CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Zomernota 2024

Raadsvergadering 15 juli 2024, gemeente enschedeBij agendapunt: ZOMERNOTA 202422.281 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Zomernota 2024

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ......................................................................................................................................2 1. Beleidsbrief ........................................................................................................................................3 2. Strategische analyse .........................................................................................................................6 2.1. Inclusief Enschede, koers en bijsturen .............................................................................................6 2.2. Groen en duurzaam Enschede, koers en bijsturen ..........................................................................7 2.3. Aantrekkelijk Enschede, koers en bijsturen ......................................................................................9 2.4. Open Enschede, koers en bijsturen ...............................................................................................11 2.5. Wetenschappelijke Board Enschede ..............................................................................................13 2.6. Begroting en organisatie in balans .................................................................................................14 3.

Financiële hoofdlijnen 2025-2028 ..................................................................................................15 3.1. Uitgangspunten financieel beleid....................................................................................................16 3.2. Gemeentefonds ..............................................................................................................................17 3.3. Loon- & prijscompensatie ...............................................................................................................19 3.4. Knelpunten .....................................................................................................................................20 3.5. Prioriteiten ......................................................................................................................................30 3.6. Meevallers/scherpe keuzes ............................................................................................................32 3.7. Lokale belastingen..........................................................................................................................38 3.8. Structureel saldo.............................................................................................................................41 3.9.

Bezuinigingsmonitor .......................................................................................................................42 3.10. Investeringsagenda ......................................................................................................................42 3.11. Risico's .........................................................................................................................................43 Bijlage 1 – Afkortingen en verklaringenlijst ............................................................................................48

blz. 2 (van 52)

1. Beleidsbrief Enschede, een stad om trots op te zijn Enschede is een stad om trots op te zijn. Een stad die prachtig is. Van Noord tot Zuid. En van de velden van sportpark Diekman tot aan de terrassen van de Oude Markt. Een stad met heerlijke parken, een bruisende binnenstad en toonaangevende culturele instellingen. Maar Enschede is vooral mooi door haar inwoners. Door de vele vrijwilligers bij onze prachtige sport- en cultuurverenigingen. Door buren die elkaar helpen wanneer dat kan. En door de voorleesouders op school. Samen maken onze inwoners de stad. Met onze investeringsagenda bouwen we verder aan het Enschede van de toekomst We blijven investeren in de toekomst van Enschede. In de stad die we willen zijn. Onze ambitie staat ook in de omgevingsvisie. De raad stelt deze visie dit jaar vast. We werken aan een groene stad. Aan een stad met fijne plekken om te wonen voor jong en oud. Met interessante werkgevers. En goed bereikbaar. We investeren in het bijzonder in de bereikbaarheid van Enschede-Oost, Glanerbrug en het Euregio-bedrijventerrein. Daar pakken we de komende jaren een aantal knelpunten aan. Ook blijven we het netwerk voor fietsers verbeteren. Dat doen we onder andere door het F-35 netwerk uit te breiden. We maken aantrekkelijke woonomgevingen. En we zorgen voor voldoende ruimte voor innovatieve bedrijvigheid.

Ook in financieel mindere tijden houden we vast aan onze investeringsagenda en werken we aan onze ontwikkelagenda economie. We bouwen door aan onze bruisende binnenstad met aantrekkelijke culturele voorzieningen. Goede huisvesting van culturele instellingen en ruimte voor creatieve hotspots zijn heel belangrijk. Door de Spoorzone Hengelo – Enschede (SHE) te ontwikkelen, zorgen we voor aantrekkelijke nieuwe woonomgevingen. In combinatie met nieuwe woonwijken als het Eschmarkerveld zorgen we ervoor dat iedereen in Enschede een fijn thuis kan vinden. In de wijk komt alles samen We investeren in onze wijken en dorpen. De oplossing voor ingewikkelde uitdagingen ligt vaak in de wijken. Daar zijn grenzen tussen sociale, fysieke en veiligheidsprojecten minder scherp. We werken daar samen met maatschappelijke partners. En we betrekken inwoners en ondernemers bij ons beleid en onze uitvoering. Op die manier krijgen we meer voor elkaar. Gebiedsgericht werken wordt steeds belangrijker in onze organisatie. Goede voorzieningen zijn belangrijk voor wijken waar het fijn wonen is. Zo investeren we de komende jaren in goede sportvoorzieningen. Dat doen we door sportaccommodaties met meerdere functies te ontwikkelen. Dit levert op meerdere maatschappelijke terreinen resultaat op. Onze wijken maken de stad.

Roombeek, Twekkelerveld, Stokhorst, Wesselerbrink of Pathmos: onze wijken hebben stuk voor stuk een eigen karakter en gevoel. We blijven bouwen aan onze wijken. We zorgen ervoor dat buren elkaar op fijne plekken in de wijk kunnen ontmoeten. En dat kinderen fijn buiten spelen. Sporten, spelen en ontmoeten maakt namelijk gezond en gelukkig. We investeren in groene wijken via de GroenBlauw-projecten. Zo houdt onze stad niet alleen droge voeten bij extreem weer, maar verhogen we ook de biodiversiteit. Geïnspireerd door de Blue Zones, werken we met het programma Gezond Enschede aan een gezonde generatie inwoners. Inwoners die kunnen opgroeien, leven, werken en wonen in mooie wijken met een sterke sociale basis. Investeren in de jeugd, kosten besparen Het beroep op en de zwaarte van geïndiceerde jeugdhulp neemt toe. We geloven dat jongeren geholpen zijn met normaal opgroeien, in de eigen omgeving. Daarom willen we zoveel mogelijk inzetten op normalisering in de wijken. We werken hard aan Enschede als een plek waar kinderen fijn opgroeien, ongeacht hun achtergrond. Waar je kunt zijn wie je bent. We investeren in kansengelijkheid, het aanpakken van kinderarmoede en een goed netwerk van educatieve, sportieve en culturele voorzieningen. We versterken wijknetwerken. We betrekken ouders, jeugdtrainers, leerkrachten en buren meer bij het opgroeien van de jeugd.

Zo maken we onze wijken een thuis voor onze kinderen.

blz. 3 (van 52)

We willen de jeugdzorg betaalbaar houden. Naast het inzetten op normalisering besparen we kosten door slimme keuzes en andere manieren van werken. Dit heeft geen gevolgen voor de kwaliteit van zorg. Jongeren die jeugdzorg nodig hebben, verdienen goede zorg. Met het project preventie met gezag investeren we specifiek in Glanerbrug en omgeving in de vroege signalering, preventie en aanpak van jeugdcriminaliteit. In Enschede zorgen we voor elkaar In Enschede zorgen we voor elkaar. We helpen inwoners rond te komen met hun inkomen als de kosten van levensonderhoud stijgen. Werk draagt bij aan een gelukkig bestaan. Dus helpen we inwoners aan een passende baan. We zetten ons in voor degelijke asielopvang. En we bieden Oekraïners die door oorlog hun huis moesten ontvluchten een tijdelijk thuis. We helpen nieuwe Enschedeërs een goede start te maken in onze stad. En we zorgen dat iedereen, ongeacht geloof, geaardheid of afkomst, zich hier thuis voelt. Onze inwoners worden steeds ouder. Dit biedt uitdagingen als kansen. Op verschillende manieren bereiden we ons voor op een toekomst met meer ouderen. We investeren in een goede maar ook betaalbare WMO en zoeken slimme oplossingen om de zorg betaalbaar en goed te houden. Bij ons woon- en mobiliteitsbeleid en in de inrichting van openbare ruimte houden we rekening met de vergrijzing die op ons af komt.

Werken aan Enschede in financieel lastige tijden We weten dat het nodig is hard aan onze stad te blijven werken. Enschede is nooit af. Onze ambities blijven dan ook groot. Tegelijkertijd weten we dat we op allerlei vlakken voor grote uitdagingen staan. De rijksoverheid bezuinigt aanzienlijk op het gemeentefonds vanaf het ravijnjaar 2026. Deze bezuinigingen dwingen ons tot lastige keuzes. Ondanks deze ontwikkelingen bouwen we verder aan een inclusief, groen, duurzaam en aantrekkelijk Enschede. In deze zomernota schetsen we hoe. Via het traject ‘begroting en organisatie in balans’ (BOB) werken we aan een sluitende begroting. We kijken naar onze organisatie en bedrijfsvoering. We onderzoeken hoe we zorggebruik en zorgkosten kunnen voorkomen en verminderen. En we kijken hoe we balans krijgen in de stedelijke ontwikkeling. Dit traject is niet de enige oplossing voor de verslechterde financiële situatie die op ons afkomt. Helaas moeten we ook andere maatregelen nemen. Maatregelen als het verhogen van lasten voor onze inwoners en het bijstellen van ambities. Samen zetten we onze schouders onder deze uitdaging. Samenwerken aan de grote landelijke opgaven We werken steeds nauwer samen met onze lokale partners. Ook de relatie met andere overheden is de afgelopen jaren veranderd. De uitdagingen waar ons land voor staat zijn groot.

Denk bijvoorbeeld aan de uitdagingen op het gebied van asiel, de energietransitie, de woningmarkt en netcongestie. Een goede samenwerking tussen bestuurslagen wordt dus steeds belangrijker. Daarbij hebben we ruimte voor flexibiliteit en creativiteit nodig. De (beoogde) coalitiepartijen PVV, VVD, NSC en BBB hebben een Hoofdlijnenakkoord gesloten. Daarin benoemen zij dat zelfstandige decentrale overheden belangrijk zijn. Tegelijkertijd zijn zij van plan het gemeentefonds en andere manieren van financiering sterk te korten. Daardoor blijft de ruimte voor eigen beleid beperkt. Dit beperkt onze zelfstandigheid. Inhoudelijk en financieel. Hier maken we ons zorgen over. Samen met andere gemeenten gaan we in gesprek met de Rijksoverheid over het dichten van het financiële gat. En over het verbeteren van de samenwerking bij de aanpak van grote thema's. Enschede neemt het initiatief daarin. Zij heeft kortgeleden twee moties ingediend. Daarin roepen we het VNG-bestuur op om zo snel mogelijk met het kabinet in gesprek te gaan over het takenpakket van gemeenten. Bijna alle gemeenten ondersteunden deze moties. We moeten scherpe keuzes maken over wat we nog kunnen doen.

blz. 4 (van 52)

Een gemeente die netwerkt, initiatief ziet, waardeert en ondersteunt We versterken onze rol als stadsbestuur met het programma “Open Enschede”. We zijn een open, en netwerkende gemeente. We zijn gericht op onze inwoners. En we zien, waarderen en ondersteunen initiatieven. Alleen samen kunnen we bouwen aan de toekomst van Enschede. We zijn steeds meer afhankelijk van andere overheden, maatschappelijke partners, onze inwoners en onze ondernemers. De komende jaren wordt de samenwerking met deze partners nog belangrijker. Over de grens werken we samen met onze partnersteden en directe buren in de Euregio. Met de partners in de Twente Board werken we regionaal samen. En we lobbyen samen. Ook met netbeheerders en waterbedrijven gaan we intensiever samenwerken om onze ambities te realiseren. Enschede is van ons allemaal. En we zijn samen verantwoordelijk voor onze stad. De schouders eronder! Er is nog veel werk te doen. Een mooi Enschede is van groot belang voor Nederland. Het Rijk zet met haar bezuinigingen onze ambities en mogelijkheden onder druk. We zetten samen onze schouders onder deze uitdaging – stadsbestuur, inwoners, ondernemers en partners – zodat Enschede een stad blijft om trots op te zijn.

blz. 5 (van 52)

2. Strategische analyse We werken aan vier opgaven in onze stad: een inclusief, groen & duurzaam, aantrekkelijk en open Enschede. Dit is steeds ingewikkelder door een groeiend aantal taken van het Rijk, maatschappelijke opgaven en financiële uitdagingen. We werken hard op alle opgaven. Er lopen veel projecten op woningbouw, klimaat en groen. We hebben een investeringsagenda waarmee we kunnen investeren op de langere termijn. We investeren in gebiedsontwikkelingen die bijdragen aan meerdere opgaven. We hebben beleid opgesteld voor kansengelijkheid, de wijkteams zijn bezig met doorontwikkeling en we bekijken met partners hoe we opgaven samen aan kunnen pakken. Vanuit het programma Open Enschede werken we aan verandering in onze houding en gedrag. We zetten menselijke maat, dienstverlening en gebiedsgericht werken steviger neer. Op de korte termijn boeken we successen. Maar op de langere termijn lopen we langzamerhand tegen grenzen aan. We zien dat de opgave “inclusief Enschede” op langere termijn financieel en inhoudelijk onder druk staat. Dat komt omdat we te weinig grip hebben. We hebben hier te maken met regelingen zonder financieel plafond en een hoger zorggebruik dan elders. Bij “aantrekkelijk” en “groen en duurzaam Enschede” lopen we tegen fysieke grenzen aan. Grenzen door randvoorwaarden als netcongestie, drinkwater en stikstof.

Bij “open Enschede” zien we een botsing tussen onze systeemwereld en de leefwereld van inwoners. De positie van de overheid is veranderd, maar we gedragen ons nog te veel net als vroeger. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op waar we tegenaan lopen bij de opgaven op de langere termijn. We nemen hierbij voor het eerst routekaarten op zoals met de raad afgesproken. Met een routekaart sturen we voor de middellange termijn op opgaven. In de routekaart staan de belangrijkste acties voor de komende 10 jaar. Hiermee maken wij duidelijk hoe wij aan onze ambities werken. In dit hoofdstuk staat bij drie van de vier opgaven een concept routekaart. Dit betreft Groen en duurzaam (het onderdeel “klimaatneutraal”), Aantrekkelijk Enschede (onderdelen “baankansen en talent”) en Open Enschede. Voor opgave Inclusief Enschede maken wij in de loop van dit jaar een routekaart voor “gezond leven makkelijker maken”. Er liggen grote opgaven waaraan we moeten werken. Tegelijkertijd is de druk in de organisatie hoog en ligt er ook een financiële opgave. Om daarop bij te sturen is het project Begroting en Organisatie in Balans (BOB) gestart. In de laatste paragraaf van dit hoofdstuk lichten wij de zes lijnen van dit project toe.

2.1. Inclusief Enschede, koers en bijsturen De onvoorspelbaarheid aan de vraag- en financiële kant maken het werken aan een stad waarin iedereen mee kan doen lastig. Er zijn veel ingewikkelde vragen. Op al die vragen willen we een antwoord bieden. Daarom hebben we flink geïnvesteerd in samenhangend beleid en uitvoering. En investeren we daar nog steeds in. Dat baseren we op menselijke waardigheid, duurzaam perspectief, doen wat nodig is en strategisch partnerschap. Dit resulteerde in de overkoepelende Visie Inclusief Enschede waarmee tegelijkertijd focus is aangebracht. De focus ligt op werken aan bestaanszekerheid, gezond leven makkelijker maken, vergroten van kansengelijkheid en onderlinge samenhang.

blz. 6 (van 52)

Bestaanszekerheid We zien dat armoede licht daalt. Maar nog steeds zijn er mensen die onvoldoende kunnen rondkomen met hun inkomen. Mede door een krappe arbeidsmarkt neemt het aantal bijstandsgerechtigden af. Maar dit betekent nog niet dat iedereen die werkt er financieel op vooruit gaat. Ook zien we dat er te weinig passende woningen zijn. Als we kijken naar onze beleidsdoelstellingen liggen we redelijk op koers met deze opgave. Maar deze doelstellingen geven maar een beperkt beeld van bestaanszekerheid. Onze huidige beleidsdoelstellingen zijn voornamelijk gericht op de uitvoering van regelingen. We willen meer toe naar doelstellingen op effect en impact. Dit doen we door: het vergroten van de grip van inwoners op hun leven het realiseren van een omgeving waarin gezond opgroeien, wonen en werken mogelijk is (zie ook: Grip, het maatschappelijk belang van persoonlijke controle van de WRR, 2023) Hierbij kijken we niet alleen naar inwoners met de laagste inkomens maar ook naar de groep daarboven: de middengroep. Gezond Leven makkelijker maken We zien dat de levensverwachting van onze inwoners lager ligt dan in vergelijkbare steden. Eenzaamheid komt hier ook vaker voor dan in vergelijkbare steden. We weten dat meer inwoners gebruik maken van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) dan landelijk. We hebben daarmee in verhouding veel mensen die zorg ontvangen.

Dit is financieel niet houdbaar. We liggen hierdoor niet op koers. Wij gaan de komende jaren bijsturen op het verminderen van het gebruik van zorg. Dit doen we door gezond stedelijk leven te bevorderen. Het is van het grootste belang dat onze inwoners gezond kunnen opgroeien en gezond oud kunnen worden. Daarmee kunnen ze langer meedoen in de samenleving. Zo ontstaan er minder fysieke en psychologische gezondheidsproblemen. We kijken niet alleen naar het sociaal domein. Het is van belang dat we de stad zo inrichten dat een gezonde levensstijl toegankelijk wordt en daarmee gezondheid bevordert. De gebiedsgerichte aanpak helpt daarbij en maakt maatwerk per wijk mogelijk. Kansengelijkheid Bij dit doel investeren we vooral in jonge kinderen. We weten meer kinderen vroegtijdig te bereiken. Onder andere via de Vroegtijdig Voorschoolse Educatie en Onderwijs Jeugd Arrangementen. Tegelijkertijd zien we dat er meer kinderen in Enschede jeugdhulp hebben dan landelijk. Niet alleen hebben veel kinderen jeugdzorg, de duur van de zorg neemt ook toe. We liggen daarmee niet op koers. Bijsturen: op de jeugdzorg is kort geleden een 47 puntenplan richting de raad gegaan “onze jeugd, onze zorg”. De oplossing ligt niet alleen in de jeugdhulp zelf. Het vraagt een brede aanpak, waarbij ook hier de gebiedsgerichte aanpak een belangrijke rol speelt.

2.2. Groen en duurzaam Enschede, koers en bijsturen Klimaatneutraal We liggen de laatste jaren op koers met het beperken van de CO2 uitstoot. Dit komt vooral door externe factoren als de Coronacrisis. Daardoor reisden we een tijd aanzienlijk minder. En de oorlog in Oekraïne die leidde tot een hogere gasprijs en daarmee minder gasverbruik (maar ook meer energiearmoede). De koers voor de komende jaren is onzekerder. Het voorgenomen beleid van de Provincie belemmert de realisatie van voorgenomen plannen voor zonnevelden op landbouwgrond. De Provincie heeft hiernaast locaties voor windenergie bepaalt die onze koers gaan beïnvloeden. Een andere bron voor onzekerheid van de koers zit in de toegenomen netcongestie.

blz. 7 (van 52)

De score voor netcongestie is in 2023 op oranje komen te staan in Twente. Enexis en Tennet investeren daarin veel om het elektriciteitsnet te verzwaren. Bijvoorbeeld in een nieuw elektriciteitsstation in Hengelo in 2030. Hierdoor komt de grootschalige opwek onder druk te staan: tot 2030 kunnen Enexis en Tennet geen grootverbruikers aansluiten. We zetten daarom maximaal in op energiebesparing en op innovaties. Voorbeelden zijn de energiehubs op de Marssteden en Twente Village. De warmtetransitie gaat pas na 2030 lopen. Hierdoor is de kans klein dat we de doelen uit Regionale Energie Strategie (RES) in 2030 halen. Klimaatadaptief Netcongestie beïnvloedt de uitvoering van de klimaatadaptatieplannen sterk. Het is niet zeker of we komende jaren alle risicogevoelige plekken voor wateroverlast aan kunnen pakken. Drinkwater en grondwater vragen steeds meer aandacht. Vitens wil in 2035 tot 20% verlaging van waterverbruik komen. Daarom werken we aan een integrale planning van projecten tot 2030 en een prioritering. Deze planning wordt gemaakt in samenwerking met partners als Enexis, Tennet en Vitens. Deze externe partners worden steeds belangrijker voor het realiseren van oplossingen voor water en energie. Met deze partners gaan we werken aan een lange termijn strategie en innovatie op water en energie.

Wij gaan in samenwerking met de regio en provincie onderzoeken hoe het drinkwaterverbruik kan worden verlaagd. Groen&biodivers Een groene leefomgeving helpt bij het verbeteren van de gezondheid. We gebruiken hierbij als groennorm de 3-30-300 regel: - 3 bomen zien - Op 300 meter een park - 30% boomkroonbedekking We scoren goed op “3 bomen zien” en redelijk op “op 300 meter een park”. De 30% boomkroonbedekking heeft nog aandacht nodig. Met de visie en de huidige middelen kunnen we voor de komende jaren aan de slag met het groener maken van een deel van Enschede. De middelen zijn op de langere termijn niet genoeg om van “Enschede één groot groen park” te maken. We gaan aan de slag met het groener maken van de wijken en buurten, omdat we samenhang zien met gezondheid. We nemen groen bij de start mee in projecten en niet meer als sluitstuk. Circulair Het thema circulaire economie (een economie waarin we dingen opnieuw gebruiken) is nog aan het begin. Veel is nog onduidelijk, maar we zijn al wel gestart. De richting bepalen is moeilijk omdat hergebruik nog niet echt meetbaar is. Alleen het verlagen van huishoudelijk afval kunnen we meten. We zitten bij huishoudelijk afval nog niet op ons doel. Dit doel is 50 kilogram afval per inwoner in 2030. Dit bereiken we niet met de huidige maatregelen. We maken daarom een nieuwe grondstoffenvisie.

blz. 8 (van 52)

Concept routekaart Groen & Duurzaam Enschede

2.3. Aantrekkelijk Enschede, koers en bijsturen Baankansen Het gaat tot nu toe goed met de kans op werk: het aantal banen groeit, net als het aantal mensen dat werkt. Vestiging van bedrijven loopt tegen grenzen aan: - aansluitingen voor elektrisch grootverbruikers is niet meer mogelijk tot 2030, - nieuwe bedrijven worden niet meer aangesloten op het drinkwaternet, - er is geen proceswater, - nieuwbouw krijgt te maken met stikstof en - we hebben te weinig ruimte. Dit vraagt om het temporiseren van projecten, goed prioriteren en inzetten op gebieden waar wel kansen liggen. Het Rijk heeft meer aandacht voor de regio’s. Daar richten we onze lobby op. En we zetten in op de kansen van een goede economische verbinding tussen Twente en Münster. Aantrekken en vasthouden Het aantal inwoners groeit. Dit komt door de instroom van jongeren en buitenlandse migratie. Het aantal inwoners in de leeftijd van 25-35 jaar (de gezinsfase) daalt. Een groep die vooral verhuist naar gebieden met meer baankansen. Afgelopen jaar is het aantal woningen gelijk gebleven. Er kwamen net zoveel woningen bij als dat er werden gesloopt. Ambities worden gestapeld en er is veel (nieuwe) landelijke wetgeving en regels. Randvoorwaarden op het gebied van energie, water, stikstof en arbeid maken het steeds ingewikkelder om te bouwen. We sturen bij door meer te prioriteren op grote woningbouwprojecten.

blz. 9 (van 52)

Deze focus draagt ook bij aan minder werkdruk. We zien ook te weinig vernieuwing en diversiteit in onze voorzieningen. En we zijn bij voorzieningen erg afhankelijk van marktpartijen. Hier gaan we bijsturen door ons meer te richten op de maatschappelijke impact van gemeentelijke panden. En minder op de financiële opbrengst ervan. Bestaande stad Een groot aantal buurten in Enschede heeft een uitdaging op meerdere thema’s. Dat zijn vooral uitdagingen op de thema’s inkomen en gezondheid. De druk op ruimte neemt toe: we hebben veel ambities maar beperkte ruimte. Dat vraagt dat we meer keuzes maken vooraf. Dit doen we in de omgevingsvisie. Voorzieningen zijn slechter bereikbaar en vaker ver weg. Dit komt door de bundeling van voorzieningen in de stad. Daarom gaan we meer over de beleidsvelden heen samenwerken en bundelen we de middelen. We zetten hierin stappen met de aanpak gebiedsgericht werken. Concept routekaart Aantrekkelijk Enschede

blz. 10 (van 52)

2.4. Open Enschede, koers en bijsturen Open Enschede is de opgave die voorwaarden schept voor bovenstaande drie strategische opgaven. Het gaat om de manier waarop wij als gemeente ons werk willen doen en welke houding en gedrag hier bij horen. Mensgerichte gemeente We zien een dalend vertrouwen in de overheid. Sommige inwoners voelen zich onvoldoende of niet gehoord en gezien. Of herkennen hun kijk op zaken niet in ons beleid. De beeldvorming is negatief, maar wordt vaak gevormd door een mondige minderheid. We gaan actief op zoek naar de milde middenstem. We werken meer vanuit de uitvoering en vanuit gebieden. Hierbij staan de inwoners centraal. We starten bij het maken van beleid bij de uitvoering. Daardoor verbetert de uitvoerbaarheid en het vergroot onze slagkracht. We gaan werken vanuit onze waarden: we zijn open, we doen wat nodig is en we doen dit samen. Dit beloven we aan de stad. Netwerkende en responsieve gemeente De gemeente is één partij in een netwerk van maatschappelijke partijen. Voor de aanpak van maatschappelijke opgaven hebben we andere partijen nodig. Inwoners of nietoverheidsorganisaties nemen steeds vaker zelf het initiatief. We zetten stevig in op goede contacten met onze belangrijkste netwerkpartners. We geven meer vertrouwen en ruimte aan onze belangrijke partners om te werken aan onze gezamenlijke opgaven.

Deze partners weten beter hoe ze dingen moeten bereiken. Wij bepalen niet meer “hoe” partners iets moeten doen, maar richten ons op het “wat” ze moeten bereiken. Samen met inwoners werken we meer wijkgericht / gebiedsgericht. We gaan uit van wat bewoners zelf kunnen. We activeren en benutten de gezamenlijke kracht van inwoners in de wijken. We weten welke ontwikkelingen en initiatieven in de stad spelen. Digitale gemeente Inwoners zijn tevreden over onze digitale dienstverlening. We verkennen de mogelijkheden van AI (artificial intelligence) om de dienstverlening toegankelijker en beter te maken. Bij het verbeteren van de Informatiehuishouding maken we gebruik van de mogelijkheden van technologie. Tegelijkertijd letten we op de mogelijke risico's. De informatiehuishouding gaat over data, het adequaat vastleggen van dossiers in het kader van bijvoorbeeld de Wet Open Overheid en het goed vindbaar zijn van informatie. Het programma Bridge helpt hierbij. Om de informatiehuishouding te verbeteren, zijn vaste interne werkprocessen belangrijk. De werkprocessen die het meeste effect op inwoners hebben, verbeteren we het eerst. Hiernaast zien we dat er een stevige lobby op landelijk niveau nodig is op het thema “houding toezichthouders”. Met name richting de Autoriteit Persoonsgegevens. Dit hangt vooral samen met privacywetgeving en gebrek aan ruimte om dingen uit te proberen.

De uitleg van toezicht op dit type wetgeving belemmert wat we als gemeente willen. We hebben ruimte nodig van de toezichthouders om dingen uit te proberen. Bijvoorbeeld om gegevens te mogen uitwisselen om de dienstverlening te verbeteren. Deze lobby willen we gezamenlijk organiseren: landelijk via het CIO beraad en de VNG en regionaal via het IT Platform Twente. Tot slot geven we intern meer aandacht aan data gedreven werken en databewustzijn.

blz. 11 (van 52)

Concept routekaart Open Enschede

blz. 12 (van 52)

2.5. Wetenschappelijke Board Enschede De wetenschappelijke board heeft afgelopen jaar over meerdere thema’s nagedacht. Een paar van die gedachten passen erg goed bij keuzes waar wij voor staan en afwegingen die wij willen maken. Op het thema “gebiedsgericht werken” geeft de board mee dat fysieke en ruimtelijke maatregelen vaak goed gebiedsgericht te nemen zijn. Denk aan wateroverlast, hittestress, voorzieningen. Maar dat sociale vraagstukken op meerdere manieren moeten worden bekeken. Hier gaat het eerder om het individu en het sociale netwerk. En dan pas het gebied. Op het thema “kiezen” door grote financiële uitdagingen: geef toe dat je geen objectieve keuzes kunt maken. De gemeente zal aan alle opgaven moeten werken. Richt je daarom op de grootste knelpunten op de langere termijn. Kijk daarbij naar welke partners je nodig hebt, wat hun belangen zijn en wat je als gemeente hierin iets in te doen. Sluit met beleid aan op de uitvoeringspraktijk. Kijk bij beleid kritisch waarvoor de gemeentelijke verantwoordelijk is, waar de gemeente invloed op heeft, een rol in moet spelen en of zij instrumenten heeft? En onthoud: de uitvoering zal gericht zijn op optimalisatie, je hebt beleid nodig als je wilt prioriteren. Tijd van transities In deze tijd van transities lopen we steeds vaker vast in bestaande systemen. We weten nog niet (helemaal) hoe de nieuwe systemen eruit gaan zien.

Daarom hebben we ruimte nodig voor vernieuwing om het oude en het nieuwe systeem bij elkaar te kunnen brengen. Dit zien we bijvoorbeeld terug bij de hernieuwbare energie: de netcongestie zorgt ervoor dat we geen grote zonnevelden of een windmolen aan kunnen sluiten op het elektriciteitsnet. Dus zoeken we naar vernieuwende oplossingen als energiehubs. Vernieuwing kan ook zitten in andere manieren van financiering (van geld gedreven naar waarde gedreven, van kleine bijdragen naar 1 grote bijdrage, van het hoe naar het wat). Ook in de jeugdzorg en de WMO moeten we verder kijken dan de huidige systemen om tot oplossingen te komen. We vragen ruimte en budget om dingen uit te proberen. Bij gezondheid kijken we verder dan het systeem door de samenhang te zoeken met de inrichting van de openbare ruimte.

blz. 13 (van 52)

2.6. Begroting en organisatie in balans De opgaven vragen veel inzet van ons. Tegelijkertijd is er sprake van toenemende werkdruk en een toenemende financiële druk op de organisatie. Daarom zijn we begonnen de begroting en organisatie in balans te brengen: het BOB traject. We moeten keuzes maken. We kunnen niet meer alles doen.

Het maken van deze keuzes verbinden we aan de analyse van de opgaven hierboven. De opgaven worden in balans verbonden. Hierbij maken we scherpe keuzes in tempo, aanpak, houding en gedrag. Juist door de grenzen waar we nu tegenaan lopen in de opgaven, is dit het ideale moment om echt te kiezen en richting te geven. We werken in 2024 aan zes BOB lijnen: 1. Sluitende begroting 2025. Inventariseren van maatregelen die op korte termijn genomen kunnen worden om het financiële tekort in 2025 terug te dringen. Veel van de dekkingsmaatregelen in deze zomernota zijn uit deze actielijn gekomen. 2. Zorggebruik en –kosten. Onderzoek op welke manier het zorggebruik en de zorgkosten in de stad teruggedrongen kan worden. De resultaten van een onderzoek naar duurzame Jeugd zijn reeds verwerkt in hoofdstuk 3. 3. Stedelijke ontwikkeling. De geplande investeringen in de stedelijke ontwikkeling liggen voor de komende jaren 4x zo hoog als dat wat we de afgelopen jaren wisten te realiseren. We stellen onszelf de kritische vraag of dit realistisch is gezien uitdagingen onder andere op netcongestie, stikstof, beschikbaarheid van drinkwater en leveranciers en de krappe arbeidsmarkt. Opzetten van een afwegingskader om projecten te prioriteren en komen tot een integrale programmering met als doel kostenvermindering, werkdrukvermindering en verhoging van uitvoeringskracht. 4. Bedrijfsvoering agenda.

Om de juiste dingen te doen voor Enschede, is het van belang dat onze organisatie op kracht is. Er lopen diverse verbeteracties die ook op elkaar ingrijpen. We brengen die in beeld en prioriteren daarbinnen. Ook brengen we in beeld welke effecten deze verbetertrajecten gaan hebben. 5. Beleid. In beeld brengen van de bijdrage van beleid aan opgaven in de stad, toetsen op realisme en uitvoerbaarheid, uitwerken van voorstellen voor deregulering en neerzetten van een denkkader om nieuw beleid alleen in gang te zetten als dat vanwege de uitvoering noodzakelijk is. 6. Werkdruk. Verminderen van werkdruk door gerichte keuzes in projecten en beleid. In deze zomernota is het jaar 2025 structureel financieel sluitend. Hier hebben we alle energie op gezet en focus op gelegd. We hebben de begroting is in eerste instantie via BOB lijnen 1 en 2 sluitend gemaakt. Voor 2026 is er dan nog steeds een financieel gat te overbruggen. Daarom gebruiken we 2024 en een deel van 2025 om de BOB-lijnen 2-6 verder uit te werken. De financiële vertaling daarvan nemen we mee in de zomernota 2025.

blz. 14 (van 52)

3. Financiële hoofdlijnen 2025-2028 In dit hoofdstuk wordt het middelenkader gepresenteerd voor de periode 2025 t/m 2028. Deze zomernota staan we voor een enorme financiële opgave. Verreweg het meeste geld dat gemeenten krijgen komt vanuit het Rijk. Daarop wordt een forse korting doorgevoerd. Aanvullend hebben we te maken met sterk stijgend kosten voor Jeugdzorg en WMO. Ook zien we nadelen door hoge inflatie over de volle breedte van onze activiteiten. Middelenkader 2025-2028 (x miljoenen euro)

2025

2026

2027

2028

Saldo Gemeentebegroting 2024-2027

1,3

-14,2

-16,8

-14,2

Gemeentefonds

-6,0

3,2

8,7

13,6

Loon en prijscompensatie 2025

-4,4

-2,7

-2,5

-1,7

Knelpunten

-31,8

-31,7

-31,4

-31,9

Prioriteiten

-0,2

-0,3

-0,6

-0,5

Meevallers/scherpe keuzes

27,6

16,5

18,5

20,4

Lokale belastingen

6,3

6,5

6,8

6,9

Saldo middelenkader 2025-2028

-7,2

-22,7

-17,3

-7,3

Structureel saldo 2025-2028

0,0

-16,5

-11,1

-7,2

Weerstandsratio o.b.v. actuele middelenkader 2025-2028

1,94

1,36

0,91

0,65

Bij de start van deze zomernota was de financiële opgave zo’n 40 miljoen euro per jaar. De focus lag daarna op het realiseren van een sluitende begroting in 2025. Dat is gelukt door een pakket aan dekkingsmaatregelen en door terughouden te zijn met beleidsintensiveringen. Voor 2025 komt het structureel saldo uit op 0. De Provincie kijkt met name naar dit kengetal om te bepalen of we onder toezicht komen. We verwachten hiermee geen verzwaard toezicht te krijgen. Wel resteert er nog incidenteel tekort van zo’n 7 miljoen euro. Dit komt voort uit de korting van 675 miljoen euro voor 2025 waar het Rijk ons dit voorjaar nog mee verraste. Het is niet reëel te veronderstellen dat we op deze korte termijn die bezuiniging nog in kunnen vullen. Zeker niet bovenop de grote opgave waar wij al voor stonden. Ook vinden we deze korting onrechtvaardig. Het is een uitruil geweest tegenover het afschalen van de opschalingskorting. Dat was een budgetkorting die eerder aan gemeenten was opgelegd waar ook geen grondslag onder zat. Voor 2026 en verder kiezen we er bewust voor om de begroting niet sluitend te maken. Deze tekorten ontstaan door een korting van 3 miljard euro op het gemeentefonds door het Rijk. Dat betekent voor Enschede ongeveer 30 miljoen euro per jaar minder uitkering. Wij volgen het advies vanuit de VNG en presenteren deze tekorten.

Dit om een duidelijk signaal af te geven naar de provincie en het Rijk. Aan de ene kant wordt van gemeenten verlangd dat ze steeds meer taken oppakken. En dat ze aan steeds meer wettelijke verplichtingen voldoen. We staan voor enorme opgaven op wonen, bestaanszekerheid, energietransitie en (jeugd)zorg. Aan de andere kant wordt het beschikbare budget voor gemeenten drastisch teruggeschroefd. Dit stelt gemeenten voor een onuitvoerbare opdracht. Enschede gaat voorop in de lobby richting het Rijk voor herstel van de balans tussen taken en middelen. Helaas is de regering nog niet tot inkeer gekomen. Mocht dit onverhoopt niet veranderen dan zijn bij de volgende zomernota ingrijpende bezuinigingen nodig. Die zullen vergaande gevolgen hebben voor de aanpak van onze grote maatschappelijke opgaven.

blz. 15 (van 52)

3.1. Uitgangspunten financieel beleid Voor deze Zomernota 2024 zijn de volgende grondslagen en uitgangspunten gehanteerd: Omschrijving

Grondslag

1. Lonen en sociale lasten - indexatie 2025

3,3%

2. Prijzen - indexatie 2025

2,2%

3. Algemene uitkering

Meicirculaire 2024

4. Onroerendzaakbelasting

10% meer opbrengsten (41 euro p/j bij gem. WOZ)

5. Overige lokale heffingen: - Rioolheffing - Afvalstoffenheffing en overige heffingen

- 0% (compensatie woonlastenstijging) - Kostendekkend, minder kwijtschelding variabele deel

6. Omslagrente

1,5%

Toelichtingen: 1. en 2. Loon en prijs indexaties We moeten rekening houden met de stijging van lonen en sociale lasten in 2025. Er is nog geen nieuwe CAO voor gemeenten afgesloten. Daarom maken we een inschatting. Normaal sluiten we aan bij inschattingen in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het voorjaar. Voor 2025 houdt het CEP rekening met 2,2% prijs- en 4,4% loonontwikkeling. Omdat de nu lopende CAO tot 1 april 2025 geen stijging vertoont over de eerste drie maanden van 2025 hebben we deze index met 25% gecorrigeerd tot 3,3% verwachte loonontwikkeling. 3. Algemene uitkering Conform de financiële verordening is de begroting gebaseerd op de meicirculaire van dit jaar en alle circulaires daarvoor. De septembercirculaire 2023 wordt niet meegenomen en pas verwerkt bij de volgende zomernota. Hierdoor sturen we nog slechts 1 keer per jaar bij op het saldo van alle circulaires die in een jaar uitkomen. Dat geeft rust in het bestuurlijke proces. 4. Onroerendezaakbelasting Normaliter wordt de OZB elk jaar geïndexeerd op basis van de inflatie die voorzien wordt in het Centraal Economisch Plan (gemiddelde inflatie over 4 jaren). Ondanks dat in het coalitieakkoord is opgenomen dat we terughoudend omgaan met belastingverhogingen zien we ons genoodzaakt om voor de OZB in 2025 de index van 10% te hanteren.

De woonlastenstijging dempen we vervolgens door keuzes bij riool- en afvalstoffenheffing. 5. Overige lokale heffingen De tarieven voor leges en retributies (onder andere afval en riool) worden bepaald op grond van de begrote kosten en de afgesproken 100% kostendekkendheid. Tariefaanpassingen zijn daarmee een resultante van kostenontwikkelingen. Voor rioolrechten wijken we hiervan in 2025 af. We verhogen in 2025 de tarieven voor rioolheffing niet. Aanvullend beperken we bij de afvalstoffenheffing het aantal ledigingen dat wordt kwijtgescholden van 9 naar 4. Dit vanuit de afweging dat ook huishoudens die het minder breed hebben een sterkere financiële prikkel voelen om hun afval goed te scheiden en de hoeveelheid te beperken. Hiermee dempen we de stijging van woonlasten voor alle burgers. 6. Omslagrente Dit is de gemiddelde rente van leningen die we hebben aangetrokken en aan investeringen in rekening wordt gebracht. Deze kunnen we gelijk houden op 1,5%. Dit doordat de gemiddelde rente van onze leningenportefeuille laag is en voorlopig geen nieuwe leningen nodig zijn.

blz. 16 (van 52)

3.2. Gemeentefonds Onderstaande tabel geeft de mutaties in het gemeentefonds weer sinds de vorige begroting. Het gaat om de uitkomsten van de afgelopen september-, december- en meicirculaire. Onze standaard werkwijze is dat we uit het accres voor het laatste jaar (dit keer 2028) een reservering doen om de loon- en prijsstijging in dat jaar op te kunnen vangen. Uiteraard weten we nu nog niet hoe groot deze dan zullen zijn dus we moeten een aanname doen. Daarbij kijken we naar de gemiddelde loon- en prijsstijging over de afgelopen 20 jaren. Zodoende reserveren we voor 2028 nu 2,07% prijs- en 3,06% loonstijging. Dat vertaalt zich in een bedrag van 11,7 miljoen euro. Gemeentefonds ontwikkeling (in 1.000 euro)

2025

2026

2027

2028

Septembercirculaire 2023

2.641

2.416

9.086

9.086

Decembercirculaire 2023

-25

-25

-25

16.963

Meicirculaire 2024

-8.608

811

-376

-792

Saldo accres gemeentefonds

-5.992

3.202

8.685

25.257

Reservering uit accres voor loon-prijsstijging 2028 Saldo gemeentefonds

-11.659 -5.992

3.202

8.685

13.598

Bovenstaande cijfers wekken de indruk dat de ontwikkelingen in het gemeentefonds positief zijn. Het is echter van belang rekening te houden met het feit dat op een eerder moment een forse uitnamen uit het gemeentefonds is gedaan. Die zijn met bovenstaande mutaties bij lange na niet gerepareerd. We lichten dat hierna verder toe. Eerdere mutaties Zo heeft het kabinet Rutte-4 bij de start 4 miljard euro structureel vanaf 2026 uit het gemeentefonds gehaald. Dit bovenop de lopende bezuiniging van 1 miljard euro op Jeugdzorg. Totaal wordt hiermee ongeveer 10% gekort op het gemeentefonds. Daarbij moet bedacht worden dat zo’n 70% van de lasten van gemeenten voortkomen uit medebewindstaken. Dit zijn taken die ons door het Rijk zijn opgelegd en waar we werken vanuit wettelijke verplichtingen. Helaas gaat de budgetkorting niet gepaard met evenredige taakvermindering op die medebewindstaken. Sterker nog, het Rijk legt steeds meer taken bij gemeenten neer. Bijvoorbeeld op gebieden als zorg, bestaanszekerheid, sociale werkvoorziening, energietransitie en klimaatakkoord, wonen, asielopvang of de wet open overheid. We zien hierop zeker grote verantwoordelijkheid voor gemeenten. Maar kunnen die niet waarmaken zonder adequate financiering. Als de volledige korting op het gemeentefonds opgevangen moet worden in de beperkte vrije beleidsruimte van gemeenten dan heeft dat verstrekkende gevolgen.

De VNG heeft een taskforce laten berekenen dat dit alleen mogelijk is door de OZB met 60% te laten stijgen of door 25% te bezuinigen op die beleidsterreinen waar gemeenten beleidsvrijheid hebben. Denk daarbij aan sport, cultuur, stedelijke ontwikkeling, mobiliteit, economische ontwikkeling of openbaar groen. Dat is hoogst onwenselijk zo niet onhaalbaar en zou grote impact hebben op onze samenleving.

blz. 17 (van 52)

Lobby gemeenten Om deze redenen voeren gemeenten al enige tijd een flinke lobby. Enschede pakt daarin een voortrekkersrol. Lang was deze lobby gericht op het terugdraaien van de uitname uit het gemeentefonds. Het leek er even op dat we de goede kant op bewegen. Het demissionaire kabinet besloot bij de Voorjaarsnota 2023 structureel 1 miljard euro terug te storten. Vervolgens besloot ze ook bij de Voorjaarsnota 2024 de oploop van de opschalingskorting (675 miljoen euro structureel) te schrappen. En werd de toezegging gedaan voor een nieuwe indexatiesystematiek voor WMO kosten (300 miljoen euro structureel). Daarmee heeft het kabinet Rutte-4 uiteindelijk 2 miljard euro hersteld op de uitname van 4 miljard euro. We hadden gehoopt dat de nieuwe regering het resterende deel zou repareren. Helaas zien we dat ze dit nalaten in het hoofdlijnenakkoord. Er zijn mooie woorden opgeschreven over dat gemeenten in staat moeten zijn om adequaat te functioneren. Echter op geen enkele wijze is sprake van herstel op het financiële ravijn waar gemeenten voor staan. Sterker nog, het lijkt erop dat gemeenten te maken krijgen met een nieuwe korting van 640 miljoen euro. Ditmaal op de specifieke uitkeringen. Per saldo kijken we daarmee nog steeds aan tegen een korting van 2,5 a 3 miljard euro per jaar vanaf 2026. Aanvullend staat in het hoofdlijnenakkoord ook dat de OZB stijging wordt gemaximeerd.

Daarmee wordt de beleidsvrijheid van gemeenten nog verder ingeperkt. Ook wordt het klimaatfonds gekort met 1,2 miljard euro. En ontstaat er mogelijk extra druk op gemeentelijke subsidies door de BTW verhoging bij sport en cultuur. Daarmee laat de nieuwe regering zien de zorgen van gemeenten niet serieus te nemen. Net als bij het vorige kabinet lijkt het erop dat ook deze regeringsperiode weer een slechte start wordt gemaakt in de samenwerking tussen Rijk en gemeenten. Takengesprekken VNG-Rijk Het lijkt er dus steeds meer op dat het financiële ravijn onafwendbaar is. Als we het werkelijk met minder geld moeten doen dan is het niet meer dan reëel dat er ook keuzes worden gemaakt op taken die we uitvoeren. We hebben het voortouw genomen om de VNG hiertoe aan te sporen het gesprek met het Rijk aan te gaan. Dit met 2 bijna unaniem aangenomen moties bij de ALV van de VNG. Hiermee heeft de VNG de opdracht om per direct met het nieuwe kabinet in gesprek te gaan over de mate waarin de beoogde uitvoering van medebewindstaken en de realisatie van kabinetsambities nog mogelijk is. Dit met de insteek om de balans tussen taken en middelen bij gemeenten weer te herstellen. In de tussentijd hebben we de VNG opgeroepen geen nieuwe taken of uitbreiding in bestaande taken van gemeenten te accepteren. En in beeld te brengen in hoeverre bestuurlijke akkoorden nog kunnen worden uitgevoerd.

Daarbij uiteraard zorg te dragen dat de meest kwetsbare groepen in onze samenleving hierdoor niet in de knel komen. Het ravijn 2026 is al dichtbij. VNG en Rijk moeten vaart maken met het takengesprek. Bij de volgende zomernota moet duidelijk zijn wat dit oplevert. In de tussentijd bereiden we ook voorstellen voor hoe bij te sturen mocht er geen verbetering komen in financieel perspectief van gemeenten. Dit langs de BOB actielijnen die in het vorige hoofdstuk zijn benoemd.

blz. 18 (van 52)

3.3. Loon- & prijscompensatie We moeten nu aannames doen hoeveel de lonen- en prijzen in 2025 en verder zullen stijgen. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe hoog dat zal zijn. Door de aanhoudend hoge loonstijgingen is wel sprake van een knelpunt. Voor 2026 en verder rekenen we op dit moment weer met een loon- en prijsstijging die weer normaliseert rond het langjarig gemiddelde. Mede doordat de sterke loon- en prijsstijging van 2024 en 2025 ook doorwerkt naar de toekomst zien we dat in de stelpost onvoldoende geld gereserveerd is. Het gaat structureel om ongeveer 1,6 miljoen euro. Loon- en prijs ontwikkelingen 2025 (in 1.000 euro)

2025

2026

2027

2028

1. Verwerking CAO 2024 (tot 1 april 2025)

-3.862

-3.862

-3.862

-3.862

2. Loonkosten ontwikkeling 2025 (o.b.v. 3,3%)

-9.240

-9.240

-9.240

-9.240

3. Prijs ontwikkeling 2025 (o.b.v. 2,2%) 4. Loon- en prijscompensatie tekort Gemeenschappelijke regelingen

-3.300

-3.300

-3.300

-3.300

-1.474

-1.474

-1.474

-1.474

Saldo loon- en prijscompensatie

-17.876 -17.876 -17.876

-17.876

5. Dekking uit reserve loon-en prijscompensatie

2.919

-

-

-

6. Dekking uit stelpost loon- en prijscompensatie

10.552

15.159

15.373

16.212

Saldo loon- en prijscompensatie

-4.405

-2.717

-2.503

-1.664

Toelichting op loon- en prijsontwikkelingen 2025 1. Verwerking CAO 2024 Voor 2024 is 4,2% looncompensatie toegekend in de Gemeentebegroting 2024. De CAO voor 2024 (met looptijd van 1 januari 2024 tot 1 april 2025) viel hoger uit. De budgetten vanaf 2025 worden verhoogd naar het niveau dat aansluit bij de daadwerkelijke loonstijging vanuit deze CAO-wijziging. 2. Loonkosten ontwikkeling 2025 Het CPB gaat in de prognoses van het Centraal Economisch Plan (CPB) uit van een loonstijging van 4,4% vanaf 2024. De huidige CAO gemeenten loopt tot 1 april 2025. Voor daarna is nog onbekend welke loonstijging in een nieuwe CAO (vanaf 1 april 2025) wordt overeengekomen. We hanteren de raming van het CPB als uitgangspunt maar omdat er over de eerste maanden van 2025 sowieso geen sprake van loonstijging corrigeren we hiervoor de verwachte loonontwikkeling over 2025 naar 3,3% nominaal over het gehele jaar bezien. Op basis van een beoordeling van alle loongevoelige begrotingsposten leidt dit tot een nadeel van 9,2 miljoen euro. Op basis van de daadwerkelijke CAO gemeenten zal bepaald worden of op een later moment een correctie nodig is. 3. Prijs ontwikkeling 2025 Het CPB gaat in de prognoses van het Centraal Economisch Plan uit van een inflatie van 2,2% in 2025 (prijs van de materiele overheidsconsumptie).

Op basis van een beoordeling van alle prijsgevoelige begrotingsposten leidt dit tot een nadeel van 3,3 miljoen euro.

blz. 19 (van 52)

4. Loon-prijscompensatie Gemeenschappelijke Regelingen Gemeenschappelijke Regelingen hebben ook te maken met loon- en prijsstijging. Zij stellen hun begroting voor volgend jaar eerder op dan ons. Daarom baseren zij zich op verwachtingen ten tijde van Prinsjesdag van vorig jaar. Destijds ging het CPB uit van 5,3% loonstijging in 2025. Inmiddels heeft het CPB de verwachtingen naar beneden bijgesteld en begroten wij zelf met 3,3%. Het lijkt er daarmee op dat deze partijen aan de voorkant een te hoge indexatie krijgen. Afspraak is dat achteraf op basis van de werkelijke loon- en prijsstijging verrekend wordt. Voor 2026 e.v. anticiperen we daarom op een meevaller van 500.000 euro, deze is opgenomen in de lijst met dekkingsmaatregelen in paragraaf 3.5. Over 2024 was aan de voorkant slechts 2% loonindexatie aan Gemeenschappelijke Regelingen toegekend. De lonen stegen echter met 6%. 5. Dekking uit egalisatiereserve loon-prijscompensatie Omdat de inflatie jaar in jaar uit kan fluctueren werken we met een egalisatiereserve. In jaren dat we de stelpost loon- en prijscompensatie te ruim hebben begroot wordt het overschot in deze egalisatiereserve gestopt. Dan kunnen we de egalisatiereserve aanspreken om dat nadeel tijdelijk op te vangen. Omdat de loon- en prijsstijging al enige tijd hoog is resteert in die egalisatiereserve nog slechts 2,9 miljoen euro. 6.

Dekking uit stelpost loon-prijscompensatie Elk jaar reserveren we een bedrag om de loon- en prijsstijging op te vangen. Voor 2025 staat daar 10,5 miljoen euro op. Helaas vallen de loon- en prijsstijgingen in 2025 hoger uit dan waar we een aantal jaren terug mee hebben gerekend. Het nadeel voor 2025 zelf verwerken we door een onttrekking uit de egalisatiereserve en het opvoeren van het resterende bedrag als knelpunt in het middelenkader. De loon en prijscompensatie die zich in 2025 voordoet werkt ook door naar 2026 en verder. We onttrekken ook uit de bedragen die we voor die jaren in de stelpost hadden gereserveerd alvast een deel om de stijgingen uit 2025 mee op te vangen. Per saldo resteert per jaar echter nog steeds een tekort omdat we niet verder kunnen interen op die gereserveerde bedragen. Aanname is nu dat we uitgaan van dat in 2026 en verder de loon- en prijsstijging iets onder het gemiddelde niveau van de afgelopen 20 jaar zit. Mocht zich dat niet voordoen leidt dat tot knelpunten in volgende jaren.

3.4. Knelpunten Het college acht de onderstaande onderwerpen absoluut noodzakelijk om mee te nemen in de financiële opgave. De onderwerpen zijn onder te verdelen in 4 categorieën: • • • •

Knelpunten die zijn ontstaan door de hoge inflatie van afgelopen jaren. Op de genoemde onderwerpen is dit niet op te vangen binnen bestaande budgetten. Knelpunten gerelateerd aan volumeontwikkeling. Door een onontkoombare toename van het volume bij bijvoorbeeld jeugd of Wmo nemen de kosten ook toe. Knelpunten gerelateerd aan personeel. Het betreft uitbreiding van personeel die onontkoombaar is vanuit extra (wettelijke) taken of eerder genomen raadsbesluiten. Overige knelpunten, waaronder digitalisering / IT en bij verbonden partijen.

blz. 20 (van 52)

Programma Knelpunt (in 1.000 euro)

I/S

2025

2026

2027

2028

V&S

1. Landelijk tarief jeugdbescherming/reclassering

S

-488

-488

-488

-488

V&S

2. Niet gedekte loon- en prijsstijging tarieven Jeugd

S

-2.450

-2.450

-2.450

-2.450

V&S

3. Tariefeffect inkoop Jeugdhulp - tarief

S

-5.000

-5.000

-5.000

-5.000

V&S

4. Tariefeffect inkoop Jeugdhulp - overig

S

-5.000

-5.000

-5.000

-5.000

V&S

5. Tariefeffect inkoop Jeugdhulp - OJA

S

-935

-935

-935

-935

V&S

6. Niet gedekte loon- en prijsstijging tarieven Wmo Begeleiding 2024

S

-725

-725

-725

-725

V&S

7. Niet gedekte loon- en prijsstijging tarieven Wmo Huishoudelijke Ondersteuning 2024

S

-780

-780

-780

-780

V&S

8. Sportaal indexatie lonen

S

-209

-209

-209

-209

V&S

9. SES loon- en prijscompensatie

S

-70

-70

-70

-70

DWLW

10. Exploitatie Museumfabriek

S

-75

-75

-75

-75

DWLW

11. Indexatie samenwerkingspartners

S

-144

-144

-144

-144

DWLW

12. Gestegen elektriciteitskosten Openbare Verlichting

S

-290

-290

-290

-290

Totaal knelpunten inflatie gerelateerd

-16.166 -16.166 -16.166 -16.166

V&S

13. Autonome groei Jeugdhulp

S

-4.085

-4.085

-4.085

-4.085

V&S

14. Stijging zorgkosten per client Ondersteuning Lokaal (Wmo)

S

-2.513

-2.513

-2.513

-2.513

V&S

15. Volumegroei Ondersteuning Lokaal (Wmo)

S

-482

-482

-482

-482

V&S

16. Wijkteams personele inzet irt volumegroei

S

-450

-450

-450

-450

V&S

17. Sociaal-Medische Indicatie (SMI)

S

-200

-200

-200

-200

DWLW

18. Museum Buurtspoorweg matching

I

-77

DWLW

19. Gestegen kosten onderhoud en schade/vandalisme, Openbare verlichting

I

-123

-123

DWLW

20. Areaaluitbreiding Stadsdeelbeheer

S

-582

-582

-582

-620

F&O

21. Areaal Bedrijfsvoering

S

-1.070

-1.070

-1.070

-1.070

-9.582

-9.505

-9.382

-9.420

Totaal knelpunten volume gerelateerd DWLW

22. Wettelijke taak illegaal grondgebruik terugdringen

S

-250

-250

-250

-250

S&B

23. Uitbreiding wetgeving Burgemeestersbevoegdheid en WOO

S

-120

-120

-120

-120

F&O

24. Rechtmatigheidsverantwoording

S

-150

-150

-150

-520

-520

-520

Totaal knelpunten personeel gerelateerd

blz. 21 (van 52)

-370

Programma Knelpunt (in 1.000 euro)

I/S

2025

2026

2027

V&S

25. Clustering sportparken later realiseren

V&S

S

-163

-128

-87

26. Samen Twente : Informatieveiligheid GR

S

-294

-294

-294

-294

V&S

27. Samen Twente: Forensische dienstverlening

I

-114

-114

V&S

28. Samen Twente: Woningvervuiling en Milieu en gezondheid

I

-51

V&S

29. Stelpost onderuitputting Sociaal domein

S

-3.500

-3.500

-3.500

-3.500

DWLW

30. Exploitatiebijdrage Twente Airport

S

-52

-99

-360

-538

DWLW

31. Technische vervanging en onderhoud speeltoestellen

I

-176

-251

S&B

32 Kennispunt

S

-75

-75

-75

-75

S&B

33. VNG-GGU

S

-110

-110

-110

-110

F&O

34. Vervanging NedBrowser & NedBGT

S

-160

-95

-95

-95

F&O

35. Licenties ArcGIS Pro

S

-80

-80

-80

-80

F&O

36. Vervanging financieel applicatie landschap; software / licenties

S

-300

-300

-300

-300

F&O

37. Vervanging financieel applicatielandschap; implementatie

I

-500

F&O

38. Vervanging e-Suite door PodiumD

S

-245

-220

-200

F&O

39. E-depot

S

-200

-230

-380

F&O

40. Onderwijshuisvesting

S

-120

2028

-200

Totaal knelpunten overig

-5.643

-5.392

-5.351

-5.774

Totaal alle knelpunten

-31.761 -31.583 -31.419 -31.880

Toelichting op de knelpunten 1. Landelijk tarief jeugdbescherming/reclassering Het knelpunt ontstaat door de invoering van landelijke tarieven voor de Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (JB/JR). De tarieven stijgen daarmee fors (gemiddeld 21%) en dat is bedoeld om de personele knelpunten op het gebied van caseload bij de gecertificeerde instellingen (GI's) te verlagen. 2. Niet gedekte loon- en prijsstijging tarieven Jeugd Indexatie vindt plaats op basis van de gemeentelijke loon- en prijsindexatie. Voor 2024 was dit 4% (op basis van 75% loon- en 25% prijsgevoeligheid). De feitelijke indexering in 2024 bedraagt 7,44% op basis van het normatieve kader voor de reële prijs. Dit tekort in percentage (3,4%) kan niet binnen de bestaande budgetten voor Jeugd worden opgevangen. 3. Tariefeffect inkoop Jeugdhulp – tarief Uit de impactanalyse van de regionale inkoop komt een gemiddelde stijging van 16% naar voren. Op basis van de onderliggende data kan hiervan de helft als tariefeffect worden beschouwd. Het gaat daarbij om de aanpassing van de "tariefparameters" zoals CAO, ziekteverzuim, overhead, productiviteit etc. Deze tariefparameters moeten worden aangepast conform de wettelijke vereisten van het hanteren van een "reëel tarief".

blz. 22 (van 52)

4. Tariefeffect inkoop Jeugdhulp – overig Uit de impactanalyse van de regionale inkoop komt een gemiddelde stijging van 16% naar voren. Op basis van de onderliggende data kan hiervan de helft als tariefeffect worden beschouwd. De andere helft ontstaat met name op het onderdeel "Wonen&Verblijf" waar landelijke afspraken gelden op de ombouw van woonvoorzieningen naar kleinschaligheid. Hiervoor zijn incidentele middelen beschikbaar gesteld door het Rijk. Structurele effecten worden geacht terug verdiend te worden door ambulante alternatieven en kortere doorlooptijden van zorg. 5. Tariefeffect inkoop Jeugdhulp – OJA De Onderwijsjeugdhulparrangementen (OJA) worden lokaal ingekocht maar volgen bij de tarifering en de indexatie wel de regionale uitgangspunten. De basisbudgetten voor OJA moeten derhalve verhoogd worden met de uitkomsten van de regionale tariefeffecten. 6. Niet gedekte loon- en prijsstijging tarieven Wmo Begeleiding (BG) 2024 Indexatie vindt plaats op basis van de gemeentelijke loon- en prijsindexatie. Voor 2024 was dit 4% (op basis van 75% loon- en 25% prijsgevoeligheid). De feitelijke indexering in 2024 bedraagt 7,44% op basis van het normatieve kader voor de reële prijs. Dit tekort in percentage (3,4%) kan niet binnen de bestaande budgetten voor Wmo worden opgevangen. 7.

Niet gedekte loon- en prijsstijging tarieven Wmo Huishoudelijke Ondersteuning 2024 Indexatie vindt plaats op basis van de gemeentelijke loon- en prijsindexatie. Voor 2024 was dit 4% (o.b.v. 75%loon en 25% prijsgevoeligheid). De feitelijke indexering in 2024 bedraagt 8%. Dit tekort in percentage (4%) kan niet binnen de bestaande budgetten voor Wmo worden opgevangen. 8. Sportaal indexatie lonen De indexatie van Sportaal is gebaseerd op het prijsindexcijfer nationale bestedingen. Dit is de afgelopen 3 jaar fors lager dan de feitelijke loon -en prijsontwikkeling. De loonstijging voor Sportaal in 2025 is 3,7% hoger dan het gecompenseerde indexcijfer van 2,8%. Dat leidt voor Sportaal tot een knelpunt van 209.000 euro. 9. SES loon- en prijscompensatie Als gevolg van de loon- prijsontwikkelingen wordt de Stichting Enschedese Speeltuinen (SES) geconfronteerd met een knelpunt van 70.000 euro. De feitelijke kostenstijging bij de SES is hoger dan de gemeentelijke compensatie op het subsidiebedrag. De SES heeft geen mogelijkheden om deze extra kostenstijging zelf op te vangen. De SES is een kleine organisatie met veel welzijnsimpact waar nauwelijks tot geen ruimte is om financiële tegenvallers op te vangen. Bezuinigen op onderhoud, beheer of activiteiten levert financieel slechts weinig, maar heeft vergaande gevolgen voor veiligheid, leefbaarheid en meedoen in de samenleving. 10.

Exploitatie Museumfabriek In 2015 besloot de raad om 600.000 euro te bezuinigen op De Museumfabriek (DMF). De bezuiniging was gericht op het efficiënter maken van de exploitatie door het verminderen van vaste lasten. Onderdeel hiervan was het aankopen van het pand, waarin DMF is gevestigd. In 2020 stemde de raad in met een garantstelling voor de aankoop van het pand voor een periode van 30 jaar. Inhoudelijk ontwikkelt de Museumfabriek goed. Er zijn 150 vrijwilligers verbonden, de bezoekersaantallen liggen hoger dan voor corona en het aantal kinderen en jongeren dat via het onderwijs de Museumfabriek bezoekt groeit.

blz. 23 (van 52)

De ontwikkelingen van de afgelopen jaren (corona, de energiecrisis en de stijging loon- en prijscompensatie) hebben een structureel effect op de exploitatie van DMF. DMF is hierdoor kwetsbaar geworden. Om inzicht te krijgen in de exploitatie en mogelijke oplossingen heeft Berenschot in 2023 een onderzoek gedaan. Wat we nu voorstellen is een combinatieaanpak. We verhogen structureel de subsidie. Daarnaast investeren wij incidenteel via de transitievergoeding. Hierdoor ontstaat structureel ruimte. De incidentele investering in duurzaamheidsmaatregelen leveren naar verwachting 35.000 euro tot 40.000 euro structureel op. Dit betekent dat we minder structureel extra hoeven te investeren. Anders was het 75.000 euro plus 40.000 euro geworden. Als DMF de 75.000 euro niet jaarlijks ontvangt, dan zorgt dit voor een negatieve meerjarenbegroting. Met een negatieve begroting is het niet mogelijk om fondsen aan te vragen. Dit geldt ook voor de aanvraag voor de Basisinfrastructuur van het Rijk. De randvoorwaarde hierbij is dat DMF financieel gezond is. Er zijn dan geen middelen om nieuwe tentoonstellingen te ontwikkelen. Dat heeft effect op het aantal bezoekers en op de inkomsten. 11.

Indexatie Samenwerkingspartners Gemeente Enschede heeft een verplichting naar de samenwerkingspartners in het Recreatieschap (bestaande uit gemeente Enschede en de 13 andere Twentse gemeentes), om indexering toe te passen op de exploitatiebijdragen. In de jaarrekening 2023 is hiervoor een totale bijdrage uitbetaald van 789.000 euro. Hiervoor was een bedrag van 724.000 euro begroot. De begroting dient daarvoor structureel te worden verhoogd met 65.000 euro om de totale begrote bijdrage weer op afgesproken niveau te krijgen. Dit niveau is aangehouden als structurele verplichting vanaf 2024 boven op de reguliere loon en prijscompensatie. Gemeente Enschede heeft een verplichting naar de samenwerkingspartner gebiedsorganisatie Kennispark om indexering toe te passen op de exploitatiebijdragen. De gebiedsorganisatie bestaat uit Universiteit Twente (UT), Vastgoed en Ondernemers Kennispark (VONK) en gemeente Enschede en zij dragen allen evenredig bij. In de jaarrekening 2023 is hiervoor een totale bijdrage uitbetaald van 169.000 euro. Hiervoor was een bedrag van 158.000 euro begroot. De begroting dient daarvoor structureel te worden verhoogd met 11.000 euro om de totale begrote bijdrage weer op afgesproken niveau te krijgen. Dit niveau is aangehouden als structurele verplichting vanaf 2024 boven op de reguliere loon en prijscompensatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=be63da9e-186c-4e52-8a80-5dfaa25d74d2