CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringskader financiële- en procesparticipatie

Raadsvergadering 27 oktober 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Uitvoeringskader financiële participatie Duurzaamheidsroute A354.221 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoeringskader financiële- en procesparticipatie ‘Duurzaamheidsroute A35’ Samenvatting In Twente werken 5 gemeenten samen met Rijkswaterstaat, RVO, Rijksvastgoedbedrijf, provincie Overijssel en Enexis om Rijksgronden samen met gronden van decentrale overheden en derden langs de snelwegen te ontwikkelen tot zonnevelden. Daarvoor wordt er een tender gestart die erop is gericht om een partij te selecteren aan wie de zakelijke rechten gegund kan worden ten behoeve van het realiseren van een Zonnepark op de ingebrachte gronden. Voor de tender worden gunningscriteria gehanteerd waar gegadigden aan moeten voldoen. Zo wordt aantoonbare ervaring gevraag met projectmanagement voor een zonnepark en met participatie. De uitvoeringskaders voor participatie zoals in dit document beschreven vormen een onderdeel van de gunningscriteria. Hierin wordt ingegaan op de thema’s: - De ruimtelijke voorwaarden voor energieopwekking via zonnevelden die zijn vastgelegd in projectbesluit, de maatschappelijke meerwaarde en de meerwaarde voor de omgeving - Lokaal eigendom en financiële participatie bij de Duurzaamheidsroute, juridisch kader en borging in beleid en de rol van Energie Coöperatie Overijssel Uitwerking procesparticipatie - Vervolg

1. Ruimtelijke voorwaarden

1.1. Samen met de omgeving In gesprek met de samenleving maken we afwegingen over de inpassing van de Duurzaamheidsroute A35 in het landschap (bijvoorbeeld door groene heggen, houtwallen of andere omheiningen (inpassen)) en de ruimtelijke kwaliteit. Hiervoor is al een uitvoerig proces doorlopen voor de omgeving van de route van de A35. Voor goede landschappelijke inpassing op basis van de aanwezige gebiedskenmerken vormt het Projectbesluit ‘Duurzaamheidsroute A35’ van de provincie Overijssel de basis. Hierin is de input van het eerder doorlopen omgevingsproces verwerkt. In hoofdstuk 3 zijn de kaders weergegeven voor procesparticipatie. 1.2.

Energieopwekking via zonnevelden 1. Energieopwekking via zonnevelden Voor de realisatie van de Duurzaamheidsroute A35 is de instructieregel zonnevelden van toepassing, zoals verwoord in artikel 4.106 van de Omgevingsverordening Overijssel. Daarin is opgenomen dat er alleen ruimte wordt geboden voor de opwek van energie via zon binnen trede 1:  langs hoofdinfrastructuur, mits ontwikkeling past in een samenhangend ontwerp voor het hele tracé en in afstemming met de wegbeheerder. 1.3. Maatschappelijke meerwaarde De Duurzaamheidsroute A35 levert een belangrijke maatschappelijke meerwaarde door de opwek van duurzame elektriciteit door zonnepanelen. Het levert een belangrijke bijdrage aan CO2-reductie. De infrastructuur van de Rijkswegen wordt als geschikt energiegebied gezien en zorgt voor multifunctioneel ruimtegebruik. Door de afweging om het opwekken en verbruiken van elektriciteit te combineren en uitgestelde invoeding (m.b.v. opslag) van zonne-energie past er meer groene stroom in het huidige net. Binnen het landelijke programma ‘Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER)’ in opdracht van het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG), wordt de Duurzaamheidsroute A35 één van de grotere zonneparken van Nederland. De gronden die het Rijk beschikbaar stelt zijn solitair moeilijk te ontwikkelen, omdat het langgerekte percelen zijn.

Gecombineerd met gronden van gemeenten (en eventueel van derden) is ontwikkeling wel mogelijk. Daarmee draagt dit project bij aan de regionale

Intern gebruik

opgave van de RES-Twente om duurzame elektriciteit op te wekken op land via zon. Door de huidige netcongestie problematiek wordt er ook ruimte gecreëerd voor opslag van elektriciteit. Dit moet zorgen voor een bijdrage om netcongestie op te lossen door uitgestelde levering aan het net, of aan de omgeving. De deelnemende gemeenten sturen op de realisatie van energie-opslagsystemen om extra netcongestie problematiek te voorkomen. Daarom moeten energie-opslagsystemen: • bijdragen aan de balans op het elektriciteitsnetwerk; • passen binnen de bestaande landschappelijke structuur van de duurzaamheidsroute, • een positieve bijdrage leveren aan het op zo kort mogelijke afstand van elkaar realiseren van vraag naar en aanbod van energie, • de externe veiligheidsrisico’s in kaart brengen voor ingebruikname van de energieopslag (jaarlijks rapportage aan de veiligheidsregio) In de projecten van het OER programma vindt het Rijk het belangrijk dat Rijksgrond zo optimaal mogelijk en met maatschappelijk draagvlak worden ingezet voor het opwekken van hernieuwbare energie. Daarmee wil het Rijk een bijdrage leveren aan de opgaven die de energietransitie met zich meebrengt. De eerdere ervaringen die in de OER projecten zijn opgedaan, worden direct toegepast in de nieuwe projecten van het programma OER.

Het Rijk, provincie en de gemeenten vinden daarom dat het project duurzaamheidsroute A35 ook een voorbeeld moet zijn van participatie bij de ontwikkeling van duurzame energieprojecten. Daarbij is van belang om te laten zien dat de regio in staat is concreet en effectief invulling te geven aan de uitgangspunten die in het Klimaatakkoord over participatie zijn afgesproken. 1.4. Meerwaarde voor de omgeving Vanuit het Provinciale beleid ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving’ moet er voor alle nieuwe ontwikkelingen in de Groene Omgeving een extra investering in ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken in de omgeving worden gedaan (de zogenaamde kwaliteitsprestatie). Hier wordt in de vergunningsfase op getoetst. De ontwikkeling van de duurzaamheidsroute A35 geeft meerwaarde voor de omgeving. Niet alleen vanwege de mogelijkheid om financieel te participeren maar de aanleg van zonnevelden biedt ook de kans om de omgeving mooier en voor de natuur waardevoller te maken met meer biodiversiteit waardoor een verbetering voor de landschappelijke en natuurwaarde van het gebied wordt gecreëerd. Hierbij gelden de kaders vanuit provinciaal beleid en vastgesteld projectbesluit.

2. Lokaal eigendom en financiële participatie bij de Duurzaamheidsroute

Participatie is van groot belang voor de acceptatie, ruimtelijke inpassing en realisatie van hernieuwbare energieprojecten. Participatie ziet toe op en bevordert de uitwerking van het motto ‘iedereen kan meedoen en meedenken’. Omwonenden moeten worden betrokken bij alle fasen van de ontwikkeling. Hierbij gaat het om de “omgeving”, gedefinieerd als: “het gebied tot op 2 km afstand van het project, zonder eventueel grondgebied van Duitsland of Hof van Twente”. Er zijn verschillende vormen van participatie. Daarbij maken we onderscheid tussen procesparticipatie , financiële participatie en lokaal eigendom bij de ontwikkeling, bouw en exploitatie. Voor de financiering van het lokale deel in het eigen en vreemd vermogen in het project, krijgen de inwoners van de deelnemende gemeenten via ECO-voorrang. Als zij niet in staat zijn het hele lokale deel bijeen te brengen, mag er geld van buiten de deelnemende gemeenten worden aangetrokken door ECO. De besteding van het omgevingsfonds dient ten goede te komen aan de omgeving. Om draagvlak te creëren voor de energietransitie is in het Klimaatakkoord afgesproken dat bij hernieuwbare energieprojecten gelijkwaardig wordt samengewerkt met de lokale omgeving en dat daarbij gestreefd wordt naar (minimaal) 50% lokaal eigendom voor die omgeving.

Het uitgangspunt is dat er zo een eerlijke verdeling van de lusten en de lasten is en dat de lokale omgeving zelf ook

Intern gebruik

zeggenschap heeft over zowel het ontwikkelproces als de stroomproductie als de opbrengsten daarvan. ‘Lokaal eigendom betekent dat inwoners en ondernemers collectief (geheel of gedeeltelijk) mede-eigenaar zijn van de installatie van een wind- of zonnepark of warmteproject, meestal in de vorm van een energie/ warmte-, wijk- of dorpscoöperatie. Maar ook publieke partijen zoals waterschappen, waterbedrijven enz. kunnen mee-investeren. Deze partijen hebben zeggenschap over (de ontwikkeling van) het project, inclusief (een deel van) de opbrengsten. Eigenaarschap houdt dus ook in dat het burgercollectief een financieel risico loopt.’ Zo kunnen projectontwikkelaars, inwoners en bedrijven gelijkwaardig samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie van energieprojecten. Dit gaat dus verder dan alleen financiële deelneming. Eigendom is een juridische borging van zeggenschap, zowel over de ontwikkeling van het project als over de exploitatie. Hierdoor ben je als deelnemer nauw betrokken bij het hele traject. 2.1. Gedragscode zon op land Dé branchevereniging voor de Nederlandse zonne-energiesector Holland Solar ontwikkelde in samenwerking met de belangrijke stakeholders binnen en buiten de zonne-energiesector een gedragscode. Deze code moet borgen dat zonne-energieprojecten die gerealiseerd worden, van hoge kwaliteit zijn en met aandacht voor de omgeving ontwikkeld worden.

Met de gedragscodes erkennen organisaties dat zon op land nodig is voor het halen van de doelen van de energietransitie en hanteren de volgende principes: - Betrekken van omwonenden in de keuzes over het plan, het ontwerp en de mogelijkheid financieel te participeren. - Door een goede locatiekeuze en vormgeving meerwaarde bieden aan de omgeving: ”De sector neemt het principe op zich dat, in overleg met stakeholders, het zonneveld per saldo een verbetering voor de landschappelijke en natuurwaarde van het gebied betekent. Deels zal dit per definitie subjectief zijn; in de ogen van de omgeving. Waar mogelijk wordt dit geobjectiveerd; bijvoorbeeld met een meetbare toename aan biodiversiteit.” - Zorgen dat het oorspronkelijk grondgebruik desgewenst mogelijk blijft na de levensduur van het zonnepark; zowel planologisch als fysiek (geen afval, vervuiling; goede bodemkwaliteit). Een ontwikkelaar van de Duurzaamheidsroute A35 is lid van Holland Solar, dan wel kan een certificaat of lidmaatschap overleggen, dan wel kan anderszins aantonen aan gelijkwaardige normen te zullen voldoen. 2.2. Financiële participatie en lokaal eigendom in de Duurzaamheidsroute A35 Voor de definities financiële participatie en lokaal eigendom hanteren we de Twentse definities uit de Handreiking Lokaal Eigendom uit de RES Twente en de handreiking lokaal eigendom binnen OER RWS projecten.

We streven naar (minimaal) 50% lokaal eigendom bij het juridisch eigendom van de productie-installatie van de zonnevelden. 2.2.1 Lokaal eigendom en Twents ‘Noaberschap’ bij de Duurzaamheidsroute A35 In Twente is Noaberschap een belangrijke waarde die bijdraagt aan de sociale verhouding binnen de Twentse samenleving: de noabers ofwel buren (in een ruime zin des woord) bij te staan met raad en daad als dat nodig is. Daarom is er vanuit de RES-Twente het ´Twents Noaberschap´ geïntroduceerd voor lokaal eigendom bij de transitieopgave. Het gaat bij lokaal eigendom niet alleen om het maximaal inzetten van dat Noaberschap en het creëren van maatschappelijke winst. Lokaal eigendom gaat over eigenaarschap, zeggenschap en economische en democratische toegang tot projecten. Met de bedoeling om de lokale omgeving de mogelijkheid te bieden om zeggenschap te hebben over het project en de

Intern gebruik

energie. Door de omgeving zeggenschap te geven, kan er binnen het project ook een eerlijke verdeling van lusten en lasten worden afgesproken. Bij de Duurzaamheidsroute A35 wordt lokaal eigendom ingevuld in alle fasen van het project: de ontwikkeling, bouw en exploitatie voor hernieuwbare opwekking Wij onderscheiden drie typen lokaal eigendom: 1. Eigendom van een collectief samenwerkingsverband van bewoners, lokale ondernemers, agrariërs en/of andere lokale partners in de omgeving van het project. Uitgangspunt is dat iedereen uit de lokale omgeving de kans moet hebben gehad om deel te nemen aan het project. Voorbeelden zijn een coöperatie of energiegemeenschap. 2. Publiek eigendom, zoals een gemeente, waterschap, drinkwaterbedrijf etc. Dit omvat ook eigendom van bedrijven met 100% publieke aandeelhouders, zoals ProRail. 3. Eigendom van lokale ondernemers, bedrijven, agrariërs of maatschappelijke instellingen met een lokale vestiging, vaak op eigen terrein. Lokaal eigendom kan in principe op drie manieren tot stand komen (bij de duurzaamheidsroute A35 is ingezet op optie 3): 1. Een lokale partij (zoals een coöperatie, publieke organisatie of één of meerdere lokale bedrijven, of een combinatie hiervan) kan zelf optreden als initiatiefnemer van een energieproject.

In dat geval ontwikkelt de omgeving zelf een energieproject en is er automatisch sprake van 100% lokaal eigendom (tenzij er afspraken over eigendomsverdeling worden gemaakt met een derde partij). 2. Een tweede mogelijkheid is dat een commerciële energieontwikkelaar vanaf het begin gelijkwaardig samenwerkt met de lokale omgeving (zoals een coöperatie, publieke partij of één of meerdere lokale bedrijven of een combinatie hiervan). In dat geval is er vanaf het begin sprake van streven naar 50% lokaal eigendom. De lokale omgeving investeert dan vanaf het begin voor 50% mee in het project. De afspraken over de samenwerking en eigendomsverdeling worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst (SOK) tussen ontwikkelaar en de vertegenwoordiging van de lokale omgeving/koepelcoöperatie 3. Het is ook mogelijk dat een commerciële energieontwikkelaar optreedt als initiatiefnemer van het energieproject en afspraken maakt met een lokale partij over de eigendomsverdeling. Deze afspraken worden vastgelegd in een omgevingsovereenkomst. De eigendomsverdeling is in dat geval afhankelijk van de precieze afspraken, de risicoverdeling en de investeringen. Overheden, zowel op Rijksniveau als decentrale overheden, zijn (in beginsel) geen onderdeel van de afspraken in een omgevingsovereenkomst.

De omgevingsovereenkomst is enkel een afspraak tussen de commercieel ontwikkelaar van een energieproject en een lokale partij die mede ontwikkelt en het lokale eigendom vorm kan geven. Wel is in het Klimaatakkoord afgesproken dat het bevoegd gezag (provincies of gemeenten) toezien op de totstandkoming van lokaal eigendom bij energieprojecten. De provincie en/of gemeente maakt dus geen deel uit van de overeenkomst, maar begeleidt het proces wel naar het afsluiten van zo’n overeenkomst. 2.2.2 Financiële participatie Behalve lokaal eigendom bestaan er andere manieren voor de omgeving om financieel te participeren in energieprojecten: financiële deelneming, omgevingsfonds en/of een omwonendenregeling.

Intern gebruik

Financiële participatie staat nooit op zichzelf, maar is altijd een uitkomst van procesparticipatie. Er komen steeds meer voorbeelden van geslaagde financiële participatie en succesvolle samenwerking tussen lokale overheden, coöperaties en projectontwikkelaars. We onderscheiden in de participatiewaaier vier vormen van financiële participatie: mede-eigenaarschap, financiële deelneming, omgevingsfonds en omwonendenregeling. Alleen bij mede-eigenaarschap is sprake van lokaal eigendom, zoals bedoeld in het Klimaatakkoord. 2.2.2 Juridisch kader en borging in beleid In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de lokale overheid (gemeente of provincie) toeziet op de totstandkoming van lokaal eigendom. Gemeenten en provincies kunnen lokaal eigendom juridisch niet afdwingen als resultaatverplichting, omdat daar geen wettelijke basis voor bestaat. Wel kan de lokale overheid de voorwaarden vastleggen waaronder het wil meewerken aan een energieproject, zoals de inspanning die van een (commerciële) energieontwikkelaar gevraagd wordt op het gebied van participatie en lokaal eigendom. Het moet daarbij wel heel duidelijk zijn wat de verwachte inspanning inhoudt. Met de aanstaande inwerkingtreding van de Energiewet krijgen provincies en gemeenten de mogelijkheid om deze inspanningsverplichting wettelijk vast te leggen en daarmee juridisch af te dwingen.

Op grond van de Energiewet kunnen provincies en gemeenten bij verordening vastleggen dat initiatiefnemers goed en helder moeten motiveren welke inspanningen zij hebben verricht om tot lokaal eigendom te komen, welk percentage mede-eigendom is overeengekomen en als 50% lokaal eigendom niet gelukt is, wat daar de redenen van zijn en of er andere vormen van financiële participatie zijn afgesproken. Een provincie of gemeente kan in haar omgevingsbeleid (omgevingsvisie of omgevingsprogramma) vastleggen waarom zij het streven naar lokaal eigendom belangrijk vindt en welke ambities zij op dit terrein heeft. De inspanningsverplichting kan zij vervolgens vastleggen in regels in ofwel een verordening of in het omgevingsplan. Als een gemeente of provincie deze verplichtingen oplegt, is het raadzaam goed en zo concreet mogelijk te omschrijven wat het ambitieniveau voor lokaal eigendom is en de inspanning die redelijkerwijs gevraagd wordt van energieontwikkelaars om dit te bereiken. Bij het toetsen van een aanvraag omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag vervolgens ook de inspanningen rondom lokaal eigendom toetsen, en eventueel de vergunningsaanvraag afwijzen als deze inspanningen tekortkomen. De Energiewet geeft de mogelijkheid aan provincies en gemeenten om een vergunning

Intern gebruik

aanvraag naast de ruimtelijke kader ook te toetsen op de wijze hoe invulling is gegeven aan lokaal eigendom. 2.3. Koepel van lokale energie coöperaties in Twente Energiecoöperaties van de deelnemende gemeenten in Twente hebben zich in aanloop van het ontwikkelen van de Duurzaamheidsroute A35 verenigd in een koepel ‘Energiecoöperatie Overijssel’ (ECO). Deze koepel is in staat de ontwikkelaar te faciliteren bij de invulling van het streven naar 50% lokaal eigendom via de 4 pijlers uit de participatiewaaier en zal zelf niet inschrijven op de tender om als marktpartij op te treden. Bij het vormgeven van de 4 pijlers is het nodig om: - samenwerking en eenduidige contractuele afspraken tussen de lokale coöperaties en de lokale en regionale partijen van de Duurzaamheidsroute A35 tot stand te brengen. De Koepel kan daar invulling aan geven. - een aanspreekpunt te hebben voor het organiseren van lokaal eigendom namens de omgeving; - er voor zorg te dragen dat de opbrengsten van lokaal eigendom en zeggenschap op een eenduidige en billijke wijze ten goede komen aan de (lokale) omgeving van de Duurzaamheidsroute A35; - de bedrijfsvoering en financiële huishouding bij exploitatie van het lokaal eigendom op een efficiënte en professionele wijze te organiseren. In ECO zijn de afzonderlijke coöperaties, via sub-koepels per gemeente, georganiseerd.

Ze hebben zeggenschap en een gedragen bestuur. De statuten van ECO zijn eind april 2024 notarieel vastgelegd. De gemeenten zien dan ook een rol voor ECO als overkoepelende organisatie om de ontwikkelaar te ondersteunen bij de invulling van 50% lokaal eigendom bij de realisatie van de Duurzaamheidsroute A35. ECO kan dan het aanspreekpunt zijn voor de omgeving (burgers en bedrijven langs de route) in opdracht van de toekomstige ontwikkelaar. ECO kan lokaal eigendom invullen doordat: o ECO als rechtspersoon overeenkomsten kan aangaan met de lokale coöperaties uit de deelnemende gemeenten. o In de statuten van ECO vastligt hoe een transparante en professionele financiële huishouding is geregeld. ▪ De koepel heeft als doel een samenwerking van Energiecoöperaties te vormen. Die ten behoeve van haar leden activiteiten op de energiemarkt verricht en als hoofddoel heeft het bieden van milieuvoordelen of sociale voordelen aan de samenleving in het algemeen en haar leden of aan de plaatselijke gebieden waar hij werkzaam is in het bijzonder. De koepel is niet gericht op het maken van winst. ▪ De koepel heeft als doel het als ontwikkelaar van hernieuwbare energieprojecten leveren van een bijdrage aan betaalbare en betrouwbare duurzame energievoorziening.

▪ Lid van de koepel kunnen worden energiegemeenschappen die in Overijssel wonen of een vestiging hebben of anderszins een aantoonbare betrokkenheid hebben bij het realiseren van de verschillende doelen van de coöperatie. ▪ De koepel heeft geen winstoogmerk en voldoet aan de meest strenge eisen van de TSE-sector (Third or Social Economy). Gegenereerde rendementen en overschotten worden niet uitgekeerd met uitzondering van betaling van rente over belegd vermogen, zolang de rente niet hoger is dan de geldende marktrente of de rente op staatsobligaties. Rendement wordt voor een door de algemene ledenvergadering te bepalen deel ten dienste gesteld van een toekomstvaste bedrijfsvoering. Het overige rendement wordt geïnvesteerd in dezelfde activiteiten of in onderzoeksactiviteiten.

Intern gebruik

▪

De koepel kent een “capital lock”, een verbod op de verdeling van het ingehouden overschot en alle andere activa die eigendom zijn van de organisatie.

De wens van de gemeenten om ECO te laten functioneren als aangewezen facilitator voor de ontwikkelaar ten behoeve van 50% lokaal eigendom moet overeenkomstig geldende wet- en regelgeving worden onderbouwd en gemotiveerd. Wanneer de koepel ECO niet in staat blijkt, om welke reden dan ook, te zijn 50% lokaal eigenaarschap te bewerkstelligen kan gebruik worden gemaakt van de terugval optie via het Omgevingsfonds. Proces: ECO zal zelf geen deelnemer zijn aan de tender. De winnende inschrijver zal een overeenkomst aangaan met de overheden die eigenaren van de gronden zijn en zal op grond daarvan aan moeten tonen inspanningen te leveren om met ECO tot afspraken te komen ter zake de invulling van lokaal eigendom. 2.4 Omgevingsfonds als terugvaloptie Het is mogelijk dat de projectontwikkelaar (i.s.m. ECO) er bij de ontwikkeling van de Duurzaamheidsroute A35 er niet in slaagt om zijn/haar aanbod voor lokaal eigendom (volledig) in te vullen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als het niet lukt het (volledige) aanbod voor lokaal eigendom te financieren, of als de afspraken die zijn gemaakt met de omgeving voor de Duurzaamheidsroute A35 en zijn vastgelegd in een overeenkomst (omgevingsovereenkomst) niet tot stand komen. De betrokken gemeenten willen dat in die situatie een redelijk deel van de opbrengsten van het aanbod voor lokaal eigendom toch beschikbaar komt voor de omgeving.

De gemeenten willen daarom dat de toekomstige exploitant jaarlijks 5% van de brutowinst (EBITDA) over het niet gerealiseerde aandeel lokaal eigendom extra (dus bovenop het percentage dat sowieso zal worden afgedragen) afdraagt aan een omgevingsfonds Duurzaamheidsroute A35. Omgevingsfondsen worden opgericht om de omgeving te laten meeprofiteren van een duurzaam project. Een omgevingsfonds wordt doorgaans gevuld met gelden van de projectontwikkelaars om vervolgens onder maatschappelijke doelen te worden verdeeld. Aangezien een wettelijke regeling omtrent omgevingsfondsen ontbreekt, staat het de betrokken partijen in grote mate vrij om de vormgeving van een omgevingsfonds te bepalen. Om de regie te kunnen behouden over de aanwending van de middelen in dit fonds is het noodzakelijk dat de spelregels (beheer en besteding) worden vastgelegd. De deelnemende gemeenten zullen hier voorafgaand aan de tender kaders voor opstellen en met ECO bespreken welke rol ECO kan vervullen ten aanzien van het omgevingsfonds. Bij voorkeur kunnen inwoners samen met de gemeente bepalen waar dat geld voor gebruikt kan worden in het gebied.

3. Uitwerking procesparticipatie

Bij procesparticipatie en het ontwikkelen van de Duurzaamheidsroute A35 vinden gemeenten de verplichtingen van de ontwikkelaar ten opzichte van de directe omgeving van de Duurzaamheidsroute A35 en de verplichting zich te houden aan de ‘Gedragscode Zon op Land’ belangrijk. De directe omgeving moet inhoudelijk worden betrokken bij relevante besluiten over de Duurzaamheidsroute A35 in de fase van ontwikkeling, bouw en exploitatie van het project. 3.1. Verplichtingen ontwikkelende partij De ontwikkelende partij heeft een inspanningsverplichting om invulling te geven aan procesparticipatie (overgenomen uit gedragscode Zon op Land):

Intern gebruik

Samen met stakeholders Wat de wensen ten aanzien van een park zijn is iets wat van geval tot geval verschillend zal zijn. De ontwikkelaar zal werken met een op het project afgestemde vorm van procesparticipatie. Bij ieder project denken de stakeholders inclusief bewoners uit de omgeving vanaf het begin mee over de locatie, vormgeving en ontwikkeling van het beoogde zonneveld. - Meerwaarde omgeving Naast economische motieven voor ontwikkelaar en grondeigenaar spelen er voor de omgeving andere belangen, zoals landschap, biodiversiteit en waarde voor de omgeving. Zonneparken bieden, mits goed vormgegeven op een goed gekozen locatie ook een kans om de omgeving mooier en voor de natuur waardevoller te maken. De ontwikkelaar neemt het principe op zich dat, in overleg met stakeholders, het zonneveld per saldo een verbetering voor de landschappelijke en natuurwaarde van het gebied moet opleveren Deels zal dit per definitie subjectief zijn; in de ogen van de omgeving. Waar mogelijk wordt dit geobjectiveerd; bijvoorbeeld met een meetbare toename aan biodiversiteit. - Oorspronkelijk grondgebruik mogelijk Het derde principe is dat de ontwikkelaar de zonneparken zo inricht dat er geen onomkeerbare ontwikkeling plaatsvindt.

Het oorspronkelijke of een ander grondgebruik moet, indien gewenst door grondeigenaar en bevoegd gezag, na het zonneveld weer mogelijk zijn; zowel beleidsmatig als fysiek. Daarbij hoort ook dat de ontwikkelaar voor eigen rekening en risico zorgt dat er geen vervuiling optreedt of dat er spullen achterblijven (opleveren van het gebied in oorspronkelijke staat). 3.2 Verplichtingen van de ontwikkelaar ten aanzien van procesparticipatie De gemeenten Hellendoorn, Wierden, Almelo, Borne, Hengelo, Enschede stellen onderstaande eisen aan de toekomstige ontwikkelaar en exploitant van de Duurzaamheidsroute A35 in het kader van Procesparticipatie. Daarbij is de Handreiking participatie duurzame energieprojecten van het Klimaatakkoord de richtlijn waar de ontwikkelaar aan moet voldoen. Kort samengevat: 1. In (eventueel: ‘elk van’) de betrokken gemeenten wordt een overlegplatform gevormd dat bestaat uit (maximaal 7) vertegenwoordigers van de directe omgeving aangevuld met een vertegenwoordiger van ECO. De deelnemers aan een overlegplatform worden door de directe omgeving zelf aangedragen. Als er meer aanmeldingen zijn, selecteren zij zelf uit de groep maximaal 7 afgevaardigden en bij stakende stemmen beslist de vertegenwoordiger van ECO.

Er wordt minimaal eens per drie maanden overleg gevoerd tussen de ontwikkelaar en de overlegplatforms in de periode tussen de start van de ontwikkelfase en de start van de exploitatiefase. De directe omgeving wordt vanaf de start van de ontwikkelfase, via diverse kanalen, regelmatig geïnformeerd over relevante ontwikkelingen in het project. Onder relevante ontwikkelingen vallen ook de afspraken die tussen de ontwikkelaar en Rijkswaterstaat worden gemaakt over wegbeheer, verkeersveiligheid en calamiteitenbeheersing. Om dat vorm te geven wordt voorafgaand aan een overleg met de overlegplatforms de agenda bekend gemaakt in de directe omgeving en het resultaat van het overleg wordt teruggekoppeld. De informatievoorziening stelt de omwonenden in de gelegenheid via hun vertegenwoordigers in het overlegplatform een standpunt kenbaar te maken over relevante ontwikkelingen. 2. De landschappelijke inpassing van de randen van de Duurzaamheidsroute A35, binnen de kaders van het Projectbesluit, krijgt specifieke aandacht. Over de inrichting van de randen wordt met omwonenden rechtstreeks overleg gevoerd. 3. De ontwikkelaar dient bij inschrijving een participatie- en communicatieplan op hoofdlijnen in, conform de uitgangspunten die worden meegegeven in de tender.

Intern gebruik

4. Uiterlijk zes maanden na definitieve gunning in de tenderprocedure dient de ontwikkelaar het definitieve participatie- en communicatieplan in bij de betrokken gemeenten waarin de voorgaande punten zijn uitgewerkt. Hij heeft dan 6 maanden de tijd gehad zijn plan te bespreken met de lokale coöperatie en eventueel aan te passen. Dat participatie- en communicatieplan maakt onderdeel uit van de overeenkomst tussen de ontwikkelaar en betrokken gemeenten. Bij de aanvraag van een Omgevingsvergunning voor dit project wordt een participatieverslag gevoegd waarin de ontwikkelaar weergeeft hoe het participatie- en communicatieplan is uitgevoerd, ten behoeve van een toetsing door de gemeenten.

4. Vervolg Afhankelijk van de termijn en de fasering waarbinnen de Duurzaamheidsroute A35 gerealiseerd kan worden, kunnen wet- en regelgeving aangescherpt worden. Ook kunnen er omstandigheden optreden die het noodzakelijk maken dat het uitvoeringskader tussentijds wordt bijgesteld. We gaan nu uit van een periode van circa 4-6 jaar tussen de tender en de daadwerkelijke realisatie van de duurzaamheidsroute A35. We zullen de afdracht aan het omgevingsfonds en het percentage lokaal eigendom optimaliseren door als gunningscriterium te hanteren: “Afdracht omgevingsfonds * (1+percentage lokaal eigendom)”. De inschrijver dient dus een bod in dat bestaat uit de afdracht omgevingsfonds per MWh elektriciteitsproductie (zonder minimum) en het percentage lokaal eigendom dat de ontwikkelaar beschikbaar stelt aan de lokale coöperatie (ECO). Bovendien zal in de tendercriteria worden opgenomen dat de winnende inschrijver de omgeving via ECO de kans moet bieden om naast een deel van het eigen vermogen ook een deel van het vreemd vermogen te verschaffen.

Intern gebruik

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=15650818-ce28-46c7-85e1-02530f7e547d