

Stadhoudersmolen en Apeldoorn-Noord aan de

waardoor Apeldoorn vanaf de jaren zeventig alleen

noordkant langs de A50, aan de zuidkant langs de

nog de lage en natte oostkant van de stad op kant. Dat

A1

gebeurt ook en in de jaren zeventig en tachtig wordt

Malkenschoten en Ecofacterij gebouwd. Na de

in de Wormensche Maten de woonwijk De Maten

eeuwwisseling komt de VINEX-wijk Zuidbroek, dat

gebouwd. Vanuit de Rijksoverheid wordt Apeldoorn

gebouwd wordt in de hooilanden van Apeldoorn en

als ‘dienstenstad’ aangewezen. De Belastingdienst

Beemte-Broekland, aan de noordkant te liggen. De

en TNO krijgen bijvoorbeeld belangrijke vestigingen

ronde stadsvorm van Apeldoorn heeft daarmee in

in de stad, maar ook verzekeraars als Centraal

één eeuw gestalte gekregen.

worden

industrieterreinen

Brouwersmolen,

Beheer openen een kantoorpand dat voor veel werkgelegenheid zorgt.78

Legenda 1500 1850 1900 1950 1980 2010 2025

Uitbreidingskaart Lochem

Uitbreidingskaart Zutphen

87

Stedelijke ontwikkelingskaart

88

89

Vier wederopbouwmonumenten (Zutphen-Deventer-EpeApeldoorn) De wederopbouwperiode van Nederland na de

(1896-1966). In 2014 worden twee Rijksmonumenten

Tweede Wereldoorlog is een periode waarin nog

aangewezen in Epe en in Apeldoorn. In Epe betreft

maar weinig monumenten zijn aangewezen. Al is er

het de sobere bosbegraafplaats Norelbos. Deze

sinds ongeveer 2010 een omslag in de waardering

begraafplaats wordt begin jaren zestig aangelegd

van de bouwwerken uit deze periode. In de Regio

en ontworpen door tuinarchitect W.C.J. Boer (1922-

Stedendriehoek worden in deze tijd de eerste

1999). In Apeldoorn gaat het om de ‘Kweekschool

monumenten benoemd. In Zutphen wordt in 2010

voor

het NS-station als Rijksmonument aangewezen.

is gesitueerd in de wijk Driehuizen, in een van

Het station is in 1952 naar ontwerp van ir. H.G.J.

de naoorlogse uitbreidingen van Apeldoorn en is

Schelling (1888-1978) gebouwd in opdracht van de

een van de laatste ontwerpen van de Apeldoornse

Nederlandse Spoorwegen. In Deventer wordt in 2011

architect G.W. van den Beld (1883-1960) en zijn zoon

het rooms-katholieke Sint Jozefziekenhuis tevens

C.M.B. van den Beld (1918-1992).

kleuteronderwijzeressen’.

De

kweekschool

Rijksmonument. Het ziekenhuis wordt in 1953 gebouwd in een van de naoorlogse uitbreidingswijken op basis van een ontwerp van architect ir. J.A. van der Laan

De zuidkant van de wijk Kerschoten is door de RCE in 2013 benoemd als wederopbouwgebied van nationaal belang. De wijk is tussen 1956 en 1958 gebouwd.

90

Wederopbouwwijk Kerschoten in Apeldoorn In 2013 brengt de Rijksdienst voor het Cultureel

negenhonderd woningen, een winkelcentrum, één van

Erfgoed de ‘Atlas van de Wederopbouw’ uit. Hierin

de eerste moderne bejaardenhuizen van Nederland

zijn dertig wederopbouw van nationaal belang

én een royaal opgezet centraal park. Het plan van

benoemd zonder dat ze een officiële status krijgen.

Zuiderhoek werd grotendeels uitgevoerd tussen

Eén van de dertig gebieden is het Plan Kerschoten

1958 en 1962. In 2010 kreeg het park de status van

in Apeldoorn. De gemeente Apeldoorn groeit sterk

gemeentelijk monument.79

na de Tweede Wereldoorlog. Tussen 1950 en 1958 groeide het aantal inwoners van 85.667 naar ruim 100.000 inwoners. Om de bevolkingsgroei het hoofd te kunnen bieden, kocht de gemeente in 1955 voor stadsuitbreiding een terrein aan de noordkant van de bebouwde kom. Het was het laatste deel van het Loosche Veld, een nat en venig gebied. Kerschoten bestaat uit twee buurten. De zuidelijke buurt is ontworpen door architect David Zuiderhoek (19111993), voormalig stadsarchitect van Amersfoort. Het is dit deel dat tot wederopbouwgebied van nationaal belang is benoemd. Zuiderhoek ontwierp de wijk tussen 1956 en 1958 in opdracht van de gemeente in samenwerking met woningbouwverenigingen Ons Huis, St. Joseph en de Goede Woning. Het plan omvatte De bosbegraafplaats Norelbos in Epe is aan het begin van de jaren zestig aangelegd naar een ontwerp van W.C.J. Boer.

De ‘Kweekschool voor kleuteronderwijzeressen’ in Apeldoorn is in 2014 een Rijksmonument geworden. Het gebouw is in 1961 gebouwd.

91

Lochem in vijf stappen De stad Lochem wordt na de Tachtigjarige Oorlog

Na de Tweede Wereldoorlog richt de uitbreiding voor

niet als vesting aangewezen, waardoor Lochem

de wederopbouw zich op de overgebleven enk aan de

niet zoals Deventer en Zutphen ingeklemd in haar

westkant. Deze wordt in de jaren zestig en zeventig

binnenstad zit. Buiten de muur en de gracht staan

volgebouwd met de wederopbouwwijk die Zuiderenk

er tot het einde van de negentiende eeuw vooral

gaat heten. Het is ook in deze periode dat aan beide

huizen langs de toegangswegen en zijn de enken

kanten van het Twentekanaal de industrieterreinen

in gebruik als akkerland. Rondom de stad ligt een

Kwinkweerd en Hanzeweg komen te liggen. In de

krans van moestuinen. Na de wetgeving uit 1829

jaren negentig volgt wederom een uitbreiding van de

om begraafplaatsen buiten de bebouwde kom

woonwijk Zuiderenk. Deze keer totdat de Barchemse

te verplaatsen, wordt een begraafplaats aan de

Veengoot is bereikt. Langs de Berkel wordt de

zuidkant van de stad aangelegd. Na 1900 worden

woonwijk Berkeloord aan de noordkant uitgebreid.

er mondjesmaat extra huizen gebouwd langs de

Aan het Twentekanaal breidt de industrie zich uit

toegangswegen en op de enken aan de zuidkant van

met industrieterrein De Aalsvoort. Rond en na de

de stad. In de jaren dertig komt de stadsuitbreiding

eeuwwisseling wordt ten westen van de stad de

pas echt op gang. Dat is het moment dat de enk

VINEX-wijk De Molengronden gebouwd.

grotendeels wordt volgebouwd met wegen en huizen. Op de Paasberg wordt een watertoren gebouwd om de nieuwe wijken van water te voorzien.

Ontwikkeling van de grootste dorpen Naast de ontwikkeling van de steden maken ook de dorpen een ontwikkeling door. Met name naoorlogs worden er veel woningen gebouwd in de wederopbouwwijken. Het maakt dat de dorpen Wapenveld, Heerde, Epe en Vaassen op de NoordoostVeluwe ook een grote groei doormaken, maar dan op dorpsschaal. Datzelfde geldt voor Twello, dat tussen Apeldoorn en Deventer meegroeit. Maar ook, zij het in mindere mate, voor Uddel aan de westkant van de Regio Stedendriehoek. Op de Zuidwest-Veluwe groeien Eerbeek en Brummen uit tot grote dorpen. In Salland zijn het Diepenveen, Schalkhaar en Bathmen die doorgroeien in hun bewonersaantal. In de Achterhoek blijven veel dorpen juist bescheiden van omvang. Uitzonderingen zijn Gorssel en Eefde die tussen Deventer en Zutphen wel een grotere groei doormaken.

In de wederopbouwperiode breidt Brummen uit op de Brummensche Enk. Deze topografische kaart uit 1970 laat de beginfase van de bouw zien. Het wegenpatroon wordt verder uitgerold.

92

5. Ontwikkelingen tussen stad en platteland

niveau een ontwikkeling aanjagen. Dat is onder

Met de maakbaarheid van het landschap verandert

meer terug te zien rondom Zutphen. Voor de Tweede

ook de ontwikkeling tussen de stad en het platteland.

Wereldoorlog ligt daar een netwerk aan lokale

Het is de infrastructuur die een enorme rol gaat

tramlijnen aangelegd over de openbare wegen.

spelen in het vormgeven van het hedendaagse

Hierdoor wordt de groei van de stad aangejaagd. Het

landschap. Vaak gaat dat op regionaal of zelfs

is bijvoorbeeld een belangrijke reden voor de groei

nationaal niveau, zoals de aanleg van spoorwegen

van Eefde. Het is één van de voorbeelden waarbij de

en snelwegen. Maar infrastructuur kan ook op lokaal

infrastructuur de vestingvoorwaarde bepaalt.80

Infrastructuur bepaalt de vestigingsvoorwaarde Met de aanleg van de spoorlijn Arnhem-Zutphen-

Deventer ontstaat het huidige Harfsen. Daarvoor

Deventer-Zwolle

naast

lag Harfsen enkele kilometers zuidelijker en was

de vaarroute over de IJssel en de aangelegde

het meer een buurtschap. Ook het dorp Barchem is

kanalen een goed alternatief voor personen- en

grotendeels pas na 1860 ontstaan.81

(1865-1866)

komt

er

goederenvervoer over land tot stand. De twee decennia daarna worden steeds meer steden in

De steden zijn in dit vervoersysteem de knooppunten

Oost-Nederland ontsloten via het spoor. In de Regio

waar vandaan en waar naartoe wordt gereden.

Stedendriehoek komt de spoorlijn Amsterdam-

Dat verandert als naoorlogs de snelwegen worden

Amersfoort-Apeldoorn-Zutphen tussen 1874 en 1876

aangelegd. Deze snelwegen lopen juist langs de

gereed. Apeldoorn wordt vervolgens ook aangesloten

steden en krijgen afslagen om erop en eraf te gaan.

op Deventer (1887-1888) en Zwolle (1887-1889).

Om zand voor de ophogingen van de snelwegen te

Deze laatste is inmiddels weer verdwenen. Vanuit

winnen worden zandafgravingen geopend. Op die

Deventer en Zutphen komen er spoorverbindingen

manier ontstaat bij Heerde het Heerderstrand, bij

richting Ommen, Almelo, Hengelo en Winterswijk.

Emst het Emstergat en bij Bussloo de afgraving Het Bussloo. Na het afgraven worden deze plassen

Voor de Tweede Wereldoorlog worden de doorgaande

als recreatieterreinen ingericht. Tussen Apeldoorn

wegen tussen de steden bestraat. Dat begint al in de

en Markelo wordt in 1972 de A1 aangelegd. Vijf

negentiende eeuw, maar krijgt een verbeteringsslag

jaar later wordt de A50 geopend tussen Apeldoorn

op het moment dat gemotoriseerd vervoer over de

en Hattemerbroek. Dit traject loopt na lang

weg gaat rijden. Elke stad komt daarmee in zijn

overleggen vanaf de stuwwal, de IJsselvallei door

eigen verharde wegenster te liggen. Apeldoorn

om vervolgens de stuwwal weer op te gaan. Met

heeft bestrate routes naar Hattem, Amersfoort,

deze grote, infrastructurele ontwikkelingen in de

Arnhem, Zutphen en Deventer. Zutphen heeft

afgelopen honderdvijftig jaar wordt steeds minder

verharde routes naar Arnhem, Winterswijk, Lochem

de kwaliteit van het landschap zelf een voorwaarde

en Deventer. Deventer heeft hetzelfde met Holten,

om te vestigen, maar bepaalt de infrastructuur in

Raalte en Zwolle. Lochem met Hengelo, Winterswijk

grote mate de vestigingsvoorwaarde voor wonen en

en Doetinchem. Aan de straatweg van Lochem naar

werken.

93

Bij de Schobbertsbrug in Vaassen liggen inmiddels twee grote infrastructurele werken bovenop elkaar met het Apeldoorns Kanaal uit 1829 en de A50 uit 1976.

De spoorlijn Arnhem-Zutphen-Deventer-Zwolle uit 1865-1866 zorgt ervoor dat Zutphen en Deventer een directe verbinding met de grote steden in het westen van Nederland krijgen. Op deze foto de spoorwegovergang over het Apeldoorns Kanaal bij Dieren (net buiten de Regio Stedendriehoek).

Zutphen beginnen zich langzaam te profileren met

Recreatie en toerisme Een andere ontwikkeling die vanaf het einde van de negentiende eeuw komt opzetten is recreatie en toerisme. Door de betere verbindingen in de infrastructuur is de Regio Stedendriehoek een aantrekkelijke regio om naar toe gaan vanuit bijvoorbeeld de steden in de Randstad. De Veluwe is daarbij één van de plekken die wordt bezocht. Wandelen, frisse lucht en rust worden populaire vormen van recreatie. Apeldoorn kan daardoor uitgroeien tot

een

chique

kuuroordachtige

bestemming.

‘Bosbaden’ en kuren zijn populair onder de hogere klasse. Apeldoorn positioneert zich daarmee in deze periode als gezondheidsbestemming. Waarbij Paleis Het Loo als krachtig merk wordt ingezet. Deventer en

hun rijke middeleeuwse stadsstructuren. Regionale tramlijnen, zoals de stoomtram Zutphen-Emmerik en de Apeldoornsche Boschlijn, maken recreatie toegankelijk voor bredere lagen van de bevolking. Langs de Veluwerand en in dorpen als Beekbergen, Loenen, Voorst en Gorssel worden pensions voor langdurige verblijven gebouwd. Na de Tweede Wereldoorlog komen vanaf de jaren vijftig campings, bungalowparken en groepsaccommodaties opzetten. Zowel in de Achterhoek, in Salland als op de Veluwe is dat het geval. Het versterkt de rol van de Regio Stedendriehoek als vakantiegebied. Vanaf de jaren vijftig wordt ook pretpark de Julianatoren

94

in Apeldoorn steeds uitgebreider om op die

diepste geheim wordt daarom tussen 1951 en 1954

manier een groter publiek te trekken. In Apeldoorn

een waterlinieplan langs de IJssel uitgevoerd. Deze

wordt in 1971 tevens de Apenheul geopend.

IJssellinie maakt het mogelijk om het water van de Rijn

Kunstenaarsdorpen zoals Laren en later Gorssel

en Waal bij Arnhem en Nijmegen om te leiden naar

trekken bezoekers vanwege musea, ateliers en

de IJssel. Met behulp van ongeveer honderdvijftig

galerieën. Vanaf de late twintigste eeuw beginnen

waterwerken met caissons, inlaatsluizen en een

de steden Zutphen en Deventer zichzelf expliciet

belangrijke stuw bij landgoed De Haere in Olst, kan

als Hanzesteden te profileren. Deventer ontwikkelt

het Nederlandse leger een brede strook land tussen

daarnaast evenementen, zoals de Boekenmarkt en

Nijmegen en Kampen onder water kunnen zetten

het Dickens Festijn, wat grote bezoekersstromen

en zo een onneembare barrière voor de vijand uit

aantrekt. In 2015 versterkt Museum MORE in Gorssel

het oosten vormen.82 Verschillende onderdelen van

de kunsttoeristische traditie van de Achterhoekse

de IJssellinie, die in 1964 weer werd opgeheven,

musea en galerieën.

zijn nog aanwezig. Verreweg de meesten restanten liggen echter buiten de Regio Stedendriehoek. Net

De IJssellinie uit de Koude Oorlog In het decennium na de Tweede Wereldoorlog is de relatie tussen Oost- en West-Europa tot ver onder

buiten de Regio Stedendriehoek is bijvoorbeeld op landgoed De Haere een klein museum ingericht in een voormalige commandobunker en hospitaal.

het vriespunt gedaald en Nederland, en andere WestEuropese landen, houden serieus rekening met een inval door de landen van het Warschaupact. In het

Eén van de belangrijkste onderdelen van de IJssellinie is de inlaat van het IJsselwater bij landgoed De Haere in Olst. Hiermee kon de wijde omgeving onder water worden gezet. Dit punt ligt net buiten de Regio Stedendriehoek.

95

Themakaart IJssellinie

96

INTERMEZZO: DE RELATIE TUSSEN DE MODERNE BEWONERS EN HUN LANDSCHAP IN TIJDSVENSTER 3

i

wordt wel minder. Veel Nederlandse en buitenlandse

Voedselproductie en landschap In de moderne tijd wordt het areaal aan woeste grond drastisch minder met dank aan de markeverdelingen. Heide

wordt

omgezet

in

naaldbossen

en

landbouwgrond en daarmee neemt ook het aantal schapen

langzaam

af.

Nieuwe

gewassen

als

aardappel, suikerbieten en mais maken hun intrede, wat ten koste gaat van het areaal aan boekweit, spelt en vlas. De fruitteelt kent zijn hoogtijdagen tussen grofweg 1870 en 1960. Rond deze eeuwwisseling zorgt de introductie van kunstmest voor een neergang in de teelt van groenvoeders, zoals knollen, wikke en spurrie. Na de Tweede Wereldoorlog worden met de ruilverkavelingen in Heerde, Twello, Lettele-Okkenbroek, Bathmen, Ruurlo, Warnsveld en Brummen-Voorst, de specialisaties op veeteelt en akkerbouw steeds verder doorgevoerd. Akkers komen meer en meer in dienst te staan van de veehouderij en minder voor humane consumptie. De teelt van

steden zijn nu ook voor voedingsmiddelen binnen bereik gekomen. Om dat te organiseren worden coöperaties opgericht. De spoorwegen zijn er al, maar worden steeds sneller en internationaler. Een nieuwe impuls wordt gegeven door het aanleggen van de A1 en de A50. De Regio Stedendriehoek komt hierdoor in een internationaal transportnetwerk te liggen. De relatie tussen de steden Deventer, Zutphen, Lochem en, inmiddels ook, Apeldoorn en het omliggende landschap verdwijnt hierdoor grotendeels. Voedsel, het omliggende landschap en de steden zijn voor de bewoners van de Regio Stedendriehoek steeds minder met elkaar verbonden. De nieuwe landbouwtechnieken, meststoffen en gewassen zorgen voor een groter overschot aan producten. Het internationale netwerk voert deze overschotten af en voert ander voedsel en goederen aan.

voederbieten, mais en gras wint daardoor steeds

Sociale netwerken

meer aan terrein. De aantallen melkkoeien, varkens

In de twintigste eeuw komt de verzuiling sterker

en kippen nemen toe en de mechanisatie en het

opzetten en dat leidt tot een splitsing van sociale

prikkeldraad maken het mogelijk om het landschap

netwerken in de samenleving. De zuil van de eigen

efficiënter in te richten. De kenmerkende roggeakkers

kerk is daarmee voor de inwoners van de Regio

op de hogere zandgronden verdwijnen rond de jaren

Stedendriehoek bepalend voor welke school, winkel

zestig, maar in de decennia die volgen keren er ook

en bakker ze bezoeken. Tegelijkertijd wordt de

weer gewassen voor terug. Asperges, zonnebloemen

wereld groter. Bij Radio Kootwijk op de Veluwe

en zelfs wijnbouw en waterbuffels verschijnen in

kan zelfs met Nederlands-Indië contact worden

het landschap van de Regio Stedendriehoek.83

gelegd. Met de opkomst van de telefoon worden de afstanden nog kleiner. Na de Tweede Wereldoorlog

Mobiliteit en economische relaties

komen er nieuwe gemeenschappen in dorpen en

Sneller transport over waterwegen, spoorwegen en

steden, waaronder Molukkers, Turken, Syriërs en

straatwegen zorgen er voor dat vanaf de tweede

Oekraïners. Door de ontzuiling worden de sociale

helft van de negentiende eeuw levensmiddelen en

netwerken steeds weer groter. De verbinding met

goederen steeds verder kunnen worden gebracht in

het landschap komt in deze periode steeds vaker

dezelfde tijd. De afzetmarkt voor lokale producten

door recreatieve mogelijkheden in het buitengebied

wordt daarmee groter zonder dat de houdbaarheid

en de natuurgebieden. Tegenwoordig lijkt daar

wordt verlengd. Op het moment dat de elektrische

voorzichtig een kentering in te komen. Steeds

koeling wordt uitgevonden, is ook de houdbaarheid

meer lokale boerenbedrijven vinden in de steden

geen belemmerende factor meer. De belangrijke

Deventer, Zutphen, Lochem en Apeldoorn weer een

regionale afzetmarkt, die steden als Deventer,

afzetmarkt.

Zutphen en Lochem hadden, bestaat nog steeds, maar

97

6. Natuur krijgt een eigen plek in het landschap Oprichting natuurorganisaties

Verbod op ontginning van de woeste gronden Natuur en landbouw komen met de heideontginningen en de vooruitgang in de landbouw steeds meer naast elkaar te staan. Dat valt te zien in de

Met het toenemen van de heideontginningen en

Ruilverkavelingswetten,

waarbij

er

een

eigen

de vooruitgang in de landbouw neemt het areaal

plek voor natuur in het landschap wordt gezocht

‘woeste grond’ en de biodiversiteit steeds verder

en in de opvatting dat woeste gronden met name

af. Dat leidt ertoe dat in zowel landelijk als in

productief moeten worden. Dat laatste inzicht

de provincie verenigingen en stichtingen worden

verandert na de Tweede Wereldoorlog als de

opgericht om gebieden met een hoge natuur- en

regering in 1961 besluit om ‘de omzetting van

erfgoedwaarde te behouden voor de toekomst.

woeste gronden in landbouwgronden tot het uiterste

In 1905 wordt daarvoor landelijk de Vereniging

te beperken, mede ter wille van natuurbescherming

Natuurmonumenten opgericht. In 1929 en 1932 volgen

en openluchtrecreatie.’ Dat betekent het einde van

op provinciaal niveau respectievelijk Stichting Het

de ontginning van woeste gronden. In de Regio

Geldersch Landschap en Het Overijsselsch Landschap.

Stedendriehoek zorgt het ervoor dat de heidevelden

Deze organisaties breiden de laatste eeuw hun

op de Veluwe niet meer worden ontgonnen, bij

bezittingen steeds verder uit. Al moet daarbij

Deventer blijft het Wechelerveld open, het Ampense

worden gezegd dat in het Overijsselse deel van de

Veld in de Achterhoek wordt niet verder bebost, de

Regio Stedendriehoek Het Overijsselsch Landschap

Empesche en Tondensche Heide (nu ‘Landgoederen

beperkt gebieden in eigendom heeft. Rondom

Brummen’) ten noorden van Hall blijft liggen en de

Deventer is het met name Stichting IJssellandschap

Gorsselsche Heide blijft open. Overigens zullen ook

dat een groot aantal landgoederen beheert.

zonder deze wetgeving niet alle genoemde terreinen zijn ontgonnen, maar nu ligt er een verplichting op. Ook Staatsbosbeheer, dat in 1899 is opgericht om de heidevelden te ontginnen, verandert daarmee geleidelijk steeds meer in een natuurorganisatie.

Stichting Marke Gorsselse Heide De Gorsselsche Heide is één van de heidevelden die

anderhalve eeuw weer in handen van de samenleving

ten tijde van het verbod op de ontginning van de

gekomen.

woeste gronden in 1961 nog steeds bestaat. Het is van oorsprong een gemeenschappelijk heideveld van de marke Harfsen, maar vanaf het einde van de negentiende eeuw een militair oefenterrein. Met de nieuwe wetgeving worden heidevelden zoals deze beschermt tegen verdere ontginningen. Ook de decennia daarna blijft het een militair oefenterrein. Als in 2009 de Gorsselsche Heide openbaar wordt aanbesteedt, wordt Stichting IJssellandschap de nieuwe eigenaar. De Stichting Marke Gorsselse Heide heeft het gebied in bruikleen van Stichting IJssellandschap. Het is het eerste burgerinitiatief in Nederland dat zelf een natuurgebied beheert en herstelt. Daarmee is de Gorsschelsche Heide na

De Gorsselsche Heide is één van de heidevelden die ten tijde van het verbod op de ontginning van de woeste gronden in 1961 nog steeds bestaat. Met de nieuwe wetgeving worden heidevelen zoals deze beschermt tegen verdere ontginningen.

98

In de Cortenoever bij Brummen vallen de gronden langs de IJssel onder de oorspronkelijke Ecologische Hoofdstructuur. In het nieuwe beleid vallen ze ook onder het Gelders Natuurnetwerk.

Ecologische Hoofdstructuur

Natura 2000-gebieden

In de decennia daarna is het vaak nog steeds of natuur

Parellel daaraan wordt bij de Europese Commissie

of landbouw. In de Landinrichtingsprojecten die

in 2004 het voorstel gedaan om vanuit Nederland

vanaf 1985 gaan lopen wordt er wel geprobeerd om

in te zetten op Natura 2000-gebieden. In de Regio

er op een integralere manier naar te kijken. Ook bij

Stedendriehoek worden de Veluwe, de uiterwaarden

het uitrollen van de Relatienota, vanaf 1975, wordt

van de IJssel, de ‘Landgoederen Brummen’ en het

in eerste instantie gekeken naar het toevoegen van

Stelkampsveld aangewezen als Natura 2000-gebied.

nieuwe natuur met reservaatgebieden. In tweede

Ook deze komen wat betreft robuustheid in de

instantie wordt onderzocht of landbouwgrond ook

Ecologische Hoofdstructuur te liggen. De lange

een verhoogde natuurwaarde kan krijgen. In 1990

beleidsperiode tot 2018 zorgt er echter voor dat

wordt

Hoofdstructuur

de doelen van de Ecologische Hoofdstructuur in

geïntroduceerd waarbij natuurgebieden met elkaar

het

opeenvolgende regeringen ter discussie kunnen

worden verbonden, zodat soorten en habitats een

worden gesteld. In 2012 wordt door de Rijksoverheid

zodanige robuustheid hebben dat ze in stand kunnen

de

worden gehouden. De ontwikkeling van de Ecologisch

gebracht. De beoogde robuustheid is daarmee

Hoofdstructuur gaat lang goed en in 2000 wordt het

meestal niet behaald en een aantal natuurgebieden,

natuurbeleid zelfs nog verbreed door ook buiten de

waaronder sommige Natura 2000-gebieden, liggen

aangewezen gronden een impuls te geven aan de

daardoor versnipperd als zelfstandige plek in het

natuur.

landschap. De Ecologische Hoofdstructuur is daarna

84

concept

Ecologische

Ecologische

Hoofdstructuur

tot

stilstand

in afgeslankte vorm omgedoopt tot Natuurnetwerk Nederland (NNN).

99

Stichting IJssellandschap bestaat meer dan 750 jaar Waar in de Regio Stedendriehoek de meeste

Gestichten’ uit Deventer. Het vroegste onderdeel

natuurgebieden in eigendom zijn van Geldersch

van deze organisatie dateert uit 1267 en was een

Landschap

Natuurmonumenten,

gasthuis ter opvang van armen, zieken, daklozen

Staatsbosbeheer, Kroondomein Het Loo of bij

en vreemdelingen. De Verenigde Gestichten heeft

particuliere eigenaren, is het rondom Deventer

na de Tweede Wereldoorlog veel gronden verkocht

Stichting IJssellandschap die een groot aantal

ten behoeve van de Deventer stadsuitbreiding. Ze

historische landgoederen in eigendom heeft. In

kocht er verder van de stad gelegen landgoederen

de Regio Stedendriehoek zijn dat bijvoorbeeld

voor terug. In 1986 wordt de Verenigde Gestichten

Het

omgezet in het huidige Stichting IJssellandschap.

en

Kasteelen,

Oostermaat,

Rande,

De

Kranenkamp

en

de Gorsselse Heide. De stichting is ontstaan vanuit

de

weldadigheidsorganisatie

‘Verenigde

Ruimte voor de Rivier Ruimte voor de Rivier zorgt in het begin van deze eeuw voor een verschuiving in de gangbare denkpatronen

door

de

kostbare,

traditionele

dijkverhogingen opnieuw te bezien en te verleggen naar het creëren van ‘ruimte voor de rivier’. Dat gebeurt door in te zetten op dijkverleggingen, nevengeulen

en

uiterwaardverlagingen.

In

2006 wordt het initiatief om op deze manier overstromingen tegen te gaan door het Nederlandse parlement goedgekeurd. Met de uitvoeringsopgaven moet tegelijkertijd de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied verbeteren. Tussen 2006 en 2019 zijn in het gehele rivierengebied 39 projecten gerealiseerd. De Regio Stedendriehoek nam met vijf projecten langs de IJssel deel aan Ruimte voor de Rivier. Bij Cortenoever en in de Voorsterklei is een dijkverlegging gerealiseerd, bij Deventer zijn twee uiterwaardenverlagingen en tussen Veessen en Wapenveld komt een hoogwatergeul.85 Langs de IJssel zijn tussen 2006 en 2019 acht grote Ruimte voor de Rivierprojecten gerealiseerd. Vijf daarvan liggen in de Regio Stedendriehoek. Vanaf 2025 start Ruimte voor de Rivier 2.0.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16552012/1