Vastgesteld: Herijking Energievisie
Tekst van het document
ACTUALISATIE ENERGIEVISIE ENSCHEDE DE INTRODUCTIE VAN DE CO2 ROUTEKAART ENSCHEDE 2030
1
INHOUD 1. INLEIDING
3
6. MONITORING EN FINANCIERING
19
1. INLEIDING
4
BIJLAGEN
20
1.1 De Enschedese Energievisie 2021 1.2 Stand van zaken van het Enschedese Energiebeleid 1.3 Een CO2 routekaart 1.4 Leeswijzer
4 4 5 5
Bijlage 1: Maatregelpakket fair-share Bijlage 2: Infographic
20 25
2. ONTWIKKELINGEN EN MONITORING VAN DE ENSCHEDESE CO 2 UITSTOOT
7
2.1 Ontwikkeling van de CO2 uitstoot tussen 1990 en 2022
8
3. PROGNOSE VAN DE CO 2 UITSTOOT IN 2030
9
3.2 Omrekening energievisie. 3.3 Mate van invloed
12 12
4. (NIEUWE) AMBITIES VOOR 2030
13
4.1 Schets 3 mogelijke ambities voor 2030 4.2 Keuze college 4.3 Uitwerking scenario 1
13 15 15
5. HOE VERDER VOOR DE PERIODE NA 2030
17
=
2
1. INLEIDING Voor u ligt een actualisatie van de Energievisie die in 2021 door de Enschedese gemeenteraad is vastgesteld (hierna Energievisie 2021). De aanleiding voor deze actualisatie is een opdracht die door de Gemeenteraad van Enschede aan het College van B&W is gegeven. Hierin werd het College opgeroepen om in kaart te brengen welke maatregelen uitvoerbaar zijn nu door nieuwe ontwikkelingen – met name de huidige netcongestieproblematiek – het onwaarschijnlijk is dat de in de Energievisie 2021 gestelde doelen voor de opwek van hernieuwbare energie gehaald zullen worden. Deze maatregelen zijn in deze actualisatie in kaart gebracht en worden als pakket gepresenteerd.
Ondertitel van deze actualisatie is de introductie van de CO₂ routekaart Enschede 2030. Het uiteindelijke doel van de Energievisie 2021 en verwant energiebeleid zoals de Transitievisie Warmte is het verminderen van de Enschedese uitstoot van broeikasgassen. Zo levert Enschede haar bijdrage aan het nationale klimaatakkoord. Het in deze actualisatie gepresenteerde maatregelenpakket is daarom gebaseerd op de hoeveelheid CO₂ uitstoot die door deze maatregelen bespaard wordt. Hiervoor is een CO₂ routekaart opgesteld, met daarin het verloop van de CO₂ uitstoot vanaf het referentiejaar 1990 tot nu en de doelstelling voor uitstootreductie in 2030.
=
3
1. INLEIDING 1.1 DE ENSCHEDESE ENERGIEVISIE 2021 In 2019 is het landelijke Klimaatakkoord gepresenteerd. Dit akkoord is opgesteld
1.2 STAND VAN ZAKEN VAN HET ENSCHEDESE ENERGIEBELEID
door meer dan 150 organisaties waaronder bedrijven, overheden en kennisinstituten.
In de energievisie wordt per thema aangegeven wat de beleidsuitgangspunten en
Het doel van het klimaatakkoord is het verminderen van de landelijke uitstoot van
maatregelen zijn. Sommige wat concreter dan andere. De meest concrete
broeikasgassen. In eerste instantie werd een vermindering van 49% ten opzichte van
doelstelling gaat over de opwek van hernieuwbare energie. Met het vaststellen van
het jaar 1990 als doel gesteld. Later is dit vanwege aanvullende Europese afspraken
de energievisie is afgesproken dat het aandeel hernieuwbare energie in 2030
bijgesteld tot een vermindering van 55%. Om deze vermindering te halen is een
minimaal met 8% moet zijn gestegen, tot 16,6% van het totale energieverbruik in
pakket van meer dan 600 maatregelen in het akkoord vastgelegd. Het
2030. In de energievisie wordt gefocust op de opwek van hernieuwbare elektriciteit,
klimaatakkoord is opgebouwd langs 5 werksporen, de zogenoemde klimaattafels:
door zon en door wind. In 2023 is gebleken dat het onwaarschijnlijk is dat die
gebouwde omgeving, industrie en bedrijvigheid, elektriciteit, mobiliteit en landbouw &
doelstelling gehaald zal worden. Dit vooral doordat nieuwe projecten voor opwek van
landgebruik. Gemeenten zijn via de VNG betrokken bij het opstellen van dit
hernieuwbare elektriciteit stilvallen omdat ze geen aansluiting op het elektriciteitsnet
klimaatakkoord.
krijgen en de opgewekte stroom dus niet kwijt kunnen. Maar ook door de
Toen de contouren van het klimaatakkoord bekend werden, is Enschede in 2018
aanscherping van het provinciale zonnebeleid, waardoor er geen nieuwe
gestart met de lokale vertaling van dit nationale Klimaatakkoord. Hierbij werd de
zonnevelden op landbouwgrond vergund kunnen worden.
vraag gesteld welke bijdrage Enschede kan en wil leveren aan deze nationale
Op dit moment (februari 2025) is het aandeel hernieuwbare energie dat opgewekt
doelstellingen en hoe dit uitgevoerd moet worden. Dit heeft geleid tot de Energievisie
wordt in de gemeente Enschede ongeveer 15% van het totale energieverbruik in
Enschede, die in 2021 is vastgesteld. In deze energievisie is langs dezelfde 5
Enschede. Het totale energieverbruik zal richting 2030 stijgen terwijl de opwek van
sectorpaden aangegeven welke beleidsuitgangspunten en maatregelen de
hernieuwbare elektriciteit nagenoeg gelijk blijft. De verwachting is dat we in 2030 op
gemeente hanteert in de periode tot 2030. De concreetheid van de maatregelen
ongeveer 12% aandeel hernieuwbare energie uitkomen. Ditzelfde percentage is
varieert per thema. De meest concrete doelstelling in de Energievisie gaat over de
terug te vinden in de Raadsbrief die in november 2023 hierover aan de Enschedese
opwek van duurzame elektriciteit. Voor een aantal thema’s is naderhand meer
gemeenteraad is gestuurd.
uitgewerkt beleid vastgesteld, bijvoorbeeld in de later vastgestelde Transitievisie
Ook voor andere thema’s zijn doelstellingen gesteld. Deze lopen voor een deel op
Warmte.
koers. In de Energievisie 2021 is het doel opgenomen dat er in 2030 170.000 extra
4
bomen geplant zijn in Enschede. Op het moment van schrijven staat de teller hiervan
eenduidige en overkoepelende doelstelling voor 2030, geven we aan wat de bijdrage
op 88.500. Een andere concrete doelstelling, dit keer uit de Transitievisie Warmte,
van verschillende maatregelen aan het behalen van deze doelstelling is en schetsen
wordt waarschijnlijk niet gehaald. In deze visie is de ambitie benoemd dat er 20.000
we een maatregelenpakket om deze doelstelling te halen.
extra woningen aardgasvrij of ‘aardgasvrij-ready’ zullen zijn in 2030. De verwachting is dat er in 2030 geen 20.000 maar ongeveer 8000 extra woningen aardgasvrij(ready) zijn. Hiervoor zijn meerdere redenen, bijvoorbeeld het terugdraaien van de verplichting tot aankoop van een hybride warmtepomp bij vervanging van een cv-ketel, maar ook het uitblijven van (financiële) instrumenten om de aanleg van warmtenetten te stimuleren. Omdat deze herijking zich echter richt op de doelstellingen uit de energievisie, gaan we nu niet verder in op het niet realiseren van doelstellingen in andere beleidsdocumenten.
1.3 EEN CO 2 ROUTEKAART Dé centrale doelstelling van het energiebeleid is het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. De landelijke doelstellingen liggen vast in het Klimaatakkoord én in de Klimaatwet. Om dit te realiseren zijn vele veranderingen en maatregelen nodig. Een deel van deze maatregelen komt voort uit landelijk beleid en regelgeving, voor een ander deel zijn de provincies of gemeenten aan zet. Nu blijkt dat de doelstellingen van ons lokale energiebeleid niet voldoende gehaald
In dit document spreken wij over CO₂ reductie en CO₂ routekaart, maar we hebben het eigenlijk over CO₂ - equivalenten. Omdat we ook de overige broeikasgassen meenemen. Hoewel koolstofdioxide, ook wel CO2 genoemd, het meest bekende broeikasgas is, is het niet het enige broeikasgas. Andere gassen dragen ook bij aan de opwarming van de aarde. Deze gassen hebben allemaal een verschillend vermogen om warmte vast te houden.
bijsturingsinformatie nodig. Daarom introduceren we met deze herijking van de
Dit wordt ook wel het Global Warming Potential genoemd. Als voorbeeld: • Methaan is vele malen krachtiger dan CO₂ in het vasthouden van warmte (ongeveer 28-34 keer sterker). •1.4Lachgas is nog krachtiger dan methaan (ongeveer 298 keer sterker dan CO₂). LEESWIJZER
energievisie de CO2 reductie routekaart. Met deze routekaart stellen we een
Door Deze deze broeikasgassen te rekenen naar CO2-eq kunnen ze met elkaar vergeleken worden. Dit actualisatie is alsom volgt opgebouwd:
worden, is bijsturing nodig. Bijsturing op beleidsterreinen waar, ook in de huidige situatie van netcongestie, wel mogelijkheden zijn. Er is ook goede
maakt het eenvoudiger om reductiedoelstellingen te bepalen en de impact van verschillende maatregelen overzichtelijk te presenteren.
=
5
1.4 LEESWIJZER •
Hoofdstuk 1: Introductie
•
Hoofdstuk 2: Ontwikkelingen en monitoring van de Enschede CO2 uitstoot – In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de uitstoot van broeikasgassen zich sinds 1990 in de gemeente Enschede heeft ontwikkeld.
•
Hoofdstuk 3: Voorspelling van de CO2 uitstoot in 2030 – In dit hoofdstuk wordt een voorspelling gegeven van de uitstoot van broeikasgassen in 2030. Deze voorspelling is gebaseerd op de uitvoering van Europees en landelijk beleid, en ook op de lokale maatregelen die op dit moment als haalbaar en realistisch worden gezien.
•
Hoofdstuk 4: (Nieuwe) ambities voor 2030 – In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de extra maatregelen die als compensatie kunnen dienen voor de gemiste uitstootbesparing van het niet halen van de doelstelling voor opwek van hernieuwbare energie.
•
Hoofdstuk 5: Hoe verder na 2030 – In dit hoofdstuk wordt een doorkijk gegeven naar de periode na 2030
•
Hoofdstuk 6: monitoring en financiering. – In dit hoofdstuk geven we aan hoe we de voortgang in de uitvoering van de maatregelen monitoren. Ook geven we aan hoe we de extra maatregelen gaan financieren.
=
6
2. ONTWIKKELINGEN EN MONITORING VAN DE ENSCHEDESE CO 2 UITSTOOT Een landelijke ambitie voor CO2 besparing is vastgelegd in het klimaatakkoord. Het jaar 1990 wordt hier als uitgangspunt gebruikt. Het doel is om in 2030 minimaal 55% minder CO2 uit te stoten dan in 1990. In 2035 zal de uitstoot verder gedaald moeten zijn tot 70% en in 2050 tot bijna 100% van het startjaar 1990. In de Enschedese Energievisie 2021 staan uitgangspunten en maatregelen die gericht zijn op vermindering van de uitstoot, maar er is geen concrete doelstelling voor de vermindering van de lokale CO2 uitstoot opgenomen. Zoals hierboven al werd benoemd, wordt het jaar 1990 als referentie gebruikt voor het bepalen van de nationale CO2 besparingsdoelen. Daarom is het logisch om dit jaar ook te gebruiken voor het lokale besparingsdoel. In de gemeente Enschede werd in het jaar 1990 958 kiloton aan CO 2 uitgestoten. De meeste CO2 uitstoot hangt samen met het elektriciteitsgebruik. Elektriciteit werd, en wordt nog steeds voor een belangrijk deel, opgewekt met aardgas- of kolengestookte
Figuur 1: CO2 uitstoot in Enschede in 1990
centrales. Hierbij wordt CO₂ uitgestoten. Deze uitstoot wordt toegerekend naar locatie van het gebruik, de plek waar de 'stekker in het stopcontact zit'. De gebouwde omgeving is ook een flinke uitstoter. Hier gaat het vooral om het gebruik van aardgas, voor het verwarmen en koken. De uitstoot van de mobiliteit is het gevolg van het vervoer met benzine en dieselmotors in de gemeente. De sectoren Industrie en Landbouw en Landgebruik kennen een wat lagere uitstoot.
=
7
2.1 ONTWIKKELING VAN DE CO 2 UITSTOOT TUSSEN 1990 EN 2022 Sinds 1990 is de CO2 uitstoot in de gemeente Enschede veranderd. Dit komt bijvoorbeeld doordat het aantal inwoners in de gemeente is gegroeid en er nu andere bedrijven in Enschede gevestigd zijn. Maar ook door energiebesparing en opwek van hernieuwbare energie. In 2022, het meest recente jaartal waarvan gegevens over uitstoot bekend zijn, stootte de gemeente Enschede nog 670 kiloton CO2 uit. Dit is een daling van ongeveer 30% sinds 1990. Deze daling in percentages is te zien in figuur 2. Nationaal is een daling van 30.4% behaald ten opzichte van het jaar 1990. Hiermee loopt Enschede dus redelijk gelijk op.
Wat opvalt in bovenstaande grafiek is de daling in de sector Industrie rond 2005. Dit is vooral te danken aan het verbod op het gebruik van cfk’s (chloorfluor-koolstof-verbindingen) dat rond die periode is ingevoerd. Het verbod op
Figuur 2: Uitstoot per sector
deze stoffen had vooral te maken met het ‘gat’ in de ozonlaag. Maar deze stoffen zijn ook sterke broeikasgassen en het ingevoerde verbod zorgt voor een sterke daling in deze sector. Daarnaast is in de uitstoot in de sectoren Elektriciteit en Gebouwde Omgeving in de laatste jaren ook flink gedaald. Dit komt vooral doordat er sinds het begin van de energieprijscrisis veel minder aardgas is gebruikt.
=
8
3. PROGNOSE VAN DE CO 2 UITSTOOT IN 2030 Naast een terugblik op 1990 en de ontwikkeling tot 2022 is er voor deze herijking
voor kantoorgebouwen die in 2023 van kracht is geworden. Of de landelijke
een prognose gemaakt van de CO2 uitstoot van de gemeente Enschede in het jaar
afspraken tussen het rijk en woningbouwcorporaties over de verduurzaming
2030. Door deze voorspelling te vergelijken met de besparing die bereikt zou worden
van huurwoningen, de stimulering van elektrisch rijden door financiële
met de maatregelen die in de Energievisie van 2021 beschreven staan, kan worden
prikkels etc. In deze groep ''autonome ontwikkelingen'' zit een breed palet
bepaald of er tot 2030 extra CO2 besparende maatregelen nodig zijn. Daarom wordt
aan maatregelen waar ook gemeente Enschede aan meewerkt of een
ook deze omrekening, de prognose energievisie, hier kort toegelicht. Belangrijk is om
bijdrage aan levert. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de inzet van de SPUK
hier te benadrukken dat de energievisie maatregelen beschrijft die in Enschede
middelen voor verduurzaming van woningen en het tegengaan van
plaats vinden en voor feitelijke verduurzaming binnen de gemeente Enschede
energiearmoede. Omdat het hier om landelijke uitkeringen gaat wordt dit als
zorgen.
autonome ontwikkeling opgenomen.
3.1 Prognose 2030 – Reductie van (50%+2%) CO2 uitstoot t.o.v. 1990
-
Een verdere afname van 5 procentpunten door reeds ingezet en als
Ondanks dat een belangrijk deel van de geplande maatregelen niet zal lukken, wordt
haalbaar geacht lokaal beleid. Bijvoorbeeld de verwachtte extra opwek door
er tot 2030 waarschijnlijk toch een besparing in CO2 behaald van 52% door de
de realisatie van zonneveld Broekheurne en Solar Parking Twente Village.
gemeente Enschede.
En de verdere afname van aardgasgebruik door de verduurzaming van
Deze prognose is opgebouwd uit de volgende deelprognoses:
woningen en het gebruik van (hybride) warmtepompen.
-
Een verdere afname van 15 procentpunten door autonome ontwikkelingen.
-
Een beperkte toename in uitstoot door de toevoeging van bedrijfslocaties
Bij autonome ontwikkelingen gaat het om maatregelen die min of meer
en geplande woningbouwontwikkelingen. Zie de tabel hieronder voor een
buiten de invloedssfeer van de gemeente liggen, maar wel tot
overzicht van deze maatregelen.
uitstootreductie in Enschede leiden. Het gaat dan vooral om uitvoering van regels uit Europees of landelijk beleid. Bijvoorbeeld de label C verplichting
=
9
Een verdere afname van 2 procentpunt door de aankoop van extra aandelen van Twence. Zoals bekend wordt de hernieuwbare energie die Twence opwekt analoog aan het aandeelhouderschap verdeeld over de aandeelhouders van Twence. Eind 2024 heeft gemeente Enschede extra aandelen gekocht, en wordt de aan ons toegerekende hoeveelheid hernieuwbare energie groter. Deze toename voor Enschede gaat gepaard met een afname bij de gemeenten die hun aandelen hebben verkocht.
=
10
Tabel 1: maatregelen 2022-2030
=
11
3.2 OMREKENING ENERGIEVISIE.
het handhaven op de energiebesparingsplicht en – voor zover relevant – de
De energievisie kent als belangrijkste doelstelling de toename van hernieuwbaar
afvalverbrandingsinstallaties. Voor de sector mobiliteit heeft de gemeente vooral
opgewekte elektriciteit op eigen grondgebied, tot minimaal 16.6% van het totale
invloed op wegverkeer binnen de bebouwde kom, bijvoorbeeld door het begrenzen
energiegebruik in 2030. Deze doelstelling zou, bij realisatie en samen met alle
van de maximumsnelheid. Voor de sector gebouwde omgeving heeft de gemeente
autonome ontwikkelingen, leiden tot een uitstootreductie van 52% in 2030.
de grootste invloed op het energiegebruik van consumenten, bijvoorbeeld door bewustwording rondom energiegebruik en het verduurzamen van het warmteaanbod.
3.3 MATE VAN INVLOED
Ook kan de gemeente bijvoorbeeld strengere duurzaamheidseisen stellen bij
Als de in 2024 aangekochte aandelen in Twence niet mee worden gerekend, haalt
woningbouw en nieuwe bedrijventerreinen of het opslaan van CO2 in bomen en
Enschede in 2030 dus een vermindering van de CO2 uitstoot van 50% ten opzichte
gewassen stimuleren.
van 1990. Zoals al werd genoemd komt dit deels door maatregelen die de gemeente Enschede zelf uitvoert, zoals het aanleggen van zonnecarports en het instellen van de zero emissie zone. Voor een ander deel zal deze besparing ook komen door autonome ontwikkelingen die het gevolg zijn van bijvoorbeeld Europees of landelijk beleid. Voor het nemen van eventuele extra maatregelen is het daarom belangrijk om te bepalen op welke gebieden gemeente Enschede invloed uit kan oefenen. Gemeenten kunnen hun rol als vergunningverlener en handhaver gebruiken om bepaalde ontwikkelingen (on)mogelijk te maken of te stimuleren. Verder kan een gemeente optreden als bevoegd gezag, eigendom- of aandeelhouder en als subsidieverlener of financier. Ten slotte kan een gemeente bewustwording creëren door te communiceren, kennis te delen en voortgang te monitoren. Voor deze herijking is in kaart gebracht op welk van de sectoren de gemeente Enschede de grootste invloed uit kan oefenen. Het meest kansrijk zijn de sectoren industrie, mobiliteit en gebouwde omgeving. Voor industrie gaat het dan vooral om
=
12
4. (NIEUWE) AMBITIES VOOR 2030 In hoofdstuk 3 zijn 2 prognoses beschreven: de beoogde prognose, de uitstoot zoals
Nederland draagt daaraan bij, maar niet perse in dezelfde mate. Als een gemeente
die in 2030 zou zijn als het doel uit de energievisie succesvol zou zijn uitgevoerd.
veel industrie heeft, of relatief weinig woningen, dan zal de fair share doelstelling
Deze beoogde prognose komt uit op 52% reductie in 2030. En de prognose zoals we
voor die gemeente afwijken van de landelijke 55%. Voor deze herijking is bepaald
die op dit moment voor 2030 als realistisch inschatten. Deze prognose komt ook uit
welke besparing Enschede zou moeten realiseren om een eerlijke bijdrage te leveren
op 52%: 50% daadwerkelijke reductie in Enschede en 2% door een extra bijdrage
aan dit landelijke doel. Dit wordt de ‘fair share’ doelstelling genoemd. Voor Enschede
vanuit het toegenomen aandeelhouderschap in Twence.
zou dit betekenen dat de CO2 uitstoot in 2030 56% lager moet zijn dan in 1990. Hiervoor is een groot maatregelenpakket nodig. Dit maatregelenpakket is te vinden
4.1 SCHETS 3 MOGELIJKE AMBITIES VOOR 2030
in bijlage 1.
In dit hoofdstuk schetsen we 3 mogelijke ambities voor 2030. Waarbij scenario 1 onze duidelijke voorkeur heeft.
Scenario 0 komt overeen met de in hoofdstuk drie beschreven prognose van 50+2 % Hierin worden alle nog haalbare maatregelen uitgevoerd. Ook wordt de extra uitstootbesparing die door de aankoop van aandelen Twence toegerekend kan worden aan gemeente Enschede meegeteld. Hiermee wordt een besparing van 52% (50% feitelijke besparing + 2% door aandelen Twence) behaald. In scenario 1 worden extra maatregelen toegevoegd aan het bestaande maatregelenpakket. Hiermee wordt een feitelijke uitstootbesparing van 52% behaald, wat overeenkomt met de ambitie uit de Energievisie 2021. Samen met de aandelen Twence maakt dit een besparing van 54%. In scenario 2 wordt het ambitieniveau verhoogd naar een zogenaamde ‘fair share’ doelstelling. Zoals eerder al werd genoemd is het landelijke doel om de CO2 uitstoot in 2030 met 55% te verminderen ten opzichte van 1990. Iedere gemeente in
=
13
Scenario’s Energievisie (52%)
Scenario 0 (50% + 2%)
Scenario 1 (52% + 2%)
Scenario 2: fair share (56%)
Alle maatregelen zoals
Alle tot 2030 realistisch uitvoerbare
Naast de maatregelen uit scenario 0
Voor het behalen van de ‘fair share’
beschreven in de
maatregelen. Hierin worden ook
worden hier vijf extra maatregelen voor
doelstelling is een groot
Energievisie 2021 tellen
autonome ontwikkelingen
CO2 besparing toegevoegd. Meer
maatregelenpakket nodig. Dit is terug
op tot een besparing van
meegenomen. Deze tellen op tot een
informatie over deze maatregelen is terug
te vinden in bijlage 1.
51% CO2 uitstoot.
feitelijke besparing van 50%.
te vinden in bijlage 1. In het kort gaat het om het volgende:
De in 2024 aangekochte aandelen Twence zorgen voor een extra
1. Het ondersteunen van bedrijven bij
besparing van 2% die toegerekend
verduurzaming
mag worden aan de gemeente
2. Het ontwikkelen van energyhubs
Enschede.
3. Biogasproductie 4. Meer bomen en houtwallen 5. Duurzaam gebruik van landbouwgrond
Tabel 2: ambities voor 2030
=
14
4.2 KEUZE COLLEGE
4.3 UITWERKING SCENARIO 1
Met deze herijking kiest het College van B&W van de gemeente Enschede ervoor
Om de doelstelling uit scenario 1 te halen, moet naast de autonome ontwikkelingen
om scenario 1 over te nemen als nieuwe doelstelling. Hiermee wordt een feitelijke
en reeds ingezet beleid een extra uitstootreductie van 2 procentpunten gehaald
uitstootbesparing behaald die het best past bij de Energievisie 2021.
worden. Dit betekent dus dat er extra aanvullende maatregelen nodig zijn. Deze
De keuze voor deze ambitie is goed verdedigbaar: het komt overeen met de
extra reductie komt overeen met extra afname van 20 kiloton CO₂ in 2030. In tabel 2
doelstellingen van het reeds eerder door de gemeenteraad vastgestelde
is al in het kort terug te vinden welke maatregelen er bij het pakket van scenario 1
energiebeleid. We houden dezelfde ambitie, maar vullen deze in met een ander
horen. Hier worden deze maatregelen verder toegelicht.
pakket aan maatregelen, omdat de eerder gedachte maatregelen niet of in
In dit maatregelenpakket wordt vooral ingezet op extra maatregelen in de sectoren
onvoldoende uitvoerbaar zijn.
Industrie en Landbouw en Landgebruik. Dit vanuit de volgende overwegingen:
De extra bijdrage vanuit Twence komt toevalligerwijs precies overeen met dat deel
•
Omdat de maatregelen in deze sectoren ook leiden tot een positieve
van de opwekdoelstelling dat niet gerealiseerd zal worden. Het is mogelijk om deze
bijdrage hebben op andere problemen. Zo kan het realiseren van extra
extra bijdrage van Twence als compensatie te zien hiervoor. Maar zoals eerder
opwek inclusief opslag bij bedrijven, een oplossing bieden voor bedrijven
aangegeven, gaat het bij de extra bijdrage van Twence om een verschuiving van
die een (extra) elektriciteitsvraag hebben maar hiervoor nu geen
CO₂ reductie tussen gemeenten. Dit strookt niet met de gedachte en de
aansluitcontract kunnen krijgen. Daarnaast leidt ondersteuning van
uitgangspunten van de Energievisie. En ook niet met de vraag vanuit de
bedrijven bij het doorvoeren van energiebesparende maatregelen tot
gemeenteraad om in kaart te brengen wat er nog wel mogelijk is om de doelen uit de
kostenreductie bij deze bedrijven.
energievisie te halen. In de energievisie gaat het immers om de opwek van 8% extra hernieuwbare energie op het grondgebied van gemeente Enschede.
•
Omdat de maatregelen in andere sectoren op dit moment (te) complex zijn en tot grote maatschappelijke onrust en weerstand kunnen leiden. Het gaat dan vooral om maatregelen in de gebouwde omgeving en bij mobiliteit.
=
15
Concreet worden tot 2030 de volgende extra maatregelen genomen: 1.
Het ontzorgen en begeleiden van bedrijven bij energiebesparing en uitstootvermindering. Hiervoor wordt een maatwerkaanpak ontwikkeld voor de twintig grootste uitstoters. Daarnaast wordt een uitgebreid ondersteuningstraject voor kleinere bedrijven gestart.
2.
Het realiseren van 3 – 4 energyhubs met opwek en opslag. Drie van deze zullen te vinden zijn op bedrijventerreinen en één in een (nieuwe) woonwijk.
3.
Het stimuleren van mestvergisting voor biogasproductie. Hierbij wordt ingezet op het realiseren van 2 – 3 mestvergistingsinstallaties in de periode tot 2030.
4.
Het aanplanten van extra bomen en het aanleggen van nieuwe houtwallen. Hierin wordt CO2 opgeslagen.
5.
Het inzetten van vrijkomende agrarische grond voor het verbouwen van duurzame gewassen voor biobased bouwen.
Hiermee wordt dus nog steeds niet de Fair-Share doelstelling van 56% behaald. Omdat het College van mening is dat gemeente Enschede wel een zo groot mogelijke bijdrage moet behalen, en alle CO2 besparing die voor 2030 behaald wordt, de opgave voor de gemeente Enschede na 2030 vergemakkelijkt, wil het College haar best doen om naast dit pakket extra aanvullende maatregelen te nemen. Een voorbeeld hiervan is het voornemen om in gesprek te gaan met Twence en haar overige aandeelhouders over de mogelijkheid en wenselijkheid om een tweede CO2-afvanginstallatie te plaatsen. Dit leidt regionaal en ook voor Enschede tot een zeer forse reductie in de uitstoot van broeikasgassen.
=
16
5. HOE VERDER VOOR DE PERIODE NA 2030 Deze actualisatie bevat geen nieuwe doelstellingen en ambities. Wel bevat het een
uit zal (kunnen) zien en hoe de ontwikkeling van de huidige naar de toekomstige,
verkenning naar een alternatief maatregelenpakket om de eerder vastgestelde
gewenste situatie vorm kan krijgen. Dit als uitwerking van en in samenhang met de
doelen, omgerekend in CO2 reductie, te realiseren. Het gaat hierbij om de periode
provinciale energievisie die onlangs is vastgesteld door Provinciale Staten. We gaan
tot 2030, een tijdspanne van nog bijna 5 jaar. Maar het jaar 2030 is pas het eerste
in komende tijd een start maken met het opstellen van deze energiesysteemvisie.
tussendoel; ook na 2030 moet de uitstoot verder gereduceerd worden. Nationaal is de ambitie uitgesproken om in 2035 tot een reductie van 70% te komen. Daarna
Ondertussen is het van belang om nu wel verder te werken aan de noodzakelijke
moet Nederland in 2050 klimaatneutraal zijn, met een volledig fossielvrije
randvoorwaarden die nodig zijn om op termijn, zo snel mogelijk na 2030, verdere
energievoorziening. Alle energie komt dan uit hernieuwbare bronnen: duurzaam
stappen te kunnen zetten. Hierbij denken we vooral aan de voorbereidingen om de
opgewekte elektriciteit, duurzame warmtebronnen, groen gas en eventueel
gebouwde omgeving verder te verduurzamen. Eerder werd al genoemd dat de
kernenergie. Deze energie zal zo veel als mogelijk regionaal of lokaal worden
ambitie dat er in 2030 20.000 woningen extra aardgasvrij of aardgasvrij-ready zijn,
opgewekt en gebruikt.
waarschijnlijk niet gehaald kan worden, en beperkt zal blijven tot 8.000 extra woningen. Volgens nationaal beleid zou echter heel Nederland aardgasvrij moeten
De afstemming van de toekomstige energievraag en de invulling vanuit de
zijn in 2050. Dit betekent dus dat de 12.000 woningen die niet voor 2030 aardgasvrij
verschillende energiedragers én de hiervoor benodigde energie infrastructuur vraagt
gemaakt worden, voor een extra opgave zorgen na 2030. Daarom is het belangrijk
om een visie voor de langere termijn: een energiesysteemvisie. Het is bijvoorbeeld
dat zo snel mogelijk wordt gestart met ontwikkelingen die deze warmtetransitie
belangrijk om onnodige elektrificatie te voorkomen, omdat dit voor extra opwek
versnellen. Voorbeelden hiervan zijn het opstellen van wijkuitvoeringsplannen
middels zonnepanelen, windturbines en eventueel kerncentrales vraagt maar ook
(WUP's), het oprichten van een publiek warmtebedrijf, het vaststellen van
extra transportcapaciteit op het elektriciteitsnet. Dus is het zaak om te streven naar
warmtekavels, etc.
een maximale inzet van beschikbare warmtebronnen voor het verwarmen van onze gebouwen en naar een maximale productie van groen gas uit beschikbare mest- en biomassastromen. Met een visie op hoe het energiesysteem er in 2050 in Enschede
=
17
Daarnaast is het van belang om een bijdrage te leveren aan het voorkomen van verdere verslechtering van de netcongestieproblematiek. Bijvoorbeeld door daar waar nodig en mogelijk te faciliteren in netverzwaringsprojecten, het faciliteren van energyhubs op bedrijventerreinen, het stellen van eisen rondom slimme apparatuur – slimme laadpalen of slimme warmtepompen bijvoorbeeld- etc. Er is een actieplan netcongestie opgesteld, en een programmamanager netcongestie aangetrokken die zorg draagt voor de uitvoering. Dit actieplan is door het college van B&W vastgesteld en in uitvoering genomen. kort ter vaststelling aan het college voorgelegd.
=
18
6. MONITORING EN FINANCIERING Met deze CO₂ routekaart wordt op een iets andere manier naar het Enschedese energiebeleid gekeken. Doelstellingen en maatregelen zijn concreter en beter meetbaar gemaakt. Dit maakt een strakke monitoring en jaarlijkse bijsturing indien nodig mogelijk. Dit wordt op drie manieren gedaan: 1.
Als onderdeel van het Uitvoeringsplan Groen en Duurzaam, een jaarlijks terugkerend onderdeel van de gemeentebegroting
2.
De verantwoording in de jaarrekening
3.
En als kader voor het duurzaamheidsdebat dat vanaf 2025 in de gemeenteraad gehouden wordt.
Ook zullen deze extra maatregelen gefinancierd moeten worden. Gemeenten krijgen middelen om de taken die voortkomen uit het klimaatakkoord te kunnen uitvoeren, de zogenaamde CDOKE- of klimaatmiddelen. Er is op dit moment duidelijkheid over de beschikbaarheid van deze middelen tot en met 2026. Over de periode daarna wordt halverwege 2025 duidelijkheid verwacht. Het maatregelenpakket dat in deze notitie is voorgesteld is met deze middelen uit te voeren. Als de beschikbare rijksmiddelen verminderen of zelfs wegvallen dan heeft dit uiteraard consequenties voor de Enschedese inzet. Een heroverweging op deze CO₂ routekaart is dan op zijn plaats.
=
19
BIJLAGEN BIJLAGE 1: MAATREGELPAKKET FAIR-SHARE Sector Gebouwde omgeving Het aantal aardgasvrije woningen wordt vergroot door:
Concrete mogelijke extra maatregel 500 woningen extra op warmtenet (100 per jaar)
1. In te zetten op het complexgewijs aansluiten van vve’s (vereniging van eigenaren) nabij het bestaande warmtenet. Hierbij wordt voorrang gegeven op complexen met blokverwarming waarbij installatie einde levensduur nadert. (Bekend bij VVE – beheerders)
Beperking Uitstoot 1 kiloton
- ingewikkeld omdat alle bewoners van een complex tegelijk mee moeten doen. Vraagt dus om intensieve aanpak.
2. Promotie en Inkoopactie (hybride) warmtepompen, wijkgerichte aanpak in wijken waar all-electric de beste optie is en netverzwaring heeft plaatsgevonden. En in overleg met netwerkbeheerders
1000 extra (hybride) warmtepompen (200 per jaar)
Eisen stellen bij nieuwbouw, via omgevingsplan op gronduitgifte. Bijvoorbeeld: Co2 neutrale nieuwbouw, of aangescherpte BENG eisen.
Aanvullende eisen bij nieuwbouwprojecten. Bijvoorbeeld: alle grondgebonden nieuwbouwwoningen voorzien in duurzame warmte (geen elektriciteit).
Dit betekent dat het huis en het huishouden worden gebouwd en onderhouden met een netto-uitstoot van nul kilogram CO2. Dit kan worden bereikt door bewuste keuzes te maken in ontwerp, materiaalkeuze, energiegebruik en bouwmethoden.
Voor- en nadelen van deze maatregel + Geen grote investeringen voor warmteinfrastructuur nodig.
+ (Hybride) warmtepomp leidt tot besparing in energielasten. + Leidt tot een waardevermeerdering van de woning - Hybride warmtepompen zijn geen eindoplossing, wel een goede tussenoplossing. ± Dit leidt tot hogere bouwkosten, maar op termijn lagere gebruikskosten
1 kiloton
1 kiloton per 1000 woningen
- Extra eisen kunnen vertragend c.q. belemmerend werken. - Hogere bouwkosten zijn mogelijk ongewenst voor koopmarkt
Het gebruik van CO2 neutrale bouwproducten zoals hout, wol en aarde wordt gestimuleerd. Slim ontwerp, optimale licht/warmte-inval in de winter en minimale zoninval in de zomer. Denk bijvoorbeeld aan bodemgekoppelde warmtepompen, ook wel waterwaterwarmtepompen genoemd, of aan kleinschalige collectieve warmteoplossingen met warmte-opslag.
+ Dit beperkt de toename van netcongestie, hierdoor is minder verzwaring van het elektriciteitsnet nodig.
=
20
Extra inzet op energiebesparing door bijvoorbeeld: Energiecoaches langs huizen; Bekendheid energieloket vergroten, dit loket helpt bewoners met het verduurzamen van hun woning. 3. Helpen met het aanvragen van leningen uit energiebespaarfonds. 4. Intensieve aanpak ondersteuning huiseigenaren evt. in combi met aanpak corporaties. Aanbieden ontzorg pakket: advies, offertes, regelen financiering, aanwezig tijdens uitvoering, en nazorg. 5. OZB-belasting gebruiken om te sturen op verduurzaming, Welstandseisen via omgevingsplan aanpassen voor toestaan zon op dak. Welstandseisen zijn criteria voor het uiterlijk van woningen of gebieden. (Belemmeringen opheffen monumenten, beschermd stadsgezicht).
3000 woningen extra geïsoleerd (600 woningen per jaar)
1. 2.
Actieve inzet energiebesparing en opwek vve's (vereniging van eigenaren).
Actieve benadering particuliere huurwoningen/ handhaving op energiebesparing.
+ verduurzamen van de woning en de installaties leidt tot lagere energielasten.
1 kiloton
+ verhoogt de waarde van de woning + energiebespaarfonds is een landelijke regeling, die ook bedoeld is voor mensen met een lager inkomen. Min: arbeidsintensieve aanpak. Veel inzet nodig, voor langere tijd.
125 daken extra belegd met zonnepanelen (25 per jaar)
+ zon op dak financieel aantrekkelijk
0,1 kton
Min: door afschaffen salderingsregeling zijn huiseigenaren minder geneigd om zonnepanelen aan te schaffen
10 complexen per jaar. (250 woningen per jaar)
3000 woningen extra geïsoleerd (600 woningen per jaar)
Min: kritiek en weerstand bij omwonenden van deze panden + verduurzamen leidt tot lagere energielasten en hogere woningwaarde Min: verduurzamen VVE complexen is tijdrovend en ingewikkeld, omdat elke bewoner akkoord moet gaan. + verhoging wooncomfort
0,5kiloton
1 kiloton
+ verlaging energielasten + anticipeert op nieuwe landelijke eisen t.a.v. energielabel huurwoningen (in 2030 minimaal D) Min: particuliere verhuurmarkt niet goed in beeld, slecht bereikbaar. Min: geen instrumenten om af te dwingen c.q. te handhaven
=
21
Sector Elektriciteit
Concrete mogelijke extra maatregel
Promotiecampagne kleine windmolens op dak (als alternatief 500 in 2030 (100 per jaar) voor zonnepanelen, wekt gelijkmatiger op en daardoor interessanter)
Voor en nadelen van deze maatregel.
Beperking Uitstoot
+ kleine windmolens leveren meer en gelijkmatig elektriciteit. ook op/bij gebouwen die ongeschikt zijn voor zon=pv
0,1 kton
Min: financieel niet aantrekkelijk
Min: beperkte bijdrage aan reductiedoelstelling Realisatie energy hubs (Een energy hub wisselt lokaal duurzame energie uit) i.c.m. zon-energie opwek (daken, parkeerplaatsen), bedrijfsbatterijen, enz.
3 bedrijventerreinen, en 1 woonwijk 4 zg. buurtbatterijen met elk 1000 panelen.
+ extra elektriciteitsvraag van bedrijven kan hiermee ingevuld worden.
4,4 kton
+ toekomstbestendige en duurzame oplossing + aanzienlijke bijdrage aan reductiedoelstelling Min: realiseren energyhub is complex en tijdrovend. Want het vraagt om onderlinge afspraken en vertrouwen tussen ondernemers en/of inwoners in een woonwijk.
Samenwerking lokale energie coöperatie voor intensivering zon op dak.
5 grote daken per jaar. 500 panelen per jaar = 2.500 panelen.
+ extra opwek, te gebruiken door dakeigenaar c.q. directe omgeving
0,2 kton
Min: elektriciteit kan niet geleverd worden aan het net dus directe afnemers zoeken
=
22
Sector Mobiliteit
Concrete mogelijke extra maatregel
Voor en nadelen van deze maatregel.
Minder uitstoot/ schoner vervoer
Uitbreiden zero emissie zone naar binnensingel gebied + minder uitstoot / fijnstof
Beperking Uitstoot 5 kton
(alleen voor zakelijk vervoer: bezorgers en vrachtverkeer)
Sector Industrie
Concrete mogelijke extra maatregel
Voor en nadelen van deze maatregel
Beperking Uitstoot
Ontzorgen en begeleiden bedrijven bij
150 bedrijven per jaar. 5% energiebesparing per
+ energiebesparing leidt tot kostenbesparing bij
10kton
uitstootvermindering.
bedrijf.
bedrijven
En Intensiveren aanpak energiebesparing bedrijven.
+ ondernemers waarderen hulp en ondersteuning; ze
Gratis aanbieden energiescans, advies op maat, inzet
hebben zelf geen tijd of kennis om op te pakken
meetkoffers etc.
+ levert evt ruimte voor andere gebruikers
Intensieve aanpak van de 20 grootste uitstoters (Twence,
20% reductie in 2030 bij 20 grootste uitstoters (4% per + kennis en capaciteit hiervoor aanwezig bij ODT
RWZI, een aantal grote bedrijven).
jaar). Ook aandacht voor afvang CO2
Min. Extra opdracht = geld aan ODT
Onderzoek naar extra afvanginstallatie bij Twence,
Bij afvalverwerker Twence een 2e afvanginstallatie
+ draagt bij aan duurzaamheidsambitie van Twence
afvalverwerkingsbedrijf in Enschede.
+ grote bijdrage in CO2 reductie
Een CO2 afvanginstallatie vangt CO2 op voordat deze in
Min: kapitaalintensieve maatregel
de atmosfeer terechtkomt.
Min: complex, fiat van alle aandeelhouders nodig?
33 kton voor Enschede
Hiervoor samenwerken met Twence en kennisinstellingen.
=
23
Sector Landbouw en landgebruik
Concrete mogelijke extra maatregel
Voor en nadelen van deze maatregel
Bij vrijkomen van grond van boerenbedrijven deze grond Aanname is dat er 2 melkveebedrijven hun activiteiten + heeft een positief effect op verminderen van de gebruiken voor duurzame oplossingen, zoals het ombouwen stoppen, en hun grond inzetten voor het verbouwen van stikstofuitstoot van weilanden naar voedselbossen of voor het aanplanten duurzame gewassen. Gemeente draagt zorg voor +opbrengst duurzame gewassen van bomen. vergoeding landschapsbeheer De komende jaren zullen er naar verwachting enkele melkveebedrijven stoppen.
•
220 koeien
•
130 hectare duurzame gewassen
Stimuleren van mestvergisting voor biogasproductie. Bij 3 kleine mestvergisters in 2030 mestvergisting wordt de organische stof in mest door bacteriën omgezet in biogas. In een mestvergister gebeurt dit onder gecontroleerde omstandig- heden.
Beperking Uitstoot 4 kton
+ geeft agrariërs uitzicht op alternatieve bedrijfsvoering Min: onduidelijkheid over financiële regelingen voor duurzaam landbeheer
+ terugdringen methaan emissies + opbrengst bio of groen gas
Uitgaande van 1 MW installaties komt de reductie neer op 4 kton
+ beschikbaarheid subsidieregelingen Min: weerstand omwonenden Min: onduidelijk toekomstbeeld agrariërs.
Aanplanten extra bomen en houtwallen in openbare ruimte en 350.000 bomen extra in 2030 particuliere gronden. 30 ha. extra bos en 10 hectare houtwal
Tegengaan van houtkap
+ geen weerstand
2,5 kton
+ sluit aan bij provinciaal beleid en financiële regelingen + biodiversiteit Min: succes voor belangrijk deel afhankelijk van medewerking grondeigenaren.
=
24
BIJLAGE 2: INFOGRAPHIC
=
25