Zienswijzeverslag_Energievisie
Tekst van het document
2.06
2.07
Kijk ook naar mogelijkheden (tot verbetering van) kleine windturbines.
In de Beleidsregels voor windenergie hebben we hier een regeling voor opgenomen.
Inspreker: 226 De ontwerp-Energievisie stelt de bewoners van 4 woonkernen aan allerlei risico's bloot.
Zie het antwoord op de onder 2.02 gegeven punten.
Insprekers: 216, 219, 221, 235, 279, 281 51
2.08
Er is geen draagvlak voor het plaatsen van windmolens Insprekers: 10, 11, 15, 21, 24, 25, 27, 28, 31, 32, 35, 36, 37, 41, 43,44, 49, 50, 55, 56, 57, 58, 61, 62, 66, 67, 70, 71, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 87, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 111, 112, 113, 114, 115, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 167, 169, 183, 186, 190, 191, 197, 201, 204, 208, 209, 211, 215, 216, 217, 218, 219, 221, 223, 224 ,227, 228, 232, 234, 235, 238, 252, 254, 259, 262, 264, 267, 268, 270, 274, 275, 278, 282, 284, 287, 288, 290, 291, 293, 294, 295, 297, 300, 301, 302, 318, 320, 324, 329, 330, 331, 332, 333, 334
De gemeente hecht belang aan de opvatting van inwoners over de maatregelen die in de Energievisie worden beschreven. De Energievisie stelt daarom eisen aan: - de manier waarop inwoners bij nieuwe plannen worden betrokken; - het besluitvormingsproces bij de beoordeling van nieuwe projectvoorstellen; - mogelijkheden voor inwoners om van energieprojecten te profiteren. We constateren echter ook dat draagvlak een complex begrip is, dat zowel op steun voor als op de afwezigheid van verzet tegen een maatregel betrekking kan hebben. Voor zowel de steun als het verzet geldt dat die zich zowel in een passieve als actieve vorm kan manifesteren. Het stilzwijgend op afstand steunen van een ‘groene’ politiek maakt er net zo goed deel vanuit als het indienen van een reactie tegen het voorgestelde beleid. Relevant is bovendien dat er geen wet bestaat, die bepaalt dat een ruimtelijke ontwikkeling alleen door kan gaan als daarvoor voldoende draagvlak bestaat. Sterker nog, de Algemene wet bestuursrecht eist dat de gemeente bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen vergaart (artikel 3:1) en de rechtstreeks bij een besluit betrokken belangen afweegt (artikel 3:4).
2.09
2.10
Gemeente kan niet tot vaststelling overgaan gelet op alle weerstand en nadelige gevolgen voor omwonenden (zuid Eschmarke) Inspreker: 252 De windmolens komen veel te dicht bij woningen te staan Inspreker: 3, 5, 6, 7, 11, 14, 15, 20, 21, 22, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 35, 36, 37, 43, 44,
De Energievisie voorziet niet in de bouw van grote windturbines in de Eschmarke. Zie ook het antwoord bij het vorige punt.
In de beleidsregels voor windenergie is vastgelegd dat benutting van de daarin aangewezen windturbinelocaties alleen is toegestaan, als kan worden aangetoond dat voldaan kan worden aan alle van toepassing zijnde regelgeving. 52
46, 47, 49, 50, 51, 53, 55, 56, 57, 58, 61, 62, 66, 67, 70, 71, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 85, 87, 88, 92, 94, 95, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 108, 111, 112, 113, 114, 115, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 167, 170, 175, 177, 183, 195, 197, 206, 209, 215, 216, 217, 218, 219, 221, 223, 229, 235, 238, 259, 262, 264, 266, 267, 268, 270, 275, 282, 284, 286, 287, 288, 291, 293, 294, 295, 297, 300, 301, 302, 307, 323, 329, 330, 331, 332, 333, 334 Advies vanuit LUMC is 10 x de tiphoogte minimale afstand. Inspreker: 330 2.11
Doelstellingen voor 2030 worden al (bijna) behaald met huidige initiatieven (dus windmolens zijn niet nodig)
Met de Energievisie beogen we een invulling te geven aan datgene wat het Klimaatakkoord van gemeenten vraagt.
Inspreker: 11, 15, 21, 24, 25, 27, 28, 32, 35, 36, 37, 41, 43, 44, 55, 56, 57, 58, 61, 62, 66, 67, 70, 71, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 87, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 111, 112, 113, 114, 115, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 183, 197, 215, 216, 217, 218, 219, 221, 223, 227, 235, 238, 248, 259, 262, 264, 267, 268, 274, 275, 282, 284, 287, 288, 291, 293, 294, 295, 297, 300, 301, 302, 329, 330, 331, 332, 333
In het Klimaatakkoord wordt van regio’s gevraagd om strategieën op te stellen, die leiden tot de productie van 35 TWh aan zonne- en windenergie in 2030. In 30 regio’s worden op dit moment aan zogenaamde regionale energiestrategieën (RES’en) gewerkt.
Doelstelling 2050 wordt zelfs al gehaald Inspreker: 52
Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft berekend dat de optelsom van de regionale plannen leidt tot een bod van 52,5 TWh. De realisatie van de regionale plannen is echter met de nodige onzekerheid omgeven. Nadere verkenning levert een inschatting voor hernieuwbare elektriciteitsproductie in 2030 op met een bandbreedte van 31,2 tot 45,7 TWh, en een middenwaarde van 38,2 TWh. Of het doel van 35 TWh wordt gehaald, is daarom nog geen gegeven. Het is ons bekend dat de aangehaalde Lector Martien Visser een rooskleuriger kijk op de 53
zaak heeft. Het verschil in opvatting laat zich verklaren door een verschillende kijk op de onzekerheden die de plannen voor hernieuwbare energie omgeven. De gemeente hecht aan de door de Planbureau voor de Leefomgeving uitgesproken verwachting een grotere waarde, dan aan die van de heer Visser. 2.12
Andere EU landen hanteren andere (strengere) regels/richtlijnen betreffende waar windmolens mogen staan (bijvoorbeeld Duitsland grotere afstand tot woonhuizen) Insprekers: 11, 21, 24, 25, 27, 28, 29, 32, 35, 36, 37, 42, 43, 44, 46, 49, 50, 55, 56, 57, 58, 61, 62, 66, 67, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 87, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 108, 111, 112, 113, 114, 115, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 183, 190, 195, 196, 197, 209, 211, 217, 218, 223, 227, 229, 230, 232, 238, 248, 259, 262, 264, 267, 268, 274, 275, 284, 287, 288, 291, 293, 294, 295, 297, 298, 300, 301, 302, 329, 330, 331, 332, 333
2.13
De passage “Algemeen belang voor individuele belangen” wekt verbazing. Zo is de belofte van de wethouder om geen windmolens in een specifiek stadsdeel te plaatsen onrechtvaardig richting andere stadsdelen. Ook heeft dit gebied al veel ontwikkelingen gehad. Het voelt alsof we het afvalputje van Enschede aan het worden zijn.
In de EU is de ruimtelijke ordening een zaak van de nationale wetgever en elk EU land kent z’n specifieke ruimtelijke criteria en afwegingsmethodes op dit gebied. Wij houden vast aan de Nederlandse ruimtelijke-, milieuen afstandsnormering waarin rekening wordt gehouden met de complexe ruimtelijke situatie in Nederland die soms leidt tot een andere afweging dan in andere EU landen.
Voor een toelichting op de keuze voor de zoekgebieden voor windenergie wordt op deze plaats verwezen naar de tekst onder het kopje Milieueffectrapport, in deel 1 van dit verslag. Zie ook de reactie bij 2.15
Insprekers: 11, 21, 27, 28, 32, 35, 36, 37, 44, 55, 57, 58, 61, 66, 67, 70, 71, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 87, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 54
106, 107, 112, 113, 115, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 137, 138, 139, 141, 142, 143, 145, 147, 148, 149, 150, 152, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 183, 195, 197, 217, 218, 223, 235, 238, 259, 262, 264, 275, 282, 284, 287, 288, 291, 293, 294, 295, 300, 301, 302, 318, 329, 330, 331, 332, 333 2.14
De lusten en lasten van windenergie worden niet eerlijk verdeeld Inspreker: 11, 21, 24, 25, 27, 28, 35, 36, 37, 43, 44, 49, 50, 55, 56, 57, 58, 61, 62, 66, 67, 70, 71, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 87, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 111, 112, 113, 114, 115, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 183, 197, 217, 218, 220, 223, 227, 228, 235, 238, 239, 240, 252, 259, 262, 264, 266, 267, 268, 275, 282, 284, 287, 288, 291, 293, 294, 295, 300, 301, 302, 329, 330, 331, 332, 333
2.15
Enschede-West heeft de afgelopen jaren al genoeg voor de kiezen gekregen (denk aan Helmerhoek, Zwering, Marssteden, Josink Es, Rijksweg 35/Westerval, zomerhuisjesterrein, Groote Plooy, vullen van zoutcavernes). De landschappelijke en ecologische kwaliteiten van deze omgeving hebben hier erg van te lijden. Inspreker: 215, 216, 219, 221, 227, 232, 235, 248, 266, 278 , 322, 329
U constateert terecht dat de Energievisie alleen in het stadsdeel West de plaatsing van windturbines mogelijk maakt. De stelling dat die keuze strijdig zou zijn met het gelijkheidsbeginsel, verwerpen wij echter. Het gelijkheidsbeginsel, zoals dat in artikel 1 van de Grondwet is neergelegd, verplicht de overheid ertoe om gelijke gevallen gelijk te behandelen en verbiedt discriminatie. Van gelijke gevallen is echter geen sprake. De mogelijkheden voor de plaatsing van windturbines verschillen per stadsdeel. En de keuze voor de locaties langs de N18 is terug te voeren op planologische overwegingen en bestuurlijke afwegingen.
De mens heeft het landschap in Nederland door de eeuwen heen naar zijn hand gezet, telkens wanneer nieuwe wensen en behoeften zich aandienden. Er werd ruimte gemaakt om voedsel te verbouwen, om te wonen. Later kwamen de dijken, kanalen en wegen en ontstonden er dorpen en steden. Dit hebben we ook in Enschede zien gebeuren. En de ontwikkelingen die u schetst hebben de fysieke omgeving weliswaar veranderd, maar zeker niet alleen in negatieve zin. En daar heeft bovendien ook veel tegenover gestaan. Denk aan de gezinnen die er aan een woning zijn geholpen, of aan de werkgelegenheid die dit heeft opgeleverd.
55
Meer in zijn algemeenheid merken we op dat ruimte in Nederland schaars is, dat de overheid ruimtelijke ontwikkelingen kan sturen en dat zij zich daarbij laat leiden door wat een + van haar vraagt. Daarbij vindt er altijd een afweging van belangen plaatst. En dat is ook nu weer aan de orde, nu de opwarming van de aarde vraagt om ruimte voor de duurzame opwek van energie. 2.16
Er is al heel veel overlast in het gebied waar de windmolens gepland staan/ er moet al veel worden ingeleverd. Bijvoorbeeld de A35, N18, Grolsch, festivals en vliegtuigjes, windmolens in Duitsland, hoogspanningsleidingen etc.
Zie het antwoord bij het vorige punt.
Inspreker: 9, 14, 21, 49, 50, 51, 85, 104, 112, 134, 164, 165, 168, 170, 175, 185, 215, 218, 260, 266, 272 2.17
De huidige locaties geselecteerd voor windenergie zijn niet geschikt (rendement is in deze regio laag) Insprekers: 11, 15, 21, 24, 25, 27, 28, 32, 35, 36, 37, 43, 44, 49, 50, 51, 55, 56, 57, 58, 61, 62, 66, 67, 70, 71, 73, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 87, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 109, 111, 112, 113, 114, 115, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 172, 173, 183, 186, 191, 197, 199, 201, 204, 205, 215, 216, 217, 218, 219, 221, 223, 224, 227, 235, 238, 243, 248, 259, 262, 264, 267, 268, 270, 275, 282, 284, 287, 288, 291, 293, 294, 295, 300, 301, 302, 306, 329, 330, 331, 332, 333
2.18
Windenergie is in Enschede in algemene zin een slecht idee/ ik ben tegen windmolens (geen verdere toelichting)
Het klopt dat de gemiddelde windsnelheid in dit deel van het land lager is, dan bijvoorbeeld aan de kust. Maar daarmee is deze regio nog niet ongeschikt voor het opwekken van windenergie. De SDE++-regeling, een subsidieregeling waarmee de Rijksoverheid duurzame energieproductie en CO2-reductie stimuleert, compenseert de lagere energieopbrengst met een iets hogere exploitatiebijdrage, zodat er ook in deze regio rendabel windenergie kan worden geproduceerd.
In het Klimaatakkoord staat dat er in 2030 tenminste 35 TWh aan duurzame elektriciteit met windturbines en zonnepanelen op land 56
Insprekers: 12
geproduceerd moet worden. Windenergie is een betrouwbare en efficiënte bron van duurzame energie die nu al volop beschikbaar is. De techniek voor wind op land is voldoende ontwikkeld om windenergie op grote schaal toe te passen. Het is ook een van de goedkoopste manieren om duurzame energie op te wekken. De productie van windenergie is bovendien van belang voor de stabiliteit van ons energiesysteem. Zo staat er vaak op een donkere dag meer wind. En is het vaak windstil bij stralend weer. De combinatie zorgt dus voor een stabielere duurzame energieproductie.
2.19
De gemeente moet de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel in acht nemen. In die verordening staat dat windturbines niet zijn toegestaan in gebieden die gerekend worden tot het Natuurnetwerk Nederland. Inspreker: 216, 219, 221, 235, 306
2.20
Uit de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel vloeit voort dat de verantwoordelijkheid om planologisch ruimte te maken voor windturbines bij gemeenten ligt. Voor alle initiatieven voor windenergie geldt dat locatiekeuze en ontwerp passend moeten zijn bij de gebiedskenmerken. Het is juist dat de Omgevingsverordening de plaatsing van windturbines in gebieden die gerekend worden tot het Natuurnetwerk Nederland niet toestaat. De zoekgebieden voor windenergie maken daar echter ook geen deel van uit.
De beoogde windturbines worden midden tussen of zeer dicht bij het Natuur Netwerk Nederland/vlak bij Natura 2000 gebied geplaatst. De kans op verstoring van wezenlijke waarden en kenmerken is dan ook zeer aannemelijk.
Zoals wij onder meer bij 2.19 aangaven, is de plaatsing van windturbines in gebieden die gerekend worden tot het Natuurnetwerk Nederland niet toestaat. De zoekgebieden voor windenergie maken daar echter ook geen deel van uit.
Inspreker: 11, 15, 21, 24, 25, 27, 28, 32, 35, 36, 37, 41, 43, 44, 49, 50, 51, 55, 56, 57, 58, 61, 62, 66, 67, 70, 71, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 87, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 111, 112, 113, 114, 115, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 146,
De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied bedraagt circa 2200 meter. Wat betreft de afstand van windturbines tot natuurgebieden zijn er geen vaste aan te houden afstanden. Welke afstand toelaatbaar is, hangt af van de effecten die kunnen optreden en de aard van het natuurgebied. Bij Natura 2000-gebieden is er sprake van externe 57
2.21
147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 183, 197, 210, 217, 218, 223, 238, 252, 259, 262, 264, 267, 268, 275, 282, 284, 287, 288, 291, 293, 294, 295, 300, 301, 302, 324, 329, 330, 331, 332, 333
werking, wat betekent dat nagegaan dient te worden of de windturbines een significant negatieve invloed zouden kunnen hebben op de natuurdoelen die aangewezen zijn voor het betreffende natuurgebied (de instandhoudingsdoelstellingen). Hierbij gaat het om doelen voor beschermde habitats in het natuurgebied en/of bepaalde aangewezen soorten. In dit geval zijn er geen soorten die aangewezen zijn in het Natura 2000-gebied waarvan verwacht kan worden dat de windturbines een negatieve invloed zullen hebben. Daarom worden geen negatieve effecten van de windturbines op het Natura 2000-gebied verwacht.
Aldus het ministerie van Defensie vallen de beoogde windlocaties in een “radarverstoringsgebied” waardoor een verder onderzoek nodig is
Dit is correct. Bij elk voornemen tot plaatsing van windturbines zal een radarverstoringsonderzoek moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de TNO PERSEUS radarhinder toetsingsmethode en berekeningen sept. 2016, die gebaseerd is op de ministeriële regeling radarverstoring, Stcrt. 2012, nr. 18324. Daarbij is van belang dat begin 2016 de Controlled Traffic Region van de voormalige militaire Luchthaven Twente is komen te vervallen waardoor de radarverstoringstoets plaatsvindt op een hoogte van 1.000 voet.
Inspreker: 63
2.22
De Energievisie ziet er zorgvuldig voorbereid uit, maar is ook betrekkelijk uitgebreid en complex voor een gewone burger. Daarom weet ik nog niet zeker of ik voor of tegen windmolens ben. Ik dien deze zienswijze in om in een later stadium weer een zienswijze of bezwaar in te kunnen dienen. De wens om initiatieven uit het gebied op te halen om zo participatie te vergroten is een mooie gedachte. Inspreker: 64
We hebben begrip voor uw reactie. Zorgvuldige voorbereiding van besluitvorming leidt tot veel onderzoek en informatie. Het doornemen en doorgronden van al die informatie, wordt vervolgens een hele opgave. Als het u aan de tijd ontbreekt om alles door te nemen, maar u zich toch een oordeel wilt vormen over dit onderwerp, adviseren wij u om in ieder geval kennis te nemen van de onderstaande teksten: - publiekssamenvatting Energievisie; - de samenvatting van het milieueffectrapport (bijlage 3 van de Energievisie); - de Beleidsregels windenergie (Bijlage 2 van de Energievisie). 58
2.23
De molens worden te hoog uitgevoerd Inspreker: 83, 90, 260, 266, Tiphoogte van 190-230 meter past eigenlijk niet meer op land. Inspreker: 267, 268, 275, 282, 284, 287, 291, 297, 300, 301, 302, 329, 333
2.24
Ik ben het niet eens met de huidige voorgestelde locaties voor de plaatsing van windturbines.
Verschillen bij windturbines in hoogte en rotordiameter leiden tot grote verschillen in elektriciteitsproductie. Dat geldt eens te meer in de windluwe gedeelten van ons land, waartoe ook Enschede behoort. Grote windturbines produceren in vergelijking tot middelgrote en kleinere turbines veel meer elektriciteit tegen verhoudingsgewijs veel lagere kosten. De SDE++-regeling stimuleert met exploitatiesubsidies kostenefficiënte methoden voor de productie van duurzame energie en CO2-reductie. Plannen voor de realisatie van grote windturbines met een tiphoogte van meer dan 190 meter zijn daardoor veel kansrijker dan initiatieven voor de bouw van middelgrote of kleine windturbines. Daarom zetten we in Enschede in op de bouw van grote windturbines. Daarvan hebben wij kennisgenomen.
Inspreker: 84, 87, 275, 291 2.25
2.26
2.27
Ik heb bezwaar tegen windmolens in de buurt van het Aamsveen/Eschmarke. Geen windmolens in onze achtertuin, richting Aamsveen (ook i.v.m. verloedering buitengebied en inbreuk op landbouwgrond) Inspreker: 1, 10, 17, 22, 86, 92, 108, 173, 176, 178, 184, 190, 193, 196, 201, 204, 208, 209, 210, 214, 224, 229, 230, 239, 240, 244, 250, 252, 265, 276, 298, 307 Er moet een strook rondom natuurgebieden (Aamsveen) komen als uitsluitingsgebied voor windturbines (3 km)
De Energievisie voorziet niet in de plaatsing van (grote) windturbines in de nabijheid van het Aamsveen.
De Energievisie voorziet niet in de plaatsing van (grote) windturbines in de nabijheid van het Aamsveen.
Inspreker: 17, 29, 190, 196, 298,
Zie ook onze reactie bij 2.27
Sluit de bouw van windturbines uit binnen een straal van 3 kilometer van Natura 2000 gebieden, zoals het Aamsveen.
Uw voorstel wordt ingegeven door de wens vogelsterfte door windturbines te voorkomen. De oversterfte van vogels door een aanvaring 59
Inspreker 42, 93, 110, 212, 316
met een windturbine, is echter een klein probleem, als die sterfte wordt afgezet tegen het aantal vogels dat jaarlijks in het verkeer om het leven komt. Zowel ten noorden (Lonnekermeer), ten oosten (Aamsveen), als ten zuiden van Enschede (Buurserzand en het Witte Veen) liggen Natura 2000-gebieden. Uw voorstel om rondom al die Natura 2000-gebieden windturbinevrije zones te creëren met een breedte van 3 kilometer, betekent dat u in feite -als we daarbij ook andere beperkingen voor de plaatsing van windturbines in acht nemen- voor een windturbineverbod in Enschede pleit. De gemeente is op grond van de ruimtelijke ordeningswetgeving verplicht om zorg te dragen voor een goede ruimtelijke ordening. Dit vraagt om een afweging van verschillende belangen. Afzien van de bouw van windturbines leidt inderdaad tot vermijdbare sterfte van vogels. In windenergie zien wij echter een mogelijkheid om op een kosteneffectieve manier bij te dragen aan een duurzaam en stabiel energiesysteem van de toekomst. Om die reden wijzen wij uw voorstel af.
2.28
Windmolens in de nabijheid van de Aamsveenweg/Holterhofweg betekenen het einde van Huize Holterhof wellness en hotel/restaurant. Als de gemeente haar plannen voor windenergie op genoemde locatie doorzet, wil deze inspreker uitgekocht worden.
De Beleidsregels voor windenergie voorzien niet in de plaatsing van (grote) windturbines in de nabijheid van de Aamsveenweg/Holterhofweg.
Inspreker: 292 2.29
Ik ben tegen de bouw van windturbines in de nabijheid van het Aamsveen. In deze omgeving liggen reeds 3 gasleidingen en staan meerdere hoogspanningsmasten. Ook is de plaatsing aangekondigd van een zonnepark.
De beleidsregels voor windenergie voorzien in de omgeving van het Aamsveen niet in de bouw van grote windturbines.
60
Insprekers: 59, 93 2.30
Het RIVM heeft zelf geen goed onderzoek gedaan naar de effecten van windmolens op de gezondheid (item POW-nieuws) Inspreker: 187
2.31
Voor mensen die enorm gevoelig zijn voor geluid beperken windmolens enorm het functioneren. Inspreker: 189
2.32
Aanbod tot samenwerking, indien gekozen wordt voor de bouw van een lagere windturbine. O.a. gericht op vervangen door waterstof van aardgas voor crematorium/ verbranding. Inspreker: 203
2.33
Maak ook zg windwokkels mogelijk. Inspreker:
2.34
Bouw van windturbines lijkt een doel te zijn, i.p.v. een middel om doelstellingen te halen. Inspreker: 216, 219, 221, 235
Het is in de wetenschappelijke wereld niet ongebruikelijk om conclusies te verbinden aan gevalideerd onderzoek dat door derden is verricht. Voor het doen van gezaghebbende uitspraken is het dus niet nodig om zelf onderzoek uit te voeren. Uit een door ons bij de GGD ingewonnen advies blijkt inderdaad dat hoe geluidhinder wordt ervaren, niet alleen afhankelijk is van de geluidssterkte, maar ook van niet-akoestische factoren, zoals: - situationele factoren: de zichtbaarheid, optreden van slagschaduw; - contextuele factoren: proces rondom de plaatsing van de turbines, maatschappelijk debat en eigen mening over windturbines; - persoonlijke factoren: extra gevoeligheid voor geluid, (economisch) voordeel van de turbines. Wij zouden de door u in het vooruitzicht gestelde samenwerking bij de realisatie van een windturbine op deze locatie graag tot stand zien komen. De keuze voor een bouwhoogte van 190 tot 230 meter is echter weloverwogen geweest. Voor een nadere toelichting daarop verwijzen wij naar de toelichting bij artikel 1 van de Beleidsregels windenergie. Het voorgestelde windbeleid voor kleine windturbines maakt ook zogenaamde windwokkels mogelijk. Het leveren van een bijdrage aan de nationale klimaatdoelen staat in de Energievisie voorop. Maar de gemeente heeft ook oog voor het feit dat aan de alternatieven voor de toepassing van windenergie nadelen kleven.
Zie in dit verband de tekst onder het kopje ‘Alternatieven’ in deel 1 van dit verslag. 61
2.35
Zeer hoge windmolens zijn niet noodzakelijk. Zie artikel in TC Tubantia van 10 maart 2021. Het is beter om vele lagere molens te plaatsen dan 3 zeer hoge. Inspreker: 243
2.36
Keuze voor grote windturbines wordt geleid door SDE++-subsidie. Dat zou je niet moeten willen. Inspreker: 243
2.37
Maak keuzes voor windturbinelocaties op basis van landschapsvisie op regionale schaal. Inspreker: 245
2.38
Windturbinelocaties in Energievisie zijn door haar nog niet op landschappelijke en ecologische effecten beoordeeld, maar inspreker wil vast wijzen op het feit dat het Teesinkbos een belangrijk bos is voor vleermuizen. Inspreker:
In genoemd artikel stelt Harrie Evers dat Twente het zonder hoge windturbines kan doen. Het door hem geschetste idee gaat uit van windturbines met een hoogte van 40 tot 60 meter. In Enschede hebben we daar bewust niet voor gekozen. Enerzijds omdat uit een marktverkenningsonderzoek is gebleken dat de markt niet geïnteresseerd is in de bouw en exploitatie van kleine en middelhoge windturbines. Anderzijds omdat uit het milieueffectrapport dat is opgesteld ten behoeve van de Energievisie (pagina 41) blijkt dat er heel veel kleine windturbines moeten worden geplaatst, om net zoveel elektriciteit te produceren, als dat er met een grote windturbine kan worden geproduceerd. Omdat de kostprijs van hernieuwbare elektriciteit nu nog hoger is dan de (gemiddelde) marktprijs voor elektriciteit, is de SDE++-regeling in het leven geroepen. Die regeling is erop gericht om op een kosteneffectieve wijze duurzame energie te produceren. In ons beleid houden we rekening met deze SDE++-regeling, omdat we ook willen dat onze beleidsvoornemens tot uitvoering komen. Bij de voorbereiding van de Regionale energiestrategie voor Twente (RES Twente) heeft er een verkenning plaatsgevonden van locaties in Twente die geschikt zijn voor het grootschalig opwekken van energie.
De resultaten van die studie zijn gebruikt als bouwsteen bij het opstellen van de conceptRES Twente, en daardoor, ook in de voor Enschede opgestelde Energievisie. Het gaat te ver om in het milieueffectrapport dat vele mogelijke locaties beschrijft, uitvoerig onderzoek te doen naar vleermuizen. Echter, bij een concreet project zal zeker onderzoek gedaan worden naar onder andere de verblijfplaatsen en vliegbewegingen van vleermuizen. 62
2.39
2.40
291, 300, 301, 302 Neem in Beleidsregels Windenergie richtlijnen op voor de omvang van de financiële impuls van windprojecten aan natuur en landschap. De financiële impuls kan bijvoorbeeld gekoppeld worden aan de uitvoeringsagenda voor het landelijk gebied of middels een Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) fonds gekoppeld worden aan herstel en langjarig beheer van landschapselementen. Inspreker: 245 Hardere grenzen voor windmolens tot 25 meter. In gebieden waar sprake is van zeer hoge kwaliteit dienen deze te worden uitgesloten. Bij gebieden met hoge kwaliteit van geval tot geval beoordeeld. Inspreker: 246
2.41
2.42
De beoogde windturbinelocaties getuigen niet van een goede ruimtelijke ordening en gaan ten koste van een goed woon- en leefklimaat. Inspreker: 248 Erfmolens kunnen de energieproductie van agrariërs substantieel vergroten. In deze streek hebben deze een hoogte nodig van 35 meter (onderzoeksrapport is opvraagbaar). Inspreker: 249, 254, 255, 256, 285
Uw suggestie nemen wij ter harte. De Beleidsregels voor windenergie zullen op dit punt worden gewijzigd.
Voor de plaatsing van kleine windturbines tot 25 meter worden mogelijkheden gezien op bedrijfsterreinen en -in aansluiting op woningen en bedrijfsgebouwen- in het landelijk gebied, met dien verstande dat de aanvaardbaarheid van de plaatsing van een kleine windturbine in gebieden met een zeer hoge kwaliteit (volgens de Waarderingskaart buitengebied Enschede, bijlage I), van geval tot geval wordt beoordeeld. Hierbij wordt het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk zorgvuldig beschouwd en dient het te voldoen aan de redelijke eisen van welstand. Zie het antwoord onder 2.02 onder h en 2.15.
Bomen zijn over het algemeen maximaal 25 meter hoog. We hebben in de beleidsregels voor windenergie voor dit maximum gekozen om te voorkomen dat deze turbines op grote afstand zichtbaar zijn. Als we overal een maximale bouwhoogte van 35 meter zouden toestaan, dan kan dit op bepaalde locaties tot inpassingsproblemen leiden. Tegelijkertijd kunnen we ons goed voorstellen dat 35 meter hoge windturbines op weer andere locaties wel inpasbaar zijn. 63
De regels voor kleine windturbines zullen we zodanig aanpassen, dat voor initiatieven die voorzien in turbines met een tiphoogte van 25 tot en met 35 meter, van geval tot geval wordt beoordeeld of de windturbine vanuit een landschappelijk en milieuhygiënisch oogpunt acceptabel is. 2.43
Het begrip ‘molenaarswoning’ wordt door u niet goed beschreven. Inspreker: 165, 248, 291
2.44
Ik ben tegen alles wat zon en wind is. Inspreker: 265
2.45
Ik ben een groot voorstander van wind, t.o.v. zon, omdat dit veel minder ruimte in beslag neemt. Daar waar o.b.v. objectieve redenen windmolens geplaatst kunnen worden moeten ze ook geplaatst worden. Mits dit betekent dat er ook minder landbouwgrond wordt opgeofferd. Inspreker: 269
2.46
De minimale afstand van een woning tot een windmolen bedraagt volgens de Rijksoverheid minimaal 12 maal de rotordiameter. Waarom houdt de gemeente zich daar niet aan? En kunt u mij informatie geven over de parameters achter de stilstandsvoorziening?
Het begrip ‘molenaarswoning’ wordt niet in de wet beschreven, maar is in de praktijk ontstaan. Kenmerkend voor molenaarswoning is dat er sprake is van een binding tussen de woning en het windpark. Deze binding kan organisatorisch, functioneel of technisch van aard zijn. Als er sprake is van een molenaarswoning, dan gelden de wettelijke geluidsnormen voor die woning niet meer. Om die reden beoordeelt de rechter kritisch of er in voldoende mate een binding bestaat tussen het windpark en de betreffende woning. Wij respecteren uw opvatting maar onderschrijven hem niet. De opwarming van de aarde vraagt om maatregelen en de gemeente wil daar een bijdrage aan leveren. Ook wij zien in het beperkte ruimtebeslag dat windturbines vragen een belangrijk argument om voor windturbines ruimte te maken. In de Beleidsregels voor windenergie wijzen daarvoor twee locaties langs de N18 aan. Voor een toelichting op de keuze voor de zoekgebieden voor windenergie wordt op deze plaats verwezen naar de tekst onder het kopje Milieueffectrapport, in deel 1 van dit verslag. Uw conclusie dat de minimale afstand tussen een woning en een windmolen minimaal 12 maal de rotordiameter zou moeten bedragen, is niet juist. Als de afstand kleiner tussen een woning of ander gevoelig object minder is dan 12 maal de rotordiameter, dan is een stilstandsvoorziening vereist.
Inspreker: 64
2.47
272
Een toelichting op de stilstandsvoorziening is bijvoorbeeld te vinden op: https://www.wpenergiek.nl/pg-28299-785612/pagina/veelgestelde_vragen.html
Geluidscontouren en cumulatie: Er is geen rekening gehouden met de cumulatie met ander geluid, zoals het geluid van de N18. En met gevolgen van laagfrequent geluid
Bij de voorbereiding van de Energievisie is er een milieueffectrapport opgesteld. Daarin is aandacht besteed aan hinder door geluid van windturbines. Bij de in het geding zijnde locaties voor windturbines langs de N18 is inderdaad sprake van cumulatie van twee geluidbronnen. Het rapport concludeert niettemin dat de locaties langs de N18, in vergelijking tot de overige onderzochte locaties, beter dan gemiddeld scoren op het hinderaspect geluid.
Inspreker: 11, 15, 21, 24, 25, 27, 28, 32, 35, 36, 37, 41, 43, 44, 49, 50, 51, 55, 56, 57, 58, 61, 62, 66, 67, 70, 71, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 87, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 111, 112, 113, 114, 115, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 183, 195, 197, 216, 217, 218, 219, 221, 223, 235, 238, 259, 262, 264, 275, 276, 282, 284, 287, 288, 291, 293, 294, 295, 300, 301, 302, 329, 330, 331, 332, 333 2.48
Hanteer een voorkeurgrenswaarde voor geluid, en niet de maximale geluidsbelasting als uitgangspunt. Hiermee wordt een invulling gegeven aan het voorzorgsprincipe. Inspreker: 11, 15, 21, 24, 25, 27, 28, 32, 35, 36, 37, 43, 44, 49, 50, 51, 55, 56, 57, 58, 61, 62, 66, 67, 70, 71, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 87, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 111, 112, 113, 114, 115, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 183, 197, 217, 218, 223, 238, 259, 262, 264, 275, 282, 284, 287, 288, 291, 293, 294, 295, 300, 301, 302, 329, 330, 331, 332, 333
Zie ook het antwoord bij 2.02, onder c en 2.48.
De gemeente gaat uit van de normering, zoals die is opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het voorzorgsbeginsel houdt in dat de overheid maatregelen kan nemen als er gegronde redenen zijn om te vrezen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben. De Europese Unie en het Rijk hebben bij het opstellen en ontwikkelen van normen al rekening gehouden met voorzorg. Dat geldt ook voor de in het Activiteitenbesluit neergelegde geluidsnormen.
65
2.49
2.50
Sta in beleidsregels toe dat binnen een bepaalde marge van de maximale tiphoogte kan worden afgeweken, als de gevolgen voor het milieu dat toelaten. Inspreker: 277 RIVM werkt met verouderde gegevens en beschikt niet over rapportages waar wordt ingegaan op veiligheidsrisico's die samenhangen met windturbines van deze hoogte. De gemeente moet luisteren naar ervaringen van mensen die in de nabijheid van windturbines wonen. Inspreker: 280.
2.51
Afstand tot de bebouwde kom van Usselo en Boekelo zou minimaal 10 maal de tiphoogte moeten zijn. Inspreker: 281, 297
2.52
Gemeente moet zich houden aan gelijkheidsbeginsel (irt vervallen van windmolen aan windmolenweg)
Wij hebben begrip voor uw pleidooi voor flexibiliteit, maar daar staat tegenover dat inwoners juist belang hebben bij duidelijkheid. En die duidelijkheid wordt ondermijnd als er in de beleidsregels een opening wordt geboden voor een afwijking van de maatvoering. Onze visie op de gezondheidsrisico’s die samenhangen met de productie van windenergie baseren wij op de meest recente bevindingen van het RIVM en de GGD en daaraan ten grondslag liggende onderzoeken waarop een algemeen aanvaarde wetenschappelijke consensus is gebaseerd dat er voor conform wettelijke voorschriften te bouwen windturbines geen significante relatie bestaat tussen windturbines en gezondheid. Temeer omdat wetenschappelijk niet valt te bewijzen dat een gesuggereerd effect niet bestaat. Als daarvan wel zou worden uitgegaan zou dat een algeheel moratorium betekenen, niet alleen voor windturbines, maar voor alle activiteiten waarvoor ooit een onbewezen gezondheidseffect gesuggereerd is. Dit zou maatschappelijk vérstrekkende consequenties hebben. En die leiden wat ons betreft tot een afweging dat ook in Enschede windenergie als onderdeel van het pakket aan maatregelen voor aanpak van klimaatverandering niet behoort te worden uitgesloten. Het laat onverlet dat er ook nog voortdurend onderzoek plaatsvindt naar de betreffende milieunormering naar aanleiding van praktijkervaringen.
De Rijksoverheid heeft met het oog op de risico’s en hinder die samenhangen met de productie van windenergie normen vastgesteld. Die normen gaan niet uit van 10 maal de tiphoogte. Wij zien in de Enschedese situatie geen aanleiding om af te wijken van de wettelijke normen. U constateert terecht dat de Energievisie alleen in het stadsdeel West de plaatsing van windturbines mogelijk maakt. De stelling dat 66
Inspreker: 291
die keuze strijdig zou zijn met het gelijkheidsbeginsel, verwerpen wij echter. Het gelijkheidsbeginsel, zoals dat in artikel 1 van de Grondwet is neergelegd, verplicht de overheid ertoe om gelijke gevallen gelijk te behandelen en verbiedt discriminatie. Van gelijke gevallen is echter geen sprake. De mogelijkheden voor de plaatsing van windturbines verschillen per stadsdeel. En de keuze voor de locaties langs de N18 is terug te voeren op planologische overwegingen en bestuurlijke afwegingen.
2.53
Gebied rond locatie crematorium moet worden uitgesloten omdat het van hoge landschappelijke waarde is en geldt als Ondernemen met natuur en water (structuurvisie). Plaatsing van windmolens in dit gebied staat haaks op doelen van de stichting Edwina van Heek, ligt tegen Natuurnetwerk Nederland en is een uitloopgebied voor mensen uit de stad. Inspreker: 183, 306
2.54
Er heeft geen onderzoek plaats gevonden naar lagere windmolens op andere locaties. Terwijl dit wel een categorie is die binnen SDE++ geldt; Inspreker: 306
Er zijn geen argumenten waarom het gebied rond crematorium een uitzonderingspositie in zou moeten nemen. De waardering voor dit gebied is hoog. De bijbehorende strategieën zijn inpassen en aanpassen. Met inachtneming van die uitgangspunten zal de gemeente voorstellen doen. Voor gebieden die vallen in de zone “ondernemen met natuur en water” geldt dat daar juist nieuwe functies een plaats kunnen krijgen. “Rond het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn er goede kansen de kwaliteit van natuur, landschap en water te versterken door ontwikkeling van bestaande en nieuwe functies. Daarmee wordt enerzijds het natuurnetwerk versterkt en anderzijds de regionale economie”, aldus de structuurvisie. Verschillen bij windturbines in hoogte en rotordiameter leiden tot grote verschillen in elektriciteitsproductie. Dat geldt eens te meer in de windluwe gedeelten van ons land, waartoe ook Enschede behoort. Grote windturbines produceren in vergelijking tot middelgrote en kleinere turbines veel meer elektriciteit tegen verhoudingsgewijs veel lagere kosten. De SDE++-regeling stimuleert met exploitatiesubsidies kostenefficiënte methoden voor de productie van duurzame energie en CO2-reductie. Plannen voor de realisatie van grote windturbines met een tiphoogte van meer dan 190 meter zijn daardoor veel kansrijker dan initiatieven voor 67
de bouw van middelgrote of kleine windturbines. Daarom zetten we in Enschede in op de bouw van grote windturbines (en heeft er geen uitgebreid onderzoek plaatsgehad naar de gevolgen voor het milieu van kleinere windturbines). 2.55
Windturbines veranderen het perspectief op het landschap, juist in de aanrijroute naar de stad. Inspreker: 306
2.56
Inzet van windmolens op genoemde locaties is niet efficiënt door combinatie van mitigerende maatregelen en lage windsnelheid. Inspreker: 306
2.57
-
Transparante keuze voor locaties op basis van objectieve criteria ontbreekt; Geen extra zonnevelden als windmolens niet doorgaan Compensatie in de bebouwde omgeving, want daar vindt ook het verbruik plaats.
Inspreker: 305
2.58
Aan de Usselerrietweg 46, binnen de hindercontour van één van de geprojecteerde windturbines, loopt het project Paradijsvogelwoning. Bewoners van inspreker hebben behoefte aan een prikkelarme omgeving, aan rust en regelmaat. Windturbines verstoren dat.
Niet het perspectief, maar het aanzicht van het landschap zal veranderen bij plaatsing van windmolens. In de Energievisie is gekozen voor een clustering van de windmolens. Dat kan op verschillende manieren worden vormgegeven. De pagina’s 12 en 13 van de Beleidsregels windenergie (bijlage 2 van de Energievisie) bevatten een beknopte beschrijving van mogelijke windconcepten. Een stilstandsvoorziening heeft een beperkt effect op de energieproductie van een windmolen. En de SDE++-regeling houdt rekening met de verschillen die er in Nederland bestaan in de gemiddelde windsnelheid. Uw visie dat de in het geding zijnde zoekgebieden alleen daarom al niet geschikt zouden zijn, delen wij daarom niet. De gemeenteraad stelde op 7 september een doelstelling vast voor de Energievisie. We zetten in op een stijging van het aandeel hernieuwbare energie in het totale energieverbruik van minimaal 8 procent. Vooralsnog gaan we er vanuit dat er op enig moment windturbines worden geplaatst binnen de aangeduide zoekgebieden langs de N18. Mocht dit om wat voor reden dan ook geen doorgang kunnen vinden, dan zullen wij op zoek gaan naar vervangende maatregelen. Compensatie in het landelijk gebied sluiten wij daarbij op voorhand niet uit. De afstand tussen de dichtstbijzijnde windturbinelocatie langs de N18 en het perceel aan de Usselerrietweg 46 bedraagt hemelsbreed minimaal ca.
700 meter en voldoet daarmee ruimschoots aan alle hindercontouren (voor bijvoorbeeld geluid, externe veiligheid etc.) Onze verwachting is 68
Opgemerkt wordt dat de hier aanwezige woningen een andere isolatiewaarde hebben, waardoor de bewoners extra gevoelig zullen zijn voor de geluidhinder van de windturbines.
2.59
2.60
Inspreker: 310 Gemeente had mogelijkheden voor windenergie beter moeten onderzoeken. Windenergie is meest kosteneffectieve manier van opwekken hernieuwbare elektriciteit, de capaciteit van het elektriciteitsnet wordt beter benut, de bufferkosten zijn lager (opwek en gebruik sluiten beter aan dan bij zonne-energie) en de opwek van windenergie kan goed worden gecombineerd met andere vormen van landgebruik. Inspreker: 308 Een windmolen neemt minder ruimte in, is minder schadelijk voor de ondergrond en is daarom landbouwtechnisch een beter alternatief voor energie opwekking (i.p.v. zonnevelden). Plaats ze in natuurgebieden of werk samen met Duitsland. Inspreker: 312
2.61
Wat is de waarde van de motie `geen windmolens in het buitengebied?’? De gemeenteraad moet in de ZuidEschmarke de bouw van grote windturbines (tiphoogte groter dan 25 meter) uitsluiten/ ik ben tegen windmolens in de ZuidEschmarke
dan ook dat bewoners van het perceel Usselerrietweg niet verstoord worden door een eventuele turbine op deze afstand.
Het milieueffectrapport dat is opgesteld bij de voorbereiding van de Energievisie gaat uitgebreid op de mogelijkheden om in Enschede windenergie op te wekken. Uw standpunt dat er meer onderzoek naar de mogelijkheden voor windenergie had moeten plaatsvinden, onderschrijven wij niet. De kansen/voordelen die u noemt ten aanzien van windenergie, herkennen wij wel.
Wij delen uw visie dat de plaatsing van windturbines beter kan worden gecombineerd met een agrarisch gebruik van de grond, dan bij de plaatsing van zonnepanelen het geval is. Regelgeving bepaalt in belangrijke mate waar windturbines geplaatst kunnen worden. In het milieueffectrapport dat ten behoeve van de Energievisie is opgesteld, zijn alle locaties beoordeeld die theoretisch (gelet op de harde beperkingen uit regelgeving) beschikbaar zijn voor het opwekken van windenergie. Voor een toelichting op de keuze voor de zoekgebieden voor windenergie wordt op deze plaats verwezen naar de tekst onder het kopje Milieueffectrapport, in deel 1 van dit verslag. De Zuid-Eschmarke is niet in beeld als locatie voor de bouw van grote windturbines. Zie ook de reactie onder 2.62
69
2.62
Inspreker: 12, 20, 47, 26, 208, 209, 210, 296 Plan voor windturbines in de Eschmarke voldoet niet aan het provinciale beleid, omdat er -kort gezegd- geen sprake is van een goede ruimtelijke inpassing. Inspreker: 208
De situatietekening waar u in uw reactie naar verwijst, maakt onderdeel uit van het milieueffectrapport dat ten behoeve van de Energievisie is opgesteld. In dat rapport zijn alle locaties in Enschede beoordeeld, waar op grond van de geldende regelgeving de bouw van een grote windturbine zou kunnen worden toegestaan. Dat geldt ook voor enkele locaties in de Eschmarke. De Energievisie en de Beleidsregels voor windenergie voorzien in de Eschmarke echter niet in de plaatsing van een grote windturbine.
2.63
Ik ben tegen het plaatsen van windmolens bij Glanerbrug, vanwege: - geluidsoverlast, trillingen, schaduw - we al overlast hebben van een zonnepark wat aangelegd wordt - de hoogspanningskabels - de windmolens in Duitsland Alternatief: zon op dak. Probeer dit te stimuleren. Genoeg dak om doelstellingen te halen. Inspreker: 314
2.64
Keuze die het college voorstelt is heel simpel: we gaan voor winstmaximalisatie en niet voor draagvlak. Als gekozen wordt voor lager rendement dan zijn er veel meer mogelijkheden en draagvlak. Inspreker: 318
De gemeente heeft verschillende locaties op geschiktheid beoordeeld voor de plaatsing van een windturbine. Daarbij is ook gekeken naar locaties in de Eschmarke. Daarbij is onder meer gebruik gemaakt van de informatie uit het milieueffectrapport. In de Beleidsregels windenergie worden twee zoekgebieden voor het plaatsen van grote windturbines genoemd; beide zijn langs de N18 gelegen. De Energievisie en de Beleidsregels voor windenergie voorzien in de omgeving van Glanerbrug niet in de plaatsing van een grote windturbine. Het klimaatvraagstuk plaatst ons voor een dilemma. Enerzijds hebben we te maken met een breed levende wens in de samenleving om maatregelen te treffen die de opwarming van de aarde kunnen remmen. Dit vraagt echter om maatregelen die, in een dichtbevolkt land als Nederland, vrijwel altijd aan de belangen van een groep inwoners raakt. De uitvoering van de Energievisie vraagt daarom soms echter ook om pijnlijke keuzes. Winstmaximalisatie is geen doel dat de gemeente hierbij nastreeft. Uitvoerbaarheid (maatschappelijk, technisch én economisch) is wel een vereiste. 70
2.65
Waar komen de 6 tot 10 extra windmolens te staan als Enschede na een paar jaar moet opschalen? Ook in Usselo omdat de infrastructuur er dan al ligt? Er is een visie nodig! Inspreker: 318
2.66
Infrastructuur van de netbeheerder is niet op orde. Totdat dat geregeld is zijn de windmolens zeer onrendabel. Inspreker: 319
2.67
Ik zet vraagtekens bij de stelling dat alleen heel hoge windmolens nog rendabel zijn.
De Energievisie bevat beleid voor de periode tot 2030. Er is een gerede kans dat er na 2030 een aanvullende behoefte aan hernieuwbare elektriciteit gaat ontstaan. We gaan nu niet speculeren over het antwoord op de vraag of er dan opnieuw aan windenergie wordt gedacht en of de omgeving Usselo dan opnieuw in beeld is. De netbeheerders hebben uitgesproken dat zij alleen tot het doen van investeringen overgaan, als zich daarvoor concrete en zekere ontwikkelingen voordoen. Investeringen in een uitbreiding en verzwaring van het netwerk blijven kortom achterwege, als de gemeente haar voornemens niet concretiseert in de vorm van beleid en/of de afgifte van vergunningen. Een marktconsultatie heeft tot dit inzicht geleid.
Inspreker 206 2.68
Er worden twee zoekgebieden voor windturbines langs de N18 aangegeven, in hoeverre zijn er ook alternatieven in beeld voor als deze locaties onverhoopt toch niet mogelijk blijken te zijn? Inspreker: 238
De gemeente heeft de haalbaarheid van de locaties die zich in beginsel lenen voor de bouw van een windturbine via de procedure van een milieueffectrapportage onderzocht. Als de locaties langs de N18 niet benut zouden kunnen worden voor de bouw van een windturbine, dan staan we voor de keuze om de doelstelling naar beneden bij te stellen, of naar een alternatief om te zien. En daarbij zouden we kunnen kiezen voor de inzet van een alternatieve energiebron, of voor een alternatieve windlocatie. Een besluit daarover is nog niet genomen.
Zon 71
No 3.01
Samenvatting zienswijze De gemeente moet sterker inzetten op het benutten van: Daken en parkeerplaatsen in stedelijk gebied/industriegebied; Insprekers: 2, 8, 18, 48, 49, 50, 54, 60, 65, 72, 193, 194, 200, 201, 204, 206, 212, 222, 224, 226, 241, 242, 243, 254, 255, 296, 312, 316, 321, 323
Antwoord
Als voorkeurlocaties voor het plaatsen van zonnepanelen in Enschede noemen de Beleidsregels zonne-energie: a. daken van gebouwen, parkeerterreinen en andere onbebouwde ruimtes in de bouwde kom; b. langs de A35 gelegen gronden, voor zover deze voor het opwekken van zonne-energie worden aangewezen in het kader van het project Duurzaamheidsroute A35; c. grote wateroppervlakten, voor zover deze niet voor de scheepvaart worden benut, de instandhouding van soorten en habitattypen zich daartegen niet verzet en het gebruik voor het opwekken van zonne-energie geen overwegende bezwaren van recreatieve aard ontmoet; d. de Technology Base. Om substantieel aan de gestelde energiedoelen bij te dragen, is het echter noodzakelijk om ook gronden in het landelijk gebied in te zetten voor de aanleg van zonnevelden. We sluiten agrarische gronden niet uit, maar we hebben de voorkeur voor gronden die niet als natuur zijn ingericht of niet voor de landbouw in gebruik zijn, zoals grote wateroppervlakten, bermen van spoor- en autowegen en de luchthavenlocatie.
3.02
a. de ruimte langs de A35/N35 (snelwegen in het algemeen)
Zie het antwoord onder 3.01.
Inspreker: 8, 18, 49, 50, 200, 252 b.Vliegveld/landingsbaan Inspreker: 200 c. dicht bij de bebouwde kom (daar waar het grootste deel van de elektriciteit gebruikt wordt. Inspreker:
Het advies om elektriciteit daar op te wekken, waar het wordt gebruikt (zoals bij zonnepanelen op daken), onderschrijven wij van harte. Dit voorkomt namelijk het transport van elektriciteit en de kosten die daarmee samenhangen. 72
48, 184, 200, 226, 242, 252, 255
d. Energiebesparing
3.03
Inspreker: 18 Zonnevelden moeten kleinschalig ontwikkeld worden in plaats van grootschalige ontwikkeling Inspreker: 8, 18 Het is niet helder waarom geen maximale grootte van zonnevelden wordt genoemd Inspreker: 194
3.04
Aanleg van zonnevelden in een Natuurnetwerk mag niet, maar de
In veel gevallen kan daarmee echter niet worden volstaan en zijn er oplossingen nodig om in de resterende energievraag te voorzien. Zie 2.01 onder g.
Een kleinschalig zonneveld kan in een zeer kwetsbaar landschap van hoge kwaliteit een passende invulling zijn. Grootschalige zonneinitiatieven onmogelijk maken, vinden wij ongewenst. Als nadelen noemen we: - Kleine projecten leveren ook maar een kleine bijdrage aan de energie-opgave. Een consequent doorgevoerde voorkeur voor kleinschalige projecten leidt -bij een gelijkblijvende doelstelling- tot spreiding en versnippering van de opgave, waardoor per saldo een veel groter deel van het landelijk gebied de nadelige gevolgen van de energietransitie ondervindt. - Als de energieproductie van een installatie laag is, genereert ze ook weinig opbrengsten. De levensvatbaarheid van kleine projecten kan daardoor al snel een probleem worden. - De aansluitkosten van kleinschalige projecten zijn verhoudingsgewijs hoog. - In bepaalde delen van het landelijk gebied, namelijk de gebieden die volgens de Waarderingskaart buitengebied Enschede beschikken over een basiskwaliteit, is juist een groot gebaar nodig om het landschap van een nieuwe structuur te voorzien. Daar willen we juist grotere eenheden en geen kleine veldjes. Artikel 2 van de Beleidsregels voor zonne-energie bepaalt dat op gronden die volgens de Waarderingskaart buitengebied Enschede (bijlage H) over een hoge of zeer hoge kwaliteit beschikken, de kwaliteit van het landschap bepalend is voor de inpassing van zonnevelden.
Maatwerk is nodig om aan te sluiten bij de kenmerken van het landschap. De gemeente zal, als zij overweegt om medewerking te verlenen aan de aanleg van een 73
beleidsregels laten de aanleg direct naast het natuurnetwerk of andere natuurgebieden wel toe. ER dient hiernaast een beperking opgenomen te worden tegen aanleg van zonneparken direct naast natuurgebieden. Het ons bekende wetenschappelijk onderzoek toont aan dat zonneparken naast natuurgebieden verstorend kunnen werken op ecosystemen, leefgebieden en biodiversiteit. Inspreker 16, 18, 54, 72, 233, 324, 328
zonneveld, om een ecologisch onderzoek vragen, als er mogelijk een effect wordt verwacht op beschermde soorten. Dat onderzoek bestaat in eerste aanleg veelal uit een verkennend onderzoek op de planlocatie. Daarmee wordt vastgesteld of er op de betreffende locatie vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde natuurwaarden kunnen voorkomen en of er ecologische effecten kunnen optreden. In sommige gevallen kan een uitgebreider onderzoek vereist zijn met toepassing van beschermende, mitigerende en in het uiterste geval habitat compenserende maatregelen. Voor ingrepen bij natuurgebieden, zoals een Natura 2000 gebied, wordt een uitgebreider onderzoek of een Natuurtoets uitgevoerd. In verband met het voorgaande menen wij dat het niet nodig is om voor zonneparken, die worden gerealiseerd in de nabijheid van een natuurgebied, aanvullende voorwaarden te stellen.
3.05
De kaarten in de Energievisie kloppen niet. (Gebieden zijn onterecht gemarkeerd as gebieden met “basiskwaliteit” terwijl ze een andere waardering krijgen door Natuurnetwerk Nederland) Speciale aandacht voor Broekheurne, vlak bij natuurgebied Groot Brunink. Is geen basiskwaliteit, kaarten in de energievisie kloppen niet Inspreker: 16, 19, 23, 54, 206, 325, 326, 328 16, 328
Het rapport “Waarderingskaart landschap Enschede” zit niet bij de bijlagen. Inspreker: 194:
De waarderingskaart is opgesteld door een onafhankelijk en deskundig bureau (H+N+S). De typering en waardering zijn een deskundigenoordeel gebaseerd op de ontstaansgeschiedenis en de huidige kwaliteit van het landschap. De kaart deelt geen functies (landbouw, zonneveld, recreatie of wateropvang etc) toe aan gebieden. De waardering maakt het wel mogelijk om vanuit het landschap naar nieuwe ontwikkelingen te kijken. De kaart maakt geen indeling op kavelniveau – dat past niet goed bij de waardering van het landschap. Bijna overal binnen de grote landschappelijke eenheden komen enclaves voor met andere waarden, zowel historisch als natuurlijk. Bij initiatieven zal dan ook altijd maatwerk nodig zijn. Bij zonnevelden groter dan 2 ha is een gebiedsaanpak met een integrale benadering voorgeschreven. Daarbij moet maatwerk geleverd worden, waarbij bestaande waarden met meer detail worden bekeken én de omwonenden worden betrokken.
74
Het landschap van de Broekheurne is deels aangemerkt met basiskwaliteit. Het gaat om een jonge veldontginning, die in de hele gemeente de waardering basiskwaliteit hebben gekregen, tenzij een bijzonder meerwaarde bestaat door reliëf, beleving of natuur. Voor deze gebieden is de oude landschappelijke identiteit geen uitgangspunt bij de vormgeving van nieuwe ontwikkelingen. Hier geldt een ontwerpopgave voor het maken van een nieuw landschap met een eigen identiteit en samenhang. Daarom geldt hier de landschapsstrategie van transformeren. In de gebieden met basiskwaliteit liggen veruit de meeste mogelijkheden voor grootschalige ontwikkelingen van verschillende aard. Grootschalige (kringloop)landbouw, waterberging, natuurontwikkeling, zonnevelden, recreatieve ontwikkelingen etc. De landschapswaardering maakt geen keuze voor de functie, maar geeft aan wat landschappelijk gezien mogelijk is in dit type gebied. Dit alles neemt niet weg dat binnen het gebied van Broekheurne met basiskwaliteit waardevolle elementen en deelgebieden voorkomen, zoals het Usselerveen. De strategie transformeren die hoort bij de landschappelijke waarde ‘basis’ past op het grote geheel. Maar dit betekent natuurlijk niet transformatie geldt voor elk element daarbinnen. Het Usselerveen kan juist een goed uitgangspunt en vast onderdeel zijn bij een transformatie.
Het rapport ‘Waarderingskaart buitengebied Enschede’ maakt als bijlage 7 onderdeel uit van het milieueffectrapport. 3.06
Landschapswaarderingskaart van gemeente klopt niet. Verzocht wordt om de HNS opgestelde waarderingskaart te gebruiken. Inspreker 206
Bij de behandeling van de Nota van uitgangspunten voor de Visie landelijk gebied heeft de Raad gewezen op een mogelijke onjuistheid in de landschapswaardering van het betreffende gebiedje. De gemeente heeft naar aanleiding daarvan contact opgenomen met de opsteller van de waarderingskaart, het bureau H+N+S. Die hebben inderdaad een onjuistheid geconstateerd en daarop is de het H+N+S-rapport aangepast. Deze gecorrigeerde waarderingskaart 75
is vervolgens gebruikt bij zowel de Visie landelijk gebied als de Energievisie. Het betreffende gebied heeft daar de waardering ‘basiskwaliteit’. 3.07
Wetenschappelijk kader voor ecologische afwegingen ontbreekt in de huidige nota voor zonnevelden (en in algemene zin) Inspreker: 16, 19, 23, 328
Bij de voorbereiding van de Energievisie en de beleidsregels voor zonne-energie is er een milieueffectrapport opgesteld. Daarbij is ook gelet op de ecologische gevolgen van de aanleg van zonnevelden. De conclusies uit dit rapport zijn meegewogen en meegenomen bij het opstellen van deze stukken. Het klopt dat de beleidsregels voor zonneenergie geen wetenschappelijk kader bevat, op grond waarvan in een concreet geval ecologische afwegingen gemaakt worden. Flora en fauna wordt in Nederland beschermd door de Wet Natuurbescherming (Wnb). Bepaalde ingrepen of projecten, zoals de aanleg van een zonneveld, kunnen gevolgen hebben voor beschermde flora en fauna en daarmee ook de planvorming. In bepaalde gevallen ligt er dan een opgave om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen en een ‘gunstige staat van instandhouding’ van beschermde flora en fauna te borgen. Daarom zal de gemeente, als zij overweegt om medewerking te verlenen aan een dergelijk verzoek en wanneer er mogelijk een effect wordt verwacht op beschermde soorten om ecologisch onderzoek vragen. Dat onderzoek bestaat in eerste aanleg veelal uit een verkennend onderzoek op de planlocatie. Daarmee wordt vastgesteld of er op de betreffende locatie vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde natuurwaarden kunnen voorkomen en of er ecologische effecten kunnen optreden.
In sommige gevallen kan een uitgebreider onderzoek vereist zijn met toepassing van beschermende, mitigerende en in het uiterste geval habitat compenserende maatregelen. Voor ingrepen in of bij natuurgebieden, zoals een Natura 2000 gebied, wordt een uitgebreider onderzoek of een Natuurtoets uitgevoerd.
76
3.08
Zonneparken dienen “groen omsingeld” te worden (vanwege de zichtbaarheid). In de nota staat een uitzondering voor wegen. Daar veel wegen een landelijk karakter hebben (met ook recreatieve functie voor wandelaars) zou die uitzondering moeten vervallen. Inspreker: 16, 54, 328
Groene omsingeling is de norm. Het hoeft dus niet in álle gevallen zo te zijn. Voor ieder initiatief moet een landschappelijk inrichtingsplan gemaakt worden. Dat plan moet voldoen aan de ontwikkelstrategie die geldt voor het betreffende landschapstype en de waardering die daar ter plaatse aan gegeven is. Op die manier zal elk zonnepark zijn eigen passende groene landschappelijke kader krijgen. Ook hebben niet alle wegen een landelijk karakter. En zonnepanelen doen ook niet in alle omstandigheden afbreuk aan de kwaliteit van het landschap. Ze mogen soms best gezien worden.
3.09
Ik ben tegen: a. het geplande zonnepark aan de Assinkskloosterweg Inspreker: 48 b. zonnepark aan de Schukkinkweg langs de N35 vanwege te grote afbreuk aan woongenot
3.10
Inspreker: 60, 193 Rondom spoor- en snelwegen, op geluidswallen en overkappingen kunnen in Nederland nog veel meer zonnepanelen gelegd worden. Inspreker: 48, 242, 252
3.11
Er is geen draagvlak voor het plaatsen van zonnepanelen bij de Broekheurne /
Het eerstgenoemde plan is niet meer actueel. Voor het plan aan de Schukkinkweg is reeds een omgevingsvergunning afgegeven.
Dat is juist. En in de Energievisie hebben we opgenomen, dat we voor de plaatsing van zonnepanelen bij voorkeur gebruik maken van daken en gevels van gebouwen. Ook onbenutte terreinen in bebouwd gebied, zoals parkeerterreinen, lenen zich hier goed voor. Om substantieel aan de gestelde energiedoelen bij te dragen, is het noodzakelijk om ook gronden in het landelijk gebied in te zetten voor de aanleg van zonnevelden. We sluiten agrarische gronden niet uit, maar we hebben de voorkeur voor gronden die niet als natuur zijn ingericht of niet voor de landbouw in gebruik zijn, zoals grote wateroppervlakten, bermen van spoor- en autowegen en de luchthavenlocatie. De Energievisie gaat uit van de zonneladder, dat wil zeggen een voorkeur voor de benutting van daken, onbebouwde ruimtes in de bebouwde en 77
de noodzaak voor zonnevelden op deze locatie is onvoldoende aangetoond. Inspreker: 54, 243
gronden die dubbel gebruikt kunnen worden, zoals geluidwallen. Om een substantiële bijdrage te kunnen leveren aan de energietransitie, is echter meer nodig. In het MER bij de Energievisie zijn alternatieven onderzocht. Binnen zogenaamde transformatiegebieden zijn de mogelijkheden voor grootschalige opwek het grootst. De Broekheurne bevat een dergelijk transformatiegebied waar de aanleg van zonnevelden tot de mogelijkheden behoort. Voorafgaand aan de besluitvorming over grootschalige zonnevelden wordt altijd een integrale gebiedsaanpak gevolgd, waarin de aanleg van zonnevelden naast andere mogelijke ontwikkelingen wordt gelegd. De eerste stap van de gebiedsaanpak is een verkenning om alle opgaven, wensen en belangen in beeld te brengen. Voor de Broekheurne is in april een onafhankelijke verkenner aangewezen die tot taak heeft om met inwoners en stakeholders in dit gebied te bespreken welke opgaven in de Broekheurne spelen. De verkenner is ook gevraagd een procesvoorstel te doen voor het vervolg. De mate waarin zonnevelden in de Broekheurne zijn in te passen naast andere gebiedsopgaven is een van de uitkomsten van het integrale gebiedsproces dat net van start is gegaan. De gemeente vindt het belangrijk dat er onder inwoners draagvlak aanwezig is voor de maatregelen die in de Energievisie worden beschreven.