CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-Wordt lijst

Raadsvergadering 27 oktober 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Verordening Maatschappelijke ondersteuning Enschede 20267.318 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AANPASSINGEN BELEIDSREGELS VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING ENSCHEDE 2026

Tabel 1 Was-wordt; veranderingen t.o.v. de huidige verordening locatie Titel

Verordening Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2024 Verordening Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2024

Verordening Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2026 Verordening Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2026

Intitulé

Verordening Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2024

Verordening Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2026

Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1c

besluit: het geldende besluit maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Enschede;

besluit: de beslissing van het college op een aanvraag in het kader van de Wmo;

Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1 e

budgetplan: plan dat een cliënt die een pgb wenst moet indienen. Het college gebruikt dit plan om te beoordelen of voldaan wordt aan de pgbvoorwaarden; CIMOT: de Centrale Intake Twente tot de maatschappelijke opvang en beschermd wonen, die de meldingen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang behandelt; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede;

CIMOT: het loket waar meldingen voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen kunnen worden ingediend en worden behandeld

gebruikelijke hulp: de hulp die naar algemeen aanvaardbare opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de huisgenoten, tot wie gerekend worden, de partner, ouders, inwonende kinderen en anderen met wie cliënt duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont. gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw dat niet hoort tot de eigen woning van cliënt, maar wel noodzakelijk is om de woning te bereiken of bestemd is voor gemeenschappelijk gebruik zoals een keuken of recreatieruimte;

gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten;.

Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1f Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1g

Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1h

Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1i

college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede;

financiële tegemoetkoming: een financiële tegemoetkoming ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie als bedoeld in artikel 2.1.7 van de Wmo;

hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo;

Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1j

hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft;

ingezetene: degene die in de basisregistratie personen staat ingeschreven in de gemeente Enschede, dan wel, indien het een inschrijving van een briefadres in de gemeente Enschede betreft, degene die zijn feitelijke verblijfplaats in de gemeente Enschede heeft;

Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1k

hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de Wmo;

melding: kenbaar maken van de hulpvraag aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo;

Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1l

ingezetene: cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Enschede;

ondersteuningsplan: een schriftelijk verslag van de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, achtste lid, van de Wmo, met daarin de adviezen, verwijzingen, afspraken en de beoogde resultaten die samen met de inwoner zijn gemaakt, eventueel aangevuld met het persoonlijk plan;

Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1m

melding: kenbaar maken van de hulpvraag aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de Wmo;

persoonlijk plan: plan waarin de inwoner aangeeft hoe zijn hulpvraag opgelost kan worden, zoals bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de Wmo;

Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1n

ondersteuningsplan: een schriftelijk verslag van de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 8 van de Wmo, met daarin de adviezen, verwijzingen, afspraken en de beoogde resultaten die samen met de cliënt zijn gemaakt, eventueel aangevuld met het persoonlijk plan; persoonlijk plan: plan waarin de cliënt aangeeft hoe zijn hulpvraag opgelost kan worden, zoals bedoeld in artikel 2.3.2 lid 2 van de Wmo;

pgb: persoonsgebonden budget;

Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1p

pgb: persoonsgebonden budget;

pgb-beheerder: de inwoner/persoon uit het sociale netwerk van de inwoner/ vertegenwoordiger die inwoner helpt om de aan een pgb verbonden taken manier uit te voeren;

Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1q

pgb-aanbieder: de persoon of organisatie waar cliënt met het pgb de maatwerkvoorziening wil inkopen of inkoopt;

pgb - plan: plan dat een inwoner die een pgb wenst moet indienen. Het college gebruikt dit plan om te beoordelen of voldaan wordt aan de pgb-voorwaarden;

Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1o

pgb-aanbieder: een derde die inwoner heeft betrokken om ondersteuning in te kopen. Dit kan een professionele aanbieder of een informele hulp zijn;

Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1r Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1t Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1u

Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1v

Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1w Artikel 1. Begripsbepaling Lid 1x

pgb-beheerder: een persoon uit het sociale netwerk van de cliënt of zijn vertegenwoordiger, die cliënt helpt om de aan een pgb verbonden taken op een verantwoorde manier uit te voeren; verplaatsingsvoorziening: een maatwerkvoorziening waarmee de cliënt zich in zijn leefomgeving kan verplaatsen; Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

Woning: een woonruimte bestemd voor permanente bewoning, waarbij geen wezenlijke woonfuncties zoals slapen, koken en toiletgebruik met andere woningen worden gedeeld en die ook een eigen toegang heeft, hieronder begrepen een woonschip en een woonwagen; Woonvoorziening: een maatwerkvoorziening gericht op het normale gebruik van de woning;

sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt; Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; Woning: een woonruimte bestemd voor permanente bewoning, waarbij geen wezenlijke woonfuncties zoals slapen, koken en toiletgebruik met andere woningen worden gedeeld en die ook een eigen toegang heeft, hieronder begrepen een woonboot en een woonwagen Woonvoorziening: een maatwerkvoorziening gericht op het normale gebruik van de woning

Zorgplan: plan gemaakt door de zorgaanbieder en de inwoner, waarin de gemaakte afspraken over de te leveren zorg en ondersteuning vastgelegd zijn. .

Titel Hoofdstuk 2

Zorgplan: plan gemaakt door de pgb-aanbieder en de cliënt aan de hand waarvan het college toetst of de ondersteuning van voldoende kwaliteit is. Hoofdstuk 2: Melding en onderzoek

Is lid 1w geworden

Artikel 2. Melding Lid 1

Een hulpvraag kan door of namens de cliënt vormvrij bij het college worden gemeld.

Hoofdstuk 2: Melding, onderzoek en aanvraag (samengevoegd met hoofdstuk 3) Een hulpvraag kan door een inwoner of diens vertegenwoordiger vormvrij bij het college gemeld worden.

Artikel 2. Melding Lid 2

Het college maakt zo spoedig mogelijk met de cliënt of zijn vertegenwoordiger een afspraak voor een gesprek.

Niet als melding wordt aangemerkt: de hulpvraag die meteen kan worden beantwoord en geen nader onderzoek behoeft.

Artikel 2. Melding Lid 3

Het college wijst de cliënt en/of zijn mantelzorger of vertegenwoordiger voor het onderzoek op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis onafhankelijke cliëntondersteuning.

Een melding wordt door het college geregistreerd en schriftelijk bevestigd.

Artikel 2. Melding Lid 4

Als de melding gaat over beschermd wonen of maatschappelijke opvang, wordt deze door of namens de cliënt ingediend bij het CIMOT. Het CIMOT neemt de melding dan verder in behandeling. De cliënt geeft het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

Het college maakt zo spoedig mogelijk met de inwoner of zijn vertegenwoordiger een afspraak voor een gesprek.

Artikel 2. Melding Lid 6

Bij het onderzoek, als bedoeld in artikel 3, stelt het college de identiteit van de cliënt vast aan de hand van een geldig identiteitsbewijs.

De inwoner geeft het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

Artikel 2. Melding Lid 7 (nieuw)

-

Bij het onderzoek, als bedoeld in artikel 4, stelt het college de identiteit van de inwoner en de vertegenwoordiger van de inwoner, indien van toepassing, vast aan de hand van een geldig identiteitsbewijs.

Artikel 3. Onderzoek Nieuw Artikel 3. Onafhankelijke inwonerondersteuning Artikel 3 Onderzoek

Artikel 3. Onderzoek

Artikel 3 onderzoek

Artikel 3 Onafhankelijke inwonerondersteuning Het college wijst de inwoner en/of zijn mantelzorger of vertegenwoordiger voor of tijdens het onderzoek op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis onafhankelijke inwonerondersteuning Artikel 4. Onderzoek

Artikel 4 Aanvraag

Artikel 4 aanvraag

Artikel 5. Aanvraag van een maatwerkvoorziening

Hoofdstuk 3: aanvraag maatwerkvoorziening Artikel, 6

Hoofdstuk 3: aanvraag maatwerkvoorziening

Hoofdstuk 3: Algemene voorzieningen

Artikel 6; voorwaarden en weigeringsgronden

Nieuw artikel 6: algemene voorzieningen

Artikel 5

Artikel 5 Algemene criteria

Artikel 7. Algemene criteria maatwerkvoorzieningen

Nieuw Artikel 8. Vormen van maatwerkvoorzieningen (nieuw)

-

Artikel 8. Vormen van maatwerkvoorzieningen 1. Het college kan een inwoner in aanmerking laten komen voor één of meerdere van de volgende maatwerkvoorzieningen: a. huishoudelijke ondersteuning; b. begeleiding individueel; c. dagbesteding;

Artikel 2. Melding Lid 5

Als de melding gaat over beschermd wonen of maatschappelijke opvang, wordt deze door of namens de inwoner ingediend bij het CIMOT. Het CIMOT neemt de melding dan verder in behandeling.

d. e. f. g. h.

Artikel 6 Voorwaarden en weigeringsgronden Artikel 6 Voorwaarden en weigeringsgronden Lid 3f Artikel 6 Voorwaarden en weigeringsgronden Lid 4 Artikel 6 Voorwaarden en weigeringsgronden Lid 5 Artikel 6 Voorwaarden en weigeringsgronden Lid 6 Artikel 6 Voorwaarden en weigeringsgronden Nieuw Lid 6e

Artikel 6. Voorwaarden en weigeringsgronden

beschermd wonen en opvang; woonvoorziening; rolstoelvoorziening; vervoersvoorziening. Voorzieningen die niet binnen bovengenoemde kaders vallen 2. Het college geeft in beleidsregels een uitwerking van de inhoud van de in het eerste lid van dit artikel genoemde maatwerkvoorzieningen Artikel 9. Voorwaarden en weigeringsgronden

Lid 3f

Lid 4

Lid 4

Lid 5

Lid 5

Lid 6

Lid 6

Lid 7

-

Artikel 6 Voorwaarden en weigeringsgronden Lid 6e

Lid 6e

Lid 6 e als de locatie waar de voorziening wordt gerealiseerd kan worden aangemerkt als een doelgroepengebouw Het gaat bij een doelgroepengebouw om een woning, al dan niet onderdeel van een wooncomplex waar op basis van huurof koopcontract duidelijk is dat de woning geschikt moet zijn voor een specifieke doelgroep. Het gaat om een te verwachten ondersteuningsbehoefte als bedoeld in de Wmo 2015 of een zorgbehoefte als bedoeld in de Wet langdurige zorg (vergelijk CRVB:2008:BD0268). In die gevallen verstrekt het college geen woningaanpassingen of hulpmiddelen; Lid 6f

Artikel 6 Voorwaarden en weigeringsgronden Lid 6f Artikel 6 Voorwaarden en weigeringsgronden Lid 6g Artikel 7. Toegang en Besluit

Lid 6f

Lid 6g

Lid 6g

Lid 6 h

Artikel 7. Toegang en besluit

Artikel 10. Besluit

Artikel 7. Toegang en Besluit Nieuw lid 3

-

Artikel 10. Besluit Lid 3. Indien dit niet gebeurt, kan het college op grond van art. 2.3.10 uit de Wmo, het besluit intrekken of herzien.

Nieuw artikel 11

Artikel 9 Vormen van verstrekking

Artikel 11. Vormen van verstrekking

Artikel 8. Inhoud beschikking

Artikel 8. Inhoud beschikking

Artikel 12. Inhoud beschikking

Lid 1 en lid 4 (nieuw)

Lid 1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening staat of deze voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt.

Lid 1 In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening staat of deze voorziening in natura of als pgb of in de vorm van een financiële tegemoetkoming wordt verstrekt. Lid 4 Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming vermeldt de beschikking in ieder geval het volgende: a. Aan welk doel de financiële tegemoetkoming moet worden besteed; b. Wat de hoogte is van de financiële tegemoetkoming; c. Welke verplichtingen zijn verbonden aan de financiële tegemoetkoming.

Nieuw Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget (PGB) Artikel 10. Regels voor een PGB

-

Nieuw Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget (PGB)

Artikel 10. Regels voor een pgb 1. Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en deze zelf wil inkopen met een pgb, toetst het college of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6. lid 2

Artikel 13. Voorwaarden PGB Een pgb wordt verstrekt als wordt voldaan aan de in artikel 2.3.6. lid 2 van de Wmo opgenomen voorwaarden:

2.

3.

4.

5.

van de Wmo opgenomen voorwaarden. De cliënt dient daarvoor een budgetplan in. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. Een pgb is alleen mogelijk als: o a. blijkt dat voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6. lid 2 van de Wmo opgenomen voorwaarden en; o b. er op geen enkele manier druk is uitgeoefend om de voorziening van de beoogde pgb-aanbieder te betrekken en; o c. het college niet eerder een beslissing heeft herzien of ingetrokken omdat: ▪ i. de cliënt en/of zijn pgb-beheerder onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; ▪ ii. de cliënt en/of zijn pgb-beheerder niet heeft voldaan aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden; ▪ iii. de cliënt en/of zijn pgb-beheerder het pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt dan waarvoor het is bestemd. Gaat het om een maatwerkvoorziening die geboden wordt door een (formele of informele) hulpverlener, dan stelt de pgbaanbieder samen met de cliënt en eventueel zijn pgb-beheerder een zorgplan op en dient dit in bij het college.

Het college gebruikt het zorgplan om te beoordelen of de ondersteuning van voldoende kwaliteit en dus veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht is. Een pgb voor hulp uit het sociale netwerk is mogelijk als: o a. de cliënt een gelijkwaardig of beter resultaat kan halen met inzet van de hulp uit het sociale netwerk en; o b. dit leidt tot volwaardige dienstverlening die past bij de hulpvraag van de cliënt;

a)

de inwoner dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de zorg of ondersteuning die geleverd wordt via een pgb passende ondersteuning achten; b) uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid, met inachtneming van artikel 14 van deze verordening, blijkt dat de pgb budgethouder of, indien van toepassing, de pgb budgetbeheerder, in staat is uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een pgb met zich meebrengt; en c) naar het oordeel van het college met inachtneming van artikel 17 is gewaarborgd dat de zorg of ondersteuning die tot de individuele maatwerkvoorziening behoort en die de inwoner van het budget wil betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb-plan opgenomen beoogde resultaat.

c. de hulp uit het sociale netwerk heeft aangegeven dat de ondersteuning aan de cliënt niet tot overbelasting leidt. Een cliënt die het pgb niet zelf kan beheren, krijgt maximaal twee keer de mogelijkheid om een pgb-beheerder aan te dragen. Als cliënt geen geschikte pgb-beheerder aandraagt, wordt het pgb afgewezen. Het college kan een pgb weigeren als er reeds tijdens het onderzoek naar aanleiding van de aanvraag een ernstig vermoeden is dat de aanvrager problemen zal (gaan) krijgen met het beheren van een pgb. Te denken valt hierbij aan de volgende situaties: o a. problematische schuldenproblematiek; o b. ernstige verslavingsproblematiek; o c. aangetoonde fraude begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; o d. een aanmerkelijke verstandelijke beperking; o e. een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; o f. een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; Onverlet het bepaalde in het vorige lid wordt een pgb-beheerder alleen geacht cliënt te kunnen helpen bij het beheer van het pgb, als: o a. hij niet ook de uitvoerder is van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht of geen (financiële) relatie heeft met de uitvoerder van de ondersteuning. Tenzij het college dit gezien de situatie van de cliënt, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding en verantwoording van het pgb is omgeven, wel passend vindt; o b.

er geen belangenverstrengeling is tussen de pgbbeheerder en de pgb-aanbieder; o c. hij de belangen van de cliënt voldoende kan behartigen; o d. hij de aan een pgb verbonden taken kan uitvoeren. Het pgb mag niet worden besteed aan: o

6.

7.

8.

9.

a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; o b. kosten voor het voeren van een pgb-administratie; o c. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; o d. kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering. 10. Het pgb bevat geen vrij besteedbaar deel. 11. Het pgb wordt uitbetaald op basis van declaratie van het aantal geleverde uren of dagdelen. Uitbetaling in de vorm van een maandloon is niet toegestaan, tenzij de voorziening als een maand- of jaarbudget wordt verstrekt. 12. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de cliënt het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten. 13. Het college kan nadere regels vaststellen over de aan het pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen. o

Nieuw artikel 14 Weigeringsgronden PGB

-

Artikel 14 Weigeringsgronden PGB 1. Het college kan een pgb weigeren, indien: a. het college eerder een beslissing heeft herzien of ingetrokken omdat: i. de inwoner en/of zijn pgb-budgetbeheerder onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; ii. de inwoner en/of zijn pgb-budgetbeheerder niet heeft voldaan aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden; iii. de inwoner en/of zijn pgb-budgetbeheerder het pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt dan waarvoor het is bestemd. b. voor zover de kosten van het betrekken van de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen van derden hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening;

2.

Het college weigert een pgb, indien: a. De inwoner niet pgb-vaardig is, getoetst conform artikel 14 , lid 2 en artikel 17 en ook niet in staat is gebleken een geschikte pgb-budgetbeheerder aan te wijzen die pgbvaardig is, met inachtneming van artikel 14, lid 2 en artikel 17 b. de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was; c. de pgb-budgetbeheerder ook de uitvoerder van de ondersteuning is die met het pgb ingekocht wordt of er sprake is van een (financiële) relatie met de uitvoerder van de ondersteuning. Tenzij het college dit gezien de situatie van de inwoner, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding en verantwoording van het pgb is omgeven, wel passend vindt d. er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.3.10 Wmo; e. als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de zorg of ondersteuning, als: i. de zorgaanbieder nog in afwachting is van een Bibob-toets en/of kwaliteits-toets; ii. de zorgaanbieder op basis van een Bibob-toets en/of kwaliteits-toets door het college is geweigerd; iii. de zorgaanbieder fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel de verkrijgen, heeft gepleegd; iv.

de zorgaanbieder betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de zorg of ondersteuning in gevaar brengen; v. de zorgaanbieder veroordeeld is wegens het plegen van strafbare feiten tot een gevangenisstraf; f. het persoonsgebonden budget bestemd is voor besteding in het buitenland.

Nieuw artikel 15 Toetsing pgb vaardigheid

Artikel 15. Toetsing pgb vaardigheid 1. Om aan de voorwaarden voor pgb-vaardigheid te voldoen dient de beoogd pgb-houder, al dan niet met hulp vanuit het sociaal netwerk of, indien van toepassing, een pgb-beheerder, in ieder geval: a) een duidelijk beeld te hebben van de hulpvraag; b) op de hoogte te zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of deze zelf (online) weten te vinden; c) in staat te zijn om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden; d) voldoende vaardig te zijn om in de Nederlandse taal te communiceren met de gemeente, de SVB en de zorgverleners; e) in staat te zijn zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener te kiezen; f) in staat te zijn om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan het college; g) in staat te zijn om te beoordelen en te beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is; h) in staat te zijn de inzet van zorgverleners te coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte; i) in staat te zijn om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren; en j) voldoende kennis te hebben over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis weten te vinden. 2.

Een pgb-houder of een pgb-beheerder wordt in ieder geval niet in staat geacht de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren als sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: a. het beheer wordt verricht door de persoon of organisatie die ook de ondersteuning levert aan de pgb-houder, tenzij hiervoor door het college toestemming is verleend; b. schuldenproblematiek; c. ernstige verslavingsproblematiek;

d.

3. 4. 5.

aangetoonde fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; e. een aanmerkelijke verstandelijke beperking; f. een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; g. een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; Van lid 2 kan worden afgeweken als de beoogd pgb-beheerder aannemelijk kan maken dat deze omstandigheden de budgetvaardigheid niet aantasten. Bovengenoemde punten worden in samenspraak met de inwoner getoetst. Het eindoordeel van de gemeente is leidend. Indien er sprake is van een maatwerkvoorziening voor onbepaalde tijd dan kan het college de duur van het pgb beperken om zo te kunnen blijven toetsen op de pgb-vaardigheid.

Nieuw Artikel 16. Pgbbudgetbeheer

-

Artikel 16. pgb-budgetbeheer 1. Het college onderzoekt de pgb-vaardigheid van de beoogd budgetbeheerder, conform artikel 13 in deze Verordening. 2. Een inwoner die het pgb niet zelf kan beheren, krijgt maximaal twee keer de mogelijkheid om een budgetbeheerder aan te dragen. Als inwoner geen geschikte budgetbeheerder aandraagt, wordt het pgb afgewezen. 3. Een pgb-beheerder wordt alleen geacht een inwoner te kunnen helpen bij het beheer van het pgb, als: a. er geen belangenverstrengeling is tussen de pgb-beheerder en de pgb-aanbieder; b. hij de belangen van de inwoner voldoende kan behartigen;

Artikel 11 Onderscheid formele en informele hulp Artikel 11 Onderscheid formele en informele hulp Nieuw lid 4 en 5

Artikel 11 Onderscheid formele en informele hulp

Artikel 17 Onderscheid formele en informele hulp en sociaal netwerk

Artikel 11. Onderscheid formele en informele hulp

Artikel 17 Onderscheid formele en informele hulp en sociaal netwerk Lid 4. Voor de maatwerkvoorziening Ondersteuning Huishouden geldt geen diplomaeis, voor zowel formele als informele hulp. Voor de maatwerkvoorziening Individuele begeleiding geldt wel een diploma-eis, voor formele hulp.

Lid 5. Een inwoner aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woonruimteaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk, indien: a. de inwoner een gelijkwaardig of beter resultaat kan halen met inzet van de hulp uit het sociale netwerk en; b. dit leidt tot volwaardige dienstverlening die past bij de hulpvraag van de inwoner; c. de hulp uit het sociale netwerk heeft aangegeven dat de ondersteuning aan de inwoner niet tot overbelasting leidt Nieuw artikel 18 aanvullende criteria pgb

-

Artikel 18 Aanvullende criteria pgb 1. Het college beoordeelt of de ondersteuning die de inwoner met het pgb wenst in te kopen veilig, doeltreffend en inwonergericht is. 2. De inwoner heeft als budgethouder zelf de regie over de ondersteuning die hij contracteert met het pgb. Als er sprake is van een pgb-beheerder dan is de pgb-beheerder verantwoordelijk; 3. De inwoner, dan wel zijn pgb-beheerder, heeft daarmee de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de uitvoering van de geleverde ondersteuning en indien noodzakelijk moet de inwoner, dan wel zijn pgb-beheerder, zelf bijsturen; 4. Het college toets de kwaliteit van de uitvoering van de ondersteuning door middel van een pgb-plan en bewijsstukken waaruit blijkt dat aan de eisen zoals genoemd in lid 1 is voldaan. Indien er sprake is van een formele pgb-aanbieder gelden er aanvullende eisen die zijn opgenomen in lid 8. 5. Het format van het pgb-plan wordt door het college ter beschikking gesteld. De inwoner is verplicht het door het college ter beschikking gestelde format te hanteren. 6. De pgb-aanbieder stelt samen met de inwoner, en eventueel zijn pgbbudgetbeheerder, het pgb-plan op. 7. Het pgb-plan dient aan te sluiten op de doelen (resultaten) die in het ondersteuningsplan zijn geformuleerd. 8. Voor formele pgb-aanbieders gelden minimaal de volgende aanvullende eisen:

a. b.

passend ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel; adequaat opgeleid personeel in dienst hebben. Hieronder wordt verstaan dat de directe en vervangend zorgverlener moet voldoen aan de eisen die zijn opgenomen in lid 1; c. een VOG van alle werknemers (en eventueel vrijwilligers) kunnen overleggen; en d. beschikken over een volledig geïntegreerd kwaliteitssysteem en/of kwaliteitshandboek dat voldoet aan de landelijke eisen. 9. Een inwoner krijgt, bij de beoordeling van een aanvraag voor een pgb, in totaal twee mogelijkheden om een pgb-plan in te dienen. 10. Indien de pgb aanbieder niet voldoet aan de vereisten van dit artikel en daarmee naar het oordeel van het college niet geborgd kan worden dat de ondersteuning veilig, doeltreffend en inwonergericht zal worden uitgevoerd, wordt de aanvraag voor ondersteuning in de vorm van een pgb conform artikel 13 lid 2 onder a afgewezen. 11. Het college kan de criteria ten aanzien van de kwaliteit van zorg en het pgb-plan uitwerken in nadere regels. Artikel 12. Hoogte pgb

Artikel 12. Hoogte pgb 1. De hoogte van een pgb: o a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld budgetplan over hoe hij het pgb gaat besteden, en: o b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en; o c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst compenserende in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura. 2. Het pgb wordt uitbetaald op basis van declaratie van het aantal geleverde uren of dagdelen. Uitbetaling in de vorm van een

Artikel 19. Hoogte pgb 1. Voor de goedkoopst passende maatwerkvoorziening hanteert het college gedifferentieerde tarieven die zijn afgeleid van de tarieven waarvoor het college de geïndiceerde diensten heeft ingekocht (hierna: het tarief) dan wel van andere bedragen. 2. Het pgb bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst compenserende in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura. 3. Voor begeleiding individueel geldt: a. 80% van het tarief voor formele hulpverleners, zoals bedoeld in art. 16; b. voor informele hulpverleners, zoals bedoeld in art. 16geldt het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij FWG 30 van de voor de betreffende periode geldende cao VVT te vermeerderen met vakantietoeslag i. Indien er bij de start van een nieuw jaar nog caoonderhandelingen gaande zijn, dan wordt het laatst geldende tarief gehanteerd. Zodra de nieuwe cao, en de daarbij behorende salarisontwikkeling, bekend is, wordt

3. 4.

5.

6.

7.

8.

maandloon is niet toegestaan, tenzij de voorziening als een maand- of jaarbudget wordt verstrekt. Het pgb voor tijdelijke huisvesting bedraagt maximaal de werkelijke huurkosten voor in redelijkheid passende tijdelijke huisvesting. De hoogte van het pgb voor collectief vervoer bedraagt de netto kilometerprijs die de gemeente betaalt voor het collectief vervoer vermenigvuldigd met het aantal benodigde kilometers, waarbij het uitgangspunt geldt dat in totaal 1500 kilometer op jaarbasis binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd. De hoogte van het pgb voor individuele (rolstoel)taxikosten bedraagt maximaal het geldende tarief op basis van de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer, waarbij het uitgangspunt geldt dat in totaal 1500 kilometer op jaarbasis binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd. De hoogte van het pgb voor formele hulp is gelijk aan 80% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. De hoogte van het pgb voor informele hulp is bij het bestaan van een dienstbetrekking een vast uurloon.

Dit uurloon is gebaseerd op de hoogste periodiek van de van toepassing zijnde geldende schaal in de cao VVT, vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren: o a. voor ondersteuning huishouden wordt schaal HBH gehanteerd voor de berekening; o b. voor individuele begeleiding wordt schaal FWG 30 gehanteerd voor de berekening. Indien het op basis van lid 1 t/m lid 6 vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om de benodigde voorziening te kunnen inkopen, wordt het tarief zo aangepast dat de hulp hiermee bij tenminste één aanbieder kan worden ingekocht.

4.

5.

6.

7.

het tarief navenant aangepast en de budgetten actief aangepast Voor dagbesteding geldt: a. 80% van het tarief per dagdeel voor formele hulpverleners, zoals bedoeld in art. 16; b. Het pgb voor informele groepsgerichte ondersteuning voor dagbesteding basis/plus bedraagt per dagdeel €20,00. Dit is afgeleid van een vast uurtarief van €20,00 en een minimale groepsgrootte van 4 personen. c. voor vervoer van en naar de dichtstbijzijnde passende locatie waar de dagbesteding wordt geboden geldt 80% van het tarief per kilometer, indien dit niet algemeen gebruikelijk is. Voor huishoudelijke ondersteuning geldt: a. 80% van het tarief voor formele hulpverleners, zoals bedoeld in art. 16; b. voor informele hulpverleners, zoals bedoeld in art. 16 geldt het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij huishoudelijke hulp van de voor de betreffende periode geldende cao VVT te vermeerderen met vakantietoeslag. i. Indien er bij de start van een nieuw jaar nog caoonderhandelingen gaande zijn, dan wordt het laatst geldende tarief gehanteerd.

Zodra de nieuwe cao, en de daarbij behorende salarisontwikkeling, bekend is, wordt het tarief navenant aangepast en de budgetten actief aangepast De hoogte van het pgb voor collectief vervoer (CVV) bedraagt de netto kilometerprijs die de gemeente betaalt voor het collectief vervoer vermenigvuldigd met het aantal benodigde kilometers, waarbij het uitgangspunt geldt dat in totaal 1500 kilometer op jaarbasis binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd. De hoogte van het pgb voor individuele (rolstoel)taxikosten bedraagt maximaal het geldende tarief op basis van de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer, waarbij het uitgangspunt geldt dat in totaal 1500 kilometer op jaarbasis binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd.

8. 9. Nieuw Artikel 20. Hoogte pgb andere voorzieningen

Nieuw Artikel 21. Aanvullende criteria besteding pgb

-

Het pgb voor kortdurend verblijf wordt vastgesteld op basis van een offerte. Het college stelt de tarieven die het verschuldigd is aan de (gecontracteerde) aanbieders vast in het Financieel besluit.

Artikel 20. Hoogte pgb andere voorzieningen 1. De hoogte van het pgb voor hulpmiddelen bedraagt niet meer dan het maximum van de kostprijs waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende noodzakelijke kosten. 2. Behoudens de kostprijs als bedoeld in artikel 18 tweede lid kan het college de hoogte van het pgb vaststellen op basis van de economische levensduur van de geïndiceerde maatwerkvoorziening. 3. Het college kan de hoogte van het pgb vaststellen op basis van een offerte als de geïndiceerde maatwerkvoorziening waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende kosten niet valt binnen het assortiment van gecontracteerde aanbieders. 4. Het college stelt het pgb voor het realiseren van een woonaanpassing vast op basis van: a. een door het college goedgekeurd programma van eisen; b. richtprijzen en normen uit Casadata of meerdere offertes; c. eventuele bijkomende noodzakelijke kosten die van een architect of legeskosten. d. het college kan nadere regels stellen welke kosten in aanmerking kunnen worden genomen. 5. Het college stelt de omvang van de budgetperiode die geldt voor hulpmiddelen vast in het Financieel besluit. 6.

Het college stelt de tarieven die het verschuldigd is aan de (gecontracteerde) aanbieders en de kosten bedoeld in het vierde lid onder c vast in het Financieel besluit en voor zover dat niet mogelijk is in het toekenningsbesluit. Artikel 21. aanvullende criteria besteding pgb 1. Het pgb mag niet worden besteed aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b. kosten voor het voeren van een pgb-administratie;

c.

2. 3. 4.

5. Nieuw Artikel 22 eenmalige pgb

Hoofdstuk 6: Bijdrage in de kosten Artikel 14. Financiële tegemoetkoming

kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; d. kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; e. besteding in het buitenland; Het pgb bevat geen vrij besteedbaar deel. Uitbetaling in de vorm van een maandloon is niet toegestaan. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als het vermoeden bestaat dat de inwoner het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten. Het college kan nadere regels vaststellen over de aan het pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen.

Artikel 22. Eenmalig pgb 1. Het college kan voor bepaalde hulpmiddelen, diensten of woningaanpassingen een eenmalig pgb verstrekken. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: a. de pgb-vaardigheid van de budgetbeheerder moet worden getoetst, conform artikel 13 in deze Verordening; 2. Een pgb-plan is niet noodzakelijk. Wel moet de inwoner inzichtelijk maken waarom het ZIN aanbod niet afdoende is en hoe de inwoner onderzoek heeft gedaan naar de kwaliteit van het aan te kopen hulpmiddel of dienst. Daarnaast moet een offerte met daarop een aankoopprijs van het middel was als meest passend is aangemerkt en een plan hoe de inwoner om gaat met onderhoud en reparatie worden overlegd. 3. Het pgb wordt uitbetaald op basis van een offerte. Hoofdstuk 4: Bijdrage in de kosten

Hoofdstuk 6: Financiële tegemoetkoming

Artikel 14. Financiële tegemoetkoming 1. Een cliënt komt in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming als dit een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatie en het om één van de volgende voorzieningen gaat:

Artikel 23. Financiële tegemoetkoming 1. Een inwoner komt in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming als dit een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatie. 2. Het college kan een financiële tegemoetkoming toekenning in de volgende gevallen:

o

o

Nieuw hoofdstuk 7 Artikel 15. Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen

a. de kosten voor verhuizen en herinrichting. De hoogte is gebaseerd op marktonderzoek naar de kosten voor verhuizing en de Nibud-normen voor stoffering. Het college legt de hoogte vast in het besluit; b. de kosten voor vervoer per eigen auto, als dit vervoer niet algemeen gebruikelijk is en cliënt geen gebruik kan maken van het collectief vervoer. De hoogte is gebaseerd op de kilometerprijs van het Nibud en het uitgangspunt dat de cliënt in totaal 1500 km per jaar binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen reizen. Het college legt de hoogte vast in het besluit.

Artikel 15. Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of een pgb zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. Als een maatwerkvoorziening of pgb wordt verstrekt voor een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: a. de onderhoudsplichtige ouders en; b. degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 3. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik van de volgende algemene voorzieningen, voor zover die bestaan in Enschede: a. maaltijdvoorziening; b. was- en strijkservice; c. vervoersvoorziening.

a. b.

de kosten voor verhuizen en herinrichting. de kosten voor vervoer per eigen auto, als dit vervoer niet algemeen gebruikelijk is, als dit vervoer niet kan worden opgelost met hulp van het netwerk van de inwoner en inwoner geen gebruik kan maken van het collectief vervoer. c. Sportvoorziening. 3. Het college legt de hoogte van de verschillende financiële tegemoetkomingen vast in het besluit.

Hoofdstuk 7: Bijdrage in de kosten Artikel 24 Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen 1. Een inwoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of een pgb zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.

3.

4. 5.

Als een maatwerkvoorziening of pgb wordt verstrekt voor een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: a. de onderhoudsplichtige ouders en; b. degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een inwoner. Een inwoner is een compensatie verschuldigd aan de aanbieder voor het gebruik van de volgende algemene voorzieningen, voor zover die bestaan in Enschede: a. maaltijdvoorziening; b. was- en strijkservice; c. vervoersvoorziening. Eventuele andere algemene voorzieningen die tot herziening van deze Verordening opgericht worden Het college bepaalt de hoogte van de kosten van deze compensatie en legt deze vast in het financieel Besluit

6. 7.

De aanbieder maakt de verschuldigdheid en hoogte van de kosten als hiervoor bedoeld zichtbaar voor de inwoner die de voorziening van hem betrekken. De compensatie, bedoeld in het vorige lid, geldt niet als bijdrage als bedoeld in de wet en is maximaal de hoogte van de kosten als bedoeld in het eerste lid.

Nieuw Hoofdstuk 7: Bijdrage in de kosten Lid 4

Artikel 16. Hoogte bijdrage in de kosten Lid 4. De hoogte van de bijdrage voor de algemene voorzieningen genoemd in artikel 13 lid 3 zijn gelijk aan de kosten die volgens het NIBUD gebruikelijk zijn voor de betreffende voorziening.

Artikel 25. Hoogte bijdrage in de kosten Lid 4. De hoogte van de bijdrage voor de algemene voorzieningen genoemd in artikel 23 zijn gelijk aan de kosten die volgens het NIBUD gebruikelijk zijn voor de betreffende voorziening of de hoogte is gebaseerd op andere openbare normen waarvan de onderbouwing is opgenomen in het besluit.

Hoofdstuk 5: Bestrijding misbruik Artikel 17. Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik van een maatwerkvoorziening Lid 4

Hoofdstuk 5: Bestrijding misbruik

Hoofdstuk 8: Bestrijding misbruik

Artikel 17. Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik van een maatwerkvoorziening

Artikel 26. Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik van een maatwerkvoorziening

Lid 4.Als een (pgb-)aanbieder gebruik maakt van een onderaannemer, is de hoofdaanbieder ervoor verantwoordelijk dat de onderaannemer voldoet aan de kwaliteitseisen die het college aan de ondersteuning stelt.

Lid 4: Als een (pgb-)aanbieder gebruik maakt van een onderaannemer, is de hoofdaanbieder ervoor verantwoordelijk dat de onderaannemer voldoet aan de kwaliteitseisen die het college aan de ondersteuning stelt, als vermeld in artikel 20.

Lid 5, onder e: het college beperkt de looptijd van de indicaties of voert periodiek controles uit bij langlopende indicaties;

Lid 5, onder e: het college past de looptijd van de indicaties aan op de individuele situatie van de inwoner of voert periodiek controles uit bij langlopende indicaties;

Artikel 18 Verrekening

Artikel 18. Verrekening

Artikel 27. Verrekening

Hoofdstuk 6: Kwaliteit en mantelzorgwaardering Artikel 19. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning Lid 1c en lid 2

Hoofdstuk 6: Kwaliteit en mantelzorgwaardering

Hoofdstuk 9: Kwaliteit

Artikel 19. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1c. inzet van de juiste deskundigheid die voldoet aan de huidige opleidingseisen;

Artikel 28. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1c. inzet van de juiste deskundigheid die voldoet aan de huidige opleidingseisen, zoals opgenomen in de beleidsregels;

2. Het college kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen, waaronder eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten.

2. Het college kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen, waaronder eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten en de kwaliteit van de aanbieder.

Artikel 20. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden Artikel 21. Meldingsregeling calamiteiten en geweld

Artikel 20. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden

Artikel 29. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden

Artikel 21. Meldingsregeling calamiteiten en geweld

Artikel 30. Meldingsregeling calamiteiten en geweld

1. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij de levering van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan.

1. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij de levering van een voorziening door een (pgb) aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan.

Nieuw Hoofdstuk 10 Mantelzorgwaardering

-

Hoofdstuk 10 Mantelzorgwaardering

Artikel 22. Jaarlijkse waardering mantelzorgers Hoofdstuk 7: Klachten en medezeggenschap Artikel 23. Klachtregeling Lid 1 t/m 3

Artikel 22. Jaarlijkse waardering mantelzorgers

Artikel 31. Jaarlijkse waardering mantelzorgers

Hoofdstuk 7: Klachten en medezeggenschap

Hoofdstuk 11: Klachten en medezeggenschap

Artikel 23. Klachtregeling 1. Het college behandelt klachten van cliënts of hun vertegenwoordigers of mantelzorgers over de manier van afhandelen van hun Wmo melding en aanvraag, volgens de bepalingen van de Verordening klachtenbehandeling gemeente Enschede. 2. Aanbieders en formele pgb-aanbieders zijn verplicht een regeling te hebben voor de afhandeling van klachten van cliënten en zorgen ervoor dat cliënten op de hoogte zijn van deze regeling. 3. Het college ziet toe op de naleving van de eisen in lid 2 door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliënt ervaringsonderzoek.

Artikel 32. Klachtregeling 1. Het college behandelt klachten van inwoners of hun vertegenwoordigers of mantelzorgers over de bejegening tijdens de behandeling van hun Wmo melding en aanvraag, volgens de bepalingen van de Verordening klachtenbehandeling gemeente Enschede. 2. Gecontracteerde aanbieders dienen te beschikken over een regeling voor de afhandeling van klachten van cliënten t.a.v. alle voorzieningen en zorgen ervoor dat cliënten op de hoogte zijn van deze regeling. 3. Het college ziet toe op de naleving van de eisen in lid 2 door periodieke overleggen met de gecontracteerde aanbieders en een jaarlijks inwoner ervaringsonderzoek.

Artikel 24 Medezeggenschap Lid 1

Artikel 24. Medezeggenschap 1. Aanbieders en formele pgb-aanbieders zijn verplicht een regeling te hebben voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang en zorgen ervoor dat cliënten op de hoogte zijn van deze regeling.

Artikel 25. Inspraak beleid gemeente Hoofdstuk 8: Overgangsrecht en slotbepalingen Artikel 26. Geen bepalingen

Artikel 25. Inspraak beleid gemeente

Artikel 33. Medezeggenschap 1. Gecontracteerde aanbieders dienen te beschikken over een regeling voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn en zorgen ervoor dat cliënten hiervan op de hoogte zijn, ten aanzien van: a. voorzieningen gericht op begeleiding individueel; b. voorzieningen gericht op dagbesteding; c. huishoudelijke ondersteuning. Artikel 34. Inspraak beleid gemeente

Hoofdstuk 8: Overgangsrecht en slotbepalingen

Hoofdstuk 12: Overgangsrecht en slotbepalingen

Artikel 26. Geen bepalingen

Artikel 35. Geen bepalingen

Artikel 27 Hardheidsclausule

Artikel 27. Hardheidsclausule

Artikel 35. Hardheidsclausule

Artikel 28. Intrekking oude verordening en overgangsrecht Lid 1 t/m 3

Artikel 28. Intrekking oude verordening en overgangsrecht

Artikel 37. Intrekking oude verordening en overgangsrecht

1.De Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2019 wordt ingetrokken.

1.

De Verordening Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2024 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026.

2.

Een inwoner houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2024, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen.

3.

Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2024 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van de Verordening Maatschappelijke ondersteuning 2026, worden afgehandeld volgens de Verordening Maatschappelijke ondersteuning 2026.

2.Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2019, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. 3.Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2019 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld volgens deze verordening.

Artikel 29. Inwerkingtreding en citeerregel. Lid 1 en 2

Artikel 29. Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2024.

Artikel 38. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2026.

2.Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2024.

2.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2026.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=55baba20-f99d-4363-a564-86a252630625