Was-wordtlijst
Tekst van het document
AANPASSINGEN BELEIDSREGELS JEUGDHULP EIGEN KRACHT 2025
Tabel 1 Was-wordt; veranderingen t.o.v. de huidige beleidsregels locatie
Beleidsregels jeugdhulp 2025 huidig
Beleidsregels jeugdhulp 2025 nieuw
Hoofstuk 3 Melding en onderzoek
3.1 Bij het onderzoek naar de aanvraag als bedoeld in artikel 9 van de Verordening, volgt de gemeente het stappenplan dat grotendeels door de Centrale Raad van Beroep (CRvB) is geformuleerd (zie CRvB 01052017,ECLI:NL:CRVB:2017:1477).
3.1 Het college onderzoekt in een gesprek met de jeugdige en/of zijn ouder de noodzaak voor het treffen van een voorziening op het gebied van jeugdhulp. Het college doet dit middels het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep:
Met de jeugdige en/of zijn ouder(s) wordt op basis van onderstaand stappenplan het volgende in kaart gebracht:
1. Wat de hulpvraag is. 2. Onderzoeken of het college verantwoordelijk is op basis van het woonplaatsbeginsel.
3. Of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. En zo ja, om welke problemen en/of stoornissen het gaat.
4. Welke hulp naar aard en omvang nodig is om de jeugdige in staat te stellen om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en/of voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren.
5. Of de jeugdige en/of zijn ouders zelf (deels) in staat zijn om zelf de problemen op te lossen, eventueel met hulp van hun sociaal netwerk of gebruik kunnen maken van een andere- of algemene voorziening.
Pas als er op basis van stap 5 de eigen kracht niet toereikend is, is een individuele voorziening aan de orde.
Stap 1: het college stelt vast wat de hulpvraag is van de jeugdige en/of zijn ouder; Stap 2: het college stelt vast of er sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en/of stoornissen en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn. Onderzocht worden in ieder geval de volgende aspecten: […] Stap 3: wanneer het college de problemen en stoornissen heeft vastgesteld, wordt bepaald welke hulp naar aard (specifieke eisen of deskundigheid) en omvang (hoeveelheid en duur) nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; Stap 4: nadat de noodzakelijke hulp in kaart is gebracht, wordt onderzocht of de ouders zelf (deels) in staat zijn om de problemen op te lossen, eventueel met hulp van hun sociale netwerk of gebruik makend van een andere of algemene voorziening. In hoofdstuk 4 is het onderzoek naar eigen kracht en het probleemoplossend vermogen nader uitgewerkt; Stap 5: Als alle vragen onderzocht zijn en er is vastgesteld dat de hulp (deels) geleverd kan worden door ouders, eventueel met behulp van het sociale netwerk en/of een algemene of andere
voorziening, kent het college geen individuele voorziening toe. Voor het deel waarvoor deze mogelijkheden niet toereikend of beschikbaar zijn, wordt een individuele voorziening toegekend. Hoofdstuk 4 Onderzoek eigen kracht
4.2
4.1 Onderzoek of eigen kracht toereikend is Wanneer de jeugdige en/of zijn ouders zich melden met een hulpvraag over het gezond en veilig opgroeien van een jeugdige, wordt vastgesteld welke ondersteuning passend is bij de hulpvraag. In elke individuele situatie wordt op basis van de hulpvraag een zorgvuldige afweging gemaakt of er sprake is van voldoende eigen kracht. Hierbij wordt rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van de jeugdige en/of zijn ouders. Om te beoordelen of ouders de hulp zelf kunnen bieden, onderzoekt het college in ieder geval de volgende vragen: 1. Is de ouder (met het sociaal netwerk) in staat de noodzakelijke hulp te bieden? 2. Is de ouder (met het sociaal netwerk) beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden? 3. Levert het bieden van de hulp door de ouder (met het sociaal netwerk) geen overbelasting op? Met overbelasting wordt bedoeld dat een disbalans ontstaat in verhouding tussen de draagkracht (belastbaarheid) en draaglast (belasting) van de ouder. Als uit onderzoek naar bovenstaande vragen volgt dat de ouder(s) de benodigde hulp kunnen bieden zonder dat dit tot problemen leidt op één van deze terreinen, dan kan het college concluderen dat er sprake is van voldoende eigen kracht.
[…] 4.2 Capaciteiten van de ouder(s) Het college beoordeelt de capaciteit van ouders aan de hand van de opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen van de jeugdige en welke problemen ouders ondervinden met betrekking tot de zogeheten zorgplicht. Het kan voorkomen dat de ouder(s) zelf - al dan niet tijdelijk - onvoldoende opvoedcapaciteiten hebben om om te gaan met (kortgezegd) opgroeiproblemen van hun kinderen die daarmee verband houden. In die gevallen kan het college ondersteuning, hulp dan wel zorg bieden die erop gericht is om ouders instrumenten in handen te geven waardoor zij dit (weer) wel kunnen doen.
4.1 Het college gaat uit van de eigen kracht van de ouder om problemen op te lossen. Ouders zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen. Uitgangspunt is om ouders zo lang mogelijk in staat te stellen om ondersteuning aan hun kinderen te kunnen bieden als primaire verzorgers, en/of dit vermogen te herstellen en versterken.
4.2 Wanneer de volgende vragen positief beantwoord worden, kan de hulpbehoefte met behulp van eigen kracht worden ingevuld. 4. 2.1. Is de ouder in staat de noodzakelijke hulp te bieden? Hierbij gaat het om de vraag of de ouder (kwalitatief) in staat is om de noodzakelijke hulp te bieden, of dat deels kan. […] 4.2.2 Is de ouder beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden? Hierbij gaat het om de vraag of de ouder in staat is om de benodigde hoeveelheid hulp te kunnen leveren op de momenten dat het kind deze nodig heeft. […] 4.2.3 Levert het bieden van de hulp door de ouder geen overbelasting op?
4.3
4.3 Dreigende overbelasting Bij (dreigende) overbelasting van de ouder(s) moet dat aannemelijk worden gemaakt en zo nodig nader worden onderbouwd. In dat geval rust er op het college de plicht daar een onderzoek naar in te stellen. De ouder(s) is dan verplicht, desgevraagd, zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek. Weigert de ouder(s) dit, dan kan het recht op een individuele voorziening niet worden vastgesteld. Het college zal bij de beoordeling van (dreigende) overbelasting in voorkomende gevallen rekening houden met de omstandigheid dat de ouder(s) zorg/hulp bieden in het kader van andere regelgeving. Denk bijvoorbeeld aan verpleging en verzorging op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en/of het overnemen van huishoudelijke taken op grond van de Wmo.
Hierbij gaat het om de vraag of de draagkracht (belastbaarheid) en draaglast (belasting) van ouders voldoende in balans zijn, waardoor ze in staat zijn om de hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag. […] 4.3 Als hulp uit een aanvullende verzekering kan worden gefinancierd, wordt voor dit deel geen individuele voorziening afgegeven.
4.4
4.4 Wanneer de hulpvraag bestaat uit het bieden van permanent toezicht op de jeugdige, valt dit niet onder de eigen kracht van ouders voor zover dit niet passend is bij de normale zorgbehoefte die hoort bij leeftijd van het kind.
4.5
4.5 Als de jeugdige van 12 jaar of ouder geen intieme persoonlijke verzorging wil ontvangen van de ouder(s), wordt de hulpvraag niet afgewezen op grond van eigen kracht van de ouders. Daarbij heeft het college oog voor een mogelijke aanspraak op intensieve kindzorg op grond van de Zorg-verzekeringswet of toegang tot de Wet langdurige zorg.
Bijlage: leeftijdscategorieën ontwikkeling Onderstaande informatie kan gebruikt worden om na te gaan wat een kind met een ‘normaal’ ontwikkelingsprofiel per leeftijdscategorie kan: […]