1375519 Beslisnota raad Definitieve vaststelling Gemeentelijk Watertaken Plan (GWP)
Tekst van het document
Beslisnota voor de raad Onderwerp
Definitieve vaststelling Gemeentelijk Watertaken Plan (GWP)
Programma
7 - Duurzaamheid
Portefeuillehouder
Mw. ing. A.H.M. van Loon
Zaaknummer
1375519
Adviseur
Smit
Afdeling
Realisatie en Beheer
E-mail adres
martin.smit@epe.nl
TE BESLUITEN OM Het Gemeentelijk Watertaken Plan 2026 t/m 2030 vast te stellen.
INLEIDING Het oude GWP (Gemeentelijk Watertaken Plan) verloopt in 2025. Dat vraagt om een nieuw plan. De zorgplichten van de gemeente voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater, overtollig afvloeiend hemelwater en structurele nadelige gevolgen van grondwateroverlast zijn wettelijk vastgelegd in de Wet milieubeheer en Waterwet. In de nieuwe Omgevingswet komen deze zorgplichten terug. Het Gemeentelijk Watertaken Plan (GWP) beschrijft alle gemeentelijke watertaken. Het GWP beschrijft de beleidskaders en de activiteiten voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval-, hemel‐ en grondwater en het beheer en onderhoud van oppervlaktewater in de gemeente Epe voor de periode 2026 t/m 2030 en geeft de visie op de gemeentelijke watertaken voor de lange termijn weer. De looptijd van dit plan is 5 jaar.
BEOOGD EFFECT Een toekomstbestendige en duurzame waterhuishouding, waarbij de leefomgeving minimaal op het huidige niveau blijft. Waar mogelijk en doelmatig, wordt de beleving en aantrekkelijkheid verbeterd.
ARGUMENTEN 1.1 In de zienswijzenota worden de ingekomen reacties beknopt samengevat en beantwoord. Het ontwerp van het Gemeentelijk Watertakenplan heeft 6 weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is er 1 zienswijze ingediend. De zienswijze is in de zienswijzennota samengevat en voorzien van een reactie. De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het Gemeentelijk Watertakenplan. Met name gaat het hierom een aantal verduidelijkingen en tekstuele aanpassingen. 2.1 De klimaatverandering vraagt een bredere benadering. Het GWP geeft inzicht in de omvang, het functioneren en de kwaliteitstoestand van de voorzieningen. Hiermee geeft de gemeente invulling aan een aantal wettelijke zorgplichten (Artikel 10.33 Wet milieubeheer en Artikel 3.5 en 3.6 van de Waterwet). De effecten van de klimaatverandering raken nauw aan de gemeentelijke watertaken en zorgplichten; de gevolgen van heftige regenbuien, meer hittestress en toenemende droogte spelen een belangrijke rol. Ook leidt het verstenen van de bebouwde omgeving, zeker in combinatie met de klimaatverandering, tot een grotere kwetsbaarheid van woon-, werk- en winkelgebieden. Door het oppervlaktewater en klimaatadaptatie mee te nemen bij de invulling van de watertaken, blijft de kwaliteit van de leefomgeving ook in de toekomst op niveau. 2.2 Het ingezette beleid wordt verder doorontwikkeld.
De gemeente zal het dagelijks onderhoud, reguliere beheer en onderhoudsmaatregelen uitvoeren. We blijven de gemeentelijke rioleringszorg en de watertaken de komende jaren in grote lijnen op dezelfde wijze invullen zoals we dat nu doen. Doelmatig en adequaat blijven de woorden die bij deze koers horen. Door
een juiste uitvoering van de watertaken wordt bijgedragen aan de integrale aanpak van droogte, toenemende hitte en wateroverlast. De leefomgeving blijft minimaal op het niveau van de huidige situatie en op specifieke locaties verbeterd door klimaat adaptieve maatregelen. Voorbeelden zijn het afkoppelen van verhard oppervlak, de aanpak van wateroverlast in de verschillende wijken en de realisatie van een ondergronds bergingsbassin aan de Korte Kuipersweg in Epe. 2.3 Hiermee voldoet de gemeente Epe aan de wet milieubeheer. Het GWP geeft inzicht in de omvang, het functioneren en de kwaliteitstoestand van de voorzieningen waarmee de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten voor het afval-, regen- en grondwater. Het GWP beschrijft de maatschappelijke doelen, de visie, ambities en programma’s van de gemeente omtrent de rioleringszorg en watertaken. Het GWP geeft de beleidskaders voor het in stand houden van de huidige voorzieningen en het toekomstbestendig en klimaat adaptief maken van de riolering en leefomgeving in de gemeente Epe. 2.4 De gemeenteraad wordt gevraagd het GWP vast te stellen als beleidsdocument Tot de invoering van de Omgevingswet (2024) was een Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP) wettelijk verplicht op grond van de Wet milieubeheer en lag de bevoegdheid tot vaststelling bij de raad.
Onder de Omgevingswet is een GWP (Gemeentelijk Watertaken Plan) niet langer verplicht, maar heeft de gemeente wel nog steeds de zorgtaak voor de riool- en watertaken (art. 2.16 Omgevingswet). Het GWP is daarvoor hét instrument. Hiermee geven we in één plan onze actuele invulling van de watertaken, bijbehorende onderbouwing van de financiering en koers van de rioolheffing. In de geest van de Omgevingswet moet het GWP eigenlijk als omgevingsprogramma door het college worden vastgesteld. Maar ten tijde van het opstellen van het GWP waren wij nog onvoldoende voorbereid op het werken met het instrument omgevingsprogramma. Het GWP geeft beleidsdoelen en financiële kaders waarvoor besluitvorming door de raad nodig c.q. gewenst is. Daarom is ervoor gekozen om het GWP nog als regulier beleidsdocument op te stellen en ter vaststelling aan de raad aan te bieden. In de toekomst zal een volgend GWP wel als omgevingsprogramma worden vastgesteld en zal dan ook de besluitvormingsrol van de raad bij het GWP nader zijn uitgewerkt. 2.5 Het GWP maakt de kosten van het beheer, onderhoud, vervanging van het riool en de overige watertaken transparant en daarmee beheersbaar. Door de integrale aanpak, het vormen van beleid en uitwerking in het programma ontstaat duidelijkheid over de te verwachten kosten en de daar uit voortvloeiende stijging van de riool- en waterzorgheffing.
In het GWP is aangeven dat de rioolheffing vanaf 2027 met 2,3% jaarlijks zal stijgen tot en met 2030, exclusief inflatie. In het plan wordt een totaal investeringsniveau van € 13.600.000 berekend voor de planperiode (2026 t/m 2030) voor vervangingsinvesteringen, maatregelen om wateroverlastlocaties aan te pakken en maatregelen om de buitenruimte klimaat adaptief in te richten. De beleidsdoelstellingen voor het gemeentelijke rioleringsstelsel beperken zich niet tot het doen van investeringen. De gemeente wil een professionele en adequate rioleringszorg blijven kunnen bieden. Een groot deel van de lasten wordt bepaald door beoogde onderzoeken, het reguliere beheer- en onderhoud en personeelslasten. Aan de hand van de RIONED-tool voor het bepalen van de personele capaciteit is bepaald wat de benodigde interne formatie is voor het uitvoeren van alle watertaken. Volgens de gemeentelijke begroting wordt 1,6 fte doorbelast aan het taakveld riolering. De voorgestelde maatregelen/werkzaamheden kunnen niet binnen deze 1,6 fte worden uitgevoerd. De conclusie is dat er circa 1,0 fte extra benodigd is voor de binnendienst. Als hierbij nog extra wordt ingezet op handhaving en toezicht, betekent dit nog eens 0,5 fte aanvullend. Hiervan is inmiddels 0,25 fte ingevuld. Resteert nog 1,25 fte. Het hiervoor benodigde budget is meegenomen in de personeelslasten.
Dit budget kan aangesproken worden voor uitbreiding van de eigen formatie of inhuur. In 2015 waren de lasten voor beheer, planvorming en onderzoek, personeel en overhead en investeringen € 2.703.636. In 2026 is dit verder opgelopen naar € 4.239.594. Enerzijds is dit toe te wijzen aan de gestegen uurlonen en materiaalkosten. Anderzijds zijn er een heel aantal projecten/werkzaamheden bij gekomen. Hierbij valt te denken aan; opstellen klimaat-en hemelwaterplannen, zorgtaak voor grondwater vraagt steeds meer capaciteit, handhaving en toezicht op foutieve aansluitingen en nieuwe aanleg riolering, verder aanpakken riool overstorten op oppervlaktewater, enorme toename advisering nieuwbouwplannen, bewustwording zuinig omgaan met water en afkoppelen hemelwater stimuleren en een toename van werkzaamheden door “werk met werk” te maken in de diverse projecten.
De jaarlijkse exploitatielasten wordt bepaald door beoogde onderzoeken, het reguliere beheer- en onderhoud en personeelslasten. Hiermee is jaarlijks circa € 2.364.000 gemoeid. Dit is inclusief de nodige uitbreiding van het personeel voor de rioleringstaken met 1,5 fte (0,25 fte is al ingevuld).
KANTTEKENINGEN 1.1 Uitvoering van het GWP leidt tot stijging van de rioolheffing. De beleidsdoelstellingen voor het gemeentelijke rioleringsstelsel beperken zich niet tot beheer, onderhoud en vervanging. Klimaatadaptatie en optimalisering van de afvalwaterverwerking stellen extra eisen. Om een adequate rioleringszorg te kunnen bieden blijven in de toekomst extra investeringen noodzakelijk. Wanneer er wordt gekozen om de rioolheffing niet te laten stijgen zal een deel van het beheer, onderhoud en vervanging niet uitgevoerd kunnen worden. Hiermee wordt de kans op calamiteiten vergroot. Tevens zal de vuilvracht op het oppervlaktewater de komende planperiode nauwelijks verminderen.
FINANCIËN In het Gemeentelijk Watertaken Plan wordt een totaal investeringsniveau van € 13.600.000 berekend voor de planperiode (2025 t/m 2030) voor vervangingsinvesteringen, maatregelen om wateroverlastlocaties aan te pakken en maatregelen om de buitenruimte klimaat adaptief in te richten. Deze investeringen worden over langere termijn afgeschreven en verrekend als kapitaallasten. De jaarlijkse exploitatielasten wordt bepaald door beoogde onderzoeken, het reguliere beheer- en onderhoud en personeelslasten. Hiermee is jaarlijks circa € 2.364.000 gemoeid. Dit is inclusief de nodige uitbreiding van het personeel voor de rioleringstaken met 1,5 fte. Deze formatie-uitbreiding volgt uit het benchmarken met de RIONED-tool. Een tool die breed gebruikt wordt door gemeenten om in kaart te brengen wat de benodigde formatie is om de watertaken uit te voeren. Zowel het investeringsniveau als de jaarlijkse exploitatielasten zijn hoger dan de beschikbare budgetten in de begroting 2026-2029 (op basis van GWP 2021t/m2025). Het verschil in begroting 2026-2029 met het GWP 2026 t/m 2030 is voor de exploitatie €396.560 voor 2026. Ongeveer 4 ton meer dan begroot. Het verschil in investeringsvolume voor 2026-2029 is in totaal (dus voor 4 jaar bij elkaar opgeteld) €4.991.574. Gemiddeld is dit circa 1,25 miljoen meer per jaar dan in het Meerjareninvesteringsplan.
Voor de lasten is deels dekking in de begroting aanwezig vanuit:
• •
een vrijval door aanbestedingsvoordelen van reeds verstrekte kredieten. de in de begroting 2026-2029 (inclusief Meerjareninvesteringsplan) opgenomen middelen.
Om de hogere lasten te dekken dient daarnaast de rioolheffing met ingang van 2027 tot en met 2030 (planperiode) jaarlijks met 2,3% te stijgen (exclusief reguliere indexatie). De rioolheffing in de begroting 2026 is gebaseerd op de uitgangspunten van het GWP 2021 t/m 2025 (+1,9%) en staat daarmee vast.
COMMUNICATIE Door belanghebbenden (organisaties) bij de ontwikkeling van het beleid te betrekken en de gelegenheid te geven tot inspraak, ontstaat een integraal en breed gedragen beleidsplan dat aansluit bij de belangen en wensen van onze burgers en overige belanghebbenden(organisaties). Tijdens het opstellen van het GWP is intensief gecommuniceerd met een interne werkgroep met hierbij vertegenwoordigers van de afdelingen (Ontwikkeling, Beheer). Daarnaast is er een externe klankbordgroep met onder andere Waterschap Vallei en Veluwe. Het concept GWP heeft na besluitvorming van het college gedurende een periode van 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen. Hierop is 1 zienswijze ontvangen. Na beschikbaarheid van de benodigde middelen door de gemeenteraad , worden de projecten in uitvoering gebracht. Bij een groot deel van de rioleringsprojecten worden de inwoners van de gemeente Epe betrokken.
UITVOERING De diverse projecten uit de uitvoeringsagenda worden, na beschikbaarstelling van de benodigde middelen door de raad, in uitvoering gebracht. Met de vaststelling van het GWP legt de raad de tariefsverhoging vast. In het financiële overzicht is aangegeven waar de middelen aan besteed worden de komende jaren.