1036553 Bijlage 8 Oplegger convenant meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen
Tekst van het document
Zaaknummer
: 1036553
Oplegger convenant meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen. Grondslag - Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) - Convenant meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen bij een verhuizing, versie 22 april 2021 zoals gepubliceerd op https://vng.nl/sites/default/files/2021-06/convenant_meeverhuizen_def.pdf Aanleiding Gemeenten hebben kennis genomen van het convenant meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen (vanaf nu: hulpmiddelen) en roerende woonvoorzieningen (vanaf nu: verhuisconvenant) en de oproep van belangenverenigingen om deze te ondertekenen. Het verhuisconvenant heeft als doel ervoor te zorgen dat de cliënt geen hinder ondervindt van een verhuizing en het de reeds ter beschikking gestelde hulpmiddel kan blijven gebruiken. Het betreft verhuizingen: Van gemeente naar een andere gemeente, waarbij het hulpmiddel via zorg in natura (ZIN) is verstrekt. Van gemeente naar een Wet langdurige zorg (Wlz) instelling Verhuizing met een hulpmiddel dat door een gemeente via persoons gebonden budget (pgb) is verstrekt. Verhuizingen van gemeente naar een andere gemeente met een hulpmiddel via zorgverzekeringswet (Zvw) Van gemeente naar Wlz instelling met een Zvw hulpmiddel.
De gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Olst-Wijhe, Voorst en Zutphen, welke in samenwerkingsverband het hulpmiddelencontract hebben aanbesteed, steunen het doel van dit convenant en zullen zich inzetten om de verhuizingen met een hulpmiddel soepel te laten verlopen. Echter ondertekening van het verhuisconvenant brengt een aantal risico's met zich mee. Hoewel gemeenten aan de VNG hebben voorgesteld het verhuisconvenant op deze risico's te herzien is heronderhandeling niet mogelijk gebleken. Na contact met VNG hierover hebben zij gemeenten die twijfelen over het verhuisconvenant geadviseerd om een oplegger te koppelen aan het convenant, onder voorbehoud dat het kerndoel / de uitgangspunten niet worden aangetast. Door het convenant te tekenen in combinatie met een oplegger kan de door de belangenverenigingen gewenste brede steun alsnog bereikt worden. Dit verhoogt de kans dat landelijke dekking van gelijke uitvoeringsafspraken behaald gaat worden (minus de in deze oplegger genoemde uitzonderingen). Omdat we enerzijds in de wens van hulpmiddelengebruikers steunen, maar anderzijds de risico's van het verhuisconvenant willen beperken, koppelen we deze oplegger aan het verhuisconvenant. De looptijd van deze oplegger is gelijk aan de duur van het huidige contract van de genoemde gemeenten met de hulpmiddelenleveranciers.
Dit omdat de beschreven risico’s deels samenhangen met de wijze van
Deze oplegger is onderdeel van de door de gemeente getekende convenant meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen
contracteren. Een nieuw contract zal het kerndoel en de uitgangspunten van het convenant niet aantasten, maar mogelijk wel de beschreven uitzonderingen in deze oplegger. Uitzondering Op de vraag of we een hulpmiddel bij verhuizing overnemen verandert de oplegger de "ja, altijd" in "ja, tenzij…" maar we benadrukken dat "ja" de basisinstelling zal zijn. Hiermee heeft de gemeente de mogelijkheid om in de in deze oplegger genoemde uitzonderingssituaties te besluiten de voorziening niet over te nemen. De gemeente of hulpmiddelenleverancier bespreekt met de hulpmiddelengebruiker waarom de voorziening niet overgenomen zal worden en wat gedaan kan worden om de hinder hiervan te beperken. Procedure overdracht bij niet overnemen van een hulpmiddel. Doordat het verhuisconvenant gemeenten twee maanden de tijd geeft om de overname te regelen kan de verhuizende hulpmiddelengebruiker zijn/haar huidige hulpmiddel nog enige tijd blijven gebruiken na het doorgeven van de verhuizing. Gedurende die periode onderzoeken de gemeente en/of hulpmiddelenleverancier een oplossing voor het mobiliteitsprobleem in de nieuwe (woon)situatie. Hierbij weegt men de belangen van de hulpmiddelengebruiker nadrukkelijk mee. Indien van toepassing, laat de nieuwe hulpmiddelenleverancier/gemeente aan de vorige leverancier/gemeente weten het hulpmiddel niet over te zullen nemen.
In afstemming met de hulpmiddelengebruiker wordt de overdracht van hulpmiddelen gepland. De transitie van het huidige hulpmiddel naar de volgende oplossing voor zijn/haar mobiliteitsprobleem moet zo aansluitend als mogelijk gepland worden. Eventueel wordt een tijdelijk leenhulpmiddel ingezet of tegen een redelijke vergoeding het huidige hulpmiddel ‘gehuurd’. Toevoeging aan het verhuisconvenant Concreet gaat het om de volgende aanvullingen: Bij verhuizing van gemeente naar gemeente met een via zorg in natura verstrekt hulpmiddel kan de gemeente besluiten af te zien van overname wanneer één of meerdere van de volgende situaties van toepassing zijn: • Indien de hulpmiddelengebruiker is verhuisd naar een woning waarvan hij/zij redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat deze niet passend is voor zijn/haar situatie. De gemeente is dan niet verplicht te voorzien in een oplossing. • Indien hulpmiddelengebruiker is verhuisd naar een andere woonomgeving waarin het beter is een andere oplossing voor het mobiliteitsprobleem te vinden. Hierbij kijken we naar de woning, de geografische verandering (we onderscheiden hulpmiddelen die passen bij agrarisch versus grootstedelijk gebied of vlak versus heuvelachtig terrein) en de beperkingen (medische situatie). • Indien de hulpmiddelen in de nieuwe woonsituatie een gevaar kunnen opleveren voor de inwoner of voor anderen.
Bijvoorbeeld; wanneer een hulpmiddel vluchtroutes blokkeert of wanneer de snelheid van het product niet past bij de nieuwe leefomgeving. • Wanneer de client binnen afzienbare tijd (binnen een half jaar) verhuist naar een Wlz instelling • Bij lokaal beleid, bijvoorbeeld als uitleenvoorzieningen voorliggend zijn. Het is voorbehoudend aan de gemeente om te onderzoeken of het hulpmiddel binnen de beleidsafspraken van de gemeente past. Voorbeeld: - Voorzieningen die door een gemeente niet worden verstrekt (bijv. elektrische fiets/berkelbike) - De gemeente verstrekt het goedkoopst adequate hulpmiddel. Daarbij wordt rekening gehouden met de toekomstbestendigheid van de voorziening (bijv. op korte termijn te verwachten achteruitgang). - Overname van hulpmiddelen/ voorzieningen van merken waarbij onderdelen moeilijk te verkrijgen zijn / kostbaar zijn.
Deze oplegger is onderdeel van de door de gemeente getekende convenant meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen
Inwerkingstredingsprocedure Deze oplegger maakt onderdeel uit van het door de gemeente ondertekende verhuisconvenant. Het verhuisconvenant en de bijbehorende oplegger worden op hetzelfde moment ondertekend om rechtsgeldig te zijn. De looptijd van deze oplegger is gelijk aan de duur van het huidige hulpmiddelencontract (einddatum 30-09-2028) van de genoemde gemeenten welke in samenwerkingsverband het hulpmiddelencontract hebben aanbesteed. Het convenant en de oplegger worden bij een verlenging van de overeenkomst (dit is tweemaal mogelijk voor de duur van twee jaar) automatisch verlengd tot maximaal 3009-3032. Na ondertekening zullen we de VNG laten weten dat we het getekende verhuisconvenant van juli 2022, hebben verlengd en opnieuw voorzien hebben van deze oplegger via https://vng.nl/registratieondertekening-convenanten-verbeteragenda-hulpmiddelen Aldus ondertekend door het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Epe Namens dezen, Burgemeester gemeente Epe dhr. dr. T.C.M. Horn
Datum: 10 september 2024
Deze oplegger is onderdeel van de door de gemeente getekende convenant meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen