CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

1017977 Jaarstukken VNOG 2023 incl Prkrt v 27jun24

Gemeenteraad 19 september 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling Lijst ingekomen stukken d.d. 19 september 202434.178 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Dit draagt bij aan meer efficiency en kwaliteit in de interne werkprocessen HRM, het gebruiksgemak en de registra e en rapportage van/over personele gegevens/data en de forma e;  Medewerkers en leiding zetten in op vitaliteit, loopbaan en mobiliteit in het kader van ‘werken aan duurzame inzetbaarheid’. De afdeling Bedrijsvoering faciliteert dit. Hiervoor hebben we het instrumentarium ontwikkeld en de HR-werkplaats verder ingericht.  We hebben het organische verandertraject ‘de Expeditie’ geëvalueerd en gaan geleerde lessen in de praktijk brengen, zie verdere toelichting in paragraaf 4.6. Indicatoren: hoe hebben we dit gemeten? Tweemaal per jaar zijn de prestaties op de Opgaven en een aantal doelstellingen gemeten via indicatoren op de prestatiekaart. De prestatiekaart staat in bijlage 3 van deze jaarstukken.

Pagina 29 van 117

Wat heeft het gekost?

Pagina 30 van 117

Programma:

7. Algemene dekkingsmiddelen

Programmahouder:

dhr. J. Joon

In dit programma zijn de inkomsten verantwoord van de gemeentelijke bijdragen die zijn bepaald bij de vaststelling van de VNOG-begroting 2023 en de rijksbijdrage met betrekking tot de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). De algemene dekkingsmiddelen betreffen middelen die beschikbaar zijn ter dekking van de uitgaven op de andere programma’s. Dit programma kent derhalve niet een op zichzelf staand doel. Wat heeft het gekost?

Pagina 31 van 117

Programma:

8. Brandweerkazernes in eigendom en overgangsrecht

Programmahouder:

dhr. J. Joon

Programma 8 betreft:  De drie kazernes in eigendom van VNOG (Apeldoorn-Saba, Doetinchem, Harderwijk). In 2023 was de BTW herzieningstermijn afgelopen en zijn de kazernes Apeldoorn-Saba en Harderwijk weer terug overgedragen aan de betreffende gemeente, zoals tien jaar geleden besloten. De kazerne Doetinchem volgt later nog;  Het onderdeel ‘facilitaire kosten’ van de demarcatie kazernes (zie ook toelichting in paragraaf 4.6) conform de Regeling demarcatie;  De kosten die voortvloeien uit de aanvullende overeenkomst in het verlengde van de Regeling Demarcatie die met gemeente Apeldoorn is afgesloten omtrent het beheer van de kazernes van Apeldoorn;  De afwikkeling met de gemeenten Apeldoorn en Doetinchem van de financiële gevolgen van het FLO-overgangsrecht. Het programma 8 wordt één op één met de desbetreffende gemeenten verrekend en heeft geen invloed op het resultaat van VNOG. Beleidsdoelen: Wat hebben we bereikt? 1. Kazernes  Goed uitgeruste en onderhouden kazernes, zodat de uitruk kan plaatsvinden en er werkzaamheden kunnen worden verricht. 2. Overgangsrecht  Een juiste uitvoering van het FLO overgangsrecht. Activiteiten: Wat hebben we ervoor gedaan? 1.

Kazernes  De afdeling Bedrijfsvoering heeft via het team VSP gezorgd voor (coördinatie van) het onderhoud en de facilitaire diensten voor deze kazernes en voor de verrekening van de kosten, conform de Regeling Demarcatie.  De afdeling Bedrijfsvoering heeft het proces begeleid voor de terug overdracht van de kazernes Harderwijk en Apeldoorn-Saba naar de respectievelijke gemeente. 2. FLO Overgangsrecht  VNOG heeft gezorgd voor de juiste uitvoering en voor de verrekening van de kosten. Wat heeft het gekost? Programma

L/B

8.0 Kazernes in eigendom en overgangsrecht

Baten

1.977.000

Begroting na wijziging 2023 13.781.391

13.251.696

-529.695

Lasten

1.977.000

13.781.391

13.251.696

529.695

Saldo

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal saldo baten en lasten

Begroting 2023

Realisatie 2023

Verschil 2023

Mutaties reserves 8.0 Kazernes in eigendom en overgangsrecht

Onttrekkingen Toevoegingen Saldo

Saldo reserves

Resultaat

Pagina 32 van 117

Pagina 33 van 117

4. Paragrafen 4.1. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicomanagement’ worden de risico’s in beeld gebracht en gerelateerd aan de weerstandscapaciteit. In 2023 is het risicomanagement binnen de VNOG uitgevoerd als onderdeel van de P&C cyclus. In deze paragraaf wordt het beleid voor het risicomanagement en het benodigde weerstandsvermogen samengevat. Verder worden de bevindingen van het in 2023 uitgevoerde risicomanagement geduid ten opzichte van de eerder in de begroting 2023 genoemde risico’s. Risicomanagement De vastgestelde hoofdlijnen van het beleid t.a.v.

het risicomanagement zijn:  het wettelijk kader voor risicobeheersing uit artikel 9 en 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) betreffende de vereiste paragrafen in de begroting en rekening;  het treffen van beheersingsmaatregelen door de VNOG ter vermijding en vermindering van risico’s en het voorbereid zijn op de mogelijke (financiële) gevolgen van risico’s binnen de bedrijfsvoering, die het realiseren van de doelstellingen kunnen verstoren;  het uitvoeren van die maatregelen; het beheersen ervan en het rapporteren erover in de P&C stukken;  het kwantificeren van de risico’s in een 5-tal kans percentages t.w.: 10%, 30%, 50%, 70% en 90%; waarbij bij een kans van 90% dat het risico zich kan voordoen, wordt overwogen om de begroting daarop aan te passen;  het voor maximaal 3 jaar bepalen van de voor de maatregelen benodigde financiële middelen, zijnde de benodigde weerstandscapaciteit voor structurele risico’s, door vermenigvuldiging met de genoemde percentages die de kans op het risico weergeven. De binnen VNOG vastgestelde aanpak heeft als doel om de geïnventariseerde risico’s te volgen en te bewaken en ook om nieuwe risico’s te onderkennen en vast te stellen. De getroffen maatregelen zijn gericht op het beperken, overdragen, vermijden en/of mogelijk accepteren van de gesignaleerde risico’s.

De taken die in het kader van het risicomanagement worden uitgevoerd volgen de P&C-cyclus en hebben betrekking op:  een verantwoording over de uitvoering van de maatregelen, vergeleken met de risico’s en beheersmaatregelen opgenomen in de begroting van betreffend jaar, in het begin van het jaar, in de jaarrekening;  de bewaking, lopende het jaar, op de uitvoering/herziening van genoemde maatregelen en de rapportage daaromtrent in de tussentijdse verslaglegging;  het in beeld brengen van mogelijke nieuwe risico’s en maatregelen en de toetsing van bestaande risico’s t.b.v. de kadernota (in 2023: Kadernota 2025-2028) aan het eind van het jaar;  het afstemmen over/ vergelijken met andere veiligheidsregio’s ten aanzien van relevante risico’s. Het doel van deze aanpak is om het beoordelen en beheersen van risico’s actueel te houden. Risico-inventarisatie De risico-inventarisatie in de Programmabegroting 2023-2026 is gebaseerd op de inventarisaties en beoordelingen zoals die zijn uitgevoerd bij het opstellen van de Kadernota 2023-2026. Het geheel Pagina 34 van 117

wordt jaarlijks gemanaged zoals hiervoor beschreven. Daarbij is het van belang te beseffen dat het inherent is aan risico’s dat het onzeker is of deze plaats zullen vinden. Bij de inventarisatie van risico’s en de daarbij gemaakte doorrekeningen, vormen de bestuurlijk vastgestelde beleidsdoelen en normen (waaronder die uit de Toekomstvisie 2020-2026) het uitgangspunt. In 2023 speelde corona (COVID-19) geen rol van betekenis meer. De opvang van vluchtelingen uit de Oekraïne ging wel door en daarnaast nam de druk toe om opvangplaatsen voor asielzoekers te zoeken en te vinden. Voor VNOG konden de activiteiten rondom opleiden en oefenen in 2023 weer als gebruikelijk en gewenst, worden uitgevoerd. Dit is ook te zien aan de benutting van de daarvoor beschikbare budgetten. Voor de vluchtelingencrisis zijn ook in 2023 extra mensen en middelen vanuit de crisisorganisatie ingehuurd en ingezet. De verwachting is dat de daarbij behorende extra kosten door het Rijk zullen worden vergoed. Een uitgebreidere toelichting van genoemde crises is te vinden in paragraaf 4.4. Er bestaat een kleine kans dat door de VNOG genomen besluiten in het kader van de handhaving van crisismaatregelen (GRIP-4) met succes worden aangevochten door bedrijven en instellingen en dat claims toegewezen worden. Dit risico laat zich niet kwantificeren.

Inventarisatie In het kader van de jaarrekening 2023 worden de risico’s vergeleken met de eerdere inventarisatie uit de begroting 2023-2026. Daarbij worden de risico’s weergegeven met de oorzaken en het daarbij berekende bedrag aan benodigde weerstandscapaciteit. Het berekende bedrag is tot stand gekomen door rekening te houden met de kans dat het risico zich kan voordoen en het daarbij behorende financiële effect. Voor een deel van de risico’s is het nog te niet te zeggen wat de financiële effecten ervan (kunnen) zijn (zie het overzicht ‘Risico's jaarrekening 2023 (niet gekwantificeerd)’). Daarnaast verwachten we van risico’s die extern worden veroorzaakt dat de mogelijke financiële effecten, generiek zullen worden gecompenseerd. De gevolgen van bovenstaande voor het weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit, komen verderop in deze paragraaf aan de orde. Een uitgebreider overzicht van de te nemen maatregelen en de bewaking van de opvolging ervan, komen verder aan de orde in de begroting 2025-2028 en daaruit voorvloeiende (P&C) rapportages. Toelichting uitvoering risicomanagement 2023 Bij de uitvoering van het risicomanagement in 2023 is enerzijds gekeken naar de actuele situatie van risico’s welke zich kunnen voordoen binnen en buiten de VNOG.

Anderzijds is gestuurd op de te nemen maatregelen om de risico’s te beheersen, over te dragen, te vermijden of te accepteren. In de halfjaarrapportage 2023 is een rapportage over de bewaking van de uitvoering van maatregelen opgenomen. De ontwikkelingen en verschillen t.o.v. de begroting 2023 worden kort nader toegelicht. Twee van de uit de begroting 2023 genoemde risico’s komen niet meer voor in de eind 2023 geactualiseerde inventarisatie. Het betreft:  het gekwantificeerde risico van de kosten voor (tijdelijke) huisvesting/ faciliteiten kantoorpersoneel i.v.m. de onzekerheid over de termijn van overbrugging na vertrek Europaweg ultimo 2023 en  het niet gekwantificeerde risico over de onzekerheid van een toekomstbestendige - en efficiente uitvoering van repressieve taken bij het niet (tijdig) realiseren samenvoeging/-werking kazernes (Toekomstvisie bouwsteen 31 en 31a). Zo is er inmiddels voldoende duidelijk over de (wijze van) invulling van huisvesting ter overbrugging van de periode tot de nieuwe huisvesting in Apeldoorn beschikbaar is. En zijn de ontwikkelingen en

Pagina 35 van 117

contacten in de grensregio’s over verdere samenwerking, volop gaande. Verder is het niet-gekwantificeerde risico van de (on)mogelijkheid van het terugbrengen van de meerkosten kazernering dagdienst, bij het vervallen van mogelijkheid van roosteren vrijwilligers voor repressieve (dag)taken, samengevoegd met het 1e niet-gekwantificeerde risico (hogere personele kosten (beloning/vergoeding) bij repressieve inzet van parttime brandweermensen). Tenslotte is de beschrijving van het niet-gekwantificeerde risico van een ‘Pandemie’ aangepast tot een meer algemene duiding van ‘Toekomstige crises’. Op grond van het uitgevoerde risicomanagement in 2023 wordt het volgende overzicht ‘Risico’s jaarrekening 2023’ weergegeven. Gekwantificeerde risico's Nr. Risico's en oorzaken

Kans in %

Effect in euro's

Weerstandscapaciteit (euro's)

1 Stoppen Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS), risico niet kunnen inpassen medewerkers i.c.m. het vraagstuk behoud informatiepositie vanuit het brandmeldsysteem. 2 Geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, bij de invoering van de nieuwe Omgevingswet. Te grote diversiteit in uitvoering/invulling door gemeenten t.o.v. het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod van de VNOG.

50%

bedrag 100.000

50%

400.000

200.000

3 (On)voldoende bezetting /inzet vrijwilligers op alle kazernes, door groter verloop/uitstroom en schaarste vrijwilligers. 4 Te veel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding (Arbeidstijden). 5 Hogere prijzen; boven prijsindex, exploitatie. Wereldwijde ontwikkelingen (v.a. 2021) van een toenemende vraag in samenhang met schaarste van aanbod, doen de grondstof- en materiaalprijzen stijgen. 6 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiële kosten door vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten vervanging materieel. 7 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. personele kosten (vergoedingen/opleidingen/trainingen vrijwilligers) als gevolg van voortschrijdende inzichten benodigd aantal vrijwilligers in samenhang met (beschikbare) materieel (vorig punt).

70%

408.000

286.000

10%

50.000

5.000

70%

650.000

455.000

50%

160.000

80.000

70%

300.000

210.000

8 Uitval materieel repressieve inzet incidentbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen. 9 Extra prijsstijgingen (en vertraging) aanschaf blusmaterieel bij realisatie MSP o.b.v. Toekomstvisie. Extra prijsstijgingen nog te contracteren blusmaterieel leiden tot hogere kapitaalslasten c.q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve.

30%

90.000

27.000

50%

150.000

75.000

10 Onvoldoende oefenmogelijkheden Vakbekwaam blijven brandweerpersoneel. Oefenmogelijkheden beperkt bij niet voldoen vakbekwaamheidspleinen eisen RI&E. 11 Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties voortvloeiende uit afspraken en (wettelijke) eisen (w.o. RI&E). 12 Hogere kosten uitvoering (voorgenomen) beleid rond duurzaamheid. Extra kosten/investeringen doorvoeren maatregelen duurzaamheid nog onzeker. 13 Extra (verhuis)kosten tijdelijke huisvesting en faciliteiten kantoorpersoneel. Aanpassingen werkplekfaciliteiten en (meer) thuiswerken (overbrugging verhuizing). 14 Hack systemen, verhinderen uitvoering crisis- en alle ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door uitval ICT- systemen. 15 Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers) door onjuiste gegevens, - berekeningen en ontoereikende kennis en controles.

30%

25.000

8.000

50%

84.000

42.000

50%

400.000

200.000

30%

75.000

23.000

30%

500.000

150.000

30%

350.000

105.000

Pagina 36 van 117

50.000

16 Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. aanbestedingen) door onjuist inkoopproces en demarcatie problematiek. 17 Onvoorziene kosten aanspraken van personeel na dienstongevallen door veranderingen in de verzekeringsmarkt en gewijzigde mogelijkheden van dekking. 18 Stijging reële bijdrage aan NIPV door bijv. nieuwe taken. 19 Stijging financieringskosten bij aantrekken leningen (vreemd vermogen), door stijging van het rentepercentage i.s.m. toename omvang leningen. 20 Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG)). Processen rond persoons gerelateerde gegevens worden niet goed uitgevoerd, waardoor privacygevoelige gegevens op onjuiste plaatsen terecht kunnen komen. 21 Hogere kosten (eigen) organisatie OVDG'en (Officieren van dienst geneeskundig). Na opzegging door het Witte Kruis van het (doorlopend) contract voor inhuur van OVDG'en ontstaat het risico dat de uitvoering van deze taak door de VNOG zelf, hogere kosten met zich brengt.

10%

150.000

15.000

10%

300.000

30.000

30% 50%

78.000 1.875.000

23.000 938.000

10%

300.000

30.000

30%

375.000

113.000

22 Verontreiniging grond/bodem kazernes en oefenpleinen door PFAS. Mogelijke kosten sanering PFAS grond-/bodemverontreiniging.

50%

420.000

210.000 3.275.000

Niet kwantificeerde risico's Nr. Risico's en oorzaken

Kans in %

Effect in euro's bedrag

Weerstandscapaciteit (euro's)

1 Hogere personele kosten (beloning/vergoeding) -w.o.relatieve aandeel VNOG- bij repressieve inzet van parttime brandweermensen (i.p.v. vrijwilligers). Uitkomst project Taakdifferentiatie: afschaffing consignatie en kazernering vrijwilligers; mogelijke alternatieven (parttime aanstellingen) duurder. 2 Toename onderhoudskosten materieel voor repressieve inzet brandbestrijding door langer gebruik bestaand materieel. 3 Toekomstige effecten in 2023 gestarte project VICC (Oost-5) witte kolom, onzekerheid omtrent uitkomsten t.a.v. financiële - en personele impact. 4 Toekomstige crises (w.o pandemie) kwantificering c.q. opname in risicoprofiel gevolgen crises, zoals COVID-19. De rol en beschikbare financiële middelen (w.o. extra BDuR) voor VNOG bij (toekomstige) crises, is afhankelijk van onzekere gebeurtenissen en de visie daarop vanuit het Rijk en de gemeenten. 5 Uitwerking (operationele) uitvoering demarcatie. De uitwerking/uitvoering van de demarcatieafspraken kan nog leiden tot onvoorziene (financiële) situaties c.q. tegenvallers.

Toelichting Naast de hiervoor toegelichte verschillen met de begrote risico’s worden hieronder een aantal ontwikkelingen in 2023 toegelicht met betrekking tot risico’s die in zwaarte en omvang (qua weerstandscapaciteit) zijn gewijzigd en daarnaast de risico’s die nieuw zijn waargenomen. Van de onderstaande risico’s is de berekende omvang van de weerstandscapaciteit respectievelijk substantieel verlaagd en verhoogd. Risico’s die (verder) zijn verlaagd (vermelde nummer verwijst naar overeenkomend risico):  (1) het risico van frictiekosten w.o. niet kunnen inpassen medewerkers, bij het stoppen van het Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS): dit risico neemt af naarmate de afbouw vordert met de bijbehorende maatregelen en ontwikkelingen t.a.v. het personeel en materieel;  (2) het risico op geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, bij de invoering van de nieuwe Omgevingswet: dit risico neemt naarmate er meer inzicht ontstaat en afstemming is tussen VNOG en gemeenten; Pagina 37 van 117

(7) het risico op het niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. personele kosten: dit risico is/wordt lager naarmate de tijd vordert waarbinnen aan de Toekomstvisie uitvoering wordt gegeven en er voortschrijdend inzicht is op de samenhang tussen benodigde en beschikbare mensen en middelen;  (9) het risico op extra prijsstijgingen (en vertraging) aanschaf blusmaterieel bij realisatie MSP o.b.v. Toekomstvisie: dit risico is/wordt lager naarmate de tijd vordert waarbinnen aan de Toekomstvisie uitvoering wordt gegeven en aanschaf van materiaal/materieel plaatsvindt;  (13) het risico van extra (verhuis)kosten tijdelijke huisvesting en faciliteiten kantoorpersoneel: o.b.v. genomen maatregelen en gemaakte afspraken is het (berekende) risico verlaagd;  (14) het risico op het hacken van systemen: door de genomen maatregelen rond beveiliging en bewaking is dit de kans dat dit risico zich voordoet verder afgenomen en  (17) het risico op onvoorziene kosten aanspraken van personeel na dienstongevallen door veranderingen in de verzekeringsmarkt en gewijzigde mogelijkheden van dekking: door verdergaande (landelijke) ontwikkelingen en afspraken is dit risico kleiner geworden. Risico’s die zijn verhoogd:  (5) het risico van hogere prijzen/exploitatiekosten boven de prijsindex: door wereldwijde ontwikkelingen (v.a. 2021) t.w.

een toenemende vraag in samenhang met schaarste van aanbod, is het risico groot op stijging van (exploitatie)kosten door stijging van grondstoffen en materialen;  (19) het risico op stijging van financieringskosten bij het aantrekken van leningen (vreemd vermogen): door een verdere stijging van de rente dan waarmee in toekomstige begrotingen wordt rekening gehouden bij de toegenomen behoefte aan langlopende leningen, neemt het risico toe dat de berekende rentekosten in de toekomst ontoereikend zijn. Behalve de hiervoor genoemde wijzigingen van risico’s t.a.v. de begroting 2023-2026 zijn onderstaande risico’s nieuw geïnventariseerd in 2022/2023. Gekwantificeerde risico’s:  (12) hogere kosten uitvoering (voorgenomen) beleid rond duurzaamheid: de nodige – en gewenste maatregelen rond duurzaamheid brengen naar verwachting extra kosten/investeringen met zich; deze zijn voor een deel nog onzeker en vormen derhalve een risico;  (21) hogere kosten (eigen) organisatie OVDG'en (Officieren van dienst geneeskundig): na het opzeggen van het (doorlopend) contract door het Witte Kruis voor inhuur van OVDG'en moet VNOG hierin zelf voorzien: bij de berekende weerstandscapaciteit wordt rekening gehouden met de mogelijke meerkosten. Dit risico was ook al meegenomen in de jaarstukken 2022 en is t.o.v.

dat jaar gedaald omdat de meerkosten naar verwachting meevallen, het zal op basis van de feitelijke gegevens over 2024 worden geëvalueerd.  (22) het risico van verontreiniging grond/bodem kazernes en oefenpleinen door PFAS: dit risico was bij de jaarrekening 2022 als niet-gekwantificeerd ingebracht maar is inmiddels als kwantificeerbaar opgenomen. Hieromtrent is overigens nog veel onzeker. Niet gekwantificeerde risico’s:  (3) toekomstige effecten in 2023 gestarte project VICC (Oost-5) witte kolom, onzekerheid omtrent uitkomsten t.a.v. financiële - en personele impact: het ontwikkelen van veiligheidsinformatie en coördinatiecentrum (VICC) geldt ook voor de Witte kolom, hiervoor is een project gestart; de impact daarvan in financieel en personeel opzicht is nog onzeker en  (5) de uitwerking (operationele) uitvoering demarcatie: de uitwerking/uitvoering van de demarcatieafspraken kan nog leiden tot onvoorziene (financiële) situaties c.q. tegenvallers; dit risico was ook al opgenomen in de jaarstukken 2022 maar niet in de begroting 2023.

Pagina 38 van 117

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen of waar na het treffen van maatregelen nog resterende risico’s overblijven (de benodigde weerstandscapaciteit). De vastgestelde beleidsregels worden hieronder samengevat. De beschikbare - en de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen. De weerstandsratio wordt daarbij gedefinieerd als quotiënt (uitkomst van de deling) tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4 (“voldoende”). Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus, zoals bij het voorstel over de bestemming van het resultaat van deze jaarrekening) afgewogen hoe deze waarde weer kan worden bereikt. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag wat nodig is op basis van de financieel gekwantificeerde risico's. Beschikbare weerstandscapaciteit  De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van middelen dat beschikbaar is om de risico’s financieel af te dekken.

 De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve, eventuele Stille Reserve en de post Onvoorziene uitgaven. Bij de VNOG is er geen sprake van een stille reserve. Bij de jaarrekening wordt de post Onvoorziene uitgaven niet meegenomen, omdat deze onderdeel vormt van het resultaat waarvan de bestemming bestuurlijk wordt vastgesteld. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet de (tijdelijke) bestemmingsreserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden.  De Algemene reserve is voor afdekking van risico's (artikel 12 van de Financiële verordening VNOG 2019) en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit AB besluiten, zoals daarvan o.a. sprake is bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat.  De Bedrijfsvoeringsreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit en telt derhalve mee voor de afdekking van risico’s. Dit geldt voor zover er geen bestuurlijke besluitvorming t.a.v. specifieke bestedingen (leidend tot een beklemming/beslag in de toekomst) heeft plaatsgevonden. Berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit rekening 2023

€

Saldo Algemene reserve

1.135.114

Saldo Bedrijfsvoeringsreserve *)

1.010.368

Beschikbaar weerstandsvermogen

2.145.482

* hierbij is rekening gehouden met in 2023 genomen besluiten tot toekomstige besteding in 2024 e.v. jaren, m.n. voor het oplossen van personele knelpunten bij afd. Bedrijfsvoering en Brandweerzorg ad. € 1.577.000; de storting in deze reserve vanwege de verlaagde huur van de Europaweg verloopt budgettair neutraal.

Pagina 39 van 117

Berekening van de ratio weerstandsvermogen Weerstandsvermogen VNOG rekening 2023

€

Beschikbare weerstandscapaciteit

2.145.482

Benodigde weerstandscapaciteit

3.275.000

Ratio

0,66

Toelichting De hoogte van de Algemene Reserve en de Bedrijfsvoeringsreserve eind 2023 is zodanig dat de weerstandsratio zich beneden de ondergrens bevindt van de door het bestuur vastgestelde bandbreedte van 1,0 tot 1,4. Financiële kengetallen VNOG Begroting 2023 Netto schuldquote

Rekening 2023

62%

17%

Solvabiliteitsratio

21%

44%

Structurele exploitatieruimte

0,3%

6,52%

Toelichting op de kengetallen Algemeen Bestuurlijk zijn er voor de VNOG geen normen vastgesteld waaraan de berekende kengetallen moeten voldoen. Provincies hanteren als toezichthouders op gemeenten en ook gemeenschappelijke regelingen, de signaleringswaarden die het Rijk gebruik bij stresstesten om mede de financiële positie van de zgn. 100.000+ gemeenten te toetsen. Deze signaleringswaarden zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

A= minste risico < 90% > 50% begr. > 0%

Categorie B - gem. risico 90%-130% 20%- 50% begr. = 0

C = meeste risico > 130% < 20% begr.< 0%

De kengetallen geven alleen in relatie tot elkaar een beeld. Wanneer dit beeld verontrustend is kan dit betekenen dat de financiële positie onder druk staat en er dus maatregelen nodig zijn om deze situatie te verbeteren. Aan de hand van de voor VNOG berekende positie valt op te maken wat de status is van financiële positie bij het opmaken van de jaarcijfers 2023. Netto schuldquote Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van schuldenlast (rente en aflossing) op de eigen middelen. De quote wordt berekend door de netto schuld te delen door het totaal van de vlottende bezittingen. Bij de begrote cijfers voor 2023 was nog geen rekening gehouden met de financiële effecten van de terug verkoop van een tweetal kazernes aan de gemeenten met de daarbij behorende overdracht van een tweetal langlopende leningen. Hierdoor zijn de (langlopende) schulden fors afgenomen en is er daarnaast sprake van toename van de vlottende bezittingen w.o. de liquide middelen. De berekende netto schuldquote valt in de categorie ‘minste risico’. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hiertoe wordt de omvang van het eigen vermogen gerelateerd aan de totale omvang van het Pagina 40 van 117

vermogen (dus het eigen en het vreemde vermogen). Hierbij geldt hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de financiële weerbaarheid van de VNOG. De berekende ratio (inclusief het exploitatieresultaat over 2023) bedraagt 42% en valt daarmee binnen de categorie ‘gemiddeld risico’. De ontwikkelingen geschetst bij de netto schuldquote hebben een positieve invloed (gehad) op de ratio over 2023. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft weer hoeveel structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, ook als bijvoorbeeld de baten afnemen of lasten in de toekomst gaan toenemen. Het gaat daarbij om de ruimte die wordt berekend door het structurele saldo (verschil tussen structurele baten en lasten) te delen door het totaal aan jaarlijkse baten. Deze ratio heeft vooral zeggingskracht wanneer de uitvoering van de begroting niet (teveel) wordt verstoord door uitzonderlijke situaties zoals er eerder zijn geweest door crises als corona en extra vluchtelingenopvang. De betekenis van de berekende ratio voor het financieel beleid blijft in de huidige context nog wel beperkt.

Pagina 41 van 117

4.2. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Het brandweermaterieel en drie kazernes (Harderwijk, Doetinchem en Apeldoorn-Zuid) zijn in eigendom (geweest) van VNOG. Ter dekking van de groot onderhoudskosten van de (in 2013 overgenomen) kazernes is in de jaarrekening van VNOG voor Harderwijk en Doetinchem per kazerne een voorziening gevormd voor rekening van de betreffende gemeente; dit op basis van een meerjarig onderhoudsplan (MJOP). De kazerne in Apeldoorn-Zuid (Saba) betreft een appartementsrecht. Het opbouwen van een voorziening groot onderhoud voor de kazerne Apeldoorn-Zuid (Saba) is daardoor een aangelegenheid van de Vereniging van Eigenaren Werkgebouw Zuid. De kazernes in eigendom van VNOG zijn allemaal aangekocht in 2013. Eind 2023, na de BTW- herzieningstermijn van 10 jaar, zijn de kazernes van Harderwijk en Apeldoorn-Zuid (Saba) terug verkocht aan de desbetreffende gemeenten. Daarbij is ook de binnen VNOG opgebouwde onderhoudsvoorziening aan Harderwijk overgedragen. Over het moment van terug verkoop en overdracht van bijbehorende onderhoudsvoorziening van de kazerne Doetinchem vindt nog overleg plaats met de gemeente. Hierbij speelt het vraagstuk van PFAS-verontreiniging. De verwachting is dat deze overdracht zal plaatsvinden in het 1e halfjaar van 2024. De kapitaalgoederen voor rekening van VNOG betreffen de voertuigen en overig materieel waarop wordt afgeschreven.

Voor dit materieel wordt er regio-breed met één beheerssysteem gewerkt. De planning van het onderhoud vindt plaats volgens regionaal en landelijk vastgestelde intervallen en protocollen.

Pagina 42 van 117

4.3. Paragraaf Financiering Inleiding De Financieringsparagraaf is één van de voorgeschreven paragrafen als onderdeel van de Programmarekening op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Artikel 13 van dit besluit schrijft voor dat de beleidsvoornemens en ontwikkelingen ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille worden beschreven. Op grond van de Wet Fido (Financiering Decentrale Overheden) moet de veiligheidsregio twee treasury-instrumenten hanteren. Dit zijn het treasurystatuut en de treasuryparagraaf. Op 10 december 2020 heeft het AB een nieuw treasurystatuut vastgesteld met een ingangsdatum van 1 januari 2021. Risicobeheer Dit onderdeel geeft een samenvatting van het (verwachte) risicoprofiel van de organisatie. Het bevat tevens de gegevens die op grond van de Wet Fido voor de toezichthouder nodig zijn w.o. de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Renterisico’s Financiering en renterisico zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Telkens wanneer een geldlening moet worden afgelost en herfinanciering noodzakelijk is, bestaat immers het gevaar dat de begroting geconfronteerd zal worden met hogere rentelasten. Door ontwikkelingen op de geld- of kapitaalmarkt kan de nieuwe lening duurder uitvallen dan de oude. Ook wanneer een geldlening in aanmerking komt voor renteherziening bestaat dit risico.

De Wet Fido stelt grenzen aan de mate waarin een gemeente of andere decentrale overheid zich bloot kan stellen aan renterisico. Ter beperking van dit risico is zowel voor de vaste schuld (langlopende leningen) als voor de vlottende schuld (kortlopende leningen) een wettelijke grens vastgesteld. Het niet voldoen aan deze limitering kan voor de Provincie, als toezichthouder van VNOG, aanleiding zijn om maatregelen te nemen. Preventief toezicht op het afsluiten van geldleningen behoort in laatste instantie tot de mogelijkheden. Renterisico vaste schuld De renterisiconorm is een wettelijke norm die betrekking heeft op de vaste schuld. Vaste schuld ontstaat wanneer leningen worden afgesloten met een rente typische looptijd van één jaar of langer. De renterisiconorm zet decentrale overheden aan tot spreiding van hun lening portefeuille en daarmee verlaging van het jaarlijks renterisico door hen te verplichten aflossingen op geldleningen en momenten van renteherziening over toekomstige begrotingsjaren te verdelen. Het is aan de besturen van de decentrale overheden zelf om binnen de renterisiconorm voor een bepaalde mate van spreiding te kiezen. Berekening Renterisiconorm: Begrotingstotaal 2023 Percentage Renterisiconorm

: € 64,2 miljoen : 20% : € 12,8 miljoen afgerond

De risiconorm geeft aan dat jaarlijks maximaal € 12,8 miljoen van de vaste schuld in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening. VNOG heeft in 2023 geen leningen aangetrokken. Dit was mogelijk door een heroriëntatie op de voorgenomen investeringen die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden. Hierbij is een deel van de kredieten verschoven naar latere jaren en is dus in de voorgaande jaren slechts in beperkte mate gebruik gemaakt van de beschikbaar gestelde kredieten. In 2023 is al wel meer gebruik gemaakt van de beschikbare kredieten maar nog niet volledig. Pagina 43 van 117

Daarnaast was er in de afgelopen jaren sprake van een toename van de reserves binnen VNOG die als intern financieringsmiddel zijn aangewend. In het verslagjaar is voor een bedrag van € 8,9 miljoen op de vaste schuld afgelost, hierin zit een bedrag van € 4,2 miljoen voor een tweetal leningen die, gelijktijdig met de terug verkoop van de kazerne, zijn overgedragen aan de gemeente Harderwijk. In 2023 was geen sprake van renteherziening van de lopende aangetrokken geldleningen. De VNOG heeft in 2023 dus ruimschoots aan de renterisiconorm voldaan. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt de maximale omvang van de externe korte geldpositie. Deze zogenaamde netto vlottende schuld mag maximaal 8,2% bedragen van het totaal van de jaarbegroting van VNOG bij aanvang van het jaar. De totale omvang van de jaarbegroting 2023 van VNOG bedroeg bij aanvang van het jaar 2023 circa € 64,2 miljoen. De kasgeldlimiet bedraagt daarmee afgerond circa € 5,3 miljoen. Onderstaand overzicht bevat de liquiditeitspositie in relatie tot de kasgeldlimiet, zoals bedoeld in het “Uitvoeringsbesluit Financiering Decentrale Overheden”. Alle bedragen in onderstaand overzicht x € 1.000

januari februari maart april mei juni juli augustus september oktober november december

Vlottende Vlottende Schulden Middelen 1.039 1.626 1.292 126 0 2.772 0 312 0 568 294 385 0 0 0

Saldo -587 1.166 -2.772 kwartaal 1 4.449 -4.449 2.401 -2.089 3.028 -3.028 kwartaal 2 4.539 -3.971 3.397 -3.103 2.488 -2.103 kwartaal 3 3.888 -3.888 3.740 -3.740 1.639 -1.639 kwartaal 4

Begroot aan het begin van het jaar 2023 *) Percentage regeling **) Kasgeldlimiet VNOG:

over=+/onder=Gemiddeld schrijding limiet

-731

-5.997

-3.189

-8.454

-3.059

-8.325

-3.089

-8.355

64.219 8,2% 5.266

Zoals uit bovenstaand overzicht blijkt is de kasgeldlimiet in 2023 niet overschreden. Schatkistbankieren Met ingang van 1 januari 2014 heeft het Ministerie van Financiën het voor overheidslichamen verplichte schatkistbankieren ingevoerd. VNOG is hierdoor verplicht om overtollige middelen in rekening-courant aan te houden bij het Ministerie van Financiën. Als overtollig wordt aangemerkt alle middelen die een drempelbedrag overschrijden. Voor VNOG is het drempelbedrag voor 2023

Pagina 44 van 117

bepaald op € 1.284.000 (2% van begrotingstotaal). VNOG legt in navolgende tabel verantwoording af over de wijze waarin in 2023 de regels over schatkistbankieren zijn nageleefd. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1)

Drempelbedrag

1.284 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4

(2) (3a) = (1) > (2) (3b) = (2) > (1) (1) Berekening drempelbedrag (4a) (4b) (4c)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 Drempelbedrag miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.

192

710

517

669

1.092 -

574 -

767 -

615 -

Verslagjaar 64.219 64.219 -

1.284

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Som van de per dag buiten 's Rijks (5a) schatkist aangehouden middelen 17.307 64.643 47.592 61.591 (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's (2) - (5a) / (5b) 192 710 517 669 Rijks schatkist aangehouden middelen

Uit dit overzicht blijkt dat VNOG in 2023 de regels schatkistbankieren heeft nageleefd. Renteberekening jaarrekening Voor de kapitaallasten van kazernes zijn in 2023 evenals voorgaande jaren de afgesproken projectpercentages doorbelast. Deze projectpercentages zijn gebaseerd op de ten behoeve van de financiering van de kazernes aangetrokken leningen. Aan de reguliere VNOG-investeringen is in 2023 0,8% rente toegerekend. Uitgezette externe gelden In het treasurystatuut staat dat er drie soorten kortlopende gelden ingezet kunnen worden. Het gaat om de volgende instrumenten: callgeld (daggeld), kasgeldleningen & deposito’s en rekening-courantovereenkomsten. VNOG heeft een rekening-courant bij de BNG en drie rekeningen bij de ING. Met ingang van 1 januari 2014 heeft het Ministerie van Financiën het voor overheidslichamen verplichte schatkistbankieren ingevoerd. VNOG is hierdoor verplicht om overtollige middelen in rekening-courant aan te houden bij het Ministerie van Financiën. Pagina 45 van 117

4.4. Crises paragraaf Covid-19 In december 2020 heeft het AB besloten dat VNOG voor de gemeenten toezicht en handhavingscapaciteit organiseert via externe bedrijven. Bij deze besluitvorming is ervan uitgegaan (op basis van de brief van de minister van VWS van 28 september 2020), dat deze kosten tot en met het 1e kwartaal 2021 konden worden gedeclareerd bij het ministerie van VWS. Deze kosten zijn ook gedeclareerd. In 2023 is deze declaratie door het ministerie voldaan (€ 196.932). Specifiek voor de CTB-controle (Corona Toegangsbewijzen) eind 2021 verloopt de Rijksbijdrage ad € 2.140.710 aan de deelnemende gemeenten via VNOG. Dit verloopt budgettair neutraal; de afwikkeling en verantwoording heeft in 2022 en 2023 plaats gevonden. In 2024 wordt het restantbedrag afgewikkeld met het ministerie. Oekraïne Het Ministerie heeft de veiligheidsregio’s een rol toebedeeld in de eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne. Het Ministerie heeft ter dekking van de te maken kosten een ‘bekostigingsregeling voor de eerste opvang ontheemden Oekraïne door veiligheidsregio’s’ vastgesteld. De veiligheidsregio’s kunnen op basis hiervan kosten voor regie, coördinatie van de spreiding van ontheemden, communicatie, zorg en materiële uitgaven declareren.

VNOG moet op grond van deze regeling niet alleen haar eigen hieronder vallende kosten declareren, maar ook de door de GGD of gemeenten gemaakte kosten voor zover ze voldoen aan de voorwaarden in de regeling. Op basis van een eerste inschatting heeft VNOG voor 2023 een voorschot aangevraagd van € 1.000.000. Dit bedrag bestaat vooral uit de inhuur van derden bij de uitvoering van taken in het Oekraïne dossier, dan wel voor het uitvoeren van werkzaamheden die zijn blijven liggen bij medewerkers die zich inzetten bij de eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne. Daarnaast heeft de GGD kosten van werkzaamheden bij de VNOG gedeclareerd over 2023. Deze activiteit is door de bekostigingsregeling van het Rijk in principe budgettair neutraal. De opgestelde declaratie van de over 2023 gemaakte kosten komt uit op een bedrag van € 1.096.894. Dit betreft grotendeels kosten die door VNOG zijn gemaakt deels kosten die de GGD bij de VNOG heeft ingediend. VNOG heeft geen taken uitbesteed aan gemeenten, zodat er ook geen gemeentelijke kosten in de einddeclaratie zijn meegenomen. De door VNOG samengestelde declaratie moet uiterlijk 15 juli 2024 worden ingediend.

Pagina 46 van 117

4.5. Voortgang besteding extra BDuR-middelen Inleiding Het Rijk heeft per 2023 de bijdrage aan alle veiligheidsregio’s (de zogenaamde Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, BDuR) structureel verhoogd, omdat crises naar verwachting langduriger worden en vaker tegelijkertijd voorkomen (stapeling) en de veiligheidsregio’s hierbij meer zijn en worden ingezet. De ophoging is expliciet door het Rijk bedoeld voor versterking van de crisisbeheersing (incl. vergroting flexibiliteit) en versterking informatievoorziening (incl. informatiestromen tussen regio’s onderling en Rijk). De BDuR-ophoging komt in vier tranches, waarbij de eerste tranche per 2023 is toegekend. De laatste tranche volgt in 2026. Ieder jaar in juni wordt de (hoogte van de) tranche voor het volgende jaar pas definitief zeker. Dit is een belangrijk voorbehoud. De tranche voor 2023 heeft VNOG ontvangen en de tranche voor 2024 is inmiddels zeker. Er is een meerjarig bestedingsplan 2023-2026 voor de besteding van de BDuR-ophoging gemaakt. Er worden hierin functionarissen geworven voor ondersteuning van de multi operationele crisisorganisatie, crisiscommunicatie, versterking vakbekwaamheid, risico-analyse en data-specialisten, o.a. voor het wettelijk verplichte 24/7 veiligheidsinformatie- en coördinatiecentrum (VICC).

Er komen extra exploitatiegelden voor onderzoek, bouw/licenties voor de informatiesystemen, vakbekwaamheid, etc. Tenslotte wordt de flexibiliteit versterkt door een flexibel budget in te stellen. Op 30 maart 2023 heeft het AB het meerjarige bestedingsplan 2023-2026 voor de BDuR-ophoging vastgesteld en dit ook gedeeld met de gemeenten. Voortgang bestedingsplan – jaarschijf 2023 Begin juni heeft VNOG de voortgang van het bestedingsplan intern geëvalueerd. De uitvoering 2023 ligt voor een groot deel op schema. Diverse wervingen zijn succesvol afgerond, of zijn (conform planning) gestart. De arbeidsmarkt is krap, daardoor konden niet alle geplande wervingstrajecten voor 2023 succesvol zijn. Het kwam ook voor dat nieuwe collega’s later begonnen dan vooraf was voorzien. Ook wat betreft de exploitatie lopen zaken: een aantal plannen zijn uitgevoerd, maar een aantal plannen vertragen, ook doordat de werving van de nieuwe collega’s (nog) niet rond is. Drie functies zijn direct ingevuld via interne werving: de medewerker Vakbekwaamheid, de medewerker multi (met focus op scenariodenken) en de informatiemanager VICC. Door het vertrek van de beoogde data-analist VICC en de adviseur data en informatie Crisisbeheersing is de vacatureruimte in 2023 ingevuld met tijdelijke medewerkers. Op 1 augustus startte de tijdelijke medewerker Bevolkingszorg (tot 31-12).

De werving voor permanente invulling is in de afrondende fase. Verwachting is dat deze medewerker in de loop van 2024 start. Per 1 september 2023 zijn twee medewerkers gestart, de medewerker crisiscommunicatie en een datawarehousespecialist. De functie procesregisseur vakbekwaamheid (GHOR samen met Crisisbeheersing) is in het najaar tijdelijk ingevuld. Definitieve werving is afgerond, de procesregisseur start februari 2024. De werving van de risico-analist is uitgesteld tot 2024. Uit de exploitatiegelden is in het eerste kwartaal 2023 het onderzoek bekostigd dat is uitgevoerd bij de gemeenten omtrent hun wensen voor de toekomst van bevolkingszorg. De uitkomsten hiervan zijn geanalyseerd en zullen tot een voorstel leiden. Vanuit de exploitatie worden ook de kosten gedekt voor de verdere bouw van het VICC en het platform R!SQ, alsook verdere acties omtrent de vakbekwaamheid. Diverse van de hierboven genoemde nieuwe functionarissen zijn bij de bouw van VICC/R!SQ en bij vakbekwaamheid betrokken.

Pagina 47 van 117

Om de door het Rijk gewenste versterking van de flexibiliteit te realiseren, hee het AB op maart een ‘noodfonds’ voor onverwachte uitgaven ingesteld en hierin , ton van de BDuR-ophoging gestort. Er speelde geen langdurige crisis in die een beroep op dit noodfonds nodig maakte. Er is dus geen on rekking gedaan. Het noodfonds hee tevens een ‘egalisa e’-func e: overblijvende middelen in enig jaar vanuit deze BDuR-gelden worden hierin gestort, zodat zij geoormerkt beschikbaar blijven voor de versterking van crisisbeheersing, flexibiliteit en informa evoorziening, zoals het Rijk dat bedoeld hee (totdat het door het AB bepaalde plafondbedrag van het noodfonds bereikt is). Conform dit uitgangspunt zijn de overblijvende middelen uit gestort in het noodfonds, zie verder ook toelich ng in hoofdstuk . Resumé De totale loonkosten in de jaarschijf bedroegen . en de exploita ekosten . . Conform het bestedingsplan is in maart een stor ng in het noodfonds gedaan van . . In juni is vanuit het Rijk nog een loon- en prijscompensa e toegepast. Aan het einde van het jaar zijn de overblijvende middelen uit in het fonds gestort, zodat de uiteindelijke stor ng voor . bedraagt. Zoals hiervoor aangegeven waren er overblijvende middelen als gevolg van het niet volledig of pas later in de jd kunnen uitvoeren van de plannen voor de jaarschijf .

Samengevat zag de besteding in 2023 er als volgt uit: BDuR ophoging

Geraamd 2023

Besteding 2023

Formatie en inhuur

747.500

611.576

Exploitatie

442.500

148.521

Storting in noodfonds c risisbeheersing

454.200

884.103

1.644.200

1.644.200

Pagina 48 van 117

4.6. Paragraaf Bedrijfsvoering Inleiding De paragraaf Bedrijfsvoering is een voorgeschreven onderdeel en is bedoeld om de bedrijfsvoering toe te lichten. In de VNOG-begroting is het separate programma ‘Bedrijfsvoering’ opgenomen. Voor de behaalde doelstellingen en uitgevoerde activiteiten op dit programma wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Deze paragraaf gaat in op diverse andere onderwerpen binnen de bedrijfsvoering. Werkkostenregeling Het werken met een groot aantal vrijwilligers zorgt ervoor dat de verhouding tussen de totale loonsom en het aantal medewerkers voor wat betreft de Werkkostenregeling (WKR) ongunstig uitvalt. Hierdoor is een eindheffing vanwege de WKR veelal onvermijdelijk. Voor een vroegtijdig inzicht in de ontwikkeling van de WKR-eindheffing, berekent VNOG ieder kwartaal de cumulatieve effecten van de WKR. Op die manier kan worden bezien of er een eindheffing vanwege de WKR dreigt en kunnen bijsturingsacties worden genomen. Deze maatregel heeft effect. De eindheffing is in de afgelopen jaren gedaald, in het bijzonder tijdens de COVID-19 jaren, toen men weinig bij elkaar kon komen. Over 2022 is na twee COVID-19 jaren de eindheffing weer opgelopen doordat in 2022 veel aandacht is besteed aan het herstellen van het contact door fysieke bijeenkomsten die onder de WKR vallen.

In 2023 is dit effect weer verminderd en hoeft er per saldo geen eindheffing betaald te worden. Eindheffing Werkkostenregeling 2016

288.000

2017

61.000

2018

71.000

2019

36.000

2020

38.000

2021

18.000

2022

126.600

2023

0

Eenmalige veranderkosten Toekomstvisie De eenmalige veranderkosten vanuit de Toekomstvisie betreffen onder andere de organisatieontwikkeling en informatievoorziening. Wat betreft de organisatieontwikkeling het volgende. De directeur heeft eind 2018 een bestuursopdracht gekregen om een toekomstbestendige organisatie te vormen die veiligheid en zorg biedt aan de inwoners. De bestuursopdracht bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel is uitgewerkt in de reader voor de bestuurlijke tweedaagse van september 2019 en heeft geleid tot de Toekomstvisie, die vastgesteld is op 15 januari 2020. Het tweede deel omvat de inrichting, cultuur en aansturing van de organisatie. Het dagelijks bestuur heeft voor dit tweede deel van de opdracht het besluit genomen tot aanpassing van de organisatie. Daarbij is besloten om de organisatie en medewerkers te ontwikkelen door middel van een organische veranderaanpak. Dit betekent een veranderaanpak waarbij - in nauwe samenwerking met de medewerkers en de OR - stapsgewijs veranderingen in de organisatie worden aangebracht; dit met rechtspositionele waarborgen. Hiervoor is een aangepast sociaal statuut vastgesteld op 13 februari 2020. VNOG zag dit proces als een reis, genaamd ‘de Expeditie’, waarin we met elkaar onze organisatievisie vorm en inhoud geven. Samen werken we aan de koers en daar waar nodig sturen we onze koers bij.

Aan het einde van dit traject (in 2022) zijn bijvoorbeeld de knelpunten op het gebied van aansturing, eenheid en integraal denken in het managementteam verholpen. Daarbij hebben wij een fundament gelegd onder onze toekomst. In 2022 was ‘de Expeditie’ formeel afgerond.

Pagina 49 van 117

Terugblik 2023 Het jaar 2023 was het laatste jaar waarin het organisatie ontwikkelbudget is ingezet voor leiderschapsontwikkeling VNOG, professionele vaardigheden, vitaliteit en mobiliteit. In oktober heeft het MT met de teamleiders teruggekeken op drie jaar leiderschapsontwikkeling binnen VNOG. De basis voor het leiderschap staat en de verdere doorontwikkeling is in de maak. Het onderdeel ‘leiderschap voor postcommandanten’ zal in 2024 starten. In 2023 is ‘de Expeditie’ in gezamenlijke opdracht van de directeur en OR geëvalueerd. De lessen uit deze evaluatie ‘Met Trots vooruit’ worden herkend en zijn input voor een vervolg in de vorm van een nog nader te definiëren meerjarig programma. Blijvende aandacht geeft VNOG aan duurzame inzetbaarheid. Met vitaliteitsdagen op zeven van de acht werklocaties heeft de werkgroep VNOG-vitaal een fundament gebouwd om vitaliteit een vaste plek te geven binnen de organisatie. Medewerkers vinden steeds beter hun weg naar de trainingen en workshops die centraal aangeboden worden. Drie groepen medewerkers RCB hebben zich gezamenlijk geprofessionaliseerd tijdens de training ‘Adviseren in de publieke sector’. Het korte programma ‘Verzilveren’ gaf twee groepen medewerkers handvatten om invulling te geven aan de ‘derde’ loopbaanfase. Uitkomsten waren loopbaantrajecten, nieuwe loopbanen of de ontdekking dat het werk heel goed past.

Aandachtspunt blijft de balans tussen werk en privé. Tenslotte heeft het MT met de teamleiders in een anderhalf daagse de kernwaarden van VNOG praktisch vertaald in gedrag dat past bij ‘deskundig, daadkrachtig en gepassioneerd’. Voor de veranderkosten is bij vaststelling van de Toekomstvisie incidenteel € 1.040.000 beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn beschikbaar gesteld voor ‘de Expeditie’, Risico- en Crisisbeheersing, IT en Vakbekwaamheid. In de tabel hieronder staat een verantwoording op de veranderkosten tot en met 2023. Budget éénmalige veranderkosten Toekomstvisie:

Uitgaven 2020

Uitgaven 2021

Uitgaven 2022

Uitgaven 2023

1.040.000

723.208

434.467

276.160

Leiderschapsprogramma:

-151.925

-44.191

-40.013

-67.907

Ontwikkel- en loopbaanadvies

-13.749

-1.688

-8.664

-5.969

-30.070

Professionele vaardigheden

7.543

-35.598

-56.134

-38.590

-122.778

Duurzaam inzetbaarheid

-54.017

-19.572

-32.569

-106.158

Mobiliteit

-4.447

-5.923

0

-10.370

Subsidie A&O voor mobiliteit

5.000

5.000

0

10.000

Budget:

Totale uitgaven

Uitgaven:

Personele kosten

-93.987

Projectleiding administratieve processen

-24.674

-24.674

Informatievoorziening

-40.000

-40.000

Doorontwikkeling RCB Totale uitgaven: Restant budget 31-12 boekjaar

-89.300

-304.037

-183.287

-64.500

-33.000

-32.000

-129.500

-316.792

-288.741

-158.307

-177.034

-940.874

723.208

434.467

276.160

99.126

Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) en Arbo In de periode van t/m is er een gedegen Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) uitgevoerd (onderdelen: warme RI&E, koude RI&E, specialistische RI&E). In werd het RI&E rapport definitief en is een Plan van Aanpak opgesteld, om de actiepunten uit het RI&E rapport uit te voeren. De actiepunten staan in het Arbomanagementsysteem (AMS). De oorspronkelijke actiepunten uit zijn inmiddels grotendeels uitgevoerd of opgestart. Voor de resterende openstaande

Pagina 50 van 117

actiepunten in AMS worden/zijn afspraken gemaakt met de betreffende uitvoerders, zodat zij deze het komende jaar kunnen oppakken. Integrale aanpak actiepunten locaties Vanuit Arbo is het afgelopen jaar onder andere verder gewerkt aan het oplossen en aanpakken van de resterende actiepunten op de locaties (kantoren en de posten). Samen met team VSP (Vastgoed, Services en Projecten) is in november , in het kader van het traject van ‘demarcatie huisvesting’ (zie ook hierna onder de kop ‘Huisvesting’), een groot aantal afspraken gemaakt om de resterende actiepunten integraal op te pakken, te bewaken en te implementeren, in goed overleg met de gebouweigenaren (de gemeenten). Via het vaststellen van de regeling Demarcatie is door de colleges en het algemeen bestuur VNOG gezamenlijk tevens besloten om de ‘Uniforme func onaliteit brandweerkazernes’ voor - gereed te hebben. Hiermee is er een verdere stap gezet om overall tot een verantwoorde en veilige werkomgeving te komen. De brandweerpost Laren was door de Arbeidsinspectie willekeurig geselecteerd voor een bezoek vanuit het thema ‘Arbo in bedrijf’. Op oktober heeft de Arbeidsinspectie een bezoek gebracht. De arbeidsinspectie was positief gestemd over de proactieve aanpak in VNOG. (Bijna) ongevallen, etc.

Vanaf januari 2022 kunnen voorvallen (ongevallen, bijna-ongevallen, gevaarlijke situaties, etc.) digitaal op Mijn-VNOG worden gemeld. Vanaf september 2022 kan er ook op elke tablet van een post digitaal een melding worden gemaakt. Dit maakt het melden laagdrempeliger. In 2023 is er vanuit Arbo middels een infographic extra aandacht gegeven aan het digitaal melden. Er zijn nu diverse mogelijkheden om een vooral te melden. In 2023 waren er minder meldingen van voorvallen dan 2022 (2023: 36 meldingen (t/m nov), 2022: 48 meldingen). Wel is er een stijging in het melden van de bijna-ongevallen waarneembaar. In 2022: 7 en in 2023: 12 (t/m nov). Meldingen van Bijna-ongevallen geven ons als organisatie de mogelijkheid om vroegtijdig te kunnen anticiperen op mogelijke aanpassingen. Verdiepende RI&E gehoorbescherming In is er een verdiepende RI&E voor gehoorbescherming opgestart. De medewerkers van de Werkplaatsen zijn al structureel voorzien van otoplas eken. Voor het totale beeld is er breed een uitgevraag gedaan naar casussen. Samen met een extern adviesbureau worden de situa es gemeten ten aanzien van het geluidsniveau en uiteindelijk de bijpassende gehoorbescherming geadviseerd; zo zijn er voor de controleurs van grote muziekfes vals inmiddels PBM’s (Persoonlijke Beschermings Middelen) aangescha . O-bundels.

Bij afdeling Brandweerzorg is in een nieuw onderwerp - het gebruik van O-bundels - geïmplementeerd. Bij Arbo zijn er t/m okt in hieromtrent meldingen binnengekomen, waarvan ongevallen en bijna-ongevallen. Na een paar meldingen met nagenoeg een iden ek karakter is hiervan melding gemaakt bij het afdelingshoofd Brandweerzorg. Dit hee geresulteerd in extra informa e over de wijze van toepassen rich ng de posten. Registra e inze en met gevaarlijke stoffen (bijv. asbest) Bij brandweerinze en kan het voorkomen dat hier asbest bij betrokken is. Naast de reguliere inzetregistra e is de werkgever verplicht volgens het Arbeidsomstandighedenbesluit om bij onbeschermde blootstelling aan asbest hiervan in het persoonlijke dossier van de medewerker(s) een registra e te maken. Dit is geborgd. Via de procedure ‘arbeidshygiëne’ wordt de persoonlijk veiligheid van de medewerkers zoveel als mogelijk gewaarborgd.

Pagina 51 van 117

Overige onderwerpen  Duurzame inzetbaarheid en Vitaliteit: Vanuit Arbo wordt deelgenomen aan de projectgroep hiervoor. Het jaar 2023 stond in het teken van de Vitaliteitsdagen met een gevarieerd programma bij de diverse werklocaties.  Ergonomische muizen: Bij de laptops wordt de standaard ‘muis’ geleverd. Voor medewerkers die veel beeldschermwerk verrichten en daarbij de muis gebruiken kan dit klachten opleveren. Binnen de organisatie is er een voorziening getroffen dat er verschillende modellen beschikbaar zijn.  Pausit: In het voorjaar 2022 is het pauzeprogramma Pausit als ‘pilot’ voor één jaar aangeschaft. Dit is gecontinueerd voor het jaar 2023. Pausit voorkomt langdurig zitten bij beeldschermwerk en zorgt voor meer beweging op de werkdag. Uit de overzichten blijkt dat in de periode september t/m november ca. 135 medewerkers er gebruik van maken, veelal bij thuiswerken.  Projecten: Arbo heeft deelgenomen aan diverse projectgroepen t.b.v. aanbestedingen en heeft geadviseerd bij aankoop, voorbeelden: project tankautospuiten (TS), project watertransport-500, project waterongevallen, project aanbesteding realistisch oefenen, project verhuizing, project Nieuwbouw 1-post Apeldoorn. Diverse projecten lopen door tot 2026.  Adviezen: Arbo heeft in 2023 diverse adviezen uitgebracht naar aanleiding van vragen vanuit diverse afdelingen.

Verzekeringen De aanbesteding van de verzekering voor het wagenpark is in 2023 succesvol doorlopen. Voor de komende 24 maanden heeft VNOG een contract bij Intermont/ASR met een eigen risico van € 5.000 per gebeurtenis. Alle veiligheidsregio’s werken landelijk samen op het gebied van verzekeringen via de ‘s ch ng Exper sebureau risicobeheer’ en de s ch ng Waarborgfonds. Het Exper sebureau is er met name voor het meedenken in de complexe zaken, het uniformeren van de aanspraken binnen alle veiligheidsregio’s, begeleiden van aanbestedingen en faciliteren in een schadebeheerssysteem. Het Waarborgfonds is voor het afdekken van risico’s welke we niet willen of kunnen verzekeren. Zie voor een nadere toelich ng ook de paragraaf . . ‘verbonden par jen’. Het Expertisebureau Risicobeheer heeft in 2023 de aanbesteding van de ongevallenverzekering doorlopen. De onderhandelingen binnen de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) voor het vaststellen van de landelijke regeling na dienstongevallen hebben plaatsgevonden. De landelijke ‘regeling na dienstongevallen’ kan per 1-1-2024 gevolgd worden bij het behandelen van dienstongevallen. Voor de financiering van deze aanspraken is het Waarborgfonds opgericht. Hierna volgt een overzicht van het aantal dossiers dat in als eigen risicodrager of bij de verzekeraar; bijgewerkt tot

in behandeling is genomen bij onszelf januari :

Personele dossiers:  Ongevallen: 10 dossiers, variërend in financiële omvang.  Eigendommen: 20 dossiers. Alle dossiers zijn voor eigen rekening van de VNOG. o 15 dossiers onder de € 500 o 5 dossiers boven de € 500  Aansprakelijkheid richting derden: 5 dossiers.  Rechtsbijstand: geen dossiers. Materiele dossiers:  Instrumenten: 0 dossiers.  Werkmateriaal: 1 dossier.  Brandverzekering: 2 dossiers.  Wagenpark: Totaal 52 dossiers: o Schadeclaim tussen: € 0 – € 5.000: 32

Pagina 52 van 117

Schadeclaim tussen: € 5.000 – € 10.000: 3 Schadeclaim tussen: € 10.000 – € 25.000: 1 Schadeclaim: > € 25.000: 0 16 dossiers staan nog open waarbij de herstelkosten nog niet bekend zijn. Op basis van enkele offertes zitten hier wel schades bij tussen de € 5.000 en € 25.000. In de laatste 1,5 maand van het jaar zijn er enkele grotere schades gemeld. Specificatie: o 16 (nog) geen claim o 12 claims WA o 26 claims Casco Uitkeringen in dossiers ouder dan 2023: 34 facturen op personele dossiers en 14 facturen op materiele dossiers (zowel betalingen en ontvangsten). Er staan nog enkele letseldossiers van het personeel open: o 2016: 2 dossiers o 2017: 1 dossiers o 2018: geen dossiers o 2019: geen dossiers o 2020: 1 dossiers o 2021: 1 dossiers o 2022: 6 dossiers o 2023: 7 dossiers o o o o

 

Privacy en Security In 2023 is door VNOG verder gewerkt aan het versnellingsprogramma BIO en AVG2 om de informatiebeveiliging en privacy te versterken. Dit versnellingsprogramma is landelijk door alle veiligheidsregio’s omarmd. Het meerjarenprogramma moet leiden tot een kwaliteitsslag op gebied van privacy en security. Ook in 2023 is flink ingezet op de governance rond privacy en security. De governance is nu dan ook op orde. Ook op andere terreinen is veel doorgevoerd. Dat heeft in 2023 geleid tot een volwassenheidsniveau van 3,3 voor de BIO en 2,8 voor de AVG (op een schaal van 5). Het awareness programma heeft zijn eerste jaar doorlopen. Ook komend jaar wordt verder ingezet op bewustwording. Landelijk wordt gewerkt aan de invoering van een SOC (Security Operations Center) voor de veiligheidsregio’s. De komende jaren voert de EU diverse nieuwe wetten (directives) in op het gebied van privacy en security. Dat zal ook gevolgen hebben voor VNOG. Hoe precies is nu nog niet te voorspellen, maar zeker is dat dit van VNOG inzet zal vergen. Mede daarom zal het tijdelijke versnellingsprogramma BIO en AVG omgezet worden in een doorlopend programma Informatieveiligheid. Rechtma gheid Over is voor het eerst door het dagelijks bestuur een rechtma gheidsverantwoording afgegeven (zie ook hoofdstuk ).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14401320/1