1067101 2023-12-15-Participatieplan-PlanMER-en-NPRD
Tekst van het document
Particpatie- en Participatieplan communicatieplan PlanMER en nationale NPRD beleidsvisie NPRD
Participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD
02
Inhoudsopgave participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD 1.
Inleiding
03
2.
Waarom participatie?
04
2.1
Defensie in de fysieke leefomgeving
05
2.2
Participatiedoelen
05
2.3
Doelgroepen
06
3.
Waarin participeren?
07
3.1
NPRD onderdeel van nieuwe Nota Ruimte
07
3.2
Verschillende fasen
07
3.3
Schaalniveaus
08
3.3.1 Landelijk niveau
08
3.3.2 Regionaal niveau
08
3.3.3 Lokaal niveau
09
3.4
Resultaat
09
4.
Hoe en wanneer participeren?
10
4.1
Niveaus van participatie
10
4.2
Formele participatiemomenten
10
4.1.1 Terinzagelegging Notitie Reikwijdte en Detailniveau
10
4.2.2 Terinzagelegging ontwerp nationale beleidsvisie NPRD en concept planMER
11
4.3
11
Informele participatie
4.3.1 Regiosessies
12
4.3.2 Collegiaal overleg
12
5.
13
Hoe op de hoogte blijven?
Bijlage 1. Overzicht 13 behoeften met meerdere locatiealternatieven en 31 locatiespecifieke behoeften voor het NPRD
14
Participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD
1. Inleiding Vrijheid, veiligheid en vrede zijn niet vanzelfsprekend. Wereldwijd lopen de spanningen hoog op en de veiligheidssituatie in de wereld verslechtert in hoog tempo. De Nederlandse krijgsmacht zal daarom een grotere inzet moeten leveren om het eigen grondgebied te beschermen en dat van de bondgenoten. Om de grondwettelijke taken uit te kunnen voeren, zullen er meer en vaker militaire activiteiten plaats vinden. Hiervoor is meer ruimte nodig in Nederland en daarbuiten. Het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) maakt deze ruimtevraag voor Nederland inzichtelijk, maakt de afweging mogelijk met andere ruimtevragers en legt de uitkomst planologisch-juridisch vast. Het gaat niet alleen om fysieke ruimte, maar ook om milieuruimte op bestaande Defensielocaties. Moderne oorlogsvoering vraagt om inzet van drones, nieuwe wapens, moderne voertuigen, informatiesystemen en moderne en duurzame kazernes. Verder is ruimte nodig op bestaande oefenterreinen, voor laagvliegen met helikopters boven Nederland en voor voldoende ruimte voor munitieopslag. Moderne oorlogsvoering vraagt ook om vaker gezamenlijk oefenen met verschillende krijgsmachtonderdelen en met andere landen. Dit betekent een toename van de militaire mobiliteit; er wordt meer materieel, meer voorraden en meer mensen van bondgenoten door Nederland vervoerd.
Het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) geeft invulling aan deze nieuwe ruimtevragen. Het NPRD bevat planvorming op verschillende niveaus: nationaal, regionaal en lokaal. Belangrijk onderdeel bij planvorming op alle schaalniveaus is participatie; de mogelijkheid voor inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en overheden om goed geïnformeerd te zijn over en waar mogelijke betrokken te zijn bij de planvorming. In dit participatieplan leest u hoe u kunt meedenken en aan de nationale beleidsvisie NPRD kunt bijdragen.
03
Participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD
04
2. Waarom participatie? De activiteiten van Defensie hebben direct of indirect impact op de fysieke leefomgeving. Defensie vindt het belangrijk om, waar mogelijk, belanghebbenden te betrekken bij het maken van plannen. Zijn mensen tijdig goed op de hoogte gesteld van de plannen, dan voorkomt dat verrassingen en draagt het bij aan het vertrouwen. Als belanghebbenden meedenken, verrijkt dat de plannen van Defensie. Door tijdens het traject in gesprek te gaan met regionale en lokale partijen komen alle voors en tegens van de keuzes die Defensie moet maken, vroeg op tafel. Ook de verschillende belangen worden helder door met elkaar in gesprek te gaan. Participatie vergroot daardoor ook het begrip voor en mogelijk zelfs de acceptatie van de plannen. Defensie vindt het van groot belang duidelijk te zijn over de mate (en vorm) van participatie, in welke fase van het proces dit kan en wat er mee gedaan wordt. Het NPRD is een nationaal programma waarop participatie van toepassing is, zoals beschreven in de Omgevingswet. Hierin is vastgelegd dat overheden bij het opstellen van ruimtelijke programma’s – zoals het NPRD – moeten aangeven op welke manier burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de planvorming zijn betrokken. Kortom, op welke manier de participatie is vormgegeven.
De Omgevingswet heeft tot doel om het omgevingsrecht te vereenvoudigen en te bundelen. Met de Omgevingswet wil de overheid het makkelijker maken voor burgers en bedrijven om initiatieven te ontplooien en tegelijkertijd een goede balans te bewaren tussen economische ontwikkeling en bescherming van het milieu en de leefomgeving.
Participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD
2.1 Defensie in de fysieke leefomgeving Op veel plekken in Nederland is de aanwezigheid van de krijgsmacht merkbaar. Bijvoorbeeld rond de grote oefenterreinen, de schietterreinen en de gebieden waar met vliegtuigen en helikopters wordt gevlogen. Het bestaande ruimtegebruik is al vastgelegd in de Nationale Omgevingvisie (NOVI) en doorvertaald naar het BARRO en desbetreffende luchthavenbesluiten, bestemmingsplannen en vergunningen. Voor sommige activiteiten is meer ruimte nodig om te vliegen, schieten en oefenen. Ook is er extra ruimte nodig voor bijvoorbeeld opslag van munitie. In het NPRD wordt de nieuwe ruimtevraag in kaart gebracht, zodat een afweging gemaakt kan worden met andere ruimtevragers en uiteindelijk de uitkomst van die afweging kan worden vastgelegd in plano logisch-juridisch bindende besluiten. In het planMER (MilieuEffectRapportage) worden als eerste de milieu effecten onderzocht. Op basis van deze uitkomsten, aangevuld met de opbrengsten van participatie, besluit het kabinet uiteindelijk op welke locaties de ruimtebehoefte van Defensie wordt ingevuld. Het gaat daarbij in het bijzonder over een aantal ruimtevragen die niet automatisch gekoppeld zijn aan een specifieke locatie. Voor deze ruimtevragen zijn er dus meerdere, bovenregionale locatie-alternatieven mogelijk, waartussen afgewogen moet worden.
In de nationale beleidsvisie NPRD wordt voor ieder van deze ruimtevragen een voorkeurslocatiekeuze vastgesteld. Naast deze ruimtevragen waarvoor een bovenregionale afweging zal worden gemaakt, zijn er ruimtevragen die op specifieke locaties betrekking hebben. Een overzicht van de opgaven is als bijlage 1 bijgevoegd en uitgebreid beschreven in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMER. Dit participatieplan heeft betrekking op het planMER en dus de totstandkoming van de beleidskeuzen in de nationale beleidsvisie NPRD.
2.2 Participatiedoelen Het participatiedoel van Defensie is om de kwaliteit van de te nemen beleidsbeslissingen in de nationale beleidsvisie NPRD te verbeteren door lokale kennis van bestuurders, belangenbehartigers en individuele geluiden uit de samenleving te betrekken. Zonder uit het oog te verliezen dat de uiteindelijke besluiten bij het kabinet ligt, worden belanghebbenden gevraagd input te leveren. Door al deze verschillende perspec tieven, meningen en overwegingen te benutten, ontstaan inzichten die behulpzaam zijn bij het maken van noodzakelijke keuzes.
05
Participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD
06
Het doel van participatie en communicatie is om een ieder de kans te geven een bijdrage en een oordeel te kunnen leveren over nut en noodzaak van meer ruimte voor Defensie. Belanghebbenden worden hiermee betrokken bij de besluitvorming en omgekeerd krijgt het kabinet direct te horen wat belangrijk wordt gevonden en waar eventueel schuurpunten ontstaan. Om te kunnen participeren is het belangrijk dat voldoende kennis en begrijpelijke informatie beschikbaar is om een mening te kunnen vormen en deel te nemen aan de participatie. Want participatie helpt om de noodzakelijke besluiten te kunnen nemen over voorkeurslocaties. Niet iedereen zal het inhoudelijk eens zijn met de voornemens of besluiten. Inhoudelijk draagvlak is dan ook niet het hoogste doel van participatie. Participatie helpt erbij dat iedereen betrokken is bij de manier waarop besluiten tot stand zijn gekomen en dat daarmee inzicht en begrip kan ontstaan. De te nemen besluiten over de groei van Defensie in de fysieke leefomgeving hebben impact. Daarom is het belangrijk dat iedereen een mening moet kunnen geven over de plannen, en zorgen, risico’s en andere aandachtspunten mee moet kunnen geven. Belangrijk is dat de communicatie tijdig, transparant en volledig is. Hiermee helpt de communicatie om te zorgen dat belanghebbenden niet worden verrast door ontwikkelingen of door gemaakte besluiten.
Hiermee wordt ook een zekere mate van voorspelbaarheid van het handelen van het kabinet gecreëerd.
2.3 Doelgroepen Bij de participatie worden de volgende doelgroepen onderscheiden: • Inwoners • Maatschappelijke organisaties en belangengroepen • Bedrijven • (Mede-)overheden Deze doelgroepen hebben verschillende belangen en bevoegdheden en worden daarom ook op verschillende manieren betrokken bij het proces. Daarover leest u meer in hoofdstuk 4. Bij de participatie wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van bestaande overlegstructuren, zoals de COVM's (Commissie Overleg & Voorlichting Milieu) rond militaire luchthavens.
Inwoners
Organisaties
Bedrijven
(Mede-)overheden
Participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD
3. Waarin participeren? Participatie kan op veel verschillende manieren en onderwerpen gebeuren. Het is belangrijk dat u vooraf goed weet waarin en wanneer u als belanghebbende partij kunt participeren. Zo weet u wat u kunt verwachten en wat er met de resultaten wordt gedaan. Het NPRD geeft invulling aan de ruimtevraag van Defensie. Dit betekent dat het kabinet straks voorkeur gaat uitspreken over locaties waar meer militaire activiteiten kunnen plaatsvinden en/of nieuwe locaties voor militaire activiteiten. Deze voorkeuren worden vertaald naar beleidsbeslissingen die door het kabinet zullen worden genomen in de nationale beleidsvisie NPRD. Vervolgens worden deze beleidsbeslissingen ook onderdeel van de Nota Ruimte, de opvolger van de NOVI. Dit participatieplan gaat over het hele proces om te komen tot de voorkeurslocatiekeuzes en daarmee beleidskeuzes in de nationale beleidsvisie NPRD. De komende periode is er sprake van participatie in meerdere vormen, op diverse momenten en verschillende niveaus. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen wettelijk vastgestelde participatie (terinzagelegging en zienswijzenprocedures) en door Defensie georganiseerde informele participatie. De verschillende momenten worden verder toegelicht in hoofdstuk 4.
3.1 NPRD onderdeel van nieuwe Nota Ruimte Nederland staat voor grote opgaven. Hoe geven we met elkaar vorm en richting aan bijvoorbeeld de landbouwtransitie en versterking van onze natuur, de draagkracht van ons water- en bodemsysteem, de energietransitie, de groei van Defensie, de circulaire economie en de forse woningbouwopgave? Deze opgaven staan niet op zichzelf maar zijn sterk afhankelijk van elkaar. Zij doen allemaal een beroep op dezelfde schaarse ruimte. Daarom werkt het Rijk aan een nieuwe Nota Ruimte. De nationale beleidsvisie NPRD is één van de ingrediënten voor de Nota Ruimte. Dit participatieplan heeft betrekking op het proces rond de nationale beleidsvisie NPRD en gaat over de periode tot en met de ter inzagelegging van het ontwerp van de nationale beleidsvisie NPRD en het planMER.
3.2 Verschillende fasen Er zijn verschillende fasen waarin participatie voorzien is. 1. Terinzagelegging Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) → 8 weken formele inspraak Resulteert in Nota van Antwoord naar aanleiding van zienswijzen op het NRD
07
Participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD
08
2. Informele participatie met focus op de bovenregionale ruimtebehoeften, met verschillende locatiealternatieven en met verschillende doelgroepen. Resulteert in nader te bepalen vorm van verslaglegging van bijeenkomsten. 3. Terinzagelegging concept nationale beleidsvisie NPRD samen met planMer → 6 weken formele inspraak Resulteert in definitieve nationale beleidsvisie NPRD (tevens input voor Nota Ruimte) Het bepalen van voorkeurslocaties en beleidsbeslissingen is aan het nieuwe kabinet. De planning is daar door in grote mate afhankelijk van de duur van de kabinetsformatie. Bij het doorlopen van het proces wordt er nu vanuit gegaan dat eind 2024 de definitieve nationale beleidsvisie NPRD wordt vastgesteld door het nieuwe kabinet.
3.3 Schaalniveaus Het NPRD kent als programma drie schaalniveaus waarop planvorming en besluitvorming plaatsvindt. De acties in dit participatieplan (zie hoofdstuk 4) hebben betrekking op het landelijke niveau: de planMER en de nationale beleidsvisie NPRD. Er zijn, behalve bij het PlanMER en de nationale beleidsvisie NPRD, meerdere momenten in het proces waarbij participatie mogelijk is. Participatie staat nadrukkelijk centraal in het ontwerpend onderzoek voor de locaties waarvoor regionale plannen worden opgesteld. Tenslotte is bij de planvorming op lokaal niveau, dus de planologisch-juridische borging in project- of Luchthavenbesluit, vergunningen en de (project)m.e.r.en die daarvoor worden opgesteld, ook participatie voorzien. Daarbij geldt ook de mogelijkheid voor formeel bezwaar en beroep. 3.3.1 Landelijk niveau In de nationale beleidsvisie NPRD wordt nut en noodzaak vastgesteld van het nieuwe ruimtegebruik door Defensie op specifieke locaties, ter aanvulling op de Nationale Omgevings Visie (NOVI). Een voor beeld hiervan is de benodigde ruimte voor jachtvliegtuigen. De locatiealternatieven en hun potentiële milieueffecten worden in een PlanMER onderzocht. Daarnaast wordt gekeken of het nieuwe ruimte gebruik door Defensie schuurt met andere ruimtelijke opgaven.
Het belang van (nationale) veiligheid is namelijk niet het enige nationale belang dat om meer ruimte vraagt in Nederland. Zo vragen water en bodem, natuur en biodiversiteit, de duurzame energieopwekking, transport, wonen, landbouw en circulaire economie ook om extra ruimte. Ruimte die in Nederland schaars is. Op basis van het planMER en de intergrale afweging tussen de ruimtevragen worden beleidsbeslissingen genomen in de nationale beleidsvisie NPRD. Deze beleidsbeslissingen vormen tevens input voor de Nota Ruimte. 3.3.2 Regionaal niveau Als nut en noodzaak van een militaire activiteit op een locatie eenmaal is vastgesteld, volgt planvorming op regionaal niveau. Dit heeft betrekking op militaire activiteiten: • die een grote ruimtelijke impact hebben op een regio; • in gevoelige gebieden door bijvoorbeeld natuur en stikstof; • in gebieden waar potentieel veel meekoppelkansen zijn. Per gebied brengt Defensie met decentrale overheden en maatschappelijke partijen in kaart welke ruimtelijke opgaven er in een gebied spelen. Via ontwerpend onderzoek wordt voor het gebied inzichtelijk gemaakt hoe de verschillende opgaven in het specifieke gebied met elkaar te combineren zijn. Of keuzes scherp gemaakt, indien de opgaven niet allemaal combineerbaar blijken. Het resultaat van zo’n
Participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD
09
“gebiedspuzzel” is een interbestuurlijke gebiedsvisie. Deze heeft de status van bestuurlijke afspraak en heeft als doel dat de verschillende overheden in een gebied overeenstemming hebben over de lokaal te nemen ruimtelijke besluiten. 3.3.3 Lokaal niveau Op basis van de gebiedsvisies volgt tot slot de planvorming op lokaal niveau. Overheden vertalen de afspraken uit de gebiedsvisie in eigen besluiten. Denk daarbij aan het aanpassen van het bestemmingsplan (of omgevingsplan) door een gemeente, het nemen van een project- of luchthavenbesluit door het Rijk of het het nemen / programmeren van investeringsbesluiten voor bijvoorbeeld infrastructuur of vastgoed.
PlanMER Nationaal
Nationale beleidsvisie Aanpassing Besluit Kwaliteit Leefomgeving
Ontwerpend onderzoek Regionaal Gebiedsvisies
(Passende beoordeling) m.e.r. Lokaal
Luchthaven & Projectbesluiten Vergunningen
3.4 Resultaat De uitkomsten van de participatie en inspraakprocedures worden meegenomen in de besluitvorming. Dat geldt voor zowel de inbreng vanuit de formele participatie als voor de inbreng uit de informele participatie. Voor de formele inspraakprocedures is de Rijksoverheid daarnaast verplicht om een reactienota (nota van antwoord) op te stellen waarin wordt aangegeven of en hoe de reactie is verwerkt. Deze reactienota wordt ook gepubliceerd op de website www.defensie.nl/ruimtevoordefensie. Van de informele bijeenkomsten worden verslagen gemaakt en deze worden ook gepubliceerd op website.
Participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD
10
4. Hoe en wanneer participeren? 4.1 Niveaus van participatie Defensie vindt het belangrijk om belanghebbenden proactief te informeren en iedereen de ruimte te bieden voor het stellen van vragen. En daar natuurlijk dan ook een antwoord op te geven. Ook wil Defensie bepaalde belanghebbenden laten meedenken met haar plannen. Om dit te doen zijn in dit proces verschillende participatieniveaus beschreven. Afhankelijk van de fase van het NPRD en de doelgroep wordt gekozen voor een participatieniveau of een combinatie van niveaus. Participatieniveau (ladder)
Omschrijving
Consensus
Meebeslissen (organisaties en instanties die vanuit een bevoegd gezag rol moeten instemmen met plannen)
Consulteren
Breed meedenken op merendeel thema’s/kansen; Deelnemers mogen wel meedenken maar niet meebeslissen
Ad-hoc betrekken
Meedenken op één of enkele thema’s/kansen; Deelnemers mogen wel meedenken maar niet meebeslissen
Communiceren
Informatie delen en ophalen en reageren op vragen
Informeren
Informatie delen
In deze fase van het NPRD worden de volgende participatieniveaus gehanteerd: • Consulteren • Ad-hoc betrekken • Communiceren • Informeren
4.2 Formele participatiemomenten De formele participatiemomenten hebben betrekking op de ‘terinzagelegging c.q. zienswijzenprocedure’. Iedereen krijgt dan zes weken lang de gelegenheid om te reageren met vragen, opmerkingen en/of suggesties op de ter inzage gelegde documenten. Wanneer een terinzagelegging rond de kerstvakantie plaatsvindt wordt de inzagetermijn opgerekt naar acht weken. In een zogeheten kennisgeving wordt de start van de terinzagelegging bekendgemaakt. Daarnaast worden de documenten ook voorgelegd aan wettelijke adviseurs, de relevante bestuursorganen van de ons omliggende landen en de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.). 4.2.1 Terinzagelegging Notitie Reikwijdte en Detailniveau Ter ondersteuning van de besluitvorming over de keuzes in de nationale beleidsvisie NPRD stelt Defensie een plan milieueffectrapportage (planMER) op. Daarin staan de gevolgen van de behoeften voor onze leefomgeving en het milieu beschreven. De eerste stap om te komen tot een planMER wordt gezet met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). In de NRD leest u welke onderwerpen (reikwijdte) het planMER onderzoekt en met welke diepgang (detailniveau).
Participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD
De NRD wordt ter inzage gelegd. Na de inzagetermijn worden alle zienswijzen die binnen zijn gekomen bekeken. De indieners krijgen na behandeling van de zienswijzen een reactie in een Nota van Antwoord. De start van de terinzagelegging van het NRD wordt bekendgemaakt met een kennisgeving in onder meer de Staatscourant, een landelijke krant en enkele regionale kranten. De kennisgeving, nadere informatie over de terinzagelegging en de mogelijkheid om te reageren op de documenten kunt u vinden op de website www.defensie.nl/ruimtevoordefensie. Doelgroep: inwoners, maatschappelijke organisaties en belangengroepen, bedrijven en medeoverheden Participatieniveau: consulteren 4.2.2 Terinzagelegging ontwerp nationale beleidsvisie NPRD en concept planMER De terinzagelegging van het ontwerp voor de nationale beleidsvisie NPRD en het concept planMER verloopt volgens dezelfde procedure als die voor het NRD (zie 4.2.1). Na vaststelling van de nationale beleidsvisie NPRD krijgen indieners van een zienswijze een reactie in een Nota van Antwoord. Doelgroep: inwoners, maatschappelijke organisaties en belangengroepen, bedrijven en medeoverheden Participatieniveau: consulteren
4.3 Informele participatie De informele participatiemomenten zijn bedoeld om de kennis en ideeën uit de samenleving op te halen. Deze informatie wordt, waar mogelijk, gebruikt bij het kiezen van de voorkeurslocaties voor de nationale beleidsvisie NPRD. Het zijn ook momenten om onze ideeën toe te lichten en vragen te beantwoorden. Dit krijgt op verschillende participatieniveaus en participatiemomenten vorm.
11
Participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD
12
4.3.1 Regiosessies Per provincie worden bijeenkomsten georganiseerd waarin toelichting wordt gegeven op de ruimtelijke behoeften van Defensie en welke onderzoeken er plaatsvinden. Daarnaast heeft u dan de gelegenheid om in te brengen welke zaken u belangrijk vindt of mist in de onderzoeken. Defensie wil graag het net ophalen, waarbij de focus ligt op de ruimtevragen die verschillende locatiealternatieven kennen, maar mocht u vragen hebben over de andere locatiespecifieke ruimtevragen dan kan dat uiteraard ook. Doelgroep: inwoners, maatschappelijke organisaties en belangengroepen, bedrijven en medeoverheden Participatieniveau: informeren en communiceren 4.3.2 Collegiaal overleg Medeoverheden zijn voor Defensie ook een belangrijke partner waarmee actief het gesprek wordt gevoerd: missen zij zaken, zijn er meekoppelkansen en kloppen de onderzoeken? Doelgroep: medeoverheden Participatieniveau: ad-hoc betrekken Hoe al deze verschillende informele sessies vorm krijgen en op welke momenten wordt nog ingevuld. Meer informatie en updates hierover is te vinden op de website www.defensie.nl/ruimtevoordefensie.
Participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD
13
5. Hoe op de hoogte blijven? Tijdens het hele traject is Defensie in contact met belanghebbenden, geïnteresseerden en de omgeving. U wordt op verschillende manieren op de hoogte gehouden. Op de website www.defensie.nl/ ruimtevoordefensie is doorlopend de meest actuele informatie te vinden.
Formele participatie
Participatie: 8 weken zienswijze
Terinzagelegging Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) 18 december 2023
Nota van Antwoord n.a.v. zienswijzen NRD Maart / april 2024
Participatie: 6 weken zienswijze
Terinzagelegging concept nationale beleidsvisie NPRD + planMER Q3 2024
Definitieve nationale beleidsvisie NPRD (tevens input voor Nota Ruimte) Q4 2024
PlanMER studies Q1 en Q2 2024 Online informatie bijeenkomst Medio januari 2024
Participatiebijeenkomst per provincie Q2 2024
Informele participatie
Participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD
14
Bijlage 1. Overzicht 13 behoeften met meerdere locatiealternatieven en 31 locatie specifieke behoeften voor het NPRD In deze bijlage is per provincie een tabel opgenomen. In de tabellen zijn de behoeften weergegeven die mogelijk betrekking hebben op de betreffende provincie. De uiteindelijke afweging wordt in het definitieve NPRD gemaakt. Voor vele behoeften worden nog verschillende alternatieven onderzocht. Daardoor is het aantal potentiële locaties een veelvoud van het daadwerkelijk aantal te kiezen locaties. Behoeften Drenthe Behoeften met meerdere locatiealternatieven Extra locatie grootschalige munitieopslag Nieuwe munitieopslag SIC Nieuw terrein voor oefenen en trainen met explosieven (springterrein) Oefenen in verstedelijkt gebied Laagvlieggebieden helikopters Helikopterlandingsplaatsen Locatiespecifieke behoeften Vergroting van oefengebied Zuidwest Assen Verplaatsen (in overleg met de regio) raccordement, t.b.v. voertuigen 43. Gemechaniseerde Brigade Zoekgebied ‘Groot Havelte’ Oefenterreinen met graafmogelijkheden (graven niet overal vergund)
Behoeften Flevoland Behoeften met meerdere locatiealternatieven Versterken en concentreren van ondersteunende eenheden Extra locatie grootschalige munitieopslag Nieuwe munitieopslag SIC Nieuw terrein voor oefenen en trainen met explosieven (springterrein) Stationering en corridors onbemande drones voor cargo
Participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD
Behoeften Flevoland Laagvlieggebieden helikopters Helikopterlandingsplaatsen Locatiespecifieke behoeften Oefenterreinen met graafmogelijkheden (graven niet overal vergund)
Behoeften Friesland Behoeften met meerdere locatiealternatieven Nieuwe munitieopslag SIC Nieuw terrein voor oefenen en trainen met explosieven (springterrein) Oefenen in verstedelijkt gebied Nieuw amfibisch oefengebied Toename gebruik jachtvliegtuigcapaciteit Onbemande maritieme helikopters Laagvlieggebieden helikopters Helikopterlandingsplaatsen Locatiespecifieke behoeften Uitbreiding oefengebied voor grotere/veelzijdigere oefeningen op, in en boven het water EHD-42 Schieten met Apache en MQ-9 op Vliehors Range Herziening/aanpassingen onveilige zone; nu deels nog gebaseerd op voormalige cavalerie schietkamp Vliehors (Cornfield Range) Uitbreiding milieuruimte t.b.v. activiteiten Vliegbasis Leeuwarden Beperkingengebied rondom vliegbases Leeuwarden (specifiek de outer horizontal surface) en corridors - Juridische borging Breezanddijk groei beproevingen IJsselmeer, Afsluitdijk Uitbreiding kazerne Heerenveen Oefenterreinen met graafmogelijkheden (graven niet overal vergund)
Behoeften Gelderland Behoeften met meerdere locatiealternatieven Versterken en concentreren van ondersteunende eenheden Extra locatie grootschalige munitieopslag Nieuw terrein voor oefenen en trainen met explosieven (springterrein) Stationering en corridors onbemande drones voor cargo Laagvlieggebieden helikopters
15
Participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD
16
Behoeften Gelderland Helikopterlandingsplaatsen Korte/smalle onverharde landingsbaan tactisch luchttransport Locatiespecifieke behoeften Uitbreiding raccordement ‘t Harde Uitbreiden Artillerie Schietkamp (ASK) (brede strook, Wezeperberg en Z-zijde) Artillerie Schietklamp (ASK) uitbreiden met 120 mm mortierschieten Huisvestingen incl. faciliteiten Militaire Politie Koninklijke Marechaussee, Apeldoorn Uitbreiden life firing mogelijkheden door helikopters op schietkamp (ISK) voor niveau 3 en 4-oefeningen CLAS, Ede Uitbreiding milieu en geluidsruimte door intensivering van ISK en groei Krijgsmacht, Ede Extra milieuruimte voor helikopteractiviteiten op Militair Luchtvaartterrein Deelen, gemeente Arnhem Beperkingengebied rondom MTL Deelen (specifiek de outer horizontal surface) en corridors - Juridische borging Oefenterreinen met graafmogelijkheden (graven niet overal vergund)
Behoeften Groningen Behoeften met meerdere locatiealternatieven Nieuwe munitieopslag SIC Nieuw terrein voor oefenen en trainen met explosieven (springterrein) Oefenen in verstedelijkt gebied Nieuw amfibisch oefengebied Gegarandeerde havencapaciteit Host Nation Support Laagvlieggebieden helikopters Helikopterlandingsplaatsen Locatiespecifieke behoeften Uitbreiding oefengebied voor grotere/veelzijdigere oefeningen op, in en boven het water EHD-42 Uitbreiden Schietbaan Marnewaard t.b.v. schieten dynamisch met voertuigen Oefenterreinen met graafmogelijkheden (graven niet overal vergund)
Behoeften Limburg Behoeften met meerdere locatiealternatieven Oefenen in verstedelijkt gebied Toename gebruik jachtvliegtuigcapaciteit
Participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD
Behoeften Limburg Laagvlieggebieden helikopters Helikopterlandingsplaatsen Korte/smalle onverharde landingsbaan tactisch luchttransport Locatiespecifieke behoeften Oefenterreinen met graafmogelijkheden (graven niet overal vergund)
Behoeften Noord-Brabant Behoeften met meerdere locatiealternatieven Nieuw terrein voor oefenen en trainen met explosieven (springterrein) Oefenen in verstedelijkt gebied Toename gebruik jachtvliegtuigcapaciteit Laagvlieggebieden helikopters Helikopterlandingsplaatsen Korte/smalle onverharde landingsbaan tactisch luchttransport Locatiespecifieke behoeften Uitbreiding milieuruimte t.b.v. activiteiten Vliegbasis Volkel Beperkingengebied rondom vliegbases Volkel (specifiek de outer horizontal surface) en corridors - Juridische borging Schietbaan t.b.v. Koninklijke Militaire School Luchtmacht (KMSL) Vliegbasis Woensdrecht Uitbreiding milieuruimte t.b.v. activiteiten Vliegbasis Woensdrecht, gemeente Woensdrecht Beperkingengebied rondom vliegbases Woensdrecht (specifiek de outer horizontal surface) en corridors - Juridische borging Uitbreiding milieuruimte t.b.v. activiteiten Vliegbasis Gilze Rijen Beperkingengebied rondom vliegbasis Gilze-Rijen (specifiek de outer horizontal surface) en corridors - Juridische borging Fysieke en geluidruimte of oefenterrein (OT) Oirschotse Heide: fysiek uitbreiden (200 ha) ook v.w.b. geluidsruimte Uitbreiden milieuruimte t.b.v. activiteiten op RVS-kazerne Oirschot Uitbreiden raccordement Acht t.b.v. voertuigen 13. Lichte Brigade, gemeente Oirschot IBT centrum regio Eindhoven t.b.v.
Koninklijke Marechaussee-, en Defensie Bewakings- en Beveiligingsorganisatie op bestaand Defensieterrein, Eindhoven Verandering inrichting vliegbasis Eindhoven, verplaatsen Hot cargo platform Beperkingengebied rondom vliegbasis Eindhoven (specifiek de outer horizontal surface) en corridors - Juridische borging Ingebruikname kazerne Budel en uitbreiden Weerterheide Oefenterreinen met graafmogelijkheden (graven niet overal vergund)
17
Participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD
18
Behoeften Noord-Holland Behoeften met meerdere locatiealternatieven Nieuw amfibisch oefengebied Onbemande maritieme helikopters Stationering en corridors onbemande drones voor cargo Laagvlieggebieden helikopters Helikopterlandingsplaatsen Locatiespecifieke behoeften Uitbreiding oefengebied voor grotere/veelzijdigere oefeningen op, in en boven het water EHD-42 Uitbreiding oefengebied voor grotere/veelzijdigere oefeningen inclusief drones met corridors op het water naar, in en boven het water EHD-41 Leerfaciliteit alternatieve brandstoffen, Den Helder Beperkingengebied rondom MVK de Kooy (specifiek de outer horizontal surface) en corridors - Juridische borging Breezanddijk groei beproevingen IJsselmeer, Afsluitdijk Petten groei beproevingen Noordzee Uitbreiding faciliteiten voor schieten (KMAR) Schiphol EHR 8 uitbreiden en gereed maken oefenen met onbemande vaartuigen op en in het water Oefenterreinen met graafmogelijkheden (graven niet overal vergund)
Behoeften Overijssel Behoeften met meerdere locatiealternatieven Extra locatie grootschalige munitieopslag Nieuw terrein voor oefenen en trainen met explosieven (springterrein) Stationering en corridors onbemande drones voor cargo Laagvlieggebieden helikopters Helikopterlandingsplaatsen Locatiespecifieke behoeften Verplaatsen (in overleg met de regio) raccordement t.b.v. voertuigen 43. Gemechaniseerde Brigade Zoekgebied "Groot Havelte" Uitbreiding van terrein t.b.v. voldoen aan NATO-normering alle depots Defensie Pijpleiding Organisatie (depots Markelo en de TLS Markelo.) Oefenterreinen met graafmogelijkheden (graven niet overal vergund)
Participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD
Behoeften Utrecht Behoeften met meerdere locatiealternatieven Nieuw terrein voor oefenen en trainen met explosieven (springterrein) Oefenen in verstedelijkt gebied Stationering en corridors onbemande drones voor cargo Laagvlieggebieden helikopters Helikopterlandingsplaatsen Locatiespecifieke behoeften Uitbreiding raccordement Vlasakkers Amersfoort Uitbreiding van terrein t.b.v. voldoen aan NATO-normering alle depots Defensie Pijpleiding Organisatie (depot Klaphek) Oefenterreinen met graafmogelijkheden (graven niet overal vergund)
Behoeften Zeeland Behoeften met meerdere locatiealternatieven Gegarandeerde havencapaciteit Host Nation Support Laagvlieggebieden helikopters Helikopterlandingsplaatsen Locatiespecifieke behoeften Oefenterreinen met graafmogelijkheden (graven niet overal vergund)
Behoeften Zuid-Holland Behoeften met meerdere locatiealternatieven Nieuw amfibisch oefengebied Gegarandeerde havencapaciteit Host Nation Support Laagvlieggebieden helikopters Helikopterlandingsplaatsen Locatiespecifieke behoeften Geplande opschaling Koninklijke Marechaussee Randstad Den Haag, Maaldrift uitbreiden Uitbreiding van terrein t.b.v. voldoen aan NATO-normering alle depots Defensie Pijpleiding Organisatie (depot Poortugaal) Oefenterreinen met graafmogelijkheden (graven niet overal vergund)
19
20
Participatieplan PlanMER en nationale beleidsvisie NPRD