Zienswijzen voorgenomen aanwijzing gebundeld anoniem
Tekst van het document
Aan het college van burgemeester en wethouders P/a Afdeling Bestemmen / de heer A. Haer Postbus 20 7500 AA Enschede
Enschede, 29 september 2019.
Onderwerp: Zienswijze beschermd dorpsgezicht Teesinkbos. Geacht college, Op 5 september 2019 ontvingen wij uw brief d.d. 4 september, kenmerk 1900061959, waarin u aankondigt ons wijkje Teesinkbos te willen aanwijzen als beschermd dorpsgezicht. Tegen dit voorgenomen besluit wil ik hierbij een zienswijze indienen. Ik merk op dat wij in dit stadium nauwelijks zicht hebben op de mogelijke consequenties van het door u voorgenomen besluit voor ons als bewoner/eigenaar. Er leven veel vragen en onzekerheden en er heerst verwarring. Dat is jammer, want zo is het moeilijk, zo niet onmogelijk, om tot weloverwogen inhoudelijke zienswijzen te komen. In uw brief van 11 mei 2019, kenmerk 1900037619, gaf u een vooraankondiging van de nu ontvangen brief met het voorgenomen besluit, met de expliciete vermelding: "Daarbij worden alle consequenties nog eens op een rijtje gezet." Dit rijtje ontbreekt! Uw brief van 11 mei vermeldt ook: "Mogelijk maakt een bijeenkomst van eigenaren deel uit van dit traject." Dit dringende verzoek vanuit de buurt is niet gehonoreerd. Op 11 september heb ik de heer A. Haer in een e-mail gewezen op het gebrek aan informatie en gedachtenuitwisseling in dit stadium van het proces.
Ik kreeg ten antwoord: "De mogelijkheid van een voorlichtingsbijeenkomst staat nog open maar nu het zover is gekomen denk ik dat de gemeente eerst de zienswijzen afwacht." Dan denk ik: hoezo "nu het zover is gekomen?" Waar ligt dat aan en is het dan niet belangrijk genoeg om er extra tijd voor uit te trekken? Ik maak ernstig bezwaar tegen het onherroepelijk vaststellen van een besluit tot aanwijzen als beschermd dorpsgezicht voordat er een betere en open communicatie met - in principe alle - bewoners heeft plaatsgevonden. Ik begrijp best dat dit moeilijk is, maar zonder dat zal het niet goed gaan. De woningen zijn vijftig jaar oud en hebben allemaal een eigen geschiedenis, met kleine of soms grote wijzigingen, allemaal verschillende situaties. Een deel is nog in handen van de eerste eigenaars, de oorspronkelijke bewoners. U ontneemt met de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht deze mensen een deel van hun al vijftigjaar oude beschikkingsrecht over hun particuliere eigendom. Terecht zegt de gemeente: het zal maatwerk moeten worden. Maar wie voert dat maatwerk uit, wat zijn daarbij de uitgangspunten? Daar moet nu toch schetsmatig al over gecommuniceerd kunnen worden? Ik ben zelf een van de oorspronkelijke bewoners, sinds vijftig jaar. Ik heb de stijl van de woningen altijd gewaardeerd en bij verbouwingen dus ook gerespecteerd.
Meer dan dertig jaar geleden heb ik de zwarte Sadolins op de oorspronkelijke ruwhouten kozijnen vervangen door een kwaliteitslak in een donkergroene kleur die uitstekend past bij de kleur van de gevels en de groene omgeving en de gehele uitstraling van de woning. Ik moet er niet aan denken dat ik straks in de onzekerheid zou leven dat iemand mij na zoveel jaar
zou kunnen komen vertellen dat ik mijn kozijnen en voordeur moet overschilderen in zwart. Misschien is een dergelijke zorg overbodig, maar neem die dan weg waar dat kan en schep vertrouwen. Over de consequenties van de aanwijzing schrijft de heer Haer in zijn bovenvermelde email van 11 september aan mij: “In deze fase is het alleen mogelijk om in meer algemene zin deze consequenties te beschrijven. Dat komt omdat de bescherming feitelijk grotendeels zijn beslag krijgt in de regels van het op te stellen bestemmingsplan dat moet worden gemaakt nadat het besluit tot aanwijzen als beschermd stads- en dorpsgezicht onherroepelijk is.” Daar zit hem nu net de crux, in deze volgorde. Verderop lees ik “Dit houdt in dat de waardering die is gemaakt door het Oversticht geanalyseerd moet worden en precies vertaald moet worden naar mogelijke regels in het bestemmingsplan.” Voorstel. Als het nu toch zo is dat de waardering van het Oversticht geanalyseerd moet worden, dan vraag ik u om te overwegen die analyse te laten voorlopen op de onherroepelijke aanwijzing en daaraan alvast enkele globale conclusies te verbinden en die te communiceren en te bespreken, zodat de bewoners een idee krijgen waarover het gaat en zich geen onnodige zorgen maken. Met vriendelijke groet