Uitgangspuntennotitie begroting 2023-2026
Tekst van het document
Datum: 12 juli 2022 Aan: Gemeenteraad, College van B&W Van: Wethouder Financiën Onderwerp: Uitgangspuntennotitie begroting 2023-2026
Inleiding Op 12 april 2022 heeft het vorige college kennis genomen van de financiële foto. Deze is (informatief) aan de Raad gestuurd om een actueel beeld van de financiële stand van zaken te geven. De financiële foto bevatte onder andere de maartbrief en vanuit de programma’s aangedragen knelpunten. Het middelenkader kende in april een negatief saldo van -8,5 miljoen euro in 2023 oplopend tot -35,4 miljoen in 2026. In de tussentijd is de meicirculaire en het coalitieakkoord uitgekomen. Met deze uitgangspuntennotitie informeren we de Raad over de wijziging in het financiële meerjarenbeeld en de uitgangspunten waarmee het college de begroting 2023-2026 op zal stellen. Leeswijzer Deze uitgangspuntennotitie start met een weergave van het actuele middelenkader. Hierin is het huidige saldo van de gemeentebegroting voor de jaren 2023-2026 opgenomen. Vervolgens vindt een toelichting op de belangrijkste ontwikkelingen sinds de financiële foto plaats (meicirculaire, loon- prijs ontwikkeling (lpo), knelpunten, coalitieakkoord en de taakstellingen). Vervolgens is onder weerstandsratio een geactualiseerde berekening van de weerstandsratio weergegeven. Er wordt afgesloten met een samenvatting van de uitgangspunten voor uitwerking van de begroting 2023-2026. Middelenkader In onderstaande tabel is het middelenkader voor de periode 2023-2026 weergegeven.
Het saldo laat sinds april een flinke verbetering zien. Het saldo is op dit moment voor de jaren 2023, 2024 en 2025 positief geworden. Voor 2026 wordt echter een negatief saldo van 6,7 miljoen euro voorzien. Reden hiervoor is de bijzonder positieve meicirculaire (zie toelichting onder meicirculaire). Daarnaast hebben zich sinds april wijzigingen voorgedaan in de ontwikkeling van de lonen en prijzen en is er een eerste doorrekening van het coalitieakkoord uitgevoerd. Opgemerkt wordt dat in dit middelenkader wel rekening wordt gehouden met realisatie van de lopende taakstellingen (10 miljoen structureel). Een deel daarvan is mogelijk niet meer haalbaar of wenselijk gezien de keuzes in het coalitieakkoord. Dit wordt herijkt richting de begroting.
Tabel: Middelenkader 2023-2026
Conclusie van het huidige middelenkader is dat er voor de jaren 2023, 2024, en 2025 incidenteel ruimte is. Er is echter geen ruimte voor structurele intensiveringen vanwege het tekort in 2026. Reden hiervoor is de terugval in inkomsten uit het gemeentefonds in 2026 (vanuit de VNG ook wel ‘het ravijn’ genoemd). Na alle commotie over het ‘ravijn’ voor de gemeentebegrotingen voor 2026 is nu een externe procesbegeleider aangesteld door het rijk. Deze moet opties in beeld brengen die moeten leiden tot een nieuwe manier van bekostigen van gemeenten en provincies. In het regeerakkoord was al opgenomen dat het Rijk daarin toe wil werken naar een vergroting van het lokale belastinggebied. Daarbij kan gedacht worden aan de invoering van een ingezetenenheffing. Grote vraag is of het invoeren van lokale belastingen ook gepaard zal gaan met een verlaging van rijksbelastingen. Als dat niet gebeurt kan het zijn dat sprake is van een lastenverzwaring voor burgers die de gemeenten uit moeten leggen. Gegeven bovenstaande is het nu onzeker of er extra middelen vanuit het Rijk voor 2026 zijn te verwachten. Wel constateren we dat het Rijk zelf richting 2026 een oplopende staatsschuld en begrotingstekort heeft. Ook kent het Rijk op het moment veel probleemdossiers. Daarbij is er een risico op laagconjuctuur de komende jaren.
Het lijkt realistisch om uit te gaan van een scenario dat er geen extra middelen voor 2026 en verder beschikbaar komen. Gezien het reeds bestaande financiële gat in 2026 zou het nu toevoegen van nieuwe structurele intensiveringen daarom kunnen leiden tot een nog grotere opgave aan het einde van de coalitieperiode. Gemeentefonds Meicirculaire In bijlage 2 is een memo met uitleg over de ophoging van de accressen in de meicirculaire opgenomen. De belangrijkste oorzaken voor de stijging zijn: 1. Stijging van het accres doordat gemeenten trap-op gaan met de gestegen Rijksuitgaven1. 2. Stijging van het accres doordat het Rijk rekent met flink hogere loon- en prijsontwikkeling dan waarmee was gerekend in de vorige circulaire2.
Let op: het Rijk slaagt er vaak niet in om alle uitgaven ook daadwerkelijk te realiseren. Consequentie is dat gemeenten dan mee trap-af gaan. Daarom is het advies van PAUW (softwareontwikkelaar gemeentefonds), om 20% buffer van het accres aan te houden, overgenomen. 2 Een deel van deze stijging moet daarom aan de stelpost loon-prijscompensatie worden toegevoegd. Anders is er onvoldoende gereserveerd en zullen de komende jaren knelpunten ontstaan. 1
2
Herijking van het gemeentefonds wordt ingevoerd vanaf 2023 waarbij Enschede een voordeel heeft. 4. Vervallen van de opschalingskorting voor de jaren 2023, 2024 en 2025. 3.
Ontwikkeling lonen en prijzen Zoals aangegeven ontstaat een deel van de stijging in het accres door gestegen lonen en prijzen. Daar staat tegenover dat ook de gemeente Enschede ook te maken krijgt met de stijging aan de kostenkant. Ook onze lonen en prijzen en die van onze uitvoerende partners gaan stijgen. Meer dan waar in het verleden rekening mee is gehouden. Uit onderstaande tabel wordt het verschil duidelijk met de percentages waar rekening mee is gehouden (toevoegingen aan de stelpost) en de percentages die het Rijk op dit moment als realistisch verwacht (onttrekking aan de stelpost).
Toevoegingen aan de stelpost Loon Prijs
2023 1,00% 0,75%
2024 2,80% 1,60%
2025 2,90% 1,80%
2026 2,80% 1,60%
Onttrekking aan de stelpost Loon Prijs
2023 3,60% 2,30%
2024 4,20% 2,40%
2025 4,10% 2,40%
2026 3,90% 1,90%
Tabel: Tekort stelpost loon-prijscompensatie op basis van percentages Rijk (mei 2022)
Wanneer hier een vertaling van gemaakt wordt naar bedragen dient onderstaande gereserveerd te worden. Het oplopende effect naar 2026 ontstaat vanwege het cumulatieve karakter van de stijging. De loon- en prijsstijgingen uit 2023, 2024 en 2025 werken namelijk ook allen door in 2026. Deze bedragen worden in mindering gebracht op het accres vanuit het gemeentefonds en zorgen daarmee niet voor een nadeel in de begroting.
Extra LPO te ramen
2023 4.986.000
2024 12.487.000
2025 18.073.000
2026 22.828.000
Tabel: Tekort stelpost loon- prijscompensatie in euro
Knelpunten O&O Het college gaat in het traject van de begroting een kritische beoordeling uitvoeren op de knelpunten die in de financiële foto zijn opgenomen. Per saldo zorgen de knelpunten op dit moment voor een nadeel op het begrotingssaldo van 4,4 miljoen euro in 2023 tot 3,5 miljoen euro in 2026. Een overzicht van de huidige knelpunten is opgenomen in bijlage 1. Normaliter doen zich tussen zomernota en begroting niet veel nieuwe knelpunten voor. De financiële foto is echter vroeg in het jaar opgesteld en de effecten van inflatie beginnen zich steeds duidelijker af te tekenen. Daarom zullen mogelijk na het zomerreces wellicht nog enkele aanvullende knelpunten
3
moeten worden meegenomen. Dit kan ook betekenen dat knelpunten uit de financiële foto geactualiseerd worden. Coalitieakkoord ‘Samen Trots op Enschede’ Op 13 juni 2022 is het coalitieakkoord Samen Trots op Enschede gepresenteerd. In dit akkoord is aandacht besteed aan financiële spelregels voor de komende vier jaar. Zo blijft dit college reëel begroten en wordt alleen geld uitgegeven als dit ook beschikbaar is. Van belang bij de begroting 2023 is de spelregel: als nieuw beleid wordt gemaakt of uitgevoerd, wordt eerst gekeken of het verstandig is om lopende -nog te realiseren bezuinigingen- op te lossen. Daarmee worden de resterende risico’s in de meerjarenbegrotingen namelijk minder omvangrijk. Het college heeft aangegeven bij de eerstvolgende meerjarenbegroting en de zomernota 2023 de wensen uit het coalitieakkoord door te rekenen. Gezien de beperkte tijd tot de begroting 2023 wordt ervoor gekozen om daarin te focussen op prioritaire intensiveringen die al in 2023 op worden gepakt. De volledige doorrekening en programmering van alle wensen in het coalitieakkoord wordt opgepakt richting de zomernota 2023. Daar kan dan de integrale afweging plaatsvinden voor de gehele meerjarenperiode. Gezien er in het middelenkader eigenlijk geen ruimte is om structurele wensen toe te voegen focust het college zich bij de prioriteiten voor 2023 ook vooral op incidentele intensiveringen.
Het college maakt deze keuze om te voorkomen dat de stad mogelijk geconfronteerd wordt met een lastenverzwaring of aanvullende bezuinigingen vanaf 2026. We gaan daarbij onderzoeken hoe we door slimme investeringen met incidentele middelen structurele besparingen kunnen realiseren. Dit zodat de structurele financiële opgave in 2026 en verder kleiner wordt. Analyse huidige taakstellingen Zoals in het coalitieakkoord opgenomen maakt het college zich er hard voor dat lopende bezuinigingen worden ingevuld, om daarmee de resterende risico’s in de meerjarenbegrotingen te verkleinen. Tegelijkertijd constateren we dat een deel van de lopende taakstellingen niet meer in lijn is met de keuzes die in het coalitieakkoord zijn gemaakt. Bij de begroting volgt een nadere beoordeling van onderstaande taakstellingen.
4
Weerstandsratio
In onderstaande tabel is de weerstandsratio weergegeven op basis van het middelenkader op de 1e pagina. De weerstandsratio bevindt zich ruim boven de ondergrens van 1,0. Dit is daarmee een bevestiging dat er voldoende ruimte is voor incidentele intensiveringen. Definitieve berekening van de weerstandsratio volgt bij de begroting 2023.
Tabel: weerstandsratio o.b.v. huidige middelenkader (incl. jaarresultaat 2021)
Samenvatting uitgangspunten voor uitwerking begroting 2023
Op basis van bovenstaande zal het college met de volgende uitganspunten de begroting 2023 uitwerken: • •
•
•
Knelpunten: de reeds aangedragen knelpunten in de financiële foto uit het voorjaar zullen kritisch worden getoetst. Tevens zal richting de begroting bekeken worden of een update van knelpunten opportuun is gezien recente ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de inflatie. Taakstellingen: de nog te realiseren taakstellingen zullen worden beoordeeld op haalbaarheid en wenselijkheid ook in relatie tot het coalitieakkoord. Het college streeft ernaar op dit moment geen nieuwe taakstellingen toe te voegen gegeven de financiële ruimte in het middelenkader voor 2023, 2024 en 2025. Wel is er het besef dat voor 2026 nog een structurele financiële opgave in te vullen is. We wachten daarbij echter de komende maanden af of er meer duidelijkheid komt over de ontwikkeling van het gemeentefonds en het financieringsstelsel voor gemeenten op langere termijn. Intensiveringen: het coalitieakkoord bevat veel ambities en concrete wensen. De doorrekening daarvan vraagt tijd. Het tijdspad richting de begroting is echter bijzonder kort. We focussen daarom in de begroting 2023 op de prioritaire intensiveringen die al in 2023 opgepakt moeten worden. De integrale afweging op alle overige punten uit het coalitieakkoord volgt bij de zomernota 2023. Investeringen: we onderzoeken mogelijkheden om slimme investeringen te doen met de incidentele middelen die nu beschikbaar zijn.
Dit met als doel om structurele financiële ruimte vrij te spelen zodat de financiële opgave voor 2026 en verder kleiner wordt. Het gaat om investeringen die bij kunnen dragen aan het vergroten van de verdiencapaciteit van de gemeente (in navolging van de hierop door de raad aangenomen motie in juli 2021). En om investeringen waarmee het kostenniveau verlaagd kan worden.
Bijlage 1 Overzicht knelpunten
Tabel: Overzicht van knelpunten (x 1.000 euro)
1. Structurele toename Lijkschouwing, Euthanasieverklaring Wanneer géén overtuiging is van een natuurlijke dood of is sprake van een kennelijk niet-natuurlijk overlijden, dan schakelt de behandelend arts de gemeentelijk lijkschouwer in. Dit besteden wij uit bij GGD Twente. Hiervoor is gemiddeld jaarlijks 142.000 euro nodig (op basis van analyse van de afgelopen jaren). Het beschikbare budget 42.000 euro. 2. Areaaluitbreiding stadsdeelbeheer, wegen en openbare verlichting Betreft de jaarlijkse optelsom van uitbreiding en krimp van de openbare ruimte. De benodigde kosten voor beheer en onderhoud van alle assets betreffen materiele kosten, kosten inzet derden, kosten vanuit fte eigen personeel en fte inzet vanuit Onderhoud Enschede BV. 3. Volumegroei WMO als gevolg van demografische ontwikkeling De volumegroei is gebaseerd op de in 2021 toegepaste rekensystematiek waarbij de groei/daling per leeftijdsklasse over de afgelopen 5 jaar wordt berekend en toegepast op het Wmo-volume voor
7
die betreffende leeftijdsklasse. Het gaat hier niet om de effecten van volumegroei Wmo door gewijzigde externe omstandigheden zoals bijvoorbeeld de invoering van het abonnementstarief 4. Toename kosten energie ambtelijke huisvesting De stijging van energiekosten raakt ook onze eigen organisatie. De huidige inschatting is dat het deel voor elektra 115% en gas tenminste 250% stijgt. Dit komt neer op een verwachte stijging voor elektra en gas van 500.000 euro. Omdat gas voor de komende twee jaar wordt ingekocht is alleen voor 2023 en 2024 500.000 euro opgenomen. Vanaf 2025 wordt er opnieuw gezamenlijk ingekocht met de Twentse gemeenten. 5. Impact incidentele en structurele werkzaamheden OZJT Al een aantal jaren is sprake van een disbalans tussen de opgaven en bezetting van het OZJT. De huidige situatie is onhoudbaar en is vertaald in een nieuw meerjarenperspectief van het OZJT waarin enerzijds om een borging van de structurele activiteiten wordt gevraagd en anderzijds de noodzaak voor een incidenteel projectenbudget uiteen wordt gezet. Er is enerzijds sprake van een toename van taken als gevolg van de wettelijke vereisten (aanpassing Jeugdwet, Norm voor Opdrachtgeverschap, Borging zorgcontinuïteit systeemaanbieders) en anderzijds een projectenbudget waarmee sneller geanticipeerd kan worden op incidentele werkzaamheden. Enschede staat inhoudelijk achter dit meerjarenperspectief.
In het verleden zijn incidentele werkzaamheden ook uitgevoerd door Enschedese beleidsadviseurs of gedekt uit overschotten op werkbudgetten maar die ruimte is er niet meer (vanuit de afroming van structurele voordelen in de begroting 2022-2025). Daar waar deze uitzetting leidt tot een toekomstige reductie van 2e lijns zorg uitgaven worden deze lasten niet opgenomen. Daar waar sprake is van noodzakelijke extra uitvoeringscapaciteit (o.a. vanuit wetgeving rondom early warning, minimale juridische capaciteit etc.) zijn de meerkosten hier opgevoerd. 6. Vervangingsinvesteringen sport / kunstgrasvelden In de coronanota 2020 en het raadsvoorstel Plan van aanpak kunstgras is aangegeven dat voor het bekostigen van het vervangen en onderhouden van de huidige velden en accommodaties de exploitatiebijdrage van Sportaal met de genoemde bedragen verhoogd moet worden. De reserve vervangingsinvesteringen sport biedt hiervoor t/m 2024 dekking en in 2025 gedeeltelijk. Ultimo 2025 is deze reserve leeg. Daarom is er vanaf 2025 en volgende jaren er sprake van een onvermijdelijk knelpunt. 7. Outsourcing ODT Vanuit het programma DWLW is samen met andere gemeenten het milieutoezicht verzelfstandigd in de eerder opgerichte Omgevingsdienst Twente (ODT). In twee fases zijn taken en personeel overgegaan. Dit leidt tot overdracht van budgetten, zowel primair als overhead. T.b.v.
de desintegratiekosten overhead is in de Zomernota 2019 reeds een bedrag van 170.000 euro als knelpunt opgenomen voor de eerste fase. In de tweede fase zijn de overige diensten en medewerkers overgegaan en leidt tot aanvullende desintegratiekosten van 250.000 euro. 8. Kadaster heeft basisregistratie vernieuwd De Basisregistratie Kadaster (BRK) is vernieuwd met o.a. een nieuwe informatiemodel IMKAD 2.3 en nieuwe processen binnen het Kadaster. Dit is een externe vernieuwing waar wij geen invloed op
8
hebben. Om klaar te zijn voor de vernieuwde aanlevering van gegevens uit de Basisregistratie Kadaster (BRK), moten we meegaan met deze transitie. Doen we dat niet voldoen wij niet aan de wetgeving en raakt dit de continuïteit: Als het project niet uitgevoerd wordt, valt direct een stuk van de interne dienstverlening of dienstverlening aan inwoners/bedrijven om. 9. Implementatie iBurgerzaken Het huidige contract voor het systeem voor Burgerzaken loopt met ingang van 1 juli 2023 af. Op dit moment loopt de aanbesteding. Structureel wordt geen uitzetting verwacht. Wel moet het nieuwe systeem worden geïmplementeerd. Dit vraagt extra personele capaciteit bij ons en implementatiekosten voor de leverancier. 10. Voorkomen identiteits- en documentfraude Het bestrijden van identiteits- en documentfraude is een taak van de afdeling burgerzaken. Dit doen we met goed opgeleide, getrainde en ervaren medewerker. Dit is niet voldoende. Nieuwe technieken zijn beschikbaar de medewerkers ondersteunen in de uitoefening van die opsporingstaken en die ook echt van toegevoegde waarde zijn. Daar moeten we op inzetten, want fraude leidt tot grote maatschappelijke schade en persoonlijk leed. Daarnaast voorkomt het shop gedrag: vanaf 2024 is het voor onze inwoners mogelijk om ook bij andere gemeenten een paspoort, ID kaart of rijbewijs aan te vragen.
Fraudeurs zullen hiervan gebruik gaan maken door juist bij die gemeente een aanvraag in te dienen die niet geïnvesteerd hebben in fraudebestrijding. Dat moeten we voorkomen. 11. Grip op projecten (applicatie) Op 31 januari 2021 heeft de raad de geactualiseerde financiële verordening vastgesteld. Hierin is opgenomen dat we de raad via de begroting en jaarrekening meer inzicht geven in en vat geven op de investeringsprojecten. Op dit moment zijn alleen de grondexploitatie projecten via projectview inzichtelijk voor de raad. Om alle projecten te ontsluiten is een extra module van Totallink nodig. Bijvangst van deze module is dat hiermee ook de projectinformatie ontsloten wordt die nodig is voor een goede actuele projecten- en capaciteitsplanning voor het fysieke domein. Kosten omvatten applicatie inclusief implementatie 12. Webteam -digitoegankelijkheid - regie op websites Overheidswebsites moeten goed toegankelijk zijn voor iedereen. Hiertoe is specifieke wetgeving opgesteld, waaraan Nederlandse overheidsinstanties zich moeten houden. Zij mogen bij het aanbieden van digitale diensten geen onderscheid meer maken tussen personen met en zonder beperking (bijvoorbeeld blind of slechtziend) of chronische ziekte. In het Besluit digitale toegankelijkheid overheid staan specifieke voorschriften voor de opzet en inrichting van websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties.
Gemeenten moeten uitvoering geven aan deze wettelijke plicht om websites toegankelijker te maken op basis van de eisen uit hoofdstuk 9 van de Europese standaard EN 301 549. Daarbij zijn gemeenten tevens verplicht om een toegankelijkheidsverklaring op te stellen en landelijke overheid ziet toe op naleving. Dit alles vraagt specialistische kennis én regie op alle gemeentelijke websites. Hiervoor is structurele capaciteit en beperkt werkbudget nodig.
9
13. Vervanging applicatie ‘Octopus Web’ De applicatie octopus (Zaaksysteem voor bezwaar, beroep en aanverwante procedures) dateert uit medio 2007 en hieraan is nooit optimalisatie of onderhoud gepleegd. Deze applicatie is nu erg "zwaar" geworden en brengt (cyber)security en AVG-risico’s met zich mee. In 2020/2021 zijn procesoptimalisaties in kaart gebracht. Een nieuw begin in een opgeschoonde applicatie (AVG Proof) is noodzakelijk. Daarbij wordt de huidige versie van Octopus uit gefaseerd door de uitgever (onontkoombaar). De nieuwe versie wordt, conform beleid van de gemeente, SaaS (Software as a Service) geleverd. Deze vernieuwing brengt onontkoombare hogere structurele hostingkosten met zich mee. 14. Vervanging Planon Planon (applicatie voor vastgoedbeheer en facility management) is sinds 2018 out of support als applicatie. In juli 2022 vervallen alle licenties, verlenging is niet meer mogelijk, waardoor Planon niet meer gebruik mag worden. Dit levert onaanvaardbare risico's op qua beveiliging, gebrekkige functionele ondersteuning en vervallen van functionaliteit. De noodzakelijke vervanging is in gang gezet en valt uiteen in 4 trajecten, waarbij zoveel mogelijk wordt aangehaakt op bestaande applicaties. 15.
Beleidsadvisering Omgeving & Recht In de afgelopen jaren is bij de zomernota’s steeds aangegeven dat er een tekort is op de dekking van de beleidsadvisering Omgeving en Recht. Een deel van de beschikbare gedekte capaciteit is niet gedekt en leidt ook jaarlijks tot een tekort in de jaarrekening. Deze capaciteit is noodzakelijk om de uitvoering bij Omgeving en Recht goed te ondersteunen bij de ontwikkeling van nieuw beleid en het op de juiste manier uitvoeren van de bestaande werkzaamheden. 16. Verschillen in normformatie en bezetting Bij de samenvoeging van de beleidsafdelingen van Stedelijke Ontwikkeling en Stedelijk Beheer in 2016, tot wat nu Strategie beleid en Fysiek is, bleken vergelijkbare functies anders gewaardeerd. Onder het motto gelijke monniken gelijke kappen is de waardering vervolgens gelijk getrokken maar is de normformatie op hetzelfde niveau gebleven. Dat levert structureel een tekort op de personeelsbegroting op. Dit is een punt dat niet opgelost wordt anders dan door de normformatie gelijk te trekken met de bezetting. 17. Formatie teamleider P&O Personele en organisatorische vraagstukken zijn in de huidige arbeidsmarkt steeds complexer geworden en nemen toe in omvang.
Het gaat dan bijvoorbeeld om het kunnen aantrekken van kwalitatief goed geschoold personeel, opzetten van traineeships om jong talent kennis te laten maken met het werken voor gemeenten, afstemming met het onderwijsveld en het opzetten en inrichten van ontwikkelprogramma's om medewerkers te houden en te laten door ontwikkelen. Dit vereist op de verschillende onderdelen binnen P&O meer tijd voor een gedegen en veranderende aansturing en de juiste aandacht voor de medewerkers. Ook vraagt het aandacht en tijd voor de verbetering van (werk)processen, rollen/functies en voor het geven van sturing aan de strategische agenda op gebied van P&O in samenwerking met het lijnmanagement concern breed. Deze tijd is nu onvoldoende beschikbaar omdat de span of context te groot is voor het afdelingshoofd. Een te werven teamleider voor de dagelijkse aansturing van de operationele teams moet die ruimte creëren.
10
18. Onbalans in formatie door generatiepact IT Binnen het IT bedrijf maken 16 medewerkers gebruik van het generatiepact. Gemiddeld genomen gaan deze medewerkers 25% minder werken. Omgerekend betekent dit een verlies van arbeidsproductiviteit van 4 fte. Het werk neemt echter niet af, waardoor nieuwe medewerkers zijn aangetrokken. Het uitgangspunt van het generatiepact was dat vervanging door jongere medewerkers tegen een lagere functieschaal zou kunnen plaatsvinden en zo budgetneutraal uitgevoerd kan worden. In de huidige arbeidsmarkt en in de ICT-sector in het bijzonder, gaat dit niet op. Er moet vervangen worden tegen maximale schaaltarieven, vaak nog met een aanvullende arbeidsmarkttoelage. En waar het vinden van goede medewerkers niet snel lukt, moet zelfs duurder ingehuurd worden (150% van normsalaris). De besparing op de loonkosten van medewerkers die gebruik maken van het generatiepact, valt weg tegen deze hogere kosten. 19. Formatie senior jurist bezwaar en beroep Bij Juridische Zaken (JZ) is sprake van een tekort t.a.v. de juridische adviescapaciteit en dit is het gevolg van: - het aantal besluiten en beschikkingen in het Sociaal Domein neemt fors toe. Niet alleen in aantallen, maar ook in complexiteit - het aantal Wob verzoeken is aanzienlijk toegenomen - het aantal AVG-vraagstukken met juridische impact is toegenomen in aantallen en complexiteit.
Vanuit JZ kan niet meer worden voldaan aan de (kwalitatief goede) beantwoording van het aantal juridische adviesaanvragen vanuit de organisatie. Dat maakt de gemeente erg kwetsbaar en in het kader van goed bestuur is dit onwenselijk. Er is hierdoor onvoldoende permanente aandacht voor de noodzakelijke verbetering van de kwaliteit van het proces bezwaar en beroep. Daarnaast blijft uitvoering van concrete aanbevelingen van het rapport Menselijke maat inzake rechtsgang bezwaar en beroep vanuit de Participatiewet uit. 20. Onderzoek naar noodzakelijke investeringen in personeel Er is een categorie met knelpunten die betrekking hebben op personeel (nr. 16 t/m 20, 22 en 23 kosten zijn afgerond 1,5 miljoen euro per jaar). Het is goed te beseffen dat dit een selectie betreft van functies die echt noodzakelijk zijn omdat de risico’s bij niet invullen te groot zijn. Daarnaast betreft het deels dekking voor kosten waarvan duidelijk is dat ze vanaf 2023 gemaakt worden. In bijlage 2 (lijst met probleempunten) is een indicatie te vinden van de overige problematiek die speelt met betrekking tot personeel. De komende maanden wordt onderzocht wat de exacte omvang van de problematiek is. 21. Proceskosten DIA Twekkelerveld We gaan door met de uitvoering van de diverse deelprojecten van de Dynamische Uitvoeringsagenda Twekkelerveld.
Voor Twekkelerveld is in het kader van de dynamische investeringsagenda gewerkt aan een integrale uitvoeringsagenda voor de komende 5-10 jaar. Door bundeling van activiteiten ontstaat synergie en worden middelen efficiënt ingezet. Dit vraagt echter ook projectmanagement, een actieve houding (in plaats van enkel faciliterend) en participatie en communicatie met inwoners.
11
22. Proceskosten DIA Zuid Voor Zuid is in het kader van de dynamische investeringsagenda gewerkt aan een integrale uitvoeringsagenda voor de komende 5-10 jaar. Door bundeling van activiteiten ontstaat synergie en worden middelen efficiënt ingezet. Dit vraagt echter ook projectmanagement, een actieve houding (in plaats van enkel faciliterend) en participatie en communicatie met inwoners. 23. Uitbreiding capaciteit beleid nazorg detentie Pas vanaf januari 2022 is er 0,2 fte extra beleidscapaciteit beschikbaar om beleid nazorg detentie vorm te geven (toegekend in zomernota 2021). Bij een eerste inventarisatie blijkt de omvang aan werkzaamheden veel groter dan verwacht (0,4 fte). Dit heeft te maken met de dynamiek landelijk (bestuurlijk akkoord, convenant, nieuwe Wet zorg en dwang) en de recente regionale ontwikkelingen als gevolg hiervan die gericht zijn op versterken en intensiveren van de ketensamenwerking (o.a. huis van herstel). Daarnaast zien we een toenemende politieke aandacht die gerelateerd is aan door justitie gecontracteerde zorgorganisaties gevestigd in Enschede die niet aan de kwaliteitseisen voldoen en voor overlast en onveilige situaties zorgen. De financiële consequenties voor de uitvoering zijn nog niet in beeld. De uitvoeringsprocessen worden momenteel doorgelicht. 24.
Tijdelijke uitbreiding personeel Er is een aantal urgente ontwikkelingen die noodzakelijk zijn terwijl de reguliere bezetting al onder druk staat door de veelheid aan vragen die spelen in het sociale domein. Deze ontwikkelingen zijn: 1. Aanbestedingstrajecten wegens aflopende contracten (regionale) aanbesteding Jeugdhulp, WMO en Welzijn. Deze zijn onuitstelbaar vanwege voldoen aan wettelijke verplichtingen (Jeugdwet, Wmo en zorgcontinuiteit). 2. Daarnaast is tijdelijke uitbreiding noodzakelijk voor integrale, domein overstijgende dossiers en de intensieve afstemming die dit vraagt, waaronder Dia’s, Wonen & zorg en het versterken van de sociale basis. Zonder aanvullende formatie wordt het onmogelijk de afgesproken opgaven die een integrale aanpak vragen ook daadwerkelijk te realiseren op inhoud én financieel. Kostenreductie wordt op termijn gerealiseerd door beter wonen (minder zorg), en een betere sociale basis (preventie) met beide als effect vermindering van inzet van tweedelijns zorg. Voor deze ontwikkelingen is een tijdelijk uitbreiding van de formatie nodig van 2,6 fte voor de jaren 2023 t/m 2026. 25. Toezicht en handhaving Specifiek is voor 2023 incidenteel 100.000 euro nodig voor toezicht en handhaving bij campings, havengebied, garageboxen (vuurwerkopslag) en ter uitvoering van de visie landelijk gebied. 26.
Bibob onderzoeken Voor extra Bibob onderzoeken en het inrichten van een kenniscentrum Bibob is structureel 160.000 euro nodig. Dit wordt ondersteund door de weerbaarheidsscan 2022 van het Regionaal Informatie en Expertise Centrum Oost-Nederland (RIEC-ON). Daarnaast is voor de ondersteuning van het gehele cluster extra ondersteuning nodig, voortvloeiend uit de extra taken en toename van
12
besluiten binnen de bestaande taken van het cluster. Hiervoor is 150.000 euro nodig in de eerste twee jaar, daarna staat het op PM aangezien hier eerst besluitvorming moet volgen over centrale en decentrale ondersteuning. 27. Ondergrondse infra Betreft een knelpunt door nieuwe wet en regelgeving (CROW500, omgevingswet, AVOI). Controle en toezicht door Agentschap Telecom hebben de afgelopen tijd al meerdere keren tot waarschuwingen geleid omdat we geen goede uitvoering geven aan de wet- en regelgeving. De laatste keer hebben zij gedreigd met boetes die oplopen tot 450.000 euro per overtreding. Per project kunnen meerdere overtredingen plaats vinden, dus de boetes kunnen behoorlijk oplopen. Om boetes te voorkomen moeten we maatregelen treffen. Welke maatregelen wij moeten treffen willen we samen met een extern adviesbureau onderzoeken. Hoe kunnen wij als organisatie de regie van de ondergrondse infrastructuur nemen en kunnen zorgen voor de implementatie van het geheel binnen onze organisatie, coördinatie en afstemming met partijen in de Kabel en Leidingen branche en de interne coördinatie op de ondergrondse infrastructuur. In de volgende zomernota zullen wij erop terugkomen als er structurele gelden nodig zijn om dit te borgen. Dit zal namelijk uit het onderzoek en de implementatiefase moeten blijken.
Hiervoor hebben is in eerste instantie 150.000 nodig voor implementatie van nieuwe werkprocessen, regie op ondergrondse infrastructuur en aansturing op samenwerking intern en extern. 28. Structureel onderhoudsbudget Kunst in de Openbare Ruimte Het budget voor het beheer en onderhoud voor de gemeentelijke kunst in de openbare ruimte werd in 2019, 2020 en 2021 jaarlijks met gemiddeld 36.000 euro overschreden. Dit wordt veroorzaakt door: hogere onderhoudskosten; hogere nutskosten (energie, elektra, water); grotere publieke en bestuurlijke belangstelling voor de fysieke staat van de kunstwerken; initiatieven voor nieuwe kunstwerken die aan de openbare ruimte worden toegevoegd (zoals de EnschedeEclips, waarvan de jaarlijkse onderhoudslasten worden geschat op 3.000 euro); toenemen incidenten (zoals diefstal, vandalisme, graffiti en ongelukken) 29. Vervangen/repareren fonteininstallaties De fonteinen 'de familie', op het Ei van Ko, en 'de vier ganzen', op Kruispunt de Graaff zijn in respectievelijk 1984 en 1978 opgeleverd. De fonteininstallaties m.b.t. de waterhuishouding zijn ernstig verouderd en in 2019 onveilig bevonden voor passanten in verband met besmettingsgevaar. Beide fonteinen zijn hierom uitgeschakeld, het geen tot grote verontwaardiging leidt bij inwoners en bestuurders.
13
Bijlage 2 – Memo meicirculaire 2022 Aan: College van B&W, gemeenteraad Afschrift: Directeurenberaad, Controllersberaad Van: Sigrid ten Heuvel, Ralph Meijers, Nicky bijen Onderwerp: Meicirculaire 2022 gemeentefonds – jaarschijf 2023 e.v.
In deze memo worden de resultaten van de meicirculaire 2022 uitgewerkt voor de jaren 2023 e.v. De resultaten voor 2022 zijn separaat toegelicht bij de Tussenrapportage. Het is een bijzonder complexe circulaire omdat hierin de herverdeeleffecten van de herijking van het gemeentefonds zijn opgenomen. Daarnaast zijn de (vele) gevolgen uit het regeerakkoord ook verwerkt. Beide onderwerpen worden uitgebreid toegelicht in deze memo. Resultaat 2023 e.v. De doorrekening van de meicirculaire 2022 levert het volgende positieve resultaat op: Omschrijving (x 1.000 euro)
2023
2024
2025
2026
Stand gemeentefonds meicirculaire 2022
437.874
454.798
473.488
454.165
Stand gemeentefonds decembercirculaire 2021
403.989
407.306
413.834
418.877
Bruto mutatie
33.884
47.492
59.653
35.289
Taakmutaties meicirculaire 2022
-7.958
-4.143
-3.292
-2.615
Toevoeging budget loon- en prijscompensatie
-4.986
-12.487
-18.073
-22.828
Resultaat meicirculaire 2022
20.941
30.862
38.289
9.845
Het positieve resultaat ontstaat doordat het accres aanzienlijk hoger is dan was opgenomen in de Maartbrief 2022. Dit komt grotendeels door de volgende ontwikkelingen: 1. Allereerst gaat de gemeente trap-op met de enorme stijging van de rijksuitgaven uit de Voorjaarsnota. In vorige jaren is gebleken dat vaak later blijkt dat het rijk deze uitgaven niet allemaal gerealiseerd krijgt en deze doorschuiven naar latere jaren. Dat risico is nu ook reëel gezien de grote krapte op de arbeidsmarkt en leveringsproblemen in productieketens. Het advies van PAUW, de ontwikkelaar van het softwarepakket voor doorrekening gemeentefonds, is
14
daarom ook om voor ‘onderuitputting’ op de rijksuitgaven 20% buffer van het accres aan te houden. Dit advies is overgenomen en verwerkt in het bovenvermelde resultaat. Onlangs is echter in het bestuurlijk overleg tussen rijk en de VNG afgesproken dat de zogenaamde volumecomponent voor de jaren 2022-2025 wordt bevroren. De opgenomen stelpost wordt echter voorlopig gehandhaafd om in te zetten op de onzekerheid rondom de afspraken vanaf 2026 alsook de mogelijke vervolgresultaten vanuit de herijking van het gemeentefonds (zie verderop in deze memo). 2. Het accres stijgt ook hard doordat het Rijk rekent met flink hogere loon- en prijsontwikkeling dan waarmee was gerekend in de vorige circulaire. Dit wordt veroorzaakt door de gestegen lonen en prijzen door o.a. de oorlog in de Oekraïne. Net als het Rijk krijgen ook gemeenten te maken met hogere loon- en prijsontwikkelingen. Daarom moet een deel van het accres toegevoegd worden aan de stelpost voor loon- en prijscompensatie. Anders is niet voldoende gereserveerd en zullen de komende jaren knelpunten ontstaan. Ook is een extra toevoeging aan de stelpost loon- en prijsontwikkeling nodig omdat enkele integratie-uitkeringen zijn overgeheveld naar de algemene uitkering. Voor deze budgetten moet de gemeente vanaf 2023 zelf loon- en prijscompensatie toevoegen. 3.
Daarnaast is de herijking van het gemeentefonds ingevoerd vanaf 2023 waarbij Enschede een voordeel heeft. Verderop in de memo wordt dit nader toegelicht. Ad 1 - Uitkomsten regeerakkoord In de Maartbrief 2022 was door het rijk extra inzicht gegeven in de gevolgen van het regeerakkoord en de startnota voor gemeenten. Deze zijn nu definitief opgenomen in de meicirculaire 2022 en zijn: • Een hoger accres voor 2022-2025 doordat gemeenten trap-op gaan met de intensivering van de rijksuitgaven die is opgenomen in het akkoord. • Het accres voor 2026 e.v. is echter fors afgenomen doordat het rijk voornemens is om de financiële verhoudingen met de gemeenten te herzien. Het rijk heeft vooralsnog taakstellend een accres van 840 miljoen euro toegevoegd. Het rijk heeft aangegeven nog wel een vergoeding te zullen verstrekken voor nominale ontwikkelingen (oftewel voor loon- en prijscompensatie). Het gemeentefonds zal niet meer trap-op en trap-af gaan met de rijksuitgaven. Er is dus geen volume-component toegevoegd aan het accres vanaf 2026. Na alle commotie over het ‘ravijn’ voor de gemeentebegrotingen voor 2026 is nu een extern procesbegeleider aangesteld door het rijk. Deze moet uiterlijk eind juni 2022 adviseren zodat het kabinet voor het zomerreces kan besluiten. Een van de oplossingen die in beeld komt is de vergroting van het lokale belastinggebied.
• Het rijk laat de zogenaamde opschalingskorting, die ooit was bedoeld om gemeenten over te halen om te gaan fuseren maar uiteindelijk als generieke korting is doorgevoerd, vervallen in de jaren 2023, 2024 en 2025. Overigens was de korting al vervallen in 2020 tot en met 2022 om zo de gevolgen van Covid-19 te dempen. De totale korting van 975 miljoen euro vanaf 2026 (waarvan 300 miljoen euro al is opgenomen in de huidige uitkering uit het gemeentefonds) blijft echter gehandhaafd. Deze reeks is weergegeven in onderstaande tabel en is verwerkt in het resultaat van deze meicirculaire:
15
•
•
x 1.000 euro
2023
2024
2025
voordeel Enschede
4.161
5.549
6.975
Het rijk voegt vooralsnog alleen de gelden conform het advies van de commissie van wijzen toe voor de tekorten op de jeugdzorg voor 2023. Voor 2024 en verder zijn de extra jeugdgelden dus nog niet toegezegd. De toezichthouder heeft bij de Gemeentebegroting 2022 toegestaan dat gemeenten rekening mogen houden met 75% van de uitkomsten van de commissie. Het is op dit moment nog niet duidelijk welke bedragen ingeboekt mogen worden in de begroting voor 2024 en verder. De VNG voert overleg met de toezichthouders over de mogelijkheid om vooruitlopend op de toekenning van de extra middelen door het rijk wel 100% te kunnen ramen vanaf 2024 in de gemeentebegroting om zo de tekorten op de jeugdzorg te beperken. Anders moet hiervoor bezuinigd worden op andere gebieden om te komen tot een sluitende begroting. In 2023-2025 is jaarlijks 250 miljoen euro onttrokken aan het gemeentefonds om hiermee het Volkshuisvestingsfonds en de Woningbouwimpuls deels te financieren. Voor beide ontwikkelingen worden specifieke uitkeringen aan gemeenten verstrekt nadat een aanvraag door hen is gedaan.
Ad 2 – Hogere loon- en prijsontwikkeling Een belangrijke oorzaak van het sterk gestegen accres is een ophoging in de percentages voor loonen prijsstijgingen waarmee het Rijk rekent. Dit blijkt duidelijk uit onderstaande tabel waarmee de indexaties die gebruikt werden bij de startnota en nu bij de meicirculaire te vergelijken zijn. Omschrijving Startnota rijk Meicirculaire 2022
2022 2,2% 4,4%
2023 2,0% 3,1%
2024 2,3% 3,4%
2025 2,4% 3,3%
2026 2,4% 3,2%
Het Rijk geeft aan dat het van belang is dat gemeenten in hun meerjarenbegroting ook rekening houden met de loon- en prijsontwikkeling. De hogere inkomsten zijn immers onderdeel van het resultaat van deze circulaire en daarom moeten ook de hogere kosten voor lonen en prijzen opgenomen worden. De dotaties die in het verleden aan de stelpost loon- prijscompensatie zijn gedaan om de inflatie op te vangen, zijn te laag geweest. Oorzaak hiervoor is dat gerekend is met te lage percentages (met dergelijke inflatiecijfers is in het verleden geen rekening gehouden) en dat die percentages zijn doorgerekend op een te kleine omvang van bedragen. Op basis van de begroting 2022 is een nieuwe doorrekening gemaakt (op basis van door het Rijk afgegeven percentages) en wordt nu een extra toevoeging gedaan aan het budget voor loon- en prijscompensatie die als volgt is opgebouwd:
16
Naast de hogere indexaties waarmee is gerekend zijn ook integratie-uitkeringen voor Voogdij 18+, inburgering en 2 onderdelen van participatie (Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding) aan het algemene deel van het gemeentefonds toegevoegd. We krijgen dan niet meer via de integratie uitkering een vergoeding voor loon- en prijsontwikkelingen in deze uitkering. Dat loopt nu via het accres voor de algemene uitkering. Dat betekent dat de basis waarover wij loon- en prijscompensatie bepalen groter wordt en dus ook vanaf 2023 voor deze budgetten loon- en prijscompensatie gereserveerd moet worden. Dit nemen we mee in de herijking van de dotaties die nodig zijn voor de stelpost loon- en prijscompensatie. Tot en met 2022 keert het rijk separate indexatie uit voor de integratie-uitkeringen. Ad 3 - Herijking gemeentefonds Ondanks tegenstand vanuit gemeenten is de herijking van het gemeentefonds doorgevoerd door het rijk. De weerstand kwam voort uit de tekorten voor o.a. de jeugdzorg maar ook waren er vraagtekens bij de uitlegbaarheid van de herverdeeleffecten. De oproep aan het rijk was om niet de huidige omvang van het gemeentefonds te herverdelen maar eerst het fonds te vergroten. Enschede is in het traject van de herverdeling altijd voorstander van invoeren geweest. Het huidige model werkt namelijk al jaren in het nadeel van Enschede.
Het rijk is van mening dat de huidige verdeling te verouderd is en dan met name de verdeling van de middelen voor het sociaal domein alsook de centrumfunctie. Besloten is tot een beperking van de financiële effecten van de herijking en een beheerst ingroeipad. Het ingroeipad beslaat 3 jaren waarbij 7,50 euro per inwoner wordt verrekend in 2023 en daarna maximaal 15 euro per inwoner in 2024 en 2025. Het maximale voor- c.q. nadeel bedraagt dus (cumulatief) 37,50 euro per inwoner. Overigens ontvangen een aantal gemeenten met een beperkte financiële draagkracht een aangepast ingroeipad. Vanuit de eerdere indicaties van de gevolgen van de herijking bleek eerst een nadeel en daarna een voordeel voor Enschede. Uiteindelijk blijkt uit de meicirculaire 2022 dat sprake is van een totaal voordeel van 44 euro per inwoner. Gegeven het ingroeipad en de maximering op 37,50 euro per inwoner vertaald zich dit voor Enschede naar de volgende reeks (die reeds is meegenomen in de uitkomsten van de meicirculaire hierboven): x 1.000 euro Voordeel Enschede
17
2023 1.198
2024 3.594
2025 5.990
2026 5.990
Hierbij moet opgemerkt worden dat het rijk heeft aangekondigd dat een aantal zaken nader worden onderzocht in de komende jaren om tegemoet te komen aan een aantal kanttekeningen die de Raad van Openbaar Bestuur plaatste bij de uitkomsten van de herijking. Hiertoe is een gezamenlijke onderzoekagenda opgesteld met betrokkenheid van de VNG en ROB. Een aantal onderdelen van de herijking zijn daarom nu ook niet doorgevoerd; zoals 90% verevening van de OZB-inkomsten in plaats van de huidige 70% voor niet-woningen en 80% voor woningen. De ROB heeft ook opgemerkt dat met name studentensteden en centrumsteden in de nieuwe verdeling er wel erg veel op vooruit lijken te gaan en daarom wordt ook specifiek op deze thema’s nog nader onderzoek gedaan. Mogelijk dat in de toekomst dus nog bijstellingen gaan plaatsvinden op het verdeelmodel. Verwerking en gevolgen middelenkader Het positieve resultaat voor 2022 is verwerkt in de Tussenrapportage 2022. Het resultaat voor 2023 e.v. wordt verwerkt in de Gemeentebegroting 2023. In de Financiële foto 2022 was al een indicatieve uitkomst van de Maartbrief opgenomen. Zo was o.a. al rekening gehouden met het vervallen van de opschalingskorting. Deze wordt nu vervangen door daadwerkelijke uitkomsten van deze circulaire. In onderstaand middelenkader ontbreekt nog de doorrekening van het coalitieakkoord.
Uit het bovenstaande blijkt dat de meicirculaire 2022 voor de jaren 2023 tot en met 2025 zorgt voor ruimte in het middelenkader die echter incidenteel is. Deze voordelen kunnen dan ook niet ingezet worden op structurele knelpunten die bijvoorbeeld vragen om meer personeel. Vanaf 2026 resteert structureel nog een nadeel terwijl hier nog sprake is van de openstaande taakstellingen. Taakmutaties In het resultaat zijn opgenomen de nieuwe taakmutaties en decentralisatie-uitkeringen alsook de nodige mutaties op bestaande uitkeringen. In de onderstaande tabel zijn deze opgenomen: Omschrijving (x 1.000 euro)
2023
2024
2025
2026
Nieuwe taakmutaties en uitkeringen: Valpreventie bij ouderen (coalitieakkoord)
-106
-157
Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (coalitieakkoord) Extra capaciteit boa's
Mutatie bestaande taakmutaties en uitkeringen:
18
58
58
-157
-166
-996
-996
58
58
Versterking dienstverlening gemeenten: Systeemleren Jeugdzorg
46
46
46
46
3.707
Inburgering overheveling vanuit IU
5
-15
-36
-44
Participatie: Overheveling Wajong vanuit IU
15
32
46
68
Participatie: Overheveling regulier werk vanuit IU
61
104
173
231
Voogdij 18+
383
383
383
383
Participatie
901
807
892
792
2.366
2.364
2.361
2.358
Maatschappelijke opvang
-69
-69
-69
-69
Armoedebestrijding kinderen
-27
-27
-27
-27
Vrouwenopvang (kind- en gezinsbescherming)
617
617
617
-18
7.958
4.143
3.292
2.615
Beschermd wonen
Totaal
Toelichting op de nieuwe uitkeringen: • Valpreventie bij ouderen: als kostenbesparende preventiemaatregel is een taakstellende besparing opgelegd aan de gemeenten. Deze besparingen moeten komen uit o.a. het opschalen van beweegprogramma’s voor ouderen. • Eigen bijdrage huishoudelijke hulp: het rijk gaat werken aan een aanpassing van de eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp in de WMO. Deze aanpassing vraagt om een wetswijziging. Daarom is 1 januari 2025 de beoogde ingangsdatum. • Extra capaciteit boa’s: naar aanleiding van de motie Hermans is 200 miljoen euro vrijgemaakt voor handhaving en veiligheid. In de circulaire wordt in totaal 13 miljoen euro vrijgemaakt voor de capaciteit van boa’s in de openbare ruimte. Toelichting bestaande uitkeringen: • Versterken dienstverlening - systeemleren: vanaf 2023 wordt in totaal 5 miljoen euro toegevoegd aan het budget voor gemeenten om hiermee structurele maatregelen te nemen zodat beleid en uitvoering naar aanleiding van de kindertoeslagaffaire. • Jeugdzorg: Het rijk voegt vooralsnog alleen de gelden conform het advies van de commissie van wijzen toe voor de tekorten op de jeugdzorg voor 2023. De toezichthouder heeft voor de Gemeentebegroting 2022 toegestaan dat al rekening gehouden wordt met 75% van de uitkomsten van de commissie. Deze raming is in mindering gebracht op het nu toegekende budget.
• Inburgering en Participatie Wajong en regulier werk: deze integratie-uitkeringen gaan vanaf 2023 over naar de algemene uitkering. Uit de verrekening via de algemene uitkering blijkt een afwijking die wordt verrekend met het beschikbare budget. • Voogdij 18+: De gehele integratie-uitkering gaat over naar de algemene uitkering. In 2022 is nog een prijs- en loonindexatie toegevoegd aan het budget. Deze geldt ook structureel voor 2023 e.v. • Armoedebestrijding kinderen: de budgetten zijn geactualiseerd op basis CBS-gegevens. • Vrouwenopvang: voor 2023 e.v. wordt, in navolging van 2022, in totaal 20 miljoen euro toegevoegd in het kader van kind- en gezinsbescherming. Daarnaast is ook is sprake van een
19
•
20
actualisatie van de maatstaven voor de verdeling van het objectieve verdeelmodel voor vrouwenopvang. De toevoegingen aan Voogdij 18+, participatie, beschermd wonen en maatschappelijke opvang betreffen de loon- en prijsbijstelling voor 2022 alsook volume-mutaties die structureel doorwerken naar 2023 e.v..