CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

1387953 Nota van zienswijzen ARO - geanonimiseerd (aangepaste versie)03122025

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente EpeBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO'8.256 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijzennota Ontwerpbestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouwwoning ARO

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Zienswijzen

4

3

Ambtshalve wijzigingen

18

4

Ambtshalve wijzigingen naar aanleiding inspraakreacties

19

5

Hoorzittingen

20

5.1

21

2

Verslag hoorzitting

1

Inleiding

De voorliggende zienswijzennota bevat de verantwoording van de binnengekomen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouwwoning ARO. Het ontwerp bestemmingsplan voorziet in het plan om het parkeerterrein van Aro Fashion Gear in Oene uit te breiden en te vernieuwen. Met ingang van 25 december 2023 heeft het plan gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen bij het Omgevingsloket in het gemeentehuis te Epe. Ook is het plan via www.ruimtelijkeplannen.nl in te zien geweest. Gedurende de bovengenoemde periode zijn vier zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn ingediend. Verder dienen zienswijzen aan enkele eisen te voldoen: ondertekening, naam en adres van de indiener, dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen de zienswijze is gericht, en de gronden van de zienswijze. Alle zienswijzen voldoen aan deze eisen en zijn daarom ontvankelijk. Van de binnengekomen zienswijzen wordt in hoofdstuk 2 een samenvatting weergegeven, voorzien van een gemeentelijke reactie. Ambtshalve aanpassingen De gemeente heeft de mogelijkheid om na de termijn van terinzagelegging, bij vaststelling, zogenoemde ambtshalve aanpassingen door te voeren in het bestemmingsplan. Dit betreft ondergeschikte wijzigingen ter verbetering van het plan, die geen directe invloed hebben op de aard van het plan.

In hoofdstuk 3 is voor de volledigheid een overzicht gegeven van de ambtshalve aanpassingen die worden doorgevoerd, voorzien van een korte uitleg over de noodzaak van de aanpassing. Hoorzittingen Wethouder Kerkmans (Ruimtelijke Ordening) heeft alle indieners van een zienswijze uitgenodigd de zienswijzen mondeling te komen toelichten bij hem. Vier van hen die een zienswijze hebben ingediend hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt. De zienswijzen zijn waar nodig aangevuld met tijdens de hoorzittingen aangedragen punten. Een verslag van de hoorzitting is als bijlage bij deze nota toegevoegd.

3

2

Zienswijzen

De volgende (rechts)personen hebben op het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze ingediend. Nr. 1. 2. 3. 4.

Adressant Indiener 1 Indiener 2 Indiener 3 Indiener 4

Plaats Epe Epe Epe Epe

Datum ontvangst 01-02-2024 02-02-2024 05-02-2024 01-02-2024

1. – (ingekomen op 1 februari 2024) Samenvatting reactie Reclamant dient als de advocaat en gemachtigde namens zijn cliënten een tijdige zienswijze in tegen het ontwerpbestemmingsplan. De cliënten wonen aan de Ooster Oenerweg 26 te Oene en kunnen zich niet verenigen met de gevolgen van het voorgenomen plan op hun woon- en leefklimaat. a) Indiener 1 is van mening dat er strijdigheid is met het ontwerpbestemmingsplan met betrekking tot de parkeervoorzieningen. Indiener 1 benadrukt dat de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan suggereert dat de parkeerplaatsen die als overloopparkeerplaatsen op P3 worden gerealiseerd voor zaterdagen en piekdagen volgens de planregels en de plankaart als permanente parkeerplekken kunnen worden gelezen. Dit wordt volgens de indiener gezien als een manier om in de toekomst meer winkelmeters toe te voegen. Indiener geeft aan dat nergens is onderbouwd dat het wijzigen van de huidige bestemming groen/agrarisch naar ‘parkeren’ nodig is om in voldoende parkeerruimte voor de winkel in de huidige omvang te voorzien. b) Verder uit indiener 1 zorgen over de verhoogde verkeersdruk, het winkelaanbod en de landschapskwaliteit. De verdere uitbreiding van de ARO-winkel zou volgens de indiener bezoekers kunnen weghalen uit het centrum van Epe, wat de detailhandelsstructuur in het centrum negatief kan beïnvloeden.

De indiener betwijfelt of de voorgestelde planologische wijziging voldoet aan de "Kernkwaliteiten Gelderse Nationale Landschappen". Tot slot stelt de indiener voor de ziens ondergronds te parkeren of middels een éénlaags parkeerdek op het huidige parkeerterrein. Reactie gemeente Ad a. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO’ is opgesteld om een bestaand parkeer – en verkeersprobleem op te lossen. Het bestaande probleem is nu op verschillende dagen van het jaar al zichtbaar met de auto’s die in het weiland tegenover de ARO en langs de Houtweg geparkeerd staan. Deze situatie is onwenselijk. Om een verdere verslechtering van de parkeer- en verkeerssituatie te voorkomen is dit plan opgesteld. Daarmee wordt een robuuste oplossing voor de toekomst geboden. P3 krijgt een groen karakter en wordt slechts half verhard omdat hier niet continu auto’s hoeven te worden geparkeerd, maar is in wezen bedoeld om het huidige parkeer – en verkeersprobleem te helpen ontlasten. Dit is ook in de paragrafen 2.2 en 2.3 van de toelichting behorende bij het onderhavige bestemmingsplan uiteengezet. Tot slot, in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Epe is de maximaal toegestane oppervlakte voor het bedrijf reeds vastgelegd. Daarmee wordt met onderhavig bestemmingsplan geen verandering in aangebracht. Ad b.

Bezoekers van de ARO komen met een gerichte koopdoelstelling voor de aankoop van kleding, schoenen en modeaccessoires. Niet is aangetoond dat de uitbreiding van het parkeerterrein zou zorgen voor het weghalen van bezoekers uit het centrum van Epe. Bovendien wordt met het voorliggende bestemmingsplan geen uitbreiding van de winkel mogelijk gemaakt. De planlocatie is gelegen buiten de begrenzing van de beschermde natuurgebieden. Zowel Natura 2000 als het Natuurwerk Nederland (Gelders Natuurnetwerk of de Groene Ontwikkelingszone). Aangetoond is dat er geen sprake is 4

van externe werking. Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Effecten op deze gebieden zijn dan ook uitgesloten. Wel is het onderdeel van het Nationaal Landschap Veluwe, deelgebied Gradient Oost Veluwe. Één van de kernkwaliteiten is ‘open essen en broekgebieden’. Door de vergroting van het parkeerterrein is enige aantasting niet te voorkomen. Wel kan de kernkwaliteit ‘open essen en broekgebieden’ worden verbreed met cultuurhistorie en biodiversiteit. Dit vormt de basis van het landschapsinrichtingsplan en vindt plaats via: -

Het terugbrengen van historische singels; Het terugbrengen van elementen van het vroegere agrarische landschap, zoals fruitbomen, hagen langs de houtweg en historische beplantingen; Openheid en doorzichten, met name oost-westelijke richting; Bermvegatatie en bloemrijke zones Behoud van huidige ondergrond, weinig vergravingen; Het ‘inpakken’ van auto’s in groen.

Deze verbreding heeft positieve gevolgen voor het landschapspatroon. In het landschapsplan gebruiken we de vroegere beslotenheid om het parkeren in te pakken, tevens houden we zoveel mogelijk van het es-karakter in stand door openheid en toevoeging agrarische elementen en voegen veel biodiversiteit toe. Tot slot, parkeren in lagen ondergronds is ongewenst in verband met de bescherming van de enkgrond, het bodemarchief en het grondwater. Extra lagen parkeren bovengronds is ongewenst omdat dit leidt tot sterkere verstening en groter bebouwingsoppervlakte. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het uitwerkingsplan te wijzigen.

5

2. – (ingekomen op 2 februari 2024) Samenvatting reactie Reclamant stelt dat het college van B&W en de Gemeenteraad van Epe het bestemmingsplan dienen af te wijzen. De bezwaren zijn gebaseerd op de vermeende onjuiste belangenafweging tussen het bedrijf ARO en de omwonenden, evenals de onvoldoende motivering van het herzieningsplan op meerdere gronden. a) Indiener 2 geeft aan dat de uitbreidingsplannen in strijd zijn met het bestemmingsplan en de milieuwetgeving. ARO wordt door indiener 2 als een bedrijf beschouwd dat niet thuishoort in het buitengebied vanwege de mogelijke verstoring van de leefomgeving. Ook stelt indiener 2 dat deze uitbreidingsplannen een grote impact hebben op het woongenot van de aanwonenden die bewust hebben gekozen om in het buitengebied te gaan wonen. Reactie gemeente Ad a. De zienswijze bevat een algemene opmerking dat de uitbreiding van het parkeerterrein naar het oordeel van bewoners in strijd is met het bestemmingsplan en de milieuwetgeving. Door bewoners wordt echter niet onderbouwd welke punten strijdig zijn. Wij zijn van oordeel dat met het bestemmingsplan wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft het landschap, dat is altijd een product van alle gebruikers van het gebied. Bovendien is landschap tijdsgebonden en verandert het continu. Landschap weerspiegelt maatschappelijke ontwikkelingen.

Wonen speelt daarin een rol, maar mag geen maatstaf zijn om andere gebiedsprocessen en actoren te weren. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het uitwerkingsplan te wijzigen.

6

3. – (ingekomen op 5 februari 2024) Samenvatting reactie Reclamant dient als de advocaat en gemachtigde namens zijn cliënten een tijdige zienswijze in tegen het ontwerpbestemmingsplan. De cliënten wonen aan de Ooster Oenerweg 28 te Oene en kunnen zich niet verenigen met de gevolgen van het voorgenomen plan op hun woon- en leefklimaat. a) Indiener 3 geeft aan dat het ontwerpbestemmingsplan een enorme impact zal hebben die niet aanvaardbaar is met het oog op hun woon- en leefklimaat. Het ondervinden van directe ruimtelijke gevolgen is onvermijdbaar. b) Volgens de indiener wordt in het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende ingegaan op de geldende gebiedsaanduiding ‘overige zone- dekzandruggen en oude bouwlanden’. Het parkeerterrein kan volgens indiener niet worden opgericht zonder daarbij de waarden die gelden in deze gebiedsaanduiding in acht te nemen. c) Naar het oordeel van indiener 3 zijn de geluidniveaus in de avondperiode ten onrechte niet meegenomen. Indiener stelt dat er geen rekening is gehouden met het vertrekkende personeel van ARO en enkel is gekeken naar de bezoekers. De medewerkers van ARO zorgen volgens indiener voor veel geluidsoverlast en hinder. d) Naar het oordeel van bewoners is in het akoestisch onderzoek geen rekening gehouden met de extra ontsluiting van het parkeerterrein naar de Ooster Oenerweg.

e) Naar het oordeel van de indiener is in het akoestisch onderzoek geen rekening gehouden met de reeds aanwezige geluiden die door en ten behoeve van de bedrijfsvoering van ARO worden geproduceerd. De indiener is van mening dat door cumulerende effecten het akoestisch onderzoek onzorgvuldig tot stand is gekomen. Door indiener wordt in het bijzonder gewezen op de koelings- en verwarmingsunits aan de westzijde van het bedrijfspand. Daarnaast wordt opgemerkt dat het geluidsonderzoek zich richt tot de gevel en niet tot de privétuin van indiener. Indiener verwacht dat het geluidsniveau in de tuin hoger zal zijn. f) Volgens indiener 3 is in het akoestisch onderzoek geen rekening gehouden met het vrachtverkeer dat aan de zijde van de Ooster Oenerweg komt laden en lossen. Naar het oordeel van de indiener zal het aantal vrachtwagens dat komt laden en lossen met het groeiende bezoekersaantal alleen maar toenemen en daarmee het geluid veroorzaakt door de vrachtwagens die komen laden en lossen ook. g) Naar het oordeel van de indiener wordt het aantal piekdagen onderschat. Volgens de indiener zal de beoogde uitbreiding van het parkeerterrein een verdere uitbreiding van het bedrijf mogelijk maken. h) Indiener geeft aan dat de berekende verkeersgeneratie en parkeerbalans niet representatief is.

Indiener is van mening dat bij de berekening van de verkeersintensiteit en parkeerbehoefte onterecht ervan uit is gegaan dat de behoefte gelijkmatig over de dag kan worden verspreid. Daardoor zal in de realiteit de verkeersintensiteit hoger zijn (op de voor detailhandel drukke momenten) dan berekend. Tot slot, dit bestemmingsplan ziet niet toe op het vergroten van het winkeloppervlak. De omvang van het winkeloppervlak is vastgelegd in het bestemmingsplan Epe Buitengebied. i) Indiener merkt op dat op de voorgestelde piekdagen alsnog te weinig parkeerplaatsen aanwezig zijn en geeft daarvoor de volgende redenatie: ‘Om bij piekdagen over voldoende parkeercapaciteit te beschikken, is een uitbreiding met ongeveer 560 parkeerplaatsen vereist. Om op gemiddelde werkdagen, gemiddelde zaterdagen en bovengemiddelde zaterdagen (inclusief vakantie- en actiedagen) in 2028 op eigen terrein te realiseren, moeten 360 extra parkeerplaatsen gerealiseerd worden.’ j) Indiener geeft aan dat onvoldoende inzichtelijk is gemaakt waarom niet de meest recente piekdagen in het onderzoek zijn aangehouden. k) Indiener geeft aan dat er een onderbouwing mist om de noodzaak uit te leggen waarom er in totaal 750 parkeerplaatsen worden gerealiseerd (380 reguliere parkeerplaatsen, 170 overloopparkeerplaatsen en 200 piekparkeerplaatsen).

l) Indiener geeft aan dat voor de verkeersafwikkeling geen rekening is gehouden met de ontsluiting aan de Ooster Oenerweg. m) Indiener vraagt zich af of de daadwerkelijk behoefte aan en noodzakelijkheid voor de voorgenomen toename in parkeerplekken juist is onderbouwd. Een snelle blik op ‘Google reviews’ met zoekterm ‘Aro Fashion Gear’ geeft weer dat door bezoekers alleen maar positieve ervaringen over de parkeermogelijkheden worden gedeeld. n) Indiener vraagt zich af of de parkeerbehoefte daadwerkelijk wordt ontleend aan de huidige behoefte, of uitsluitend aan een eventuele toekomstige behoefte. Immers, als er meer mensen tegelijk de winkel kunnen bezoeken dan zal dit ook gebeuren. Dit leidt dan weer tot een behoefte aan de behoefte aan een uitbreiding van de winkel. Daarbij geldt dat de gronden voor P1 buiten de planlocatie is gelaten. Indiener vreest dat deze gronden waarvoor reeds een bedrijfsbestemming geldt, voor een toekomstige uitbreiding voor de winkel worden gebruikt. Deze situatie zou zich voor kunnen doen als blijkt dat de vraag naar parkeren voldoende kan worden

7

o) p) q) r) s) t)

u) v)

opgevangen op P2, P3 en de ‘overloopplaatsen’ in de bestemming ‘Groen’. Dit laatste vormt volgens indiener een verkapte manier om het gehele plangebied als parkeerterrein te gebruiken en de bedrijfsbestemming aan te wenden als winkel. Indiener is van mening dat onvoldoende is gemotiveerd waarom P1 niet in het plangebied is opgenomen en deze gronden met de huidige bestemming ‘Bedrijf’ te wijzigen naar de enkelbestemming ‘Verkeer-verblijfsgebied’. Indiener verbaast zich over het feit dat het woord ‘fijnstof’ niet voorkomt in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan en stelt dat het woon – en leefklimaat zal worden verslechterd door een toename aan fijnstof. Indiener stelt dat er geen aandacht is besteed aan de mogelijke effecten van de uitbreiding van het parkeerterrein voor het aspect geur. Indiener stelt bovendien dat er evenmin aan de gezondheidsgevolgen van de uitbreiding van het parkeerterrein aandacht wordt besteed. Indiener stelt dat de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan nalaat te onderbouwen waarom de voorgenomen ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Indiener stelt dat de voorgenomen ontwikkeling in strijd is met de Omgevingsvisie ‘Natuurlijk Goed Leven’ van de gemeente Epe nu het de indiener onduidelijk is hoe de voorgenomen ontwikkeling rijmt met de ambitie te blijven sturen op de ‘dorpse identiteit’ van Epe.

Indiener is van mening dat het voorgenomen plan de privacy ernstig zal beperken en heeft de vrees dat de geplande groenstrook tussen het perceel en het parkeerterrein die privacy onvoldoende borgt. Indiener is van mening dat de voorwaardelijke verplichting zoals die geldt in de artikelen 4 en 5, ook zou moeten gelden voor artikel 3. Ook vraagt de indiener waarom er geen bepaling is opgenomen ten aanzien van ‘overloopparkeren’ nu bij het ontbreken van die definitie de groenstrook aan de overzijde van de woning van cliënt daarvoor zou kunnen worden gebruikt. Indiener geeft aan dat niet inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze het parkeerterrein wordt verlicht. Indiener vreest voor lichtvervuiling van de omgeving en aantasting van het woon – en leefklimaat. Indiener is van mening dat zijn belangen onvoldoende bij de planvorming zijn betrokken en de gevolgen van het plan onevenredige gevolgen meebrengt in de verhouding tot het met de ontwikkeling te dienen doel.

Reactie gemeente Ad a. Zie de beantwoording van zienswijze 2, argument a. Ad b. Voor het ontwerpbestemmingsplan ‘‘Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO’ is tevens een landschapsinrichtingsplan opgesteld. Dit landschapsinrichtingsplan geeft een uitgebreide toelichting hoe is omgegaan met dit aspect en is opgenomen als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan. De Ooster Oenerenk is in ruimtelijk en cultuurhistorisch opzicht als ankerpunt opgenomen voor de nieuwe inrichting. Ad c. Opgemerkt wordt dat in het akoestisch onderzoek wel degelijk het geluid in de avondperiode is meegenomen, zowel voor een gemiddelde werkdag als voor een piekdag. Het betreft hier de geluidniveaus veroorzaakt door het aantal bezoekende auto’s volgens opgave van Goudappel. Het is correct dat er in het onderzoek niet expliciet rekening is gehouden met de auto’s van het personeel. Ten opzichte van het aantal bezoekende auto’s is het aantal auto’s van het personeel te verwaarlozen. Het ook betrekken van de auto’s van het personeel zal niet leiden tot een significante verhoging van de geluidniveaus. In het onderzoek is geen rekening gehouden met harde muziek, afkomstig uit de auto’s van personeel dat na sluitingstijd naar huis vertrekt. Het afspelen van muziek op luid niveau is ook geen geluid dat past bij een voertuigbeweging en is ook niet als zodanig in het rekenmodel op te nemen. Ad d.

Het parkeerterrein wordt niet ontsloten via de Ooster Oenerweg, maar via de Houtweg. Los daarvan genereert het parkeerterrein op zichzelf geen verkeersbewegingen, dat doet de functie waarvoor het parkeerterrein bedoeld is. De

8

functie waarvoor het parkeerterrein bedoeld is (winkel ARO), maakt geen onderdeel bestemmingsplanwijziging. Daarmee is de vraag naar de verkeersafwikkeling niet relevant.

uit

van

de

Ad e. Het geluid dat door de koelings – en verwarmingunits wordt geproduceerd, worden afgeschermd door een aantal containers welke staan opgesteld in wat in de beoogde situatie de extra ontsluiting van het parkeerterrein naar de Ooster Oenerweg zou moeten worden. De gemeente Epe heeft ARO verzocht om inzicht te geven in de te verwachten geluidsniveaus veroorzaakt door het bezoekende verkeer dat van en naar ARO rijdt. Deze geluidniveaus zijn bepaald op basis van het verkeersonderzoek van Goudappel. In opdracht van ARO heeft Tauw een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar deze geluidsniveaus. Opgemerkt wordt dat in het akoestisch onderzoek alleen de te verwachten geluidniveaus op de gevels van de nabijgelegen woningen is bepaald. Het Activiteitenbesluit stelt alleen grenswaarden op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, niet in tuinen. Zowel vanuit de Omgevingsdienst als vanuit de gemeente Epe is er dan ook geen vraag naar een nog uitgebreider akoestisch onderzoek met de beoordeling van de geluidsniveaus verzoorzaakt door de activiteiten in en rondom de gehele inriching. Ad f. Allereerst ziet het bestemmingsplan niet toe op de vergroting van het winkeloppervlak, maar slechts op het oplossen van een parkeerprobleem. Nu het winkeloppervlak niet toeneemt, is een toename van het aantal vrachtwagens vanwege het voorliggende bestemmingsplan niet aan de orde.

Daarmee is het ook niet aannemelijk dat cumulatie aan de orde is. Ad g. Een akoestisch onderzoek dient gebaseerd te worden uitgangspunten welke representatief zijn voor de bedrijfsvoering. Een akoestisch onderzoek kan niet gebaseerd worden op situaties die in de toekomst mogelijk plaats zouden kunnen gaan vinden. Ad h. In de rapportage is uitgegaan van de hoogst gemeten parkeerbezetting tijdens een dag. Op alle andere momenten van de dag was de parkeerbehoefte lager. Het is logisch om uit te gaan van de hoogste bezetting tijdens een dag, op die manier wordt rekening gehouden met het drukste moment van die dag en zal er geen structurele parkeeroverlast ontstaan. Ditzelfde principe geldt voor de verkeersintensiteiten die gemeten zijn. Er is niet uitgegaan van een gemiddelde situatie of pieksituatie. Maar van de hoogste gemeten bezetting per type dag. Ad i. In 2028 zijn 675 parkeerplaatsen nodig. In het voorgestelde ontwerp zijn (380 + 170 + 200=) 750 parkeerplaatsen opgenomen. Deze overmaat aan parkeerplaatsen wordt gerealiseerd omdat vanaf een parkeerdruk van 90% zoekverkeer kan ontstaan, wat kan leiden tot onveilige verkeerssituaties. Dit is ook toegelicht in de rapportage van Goudappel. Een parkeerbehoefte van 675 parkeerplaatsen (in 2028) leidt niet tot een tekort aan parkeerplaatsen wanneer er 750 parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Ad j.

Er is juist voor gekozen om het meest recente jaar voor het aantal piekdagen aan te houden. In 2023 was er namelijk sprake van 10 piekdagen. In de jaren tussen 2019 en 2022 had Covid-19 de nodige invloed, zodat deze jaren niet als representatief kunnen worden aangehouden. In 2019 was er sprake van 7 piekdagen. In de jaren ervoor was er regelmatig sprake van 10 piekdagen. Dit betekent dat 10 piekdagen voor het jaar 2023 geen uitschieter is. Ad k. De toelichting hiervoor is uitgewerkt in de rapportage van Goudappel. In tabel 3.2 is in de regel ‘benodigde parkeercapaciteit’ aangegeven hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn op welk type dag. Daaruit blijkt dat op een gemiddelde zaterdag 380 parkeerplaatsen nodig zijn, op een bovengemiddelde zaterdag 548 parkeerplaatsen nodig zijn 9

en op een piekdag 750 parkeerplaatsen nodig zijn. Wil ARO klaar zijn voor een pieksituatie in de toekomst, dan zijn 750 parkeerplaatsen nodig om in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien en overlast langs de Houtweg te voorkomen . Ad l. Zie de beantwoording bij indiener 3, argument d. Ad m. Een verwijzing naar ‘Google reviews’ zegt niets over de parkeer- en verkeerssituatie rondom de ARO in Oene. We weten niet op welk moment deze ervaring heeft plaatsgehad, op wat voor dag de winkel bezocht is et cetera. Daarnaast betreffen de reviews een fractie van de duizenden bezoekers die per jaar de winkel bezoeken en zijn daarmee niet representatief. Ad n. De parkeerbehoefte wordt ontleend aan de parkeerbehoefte die tijdens de tellingen is geconstateerd. Deze parkeerbehoefte is vervolgens aan de hand van groeiverwachtingen vertaald naar een inschatting voor de toekomst (periode tot 2028). Deze groeiverwachting rekent niet met een uitbreiding van de winkel, maar met een verdere benutting van de bestaande (en vergunde) winkelmeters. Ad o. Er heeft voor het aspect luchtkwaliteit geen onderzoek plaatsgevonden. Enerzijds is een parkeerterrein geen functie die gevoelig is in het kader van luchtkwaliteit. Anderzijds voorziet het plan niet in een toename van het aantal verkeersbewegingen. Daarmee is er geen impact met betrekking tot luchtkwaliteit. Ad p.

Er heeft voor het aspect geur geen onderzoek plaatsgevonden. Een parkeerterrein is geen functie die gevoelig is in het kader van geur. Anderzijds voorziet het plan niet in een toename van het aantal verkeersbewegingen. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat de algemene gezondheidsgevolgen achteruitgaan als gevolg van de uitbreiding van het parkeerterrein. Ad q. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland nu de provincie streeft naar behoud van kansrijke bedrijven in de regio en heeft de doelstelling dat bedrijven zich verder moeten kunnen ontwikkelen. Dit is ook opgenomen in paragraaf 3.2 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Ad r. In de Omgevingsvisie (vastgesteld op 7 maart 2022) geeft de gemeente Epe richting aan de toekomstplannen van Epe tot 2030. Deze visie is door de gemeente Epe opgesteld om alvast vooruit te lopen op de Omgevingswet. Daarin geeft de gemeente aan dat bij het zoeken van uitbreidingsruimte zo veel mogelijk aangesloten wordt bij bestaande terreinen. Het zoeken van uitbreidingsruimte hoort als opgave ook bij groei. Uitbreiding van solitaire bedrijven wordt beschouwd als maatwerk. Vanuit een positieve grondhouding wordt de haalbaarheid per initiatief beoordeeld. De gemeente Epe wil voor ondernemers een prettig ondernemersklimaat bieden.

Dit wordt getracht door ruimte te bieden voor ontwikkeling en het benutten van kansen. Daarbij is oog voor een duurzame toekomst en toekomstbestendige ontwikkeling. Er is derhalve geen sprake van strijd met de omgevingsvisie. Ad s. Voor de voorgenomen ontwikkeling is een hoogwaardig landschapsinrichtingsplan opgesteld, waarin het buitenterrein op de schop gaat. Om het parkeerterrein meer landschappelijk in te passen en het zicht op het parkeerterrein vanaf en op de woningen te ontnemen, zal de tussenliggende groenstrook worden behouden en met bomen en struiken worden aangevuld. Daarmee wordt de privacy geborgd door de auto’s af te schermen.

10

Ook wordt aan de west- en zuidzijde het parkeerterrein ingepast met groen in de vorm van boomgaarden, singels, verspreide bomen en hagen op de parkeerplaats. Ad t. De voorwaardelijke verplichting wordt uitgebreid met het onderdeel ‘overloopparkeren’ zoals dat is opgenomen in artikel 3. Ad u. De gemeente Epe heeft naar aanleiding van bovenstaande zienswijze advies opgevraagd bij de Omgevingsdienst Veluwe. Zij adviseren een lichtplan/onderzoek op te stellen gezien de korte afstand tussen het parkeerterrein en de woonbestemming. De gemeente Epe volgt hierin het advies van de Omgevingsdienst Veluwe en zal een lichtplan/lichtonderzoek (laten) uitvoeren. Ad v. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO’ is opgesteld om een bestaand parkeer– en verkeersprobleem op te lossen. Het bestaande probleem is nu op verschillende dagen van het jaar al zichtbaar met de auto’s die in het weiland tegenover de ARO en langs de Houtweg geparkeerd staan. Deze situatie is onwenselijk. Om een verdere verslechtering van de parkeer- en verkeerssituatie te voorkomen is dit plan opgesteld en zijn de nodige omgevingsaspecten in kaart gebracht en zorgvuldig gewogen. Hiermee wordt een robuuste oplossing voor de toekomst geboden. Met het uitgebreide landschapsinrichtingsplan wordt er een bijdrage geleverd aan de natuur en het landschap van het gebied.

Landschap weerspiegelt maatschappelijke ontwikkelingen. Wonen speelt daarin een rol, maar mag geen maatstaf zijn om andere gebiedsprocessen en actoren te weren. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het uitwerkingsplan te wijzigen. De voorwaardelijke verplichting wordt uitgebreid met het onderdeel ‘overloopparkeren’ zoals dat is opgenomen in artikel 3.

11

4. – (ingekomen op 8 februari 2024) a) Indiener stelt dat met de uitbreiding wordt voorzien in een parkeerbehoefte die ver boven de gespeculeerde behoefte ligt. De indiener van de zienswijze betwijfelt de onderbouwing van deze groeiverwachtingen, aangezien deze niet worden gestaafd door relevante data, zoals de krimp in de kleding retail zoals gerapporteerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). b) Indiener 4 stelt dat de berekeningen over de te verwachten verkeersintensiteit onvoldoende en onjuist zijn. In de rapporten wordt gebruikgemaakt van verouderde gegevens en incorrecte data. Zij gaan uit van een gelijke spreiding van het aantal voertuigen over de dag. In de praktijk blijkt dat 80-90% van het bezoek zich afspeelt tussen 10.30 uur en 17.00 uur. Daardoor zal in de praktijk, bij de voorziene en speculatieve groei van het bedrijf, een veel grotere verkeersintensiteit ontstaan, die de doorgang in Oene en Markluiden zullen hinderen. En wordt de verwachte hinderlijke overschrijding van de wegcapaciteit, die voorzien is, veel eerder bereikt. c) Naar het oordeel van indiener 4 zijn de berekeningen zoals uitgevoerd door Goudappel over de te verwachten hoeveelheid verkeer onvoldoende en onjuist. Het akoestisch onderzoek, dat gebaseerd is op deze te verwachten hoeveelheid verkeer, is naar het oordeel van de indiener daarmee ook niet juist.

d) Naar het oordeel van de indiener wordt het aantal piekdagen onderschat. e) Naar het oordeel van de indieners zullen de woningen aan de Houtweg ten gevolge van het toenemen van de hoeveelheid verkeer van en naar ARO een hogere geluidbelasting vanwege het verkeer op de Houtweg ondervinden. f) Door de indiener wordt aangegeven dat bepaalde geluidniveaus ter plaatse gemeten hadden moeten worden. g) Indiener geeft aan dat de Flora en Fauna-aspecten onvoldoende zijn onderzocht en dat voor dit onderdeel geen oordeel ‘geen bezwaar’ mag worden afgeleid. De indiener stelt dat de effecten van de voorgestelde uitbreiding onvoldoende zijn onderzocht, met name wat betreft de gevolgen voor de lokale ecosystemen en het bestaande winkelaanbod. h) De indiener geeft aan dat de uitbreiding van het bezoek aan de winkel leidt tot overbelasting van de verkeerssituatie op piekdagen, zowel gegeven de capaciteit van de Houtweg, van de kern van Oene en in de bottleneck in Markluiden. i) Indiener geeft aan dat de uitbreiding van de ARO leidt tot verlies van het winkelaanbod in de Hoofdstraat en Poort van de Veluwe, resulterend in leegstand en verpaupering van de binnenstad van Epe. j) Indiener stelt dat de verdere uitbreiding van het parkeerterrein in strijd is met de structuurvisie van 2021 van de gemeente Epe.

k) Indiener geeft aan dat het slopen van een woning ten behoeve van parkeergelegenheid in de tijd van woningnood niet zou moeten mogen. l) Indiener geeft aan dat de toename aan parkeerplaatsen in combinatie met de verstedelijking van een groot bedrijventerrein mogelijk problemen zou kunnen geven voor de toekomst. Ook uit de indiener zorgen over het behoud van het karakter en de kwaliteit van het buitengebied. Tot slot geeft de indiener aan dat niet is voldaan aan de eis van multimodale bereikbaarheid uit de ‘ladder van duurzame verstedelijking’. m) Indiener twijfelt aan de groei en het aantal parkeerplaatsen dat nodig is. Indiener geeft aan dat ARO zelf de conclusie moet willen trekken niet groter te willen groeien dan dat ze parkeer- en verkeerstechnisch aankunnen. n) Indiener laat aan de hand van een tabel zien dat een eenvoudige extrapolatie van het aantal verkeersbewegingen van 2022 met een factor van 1,6 (60%) toename reeds aan de orde is en dat het gewenste groeiscenario geslaagd is. In de gegeven tabel wordt voor het reguliere verkeer een constant aantal auto’s van 920 voor de zaterdagen gehanteerd. Voor 2023 zou dit getal rond de 950 moeten zijn gegeven de groei van het auto bezit tussen 1 en 2% per jaar. Voor 2028 zal nog hoger liggen. Bij 1% groei per jaar nog hoger en rond de 1000. Dit verandert de uitkomst van de bovenstaande tabel.

Nu wordt alleen op een piekzaterdaq de grens van 3000 auto’s overschreden. Met 1400 extra voertuigen. Het reguliere doorgaande verkeer wordt nu gesteld op 920 auto’s per dag. Bij een groei van 1- 2% wordt die grens op een bovengemiddelde zaterdag in 2027 bereikt, bij 3% al in 2024. o) Indiener is bezorgd over het de toename van het verkeer en overbelasting van de verkeerssituatie in Oene en de bottleneck in Markluiden. Indiener geeft aan dat dit een reden is voor afwijzing van de bestemmingsplanwijziging. p) Indiener is van mening dat er nader onderzoek nodig is naar de Gierzwaluw, Steenuil en vleermuizen. q) Indiener geeft aan dat er meerdere broedgevallen van steenuilen in de directe omgeving zijn, te weten op de Ooster Oenerweg 28 en 33 en op de Houtweg 62. r) Indiener vreest dat het foerageergebied van de steenuil, buizerd, groene specht, sperwer en grote zilverreiger verdwijnt. s) Indiener geeft aan dat het noodzakelijk is om nader fauna-onderzoek uit te laten voeren volgens de SOVON en RAVON - methodieken. t) Indiener stelt dat de stikstofuitstoot in de aanlegfase niet is berekend. u) Indiener stelt dat de aanwezigheid van vleermuizen zeker is en niet wordt behandeld. 12

v) Indiener stelt dat de kersenboom gezichtsbepalend is en beschermd zou moeten blijven. w) Indiener stelt dat het feit dat er geen marterachtigen zijn waargenomen op de foto’s, nog niet betekent dat ze er niet zijn. Indiener geeft aan regelmatig steenmarters waar te nemen in het gebied. x) Indiener vraagt zich af welke ‘binding’ er is bij de boerderij aan de Ooster Oenerweg. Bovendien vraagt de indiener zich af waarom er een herkenbare opbouw dan wel verkaveling wordt aangebracht nu deze er volgens de indiener reeds is. y) Indiener geeft aan dat de uitstraling van de winkel dan wel het aantal containers dat aan weerszijde is geplaatst geen agrarische uitstraling heeft. Tevens geeft indiener aan dat de nachtverlichting een ergernis is voor de buurt en (nacht)vogels en vleermuizen. z) Indiener betwijfelt of er vanuit cultuurhistorisch oogpunt iets te herstellen valt nu er van grasland een parkeerterrein wordt gemaakt. Indiener wijst daarbij op verschillende historische kaarten van Nederland en het feit dat er al geruime tijd sprake is van een open landschap. aa) Indiener geeft aan dat de rudbeckia’s niet thuishoren in Nederland. Voorts geeft indiener aan dat er sprake is van ‘greenwashing’. Reactie gemeente Ad a. De afgelopen jaren is het aantal klanten van ARO sterk toegenomen, dat valt onder meer af te leiden uit het groeiende aantal klantenkaarthouders.

Als gevolg hiervan is in 2018 de winkel uitgebreid, maar bij de laatste uitbreiding van de winkel is het parkeerterrein niet uitgebreid. Klanten uit de weide omgeving worden middels hun klantenkaart benaderd via de post en/of mailing voor acties en komen zodoende richting de winkel. Vaak combineren deze klanten dat met een bezoek aan omliggende horecagelegenheden. Om een verdere verslechtering van de huidige parkeer– en verkeerssituatie te voorkomen, is het ontwerpbestemmingsplan noodzakelijk. Ad b. Goudappel heeft in opdracht van de ARO van 30 september 2019 – 18 januari 2020 tellingen gehouden bij de winkel. Deze tellingen zijn gebruikt als input voor dit onderzoek en geven een representatief beeld over een langere periode van een jaar. Deze tellingen zijn, zoals ook in de rapportage staat omschreven, representatief. Deze rapportage gaat niet uit van een gelijke spreiding, maar rekent met de hoogste gemeten bezetting voor ieder type dag. Het is logisch om uit te gaan van deze hoogst gemeten bezetting, zoals een parkeerterrein bij een supermarkt bijvoorbeeld ook wordt gedimensioneerd op een zaterdagmiddag (piek van de week) en niet op een willekeurige doordeweekse ochtend, waar de parkeerbezetting veel lager ligt. Voor de verkeersgroei geldt hetzelfde en is uitgegaan van de huidige verkeersintensiteiten per type dag.

Deze verkeersintensiteiten zijn vervolgens met groeicijfers vertaald naar de situatie in 2028. Overigens heeft de bestemmingsplanwijziging voor realisatie van het parkeerterrein geen invloed op de groei van parkeerders of verkeersbewegingen. Een deel van deze verkeersbewegingen is er namelijk in de huidige situatie ook al. De parkeerders staan op drukke dagen geparkeerd langs de Houtweg of in het weiland tegenover de winkel. Met deze bestemmingsplanwijziging wil ARO de bestaande verkeersproblemen oplossen (en daarmee onveilige verkeerssituaties) en zorgen voor een robuuste situatie richting de toekomst. Ad c. De uitgangspunten zoals gehanteerd door Goudappel en Tauw zijn representatief voor de bedrijfsvoering. Deze uitgangspunten zijn dan ook gebruikt voor het verkeersonderzoek en het akoestisch onderzoek. Naar het oordeel van de indiener wikkelt 80 tot 90% van het verkeer van en naar ARO zich af tussen 10:30 uur en 17:00 uur. In het akoestisch onderzoek is uitgegaan van een gelijkmatige verdeling over de uren dat ARO is geopend. Naar het oordeel van de indiener geeft dit een onderschatting van de te verwachten geluidniveaus. Opgemerkt wordt dat met de rekenmethode zoals gehanteerd voor het akoestisch onderzoek geen onderscheid per uur van het etmaal is te maken.

Wel is onderscheid te maken naar de verschillende wettelijke beoordelingsperiodes, zijnde de dagperiode (van 07:00 uur tot 19:00 uur), de avondperiode (van 19:00 uur tot 23:00 uur) en de nachtperiode (van 23:00 uur tot 07:00 uur). Voor elke beoordelingsperiode wordt rekening gehouden met de hoeveelheid verkeer die

13

verwacht wordt voor de betreffende periode. Op basis van die hoeveelheid verkeer is het te verwachten geluidniveau tijdens een beoordelingsperiode bepaald. In het geval dat er niettemin meer verkeer tijdens de dagperiode van en naar ARO rijdt, hetgeen niet in de lijn der verwachtingen ligt, mag voor de dagperiode een (iets) hoger gemiddeld geluidniveau verwacht worden. Voor de avondperiode zal het gemiddeld geluidniveau juist (iets) lager uitvallen. Omdat voor de avondperiode een 5 dB(A) strengere norm geldt dan voor de dagperiode zal het gemiddeld geluidniveau in de avondperiode minder snel tot overschrijdingen leiden. Ad d. Zie de beantwoording van bij indiener 3, argument g. Ad e. Het is correct dat significant meer verkeer leidt tot een hogere geluidbelasting. De conclusie dat deze geluidbelasting daarmee ook te hoog wordt, kan naar onze mening echter niet getrokken worden. Er is immers geen onderzoek naar gedaan. Volgens het wettelijk kader waaronder deze wijziging van het bestemmingsplan valt, hoeft namelijk niet onderzocht te worden wat de toename van het geluid op de gevels van bestaande woningen veroorzaakt door het verkeer op wegen is. Een akoestisch onderzoek is alleen noodzakelijk in situaties waar de weg fysiek wordt gewijzigd. Een fysieke wijziging is bijvoorbeeld het verbreden of verleggen van een weg.

In de voorliggende situatie is geen sprake van een fysieke wijziging en kan onderzoek op dit punt achterwege blijven. Ad f. In een akoestisch onderzoek zoals uitgevoerd door TAUW wordt het te verwachten geluidniveau in de toekomstige situatie inzichtelijk gemaakt. Omdat deze afwijkt van de bestaande situatie en nog niet bestaand is, is het ook niet mogelijk om in situ metingen uit te voeren. Een te verwachten geluidniveau wordt daarom altijd bepaald met behulp van een 3D rekenmodel. Ad g. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een QuickScan flora en fauna uitgevoerd. Dit onderzoek bestaat uit 3 onderdelen te weten een bureau-onderzoek, een veldbezoek en het opstellen van een rapportage. Binnen dit onderzoek worden verschillende onderdelen getoetst te weten soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden. De Nationale Databank Flora en Fauna is een gevalideerde databank welke ingezet kan en mag worden voor ecologisch onderzoek. Dit is echter niet voldoende. Daarom wordt het onderzoek ten alle tijden aangevuld met een veldbezoek. De stelling van reclamant t.a.v. het tijdstip van het onderzoek is op dit moment niet relevant. Groeiplaatsen kunnen ook waargenomen worden in september en beoordeeld op habitatinschatting. T.a.v. jaarrond beschermde nesten wordt in de rapportage aangegeven dat nader onderzoek t.a.v. deze soorten noodzakelijk is.

Deze onderzoeken zullen de komende periode worden uitgevoerd. Ad h. De uitbreiding van het parkeerterrein (waarvoor de bestemming gewijzigd is, leidt niet tot meer parkeerders of verkeer. De benutting van de het bestaande (en vergunde) winkeloppervlak zorgt wel voor meer parkeerders en verkeer. Deze groei vindt plaats binnen het bestaande (en vergunde) winkeloppervlak en is geen effect van de uitbreiding van het parkeerterrein. Ad i. Zie beantwoording indiener 1, argument b. Ad j. Inmiddels heeft de gemeente Epe de Omgevingsvisie vastgesteld, zie ook de beantwoording bij indiener 3, argument r. Ad k. 14

Om de uitbreiding mogelijk te maken, dient de woning aan de Houtweg 45 geamoveerd te worden. De woning is eigendom van ARO en in gebruik als directiewoning. Hiervoor in de plaats zal aan de overkant van de Houtweg, tussen Houtweg 54 en 56 een nieuwe woning worden gebouwd. Er wordt dus geen woning onttrokken aan de huidige woningmarkt. Ad l. De huidige uitbreiding ziet op de herontwikkeling van het parkeerterrein op eigen terrein van de ARO. Een deel van de parkeervoorziening wordt vormgegeven binnen het ruimteslag van het huidige parkeerterrein. Het andere deel (deels P2 en P3) wordt mogelijk gemaakt met de uitbreiding van het parkeerterrein op het voormalige perceel met grasland. Voor de landschappelijke inpassing is ervoor gekozen om een deel van het huidige parkeerterrein aan de voorzijde van ARO (P1) in de toekomst niet meer als parkeerterrein te gebruiken maar in te richten als boomgaard. Hiermee wordt het agrarische, landelijke karakter versterkt en wordt bijgedragen aan een impuls van de groene leefomgeving. Daarmee wordt het karakter en de kwaliteit van het buitengebied geborgd. Tot slot is de multimodale bereikbaarheid uit de ladder van duurzame verstedelijking met de wetswijziging van 1 juli 2017 komen te vervallen en dus niet langer een eis. Ad m. In 2028 zijn volgens de groeiverwachtingen 675 parkeerplaatsen nodig op een piekdag.

Parkeervoorzieningen kunnen (indien efficiënt geprojecteerd, zie ook toelichting in rapportage) gevuld worden tot 90%. Daarboven neemt de kans op zoekverkeer en onveilige verkeerssituaties sterk toe. Uitgaand van een maximale vulling van 90% zijn er dan met 675 parkeerders op een piekdag 750 parkeerplaatsen nodig. Ad n. Het verkeer groeit gemiddeld met enkele procenten per jaar over heel Nederland gezien. Deze groei doet zich voornamelijk voor in stedelijke gebieden, waar bijvoorbeeld nieuwe woningen/functies worden gerealiseerd. In landelijk gebied is deze verkeersgroei minder significant, omdat hier minder nieuwe functies worden voorzien. Zo ook op de Houtweg. Wij verwachten dat het doorgaande verkeer op de Houtweg niet significant zal toenemen in de komende jaren. Er zijn geen grote ruimtelijke wijzigingen gepland, die zorgen voor een significante toename van verkeer. Verder wordt verwezen naar de inschatting dat de maximale intensiteit overschreden wordt in een pieksituatie. Een pieksituatie is een situatie waarop een weg niet wordt gedimensioneerd of beoordeeld. Pieksituaties komen namelijk niet vaak voor. Een voorbeeld hiervan is de parkeerbezetting van een supermarkt in de dagen voor de Kerst of de verkeerssituatie bij een woningboulevard of outletcenter op 2e Paasdag. Op dit soort dagen wordt geaccepteerd dat het drukker is dan normaal. Ad o.

De uitbreiding van het parkeerterrein zorgt niet voor extra verkeersbewegingen. De uitbreiding van het parkeerterrein faciliteert parkeerders en zorgt dat verkeersbewegingen op de Houtweg veilig plaats kunnen vinden, nu en in de komende jaren. De toename die verwacht wordt is geen effect van de uitbreiding van de parkeervoorziening, maar van een benutting van het potentieel van de bestaande winkel. De bestaande winkel is een vergunde situatie. Wat betreft de spreiding van verkeer is gekeken naar de verkeersintensiteit op etmaalniveau. Dat betekent inderdaad dat er rustige en drukke momenten op de wegen zullen zijn. Drukke momenten tijdens de spitsuren op werkdagen (dan zal het bij de ARO rustig zijn) en drukke momenten wanneer het druk is bij de ARO. Deze momenten staan echter los van de uitbreiding van het parkeerterrein. Ad p. Zie beantwoording indiener 4, argument g. Ad q. Met de geplande ontwikkelingen zullen de broedgevallen op de genoemde adressen niet verloren gaan. Dus geen overtreding Wet natuurbescherming

15

Ad r. Er worden een aantal soorten benoemd waarvan het foerageergebied zal verdwijnen. Middels een beoordeling van de nabije omgeving (habitatbeoordeling) kan gesteld worden dat voldoende alternatief voorhanden is. Daarnaast is het foerageergebied van beschermde diersoorten in beginsel niet beschermd op grond van de Wet natuurbescherming. Dat betekent dat een aantasting (vernielen, beschadigen) van foerageergebied (of een deel daarvan) niet verboden is Ad s. Onterecht wordt gesteld dat de nadere onderzoeken moeten worden uitgevoerd volgens de SOVON en RAVON methodieken. Voor het merendeel van de te onderzoeken soorten is een Kennisdocument opgeteld door BIJ12 wat voorschrijft met welke onderzoeksinspanning het nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Pas wanneer deze niet voorhanden is wordt uitgeweken naar andere onderzoeksmethoden. Ad t. Onterecht wordt gesteld dat de aanlegfase van de geplande ontwikkeling niet berekend is in de uitgevoerde stikstofberekening Hiervoor wordt verwezen naar SO51424, bijlage 5 van het ontwerpbestemmingsplan. Ad u. Onterecht wordt gesteld dat de aanwezigheid van vleermuizen niet wordt behandeld. Hiervoor wordt verwezen naar pagina 24 van de uitgevoerde QuickScan. Op basis van dit onderzoek wordt een nader onderzoek vleermuis noodzakelijk geacht. Dit onderzoek wordt nog uitgevoerd. Ad v.

Onder de Wet natuurbescherming is de aanwezige hoogstam kersenboom niet beschermd. Uit de bomeneffectanalyse is bovendien geconcludeerd dat de betreffende kersenboom rot is en zal moeten worden gerooid. Ad w. Het nader onderzoek naar de marter met cameravallen met lokstof is een gevalideerde onderzoeksmethode welke is toegepast. Met de geplande ontwikkeling gaan geen verblijfplaatsen van soorten verloren Ad x. Door de nieuwe inrichting wordt de openheid behouden in de oost – en westrichting. Tevens wordt het parkeren afgeschermd in de noord-zuidrichting. De oorspronkelijke boerderij, de voor– en achterkant en de verkaveling zijn geschikte aanknopingspunten voor het ontwerp. Een historische laag die door de huidige inrichting verloren is gegaan, wordt teruggebracht. Ad y. Het aantal containers zal zo veel als mogelijk worden ingepast in het ontwerp. Het nieuwe plan gaat uit van boerenhagen, een lager hekwerk met gebiedseigen materialen en tevens lage verlichting. Er zal geen sprake zijn van nachtverlichting. Ad z. In het landschapsinrichtingsplan is geprobeerd om het parkeren in te pakken in de vroegere beslotenheid. Tevens is zo veel als mogelijk het es-karakter in stand gehouden door openheid en het toevoegen van agrarische elementen. Ook wordt er een bijdrage geleverd aan de biodiversiteit. De oude kaart van 1832 is tot slot in het landschapsinrichtingsplan opgenomen. Ad aa.

16

Voor wat betreft de rudbeckia wordt de zienswijze ter kennisgeving aangenomen. Er is geen sprake van greenwashing nu het gaat om een verbetering van het huidige terrein nu dat zo sterk industrieel is ingericht. Bij de herinrichting zijn cultuurhistorie en biodiversiteit goede handvatten en een goede manier om het parkeren met die thema’s te combineren. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het uitwerkingsplan te wijzigen.

17

3

Ambtshalve aanpassingen

In dit hoofdstuk worden per planonderdeel (toelichting, regels, onderzoeken en verbeelding) de door te voeren ambtshalve aanpassingen in het bestemmingsplan beschreven. Dit betreffen ondergeschikte wijzigingen ter verbetering van het plan, die geen directe invloed hebben op de aard van het plan. Regels De hiervoor behandelde zienswijzen geven aanleiding tot het wijzigen van het bestemmingsplan voor vaststelling op het volgende onderdeel: •

De voorwaardelijke verplichting wordt uitgebreid met het onderdeel ‘overloopparkeren’ zoals dat is opgenomen in artikel 3.

Daarnaast wordt als ambtshalve wijziging voorgesteld om een aanvullende voorwaardelijke verplichting in artikel 9.3 van de planregels op te nemen, waarin staat dat de gronden die in het landschapsinrichtingsplan zijn aangewezen als overloop parkeren alleen voor dit doeleinde gebruikt mogen worden, en niet als reguliere parkeerplaats. Verbeelding Niet van toepassing. Overig De gemeente Epe volgt het advies van de Omgevingsdienst Veluwe en zal een nader lichtplan/lichtonderzoek laten uitvoeren ten aanzien van de verlichting op het parkeerterrein.

4

Ambtshalve aanpassingen naar aanleiding inspraakreacties raadscommissie

Toelichting -

Paragraaf 2.3: afbeelding inrichtingsplan vervangen Paragraaf 4.3 is grotendeels herschreven n.a.v. het nieuw uitgevoerde geluidonderzoek; ook de tabellen zijn vervangen. Paragraaf 4.5: de onderbouwing dat het gemengd gebied betreft is enigszins uitgebreid. Paragraaf 4.7.1: De tekst bij de Quickscan over marterachtigen is uitgebreid met een beschrijving van het onderzoek van zomer 2024. Verder is deze paragraaf uitgebreid met de nieuw uitgevoerde aanvullende onderzoeken. Paragraaf 4.72: De teksten zijn aangepast op de nieuwe onderzoeken en berekeningen. Paragraaf 9.4: de onderbouwing m.b.t. parkeren is aangevuld met de bevindingen naar aanleiding van de second opinion.

Bijlagen bij Toelichting -

De volgende onderzoeken zijn vervangen door een nieuwe versie: o Bijlage 2 Akoestisch onderzoek o Onderzoek stikstof

-

De volgende onderzoeken zijn nieuw toegevoegd: o Nader onderzoek marterachtigen o Nader onderzoek gierzwaluw o Nader onderzoek steenuil o Nader onderzoek vleermuis o Aanvulling verkeersonderzoek op basis van second opinion

18

Regels -

In artikel 3.1 is een sub d toegevoegd dat geluidwerende voorzieningen mogelijk maakt. In artikel 3.2 sub b is een onder 1 toegevoegd dat is aangevuld met een hoogtebepaling voor geluidwerende voorzieningen In artikel 9.2. is in sub c aangegeven dat het aantal toegestane piekdagen, zijnde 12, niet mag worden overschreden. Artikel 9.4 is nieuw toegevoegd; hierin zijn de voorwaardelijke verplichtingen voor beide geluidschermen opgenomen. Artikel 10 is nieuw toegevoegd. Omdat het geluidscherm bij de installaties te kunnen verplichten, diende het plangebied te worden uitgebreid. Dit artikel voorziet erin dat voor deze gronden het vigerende bestemmingsplan van toepassing blijft, met dien verstande dat die regeling wordt uitgebreid met de voorwaardelijke verplichting tot het realiseren van het geluidscherm.

Verbeelding -

19

Het plangebied is aan de noordoostelijke zijde uitgebreid ten behoeve van de voorwaardelijke verplichting tot het realiseren van een geluidscherm ter hoogte van de installaties Er zijn twee locaties aangeduid waarvoor een voorwaardelijke verplichting tot het realiseren van geluidschermen geld

5

Hoorzittingen

Hoorzittingen Ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO Datum: Tijd: Locatie:

Maandag 18 maart 2024 15.30 - 15.45 gemeentehuis Epe

Aanwezig namens de gemeente Epe Dhr. Martijn Kerkmans (wethouder) Dhr. Luuk van Assema (secretaris) Aanwezig namens de reclamant Anoniem Aanleiding Zienswijze ingediend d.d. 2 januari 2024 Zaaknummer: 948225 Ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO Projectleider: mevr. Cheyenne Refos Zaaknummer: 936198

5.1

Verslag hoorzitting

De portefeuillehouder legt de procedure uit en geeft daarna het woord aan de reclamant. De reclamant geeft aan als omwonende moeite te hebben met de onderbouwing rondom geluid in de toelichting van het plan. Op het terrein van ARO zijn mensen nog tot laat bezig. Volgens de reclamant is er de hele dag aan- en afvoer van vrachtwagens. Je kunt daardoor niet meer in de tuin zitten. In het plan worden piekdagen omschreven. De reclamant heeft geen problemen met piekdagen, maar wel met toename van dagelijkse geluidsproductie. De reclamant geeft aan nu nog geen onderzoeken te hebben uitgevoerd.

Datum: Tijd: Locatie:

donderdag 18 maart 2024 15.00 – 15:15 uur gemeentehuis Epe

Aanwezig namens de gemeente Epe Dhr. Martijn Kerkmans (wethouder) Dhr. Luuk van Assema (secretaris) Aanwezig namens de reclamant Anoniem Aanleiding Zienswijze ingediend d.d. 31 januari 2024 Zaaknummer: 948097 Ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO Projectleider: mevr. Cheyenne Refos Zaaknummer: 936198 Verslag hoorzitting De portefeuillehouder legt de procedure uit en geeft daarna het woord aan de reclamant. De reclamant geeft aan aanvankelijk goed contact te hebben gehad met de initiatiefnemer, maar de communicatie werd na verloop van tijd minder. Volgens de reclamant is een oude mondelinge afspraak niet gewaarborgd. De afspraak was om niet in de buurt te komen van huisnummer 26. De nieuwe parkeerplaats wordt echter net zo groot als alle parkeerplaatsen in het centrum 20

van Epe. En alles wat groen is, kan later anders worden ingevuld. Verder is de oude aanvraag volgens de reclamant buiten het plan gehouden. De reclamant vermoedt met dit plan extra uitbreiding in de toekomst. De reclamant geeft aan dat wanneer het plan na 1 januari was zijn ingediend, dan was meer communicatie nodig en had de initiatiefnemer meer rekening moeten houden met omwonenden. De reclamant geeft ook aan dat moet worden gekeken naar wat juridisch mogelijk is en wat in de toelichting staat: als het bestemmingsplan ongewijzigd wordt doorgevoerd, dan zijn de parkeerplaatsen eigenlijk al permanent. Het gaat hier volgens de reclamant om een salami tactiek. Zo kan P1 in de toekomst worden opnieuw bestemd en bij het bedrijfspand worden opgenomen.

Datum: Tijd: Locatie:

donderdag 18 maart 2024 15.15 – 15:30 uur gemeentehuis Epe

Aanwezig namens de gemeente Epe Dhr. Martijn Kerkmans (wethouder) Dhr. Luuk van Assema (secretaris) Aanwezig namens de reclamant Anoniem Aanleiding Zienswijze ingediend d.d. 31 januari 2024 Zaaknummer: 948229 Ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding parkeerterrein en nieuwbouw woning ARO Projectleider: mevr. Cheyenne Refos Zaaknummer: 936198 Verslag hoorzitting De portefeuillehouder legt de procedure uit en geeft daarna het woord aan de reclamant. De reclamant is verbaasd dat het bestemmingsplan wordt gewijzigd; het betreft een grote aanpassing die niet gewenst is. De reclamant vraagt zich af wat de beleidsmatige argumenten zijn: CROW geeft normen, maar geeft geen richting aan het beleid. En het CBS geeft cijfers die in de praktijk juist negatief uitpakken. Zodoende is volgens de reclamant geen motivatie voor groei van het bedrijf. De reclamant geeft aan dat er soms wel een parkeerprobleem is, maar piekdagen komen twee keer per jaar voor. Daarom vraagt de reclamant zich af waarom meteen moet worden uitgebreid. In alle rapporten wordt het behoud van karakter van het landelijk gebied benadrukt en volgens de reclamant is dit plan voor het dorp Oene een bedreiging van dat karakter. De reclamant benadrukt dat de verspreiding van verkeersintensiteit ook anders is dan in de berekeningen wordt voorgesteld. In de praktijk is er sprake van piekbelasting in plaats van spreiding.

De reclamant krijgt de indruk dat de omschrijving van geluidsnormen zo zijn geschreven dat dit het plan ondersteunt. Zo’n 70 omwonenden hebben de zienswijze ondertekend. Het gaat om omwonenden van de Houtweg en de Ooster Oenerweg. Volgens de reclamant zijn flora & fauna en cultuurhistorie onvoldoende onderbouwd. Het betreft volgens de reclamant kaal bouwland dat met biodiversiteitsbevordering niks te maken heeft.

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16414368/2