CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

036 concept-verslag AB GGD NOG 27 november 2025

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling lijst ingekomen stukken d.d. 29 januari 20265.025 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept - Verslag vergadering Algemeen bestuur Datum:

27-11-2025

Locatie:

GGD-kantoor, Warnsveld

Aanwezig:

A.J. Prins (Apeldoorn, voorzitter), W.A. Wormgoor (Berkelland), J.W. Simonse (Elburg), G. van den Berg (Epe), E. van der Weide (Ermelo), M. Reckman (Harderwijk), W. van Ommen (Heerde), M. Eleveld (Montferland), E.G. Vos-van de Weg (Oldebroek), J.M. Elskamp (Nunspeet), E.E.M. Dusseldorp (Oost Gelre), M. Bennink (Oude IJsselstreek), J. van den Hoorn (Putten), P. Wormskamp (Voorst), E.S.F. Schepers-Janssen (Winterswijk), J. Bloem (Zutphen); Namens GGD Noord- en Oost-Gelderland: J.J. Baardman (directeur publieke gezondheid), R. Schwebke (concerncontroller), T. Thasing (strategisch adviseur) en A.H.E. van de Klift (directiesecretaris)

Afwezig:

J.C. Wikkerink (Aalten), H. Puijk (Bronckhorst), H. de Vroome (Brummen), E.J. Huizinga (Doetinchem), T.E. Siderius (Hattem), W. Goodin (Lochem), M.W. Jaeger (dagelijks bestuur GGD NOG vanuit Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland)

Verzendlijst:

AB-leden, gemeenteraden, ambtenaren publieke gezondheid, managers en adviseurs GGD

Volgende vergadering: 11-2-2026

1. Opening en vaststelling agenda Mevrouw Prins opent de vergadering. Zij heet in het bijzonder de heer Van der Weide welkom, die voor het eerst als wethouder van Ermelo aanwezig is in de AB-vergadering. Het AB stelt de agenda ongewijzigd vastgesteld.

2. Verslag van de vergadering d.d. 10 september 2025 Het AB stelt het verslag ongewijzigd vast.

3. Ingekomen stukken en mededelingen Mededelingen in de vergadering:

1

a. Mevrouw Baardman blikt terug op de gezamenlijke AB vergadering van GGD NOG met de VNOG die op woensdag 26 november 2025 heeft plaatsgevonden. Zij heeft een presentatie gegeven en zij begrijpt dat die verschillend ontvangen is. Mevrouw Baardman heeft aangegeven wat de GGD kan betekenen als het gaat om het thema weerbaarheid. Daarbij zijn verschillende scenario’s benoemd. Zij vertelt dat zij de scenario’s zo objectief mogelijk heeft geprobeerd te schetsen maar daarbij ontkomt zij er niet aan om ook de situatie rondom JGZ te benoemen. Het is balanceren tussen de verschillende trajecten die lopen die wel met elkaar te maken hebben en soms ook met elkaar verbonden moeten worden. De meningen hierover lopen uiteen. Mevrouw Baardman vraagt of het akkoord is dat de presentatie met het verslag van dit AB meegestuurd wordt. Mevrouw Eleveld vertelt dat zij de presentatie en de beantwoording van de vraag die zij stelde tijdens het gezamenlijk AB verhelderend vond. Dit ging er om wat de GGD kan doen als het gaat om weerbaarheid. Mevrouw Elskamp licht toe dat uit de presentatie die mevrouw Baardman gaf tijdens het gezamenlijk AB bleek dat de impact wel of niet onderbrengen van de JGZ ook impact heeft op de weerbaarheid in een crisissituatie.

Zij geeft aan dat dit zo is voor de GGD, maar dat aan de andere kant ook gekeken moet worden naar risicospreiding en of dat in crisissituaties ook handig kan zijn. Die vraag is nog niet beantwoord. Zij vindt het lastig dat het nu op deze manier ook bij de burgemeesters onder de aandacht werd gebracht. Mevrouw Elskamp waarschuwt voor te stellige uitspraken voordat de uitkomsten van het onderzoek bekend zijn. Hiervoor wordt nu juist met elkaar een zorgvuldig proces doorlopen. Mevrouw Dusseldorp was ook bij het gezamenlijk AB en zij heeft zich bij de presentatie niet gestoord. Als zij nu de discussie hoort dan geeft zij mee rekening te houden met de huidige situatie en als het gaat om het thema weerbaarheid dit te combineren met de VNOG. Alles overwegende was dat beter geweest. Mevrouw Prins geeft aan dat het goed is om te reflecteren op de bijeenkomst en bevestigt dat de presentatie met het verslag wordt meegestuurd. b. In aanvulling op de schriftelijke mededelingen inzake de ICAM-procedure meldt mevrouw Prins dat de rechtbank heeft besloten om een mondelinge behandeling te gelasten. Dit betekent dat er richting de zomer van 2026 een zitting gepland wordt. c. Mevrouw Prins licht toe dat voor de tussenevaluatie van GGD NOG Robuust en de Bestuursagenda 2023 – 2027 het evaluatiebureau is ingeschakeld. Zij hebben een online vragenlijst opgesteld.

De ambtenaren zijn hierover vorige week bijgepraat en zij hebben de link al ontvangen. De AB-leden ontvangen na het AB-overleg de link naar de vragenlijst. De rapportage van het evaluatieonderzoek zal in februari in het AB behandeld worden. 2

Mevrouw Baardman vult aan dat in de vragenlijst ook nadrukkelijk aandacht is voor de relatie tussen gemeenten en GGD, aangezien dit punt in het AB van september tijdens de rondvraag ter tafel kwam. Tevens laat zij weten dat ook een overdrachtsdocument van het DB wordt opgesteld. Het AB besluit kennis te nemen van de mededelingen onder a tot en met c.

4. Aanwijzing DB-lid Mevrouw Prins licht toe dat het DB verheugd is om te kunnen melden dat de heer Wormskamp bereid is om lid te worden van het DB. Het DB beveelt de aanwijzing van de heer Wormskamp van harte aan. Het AB stemt bij acclamatie in met het voorstel. Het AB besluit: 1. De heer P. Wormskamp aan te wijzen als lid van het dagelijks bestuur uit de subregio MiddenIJssel/Oost-Veluwe; 2. de afspraken binnen het DB in de gewijzigde samenstelling over de taakverdeling en onderlinge vervanging af te wachten

5.2e Bestuursrapportage en 3e begrotingswijziging De heer Bennink doet verslag namens de financiële auditcommissie uit het AB. De financiële positie van de GGD is gestabiliseerd. Het tekort in het voorjaar is nu een fors voordeel. Meevallers maken het mogelijk om middelen terug te geven aan de gemeenten. Dit gebeurt bij de jaarrekening. Dan moet besloten worden of het voordeel deels of gedeeltelijk wordt teruggegeven. De auditcommissie heeft dit positief gewaardeerd. Wel is er discussie over de financiële samenhang tussen de bestuursrapportage enerzijds en het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) en de indexering anderzijds. Dit is complex en het is belangrijk dat die onderwerpen gescheiden worden toegelicht. Mevrouw Eleveld wijst erop dat bij het ene agendapunt voorgesteld wordt om geld terug te laten vloeien naar de gemeente en bij een ander voorstel wordt er geld opgehaald. Zij stelt voor dit anders op te lossen door de middelen in een reserve te stoppen en dan volgend jaar te benutten. Dat is praktischer en dat sluit ook beter aan op de gemeentelijke begroting. De heer Schwebke vertelt dat deze optie overwogen is. Het dilemma is echter dat er veel onzekerheden zijn. Er is voor gekozen om alles wat zeker is mee te nemen voor een sluitende 3

begroting voor 2026. Bij het samenstellen van de 1e bestuursrapportage 2026 verwacht de GGD dat er meer duidelijkheid is. Dit neemt de GGD dan mee in de 2e begrotingswijziging 2026. Bij het samenstellen van de jaarstukken is het definitieve saldo over 2025 bekend. Het AB besluit dan over de bestemming van het saldo over 2025. Dat voorkomt nu aannames en onzekerheden. Het is de meest zuivere route die gekozen is. Mevrouw Eleveld constateert dat bij de vaststelling van de jaarrekening een keuze gemaakt wordt of het terug vloeit naar de gemeente of niet. De heer Bloem stelt namens collega Goodin (Lochem) een vraag. In de 2e bestuursrapportage wordt in het kader van de forensische geneeskunde opgemerkt dat de dienstverlening in het geding is. Welke acties onderneemt de GGD om op niveau te blijven? Mevrouw Baardman licht toe dat in Oost- Nederland het rooster met 5 GGD-en ingevuld wordt; daarnaast worden verpleegkundigen ingezet in het kader van taaksubstitutie en er wordt landelijk onderzoek gedaan naar een andere structuur. Dat laatste is voor de langere termijn. Er ligt wel een uitdaging omdat het tekort aan forensische artsen een landelijk probleem is dat ook voelbaar is in onze regio. In het Oost-Nederland is een noodprotocol opgezet dat in werking treedt als er geen arts beschikbaar is. Dan krijgen ook alle stakeholders bericht.

Mevrouw Schepers geeft aan dat de indexeringssystematiek tot discussie leidt. De indexering is op basis van een gewogen gemiddelde van een loonindex en een prijsindex. In de loonindex zitten ook de cao-ontwikkelingen van de rijksambtenaren die veel hoger uitvallen dan de cao van de GGD. Daardoor houden we nu ruim 300.000 euro over. Zij stelt voor om de systematiek tegen het licht te houden zodat dit beter aansluit bij de reële kosten. De heer Schwebke vertelt dat een aantal gemeenten tegen hetzelfde probleem aanlopen. Er is geen CPB-indexcijfer te vinden dat specifiek voor de GGD is. Mevrouw Schepers roept op om hier nog een keer goed naar te kijken met de financiële ambtenaren die hier verstand van hebben. Mevrouw Wormgoor wijst op het ziekteverzuim dat ligt op 6,4% terwijl er een norm gehanteerd wordt van 4%. Zij vraagt of het werkgerelateerde oorzaken zijn die hieraan ten grondslag liggen? Mevrouw Baardman licht toe dat 6% redelijk laag is voor de zorgsector. Er is veel op ingezet onder andere met de arbodienst door extra spreekuren en controles. GGD NOG is tevreden omdat het eerder veel hoger was. Het is een redelijk percentage maar het streven blijft 4%. Het AB besluit: 1. kennis te nemen van de 2e Bestuursrapportage 2025, met als belangrijkste bevindingen: a. de 2e Bestuursrapportage 2025 heeft een positief saldo van € 862.000; b.

in het saldo is een incidenteel voordeel van € 680.000 op de uitvoering van de najaarscampagne covidvaccinaties; 4

c. in het saldo is een incidenteel voordeel van € 350.000 door een lagere loonsverhoging in de cao dan de loonindex die we hebben gebruikt bij het bepalen van de inwonerbijdrage in de programmabegroting 2025; d. het structurele saldo over 2025 is € 168.000 negatief 2. in te stemmen met: a. € 107.000 van het positieve saldo uit te keren aan de gemeente Apeldoorn b. en € 430.000 te verrekenen met de vordering op de overige 21 gemeenten voor het uitvoeren van de inhaalcampagne BMR 2025 ; c. Bij het opstellen van de jaarstukken het resterende saldo van € 325.000 te bestemmen. 3. de 3e begrotingswijziging 2025 vast te stellen met daarin de verwachting dat het benodigde investeringskrediet voor 2025 € 350.000 bedraagt in plaats van € 475.000. Dit heeft geen invloed op de afschrijvingen en het saldo.

6. Managementletter 2025 De heer Bennink doet verslag namens de financiële auditcommissie uit het AB. De accountant heeft de auditcommissie bijgepraat en aangegeven dat hij een positief beeld heeft over de interne beheersing en de door de GGD gemaakte professionaliseringsslag. Wel zijn er nog blijvende aandachtspunten zoals het inkoopproces en de druk op de jeugdgezondheidszorg. Een nieuw aandachtspunt is de Cyberbeveiligingswet. De auditcommissie was tevreden met de toelichting en kan instemmen met de managementletter. Mevrouw Prins bedankt voor de toelichting en constateert dat er geen vragen zijn. Het AB neemt kennis van de Managementletter 2025 en de daar in opgenomen aandachtspunten.

7. 1e Begrotingswijziging 2026 (n.a.v. Productraming) De heer Bennink doet verslag namens de financiële auditcommissie uit het AB. De auditcommissie stemt in met het voorstel. Het is geen inhoudelijke aanpassing maar een noodzakelijke autorisatie van investeringskredieten. Het AB besluit: 1. de 1e begrotingswijziging van de begroting 2026 vast te stellen; 2. kredieten beschikbaar te stellen tot een totaalbedrag van € 915.000 voor het doen van investeringen in 2026

5

8. Uitgangspuntennota 2027 Mevrouw Dusseldorp geeft mee om de ontwikkelingen wel te noemen maar daar geen bedragen aan te koppelen. De heer Schwebke bevestigt dat dit besproken is met de financiële ambtenaren en dat dit wordt aangepast en dat het effect wordt meegenomen in de programmabegroting. Mevrouw Vos vraagt of eerder niet afgesproken is om de indexeringssystematiek te heroverwegen in 2027. De heer Schwebke herkent dit niet maar dit zou, in lijn met de eerdere oproep van mevrouw Schepers, opgepakt kunnen worden met de financiële ambtenaren. Dit is dan voor de lange termijn en niet als uitgangspunt voor 2027. De heer van den Berg vindt het niet nodig de methodiek te heroverwegen omdat over de huidige methodiek voldoende nagedacht is. Hij geeft in overweging om eerst te kijken waarom gekozen is voor de huidige systematiek en te beoordelen of er aanleiding is om dat weer te wijzigen. Hij waarschuwt voor de besteding van beschikbare beleidscapaciteit aan een onderwerpen waar al eerder een uitgebreid traject voor is doorlopen. De heer Schwebke vertelt dat het wel wat vraagt van de GGD maar ook van de ambtenaren. Hij stelt voor om eerst een vooronderzoek te doen in de vorm van een inventarisatie. Dan zou bijvoorbeeld in februari de systematiek gepresenteerd kunnen worden in het AB. Dan kan daarna gekeken worden of er reden is de systematiek aan te passen.

Mevrouw Prins stelt vast dat het AB kan instemmen met de voorgestelde inventarisatie en dat aan de hand daarvan gekeken wordt of een verdiepingsslag nodig is. De heer van den Berg heeft het bericht meegekregen dat ambtelijk niet akkoord gegaan kan worden met het doorsturen van de Uitgangspuntennota. Dit is met name vanwege de gewijzigde opzet van de nota en niet vanwege de inhoud of beleidsmatig. Beleidsmatig en inhoudelijk bekeken zijn er een aantal punten die veel aandacht krijgen, terwijl een aantal belangrijke punten bijna geen aandacht krijgt. Hij vraagt hoe de GGD hierover denkt. Mevrouw Baardman licht toe dat dit het eerste document in de cyclus is en hierin worden de ontwikkelingen die invloed hebben op de begroting aangegeven. De GGD staat wel achter de tekst. Zij benoemt de complexiteit dat de Uitgangspuntennota voor 1 december naar de raden gestuurd moet worden. Er is nu weinig ruimte om nog aanpassingen te doen. De heer Van den Berg geeft aan dat dan het risico bestaat dat dit terugkomt in de zienswijzen. Mevrouw Baardman zegt dat dit dan meegenomen kan worden in de programmabegroting. Mevrouw Elskamp refereert aan het ambtelijk overleg waar besproken is dat het wat beleidsarm is en dat het goed is qua structuur om de Uitgangspuntennota te koppelen aan de inhoudelijke speerpunten van de bestuursagenda.

Daar is aangegeven dat er geen ruimte meer was voor aanpassingen. Klopt dat beeld? Is er genoeg ruimte om ambtelijk vanuit de gemeente goed mee te denken voordat het naar het AB en de raden gebracht wordt? 6

De heer Schwebke licht het proces toe. De door het DB vastgestelde Uitgangspuntennota wordt met de ambtenaren besproken. Als er dan nog wijzigingen moeten worden doorgevoerd dan moet dit eerst aan het DB worden voorgelegd. Mevrouw Elskamp geeft mee dat het belangrijk is dat de input vanuit het ambtelijk overleg meegenomen kan worden. De heer Van der Weide ziet een rol voor de auditcommissie in dit proces. Mevrouw Prins bevestigt dat de aanbeveling meegenomen wordt dat er bij de volgende vaststelling van een Uitgangspuntennota voldoende tijd om de ambtelijke input mee te nemen. De heer Reckman wijst op de paragraaf over de reiskosten en dan met name de bedragen die genoemd zijn. De heer Schwebke bevestigt dat deze geschrapt worden. Daarnaast geeft de heer Reckman aan dat het erg organisatiegericht is en dat het eigenlijk meer op de inhoud, de dienstverlening aan de inwoners, gericht zou moeten zijn. De heer Bloem laat weten dat ook vanuit Lochem een zelfde opmerking over de inhoud gemaakt is en dat hij vanuit Zutphen vraagtekens heeft bij een verruiming van de reiskostenvergoeding. Dat is ingewikkeld vanwege de bezuinigingen. De heer Schwebke licht toe dat er onderzoek gedaan wordt naar een verruiming van de reiskostenregeling, maar dat daarvoor eventueel nog separaat een voorstel gedaan wordt. Op dit moment is het slechts een ontwikkeling. Het AB besluit: 1.

Kennis te nemen van de Uitgangspuntennota 2027 met als belangrijkste punten: a. het gesprek tussen gemeenten en GGD over bezuinigingsscenario’s; b. het onderzoek naar een toekomstbestendige Jeugdgezondheidszorg; c. de voorbereiding op dreigende crises; d. het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA); e. de indexering van de inwonerbijdragen van de deelnemende gemeenten voor 2027 komt op 4,11%; f.

enkele ontwikkelingen kunnen mutaties van de inwonerbijdrage voor 2027 tot gevolg hebben, namelijk de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma, een lagere loonontwikkeling als gevolg van de cao-afspraken en aanpassing van de reiskostenregeling.

2. Kennis te nemen van de toezending – na bespreking in de AB-vergadering - van de Uitgangspuntennota 2027 aan de raden van de gemeenten, met de mogelijkheid hierop tot 1 maart 2026 een zienswijze te geven.

9.

Normenkader 2026

Het AB besluit het Normenkader rechtmatigheid 2026 – gehoord de auditcommissie - vast te stellen. 7

10.

Goedkeuringstolerantie

Het AB besluit met terugwerkende kracht per 1 januari 2025 tot het aanpassen van de goedkeuringstolerantie naar 2% van de lasten exclusief reservemutaties voor fouten en onzekerheden conform besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado).

11.

Uitvoering Rijksvaccinatieprogramma 2026

De heer Van den Hoorn licht het voorstel kort toe. In het DB is dit onderwerp uitgebreid besproken. Het DB heeft het MT op pad gestuurd om alle mogelijkheden en onmogelijkheden te onderzoeken en om een advies op te stellen dat het DB ook kan uitleggen aan het AB. Het DB staat achter het voorstel maar de heer Van den Hoorn heeft begrepen dat er nog wel vragen leven. Mevrouw Prins vult aan dat er inhoudsdeskundigen aanwezig zijn in het publiek om vragen te beantwoorden. De heer Bloem vraagt namens Lochem of de kosten gedempt kunnen worden door beperking van het aantal aangeboden dagdelen of door uit te wijken naar andere omliggende gemeenten. Een vraag vanuit Zutphen is of door samenwerking met andere organisaties ook efficiencyvoordelen behaald kunnen worden. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van elkaars faciliteiten. Mevrouw Baardman geeft aan dat hiernaar gekeken is en dat waar mogelijk samengewerkt wordt. De GGD is in gesprek over de huisvesting met alle 0-4 organisaties. In de Achterhoek zijn er bijvoorbeeld constructieve gesprekken maar als de GGD geen gebruik kan maken van die locaties dan moet er naar ander locaties gekeken worden en dit doet de GGD in afstemming met de gemeenten. De heer Van den Hoorn wijst op een Q&A die beschikbaar is.

Deze wordt meegestuurd met het verslag in aanvulling op het voorstel en kan gebruikt worden bij de beantwoording van vragen van bijvoorbeeld raadsleden. Aan de voorkant is de opdracht meegegeven om de uitvoering van het RVP zo efficiënt mogelijk te doen. Mevrouw Baardman vertelt dat het multidisciplinaire team dat hiermee bezig geweest is alle mogelijkheden bekeken heeft. Voor zover zij geïnformeerd is, is ook de optie beperking van de dagdelen bekeken. De heer Thasing vult aan, dat het efficiënt inrichten van bezoekmomenten ook beperkend kan werken. Ouders wordt gevraagd hun kind te vaccineren in het groepsbelang. En hiervoor is het belangrijk om meerdere alternatieven aan te bieden en niet slechts één mogelijkheid. De kans dat één tijdstip niet schikt is groot. De heer Bennink vraagt of het kleinschalig en minder prikken op een dag de gewenste vaccinatiegraad gaat verhogen. Het wordt nu structureel ingebed in de inwonerbijdrage. Is het geen optie hier een pilot van te maken en over één of twee jaar evalueren of het de gewenste resultaten heeft en pas dan structureel op te nemen in de inwonerbijdrage?

8

Mevrouw Prins vraagt of het niet andersom kan. Dus nu kiezen voor het programma en dan later monitoren of we bereikt hebben wat we willen. En als dat leidt tot bijstelling dan ook financiële bijstelling. De heer Bennink wil hoe dan ook graag een evaluatie. Mevrouw Baardman wijst er op dat de kleinschalige locaties landelijk door het RIVM voorgeschreven beleid is. Dit is de standaard voor heel Nederland. Er is evidence dat dit beter is voor de kinderen en dat dit de vaccinatiegraad verhoogt. Mevrouw Baardman geeft toe dat je daar van alles van kunt vinden. Het RIVM onderzoekt echter hoe de maximale dekking gerealiseerd kan worden. De richtlijnen ontwikkelen zich. Het gaat niet alleen om de individuele kinderen maar om de dekkingsgraad. Als voldoende kinderen gevaccineerd zijn dan betekent dat bescherming voor de andere kinderen en de kwetsbaren. Mevrouw Dusseldorp kan zich veel voorstellen bij de kleinschaligheid. Wel heeft zij nog andere vragen waardoor zij nu nog niet kan instemmen met het voorstel. Enerzijds wordt aangegeven dat kleinschalig prikken op consultatiebureaus niet mogelijk zou zijn maar er zijn wel gesprekken, bijvoorbeeld in de Achterhoek met Yunio en daar zijn wel mogelijkheden. Daarnaast wordt een te ruim tijdsbestek berekend voor deze vaccinaties. Dit gaat om het aantal minuten per prik. Mevrouw Dusseldorp geeft aan nog meer vragen te hebben.

Mevrouw Baardman geeft te kennen dat zij op deze gedetailleerde vragen niet direct een antwoord op heeft. Mevrouw Eleveld stelt tussendoor een procesvraag. Is het nodig antwoord te geven? Er wordt nu een rekening bij de gemeenten neergelegd maar kan het AB niet besluiten om nu aan de slag te gaan en de opdracht meegeven ervoor te zorgen dat dit zo efficiënt mogelijk wordt uitgevoerd. Dan worden de bedragen later, bij de begroting of jaarrekening, vastgesteld. Er is nog veel onduidelijk en in ontwikkeling. Mevrouw Baardman geeft aan dat de GGD hier al heel erg lang mee bezig is. Zij heeft twee jaar geleden al aangegeven dat er een probleem zou ontstaan in verband met de organisatiestructuur in onze regio. Dit is meerdere keren benoemd en er is een team op gezet. Als het voorstel niet wordt goedgekeurd dan heeft de GGD een groot probleem. Mevrouw Schepers heeft ook gedetailleerde vragen die ambtelijk geadresseerd zijn maar die niet voldoende beantwoord zijn. Daarom liggen ze nu nog steeds op tafel. Zij vindt dat de gedetailleerde vragen niet thuis horen op het AB maar dat het wel nodig is dat die vragen ambtelijk afdoende worden behandeld. Mevrouw Prins zoekt naar een tussenoplossing en vraagt hoeveel tijd er is tot overgegaan moet worden tot besluitvorming? In die tijd zouden de inhoudelijke vragen ambtelijk beantwoord kunnen worden.

9

Desgevraagd geeft mevrouw Cupido, strategisch manager GGD NOG, aan dat alles er op gericht is om per 1 januari 2026 te starten met vaccineren. Mevrouw Dusseldorp doet de suggestie voor een schriftelijke ronde. De vragen kunnen, in ieder geval op ambtelijk niveau, niet onbekend in de oren klinken. GGD NOG heeft wel tijdig geïnformeerd over de wijziging in het vaccinatieprogramma. Toch zijn essentiële vragen over onder andere locaties en ook de kosten onbeantwoord gebleven. De heer Bloem vindt het belangrijk dat op 1 januari 2026 gestart wordt met vaccineren. Hij stemt dan ook voor het voorstel en hij heeft geen behoefte aan een schriftelijke ronde. Mevrouw Baardman geeft aan dat besluitvorming plaats moet vinden in een fysieke ABvergadering. Dit kan niet via een schriftelijke ronde. Dit betekent dat het AB extra bij elkaar moet komen voor 1 januari 2026. Mevrouw Eleveld begrijpt niet dat enerzijds gesteld wordt dat het niet bij de consultatiebureaus kan en anderzijds aangeven wordt dat de GGD nog in gesprek is. En de start is 1 januari. Hoe verhoudt zich dit tot elkaar? Er moet ruimte zijn om bij te sturen. Mevrouw Prins vraagt of ondanks de onzekerheden geen akkoord gegeven kan worden op het voorstel wetende dat bijstelling plaatsvindt als de uitgangspunten dat vragen en de praktijk anders blijkt te zijn.

Mevrouw Schepers vindt het erg lastig omdat er nog veel vragen openstaan. Mevrouw Vos stelt voor om na een jaar te evalueren en in het verlengde hiervan stelt de heer Wormskamp evalueren na een half jaar voor. Over een half jaar moeten de cijfers gepresenteerd worden en dan kan bekeken worden of het loopt. Hij voegt daaraan toe dat er toestemming gegeven wordt voor een stuk budget. Iedereen wil dat de kinderen gevaccineerd worden maar de kosten moeten wel binnen de perken blijven. Dus daar moet dan bovenop gezeten worden. De heer Van den Hoorn licht toe dat hij erg kritisch geweest is en dat het MT tot in den treure bevraagd is hoe dit zo efficiënt mogelijk kan worden uitgevoerd. Hij wijst erop dat er wel een verschil is tussen huur voor locaties en personeelskosten. De 5-jarigen worden straks geprikt door personeel van de GGD en niet door personeel van de 0-4 organisaties. De heer Van den Hoorn vindt het ook lastig dat, als het gaat om de minuten per prik, de professionaliteit van de GGDmedewerkers in twijfel getrokken wordt, terwijl dat de eigen ambtenaren zijn, in tegenstelling tot de medewerkers van de 0-4 organisaties die dat niet zijn. Dat is een vermenging van zaken. Hij pleit voor een besluitvorming vandaag op het AB. Hij verwacht niet dat nog een ronde waarin vragen beantwoord worden tot een ander voorstel leiden.

Mevrouw Elskamp geeft mee dat het helpt als duidelijk omschreven wordt hoe de kosten zijn opgebouwd. 10

Mevrouw Prins constateert dat er voldoende beraadslagingen geweest zijn en stelt voor om over te gaan tot stemming. In aanvulling op het voorstel is besproken dat per 1 januari 2026 gestart wordt en dat na een half jaar geëvalueerd wordt. Mevrouw Prins zegt ook toe dat de vragen die er nog zijn, beantwoord worden. De heer Bloem vindt het belangrijk dat bij de evaluatie niet alleen gekeken wordt naar de efficiency maar ook naar de vaccinatiegraad. Mevrouw Wormgoor merkt op dat zij onder voorwaarde akkoord gaat. Zij geeft haar opmerkingen schriftelijk mee. Mevrouw Dusseldorp geeft ook aan dat zij akkoord is omdat starten op 1 januari heel belangrijk is. Wel met inachtneming dat de vragen nog beantwoord worden en dat er in goed en onderling overleg gekeken wordt naar de huisvestingslocaties bij de consultatiebureaus. Het AB besluit: 1. De kosten in verband met de DKT1-vaccinatie voor 2026 ad € € 332.000,- incidenteel te dekken en voor 2027 en verder op te nemen in de inwonerbijdrage. 2. De kosten van de noodzakelijke herinrichting van de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) ad € 194.000,- voor 2026 incidenteel te dekken en voor 2027 en verder op te nemen in de inwonerbijdrage. 3. De BMR2-inhaalcampagne separaat bij de gemeenten in rekening te brengen.

12.

Procesvoorstel bezuinigingsscenario’s GGD NOG

Mevrouw Prins licht het voorstel toe. De opdrachtformulering en de planning moeten nader worden uitgewerkt door de werkgroep. Ambtelijk is voorgesteld de planning te verlengen tot 2028. De heer Van den Berg heeft behoefte aan een verduidelijking van de opdracht. De bezuinigingsscenario’s moeten wel in een breder kader geplaatst worden. Dit kan de werkgroep zelf doen en vervolgens afstemmen met de gemeenten. De heer Schwebke licht toe dat de opdracht opgehaald wordt bij de ambtenaren en dat hiervoor op advies van de ambtenaren ruimer de tijd genomen wordt dan was voorgesteld. Het AB besluit in te stemmen met het proces voor het onderzoek naar bezuinigingsscenario’s GGD NOG voor de jaren 2027 en verder.

13.

Project kengetallen en indicatoren

Mevrouw Prins licht toe dat dit project een voorbeeld is van een mooie samenwerking tussen gemeenten en de GGD. De eerste resultaten zijn opgeleverd. Het is een mooie stap voorwaarts. 11

Het AB neemt kennis van het project kengetallen en indicatoren.

14.

Gemeenschappelijke adviescommissie raden

GGD NOG Mevrouw Prins licht toe dat het vereiste uniforme verzoek mist. De VNOG is daarom gestart met een informele raadsadviescommissie en daar worden nu ervaringen mee opgedaan. De GGD wacht de evaluatie hiervan af en wil onderzoeken of daarbij aangesloten kan worden. Mevrouw Elskamp geeft aan dat alle Noord-Veluwse wethouders dezelfde annotatie hebben op dit punt. Zij voelt druk vanuit de raden omdat dit toch een grote wens is vanuit de raden. Er wordt gevraagd om de voorbereiding in gang te zetten en zo snel mogelijk na de gemeenteraadsverkiezingen te beginnen. De heer van der Weide geeft aan dat Ermelo dit ondersteunt. En ook de heer Bennink geeft aan dat het mooi zou zijn als de raadsadviescommissie wordt ingesteld vanaf de nieuwe raadsperiode. Mevrouw Wormgoor licht toe dat Berkelland niet voor is. Dat is de lijn bij alle gemeenschappelijke regelingen. Zij stemt wel in met het voorstel dat nu voorligt dus eerst de evaluatie bij VNOG afwachten en eventueel aansluiten bij VNOG. Mevrouw Prins sluit hierbij aan, ook gezien de belasting van de raad als het gaat om de agenda. De heer Van den Berg vraagt of het AB hier wel over kan beslissen. De raden moeten dit beslissen. Wel kan de GGD ondersteunen. De heer Wormskamp vult aan dat er unanimiteit vereist is. Mevrouw Elskamp benadrukt dat het om de timing gaat. En dat is wat haar betreft de nieuwe raadsperiode.

Mevrouw Prins concludeert dat het AB kennisneemt van het voorstel. Mevrouw Elskamp vraagt om verduidelijking. Besproken is dat de eerste bijeenkomst zo snel mogelijk of na de evaluatie of na de gemeenteraadsverkiezingen te organiseren. Wie organiseert de eerste bijeenkomst met de raden? Hoe is dat bij de VNOG gegaan? Mevrouw Van de Klift licht toe dat dit via het AB van de VNOG gegaan is. De VNOG heeft een reglement opgesteld voor de raadsadviescommissie en deze vervolgens voor een zienswijze voorgelegd aan de raden. Dus in april 2026 starten met een raadsadviescommissie is heel erg krap in de tijd. Mevrouw Elskamp stelt voor dit zo snel mogelijk in gang te zetten. Mevrouw Prins vult aan dit in gang te zetten als de nieuwe raad geïnstalleerd is dus te starten rond april / mei. Dit valt als het goed is ook samen met de evaluatie van de VNOG. Het AB besluit de evaluatie van de gemeenschappelijke raadadviescommissie van de VNOG af 12

te wachten en daarna (april/mei) te onderzoeken of het aansluiten bij een informele gemeenschappelijke adviescommissie gezamenlijk met de VNOG tot de mogelijkheden behoort.

15.

Rondvraag en sluiting

Actiepuntenlijst Nr.

Onderwerp

202411/05

n.a.v. verzoek uit AB: wijze terugkoppeling naar en uit ROAZ’en AB-leden uitwerken 1.Informeren raden over het besluit van het AB met betrekking tot de bezuinigsscenario’s; 2.procesvoorstel vervolg bezuinigingsscenario’s 2027 en verder Het AB geeft het DB opdracht om een voorstel op te stellen met: 1.analyse van de signalen van onvrede en hoe deze aan te pakken Naar aanleiding van vragen van AB leden over de indexeringssystematiek doet de GGD een vooronderzoek en bereidt een presentatie voor het AB voor. Beantwoording vragen over de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma. Een half jaar naar de start per 1 januari 2026 de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma evalueren. In gang zetten procedure om een informele raadsadviescommissie op te starten.

202509/01 202509/02 202511/01

202511/02 202511/03

Wie

Gereed

GGD GGD

Sept 2025/ nov 2025

DB

Nov 2025

GGD

Voorjaar 2025

GGD

Dec 2025

GGD/DB

Zomer 2026

GGD

April/mei 2026

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van GGD Noord- en Oost-Gelderland op 11 februari 2025,

…………………………………….. A.H.E. van de Klift directiesecretaris

…………………………………….. A.J. Prins voorzitter

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16379839/1