Zienswijze gemeente Enschede ontwerp omgevingsplan XL Businesspark II
Tekst van het document
POSTADRES
Postbus 20 7500 AA ENSCHEDE
BEZOEKADRES
Hengelosestraat 51 TELEFOONNUMMER
DATUM
ONS KENMERK
BEHANDELD DOOR
11 november 2024
2400033798
M.D. Cornelissen
UW BRIEF VAN
UW KENMERK
DOORKIESNUMMER
DCS - 2385766 ONDERWERP
Zienswijze gemeente Enschede ontwerp omgevingsplan XL Businesspark II
Geachte leden van de Almelose raad,
Na het indienen van onze pro forma zienswijze van 15 oktober 2024, komen we via deze brief bij u terug op de definitieve zienswijze. Vanaf 18 september 2024 ligt het ontwerp omgevingsplan “Regionaal bedrijventerrein XL Businesspark II” met de daarbij behorende stukken ter inzage. Via betreffende zienswijze willen wij reageren op het ontwerp omgevingsplan van dit terrein, inclusief de bijbehorende documenten. Dit doen wij vanwege het regionale karakter van XL Businesspark II (vanaf nu XL2). U ontvangt deze zienswijze namens het college van Burgemeesters en Wethouders van de gemeente Enschede. De zienswijze is opgesteld in samenspraak met de Enschedese gemeenteraad. Wij stellen ons graag op als gesprekspartner in deze ontwikkeling. Dat doen we ook graag op informele momenten. Hieronder volgt onze zienswijze. Zienswijze – positieve punten Vanuit een economisch oogpunt kunnen wij ons vinden in uw plannen. Wij hebben hier de volgende reactie op: • We zijn positief gestemd dat gemeente Almelo het voortouw neemt in de ontwikkeling van een nieuw grootschalig bedrijventerrein. • Daarmee kunnen we bedrijven met een omvang groter dan 3 hectare voldoende ontwikkelruimte bieden in de regio. • Zo voorkomen we dat belangrijke bedrijven de regio moeten verlaten. En dragen we bij aan het bieden van werkplekken voor technische talent.
• Als regio zetten we daar gezamenlijk volop in via de Regionale Ontwikkel Strategie Twente.
DATUM
ONS KENMERK
PAGINA
11 november 2024
2400033798
2/5
• • • • • •
•
Daarnaast steunen we de keuze van de Almelose raad om een scherp profiel van 75% technologisch gedreven maakindustrie en maximaal 25% ondersteunende logistiek voor het terrein te hanteren. Dit scherpe profiel vinden wij zeer belangrijk. Een eventuele verlaging van het percentage ‘technologisch gedreven maakindustrie’ betekent dan ook dat we afzien van deelname in de ontwikkeling van XL2. Door een scherp profiel aan te houden draagt het terrein bij aan de ambities van Twente als technologische topregio. Ook vinden we het terrein complementair en aanvullend op bestaande werklocaties in Twente. Dit vanwege het grootschalige karakter. De hoge duurzaamheidseisen, waaronder BREAAM ‘excellent’, passen bij de Provinciale Omgevingsvisie en de Regionale Energie Strategie Twente. De BREAAM ‘excellent’ certificering staat symbool voor de hoge duurzaamheidsaspecten van het terrein die uitstekend aansluiten bij de ambitie van Twente om zich door te ontwikkelen naar een groene technologische topregio. Deze flinke inzet op een duurzame ontwikkeling van XL2 is voor ons dan ook een randvoorwaarde bij eventuele participatie. We zijn enthousiast over de inpassing van het terrein in de omgeving en over de wijze waarop natuur in de omgeving wordt teruggebracht.
Zienswijze – knelpunten Naast de positieve punten, constateren we dat de plannen van XL2 op bepaalde onderdelen vragen oproepen of dat niet alle gevallen in lijn zijn met de gemaakte afspraken in de regio, tussen de Twentse gemeenten en provincie Overijssel. Hier gaan we via onderstaande drie hoofdpunten verder op in. 1. De toegestane bedrijfsactiviteiten in het concept omgevingsplan doen maar deels recht aan de afgesproken doelgroepen (75% ‘technologisch gedreven maakindustrie’ en maximaal 25% ‘ondersteunende logistiek’) of corresponderen maar deels met de besluiten uit het Bestuurlijk Overleg ‘programmeringsafspraken bedrijventerreinen Twente’ over het profiel van XL2 op 17 juni 2024. In het concept omgevingsplan schetst u de volgende definitie voor technologisch gedreven maakindustrie: 1. Bedrijfsactiviteiten die gebruik maken van productieprocessen die worden aangedreven en verbeterd door geavanceerde, efficiënte en duurzame technologieën, en die zich richten op het verwerken van materialen tot nieuwe fysieke producten, die verkocht worden aan andere bedrijven (B2B) of aan consumenten (B2C); 2. Inpandige opslag ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten als bedoeld onder 1; en 3. Een kantoor ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten als bedoeld onder 1. Wij vragen ons af of deze definitie voldoende recht doet aan de doelgroep ‘technologisch gedreven maakindustrie’.
Theoretisch gezien kan een logistiek bedrijf die geavanceerde technologische materialen distribueert nu in aanmerking komen voor een kavel. Dit achten wij niet wenselijk. Regels ‘2’ en ‘3’ zijn wat ons betreft ondergeschikt aan regel ‘1’. Wij zien graag dat u dit expliciet opneemt in het definitieve omgevingsplan. Voor de doelgroep ‘ondersteunende logistiek’ houdt u de volgende doelgroep aan: 1. Bedrijfsactiviteiten die in overwegende mate gericht zijn op de aanvoer, opslag en afvoer van materialen, halffabricaten en eindproducten en ondersteunend zijn aan de regionale maakindustrie; 2. Inpandige opslag ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten als bedoeld onder 1; en
DATUM
ONS KENMERK
PAGINA
11 november 2024
2400033798
3/5
3. Een kantoor ten behoeve van (administratieve) werkzaamheden ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten als bedoeld onder 1. Ook hier vinden wij de definitie te breed geformuleerd. Logistieke partijen of distributeurs hebben vaak verschillende afnemers. Daar kunnen zich ook bedrijven uit de maakindustrie tussen bevinden. Een logistieke partij kan zich dus al gauw ‘in overwegende mate’ richten op de aanvoer, opslag en afvoer van producten afkomstig uit de maakindustrie. Wij zouden de term ‘in overwegende mate’ graag vervangen door ‘uitsluitend’. Daarmee richten we ons op logistieke partijen met kennis en expertise over de behoeften uit de maakindustrie. Verder willen wij de volgende opmerkingen plaatsen inzake het faciliteren van de juiste doelgroepen: • Hoewel de minimale toegestane oppervlakte van een bedrijfskavel 30.000 m2 is, kunnen er op de langere termijn knelpunten ontstaan. Dit heeft te maken met de herverkavelingsmogelijkheden na de verkoop. Op het huidige XL Businesspark (vanaf nu XL1) zien we deze uitdaging ook ontstaan. Hier staan logistieke hallen die tussenpartijen in kleinere delen verhuren. Daardoor komt het grootschalige karakter van het terrein ter discussie te staan. Het terrein is niet bedoeld voor tussenpartijen of ontwikkelaars, maar voor eindgebruikers.
We zien graag dat alleen eindgebruikers de grond kunnen afnemen en dat (onder)verhuur van delen van het te plaatsen vastgoed niet mogelijk is. • Naast het omgevingsplan is er een strikt deurbeleid of toetsingskader nodig waarin we met elkaar bepalen welke bedrijven zich op XL2 mogen vestigen. Daarin zouden wij ook aanvullende maatschappelijke randvoorwaarden willen opnemen, waaronder ten aanzien van brede welvaart en specifiek over arbeidsomstandigheden en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemerschap (MVO). • In het ontwerp omgevingsplan van XL2 constateert u dat we het terrein niet met een autonome vraag kunnen invullen. Het voorliggende beleidsrijke profiel van 75% ‘technologisch gedreven maakindustrie’ en maximaal 25% ‘ondersteunende logistiek’ vergt daarom een regionale strategie. Zonder plan lopen we het risico dat we straks onvoldoende op het netvlies staan van grootschalige (internationale) maakbedrijven. Voordat we een keuze maken om te participeren in de ontwikkeling van het terrein, is het van belang om deze strategie gezamenlijk te hebben ontwikkeld. 2. We doen de aanbeveling om verder te werken aan de financiële onderbouwing. De financiële informatie als onderdeel van het concept omgevingsplan is nog niet volledig. Dat is logisch in deze fase, maar we willen de verdere financiële analyse graag samen zorgvuldig doorlopen.
Hieronder gaan we kort in op een paar belangrijke constateringen voor de opgenomen financiële informatie: • De financiële input en gehanteerde parameters in het concept omgevingsplan heeft u niet gedeeld of besproken met andere Twentse gemeenten. Wij hadden daar op voorhand graag over meegedacht. • Nog niet alle kosten maken deel uit van de berekeningen. • De typologie van de gewenste bedrijven op XL2 hebben we nog niet volledig uitgekristalliseerd. Een deel van de plancapaciteit voor logistieke bedrijvigheid kan nog verschieten naar technologisch gedreven maakindustrie. Deze flexibiliteit heeft invloed op de uitgifteperiode. • Sommige kosten van werkzaamheden, waaronder de saneringsraming, heeft u slechts globaal verkend. Het is daarmee zeer aannemelijk dat de gepresenteerde kosten nog muteren.
DATUM
ONS KENMERK
PAGINA
11 november 2024
2400033798
4/5
•
•
• •
De gehanteerde opbrengsten van XL2 zijn substantieel hoger dan de gerealiseerde opbrengsten van XL1. Het is nog onduidelijk of deze gehanteerde opbrengsten passend zijn voor technologisch gedreven maakindustrie en ondersteunende logistiek en/of reëel zijn in relatie tot het referentieproject XL1. De looptijd van de ontwikkeling XL2 lijkt erg optimistisch. De start van het project in 2025 roept vragen op in relatie tot de trajecten en besluitvorming die nog moet worden doorlopen alvorens het project van start kan gaan. Ook hier is het redelijk de fasering minimaal te relateren aan het referentieproject XL1 en vervolgens te bepalen hoeveel uitgifte per jaar haalbaar is. Behoedzaamheid en een reële raming verdienen de voorkeur. De gehanteerde parameter voor de rente behoeft een nadere toelichting. De risico’s van de ontwikkeling van XL2 zijn (nog) niet gekwantificeerd (benodigde weerstandsvermogen). De risico’s en effecten voor eigen investeringsmogelijkheden bij eventuele deelname spelen een rol bij de afweging voor wel of geen toekomstige financiële participatie in XL2.
Het is voor ons op dit moment een grote opgave om op basis van de beschikbare financiële informatie een standpunt te vormen ten aanzien van de realiseerbaarheid van XL2. De voorgestelde fasering van drie à vier fases (fase 1a, 1b, 2 en 3) willen wij nog niet vastzetten. De keuze voor een bepaalde fasering in uitgifte hangt immers af van de verkenning naar de financiële aspecten. Het is logischer om hier in een later stadium een beslissing over te nemen. Dit geldt ook voor de manier van uitgifte (erfpacht, verkoop of een andere constructie). We willen graag alle opties hierin open houden zodat voor de meest passende constructie gekozen kan worden. Wij willen u vast meegeven dat financiële participatie momenteel wordt bemoeilijkt door de financiële ontwikkelingen vanaf 2026, het zogenaamde “ravijnjaar”. Deze ontwikkelingen maken het onzeker of financiële deelname mogelijk is. De keuze over deelname vraagt een integrale afweging binnen de gemeenten als onderdeel van de IPC-cyclus. 3. In de plannen constateert u dat de regionale vraag en aanbod van werkgelegenheid uit balans is en dat XL2 daarin geen oplossing biedt Voor de plannen van XL2 heeft u verschillende scenario’s verkend, waaronder ook op het gebied van werkgelegenheid. Daarbij heeft u gekeken naar de kwaliteit van werkgelegenheid in de volgende twee scenario’s: 1. Een grootschalig logistiek terrein; 2.
Een grootschalig terrein voor technologisch gedreven maakindustrie. We kunnen ons vinden in de conclusie dat het tweede scenario meer toegevoegde waarde biedt voor de lokale en regionale economie. Binnen deze sector zit meer innovatief vermogen en bevinden zich meer stuwende bedrijven. Echter, u komt ook tot de conclusie dat er veel vacatures openstaan en dat de komst van een grootschalig terrein het tekort nog verder kan opschroeven. Wij herkennen dit probleem. In een prognoserapport van Kennispunt Twente (2024) is geconstateerd dat we tot aan 2035 ca. 12.000 technici op alle niveaus tekort komen. Ook bedrijven in onze steden zijn veel opzoek naar nieuwe werknemers. De realisatie van XL2 kan niet zonder nieuwe werknemers. We zullen hier als regio samen in op moeten trekken. Dat doen we al via de Regionale Ontwikkel Strategie Twente, de Twente Board, met het WTC en de via Regio Deal Twente II. Maar het is belangrijk dat we: • Met regionale bedrijven en de kennisinstellingen (MBO, HBO en WO) afspraken blijven maken over het opleiden en aantrekken van nieuwe studenten en werknemers.
DATUM
ONS KENMERK
PAGINA
11 november 2024
2400033798
5/5
•
Onze strategieën ten aanzien van het vestigingsklimaat blijven afstemmen en krachten blijven bundelen.
Samengevat zitten wij nog met een aantal vragen over het concept omgevingsplan van XL2. Deze vragen richten zich voornamelijk op de kaders om de juiste doelgroepen te kunnen faciliteren, de financiële aspecten van de ontwikkeling en het tekort aan technisch talent in de regio. Wij zien graag uw reactie tegemoet en blijven graag in gesprek over de verdere ontwikkelingen.
Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Enschede, de loco-Secretaris, de Burgemeester,
(E.A. Smit)
(R.W. Bleker)