CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Weleweg 555-557_voor vaststelling toelichting

Raadsvergadering 1 februari 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Weleweg 555-55719.202 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting Bestemmingsplan Weleweg 555-557

Status: Vastgesteld

Weleweg 555-557

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure

3 3 3 5 6 7

Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

9 9 9 12

Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Ruimtelijke structuur 3.2 Functionele structuur 3.3 Cultuurhistorie

17 17 17 18

Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Toekomstige situatie 4.2 Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro) 4.3 Cultuurhistorie in relatie tot nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen 4.4 Welstand en beeldkwaliteit 4.5 Duurzaamheid

21 21 25 26 26 26

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur

30 30 36 38

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving

41 41 41 43 48

Hoofdstuk 7

49

2

Economische uitvoerbaarheid

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

Toelichting Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding bestemmingsplan

Het bestemmingsplan “Weleweg 555-557” is opgesteld om een beoogde ontwikkeling aan de Weleweg 555 en 557 en het daaraangrenzende noordelijk gelegen perceel (gemeente Lonneker, sectie AK 376) mogelijk te maken. Er is een aanvraag ingediend om de twee bestaande woningen/wooneenheden aan de Weleweg 555 en 557 samen te voegen tot één woning en een nieuwe woning ten noorden van de Weleweg 555 te bouwen. Het aantal woningen neemt als gevolg van deze ontwikkeling niet toe. De gemeentelijke reactie hierop is dat zij, onder voorwaarden, kan instemmen met deze ontwikkeling. Voorwaarde voor medewerking is onder meer dat de bestaande woningen Weleweg 555 en 557 worden verbouwd tot één woonheid (met daarin één woning). Een andere gestelde voorwaarde voor medewerking is dat het aangrenzende perceel dat noordelijk van de woningen gelegen is wordt omgezet in natuur en in dat kader verschillende inrichtingsmaatregelen worden uitgevoerd. Om het plan uit te kunnen voeren is een partiele herziening van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Noordwest' vereist. Middels onderliggende partiele herziening wordt het planologisch-juridisch kader geven om de ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het gebied waarop het bestemmingsplan “Weleweg 555-557” betrekking heeft wordt globaal begrensd door de perceelsgrenzen van het perceel gemeente Lonneker, sectie AK 376 in het noorden, de gronden van het (nieuwe) landgoed 'Rutbek Moat' in het oosten, woonpercelen in het zuiden en de Weleweg in het westen. de betreffende locatie maakt deel uit van het buitengebied van Enschede en is gelegen in stadsdeel West. Ten westen van het plangebied is de zandwinning Rutbekerveld gelegen. Ter plaatse van deze zandwinning is het bestemmingsplan 'Rutbekerveld 2019' vastgesteld, dat onder meer mogelijk maakt dat, parallel aan de zandwinactiviteiten, de bestaande plas aan de zuidzijde ondieper wordt gemaakt in het kader van natuur- en landschapsontwikkeling. Daarnaast is een kleinschalige toeristische en recreatieve functie in de vorm van een visplas met horecavoorzieningen en bijbehorende voorzieningen mogelijk gemaakt. Het plangebied is gelegen ten noorden van de Haaksbergerstraat en de N18. In afbeelding 1.1 is met een rood kruis de ligging van het plangebied weergegeven. In afbeelding 1.2 is met een rode belijning de begrenzing van het plangebied aangegeven.

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

3

Afbeelding 1.1: ligging plangeb ied, ter plaatse van rood kruis (bron: Atlas van Overijssel)

Afbeelding 1.2: b egrenzing plangeb ied met rode belijning (b ron: Atlas van Overijssel)

4

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

1.3

Geldende juridische regelingen

Bestemmingsplan 'Buitengebied Noordwest' Het plangebied valt onder het bestemmingsplan “Buitengebied Noordwest”, dat op 9 november 2015 is vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede. Het plangebied kent daarin verschillende bestemmingen. Het betreft de bestemming 'Wonen' en 'Agrarisch met waarden' (agrarische functie met ecologische waarden). Er geldt voor een gedeelte van het plangebied de gebiedsaanduiding 'archeologisch onderzoeksgebied b'. In afbeelding 1.3 is een uitsnede van de geldende verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied Noordwest' weergegeven.

Afbeelding 1.3: uitsnede verbeelding 'Buitengebied Noordwest' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Ter plaatse van de bestemming 'Wonen' zijn maximaal twee wooneenheden toegestaan (Weleweg 555 en 557). De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, met daaraan ondergeschikt, de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis met een maximum oppervlakte van 150 m2, bed and breakfast met een maximum oppervlakte van 150 m2, mantelzorg, met de daarbij behorende bouwwerken, erven, terreinen en voorzieningen, zoals speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag, groenvoorzieningen en (openbare) nutsvoorzieningen. Binnen een bouwvlak mag maximaal één wooneenheid met daarin maximaal één woning aanwezig zijn, tenzij door middel van een aanduiding anders is aangegeven. In dit geval is voor Weleweg 555 en 557 aangegeven dat maximaal 2 wooneenheden zijn toegestaan De inhoud van een wooneenheid mag maximaal 750 m³ bedragen. De goothoogte van een wooneenheid mag ten hoogste 6 meter en de bouwhoogte mag ten hoogste 10 meter bedragen. Wooneenheden mogen niet worden verplaatst. Bij een wooneenheid zijn bijbehorende bouwwerken mogelijk. De toegestane oppervlakte is afhankelijk van de grootte van het bestemmingsvlak, maar is maximaal 100 m2.

De voor 'Agrarisch met waarden - Agrarische functie met ecologische waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor het weiden van vee en de exploitatie van een grondgebonden agrarisch bedrijf, alsmede voor de bescherming, instandhouding en verbetering van de landschappelijke, geomorfologische, natuurlijke en bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

5

cultuurhistorische waarden, zoals opgenomen in de koesteransichten die zijn opgesteld voor de verschillende landschapstypen en als bijlage onderdeel uitmaken van de bestemmingsplanregels. Hieraan ondergeschikt zijn agrarisch natuurbeheer, extensieve recreatie, de winning van zout, voor zover daarvoor een concessie is gegeven, ondergrondse infrastructurele voorzieningen (hoogspanningsverbindingen en hoge druk aardgastransportleidingen uitgezonderd), sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen, alsmede andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden en bergen,bouwwerken, erven, terreinen en voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag, groenvoorzieningen en (openbare) nutsvoorzieningen toegestaan. De aanduiding 'Archeologisch onderzoeksgebied B', gelegen in het oostelijke gedeelte van het plangebied, geeft aan dat in afwijking van het bepaalde elders in de regels, geen bouwwerken worden gebouwd en/of werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd die een bodemverstoring veroorzaken dieper dan 50 cm onder het maaiveld en met een bodemverstoringsoppervlakte meer dan 2.500 m².

Indien hiervan sprake is dient door middel van archeologisch (voor)onderzoek te worden aangetoond dat er geen archeologische waarden zijn of dat er geen onevenredige aantasting plaats vindt van de aanwezige archeologische waarden. De nieuwe woning wordt gerealiseerd op gronden met de bestemming 'Agrarisch gebied met waarden'. Om deze nieuwe woning te mogen realiseren dienen de twee bestaande wooneenheden ter plaatse van Weleweg 555-557 terug te worden gebracht naar maximaal één wooneenheid. Het noordelijke gelegen perceel wordt daarbij omgezet van een agrarische bestemming in de bestemming 'Natuur'. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een passende juridisch-planologische kader opgesteld om de ontwikkeling mogelijk te maken. Parapluplan 'Cultuurhistorie' In het paraplu-bestemmingsplan 'Cultuurhistorie' heeft het plangebied de aanduiding 'overige zone-cultuurhistorie'. In de regels van dit bestemmingsplan is opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' de karakteristieke hoofdvorm van het gebouw in stand dient te worden gehouden. In het plangebied is geen bebouwing met de aanduiding 'karakteristiek' aanwezig. Een doorvertaling van de regels van het parapluplan is daarom niet nodig. Parapluplan 'Buitengebied-zonnepanelen' In het parapluplan 'Buitengebied-zonnepanelen' is het plangebied aangeduid als 'overige zone-zonnepanelen'.

Het bestemmingsplan 'Buitengebied-zonnepanelen' maakt het onder voorwaarden mogelijk om binnen verschillende bestemmingen zonnepanelen te realiseren. De regels van het parapluplan zijn, voor zover van toepassing en gewenst, doorvertaald in onderliggend bestemmingsplan. Bedrijven met milieuzones (vuurwerk, risicovol, geluid) Binnen het bestemmingsplan 'Bedrijven met milieuzones' is het plangebied aanduid als 'overige zone-risicovolle inrichtingen uitgesloten' en 'overige zone-vuurwerk uitgesloten'. Middels deze aanduidingen worden vuurwerkbedrijven en de vestiging van risicovolle inrichtingen uitgesloten. De regels van het paraplubestemmingsplan zijn doorvertaald in onderliggend bestemmingsplan.

1.4

Wettelijk kader

Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro).

Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

6

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt. Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen.

Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).

1.5

Adviezen, vooroverleg en procedure

Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Weleweg 555-557” is het erkende wijkorgaan dorpsraad Boekelo actief. De dorpsraad Boekelo is gevraagd schriftelijk advies uit te brengen. De dorpsraad heeft een positief advies uitgebracht.

Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien. De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. Het bestemmingsplan is voor vooroverleg voorgelegd aan de provincie. De provincie heeft aangegeven dat er meer duidelijkheid gewenst is ten aanzien van het streefbeeld van het te verschalen terrein en gebruikte soorten in struweelbeplanting en bloemenstrook. Naar aanleiding daarvan zijn deze onderdelen verduidelijkt. Vervolgens is het plan opnieuw voorgelegd aan de provincie en is vanuit hen aangegeven dat ze kunnen instemmen met het plan.

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

7

Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd: “Weleweg 555-557” in voorbereiding te nemen op 10 juni 2020 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede. Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet.

De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan “Weleweg 555-557” en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen is op 2 september 2020 gepubliceerd in "Huis aan Huis", op de website van de gemeente Enschede en in de Staatscourant. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Rechtsb escherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.

8

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

Hoofdstuk 2

Planologisch beleidskader

2.1

Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk

2.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau staat in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De structuurvisie is sinds maart 2012 van kracht en vormt de kapstok voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR beschrijft de Rijksoverheid haar visie op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland in de richting van het jaar 2040. Eén van de kernbegrippen in de SVIR is decentralisatie. Het kabinet wil beslissingen over ruimtelijke ontwikkelingen dichter bij burgers en bedrijven brengen. Provincies en gemeenten krijgen letterlijk de ruimte om maatwerk te leveren voor regionale opgaven. Het kabinet heeft dertien nationale (gelijkwaardige) belangen opgesteld. Dit zijn concrete belangen waarvoor het Rijk verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening

De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan.

2.1.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk

Onderhavig plan raakt geen beleid of regels van het Rijk.

2.2

Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel

2.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 mei 2017 zijn deze in werking getreden. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

9

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken) In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.

Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de ' Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking welke voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen.

Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de 10

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.

Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving. Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken.

2.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. 2.2.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel

Middels onderhavig plan wordt de samenvoeging van twee wooneenheden en de nieuwbouw van een wooneenheid mogelijk gemaakt (die voortkomt uit de samenvoeging van de wooneenheden). Daarnaast wordt een perceel met een agrarische bestemming omgezet naar een natuurbestemming. Wat betreft het provinciaal beleid zijn er een aantal onderdelen daaruit relevant. In de Omgevingsverordening is in artikel 2.1.3 (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) bepaald dat bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving uitsluitend in ontwikkelingen voorzien die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is en dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. In onderhavig plan worden twee wooneenheden samengevoegd tot één wooneenheid. De samen te voegen wooneenheden betreffen twee relatief kleine wooneenheden. Door de samenvoeging en verbouwing naar één wooneenheid kan een duurzame wooneenheid wordt gerealiseerd, aangepast aan de eisen en woonwensen van deze tijd. Het is stedenbouwkundig gewenst om de nieuwe woning in dezelfde (rooi)lijn te bouwen als de bestaande woningen.

Er is echter beperkt ruimte op het bestaande erf om een nieuwe wooneenheid te realiseren waarbij het ritme (de afstand tussen de woningen in het bebouwingslint) hetzelfde blijft. De nieuwe woning wordt om die reden direct aangrenzend aan het bestaande bebouwingslint gerealiseerd. Hiermee wordt een relatief beperkte oppervlakte agrarische grond gebruikt, waarbij deze gronden worden heringericht op een wijze die aansluit bij de doelstelling van provinciaal beleid. Er kan gesproken worden van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, dienen bij te dragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Daarbij geldt ook dat voor nieuwe ontwikkelingen die plaatsvinden op gronden die vallen binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water en die niet zijn aangeduid als Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS), dat de voorwaarde geldt dat compensatie door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving gericht dienen te zijn op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. In deze gebieden is ruimte voor groen ondernemerschap, voor initiatieven en functies die de economische en maatschappelijke dragers zijn van de kwaliteit van natuur, water en landschap landbouw.

Initiatieven van bewoners en ondernemers zijn hier leidend: zij zijn eigenaar en vormgever van de omgevingskwaliteit, waarbij bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

11

de kwaliteitsdoelen voor natuur en water het uitgangspunt zijn. Onderliggend bestemmingsplan maakt een relatief kleinschalige ontwikkeling in de Groene Omgeving mogelijk. Een kleine oppervlakte agrarische grond wordt omgezet in een woonbestemming. Per saldo wordt er daarbij geen wooneenheid/woning toegevoegd (het aantal wooneenheden blijft gelijk). Het perceel weiland dat aansluitend aan Weleweg 555-557 gelegen is, valt onder het ontwikkelingsperspectief 'Ondernemen met Natuur en Water'. Dit perceel wordt ingezet voor versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het agrarische gebruik wordt gestaakt en het perceel wordt omgezet in een bestemming 'Natuur'. Er worden verschillende landschaps- en natuurmaatregelen uitgevoerd, die zijn vastgelegd in een inrichtingsplan. De uitvoering van maatregelen worden via een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan gewaarborgd. De inrichting van het perceel voor natuurdoeleinden sluit aan op de ontwikkeling van het aangrenzende landgoed 'Rutbek Moat'. Voor het plangebied geldt dat, naast dat deze gelegen is in het perspectief 'Ondernemen met Natuur en Water buiten de NNN' deze ook gelegen is binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'.

Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Bij ontwikkelingen is het behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen belangrijk. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. De ontwikkeling, die betrekking heeft op de functie wonen en waarbij tegelijkertijd geinvesteerd wordt in de ruimtelijke kwaliteit past in dit ontwikkelingsperspectief. Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisure-laag). Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Het plangebied is in de Laag van het agrarisch cultuurlandschap gelegen in het 'essenlandschap'. In de Natuurlijke laag is het plangebied aangemerkt als 'dekzandvlakte en ruggen'.

Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. De (strekkings)-richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, is daarbij het uitgangspunt. In de overige lagen, de Stedelijke Laag en Laag van de beleving, heeft het plangebied geen specifieke kenmerken. Conclusie: Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid

2.3

Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante beleid van de gemeente Enschede. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn toegeschreven. Het sectorale beleid wordt daarom verderop in deze toelichting behandeld. 2.3.1

Toekomstvisie Enschede 2020 en uitwerkingsvisies

De gemeenteraad heeft op 17 december 2007 de Toekomstvisie Enschede 2020 vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en doelstellingen voor het gemeentelijke beleid tot 2020 staan. Het document geeft richting aan het beleid, dat nader uitgewerkt wordt in andere beleidsstukken. De ruimtelijk relevante aspecten van de hoofdlijnen en beleidsdoelstellingen in de Toekomstvisie zijn

12

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

uitgewerkt in de Herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie, die op 22 juni 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Integraal onderdeel hiervan is een visie op de binnenstad (Binnenstadsvisie) en mobiliteit (Mobiliteitsvisie). Vervolgens is de inhoud van het document Herijking RO-Visie, binnenstadsvisie inclusief mobiliteitsvisie is ruimtelijk vertaald in de Structuurvisie Enschede, die in één van de volgende paragrafen aan de orde komt. 2.3.2

Stedelijke Koers

Onder de noemer "Stedelijke Koers" heeft de gemeenteraad op 24 september 2012 ingestemd met een andere koers voor Enschede. Dat was nodig omdat vraag en aanbod in de vastgoedmarkt op het gebied van wonen, bedrijventerreinen en kantoren flink uit balans zijn. De maatschappij is veranderd. Het aantal projecten, de ambities en de plannen in Enschede die werden voorbereid en uitgevoerd pasten niet meer bij de huidige en toekomstige vraag. Om dit terug te brengen naar een realistisch aanbod heeft de gemeenteraad gekozen voor de plannen en projecten die het meest waardevol zijn voor de toekomst van Enschede en die de economie van Enschede en de regio zoveel mogelijk stimuleren. De financiële uitwerking hiervan vond plaats tijdens de behandeling van de Programmabegroting op 12 november 2012. In Enschede zullen niet alleen minder woningen worden gebouwd, maar ook andere soorten: minder appartementen en meer woningen met een tuin. De prognose voor de verkoop van grond voor bedrijventerreinen wordt naar beneden bijgesteld. Voor de kantorensector wordt naast verlagen van het aantal te bouwen kantoren ook gekeken naar hergebruik van bestaande kantoren, omdat er sprake is van leegstand. 2.3.3

Richting aan Ruimte

Op 5 april 2016 hebben burgemeester en wethouders van Enschede 'Richting aan Ruimte' (RAR) vastgesteld. Dit is een richtinggevend ontwikkelingskader waarin wordt verduidelijkt hoe Enschede omgaat met de programmering. Niet langer de kwantitatieve aspecten staan centraal maar er wordt gestuurd op kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar de totale stedelijke programmering maar ook naar de behoefte van het gebied. Een integrale afweging van alle relevante belangen (o.a. ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, economie, welzijn) op basis van het 'RAR-kompas' leidt uiteindelijk tot een besluit over de (on)wenselijkheid van een nieuw ruimtelijk initiatief. Ongewijzigd onderdeel van het integrale afwegingskader is het 'versterken vanuit het hart'.

afbeelding: het 'RAR kompas'

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

13

2.3.4

Structuurvisies

De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden.

Structuurvisie Enschede De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren; Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen; Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen; Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie. Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor ontwikkelingen in het buitengebied; Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen; Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten.

Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad; Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen. Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid. Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt.

Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld. De relevante ten aanzien van dit plan worden hieronder weergegeven. Woonvisie Op 12 maart 2012 is de Woonvisie Enschede 2025 vastgesteld. De Woonvisie vormt een nadere uitwerking van de Structuurvisie, specifiek toegespitst op de gemeentelijke beleidsdoelstellingen ten aanzien van het wonen. In juni 2019 is de nieuwe Woonvisie vastgesteld. Dit betreft geen structuurvisie. Watervisie

14

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: Overbelasting van het rioolstelsel. Grondwateroverlast. Problemen met waterkwaliteit.

De Enschedese waterambities zijn: Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken. Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede.

Structuurvisie Cultuurhistorie Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Cultuurhistorie vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid voor het bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen omgaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed. Daarbij wordt onder cultuurhistorisch erfgoed verstaan: alle cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en structuren in de gemeente Enschede, met uitzondering van gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en archeologische waarden. Voor monumenten en archeologische waarden is reeds in afzonderlijke gemeentelijke beleidskaders vastgelegd hoe daarmee dient te worden omgegaan in het kader van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.

Structuurvisie Externe Veiligheid Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Externe Veiligheid vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid met betrekking tot het beheersen van risico's die mensen lopen door de opslag, de protectie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij is vastgelegd wat in Enschede nog als een toelaatbaar risico wordt beschouwd en hoe ongewenste situaties zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen of beperkt. In deze structuurvisie is tevens het beleid voor opslagplaatsen en verkooppunten van consumentenvuurwerk vastgelegd. 2.3.5

Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

In de strategische beleidsdocumenten Toekomstvisie, Stedelijke Koers en de diverse structuurvisies zijn voor het plangebied van het bestemmingsplan "Weleweg 555-557" geen specifieke beleidsdoelstellingen of ontwikkelingsrichtingen benoemd. Woonvisie In de nieuwe Woonvisie is benoemd dat voor het buitengebied geldt dat er geen woningen mogen worden toegevoegd, tenzij sprake is van een bijdrage aan de hoofdopgaven van de stad. Dit betreft vooral situaties waarin woningbouw ruimschoots wordt gecompenseerd door investeringen in de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Wel geeft de Woonvisie ook ruimte voor initiatieve voor bijzondere woonvormen voor bijvoorbeeld ouderen, jongeren, pilots als tiny houses en/of leefgemeenschappen die een meerwaarde opleveren voor Enschede als aantrekkelijke stad en voor de leefbaarheid van het buitengebied. In onderliggend bestemmingsplan wordt er per saldo geen extra woning toegevoegd. Er worden daarnaast investeringen in de ruimtelijke kwaliteit verricht, zodat de omgevingskwaliteit en biodiversiteit vergroot wordt. Door de ontwikkeling worden enkele kwalitatief betere woningen in het buitengebied gerealiseerd dan in de huidige situatie aanwezig zijn. Het initiatief past daarmee binnen de doelstellingen van de Woonvisie. Gids Buitenkans De Gids Buitenkans geeft het kader voor ontwikkelingen in het buitengebied. Uitgangspunten van de Gids zijn

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

15

onder andere zorgvuldig en efficiënt ruimtegebruik en het voorkomen van verdere verstening. Nieuwe bouwmogelijkheden ontstaan daarom alleen door bestaande rechten binnen het bestemmingsplan of doordat de nieuwe bouw de kwaliteit van de omgeving in grote mate verbetert. Voor het beoordelen van initiatieven wordt het model van de weegschaal gehanteerd. De Weegschaal Buitenkans verbeeldt het belang van het evenwicht tussen nieuwe initiatieven en het effect ervan op de ruimtelijke kwaliteit.Er is sprake van verplaatsing van één wooneenheid, door twee wooneenheden samen te voegen tot één wooneenheid en een nieuwe woning te bouwen op een locatie direct aan het bestaande bebouwingslint. Er wordt per saldo dus geen extra woning toegevoegd. Ten aanzien van verbetering van de ruimtelijke kwaliteit worden verschillende maatregelen getroffen. Onderdeel van de ontwikkeling is de omzetting van een aangrenzend perceel agrarische grond naar een bestemming 'Natuur' in het kader waarvan het perceel ook een nieuwe inrichting krijgt. Door de uitvoering van het inrichtingsplan wordt een bijdrage geleverd aan de versterking van natuur, landschap en biodiversiteit. Bij het bepalen van de landschapsmaatregelen is rekening gehouden met de uitgangspunten van de Natuurkansenkaart. Uit deze kaart blijkt dat het met name zinvol is om op de planlocatie in te zetten op insecten (bijen en vlinders).

Een inrichting met een grillige bosrand met struweel, verschraling van de grond met extensief beheer en een bloemenstrook zoals opgenomen in het inrichtingsplan (zie 4.1.2) zorgt voor een passende leefomgeving voor deze soorten. Het perceel is aangemerkt als 'ondernemen met natuur en water buiten de NNN' (zie ook paragraaf 2.2). Compensatie door investeringen ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving dienen gericht te zijn op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Middels uitvoering van onderliggend bestemmingsplan en het bijbehorende inrichtingsplan wordt bijgedragen aan het behalen van deze doelstelling. Met het uitvoeren van het plan wordt de kwaliteit van de omgeving ook verbeterd. Aan de uitgangspunten van de Gids Buitenkans wordt voldaan.

16

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 3.1

Gebiedsbeschrijving

Ruimtelijke structuur

De bebouwing aan dit gedeelte van de Weleweg betreft een zeer typische lintbebouwing in het buitengebied. Het zijn een aantal kleine, ongeveer gelijke, twee onder één kap woningen. Het type woningen is het best te omschrijven als "arbeiderswoningen". Het rijtje woningen staat alleen, langs een landelijk weggetje, zonder directe buren. Het is een ensemble gevormd door een rijtje in een verder zeer landelijke omgeving en dat is heel bijzonder te noemen. Deze karakteristiek dient het uitgangspunt te zijn bij veranderingen in de toekomst. Deze karakteristieke huizen zijn gelijktijdig gebouwd als een rijtje woningen ergens tussen 1930 en 1940 in de juist daarvoor ontgonnen woeste grond langs de Rietbeek of Rutbeek. Waarschijnlijk bedoeld om arbeiders te huisvesten. Tot op de dag van vandaag is het unieke karakter bewaard gebleven en is de historie nog afleesbaar. Het is belangrijk voor de toekomst om het karakter van de plek te behouden en de woningen in hun uiterlijke verschijningsvorm met een conserverende houding te behandelen. Voor toekomstige generaties blijft het dan duidelijk dat dit rijtje woningen bij elkaar hoort en dat ze hier midden in de nieuwe ontginning gebouwd zijn om arbeiders te huisvesten die naar alle waarschijnlijkheid geholpen hebben met het ontginnen van de grond en deze gereed gemaakt hebben ten dienste van de landbouw.

Het aanwezige rijtje woningen kan uitgebreid worden met één woning die zich qua uiterlijk en maten exact aanpast aan het bestaande rijtje. Als ruimtelijke tegenprestatie voor het toevoegen van één woning in het bebouwingslint wordt het weiland ten noorden van dit gebied landschappelijk ingericht en worden nieuwe natuurwaarden toegevoegd aan het landschap. Hiervoor is een inrichtingsplan gemaakt (zie 4.1.2).

Afbeelding 3.1: vogelvluchtafb eelding op de woningen aan de Weleweg (met aan de linkerzijde de woningen Weleweg 555 en 557) Het plangebied is gelegen direct aansluitend aan het nieuwe landgoed Rutbek Moat (Haaksbergerstraat 1160). In het kader van de aanleg van dit nieuwe landgoed zijn verschillende natuur- en landschapsmaatregelen uitgevoerd. De ontwikkeling van natuur en landschap in het plangebied sluit hier goed op aan.

3.2

Functionele structuur

Op dit moment heeft het plangebied voor een gedeelte een woonfunctie en voor een gedeelte een agrarische functie (het huidig gebruik is weiland). In afbeelding 3.1 zijn de woningen Weleweg 555 en 557 weergegeven. De woningen Weleweg 555 en 557 zijn twee relatief kleine twee onder een kap woningen. Deze zijn gebouwd begin jaren 30 van de vorige eeuw. De woningen vormen de afsluiting van het bebouwingslint van woningen aan de Weleweg.

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

17

Afbeelding 3.1: aanzicht woningen Weleweg 555 en 557 vanaf Weleweg. In afbeelding 3.2 is het zicht op het weiland weergegeven vanaf de Weleweg. Aan de rechterzijde is een van de bijgebouwen van Weleweg 555 te zien.

Afbeelding 3.2: zicht op weiland vanaf de Weleweg

3.3

Cultuurhistorie

Historie en ontstaansgeschiedenis plangebied Het grondgebied van de gemeente Enschede bestaat voornamelijk uit een stuwwal- en keileemlandschap en een dekzandlandschap. Het gebied wordt doorsneden door vele beken, waaronder de Glanerbeek, de Elsbeek, de Rutbeek en de Boekelerbeek. Daarnaast ligt in het uiterste zuidoosten een veengebied (het Aamsveen), dat onderdeel uitmaakt van een groter veengebied dat in Duitsland ligt. Het landschap als geheel dankt zijn vorm aan de voorlaatste en laatste ijstijd. Van noord naar zuid loopt de stuwwal van Oldenzaal/Enschede, één van de grootste in Overijssel.

18

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

Rond de stuwwal ligt een zone met veel keileem, dat tijdens de laatste ijstijd bedekt is door dekzand. Dit dekzand is afgezet door de wind, waardoor een deken van dekzand over het gebied is gelegd en hoge reliëfrijke dekzandkoppen en -ruggen ontstonden. Deze koppen liggen vooral op de grens van hoog naar laag: dus langs de beekdalen en stuwwallen. Het agrarische landschap van de gemeente Enschede vindt zijn oorsprong in vroege Middeleeuwen, toen de bewoners van de streek op de hogere delen permanente akkers aanlegden. Om versnippering van de betrekkelijk kleine arealen te voorkomen werden de bouwlanden waar mogelijk gezamenlijk aangelegd en beheerd, de zogenaamde essen. Deze essen moesten regelmatig bemest worden om de vruchtbaarheid van de grond op peil te houden. Daarvoor werd een gemengd agrarisch bedrijf gevoerd, waarin ook beekdalen en woeste gronden een belangrijke rol speelden. De woeste gronden bestonden veelal uit heidevelden. De namen hiervan eindigden op - veld, iets dat in de huidige naamgeving nog altijd herkenbaar is. Het Rutbekerveld, waarin het plangebied gelegen is, was ook dergelijke woeste grond. Hierop werden schapen geweid en plaggen gewonnen. De plaggen werden in de potstal gebracht en daar vermengd met de mest van de schapen. Vanuit de potstal werden de plaggen vermengd met mest vervolgens op de es gebracht.

Afbeelding 3.2: kaart omstreeks 1900 (b ron: Topotijdreis) Vanaf 1850 traden grote veranderingen op in het landschap in de gemeente Enschede. In de eerste plaats verdween een groot deel van het oude cultuurlandschap als gevolg van de forse uitbreiding van de stad Enschede. In de tweede plaats maakte het resterende agrarische landschap rond de stad een metamorfose door. Zo werden, met uitzondering van een gedeelte van het Usselerveld, van het Usselerveen, de Derkingsmaten en het Aamsveen, alle woeste gronden ontgonnen. De heidevelden werden hoofdzakelijk omgezet in onregelmatig verkavelde en met houtwallen omringde weilanden en in bossen. Het in cultuur brengen van de woeste gronden was tot het begin van de twintigste eeuw hoofdzakelijk een zaak van Enschedese textielfabrikanten. De introductie van de kunstmest maakte het eenvoudiger ook de

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

19

woeste gronden als akkerland te gebruiken. In de huidige situatie is een gedeelte van het plangebied in gebruik als agrarische grond. Er zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden beschermd of aangewezen in het plangebied. Monumenten in het plangebied Er zijn geen monumenten in het plangebied of omgeving van het plangebied aanwezig. Overige cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren in het plangebied Er zijn in het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle objecten, structuren en bouwwerken zonder monumentstatus aanwezig. Beschermwaardige bomen in het plangebied In het plangebied van het bestemmingsplan "Weleweg 555-557" zijn geen beschermwaardige bomen aanwezig. De bescherming van bomen is geregeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op het bij de APV behorende bomenoverzicht zijn de beschermde bomen en boomgroepen weergegeven, voor het vellen waarvan in ieder geval een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de APV is vereist. Op het bomenoverzicht zijn niet alle beschermde bomen weergegeven. Ook de gemeentelijke bomen die niet op het bomenoverzicht zijn weergegeven zijn beschermd op grond van de APV. Het bij de APV behorende bomenoverzicht is een interactieve bomenkaart die is te raadplegen op de website van de gemeente Enschede.

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingsprojecten wordt in bestemmingsplannen zoveel mogelijk rekening gehouden met de aanwezige beschermwaardige bomen door bouwgrenzen en infrastructurele werken, voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is, zodanig te situeren dat daardoor de maximale kroonprojectie van de bomen niet of zo min mogelijk wordt beperkt.

20

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

Hoofdstuk 4

Planbeschrijving

4.1

Toekomstige situatie

4.1.1

Bebouwing en erf

De twee bestaande wooneenheden Weleweg 555 en 557 (twee onder een kap) worden samengevoegd tot één wooneenheid met daarin één woning. In dat kader zijn bouwtekeningen ingediend, waaruit blijkt dat er sprake is van verbouwing naar één wooneenheid met daarin één woning. Met de verbouwing worden twee relatief kleine wooneenheden omgebouwd naar één wooneenheid, waardoor een wooneenheid wordt gerealiseerd die voldoet aan de woonwensen van deze tijd (onder meer wat betreft woonoppervlakte en wooncomfort) en waarbij tegelijkertijd duurzaamheidsmaatregelen worden genomen. De tekening van de bestaande en nieuwe situatie na de verbouwing naar één wooneenheid is als bijlage van de regels opgenomen. Het bouwrecht voor de andere woonheid wordt verplaatst naar een locatie direct aangrenzend aan de bestaande woningen; de nieuwe wooneenheid wordt ten noorden van het bestaande bebouwingslint gesitueerd. In afbeelding 4.1 is de locatie van de nieuwe wooneenheid weergegeven. Deze is ook opgenomen in het inrichtingsplan. Achter de nieuwe wooneenheid/ in het achtererfgebied is er ruimte voor een bijgebouw. De inrit van de nieuwe woning komt ten noorden van de nieuwe woning te liggen. De huidige inrit ten noorden van Weleweg 555 blijft gehandhaafd in de nieuwe situatie. Qua situering wordt de wooneenheid in de dezelfde (rooi)lijn geplaatst als de bestaande woningen aan de Weleweg.

Het uiterlijk en de massa van de nieuwe wooneenheid sluit ook aan bij de bestaande woningen. De inhoud van de nieuwe wooneenheid bedraagt maximaal 750 m3, overeenkomstig de maximale inhoudsmaat van woningen in het bestemmingsplan 'Buitengebied Noordwest'. In bijlage 3 van de regels is het beoogde bouwplan voor de nieuwe woning opgenomen. Dit bouwplan is akkoord bevonden, waarna de gewenste maten (o.a. goot- en bouwhoogte) zijn opgenomen in de bouwregels van dit bestemmingsplan. Het bouwplan is als onderlegger gebruikt om een passende bestemmings- en bouwregeling op te kunnen stellen. De bouw van een afwijkende woning is onder voorwaarden wel mogelijk. Er is in dat kader een binnenplanse afwijkingsbevoegheid opgenomen.

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

21

Afbeelding 4.1: impressie locatie nieuwe wooneenheid (bron: Gbouwtek)

Afbeelding 4.2: impressie aanzichten nieuwe wooneenheid (b ron: Gbouwtek)

22

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

4.1.2

Inrichtingsplan

Het gebied maakt deel uit van een oude hoevenlandschap. Een oude hoevenlandschap kent een kleinschalige en grillige verkaveling. De landbouwkavels in het oude hoevenlandschap zijn vaak omzoomd met houtwallen en de wegen zijn veelal krom. De herinrichting van het weiland sluit aan op de kenmerken van het oude hoevenlandschap. Het landschap wordt verdicht en kleinschaliger gemaakt, inheemse soorten worden toegevoegd. Er worden verschillende natuur- en landschapsmaatregelen genomen, waarbij het agrarische gebruik van het perceel wordt beeindigd. Het streefbeeld is het realiseren van een bloemenrijk schraalgrasland. De maatregelen bestaan uit het aanplanten van een bloemenstrook met inheemse soorten(1) en het aanplanten van struweel (5). Tevens wordt de toplaag van de bodem afgegraven, om het terrein te verschralen (voedselarm te maken). Het maaiveld wordt daarna glooiend aangebracht. Er worden verschillende bomen en struiken aangeplant (2, 3, 4). Aan de achterzijde van het nieuwe woonperceel wordt een weide voor kleinvee gerealiseerd. Een uitsnede van het inrichtingsplan is weergegeven in afbeelding 4.3. Het gehele inrichtingsplan is als bijlage bij de regels gevoegd. In een voorwaardelijke verplichting die in de regels is opgenomen wordt verwezen naar dit inrichtingsplan, waarmee de uitvoering en instandhouding van de maatregelen gewaarborgd wordt.

Tussen het bestaande en nieuwe erf wordt een bomenrij (7) gerealiseerd, aan de voorzijde van de woningen wordt een haag aangeplant. Aan de voorzijde van de erven wordt een haag geplant (6). Hiermee wordt de nieuwe situatie op passende wijze in het landschap ingepast.

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

23

Afbeelding 4.3: uitsnede inrichtingsplan (b ron: Borgerink Groendesign)

24

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

4.1.3

Verkeer en parkeren

Er zal een extra inrit op de Weleweg worden gerealiseerd ten noorden van de nieuwe wooneenheid. Parkeren vindt op eigen terrein plaats. In dit geval (buitengebied, vrijstaande woning groter dan 120 m2 gebruiksoppervlakte) geldt een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen. Op eigen erf is voldoende ruimte aanwezig om in deze parkeergelegenheid te voorzien. Doordat de woonpercelen Weleweg 555 en 557 samengevoegd worden tot 1 wooneenheid is er feitelijk geen sprake van een toename van het aantal wooneenheden/woningen. Daarom mag gesteld worden dat het aantal verkeersbewegingen niet significant zal wijzigen/toenemen ten gevolge van de ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling heeft dan ook geen verdere consequenties voor het bestaande omliggende wegennet.

4.2

Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro)

Artikel 3.1.6, 2e tot en met 4e lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een stedelijke ontwikkeling die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt in de toelichting moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. Wanneer een bestemmingsplan een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet in de toelichting tevens worden gemotiveerd waarom in die behoefte niet kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied. Deze zogenoemde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen en schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor. De 'Ladder' is alleen van toepassing als er sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als 'stedelijke ontwikkeling' te kunnen worden aangemerkt. Daarvan zal in beginsel geen sprake zijn indien het nieuwe bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt. Dit kan anders zijn indien het bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime in een vanuit ruimtelijk oogpunt ingrijpende nieuwe planologische functiewijziging voorziet.

Wanneer de 'stedelijke ontwikkeling' die een bestemmingsplan mogelijk maakt alleen betrekking heeft op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, heeft het onderzoek naar de behoefte slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. 'stedelijke ontwikkeling' Onder 'stedelijke ontwikkeling' wordt in het Bro (art. 1.1.1, 1e lid onder i) verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Of in een bestemmingsplan sprake is van een of meer stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Bro is niet altijd even duidelijk. Dit dient per plan te worden getoetst en gemotiveerd. In de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie uitspraken 201310814/1/R1 en 201311211/1/R3, is inmiddels de lijn te ontdekken dat wanneer er sprake is van bestaande bebouwing en geen toename van het ruimtebeslag, er in dat geval geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Ook bij nieuwbouw hoeft volgens de jurisprudentie, zie uitspraak 201310222/1/R6, niet altijd sprake te zijn van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro.

Dit geldt bijvoorbeeld bij kleine woningbouwontwikkelingen (maximaal 11 woningen), waarover de Afdeling Bestuursrechtspraak d.d. 28 juni 2017 een uitspraak heeft gedaan (201608869/1/R3). 'Stedelijke ontwikkeling' en het bestemmingsplan "Weleweg 555-557" In het bestemmingsplan "Weleweg 555-557" wordt de samenvoeging van twee wooneenheden naar één wooneenheid mogelijk gemaakt en nieuwbouw van een vrijstaande wooneenheid mogelijk wordt gemaakt. Er is geen sprake van een toename van het aantal wooneenheden, waardoor er ook geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling.

bestemmingsplan Welew eg 555-557 (vastgesteld)

25

4.3

Cultuurhistorie in relatie tot nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen

In paragraaf 3.3 is reeds ingegaan op cultuurhistorische aspecten, behalve op het aspect 'archeologie'. Wat betreft dit aspect geldt het volgende. in het bestemmingsplan 'buitengebied Noordwest is een zeer klein gedeelte van het plangebied aangemerkt als 'archeologisch onderzoeksgebied B'. Dit betreft gebieden met een hoge en middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Voor deze gronden geldt dat archeologisch onderzoek vereist is wanneer er bouwwerken worden gebouwd en/of werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden worden uitgevoerd die een bodemverstoring veroorzaken dieper dan 50 cm onder het maaiveld en met een bodemverstoringsoppervlakte van meer dan 2.500 m². Er is geen sprake van een bodemverstorende werkzaamheden dieper dan 50 centimeter of een grotere oppervlakte dan 2500 m2. Archeologisch onderzoek is daarom niet vereist.

4.4

Welstand en beeldkwaliteit

In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwplannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het plangebied van het bestemmingsplan "Weleweg 555-557" geldt de welstandsidentiteit 'Boerenerven, oude eserven'. De rij woningen kan in ruime zin opgevat worden als een soort langgerekt erf. De lintbebouwing vormt een ensemble in de zin zoals dat ook in de welstandstoets genoemd wordt. De stadsbouwmeester toetst nieuwbouw en verbouw daarom op de kwaliteit van het gebouw zelf, op de relatie van het gebouw met de overige erfbebouwing en op het effect van het gebouw op het landschapsbeeld. De toets is gebaseerd op de kenmerken van het erf in kwestie. De stadsbouwmeester toetst alle bouwwerken die niet expliciet in de criteria worden genoemd 'in de geest van de identiteit' aan het doel van welstandszorg en de kenmerken van de categorie zoals die in de geldende brochure worden beschreven. Het bouwplan voor de nieuwe woning is in het vooroverleg met Welstand besproken. Conclusie hiervan is dat het bouwplan akkoord is en voldoet aan de welstandseisen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=e4d45b81-84f2-47ba-bba9-ca61dcd43826