1071193 Kaders opvang asielzoekers
Tekst van het document
Kaders opvanglocaties asielzoekers 1.1
Aanleiding
De asielopvang in Nederland is opnieuw vastgelopen. In 2022 was de crisis zo nijpend, dat er mensen buiten in het gras voor het aanmeldcentrum in Ter Apel moesten slapen. In 2023 werd het weer veel te druk en moesten asielzoekers de nacht doorbrengen in wachtruimtes. Ook in 2024 is het nog drukker dan zou moeten. Het aantal asielaanvragen is wel iets groter dan gebruikelijk, maar het probleem zit vooral in de doorstroom. Er is dus eigenlijk meer sprake van een opvangcrisis dan van een asielcrisis. Op 1 juli 2024 kampt het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) met een tekort van 20.800 bedden in de opvang. De verwachting is dat dit op 1 januari 2025 is opgelopen tot 44.300 bedden te kort (indien er niet genoeg opvangplekken gerealiseerd zullen worden). Met ingang van de 'Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen' (Spreidingswet) op 1 februari 2024 hebben gemeenten een wettelijke taak in de opvang van asielzoekers. De gemeente Epe heeft een taakstelling om 189 asielzoekers op te vangen. De verwachting is dat dit aantal de komende jaren zal stijgen. In de gemeente Epe is de huisvesting van vluchtelingen al sinds geruime tijd onder de aandacht en we zoeken actief naar nieuwe locaties om in die huisvesting te voorzien. De opvang van asielzoekers viel tot op heden buiten de scope.
Het is daarom nodig om hiervoor relevante overwegingen in kaart te brengen en kaders op te stellen. Voorliggend document biedt een eerste inventarisatie van de vormen van reguliere asielopvang (1.2) en mogelijke samenwerkingen met buurtgemeenten (1.3). Vervolgens worden er zowel maatschappelijke overwegingen (1.4) als ruimtelijke overwegingen (1.5) in beeld gebracht. Daaruit volgt een kader voor de reguliere opvang van asielzoekers in de gemeente Epe (1.6). Ook wordt een eerste beeld van het vervolgproces geschetst met daarin beschreven het participatieproces en de rol van de raad (1.7).
1.2
Vormen van reguliere opvang voor asielzoekers
Het COA is verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers. Door het COA worden meerdere mogelijkheden geboden voor de grootte en organisatie van de opvang. Daarbij geldt dat bij een kleinere opvang meer verantwoordelijkheden bij de gemeente komen te liggen. De afwegingskaders voor een locatie zijn grotendeels afhankelijk van de mogelijke invulling van een reguliere asielopvang. Er zijn drie vormen opvang: - Regulier asielzoekerscentrum (AZC) (1.2.1) - Reguliere kleinschalige opvang (1.2.2). Binnen de reguliere kleinschalige opvang zijn er twee opties te onderscheiden: o Een AZC dependance o Een zelfstandige kleinschalige opvanglocatie Hieronder worden de kenmerken van de drie verschillende mogelijkheden en bijbehorende overwegingen uitgewerkt. 1.2.1 Reguliere asielzoekerscentrum - De opzet van een regulier asielzoekerscentrum wordt ingericht door COA. Hier wordt ervan uit gegaan dat er ten minste 300 asielzoekers verblijven, maar tegenwoordig gaat het COA in overleg als het om een aantal gaat dat daar iets onder zit. - De looptijd van een regulier AZC is meestal minimaal 5 jaar.
2
-
-
Asielzoekers wonen en leven zelfstandig in een azc. Ze doen hun huishouden, brengen hun kinderen naar school en gaan naar gesprekken met de IND, het COA, DT&V en VluchtelingenWerk. Daarnaast bereiden zij zich voor op hun toekomst met programma’s of vrijwilligerswerk op de locatie. COA regelt zelf de beveiliging, huisartsenzorg (GZA), vaccinaties (GGD) Het regelen van het onderwijs gaat in overleg met de gemeente. Dit kan door middel van instroom in het regulieren onderwijs of door een aangepast onderwijsmodel (eventueel op locatie). De locatiekeuze is minder afhankelijk van voorzieningen in de omgeving. Het grootste deel van de voorzieningen wordt aangeboden op locatie, anders zorgt COA voor vervoer.
1.2.2 Reguliere kleinschalige opvang Reguliere kleinschalige opvanglocaties zijn locaties die rond de 150 plekken of minder hebben en met een looptijd van bij voorkeur meer dan 5 jaar (COA, 2024). AZC dependance - Voorwaarde voor deze vorm is dat er op maximaal 45 minuten reizen met het openbaar vervoer een regulier azc zit. - Bewoners wonen zelfstandiger dan op een azc omdat er geen vaste begeleiding is en ze voor bijvoorbeeld een doktersbezoek, taallessen of recreatie of naar een hoofdlocatie gaan. - Vanaf 100 bewoners is er permanente beveiliging. Zelfstandige kleinschalige opvanglocatie - Hoeft niet in de buurt van AZC te zitten, maar hier is het belangijker dat de locatie in de buurt van voorzieningen (zorg, onderwijs) zit. - Het COA zorgt voor een ambulant team voor de begeleiding. - Bewoners wonen zelfstandiger dan op een azc omdat er geen vaste begeleiding is en ze voor bijvoorbeeld een doktersbezoek, taallessen of recreatie naar de gemeentevoorzieningen. - Gemeente regelt huisarts, jeugdzorg, vaccinaties en tandarts. - Vanaf 100 bewoners is er permanente beveiliging aanwezig, maar dit zal in samenwerking met de gemeente uitgezet moeten worden.
Figuur 1: verschillen kleinschalige opvanglocaties. Bron: COA
1.2.3 Overwegingen vormen asielopvang Een regulier AZC heeft de volgende argumenten voor: - Bij een regulier AZC wordt de inrichting van de locatie gedaan door het COA. Gezien hun ervaring, kennis en middelen zal dit vele malen effectiever zijn dan wanneer de gemeente hierin zelf moet handelen.
3
-
-
Bij een regulier AZC zal er weinig extra druk komen te liggen op de sociale voorzieningen, zoals huisartsenzorg en jeugdzorg, omdat het COA geen lokale zorg inzet. Omgevingsfactoren spelen een minder belangrijke rol bij het zoeken naar een locatie. Veel van de voorzieningen zullen worden aangeboden op locatie zelf (denk aan huisartsenzorg, GGD, begeleiding, recreatie en dagbesteding). Hierdoor is het minder belangrijk dat de locatie centraal moet liggen. Bij een regulier AZC zal er weinig extra druk en kosten komen te liggen op de ambtelijke organisatie. Het COA regelt veel van de diensten zoals beveiliging, locatiemanagement en begeleiding.
Het nadeel van een regulier AZC is dat een grotere locatie gevonden moet worden, waardoor het ingewikkelder is om te zoeken naar een geschikte locatie. Ook is de maatschappelijke en ruimtelijke impact van een grotere opvanglocatie groter. Nadelen reguliere kleinschalige opvang: - Bij het openen van een kleinschalig AZC zal de taakstelling vanuit de spreidingswet (189) hoogstwaarschijnlijk niet gehaald worden, omdat hier wordt gekeken naar locaties met 150 plekken of minder. Hierdoor zullen er meerdere, kleinschalige locaties geopend moeten worden in de gemeente Epe om toch aan de taakstelling te voldoen. - Wat betreft de reguliere kleinschalige opvang: op dit moment ligt er geen regulier AZC op 45 minuten openbaar vervoer reisafstand en de kleinschalige gemeentelijke opvang staat nog in de kinderschoenen. Er zijn een aantal locaties waar ze aan het kijken zijn of dit werkt, maar de druk die hierbij op de gemeente komt te liggen is enorm. - Bij een AZC dependance zal er veel extra vervoersstromen op gang komen. De mensen moeten dan op regelmatige basis naar de hoofdlocatie. Dit zal een impact hebben op het openbaar vervoer en de reisbewegingen. - Bij een AZC dependance is er geen vaste begeleiding. Hierdoor kan het COA minder toezicht houden en zal er dus meer gekeken worden naar de gemeente.
1.3
Samenwerkingen
Bovenstaande opties zouden ook uitgewerkt kunnen worden met (een) buurgemeente(n). Voor een kleine gemeente is het vaak moeilijk om een grote locatie te vinden, uit te voeren en draaiende te houden. Bij alle bovengenoemde vormen komt er bijvoorbeeld een verhoogde druk op het onderwijs. Vooral op het voortgezet onderwijs (internationale schakelklassen) zal de verhoogde druk moeilijk op te vangen zijn. Door de opdracht gezamenlijk met één of meerdere andere gemeenten op te pakken, kan de druk verdeeld worden. Er is meer ambtelijke capaciteit, er zijn meer voorzieningen en er kan gezamenlijk gekeken worden naar het inzetten van vrijwilligers en bijvoorbeeld werkbemiddeling. Bovendien kunnen de taakstellingen van de samenwerkende gemeenten gecombineerd worden, waardoor één reguliere opvanglocatie bijdraagt aan de taakstelling van meerdere gemeente, We zouden bijvoorbeeld graag samenwerken met de gemeente Heerde en onderzoeken of een gezamenlijke opvanglocatie mogelijk is. Het is vanzelfsprekend noodzakelijk voor samenwerking dat andere gemeenten ook openstaan voor samenwerking en daartoe besluiten.
1.4
Maatschappelijke overwegingen
1.4.1 Wettelijke context De toekomst van de spreidingswet is onzeker en het zal even duren voordat hier meer duidelijkheid over is. Tot er meer duidelijkheid is, zal de spreidingswet tot het huidige wettelijke kader behoren waardoor we als gemeente een wettelijke taak hebben in de opvang van asielzoekers. Daarnaast zijn er plannen voor een tijdelijke Asielcrisiswet (2 jaar). Hier is nog niet veel over bekend, behalve aanpassing van de volgende punten: - Sobere opvang tijdens opschorting behandeling asielaanvraag; - Uitzetten van mensen zonder geldige verblijfstitel; - Treffen van structurele maatregelen met betrekking tot versterking grenscontroles en bewaking; - Eenduidige regie op de nationale asielketen.
4
Ook indien de Spreidingswet wordt ingetrokken, blijft een locatieonderzoek noodzakelijk. De primaire doelstelling van de Spreidingswet is het waarborgen van voldoende opvangplekken en een evenwichtiger verdeling van asielzoekers over provincies en gemeenten. Het intrekken van deze wet zal echter de onderliggende problemen van de asielopvangcrisis niet direct oplossen, omdat de druk op de opvanglocaties voort blijft bestaan. Zolang er een grote behoefte blijft aan voldoende opvangvoorzieningen voor asielzoekers, blijft het van essentieel belang om geschikte locaties te onderzoeken en in te richten. Als de vraag naar opvangvoorzieningen substantieel afneemt, kan worden overwogen om het locatieonderzoek bij te stellen en bijvoorbeeld de omvang van de locatie(s) te herzien. 1.4.2 Provinciale context In de (woordvoerings)lijn provinciale regietafel zijn er drie punten gecommuniceerd: - Wij, leden van de provinciale regietafel Gelderland, betreuren het voornemen om de Spreidingswet in te trekken en daarmee niet ten uitvoer te brengen. - Wij gaan daarom voorlopig verder op de ingezette lijn, waarbij gemeenten, provincie en COA samen aan de provinciale regietafel overleggen over de realisatie van de opvangopgave, zowel op de korte als op de langere termijn.
- Verder wachten we de uitwerking van het Hoofdlijnenakkoord op dit punt af en gaan vervolgens bezien wat dit voor de langere termijn betekent. 1.4.3 Maatschappelijke impact Een asielopvang heeft altijd een maatschappelijke impact. Het is belangrijk mee te nemen wat de impact is op de directe buurt en de lokale economie, maar ook om de sociale en culturele implicaties voor de gemeenschap als geheel mee te nemen. 1.4.3.1 Directe omgeving - Mogelijke overlast in en rondom de locatie van het AZC; - Mogelijke overlast in de dorpen en/of kernen van de gemeente; - Een directe verbinding tussen omwonenden en asielzoekers door begeleiding en vrijwilligerswerk kan de integratie en acceptatie vergroten; 1.4.3.2 Lokale economie - Vergroten van lokale directe en indirecte werkgelegenheid (begeleiding, schoonmaak, beveiliging); - Arbeidspotentieel van asielzoekers die graag aan het werk willen; - Mogelijke stimulering lokale economie: extra inkomsten voor met name middenstand. - Mogelijke negatieve impact op lokale economie indien asielopvang ten koste gaat van bijvoorbeeld toerisme en recreatie.
1.4.3.3 Sociale en culturele voorzieningen - Versterken van sociale cohesie door vrijwilligerswerk, integratie- en participatieactiviteiten - Vroegere start en optimalisatie van participatie, inburgering en integratie van statushouders die al eerder als asielzoekers in de gemeente verblijven - Toenemende druk op de sociale voorzieningen zoals het onderwijs en mogelijk op zorg- en welzijn - Mogelijke sociale spanningen door toegenomen drukte rondom een opvanglocatie of door culturele verschillen Om een zo goed mogelijke balans te realiseren tussen het bieden van humanitaire hulp voor asielzoekers en het minimaliseren van de potentiële negatieve effecten is het belangrijk om waar mogelijk in te zetten op het voorkomen van de negatieve impact.
1.5
Ruimtelijke overwegingen
5
1.5.1 Aansluiting voorzieningen Rond de zomer van dit jaar is gebleken dat het kan dat we vanwege netcongestie heel lang moeten wachten totdat een locatie aangesloten kan worden op stroom (Liander). Een locatie waar al stroom aanwezig is, is meestal makkelijker en veel sneller aan te sluiten dan een locatie waar dat niet het geval is. Soms is er wel al stroom, maar moet de bestaande aansluiting verzwaard worden. Ook dan moet je rekening houden met lange doorlooptijden. 1.5.2 Eigendomssituatie In de meeste gevallen zal het COA een overeenkomst aangaan met de eigenaar van de desbetreffende locatie. Het is in die gevallen niet van groot belang of de gemeente of een andere partij eigenaar is. De eigendomssituatie is bijvoorbeeld wel relevant als het gaat om een locatie in eigendom van het Rijk. Alle verantwoordelijkheden liggen dan bij de Rijksoverheid en haar uitvoerende organen, en er hoeven geen afspraken gemaakt worden met andere private of publieke grond/-gebouweigenaren. 1.5.3 Ligging en geschiktheid locatie en gebouw Afhankelijk van het type opvanglocatie kan het nodig zijn dat deze in de buurt ligt van voorzieningen, zoals winkels en supermarkten, huisarts, onderwijs, openbaar vervoer. Ook moet de locatie groot genoeg zijn voor de hoeveelheid op te vangen mensen.
In het geval dat een bestaand gebouw wordt ingezet zal de (constructieve) geschiktheid van het pand onderzocht moeten worden. Ook wordt gekeken naar de huidige functie van het gebouw, en de gevolgen van het (al dan niet tijdelijk) opgeven van deze functie. 1.5.4 Duur beschikbaarheid locatie Een locatie moet lang genoeg beschikbaar zijn. De desbetreffende eigenaar moet een overeenkomst kunnen en willen aangaan voor langere tijd. Ook locaties waar al een ruimtelijke ontwikkeling wordt voorbereidt kunnen in aanmerking komen, bijvoorbeeld wanneer de bouw hiervan pas na 5-10 jaar start. Een dergelijke locatie kan dan in afwachting van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling ingezet kunnen worden voor bijvoorbeeld een regulier asielzoekerscentrum, waarbij afspraken worden gemaakt over de maximale termijn hiervan. 1.5.5 Globale kosten/baten analyse locatie Onderzocht moet worden of de gemeente kosten moet maken bij de voorbereiding van en/of tijdens de opvang op de desbetreffende locatie, en zo ja, of deze investeringen gemotiveerd kunnen worden en acceptabel zijn. 1.5.6 Globale scan directe omgeving locatie Onderzocht moet worden of in de directe omgeving van de voorgenomen opvanglocatie nog andere ruimtelijke ontwikkelingen gaan plaatsvinden of recent zijn uitgevoerd. Dit om te voorkomen dat een bepaald gebied (en zijn inwoners en ondernemers) onevenredig wordt belast.
1.6
Kader opvanglocatie asielzoekers
Gezien bovenstaande context van de asielopvang, wettelijke verplichting, maatschappelijke en ruimtelijke overwegingen komen wij tot het volgende kader voor een opvanglocatie voor asielzoekers.
6
We voldoen aan de wettelijke taakstelling voor de opvang van asielzoekers. Gezien de mogelijkheden voor opvanglocaties (1.2) en samenwerking (1.3) en de maatschappelijke en ruimtelijke overwegingen (1.5 en 1.6) zoeken we daarvoor naar een locatie voor een regulier AZC. We zoeken hiervoor actief de samenwerking op met andere gemeenten. We betrekken de ruimtelijke en maatschappelijke overwegingen bij de afweging voor een locatie tot een zo geschikt mogelijke locatie te komen.
1.7
Vervolgproces
Hieronder schetsen we de momenten waarop raad, commissie en inwoners betrokken worden in het vervolgproces. Een nadere uitwerking volgt in de vorm van een participatieplan. 1.7.1 Rol van de Raad De raad stelt de kaders vast waarbinnen het college op zoek gaat naar een opvanglocatie na consultatie van de commissie. Daarnaast wil het college de raad de beslissing laten maken voor de locatiekeuze, waarbij het college een voorstel zal voorleggen aan de raad. Om een nieuwe opvanglocatie te kunnen realiseren is naar verwachting een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) nodig. De raad heeft hierbij adviesrecht. Kortgezegd houdt dat in dat het college de vergunning pas mag verlenen wanneer de raad een positief advies heeft afgegeven. Dit vindt dus plaats nadat de Raad een principebesluit heeft genomen over de beoogde locatie voor asielopvang. Ook bij de participatie voorafgaand aan de vergunning wordt de raad betrokken. 1.7.2
Proces, participatie en communicatie
7
Vaststellen kaders Het college heeft de input uit de consultatie verwerkt en legt de aangepaste kaders voor aan de raad ter besluitvorming. De raad besluit over het vaststellen van de kaders, waarbinnen het college locaties kan gaan beoordelen. Ook dit voorstel wordt behandeld in de raadscommissie en gaat vervolgens naar de besluitvormende raad. Beide vergaderingen zijn openbaar, kunnen fysiek worden bijgewoond, online live worden gevolgd of achteraf worden teruggekeken. Bij de commissievergadering is inspraak mogelijk.
Zoektocht locaties en inbreng inwoners De kaders worden openbaar gemaakt, met daarbij een oproep aan inwoners (via online en offline communicatiemiddelen) om locaties in te brengen. Daarnaast komt het college zelf ook met potentiële locaties.
Shortlist + Besluit locatie(s) Op basis van bovenstaande stelt het college vervolgens een shortlist van locaties op. Vervolgens worden de locaties door het college, in samenspraak met het COA beoordeeld en gerangschikt. De meest geschikte locatie(s) worden door het college voorgelegd aan de gemeenteraad. De raad besluit om wel/niet verder te gaan met deze locatie(s). Inwoners worden over dit besluit geïnformeerd.
Planvorming definitieve locatie(s) Omwonenden van de gekozen locatie(s) worden via een actief participatieproces betrokken bij de planvorming: het ontwerp en invulling van de desbetreffende locatie. De invulling van dit proces wordt nader uitgewerkt in een participatieplan.
Procedure omgevingsvergunning Omgevingsvergunning (bopa) wordt voorbereid en ingediend. Het college is voornemens hierbij de uitgebreide voorbereidingsprocedure te volgen, zodat hierbij ruim gelegenheid is voor inspraak (n.t.b.):
- Het ontwerpbesluit op de omgevingsvergunning wordt 6 weken ter inzage gelegd - Gedurende die 6 weken kan een ieder een zienswijze indienen - De ingekomen zienswijzen worden beantwoord en leiden mogelijk tot aanpassingen - Het al dan niet aangepaste, definitieve plan gaat richting gemeenteraad voor bindend adviesrecht - Indien gemeenteraad een positief advies heeft afgegeven kan het college de omgevingsvergunning verlenen - Vervolgens start beroepstermijn van 6 weken voor beroep bij de rechtbank. Na uitspraak rechtbank is nog hoger beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
8
Bijlage 1: Indicatieve planning locatieonderzoek Let op: Dit is een indicatieve planning. Een meer gedetailleerde en realistische planning kan pas worden opgesteld wanneer het college en de ambtelijke projectleider van het locatieonderzoek inzicht hebben in de opdracht, budgetten en beschikbare capaciteit. Daarnaast is de planning sterk afhankelijk van de wijze waarop een eventuele samenwerking met een buurgemeente vorm krijgt. Startpunt planning: Definitieve vaststelling van de kaders voor de AZC-locatie door de gemeenteraad.
Fase 1: Voorbereiding en opstart (2 maanden) o Opstellen projectplan en communicatie-/participatieplan. o Voorbereiding participatieproces (inclusief opzetten online ingang voor locatiesuggesties van inwoners). o o
Intern inventariseren van potentiële locaties door de gemeente. Start communicatiecampagne: bekendmaking van de zoektocht naar geschikte AZClocaties en oproep aan inwoners om locaties aan te dragen.
Fase 2: Inzamelen van locaties (2-3 maanden) o Openstelling van de periode waarin inwoners locaties kunnen aandragen. Hierbij wordt benoemd welke potentiële locaties de gemeente verder wilt verkennen.
o
Eerste screeningsronde: grofmazige toetsing van alle ingebrachte locaties aan de vastgestelde kaders (globale geschiktheid).
Fase 3: Beoordelen en selecteren van locaties (2-3 maanden) o Analyse en beoordeling van alle voorgestelde locaties aan de hand van de kaders (diepgaande analyse). o Opstellen van een shortlist van de meest geschikte locaties. o o
Verwerken van de shortlist tot een adviesrapport voor het college van B&W. Presenteren van het adviesrapport aan het college van B&W, inclusief de shortlist met voorkeurslocatie(s).
Fase 4: Besluitvorming en gerichte Participatie (2-3 maanden) o College van B&W en vervolgens gemeenteraad nemen een besluit over de voorkeurslocatie(s) op basis van het adviesrapport. o Communicatie over deze voorkeurslocaties. o o o
Start van gerichte participatie met omwonenden en belanghebbenden van de gekozen locatie(s). Organisatie van buurtbijeenkomsten, inspraakavonden en/of overlegsessies met direct betrokkenen. Verwerken van input uit de participatie en eventueel aanpassen van plannen.
Fase 5: Onderzoeken en Vergunningsvoorbereiding (4-6 maanden) • Doorlopend: communicatie over het proces • Ca. 2 weken: o Starten van de noodzakelijke onderzoeken voor de omgevingsvergunning (bodemonderzoek, geluidsonderzoek, natuurtoets, etc.). • Ca. 8 weken: o Uitvoeren en afronden van de benodigde onderzoeken. o Opstellen van de aanvraag omgevingsvergunning op basis van de onderzoeksresultaten. • Ca. 2 weken: o Voorbereiding en indiening van de aanvraag omgevingsvergunning.
Fase 6: Omgevingsvergunning en Realisatie (7-9 maanden)
9
• •
•
•
Doorlopend: communicatie over het proces Ca. 18 weken: o Behandelen van de aanvraag omgevingsvergunning (uitgangspunt = uitgebreide procedure). o Inspraakmogelijkheden voor omwonenden en belanghebbenden in het kader van de vergunningsprocedure. o Definitieve besluitvorming over de vergunning door het college van B&W, met daarbij adviesrecht voor de raad. Ca. 10 weken: o Start voorbereidingen voor de realisatie van het AZC (aanbesteding, planning bouw, etc.). o Start van de bouw en realisatie van het AZC. Totale duur van het locatieonderzoek tot aan start bouw: 18-26 maanden.