CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Walhofstraat-Drienerweg_Toelichting

Raadsvergadering 26 september 2022, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Walhofstraat-Drienerweg"18.199 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting Bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg

Status: Vastgesteld

Walhofstraat-Drienerweg

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure

3 3 3 5 6 7

Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

8 8 8 10

Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Ruimtelijke en functionele structuur 3.2 Cultuurhistorie

14 14 16

Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Toekomstige situatie 4.2 verkeer 4.3 Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro) 4.4 Welstand en beeldkwaliteit 4.5 Duurzaamheid

18 18 19 19 21 22

Hoofdstuk 5 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur

Omgevingsaspecten

25 25 32 33

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving

36 36 36 37 43

Hoofdstuk 7

44

2

Economische uitvoerbaarheid

bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

T oelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding bestemmingsplan

Het bestemmingsplan “Walhofstraat-Drienerweg” heeft als doel de bestemming van de binnen het plan gelegen gronden en de bouw- en gebruiksmogelijkheden daarvan vast te leggen. Het bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 6 appartementen en 17 grondgebonden woningen mogelijk.. Van deze woningen/appartementen zijn er 15 bestemd voor sociale huur.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het gebied waarop het bestemmingsplan “Walhofstraat-Drienerweg” betrekking heeft wordt globaal begrensd door de Drienerweg in het noorden, de Deurningerstraat in het oosten, de Walhofstraat in het zuiden, het Binnenhof in het westen en ligt in het stadsdeel Noord.

Plangebied

bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

3

Schets van de invulling van het terrein. Blauw gearceerd van de Woonplaats. Het rechtergedeelte met 9 grondgebonden huurwoningen en 1 appartementencomplex met 6 huurappartementen. Linkergedeelte (roodbruin gearceerd) zijn 8 koopwoningen.

4

bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

1.3

Geldende juridische regelingen

1.3.1

Bestemmingsplan "Deurningerstraat"

Het plangebied valt in het bestemmingsplan “Deurningerstraat”, dat op 20 april 2015 is vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede. Op 2 juni 2015 is het bestemmingsplan in werking getreden. In het bestemmingsplan "Deurningerstraat" heeft het plangebied een woonbestemming en is het verdeeld in twee gedeelten. De gronden zijn bestemd voor het wonen, al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis en bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, tuinen en voorzieningen, zoals woningen, bergingen, trappenhuizen, in- en uitritten, parkeervoorzieningen, garageboxen, groenvoorzieningen en (openbare) nutsvoorzieningen. Op beide delen mogen er zeven wooneenheden worden gebouwd. Op het meest oostelijke deel mag een gebouw met een maximale hoogte van 13 meter worden gebouwd. Op het westelijke deel een gebouw met een maximale hoogte van 10 meter. Beide delen hebben de functieaanduiding 'verblijfsgebied'. Daarbij is een voor een ieder toegankelijke verblijfsruimte toegestaan die is bestemd voor (de aanleg van) erfontsluitingswegen, pleinen, voet- en fietspaden, parkeerplaatsen, (openbare) nutsvoorzieningen, waterlopen en -partijen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, overig straatmeubilair en geluidwerende voorzieningen. Daarnaast ligt er over het plangebied een gebiedsaanduiding "archeologisch onderzoeksgebied b".

Ter plaatse van deze aanduiding mogen, in afwijking van het bepaalde elders in de regels van dit plan, geen bouwwerken worden opgericht die een bodemverstoring veroorzaken dieper dan 50 cm onder het maaiveld en met een bodemverstoringsoppervlakte van meer dan 2500 m². Bij omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, indien wordt aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn dan wel indien daardoor geen onevenredige aantasting plaats vindt van de aanwezige archeologische waarden. 1.3.2

Bestemmingsplan "Parkeren Enschede"

Dit "paraplu"bestemmingsplan (in procedure ten tijde van de opstelling van voorliggend ontwerp bestemmingsplan), zorgt ervoor dat de beleidsregel 'Parkeernormennota Enschede 2017' van toepassing is op (bijna) de hele gemeente, waaronder het plangebied. De relevante regels zijn doorvertaald in voorliggend plan. De werking van bestemmingsplan "Parkeren Enschede" vervalt met de inwerking treding van voorliggend bestemmingsplan voor het plangebied. 1.3.3

Bestemmingsplan " Kwalitatief sturen op appartementen "

Het bestemmingsplan "Kwalitatief sturen op appartementen 2018" met de daarbij behorende regels is op 30 september 2019 vastgesteld. Het bestemmingsplan is de ruimtelijke vertaling van het beleidskader 'Urbaan Wonen' en heeft als doel om ongewenste ontwikkelingen op het gebied van toevoeging van studio's en appartementen tegen te houden. Op grond van de regels is het verboden om het gebruik (inclusief eventueel noodzakelijke bouwactiviteiten) van gronden en bouwwerken met een woonbestemming of - aanduiding te wijzigen in appartementen en studio's. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het verbod door verlening van een omgevingsvergunning voor nieuwe appartementen en studio's die voldoen aan de in het beleidskader 'Urbaan Wonen' neergelegde kwaliteitscriteria. In het plangebied worden 6 appartementen en 17 grondgebonden woningen mogelijk gemaakt. De appartementen hebben een bruto vloeroppervlakte groter dan 75 m 2. De relevante regels zijn doorvertaald in voorliggend plan. De werking van bestemmingsplan "Kwalitatief sturen op appartementen" vervalt met de inwerking treding van voorliggend bestemmingsplan voor het plangebied.

bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

5

1.3.4

Bestemmingsplan "Onzelfstandige bewoning Enschede"

Dit "paraplu" bestemmingsplan is vastgesteld op 13 november 2017. Het plan geldt als aanvulling op alle geldende bestemmingsplannen binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Onzelfstandige bewoning Enschede". Het aandeel onzelfstandige bewoning kan van invloed zijn op de leefbaarheid van de buurt of de wijk. In combinatie met andere factoren, zoals een zwakke sociaal-economische structuur of de aanwezigheid van veel kwetsbare groepen of een diversiteit aan leefstijlen, komt het woon- en leefklimaat in bepaalde buurten en wijken in Enschede onder druk te staan. Dit bestemmingsplan richt zich op de regulering van onzelfstandige bewoning. Regulering vindt plaats om concentratie van onzelfstandige bewoning tegen te gaan. Hiermee wordt voorkomen dat de druk op het woonen leefklimaat en daarmee de druk op de leefbaarheid verder toeneemt voor zover de factoren een relatie hebben met onzelfstandige bewoning. De relevante regels zijn doorvertaald in voorliggend plan. De werking van het bestemmingsplan "Onzelfstandige bewoning Enschede" vervalt met de in werking treding van voorliggend bestemmingsplan voor het plangebied. 1.3.5

Bestemmingsplan "Cultuurhistorie"

Dit "paraplu" bestemmingsplan is vastgesteld op 6 februari 2017. Het plan geldt als aanvulling op alle geldende bestemmingsplannen binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Cultuurhistorie". Het plangebied van voorliggend plan valt daar binnen. Het plangebied valt geheel binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone cultuurhistorie'. Er zijn echter geen gebouwen aangeduid als 'karakteristiek'. Er zijn daarom geen regels doorvertaald in voorliggend bestemmingsplan. 1.3.6

Bestemmingsplan "Bedrijven met milieuzones"

Dit "paraplu" bestemmingsplan, vastgesteld op 18 november 2014, sluit vestiging van risicovolle inrichtingen uit. Het plangebied heeft de gebiedsaanduidingen 'overige zone - risicovolle inrichtingen uitgesloten' en 'overige zone vuurwerk uitgesloten'. In de regels van voorliggend bestemmingsplan zijn deze verboden overgenomen. De werking van het paraplu-bestemmingsplan "Bedrijven met milieuzones (vuurwerk, risicovol, geluid)" vervalt met de inwerking treding van voorliggend bestemmingsplan voor het plangebied.

1.4

Wettelijk kader

Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro).

Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente één of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt.

Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen. Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2

6

bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).

1.5

Adviezen, vooroverleg en procedure

Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Walhofstraat-Drienerweg” is geen erkend wijkorgaan actief. In het kader van het vooroverleg is het plan voorgelegd aan het Waterschap (Watertoets). Het Waterschap heeft een positief advies uitgebracht over de wijze waarop wordt omgegaan met het water.

Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd: “Walhofstraat-Drienerweg” in voorbereiding te nemen op 27 april 2022 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede.

Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet. De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan “Walhofstraat-Drienerweg” en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen is op (datum) gepubliceerd in "Huis aan Huis", op de website van de gemeente Enschede en in de Staatscourant.

Zienswijzen Van de eventueel ingekomen zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording daarvan wordt een verslag gemaakt dat als bijlage bij het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan wordt gevoegd.

Rechtsbescherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

7

Hoofdstuk 2

Planologisch beleidskader

2.1

Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk

2.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau staat in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De structuurvisie is sinds maart 2012 van kracht en vormt de kapstok voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR beschrijft de Rijksoverheid haar visie op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland in de richting van het jaar 2040. Eén van de kernbegrippen in de SVIR is decentralisatie. Het kabinet wil beslissingen over ruimtelijke ontwikkelingen dichter bij burgers en bedrijven brengen. Provincies en gemeenten krijgen letterlijk de ruimte om maatwerk te leveren voor regionale opgaven. Het kabinet heeft dertien nationale (gelijkwaardige) belangen opgesteld. Dit zijn concrete belangen waarvoor het Rijk verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. 2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening

De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan. 2.1.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk

De beoogde bestemmingswijziging valt niet onder één van de in het beleid en de regels van het Rijk genoemde nationale belangen.

2.2

Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel

2.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 mei 2017 zijn deze in werking getreden. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken)

8

bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.

Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de ' Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking welke voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen. Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde.

In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.

Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving. Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken.

2.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

9

bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. 2.2.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel

Het plan is getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel 2017. Belangrijke thema's in die visie zijn duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. De kaart ontwikkelingsperspectief geeft aan dat het te ontwikkelen plan valt onder "Woon- en Werklocaties binnen de stedelijke netwerken". De kaart Woonomgeving geeft aan dat het plan valst onder "bestaande woonmilieus binnen de stedelijke netwerken". De kaart die informatie geeft over de natuurlijke laag geeft aan dat er sprake is van "Dekzandvlakte en -ruggen". De kaart die informatie geeft over de gebiedskenmerken Stedelijke laag (hoe) geeft aan dat het plangebied valt onder de bebouwingsschil 1900 - 1955". De kaart over "Veiligheid en gezondheid"geeft aan dat er sprake is van lichthinder. Aangezien het plangebied is gelegen in stedelijk gebied is dit logisch. Ook de kaart met betrekking tot energie geeft geen verrassende uitkomsten. Het plangebied zou gelegen zijn in de uitsluitingsgebieden Windenergie. Een verrassende uitkomst is de toetsing aan de kaart met betrekking tot de ondergrond. Het plangebied zou gelegen zijn in een mogelijke zoekgebied met betrekking tot zoutwinning.

Conclusie: Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

2.3

Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante beleid van de gemeente Enschede. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn toegeschreven. Het sectorale beleid wordt daarom verderop in deze toelichting behandeld. 2.3.1

Stedelijke Koers

Onder de noemer "Stedelijke Koers" heeft de gemeenteraad op 24 september 2012 ingestemd met een andere koers voor Enschede. Dat was nodig, omdat vraag en aanbod in de vastgoedmarkt op het gebied van wonen, bedrijventerreinen en kantoren flink uit balans zijn. De maatschappij is veranderd. Het aantal projecten, de ambities en de plannen in Enschede die werden voorbereid en uitgevoerd pasten niet meer bij de huidige en toekomstige vraag. Om dit terug te brengen naar een realistisch aanbod heeft de gemeenteraad gekozen voor de plannen en projecten die het meest waardevol zijn voor de toekomst van Enschede en die de economie van Enschede en de regio zoveel mogelijk stimuleren. De financiële uitwerking hiervan vond plaats tijdens de behandeling van de Programmabegroting op 12 november 2012. In Enschede zullen niet alleen minder woningen worden gebouwd, maar ook andere soorten: minder appartementen en meer woningen met een tuin. De prognose voor de verkoop van grond voor bedrijventerreinen wordt naar beneden bijgesteld. Voor de kantorensector wordt naast verlagen van het aantal te bouwen kantoren ook gekeken naar hergebruik van bestaande kantoren, omdat er sprake is van leegstand. 2.3.2

Richting aan Ruimte

Op 5 april 2016 hebben burgemeester en wethouders van Enschede 'Richting aan Ruimte' (RAR) vastgesteld. Dit is een richtinggevend ontwikkelingskader waarin wordt verduidelijkt hoe Enschede omgaat met de programmering. Niet langer de kwantitatieve aspecten staan centraal maar er wordt gestuurd op kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar de totale stedelijke programmering maar ook naar de behoefte van het gebied. Een integrale afweging van alle relevante belangen (o.a. ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, economie, welzijn) op basis van het 'RAR-kompas' leidt uiteindelijk tot een besluit over de (on)wenselijkheid van een nieuw ruimtelijk initiatief. Ongewijzigd onderdeel van het integrale afwegingskader is het 'versterken vanuit het hart'.

10

bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

afbeelding: het 'RAR kompas'

2.3.3

Structuurvisies

De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden.

Structuurvisie Enschede De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren; Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen; Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen; Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie. Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor ontwikkelingen in het buitengebied; Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen; Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten.

Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad; Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen. Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht, omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid. Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

11

flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt.

Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld. Woonvisie Op 12 maart 2012 is de Woonvisie Enschede 2025 vastgesteld. De Woonvisie vormt een nadere uitwerking van de Structuurvisie, specifiek toegespitst op de gemeentelijke beleidsdoelstellingen ten aanzien van het wonen. Detailhandelsstructuurvisie Op 23 januari 2012 is de Detailhandelsstructuurvisie Enschede 2012 vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staan de hoofdlijnen van het gemeentelijk detailhandelsbeleid voor de komende vier jaar. Na een technische aanpassing in de besluitvorming op 12 november 2012 is dit formeel een structuurvisie zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Wro. Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: Overbelasting van het rioolstelsel. Grondwateroverlast.

Problemen met waterkwaliteit. De Enschedese waterambities zijn: Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken. Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede.

Water- en klimaatadaptatieplan gemeente Enschede 2022-2026 De gemeenteraad heeft 25 oktober 2021 unaniem het Water- en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 aangenomen. Dit beleidsplan beschrijft hoe Enschede toewerkt naar een waterrobuuste, klimaatbestendige en biodiverse gemeente in 2050. Enschede wordt nog 'groener' en 'blauwer' om goed voorbereid te zijn op een nattere, hetere en drogere toekomst. Water de ruimte geven en stenen vervangen door planten en bomen gaan wateroverlast, hittestress en verdroging tegen. Zo werkt Enschede verder aan een aantrekkelijke 'duurzame en groene stad' waar mensen graag wonen, leven en werken! Nu en in de toekomst. In het Water en klimaatambitieplan zijn nieuwe waterbergingsnormen opgenomen waaraan een omgevingsvergunningaanvraag voor bouwen getoetst zal worden. Omdat de bouwplannen voor dit plangebied al vergevorderd waren op moment dat dit beleidsplan is vastgesteld, valt deze onder de overgangsregeling voor waterbergingsnormen die onderdeel uitmaakt van het vastgestelde Water en Klimaatadaptatieplan Enschede 2022-2026. Dit heeft tot gevolg dat de waterbergingsnormen die voor vaststelling van het nieuwe beleidsplan van kracht waren hier ook nog van toepassing zijn.

Structuurvisie Cultuurhistorie Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Cultuurhistorie vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het

12

bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

gemeentelijk beleid voor het bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen omgaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed. Daarbij wordt onder cultuurhistorisch erfgoed verstaan: alle cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en structuren in de gemeente Enschede, met uitzondering van gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en archeologische waarden. Voor monumenten en archeologische waarden is reeds in afzonderlijke gemeentelijke beleidskaders vastgelegd hoe daarmee dient te worden omgegaan in het kader van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.

Structuurvisie Externe Veiligheid Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Externe Veiligheid vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid met betrekking tot het beheersen van risico's die mensen lopen door de opslag, de protectie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij is vastgelegd wat in Enschede nog als een toelaatbaar risico wordt beschouwd en hoe ongewenste situaties zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen of beperkt. In deze structuurvisie is tevens het beleid voor opslagplaatsen en verkooppunten van consumentenvuurwerk vastgelegd.

Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente e.o. Specifiek voor de gebiedsontwikkeling van de voormalige militaire vliegbasis Twenthe heeft de raad op 14 december 2009 de Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente e.o. vastgesteld. Op verzoek van Provinciale Staten van Overijssel en gesteund door de gemeenteraad van Enschede is een onafhankelijke adviescommissie in het leven geroepen. Deze commissie onderzoekt de kansen voor een duurzaam economisch sterker Twente en welke rol de voormalige luchthaven Twente daarbij kan spelen. 2.3.4

Woonvisie

Met het woningprogramma in dit plan wordt er voldaan aan de doelen van de Woonvisie. Hierbij wordt er gestuurd op een goed aanbod van woningen in Enschede en kan er een wooncarrière gemaakt worden. Met de realisatie van deze woningen wordt voldaan de Woonvisie waar ingezet wordt op net afgestudeerden en starters, gezinnen met midden en hoge inkomens en voor inwoners waar het aanbod nu niet goed aansluit op de vraag: de doelgroep 30-54 jarigen en/of gezinnen. Het gevarieerde aanbod zal bijdragen aan de doorstroming op de woningmarkt en op een inclusief Enschede, waarbij er een passend woningaanbod is voor de verschillende doelgroepen. Ook wordt hiermee ingezet op de ambitie om door te groeien naar 170.000 inwoners. Daarnaast wordt met de toevoeging van deze woningen bijgedragen aan één van de vijf strategische opgaven van de stad: het vasthouden van talent. Dit plan voorziet in de woningbehoefte, omdat er woningen worden toegevoegd in diverse segmenten: huur -en koop en typologieën van woningen (rijtjeswoningen, stadswoningen en appartementen). Zo worden er 9 grondgebonden eengezinswoningen sociale huur en 6 sociale huurappartementen in de sociale huur gerealiseerd voor het groeiende aantal eenpersoonshuishoudens en starters. Hiermee bieden we vanuit de Woonvisie, naast de beoogde doorstroming, ruimte aan een inclusief Enschede.

Ook worden er 8 stadswoningen gerealiseerd voor de doorstroming op de woningmarkt, welke voorzien in de behoefte naar grondgebonden woningen in de koopsector en in de midden huur. Met dit kleinschalige project dragen we bij aan de kwalitatieve verbetering aan de aanbodkant van woningen en is de wijk Walfhof-Roessingh stedenbouwkundig afgerond.

2.3.5

Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

In de strategische beleidsdocumenten Toekomstvisie, Stedelijke Koers en de diverse structuurvisies zijn voor het plangebied van het bestemmingsplan "Walhofstraat-Drienerweg" geen specifieke beleidsdoelstellingen of ontwikkelingsrichtingen benoemd. De ontwikkelaar is een woningbouwvereniging waarmee prestatieafspraken zijn gemaakt. Hieraan voldoet het bestemmingsplan door 6 appartementen en 17 grondgebonden woningen mogelijk te maken in het goedkope segment. Deze afspraken zijn ook benoemd in de verkoopovereenkomst van de percelen tussen de gemeente en de woningbouwvereniging.

bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

13

Hoofdstuk 3

Gebiedsbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt een algemene beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Daarbij zal worden ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en op de aanwezige cultuurhistorische waarden in het plangebied. Doel is het aanreiken van een kader waaraan ontwikkelingen in de wijk of buurt (of, in geval van Boekelo, Lonneker, Usselo of Glanerbrug: het dorp) kunnen worden getoetst.

3.1

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied ligt in Stadsdeel Noord, de wijk Walhof-Roessingh en grenst aan de Walhofstraat en de Drienerweg/Deurningerstraat. De Walhofstraat komt uit op de Boddenkampsingel. Deze Singelring is een doorgaande structuur rondom de binnenstad. De Deurningerstraat is één van de belangrijke radiale toegangswegen vanuit het noorden en de A1/E30 naar het stadshart van Enschede. Het plangebied ligt vlakbij de binnenstad en op korte afstand naar de Hengelose wig. Deze wig is een landschappelijke structuur bestaande uit parken en agrarische gronden die zich tot diep in de stad voortzetten. Via deze wig is het buitengebied snel en makkelijk bereikbaar.

Positie in Enschede Het plangebied grenst aan bouwblokken met individueel geschakelde woningen, tweekappers en korte rijtjes. Het is een mix van oudere woningen en nieuwbouw vanuit de wederopbouw van Roombeek. Het plangebied grenst aan een belangrijk kruispunt van wegen en ligt op de zichtas van de Roomweg. Aan de oostzijde wordt het begrenst door de voormalige openbare lagere school waar nu verschillende kunstenaars zijn gehuisvest.

14

bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

Luchtfoto plangebied Het plangebied is op dit moment een braakliggend terrein, waarop in het vigerende bestemmingsplan 14 woningen kunnen worden gebouwd. Onderhavig bestemmingsplan ziet op de bouw van 6 appartementen en 17 stadswoningen met de voordeur aan de straat.

Huidige situatie plangebied

bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

15

3.2

Cultuurhistorie

3.2.1

Monumenten

Binnen het plangebied bevinden zich geen objecten die een monumentale status hebben. 3.2.2

Archeologie

Op 28 januari 2008 heeft de gemeenteraad van Enschede het gemeentelijk archeologiebeleid vastgesteld. Hierin is opgenomen op welke wijze binnen de gemeente Enschede invulling wordt gegeven aan de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Op basis van het beleid dient archeologie op een dusdanig vroeg tijdstip te worden betrokken bij planontwikkelingen en/of aanvragen voor bouw-, sloop- of aanlegvergunningen dat de risico's van bodemverstoringen voor de archeologie voorafgaand aan de werkzaamheden in kaart kunnen worden gebracht. Hierbij is het van belang dat inzicht bestaat in de archeologische verwachtingswaarde en de trefkans dat waardevolle archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn. Daarbij geldt dat de geologie, de geomorfologie en de aard van de bodem zeer bepalend zijn voor de archeologische verwachtingswaarde. Gesteld kan worden dat tot de Middeleeuwen nederzettingen meestal gelegen waren op hooggelegen gronden (stroomruggen en oeverwallen). In de Middeleeuwen en daarna heeft zich op een deel van deze gronden een esdek gevormd. In deze hoger gelegen gebieden zijn resten van nederzettingen uit diverse periodes te verwachten. Op basis van kennis over het hiervoor genoemde kan een indicatie worden gegeven over hoe groot de kans is dat ergens waardevolle archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn.

Deze indicaties ten aanzien van gebiedsspecifieke verwachtingen zijn op een archeologische verwachtingenkaart van de gemeente Enschede aangegeven. Voor gebieden met een hoge en middelhoge archeologische verwachtingswaarde en waardevolle terreinen geldt een archeologische onderzoeksplicht. In de beleidsnota is een handleiding voor het archeologisch werkproces opgenomen, met daarin te onderscheiden processtappen van inventarisatie, waardering, selectie en specifieke beheersmaatregelen.

16

bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

Fragment Archeologische Verwachtingskaart met daarin aangegeven de planbegrenzing van het bestemmingsplan "Walhofstraat-Drienerweg". De archeologische verwachtingswaarde wordt bepaald door kleuren. Hoe lichter de kleur, hoe lager de archeologische verwachtingswaarde. Hoe donkerder de kleur hoe hoger de archeologische verwachtingswaarde. Archeologie en het plangebied "Walhofstraat-Drienerweg" Uit de Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Enschede blijkt dat het plangebied "Walhofstraat-Drienerweg" geheel is gelegen in onderzoeksgebied B. Dit gebied heeft een middelhoge tot hoge verwachtingswaarde voor wat betreft archeologie. Voor elke verstoring met een oppervlak groter dan 2500 m2, waarbij dieper dan 50 cm wordt verstoord, geldt een onderzoeksplicht. Op de Verbeelding, behorende bij het bestemmingsplan, is dit gebied met een gebiedsaanduiding aangegeven. De cirkels in het plangebied worden in het gemeentelijk archeologisch beleid aangeduid als onderzoeksgebied B. Aangezien het bouwterrein groter zal zijn dan 2500 m2 is gekozen om een archeologisch onderzoek uit te voeren. Uit dit onderzoek blijkt dat de verwachtingen op een archeologische vondts laag zijn. Het archeologisch onderzoek is opgenomen als bijlage 4. Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat de verwachtingswaarde laag is. Het onderzoeksgebied B wordt niet meer opgenomen op de nieuwe verbeelding. 3.2.3

Beschermwaardige bomen

De bescherming van bomen is geregeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op het bij de APV behorende bomenoverzicht zijn de beschermde bomen en boomgroepen weergegeven, voor het vellen waarvan in ieder geval een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de APV is vereist. Op het bomenoverzicht zijn niet alle beschermde bomen weergegeven. Ook de gemeentelijke bomen die niet op het bomenoverzicht zijn weergegeven zijn beschermd op grond van de APV. In het plangebied van het bestemmingsplan "Walhofstraat-Drienerweg" zijn geen beschermwaardige bomen aanwezig. 3.2.4

Overige cultuurhistorische waarden

In het plangebied zijn geen andere waarden aanwezig die van cultuur-historisch belang zijn.

bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

17

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Toekomstige situatie

Voorliggend bestemmingsplan wijzigt een deel van het bestemmingsplan "Deurningerstraat". De wijzigingen betreffen het aantal toegestane woningen, de bouwhoogtes, het bouwvlak en een deel van de verkeersbestemming in een woonbestemming vanwege een overkraging in het ontwerp van het plan,alsmede het toevoegen van een verkeersbestemming ten behoeve van het realiseren van voldoende parkeerplaatsen. In het vigerende bestemmingsplan zijn in totaal 14 woningen mogelijk. In onderhavig plan wijzigt dit aantal naar 6 appartementen en 17 grondgebonden woningen. Het nieuwe plan omvat twee L-vormige blokken met verschillende woontypen. De rooilijnen volgen de rooilijnen van de bestaande bebouwing. Het L-vormige blok (geel) aan de Walhofstraat/Drienerweg vormt de terug liggende hoek aan het kruispunt in de Deurningerstraat. Het blok bestaand uit stadwoningen met de voordeur aan de straat. Op de hoek krijgt het bouwblok een hoogte accent met een maximale bouwhoogte van 13 meter. De overige bebouwing in dit blok heeft een bouwhoogte van maximaal 10 meter. De woningen aan de Drienerweg zullen iets terug liggen.

Massastudie met plattegrond

18

bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

4.2

verkeer

Ontsluiting Het plangebied wordt ontsloten d.m.v. een uitrit aangesloten op de Walhofstraat. Vanuit hier is er een goede verbinding via de Deurningerstraat richting het stadshart van Enschede. Het plangebied bevind zich dicht in de buurt van de singels en heeft hierdoor strategische plek om vanaf hier snel verschillende wijken en uitwegen van Enschede met de auto te kunnen bereiken. De naastgelegen Kottendijk biedt een snelle fietsverbinding met de binnenstad. Met de fiets ben je in ongeveer 5 minuten in het stadscentrum van Enschede.

Parkeren Het plan bevat 23 woningen. Om de totale parkeerbehoefte te bepalen worden deze verschillende woningen a.d.h.v. het gebruisoppervlak aan de parkeernormennota Enschede 2017 getoetst. Volgens de parkeernormennota Enschede 2017 zijn voor dit plan 35,6 parkeerplaatsen nodig. Een eerder ontwerp had ruimte voor 34 parkeerplaatsen. Het plan is zodanig aangepast dat het beschikt over 36 parkeerplaatsen. Dit betekent dat er voldoende parkeerplaatsen zijn.

Verkeersgeneratie Het bouwen van nieuwe woningen kan leiden tot extra verkeer in een woonwijk. Een totale inschatting van extra verkeer door een nieuwe ontwikkeling wordt de verkeersgeneratie genoemd. Belangrijke punten hierin zijn het aantal woningen, het type woningen en de stedelijkheidsgraad. Een woning aan de rand van de stad levert meer verkeersbewegingen op dan in het centrumhart. Voor het inschatten van de verkeersgeneratie maken we gebruik van de cijfers uit de CROW-publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Hierin zijn kengetallen opgenomen voor de verwachte verkeersgeneratie, uitgesplitst per woningtypes en stedelijkheidsgraad. Op basis van 23 woningen, waarvan 8 koopwoningen, en 15 sociale huur, wordt de verkeersgeneratie globaal geschat op 120 motorvoertuigen per etmaal (24u). Een vuistregel in de verkeerskunde is dat hiervan 10% zich in het drukste uur in de spits verplaatst. Dat komt neer op een extra 12 mvt bewegingen. Uitgaande van dat deze bewegingen zich verspreiden per verschillende richtingen is de verwachte verkeersgeneratie van dit woningbouwplan verwaarloosbaar. Bijlage parkeerdruk onderzoek: 2021-10-14 Walhofstraat eo parkeeronderzoek

4.3

Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro)

Artikel 3.1.6, 2e tot en met 4e lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een stedelijke ontwikkeling die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt in de toelichting moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. Wanneer een bestemmingsplan een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet in de toelichting tevens worden gemotiveerd waarom in die behoefte niet kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij iedere 'stedelijke ontwikkeling', waaronder iedere ontwikkeling van detailhandelsvloeroppervlak, moet inzichtelijk worden gemaakt of er, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. Dit wordt de 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' genoemd. Deze zogenoemde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen en schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor. De 'Ladder' is alleen van toepassing als er sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als 'stedelijke ontwikkeling' te kunnen worden aangemerkt.

Daarvan zal in beginsel geen sprake zijn, indien het nieuwe bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt. Dit kan anders zijn indien het bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime in een vanuit ruimtelijk oogpunt ingrijpende nieuwe planologische functiewijziging voorziet. Wanneer de 'stedelijke ontwikkeling' die een bestemmingsplan mogelijk maakt, alleen betrekking heeft op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, heeft het onderzoek naar de behoefte slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

19

'stedelijke ontwikkeling' Onder 'stedelijke ontwikkeling' wordt in het Bro (art. 1.1.1, 1e lid onder i) verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Of in een bestemmingsplan sprake is van een of meer stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Bro is niet altijd even duidelijk. Dit dient per plan te worden getoetst en gemotiveerd. In de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie uitspraken 201310814/1/R1 en 201311211/1/R3, is inmiddels de lijn te ontdekken dat, wanneer er sprake is van bestaande bebouwing en geen toename van het ruimtebeslag, er in dat geval geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Ook bij nieuwbouw hoeft volgens de jurisprudentie, zie uitspraak 201310222/1/R6, niet altijd sprake te zijn van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een feitelijke capaciteitsafname doordat er minder commercieel vloeroppervlak wordt teruggebouwd dan er is afgebroken. Ook een op grond van het voorgaande plan reeds mogelijke, maar nog niet gerealiseerde ontwikkeling hoeft niet altijd een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro te zijn.

Dit is onder meer het geval wanneer er geen sprake is van toename, maar wel van concentratie van de bebouwingsmogelijkheden. Ook wanneer er sprake is van 'saldering' (verplaatsing van een stedelijke ontwikkeling, zonder netto extra (planologisch) ruimtebeslag of waarbij bebouwing wordt gereduceerd, zoals de 'Ruimte voor Ruimte' regelingen) is er meestal geen sprake van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. In de uitspraak 201608869/1/R3 geeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzicht op hoofdlijnen van alle relevante aspecten waar aan moet worden getoetst om te bepalen of sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro en zo ja, welke eisen er worden gesteld.

'Stedelijke ontwikkeling' en het bestemmingsplan "Walhofstraat-Drienerweg" In het bestemmingsplan "Walhofstraat-Drienerweg" wordt een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Onderstaand wordt nagegaan of daarbij sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Zoals de Afdeling reeds heeft overwogen in haar overzichtsuitspraak van 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724, inzake artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, moet bij de beantwoording van de vraag of een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan, voorziet in een functiewijziging en welk planologisch beslag op de ruimte het nieuwe plan mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan. Bij deze vergelijking dienen de onbenutte planologische mogelijkheden die in het voorgaande bestemmingsplan bij recht waren voorzien te worden betrokken. Dit betekent dat deze onbenutte planologische mogelijkheden in een nieuw plan mogen worden opgenomen, zonder dat hoeft te worden voldaan aan de in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro genoemde eisen. In het bestemmingsplan "Deurningerstraat" waren op deze locatie reeds 14 woningen toegestaan. Daaraan worden in onderhavig bestemmingsplan 9 woningen toegevoegd.

Uit het voorgaande valt af te leiden dat bij onderhavig bestemmingsplan uitsluitend hoeft te worden beoordeeld of de 9 extra woningen moeten worden aangemerkt als 'stedelijke ontwikkeling'. In de overzichtsuitspraak van 28 juni 2017 wordt aangegeven dat, wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen, die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie kunnen worden aangemerkt, de ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt. Met het woningprogramma in dit plan wordt er voldaan aan de doelen van de Woonvisie. Hierbij wordt er gestuurd op een goed aanbod van woningen in Enschede en kan er een wooncarrière gemaakt worden. Met de realisatie van deze woningen wordt voldaan de Woonvisie waar ingezet wordt op net afgestudeerden en starters, gezinnen met midden en hoge inkomens en voor inwoners waar het aanbod nu niet goed aansluit op de vraag: de doelgroep 30-54 jarigen en/of gezinnen. Het gevarieerde aanbod zal bijdragen aan de doorstroming op de woningmarkt en op een inclusief Enschede, waarbij er een passend woningaanbod is voor de verschillende doelgroepen. Ook wordt hiermee ingezet op de ambitie om door te groeien naar 170.000 inwoners. Daarnaast wordt met de toevoeging van deze woningen bijgedragen aan één van de vijf strategische opgaven van de stad: het vasthouden van talent.

Dit plan voorziet in de woningbehoefte, omdat er woningen worden toegevoegd in diverse segmenten: huur -en koop en typologieën van woningen (rijtjeswoningen, stadswoningen en appartementen). Zo worden er 9 grondgebonden eengezinswoningen sociale huur en 6 sociale huurappartementen in de sociale huur gerealiseerd voor het groeiende aantal eenpersoonshuishoudens en starters. Hiermee bieden we vanuit de Woonvisie, naast de beoogde doorstroming, ruimte aan een inclusief Enschede. Ook worden er 8 stadswoningen gerealiseerd voor de doorstroming op de woningmarkt, welke voorzien in de behoefte naar grondgebonden woningen in de koopsector en in de midden huur. Met dit kleinschalige project dragen we bij aan de kwalitatieve verbetering aan de aanbodkant van woningen en is de wijk Walfhof-Roessingh stedenbouwkundig afgerond.

20

bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

Ondanks dat de ontwikkeling niet als 'stedelijke ontwikkeling' hoeft te worden aangemerkt, kan de behoefte daartoe wel worden aangetoond. De ontwikkelaar is een woningbouwcorporatie waarmee prestatieafspraken zijn gemaakt, waaraan het bestemmingsplan voldoet door appartementen en grondgebonden woningen mogelijk te maken in het goedkope segment. Deze afspraken zijn bovendien nogmaals benoemd in de overeenkomst van de percelen tussen de gemeente en de woningbouwcorporatie. De gemeente heeft met de lokale corporaties afgesproken dat de voorraad sociale huurwoningen in Enschede niet mag uitbreiden. Wel mogen de corporaties gesloopte woningen vervangen door nieuwbouw. Deze vervanging mag ook op andere locaties in de stad worden gerealiseerd, indien op de slooplocatie een ander of kleiner terugbouwprogramma wordt gerealiseerd. Bij de voorliggende ontwikkeling is sprake van vervanging van elders in de stad gesloopte sociale huurwoningen. Dit aantal woningen is dus vervanging en telt niet mee in de uitbreidingsbehoefte, zoals vastgelegd in het kader van de regionale woonafspraken met de provincie.

4.4

Welstand en beeldkwaliteit

In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwwlannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het plangebied van het bestemmingsplan "Walhofstraat-Drienerweg" geldt de welstandsidentiteit "Dorpse linten". 4.4.1

Identiteit "Dorpse linten"

In de Middeleeuwen was Enschede een kleine kern, door een spinnenweb van lange zandpaden verbonden met de buurtschappen in de omgeving. Door de eeuwen heen werden langs deze zandpaden huizen en bedrijfjes gebouwd. Zo groeiden ze uit tot lange linten aaneengesloten bebouwing. Inmiddels zijn de linten ingesloten in de stad, maar als zodanig nog steeds goed herkenbaar. De bebouwing kenmerkt zich door een grote variatie in bouwstijlen en materialen. Elk pand is anders. Tegelijkertijd vertoont de bebouwing binnen een lint overeenkomst in hoogte en type. De panden zijn allemaal hoger dan breed en hebben meestal twee lagen, al dan niet met een kap. De voordeuren zijn op straatniveau, de voorgevels hebben ramen. Een belangrijk kenmerk is ook dat de meeste panden direct aan de straat staan. In een paar linten komen panden voor die wat van de rooilijn af staan en een voortuintje hebben. Door dit alles bieden de linten een gevarieerd, maar samenhangend beeld en een levendige, maar ontspannen sfeer. Kortom, ze hebben nog steeds een dorps karakter. De kwaliteit van bebouwing is wisselend. Sommige linten hebben een fraai voorkomen, anderen zien er minder verzorgd uit. Monumentjes staan naast andere panden die rijp zijn voor afbraak, hoogstandjes van architectuur worden afgewisseld met gewone huisjes. Maar de dorpse linten zijn hoe dan ook een kweekvijver van bouwactiviteiten.

Hierdoor blijven ze passen in de eisen van de tijd. 4.4.2

Gewenste beeldkwaliteit

In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwplannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het plangebied van het bestemmingsplan "Deurningerstraat-Drienerweg' geldt volgens de Welstandsnota de identiteit 'Dorpse Linten'. De beoogde ontwikkeling, zoals beschreven in paragraaf 4.1, moet passen binnen deze welstandsidentiteit. Daarnaast ligt het plangebied langs een belangrijke radiaal en heeft daardoor een hoge beeldregie. Het plan is dan ook beoordeeld door de stadsbouwmeester en zal met aanpassingen positief bevonden worden.

bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

21

4.5

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Tot voor kort werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren. 4.5.1

Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid

In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:

Energie Verhogen van het op eigen grondgebied opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie.

Eigen organisatie Zelf het goede voorbeeld geven.

Biodiversiteit Groene groei Behoud en versterken van de verscheidenheid aan Groei van de economie zonder dat dit nadelig is dier- en plantsoorten in de leefomgeving voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit. Circulaire economie Klimaatadaptatie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval door Negatieve gevolgen die gepaard gaan met afvalpreventie en het beter scheiden van restafval. klimaatverandering beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt benutten. Duurzame mobiliteit WEconomy Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het totaal Bewoners in Enschede dragen in collectief aantal verplaatsingen, stimuleren van het gebruik verband actief bij aan een of meer van de van het openbaar vervoer en stimuleren van het duurzame gebruik van elektrische auto's. doelstellingen.

Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de voorgestane aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal.

Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot duurzaam gedrag.

Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de

22

bestemmingsplan Walhofstraat-Drienerweg (vastgesteld)

samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken.

Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen.

Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.). Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente. 4.5.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=7dda1023-ddcb-45b2-965f-d1f4bc10d9f9