Voormalige Vliegbasis Twenthe - Noord - Herziening 1_Bijlagen toelichting
Tekst van het document
Bijlagen Toelichting Bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe - Noord - Herziening 1
Status: Vastgesteld
Voorm alige Vliegbasis T wenthe - Noord - Herziening 1
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Overzicht bijlagen en onderzoeksrapporten
4
Bijlage 2
Verslag overleg ex artikel 3.1.1. Bro
5
Bijlage 3
Notitie DoelgroepenTecBase Twente
10
Bijlage 4
Achtergrond wijziging bestemmingsplan
20
Bijlage 5
Ladder voor duurzame verstedelijking
24
2 ening 1 (vastgesteld)
bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe - Noord - Herzi
Bijlagen toelichting
bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe - Noord - Herziening 1 (vastgesteld) 3
Bijlage 1 Overzicht bijlagen en onderzoeksrapporten Bijlage 1: Overzicht bijlagen en onderzoeksrapportages Bijlage 2: Verslag vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening Bijlage 3: Notitie Doelgroepen TecBase Twente (Adviesbureau Buck Consultants International d.d. 9 juni 2022) Bijlage 4: Achtergrond wijziging bestemmingsplan Technology Base Twente (Sweco en Hekkelman, rapportnr. 2 november 2022) Bijlage 5: Behoefte onderzoek in het kader van de ladder van duurzame verstedelijking (Sweco d.d. 7 oktober 2022)
4 ening 1 (vastgesteld)
bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe - Noord - Herzi
Bijlage 2 Verslag overleg ex artikel 3.1.1. Bro
bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe - Noord - Herziening 1 (vastgesteld) 5
Bestemmingsplan “Voormalige Vliegbasis Twenthe – Noord – Herziening 1"
Nota samenvatting en beantwoording reacties vooroverleg
Gemeente Enschede Cluster Omgeving en Recht Afdeling Bestemmen November 2022
Overzicht van de reacties uit het vooroverleg met betrekking tot het voorontwerp bestemmingsplan “Voormalige Vliegbasis Twenthe – Noord – Herziening 1" Bij brief van 14 oktober 2022 zijn diverse overheidsinstanties en vaste overlegpartners benaderd om te adviseren over het voorontwerp bestemmingsplan “Voormalige Vliegbasis Twenthe – Noord – Herziening 1". De volgende overlegpartners zijn benaderd om te adviseren over het nieuw op te stellen bestemmingsplan. • Provincie Overijssel • Waterschap Vechtstromen • Gemeente o Almelo o Dinkelland o Hengelo o Oldenzaal • Stichting Lonneker Land • Stichting Lonnekerberg • Dorpsraad Lonneker • Technology Base • Evenementenlocatie Vliegveld Twente Hiervan hebben provincie Overijssel, Dorpsraad Lonneker, Evenementenlocatie Vliegveld Twente, de gemeenten Almelo, Dinkelland en Hengelo aangegeven dat ze kunnen instemmen met het planvoornemen. Daarnaast hebben Technology Base bij brief van 3 november 2022 en Stichting Lonneker Land bij mail van 18 november 2022 inhoudelijk gereageerd. De reacties zijn hieronder samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. 1.
Technology Base Technology Base is tevreden dat de gebruiksmogelijkheden voor (proef)productieactiviteiten van een bedrijf vallend onder Advanced Materials en Manufacturing (HTSM/AMM) zijn verruimd, echter uit hun bezorgdheid over het opnemen van een maximum bruto vloeroppervlaktemaat van 8.500 m2. De uniciteit van het gebied kan ook geborgd zijn zonder dit maximum, mede omdat van de maximaal 124.000 m2 toegestane oppervlakte aan gebouwen, maximaal 50.000 m2 gevuld kan worden vanuit het segment HTSMM/AMM. Het risico is dat een passend High Tech bedrijf met grote groeiambities onnodig wordt beperkt door de voorgestelde maximale bruto vloeroppervlakte en daardoor niet gevestigd kan worden.
Reactie gemeente De gemeente houdt vast aan de maximale oppervlaktemaat van 8.500 m2 bvo, als genoemd in het adviesrapport “Notitie Doelgroepen TecBase Twente” van Buck Consultants International en het adviesrapport “Achtergrond wijziging bestemmingsplan Technology Base Twente” van Sweco en Hekkelman, met de beperkte afwijkingsbevoegdheid om de volgende redenen: •
Technology Base is in de visie van de gemeente niet de plek voor grootschalige productie. Daarvoor zijn andere bedrijventerreinen in Enschede of in de regio meer geschikt als de aangewezen plekken.
•
•
Binnen het AMM/HTSM profiel willen we meerdere bedrijven kunnen faciliteren binnen het totaal oppervlak van 50.000 m2 footprint dat voor dat soort bedrijven gereserveerd is. In de visie van de gemeente hopen we dat er onderling synergie tussen de bedrijven kan ontstaan door ontmoeting en samenwerking, zodat er nieuwe product-marktcombinaties kunnen ontstaan. Dit past bij het innovatieve karakter dat we voor Technology Base voor ogen hebben. De mogelijkheid dat er slechts 2 of 3 zeer grote bedrijven zich vestigen vinden we niet wenselijk. De grens van 8.500 m2 bvo is afgeleid van het advies van Buck Consultants om vestiging van een groter aantal bedrijven, waarbij ontwikkelen/R&D/testen/pilot-fabricage de kernactiviteiten zijn, mogelijk te maken.
Een afwijkingsbevoegdheid moet op ruimtelijk relevante gronden gemotiveerd worden en kunnen alleen ruimtelijk relevante voorwaarden aan verbonden worden. Economische ambities kunnen niet in een afwijkingsbevoegdheid worden opgenomen. Dat vraagt naast een ruimtelijke ook om een beleidsmatige afweging. Daar zijn andere procedures voor. De gemeente wil niet bij recht al meer productie mogelijk maken dan de 8.500 m2 bvo die nu in het voorontwerp bestemmingsplan is opgenomen. De afwijkingsbevoegdheid is in het plan opgenomen om in te kunnen spelen op (onvoorziene) ruimtelijke ontwikkelingen en de flexibiliteit van het plan tot uitdrukking te brengen. Het karakter van een afwijkingsbevoegdheid draagt in zich dat bij de toepassing een belangenafweging dient plaats te vinden. In beginsel dienen bij de beslissing omtrent afwijking alle ruimtelijk relevante belangen te worden afgewogen.
2. Stichting Lonneker Land 2.1 Vorm inspraak Stichting Lonneker Land vindt het jammer dat de mogelijkheid tot inspraak is beperkt tot een verkapte vorm van zienswijze. Reactie gemeente Het is niet ongebruikelijk dat erkende overlegpartners op deze wijze worden geraadpleegd bij de totstandkoming in de vooroverlegfase van een bestemmingsplan. Het voorliggende bestemmingsplan maakt een beperkte gebruikswijziging mogelijk, waarvoor wij gemeend hebben geen uitgebreid participatietraject te volgen. Bovendien wordt met deze herziening het begrip Advanced Materials and Manufacturing (HTSM/AMM) aangepast, waardoor de productieactiviteiten niet afgescheiden van het ontwikkelen, testen, bewerken en demonstreren kunnen plaatsvinden.
2.2 Enkele opmerkingen tot verduidelijking a. Artikel 3.2.1: het is onduidelijk waarop de maximale vloeroppervlakte van 8.500 m2 is gebaseerd. b. Waarom is de beperking om het aantal bedrijven waarvoor dit maximale vloeroppervlakte mag gelden niet beperkt tot twee zoals het advies aangeeft. c. Artikel 3.2.2 a: In de omschrijving zouden wij graag opgenomen zien dat het gecombineerde ontwikkelen, testen, bewerken en demonstreren van deze materialen (deel)producten en systemen” op de locatie van Technology Base moet plaatsvinden. d. 3.3.1 Kunt u uitleggen waarom de beperkende voorwaarden zouden moeten gelden? Indien niet aan die ‘mits’ voorwaarde is voldaan zal er weinig behoefte bestaan bij een
aanvrager. Dat maakt meteen dat wij graag zouden zien dat de bevoegdheid in 3.3. wordt geschrapt omdat die de betekenis van de beperkende condities op losse schroeven zet.
Reactie gemeente a. De grens van 8.500 m2 bvo is afgeleid van het advies van Buck Consultants om vestiging van een groter aantal bedrijven, waarbij ontwikkelen/R&D/testen/pilot-fabricage de kernactiviteiten zijn, mogelijk te maken. b. In navolgend concept advies “Achtergrond wijziging bestemmingsplan Technology Base Twente” d.d. 7 oktober 2022 van Sweco en Hekkelman (bijlage 4 van de plantoelichting) is aangegeven dat er geen noodzaak is om die 8.500 m2 te beperken tot slechts 2 bedrijven. c. In artikel 3.1 van de planregels is beschreven dat de bepalingen 3.2 en 3.3 gekoppeld zijn aan de bestemming Bedrijventerrein - Technology Base Twente van het geldende bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe – Noord. Dus daar waar deze bestemming op de verbeelding van dit bestemmingsplan ligt, is ook de bepaling van 3.2.2 a van de herziening op gericht. d. Toepassing van een afwijkingsbevoegdheid tot verruiming van de 8.500 m2 is mogelijk indien er sprake is van omvangrijke producten of dat er grote machines nodig zijn om deze producten te realiseren. Als voorbeeld kan worden gegeven dat als het om een high tech product als een windmolen gaat, dat hieruit volgt dat de 8.500 m2 aan productieruimte onvoldoende is om te voldoen. Medewerking aan een verruiming zonder het doorlopen van een ‘zwaardere’ ruimtelijke procedure ligt als gevolg in de rede.
2.3 Duurzame energievoorziening Stichting Lonneker Land betreurt het dat er vóór een herziening van het bestemmingsplan geen onderzoek is gedaan naar de mogelijkheden om de bestemming vliegveld te wijzigen in een bestemming duurzame energievoorziening. Naar onze mening ontbreekt het tot nu toe aan de mogelijkheid om binnen de gemeentegrenzen te voldoen aan de eisen die een duurzame energievoorziening stelt. Wij zouden graag een verkenning zien waarin de economische en maatschappelijke voordelen van het gebruik van dit terrein voor de opwekking van duurzame energie, bijv. met een windpark en zonnecelpark, wordt afgewogen tegen de economische en maatschappelijke voordelen van het vliegveld. Reactie gemeente We zien geen noodzaak of aanleiding om niet aan het huidige profiel voor het bedrijvenpark en de luchthaven vast te houden. Mede gelet op de schaarste aan bedrijventerreinen in de regio dat belangrijke partners in het regionaal-economische netwerk perspectief zien voor een succesvolle invulling van de resterende opgave. Een randvoorwaarde hierbij is dat de productieactiviteiten op het bedrijventerrein verruimd kunnen worden. Bovendien wordt opgemerkt dat het geldende bestemmingsplan “Voormalige Vliegbasis Twenthe – Noord” reeds juridisch-planologische ruimte biedt voor het toestaan van duurzame energievoorzieningen (artikel 4.1 onder f).
Bijlage 3 Notitie DoelgroepenTecBase Twente
10 ening 1 (vastgesteld)
bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe - Noord - Herzi
Tweede concept 9 juni 2022
Notitie Doelgroepen TecBase Twente A
Inleiding
1
De aanleiding voor dit advies is dat de projectorganisatie van Technology Base (TB) heeft verzocht “om aan het College van B&W van de gemeente Enschede voor te stellen om het bestemmingsplan ‘Voormalige Vliegbasis Twente–Noord’ te wijzigen teneinde de definitie van artikel 1.5 over Advanced Materials and Manufacturing (HTSM/AMM) in lijn te brengen met het advies van de commissie Van Wijzen (Commissie Wientjes).”
2
De voor Bedrijventerrein - Technology Base Twente aangewezen gronden zijn in het vastgestelde bestemmingsplan (2018) bestemd voor: a
b c d
een luchthaven en bedrijvigheid dan wel dienstverlening die uitsluitend is gericht op rechtstreekse levering van goederen en/of diensten ter ondersteuning van de luchthaven; testen van vliegtuigmotoren; Unmanned Systems; bedrijven vallend onder: 1 Safety & Security; 2 Advanced Materials and Manufacturing (HTSM/AMM); 3 luchthavengebonden bedrijvigheid; 4 US-bedrijvigheid; 5 Bedrijvigheid dan wel dienstverlening die uitsluitend is gericht op rechtstreekse levering van goederen en/of diensten ter ondersteuning van de activiteiten genoemd onder 1 t/m 4.
Ten aanzien van Advanced Materials and Manufacturing (HTSM/AMM) gaat het om bedrijvigheid uitsluitend gericht op: 1 het ontwikkelen, testen, bewerken en demonstreren van: a innovatieve materialen b (deel)producten van innovatieve materialen c nieuwe manieren van het produceren van producten en materialen 2 op kleine schaal (proef)produceren van innovatieve materialen en (deel)producten van deze materialen.
3
De grootste belemmering die door de Projectorganisatie wordt ervaren zit in de uitleg van ‘het op kleine schaal (proef)produceren’. Het probleem komt er op neer dat bedrijven waarvan een groot deel van hun activiteiten bestaat uit productie niet toegelaten kunnen
Buck Consultants International
1
worden op Technology Base. Veel leads kunnen daardoor niet verzilverd worden, aldus het Projectbureau.
4
In de regionale programmering bedrijventerreinen Twente is Technology Base een nichelocatie, die niet meetelt in het aanbod reguliere bedrijventerreinen. Dat is, op basis van het vastgestelde bestemmingsplan ook logisch.
5
De Projectorganisatie vindt het vastgestelde bestemmingsplan te beperkend en voert daarvoor de volgende argumenten aan: • een te nauwe interpretatie van het rapport van de commissie-Wientjes: de commissie Wientjes, die in 2017 advies heeft uitgebracht over de toekomst van het voormalige vliegveld, hanteerde volgens de Projectorganisatie een ruimere interpretatie van het profiel van TecBase en het begrip kleinschalige (proef)productie was ook geen onderdeel van het Ontwerp Bestemmingsplan dat op basis van dat advies is opgesteld; • een beperking in doelgroepen, omdat er destijds sprake was van een strenge overprogrammering aan bedrijventerreinen. Consequentie hiervan is dat volgens het Projectbureau commerciële kansen niet kunnen worden verzilverd en de exploitatiemogelijkheden als te beperkend worden ervaren.
6
De gemeente Enschede heeft Buck Consultants International gevraagd een advies uit te brengen over de wenselijkheid van een verruiming van doelgroepen.
Buck Consultants International
2
7
Twee opmerkingen vooraf: • Het Top Team/Commissie Wientjes ging in 2017 uit van de succesvolle realisatie van 3 proeffabrieken: Aerospace; Automotive; 3D-printing. Geconstateerd moet worden dat géén van deze faciliteiten (bedoeld als magneet op R&D-intensive bedrijven) tot stand is gekomen. • Vooraf merken wij verder op dat in de BCI-rapportage ‘Analyse kwalitatieve en kwantitatieve marktvraagdoelgroepen TecBase Twente’(27 februari 2017, opgesteld in opdracht van de gemeente Enschede) door ons wordt gesproken over “nadruk op development en productie op het gebied van Advanced Materials en Advanced Manufacturing”, waarbij gesproken wordt over eerste fase productie in pilot plants én small batch productie van Advanced Materials en Products (zie bijlagenrapport 27-22017, blz. 8). De nu geldende bestemmingsplanvoorschriften zijn dus niet door BCI voorgesteld.
8
In deze notitie gaan we nader in op het concept van nabijheid tussen R&D en productie (paragraaf B) en formuleren we ons advies (paragraaf C).
B
Nabijheid als concept
9
Kennisintensieve bedrijven zijn gebaat bij nabijheid van soortgelijke R&D gedreven bedrijven en/of relevante kennisinstituten: • belang toegang tot kennis is toegenomen door open innovatie; • informele contacten zijn vaak basis voor succesvolle kennisoverdracht; • makkelijke toegang tot researchfaciliteiten; • toegang tot hoogopgeleid personeel. De erkenning van het belang van nabijheid voor R&D blijkt uit het succes van campussen en science parks in heel Nederland, inclusief het Kennispark Twente.
10 Productiebedrijven zijn in toenemende mate eveneens gebaat bij nabijheid van een R&D-vestiging van het eigen bedrijf vanwege: A Afhankelijkheid andere schakels veranderende productiewaardeketen B Opkomst distributed manufacturing C Circulaire productie
Buck Consultants International
3
Ad A Veranderende productiewaardeketen Kennisontwikkeling wordt van oudsher gezien als startpunt van de lineaire productiewaardeketen.
Steeds vaker is er echter sprake van een iteratieve productiewaardeketen met loops. Dit maakt nabijheid van R&D/Engineering/Prototyping van een bedrijf belangrijk voor productie door dat zelfde bedrijf in de ‘latere’ schakels. Bij (gestandaardiseerde) grootschalige productie is dit minder het geval.
De iteratieve loops moeten uiteindelijk tot verkorting van de tijd ‘Van research naar markt’ en kosteneffectiviteit leiden. Ad B Distributed manufacturing in opkomst Distributed Manufacturing (kleinschalige, flexibele productie dicht bij klanten) is in opkomst, mogelijk gemaakt door smart manufacturing, d.w.z. kleinschalige hoogwaardige fabrieken met als voordelen: lagere logistieke kosten, want dichter bij de markt; minder kapitaalsinvesteringen; en minder afhankelijkheid van m.n. Azië. Dit betekent dat de overgang van pilot plant naar full production minder groot wordt: • in tijd • in kapitaalsinvesteringen • in afstand tot pilot plants Daarmee ontstaan voor regio’s met geschikte vestigingsruimte voor pilot plants óók verdere produktiekansen, die eerder niet konden worden benut.
Buck Consultants International
4
Ad C Circulaire productie
Bron: MVO Nederland
Circulaire productie (productie waarbij afval weer grondstof is, dus geen reststromen) ontstaat alleen in continue wisselwerking tussen R&D en productie (processen). Fysieke nabijheid faciliteert en optimaliseert die wisselwerking. Conclusie: de relatie tussen R&D en productie wordt steeds inniger, waardoor deze twee schakels in de waardeketen ‘in elkaar worden geschoven’; fysieke nabijheid is daarbij een door bedrijven ervaren voordeel.
C
Advies
11 De bestemmingsplanbepalingen voor TecBase zijn mede tot stand gekomen tegen de achtergrond van een verwacht overschot aan reguliere bedrijventerreinen in Twente. Aan de andere kant stelt de specifieke geografische en landschappelijke ligging van dit terrein ook (logischerwijs) voorwaarden. In hoeverre de vraag- en aanbodsituatie voor bedrijventerreinen in Twente zodanig veranderd is dat verruiming van de bestemmingsplanbepalingen aan de orde is, is géén onderwerp van deze notitie.
12 Wél laat de argumentatie in paragraaf B zien dat productiebedrijven in toenemende mate gebaat zijn bij nabijheid van kennisbronnen en het onderdeel zijn van campusecosystemen: • toename van iteratieve productiewaardeketens, waarbij continue sprake is van loops tussen productie en R&D; • distributed manufacturing (flexibele productie dichtbij de klanten) is in opkomst, hetgeen kleinschaligere productie plants betekent tussen pilot plants en grootschalige full production in. Het maakt de stap van pilot productie naar Buck Consultants International
5
•
grootschalige productie minder groot: in tijd, in kapitaal-investeringen en in afstand tot pilot plants. M.a.w. locaties waar pilot plants staan krijgen grotere kans op vestiging van kleinschalige productievestigingen; circulaire productie (productie waarbij afval weer grondstof is, dus geen reststromen) ontstaat alleen in continue wisselwerking tussen R&D en productie(processen). Fysieke nabijheid faciliteert en optimaliseert deze wisselwerking.
13 Voorbeelden van campussen waar productie naast R&D mogelijk zijn betreffen o.a. Brainport Industries Campus Eindhoven en het Advanced Manufacturing Park in Sheffield. Ook de voorgenomen uitbreiding van de Brightlands Chemelot Campus in Sittard-Geleen voorziet in productiebedrijven, die een nauwe relatie hebben met R&D en campusecosystemen.
14 Voor afbakening en (statistische) definiëring van high tech – zie bijlage 1.
15 Kern van ons advies is de focus in het bestemmingsplan te houden op R&D en pilot plants, maar de mogelijkheid te openen dat: a bedrijven die als vervolg op hun R&D/pilot plant-activiteiten productie op TecBase willen laten plaatsvinden, dat voortaan ook daar kunnen doen, waarbij – rekening houdend met aard en omvang terrein (kavels) - een maximale omvang van de productieactiviteiten van 5.000 m2 bvo geldt. b bedrijven die zich willen vestigen met meer dan de helft van de medewerkers in R&D ook de mogelijkheid te bieden (kleinschalige) productie te laten plaatsvinden met een maximale omvang van 5.000 m2 bvo.
16 De keuze voor 5.000 m2 bvo als grens heeft te maken met enerzijds de totale gereserveerde ruimte van AMM/HTSM (50.000 m2) in het vigerende bestemmingsplan en anderzijds behoud van het niche profiel-karakter van de locatie, waarin ontwikkelen/R&D/testen/pilot-fabricage de kernactiviteiten zijn. De logica van de plek voor de twee aangegeven typen bedrijven is daarmee verankerd en voorkomt daardoor wellicht ook brede bedrijventerreinenplanningsdiscussies.
17 Om enerzijds het vliegwiel van AMM/HTSM-activiteiten op TecBase op gang te brengen (launching customers, die perfect in het profiel passen) en anderzijds bedrijven met een combinatie van R&D en productie te faciliteren, bevelen wij aan om (maximaal) 2 bedrijven de mogelijkheid te geven tot maximaal 8.500 m2 bvo te realiseren, mits het aantal R&D-medewerkers minimaal de helft van het totale werknemerstotaal is (zie punt 15b).
Buck Consultants International
6
18 Met deze beperkte aanpassing van de bepalingen is vestiging van bepaalde typen high tech-productie op TecBase logisch en controleerbaar en ook vanuit innovatieen economisch perspectief wenselijk, maar blijft tegelijkertijd ook beperkt, zodat de regionale bedrijventerreinplanning niet substantieel verandert.
19 Een juridische toets op de voorgestelde (beperkte) doelgroepverbreding is noodzakelijk, inclusief verkenning van een eventueel op te nemen wijzigingsbevoegdheid door het College van B&W.
Buck Consultants International 9 juni 2022
Buck Consultants International
7
Bijlage 1 Definiëring High Tech
In opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft het Centrum van Beleidsstatistiek (CvB) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meermaals een monitor over topsectoren samengesteld. Het doel hiervan was een beeld te krijgen van het belang van de topsectoren voor de economie in de vorm van (macro)economische indicatoren en dit te volgen door de tijd. In 2018 is de laatste update van de Monitor topsectoren verschenen, die het CBS vanaf 2012 heeft samengesteld. Met de overgang naar het missiegedreven innovatiebeleid is de noodzaak voor deze opzet van de monitor komen te vervallen. Er bestaat een statistische afbakening van de topsectoren, zoals gehanteerd in de Monitor topsectoren. Deze is zo veel mogelijk op basis van de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008) afgebakend. Afbakening: High tech systemen en materialen (HTSM) De topsector High tech systemen en materialen ontwikkelt breed inzetbare, innovatieve producten en diensten voor industriële toepassingen. Kennis op het gebied van materialen en fotonica/optica speelt hierbij een belangrijke rol. Daarnaast maakt ICT een integraal onderdeel uit van de ontwikkelingen binnen de high tech systemen en materialen. In de monitor omvat deze topsector hoofdzakelijk technologische activiteiten op het gebied van de metaalindustrie en de vervaardiging van machines, apparaten en transportmiddelen.
Daarnaast wordt ook een deel van de keten om deze kernactiviteiten heen tot de topsector gerekend. Het gaat dan om het ontwikkelen, produceren en uitgeven van software, de keuring en controle van machines en apparaten en onderzoek en ontwikkeling op het gebied van High tech systemen en materialen. De handel in high tech systemen en materialen producten wordt niet tot de topsector gerekend.
Buck Consultants International
8
Overzicht afbakening topsector High tech systemen en materialen:
Buck Consultants International
9
Bijlage 4 Achtergrond wijziging bestemmingsplan
20 ening 1 (vastgesteld)
bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe - Noord - Herzi
Achtergrond wijziging bestemmingsplan Technology Base Twente 2 november 2022
1.1
Aanleiding
Het bestemmingsplan voor Technology Base Twente (TBT) is, voor zover dat voorziet in Advanced Materials and Manufacturing bedrijvigheid, niet meer volledig in lijn met de laatste ontwikkelingen binnen deze sector. Dit is vooral het gevolg van de beperkte mogelijkheden voor productie, in combinatie met R&D. Uit een recente studie van BCI (Notitie Doelgroepen TecBase Twente, 2022) volgt dat de relatie tussen R&D en productie steeds inniger wordt, waardoor deze twee schakels in de waardeketen steeds meer ‘in elkaar worden geschoven’. Hiervoor zijn meerdere redenen: •
•
•
Steeds vaker is er sprake van een iteratieve productiewaardeketen met loops. Dit maakt nabijheid van R&D/Engineering/Prototyping van een bedrijf belangrijk voor productie door dat zelfde bedrijf in de ‘latere’ schakels. Bij (gestandaardiseerde) grootschalige productie is dit minder het geval. De iteratieve loops moeten uiteindelijk tot verkorting van de tijd ‘van research naar markt’ en kosteneffectiviteit leiden. Daarnaast is ‘distributed manufacturing’ (kleinschalige, flexibele productie dicht bij klanten) in opkomst. Dit wordt mogelijk gemaakt door smart manufacturing. Dit betreft kleinschalige hoogwaardige fabrieken met als voordelen: lagere logistieke kosten, want dichter bij de markt; minder kapitaalsinvesteringen; en minder afhankelijkheid van met name Azië. Daarmee ontstaan voor regio’s met geschikte vestigingsruimte voor pilot plants óók verdere productiekansen, die eerder niet konden worden benut. Circulaire productie (productie waarbij afval weer grondstof is, en er dus geen (of zeer beperkt) reststromen zijn) ontstaat alleen in continue wisselwerking tussen R&D en productie (processen). Fysieke nabijheid faciliteert en optimaliseert die wisselwerking.
Kortom: productiebedrijven zijn gebaat bij nabijheid van een R&D vestiging van het eigen bedrijf. Deze ontwikkeling maakt dat op TBT behoefte is aan meer ruimte voor deze koppeling tussen R&D en productie. Daarmee moet worden voorkomen dat bedrijven die weliswaar goed passen binnen het beoogde concept van TBT, zich op basis van de planregels niet kunnen vestigen.
1.2
Proces
Ons project zijn we begonnen met het analyseren van het huidige bestemmingsplan. Relevant is de daarin opgenomen definitie voor ‘Advanced Materials and Manufacturing (HTSM/AMM)’. Deze definitie luidt op dit moment als volgt: Bedrijvigheid uitsluitend gericht op: • het ontwikkelen, testen, bewerken en demonstreren van: 1. innovatieve materialen 2. (deel)producten van innovatieve materialen 3. nieuwe manieren van het produceren van producten en materialen • op kleine schaal (proef)produceren van innovatieve materialen en (deel)producten van deze materialen. Wij constateren dat (proef)produceren van innovatieve materialen en (deel)producten van deze materialen op grond van het huidige bestemmingsplan al mogelijk is. De mogelijkheden daartoe zijn echter beperkt tot kleine schaal. Wat daar precies onder moet worden verstaan, is overigens niet duidelijk. Daartegenover staat dat de huidige planregeling zelfstandige productie, zonder dat ook
T
NL Amsterdam
Bureau Stedelijke Planning B.V.
www.sweco.nl
Netherlands
Handelsregister 29048410 Statutair gevestigd te Amsterdam 1/3
sprake is van R&D, niet in de weg staat. Dit is het gevolg van het feit dat de opsomming in de hiervoor opgenomen definitie niet cumulatief is. Kort en goed: het bestemmingsplan biedt ongewenst ruimte voor zelfstandige productie. Productie in combinatie met R&D-activiteiten is weliswaar toegestaan, maar de beperking tot ‘kleine schaal’ is niet meer in lijn met de laatste ontwikkelingen binnen de sector en daarmee ongewenst. Naar aanleiding van deze bevindingen hebben wij samen met de gemeente en het projectbureau gezocht naar een wijziging van de planregeling die enerzijds voldoende mogelijkheden biedt voor productie (in combinatie met R&D), maar anderzijds geen afbreuk doet aan het specifieke karakter van TBT. Daarbij hebben wij gebruik maken van leads die eerder hebben gespeeld op TBT.
1.3
Wijzigingen planregeling
Het hiervoor beschreven proces heeft ertoe geleid dat wij de volgende wijzigingen van het bestemmingsplan hebben voorgesteld: • •
•
•
Borgen dat zelfstandige productie, dus zonder R&D, niet is toegestaan. Daartoe dient de definitie van HTSM/AMM aangepast te worden. Daarnaast kan dit nog benadrukt worden door het opnemen van een specifieke gebruiksregel. Schrappen van de beperking van (proef)productie tot kleine schaal. Dit biedt de gewenste verruiming voor (proef)productie. Door deze (proef)productie enkel toe te staan in combinatie met R&D, wordt voorkomen dat reguliere productiebedrijven zich op deze locatie kunnen vestigen. Om daarnaast te voorkomen dat grote, op zichzelf staande productiebedrijven ontstaan, hetgeen gelet op de wens van synergie en samenwerking op TBT niet wenselijk is, kan de oppervlakte van de (proef)productieactiviteiten worden gemaximeerd op maximaal 8.500 m² bvo. Deze grens hebben wij bepaald op basis van het rapport van BCI (2022). N.B.: BCI adviseert om productie met een omvang tot 8.500 m² bvo bij slechts enkele bedrijven toe te staan en de grens voor de overige bedrijven op 5.000 m² bvo te leggen. Wij zien geen noodzaak voor dit onderscheid. Met het borgen dat productie enkel kan plaatsvinden in combinatie met R&D-activiteiten, leidt het in het algemeen toestaan van productieactiviteiten tot 8.500 m² bvo er niet toe dat er zich bedrijven kunnen vestigen die niet passend zijn binnen het profiel van TBT.
Opnemen van een binnenplanse afwijkbevoegdheid op grond waarvan afgeweken kan worden van de maximale oppervlakte aan productie, mits een grotere oppervlakte gelet op (bijvoorbeeld) de aard van de te (proef)produceren materialen en/of deelproducten van deze materialen, dan wel de aard van het productieproces noodzakelijk is voor de (totale) bedrijfsvoering. Daarmee wordt een beperkte mate van flexibiliteit ingebouwd waarmee ruimte kan worden geboden aan bedrijven die passend zijn binnen het profiel van TBT, maar die vanwege specifieke omstandigheden een grotere oppervlakte nodig hebben voor het (proef)produceren. Toevoegen van ‘innovatieve systemen’ aan de definitie van HTSM/AMM, om zo meer recht te doen aan de bedrijfsactiviteiten van deze sector (‘High Tech Systemen en Materialen’).
1.4
Resultaat
Met de door ons voorgestelde wijzigingen in de planregeling wordt in lijn met de laatste ontwikkelingen binnen de sector meer ruimte geboden voor het produceren van innovatieve materialen/systemen en (deel)producten van deze materialen. Tegelijkertijd doet deze wijziging niets af aan de uniciteit van het concept en de locatie TBT voor Advanced Materials and Manufacturing bedrijvigheid: •
In de toelichting van het huidige bestemmingsplan staat helder beschreven wat de locatie uniek maakt: “De focus van TBT is weliswaar gericht op doelgroepen die de aanwezige kennis- en productieclusters in Twente verrijken, maar de initiatieven ontplooien zich in essentie op TBT vanwege de uniciteit van de locatie. Deze uniciteit uit zich in harde vestigingscriteria (bijv. aanwezigheid van een start- en landingsbaan), zachte locatiekwaliteiten (bijv. stoere, ruige en experimentele uitstraling) en daarbij horende mogelijkheden om in synergie met andere bedrijven te kunnen opereren. Concreet wil dat zeggen: indien TBT niet ontwikkeld wordt, zullen de op TBT gerichte initiatieven zich, op mogelijk een enkeling na, naar verwachting niet richten op reguliere
2/3
werklocaties in de regio, maar een groter, mogelijk internationaal zoekgebied hanteren. Deze bedrijven voelen zich niet primair aangetrokken tot Twente als regio, maar wel specifiek tot TBT, omdat deze locatie specifieke ruimtelijke kenmerken heeft, al dan niet noodzakelijk of ruimtelijk relevant.’’ •
De aanpassing van de planregels doet niks af aan de uniciteit van Technology Base Twente en de locatie. Door specifiek een definitie op te nemen voor HTSM/AMM richt TBT zich naast een specifieke sector (HTSM) ook nog eens op een niche binnen deze sector, AMM. Dit maakt ook dat de concurrentiepositie met reguliere bedrijventerreinen (met een veelvoud van bedrijfsactiviteiten die zich kunnen vestigen) gering is.
•
De ruimte die gereserveerd is voor HTSM/AMM bedrijvigheid is bovendien maar een klein onderdeel van de totale planlocatie. De totale bruto oppervlakte van het plangebied is 224 hectare. Daarvan is er 124.000 m2 ‘footprint’ te bebouwen voor bedrijvigheid, waarvan maximaal 50.000 m2 voor AMM. Oftewel, de ontwikkelruimte voor HTSM/AMM is lang niet alleen bepalend voor de uniciteit van de locatie en het concept van TBT. De specifieke planregels en gebruiksmogelijkheden van TBT vormen ook een filter voor bedrijven die vestiging overwegen.
•
Een bedrijf dat overwegend produceert en dat zich ook op een regulier bedrijventerrein kan vestigen, zal hier eigenlijk altijd voorkeur voor hebben. Simpelweg omdat de gebruiksmogelijkheden op een regulier bedrijventerrein aanzienlijk ruimer zijn. Bovendien betekent dit dat bij eventuele verkoop in de toekomst, meer partijen geïnteresseerd zijn, hetgeen ook de financiering eenvoudiger maakt. Dat maakt dat een bedrijf, dat niet per se een passend profiel heeft, wel twee keer zal nadenken alvorens zich te vestigen op TBT. De locatie- en vestigingswensen van een ‘regulier’ productiebedrijf sluiten simpelweg onvoldoende aan bij de uniciteit en specifieke gebruiksmogelijkheden van TBT.
•
Door de omvang van de AMM/HTSM te maximaliseren in het bestemmingsplan, wordt, meer dan in de huidige planregels, geborgd dat het ‘volwassen’ (grootschalige) productiebedrijven zich niet kunnen vestigen op de locatie. Door in de aangepaste planregels verder specifiek de koppeling te maken met het ‘ontwikkelen, testen, bewerken en demonstreren van deze materialen en innovatieve systemen’, waardoor zelfstandige productie, zonder R&D, niet is toegestaan, wordt zelfs meer recht gedaan aan het beoogde concept van Technology Base Twente. Er wordt beter geborgd dat enkel bedrijven zijn toegestaan die passen binnen het gewenste profiel van TBT.
3/3
Bijlage 5 Ladder voor duurzame verstedelijking
24 ening 1 (vastgesteld)
bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe - Noord - Herzi
Ladder voor duurzame verstedelijking Concept 7 oktober 2022
1.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking is als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Overheden moeten op grond van het Bro alle nieuwe stedelijke ontwikkelingen motiveren aan de hand van de Ladder. Sinds 1 juli 2017 is de Laddersystematiek in het Besluit ruimtelijk ordening (Bro) gewijzigd. De Ladder is verankerd in artikel 3.1.6. lid 2 Bro en luidt als volgt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. Op grond van artikel 1.1.1 lid 1 onder h van het Bro wordt onder ‘bestaand stedelijk gebied’ verstaan: “bestaand stedenbouwkundig samenspel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij horende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur” We concluderen dat het hier, mede gelet op de bestaande planologische mogelijkheden, om bestaand stedelijk gebied gaat, aangezien er sprake is van een bestaande functie (vliegveld en bedrijvigheid) en functies.
Overigens, ook in de bestaande Ladder motivering in de toelichting van het bestemmingsplan (Voormalige vliegbasis Twenthe – Noord, 2018) is hier vanuit gegaan. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (NSO), dan is een plan Ladderplichtig. Een stedelijke ontwikkeling wordt in artikel 1.1.1 Bro gedefinieerd als een: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijk voorzieningen’. De Ladder is alleen van toepassing op nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe bestemmingsplan meer bebouwing mogelijk maakt, of dat er een functiewijziging van zodanige aard en omvang plaats vindt dat om die reden sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met de beoogde wijziging van de planregels, wordt geen extra ontwikkelruimte mogelijk gemaakt. Het te bouwen oppervlakte aan gebouwen (‘footprint’) blijft gelijk. Door de wijziging in de planregels voor Advanced Materials and Manufacturing bedrijvigheid wordt voor bedrijven meer ruimte geboden voor produceren. ‘Het (proef)produceren van innovatieve materialen, (deel)producten van deze materialen en innovatieve systemen’ is echter alleen toegestaan in combinatie met ‘het ontwikkelen, testen, bewerken en demonstreren’ van deze materialen, (deel)producten en systemen.
Oftewel, zonder R&D is productie niet toegestaan. De functiewijziging is echter dermate beperkt, dat toetsing aan artikel 3.1.6. lid 2 Bro daarmee achterwege zou kunnen blijven. Feitelijk is een zorgvuldige afweging of sprake is van een goede ruimtelijke ordening zoals bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) voldoende. Ter volledigheid hanteren we hieronder de systematiek van de Ladder voor duurzame verstedelijking, om te motiveren dat wijziging van de planregels voor HTSM/AMM bedrijvigheid niet leidt tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten.
1.2
Onderzoeksgebied
De focus van Technology Base Twente (TBT) is weliswaar gericht op doelgroepen die de aanwezige kennis- en productieclusters in Twente verrijken, maar de initiatieven ontplooien zich in essentie op TBT vanwege de uniciteit van de locatie. Deze uniciteit uit zich in harde vestigingscriteria (bijvoorbeeld aanwezigheid van een start- en landingsbaan en de groene setting met landschappelijke kwaliteiten), zachte locatiekwaliteiten (bijv. stoere, ruige en experimentele uitstraling) T
NL Amsterdam
Bureau Stedelijke Planning B.V.
www.sweco.nl
Netherlands
Handelsregister 29048410 Statutair gevestigd te Amsterdam
Document referentie 52100532_Memo Laddertoets Technology Base Twente_7okt.docx
1/3
en daarbij horende mogelijkheden om in synergie met andere bedrijven te kunnen opereren. Concreet wil dat zeggen: indien TBT niet ontwikkeld wordt, zullen de op TBT gerichte initiatieven zich, op mogelijk een enkeling na, naar verwachting niet richten op reguliere werklocaties in de regio, maar een groter, mogelijk internationaal zoekgebied hanteren. Deze bedrijven voelen zich niet primair aangetrokken tot Twente als regio, maar wel specifiek tot TBT, omdat deze locatie specifieke ruimtelijke kenmerken heeft, al dan niet noodzakelijk of ruimtelijk relevant (bron: Toelichting bestemmingsplan ‘Voormalige vliegbasis Twenthe – Noord’ 2018). Ook met de gewijzigde planregels voor Advanced Materials and Manufacturing bedrijvigheid gaat deze redenatie nog steeds op. Voor HTSM/AMM bedrijvigheid is de locatie TBT dermate uniek, gezien het concept, maar bijvoorbeeld ook ligging en bereikbaarheid, dat we niet verwachten dat partijen die zich normaliter op een regulier bedrijventerrein vestigen, nu voorkeur zullen hebben voor TBT. Dat is ook de reden dat TBT in de regionale programmering van bedrijventerreinen als ‘special’ (of niche) is opgenomen (bron: Afspraken Regionale Bedrijventerreinen Programmering Twente 2017-2020, Provincie Overijssel en de 14 gemeenten in Twente, 2017).
Daarbij is de ruimte die gereserveerd is voor HTSM/AMM bedrijvigheid in het geldende bestemmingsplan (‘Voormalige vliegbasis Twenthe – Noord’, 2018) maar een klein onderdeel van de totale planlocatie. De totale bruto oppervlakte van het plangebied is 224 hectare. Daarvan is er 124.000 m2 ‘footprint’ te bebouwen voor bedrijvigheid, waarvan maximaal 50.000 m2 voor AMM. Oftewel, de ontwikkelruimte voor HTSM/AMM is lang niet alleen bepalend voor de uniciteit van de locatie en het concept van Technology Base Twente. Bovendien wordt, doordat in de wijziging van de planregels nu specifiek de koppeling is gemaakt met het ‘ontwikkelen, testen, bewerken en demonstreren van deze materialen, (deel)producten en systemen‘ en daarmee zelfstandige (proef)productie niet mogelijk is, het specifieke concept van TBT (meer) recht aangedaan en de niche functie (de uniciteit) van de locatie geborgd. We hanteren dan ook geen vast onderzoeksgebied (of reikwijdte) voor de ruimtelijke motivering van TBT, ook niet voor specifiek de HTSM/AMM bedrijvigheid.
1.3
Behoefte
De vraag naar ruimte voor bedrijvigheid, waaronder zeker ook vanuit HTSM bedrijvigheid, is de laatste jaren fors toegenomen in Nederland, maar ook in de regio Twente. De uitgifte van bedrijventerreinen is bovengemiddeld in vergelijking tot de uitgifte van kavels in de laatste tien jaar. Dit heeft geresulteerd in aan sterke afname van het aanbod aan uitgeefbare kavels op werklocaties in de regio. Ondanks de toenemende vraag, concluderen we dat op Technology Base Twente, ondanks diverse leads van bedrijven, vooral de bestaande bebouwing (shelters) in gebruik is genomen. Dit bevestigt het beeld dat TBT een unieke locatie is met een specifiek profiel voor een selecte groep aan potentiële eindgebruikers. Er zijn, ook in de laatste jaren, geen locaties met een vergelijkbaar profiel als TBT in de provincie of Nederland als geheel bijgekomen. Tegelijkertijd signaleren we ook dat de planregels, voor Advanced Materials and Manufacturing bedrijvigheid, niet meer voldoende in lijn zijn met de laatste ontwikkelingen binnen deze sector. De beperkte mogelijkheden voor productie, in samenhang met R&D, maken dat bedrijven die weliswaar goed passen binnen het beoogde concept van TBT, nu op basis van de planregels in het geldende bestemmingsplan (‘Voormalige vliegbasis Twenthe – Noord’, 2018) zich niet kunnen vestigen.
Recente studie van BCI (Notitie Doelgroepen TecBase Twente, 2022) geeft ook aan dat juist ook productiebedrijven gebaat zijn bij nabijheid van een R&D vestiging van het eigen bedrijf. De relatie tussen R&D en productie wordt steeds inniger, waardoor deze twee schakels in de waardeketen steeds meer ‘in elkaar worden geschoven’. Hiervoor zijn meerdere redenen: •
Steeds vaker is er sprake van een iteratieve productiewaardeketen met loops. Dit maakt nabijheid van R&D/Engineering/Prototyping van een bedrijf belangrijk voor productie door dat zelfde bedrijf in de ‘latere’ schakels. Bij (gestandaardiseerde) grootschalige productie is dit minder het geval. De iteratieve loops moeten uiteindelijk tot verkorting van de tijd ‘van research naar markt’ en kosteneffectiviteit leiden.
Document referentie 52100532_Memo Laddertoets Technology Base Twente_7okt.docx
2/3
•
•
Daarnaast is ‘distributed manufacturing’ (kleinschalige, flexibele productie dicht bij klanten) in opkomst. Dit wordt mogelijk gemaakt door smart manufacturing. Dit betreft kleinschalige hoogwaardige fabrieken met als voordelen: lagere logistieke kosten, want dichter bij de markt; minder kapitaalsinvesteringen; en minder afhankelijkheid van met name Azië. Daarmee ontstaan voor regio’s met geschikte vestigingsruimte voor pilot plants óók verdere productiekansen, die eerder niet konden worden benut. Circulaire productie (productie waarbij afval weer grondstof is, en er dus geen (of zeer beperkt) reststromen zijn) ontstaat alleen in continue wisselwerking tussen R&D en productie (processen). Fysieke nabijheid faciliteert en optimaliseert die wisselwerking.
Deze ontwikkeling maakt dat op TBT behoefte is aan meer ruimte voor deze koppeling tussen R&D en productie. Daar waar eerder alleen kleinschalige productie mogelijk was, is er op basis van de huidige planregels meer ruimte voor produceren van innovatieve materialen en (deel)producten van deze materialen. We concluderen hierboven (1.2) al dat dit feitelijk niks af doet van de uniciteit van het concept en de locatie TBT voor Advanced Materials and Manufacturing bedrijvigheid. Zoals in de vorige paragraaf al genoemd, is de ruimte die gereserveerd is voor HTSM/AMM bedrijvigheid een klein onderdeel van de totale planlocatie. Er is maximaal 50.000 m2 te bebouwen voor AMM. Om enerzijds het vliegwiel van HTSM/AMM-activiteiten op TBT op gang te brengen (launching customers) en anderzijds bedrijven met de combinatie van R&D en productie te faciliteren, adviseert Buck Consultants International (BCI) (Notitie Doelgroepen TecBase Twente, 2022) onder meer om een omvang van maximaal 8.500 m2 bvo per bedrijf te realiseren. Met deze beperkte aanpassing van de bepalingen blijft vestiging van bepaalde typen high tech-productie op TBT logisch en controleerbaar en ook vanuit innovatie- en economisch perspectief wenselijk. Tegelijkertijd is de voorgestelde aanpassing zodanig beperkt dat de regionale programmering van werklocaties niet substantieel verandert (Bron: BCI, 2022).
Dit alles maakt dat we (nog steeds) concluderen dat de op TBT gerichte initiatieven zich, in beginsel, naar verwachting niet richten op reguliere werklocaties in de regio, maar een groter, mogelijk (inter)nationaal zoekgebied hanteren. Door specifiek een definitie op te nemen voor HTSM/AMM richt Technology Base Twente zich naast een specifieke sector (HTSM) bovendien op een niche binnen deze sector, AMM. Dit maakt ook dat de concurrentiepositie met reguliere bedrijventerreinen (met een veelvoud van bedrijfsactiviteiten die zich kunnen vestigen) gering is. Daarbij is de omvang van de HTSM/AMM gemaximaliseerd in het bestemmingsplan, waardoor is geborgd dat ‘volwassen’ (meer grootschalige) productiebedrijven zich niet kunnen vestigen op de locatie. Alleen bij uitzondering, bijvoorbeeld wanneer het gelet op de aard (omvang) van de te (proef)produceren materialen en/of deelproducten van deze materialen en innovatieve systemen noodzakelijk is, kan hiervan worden afgeweken. In lijn met de eerdere Ladder toets (Stec Groep, 2017) verwachten we overigens dat het merendeel van de nieuwe AMM/HTSM bedrijvigheid van buiten de regio komt. Daarbij gaat het ook om start-ups of scale-ups vanuit een kennisinstelling, die zoeken naar een locatie met specifiek profiel (TBT) voor het ontwikkelen, testen, bewerken en demonstreren van innovatieve materialen en (deel)producten en systemen.
Dit kunnen ook bedrijven zijn vanaf het kennispark Twente en/of gerelateerd aan de universiteit Twente. Zelfs wanneer circa 25% van de bedrijven (1,3 ha van de footprint, uitgaande van 50.000 m2 voor HTSM/AMM) die die zich vestigen op TBT, in theorie ook zouden kunnen vestigen op een reguliere werklocaties, zorgt dit niet voor onaanvaardbare effecten op andere werklocaties in de regio. Dit werd eerder ook in de Ladder toets (Stec Groep, 2017) geconcludeerd.
1.4
Conclusie
Kortom, ook na aanpassing van de planregels voor Advanced Materials and Manufacturing bedrijvigheid zorgt de ontwikkeling van Technology Base Twente niet voor onaanvaardbare effecten op andere werklocaties in de regio. De aanpassing van de planregels sluit aan bij de trends en ontwikkelingen in de markt, waarin meer behoefte is aan de koppeling tussen R&D activiteiten en productie. Met de aanpassing van de planregels (en de verplichte koppeling tussen R&D en productie) speelt TBT in op deze ontwikkelingen, om zo beter in te spelen op de wensen van haar (toekomstige) eindgebruikers, zonder in te leveren op uniciteit.
Document referentie 52100532_Memo Laddertoets Technology Base Twente_7okt.docx
3/3
28 ening 1 (vastgesteld)
bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe - Noord - Herzi
Colofon Dit is een uitgave van: Afdeling Bestemmen Cluster Omgeving & Recht Gemeente Enschede
© Februari 2023, gemeente Enschede