Treasurystatuut 2023
Tekst van het document
TREASURYSTATUUT 2023
1
INHOUDSOPGAVE INLEIDING
3
1.TREASURYSTATUUT GEMEENTE ENSCHEDE
5
2. MEMORIE VAN TOELICHTING
11
BIJLAGE 1: VERKLARENDE WOORDENLIJST
17
BIJLAGE 2: BELEIDSREGELS PUBLIEKE TAAK LENINGEN EN GARANTIES GEMEENTE ENSCHEDE 2023
21
2
INLEIDING In de raadsvergadering van 31 januari 2022 is de geactualiseerde financiële verordening vastgesteld. In deze verordening is ten aanzien van treasury opgenomen: Artikel 16. Financiering 1. Het college biedt ten minste elke vier jaar een treasurystatuut aan. Het statuut wordt door de raad vastgesteld. 2. In het treasurystatuut wordt aandacht besteed aan: a. doelstellingen, uitgangspunten, richtlijnen en limieten treasury; b. taken en bevoegdheden treasury; c. verantwoordingsrelaties en bijhorende informatievoorziening. 3. In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college ten minste de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. Het vorige treasurystatuut is vastgesteld in 2018. Daaropvolgend behoorde een geactualiseerd statuut in 2022 te worden vastgesteld. Het voorliggende statuut krijgt 2023 als jaar mee omdat deze op 6 maart 2023 wordt vastgesteld door de raad omdat anders de regelgeving uit het statuut met terugwerkende kracht ook gelden voor 2022.. Een volgend statuut zal aan de raad worden aangeboden over 3 jaren, dus in 2026 om zo weer aansluiting te verkrijgen met de bepalingen uit de financiële verordening. In de vorige versies van het treasurystatuut zaten een aantal (sub)artikelen met inhoud die aansluiten op wettelijke bepalingen.
Deze onderdelen liggen al vast in de wet- en regelgeving en zijn niet meer opgenomen. In het statuut worden de uitgangspunten en het beleid van de gemeente opgenomen in afwijking, aanvulling of beperking van die regels. In de memorie van toelichting is een uitgebreide toelichting op de wet- en regelgeving opgenomen. In dit herziene treasurystatuut is geen sprake van wijzigingen in externe regelgeving. Wel zijn de nodige interne regels aangepast, zijnde: ▪ Vanuit het Treasurystatuut 2018 was het mogelijk, na consultatie van de raad, om derivaten (zoals renteswaps, in te zetten bij het aantrekken van financiering. Besloten is om hier helemaal van af te zien aangezien de risico’s van deze instrumenten moeilijk zijn te overzien. De gemeente kan tegen scherpe tarieven vast- of variabel-rentend lenen zonder hierbij moeilijke constructies in te zetten. ▪ De regels rondom het uitzetten van overtollige middelen worden beperkt uitgebreid. Gezien de lage en zelfs negatieve rentestand gedurende vele jaren, was er geen aanleiding om middelen anders uit te zetten dan op de bankrekening of bij de schatkist. Met de oplopende rentestanden wordt het echter wel interessant om overtollige middelen langer uit te zetten om zo een hogere rente te genereren.
Om de risico’s maximaal te beperken wordt dit ingeperkt tot alleen de optie om gelden langer uit te zetten bij de schatkist (ministerie van financiën). We opteren er niet voor ook uit te lenen aan overige partijen zoals mede-overheden of banken. ▪ De kwartaalrapportages van het rentecomité aan het college komen te vervallen. Het college begrenst haar bevoegdheden door het opnemen van limieten voor kredieten in rekening-courant, en aantrekken langlopende leningen in de financieringsparagraaf in de gemeentebegroting. In de gemeenterekening wordt vervolgens gerapporteerd over het al dan niet overschrijden van de limieten. Het rentecomité blijft de limieten regulier monitoren en vergadert minimaal eens per kwartaal waarbij over de voortgang wordt gerapporteerd aan de wethouder financiën. Het college zal de raad meteen informeren als tussentijds sprake is van overschrijding van de limieten en hierbij aangeven welke acties zijn ondernomen. ▪ De beleidsregels publieke taak leningen en garanties zijn op enkele punten aangepast, zijnde:
3
▪ Het minimale bedrag voor een aanvraag van een garantie en lening is verhoogd van 7.500 euro naar 15.000 euro. Uit de praktijk is gebleken dat doorgaans de aanvragen liggen tussen 25.000 euro en 100.000 euro. Overigens hanteert het Waarborgfonds van de Sport geen minimumbedrag voor garanties en duurzaamheidsleningen. ▪ De verplichtingen na het verstrekken van een garantie of lening zijn aangescherpt. Zo is nu voor garanties en leningen met een omvang van meer dan 250.000 euro nu een jaarrekening met accountantsverklaring verplicht (en is een samenstellingsverklaring niet voldoende). Bij de controle van de gemeenterekening wordt een controleverklaring verwacht door de accountant bij deze grotere uitzettingen. ▪ Een aantal onderdelen van de beleidsregels publieke taak leningen en garanties zijn niet gewijzigd: ▪ De voorkeur is nog steeds om garanties te verstrekken en slechts duurzaamheidsleningen aan sportverenigingen te verstrekken. Dit ondanks de aangescherpte eisen van de BNG Bank die vanuit het hen opgelegde toezicht nu alleen nog garanties verstrekken van minimaal 1 miljoen euro waarbij de tegenpartij een minimale solvabiliteit van 10% moet hebben. In de praktijk blijkt dat partijen die een aanvraag doen voor een garantstelling van meer dan 1 miljoen euro een voldoende financiële positie bezitten.
Daarnaast lenen sportverenigingen tegenwoordig vaak bij de Stichting BNG Duurzaamheidsfonds (voor financieringen van minder dan 500.000 euro) die dergelijke eisen niet stelt maar wel uitgaat van een positieve beoordeling van de Stichting Waarborgfonds Sport. ▪ Bij garanties en leningen met een omvang van meer dan 250.000 euro zal het college eerst instemming vragen van de raad voordat de aanvraag wordt goedgekeurd. Bij dergelijke voorstellen zal een second opinion zijn opgenomen over de risico’s zoals ook al gebruikelijk was bij de grote aanvragen uit de afgelopen jaren. In dit statuut staan vele vaktermen vermeld. In bijlage 1 is daarom een verklarende woordenlijst opgenomen waarin de schuin gedrukte woorden uit het statuut worden toegelicht.
4
1.TREASURYSTATUUT GEMEENTE 2023 ENSCHEDE ALGEMEEN ARTIKEL 1 DOELSTELLINGEN TREASURYBELEID De doelstellingen van het treasurybeleid van de gemeente zijn: a. het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden met als doel het uitvoeren van de gemeentelijke taken binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting; b. het verzekeren van een duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; c. het beschermen van de gemeentelijke vermogens en resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; d. het optimaliseren van renteresultaten binnen de kaders van de wet fido, aanvullende regelgeving en de voorschriften die in dit statuut zijn opgenomen; e. het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. ARTIKEL 2 UITGANGSPUNTEN RISICOBEHEER TREASURYFUNCTIE Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten voor de treasuryfunctie: 1. Het voorzichtigheidsbeginsel wordt breed toegepast door de treasuryfunctie. 2. De gemeente kan uit hoofde van de publieke taak leningen of garanties verstrekken aan derden maar neemt hierbij in beginsel een terughoudende opstelling in. 3.
De gemeente vraagt ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen op bij het aantrekken van financieringen of voor het doen van uitzettingen voor zover er geen overeenkomst bancaire dienstverlening in deze met de huisbankier is afgesloten. 4. Overeenkomsten voor het aangaan van financieringen, het uitzetten van middelen en het verlenen van garanties luiden uitsluitend in euro’s om valutarisico’s uit te sluiten.
FINANCIERING EN GARANTIES ARTIKEL 3 BEPERKING OMVANG GEMEENTELIJKE FINANCIERING Er worden grenzen aan het treasurybeleid gesteld door: 1. Slechts financieringen aan te trekken voor investeringen. Er worden geen financieringen aangetrokken ter financiering van de reguliere gemeentelijke exploitatie-uitgaven. 2. Te bepalen dat de omvang van de opgenomen leningenportefeuille kleiner moet zijn dan de balanswaarde van de materiële vaste activa en de verkoopbare financiële vaste activa. 3. Te bepalen dat de begrote (netto) rentelasten niet meer dan 3% van het begrotingstotaal bedragen. ARTIKEL 4 RICHTLIJNEN EN LIMIETEN EXTERNE FINANCIERING 1. In een lange financieringsbehoefte wordt pas voorzien als de netto-vlottende schuld een omvang bereikt die gelijk is aan de kasgeldlimiet van de Wet fido, waarbij rekening is gehouden met de toegestane tijdelijke overschrijding van de limiet. Hiervan kan worden afgeweken als: a. De rente op vaste schuld lager is dan de rente voor vlottende schuld en een lange financiering dus voordeliger is dan korte financiering. Er is dan sprake van een inverse rentestructuur. b. Uit de liquiditeitsprognose blijkt dat binnen afzienbare tijd geconsolideerd zal moeten worden en de rentevisie stijgend is. Het nu aantrekken van de lange financiering is voordeliger dan het wachten tot later met het risico dat de rente dan is gestegen.
5
c.
2. 3.
4. 5.
6.
Er redenen zijn om voor een specifiek investeringsproject een projectfinanciering aan te trekken om zo de projectrente te fixeren. In de korte termijn financieringsbehoefte ter afdekking van de netto-vlottende schuld wordt voorzien door het inzetten van rekeningen courant, daggeldleningen dan wel kasgeldleningen. In een lange financieringsbehoefte wordt voorzien door een of meer leningen aan te trekken, met een zodanige rente-typische looptijd dat het renterisico op de leningenportefeuille voor de komende jaren binnen de renterisiconorm conform de Wet fido komt of blijft. Goede spreiding in omvang als looptijden portefeuille leningen… Toegestane leningvormen zijn: a. onderhandse geldleningen b. Medium Term Notes Vervroegde aflossing van leningen door het college kan plaatsvinden als de voordelen hiervan aantoonbaar hoger zijn dan de boete die moet worden voldaan bij vervroegde aflossing.
ARTIKEL 5 AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN Het gebruik van afgeleide financiële instrumenten (derivaten) is niet toegestaan. ARTIKEL 6 RICHTLIJNEN EN LIMIETEN UITZETTINGEN De verplicht bij ’s Rijks schatkist aan te houden overtollige liquide middelen kunnen bij de schatkist op een deposito worden gezet met een looptijd tussen 1 week of 12 maanden, om zo een hoger rendement te genereren. Dit enkel onder de voorwaarde dat uit de liquiditeitsprognose blijkt dat deze middelen langere tijd niet hoeven te worden ingezet. ARTIKEL 7 GEMEENTEGARANTIES EN GEMEENTELENINGEN 1. De gemeente is beperkt bereid borg te staan en beperkt leningen te verstrekken in het kader van duurzaamheid conform de beleidsregels publieke taak leningen en garanties gemeente Enschede. Bij besluiten die niet binnen de beleidsregels vallen, vraagt het college vooraf instemming van de raad. 2. De gemeente verstrekt achtervang aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw in het kader van leningsverstrekking aan de woningcorporaties. 3. Bij het aangaan van leningen of garanties bedingt het college zo veel mogelijk zekerheden. 4. Het bij een lening- of garantieverstrekking betrokken programma-onderdeel is budgettair verantwoordelijk voor de gevolgen van het niet of te laat nakomen van de betalingsverplichtingen. 5.
Bij elk besluit tot leningverstrekking stelt het college, op voordracht van het rentecomité, het verschuldigde rentetarief vast. Dit rentetarief wordt gebaseerd op het rentetarief van een gelijksoortige lening bij de Bank Nederlandse Gemeenten ten tijde van de indiening van het collegevoorstel en wordt als regel verhoogd met een opslag voor administratiekosten en eventueel een opslag voor marktconformheid. 6. Indien van toepassing stelt het college, op voordracht van het rentecomité, bij een gemeentegarantie het opslagpercentage voor marktconformheid vast. ARTIKEL 8 FINANCIERINGSRELATIE TUSSEN CONCERN EN OVERIGE ORGANISATIEONDERDELEN 1. Jaarlijks wordt door het rentecomité het omslagrentepercentage bepaald bij de begroting conform artikel 12, lid 4 uit de financiële verordening 2022. Het percentage voor de omslagrente wordt bepaald conform de voorgeschreven methode uit de BBV-richtlijnen. 2. Over de balanswaarde per 1 januari van enig boekjaar is het omslagrentepercentage verschuldigd aan het concern over de materiële en financiële vaste activa als ook over de activa in uitvoering. 3. In principe wordt gewerkt met totaalfinanciering. In afwijking hiervan het vorige lid kan de raad bepalen op voordracht van het rentecomité dat aan investeringsprojecten een daadwerkelijk aangetrokken financiering op maat met een andere rente dan het omslagrentepercentage wordt gekoppeld. 6
4. Jaarlijks wordt door het rentecomité de rente grondexploitaties bepaald die in rekening wordt gebracht over de bouwgronden in exploitatie (BIE) conform de voorgeschreven methode uit de BBV-richtlijnen. 5. Over de balanswaarde per 1 januari van enig boekjaar is de rente grondexploitaties verschuldigd aan het concern over de bouwgronden in exploitatie (BIE).
GELDSTROMENBEHEER ARTIKEL 9 LIQUIDITEITSBEHEER 1. De gemeente beperkt haar liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een liquiditeitsprognose van minimaal 1 jaar én liquiditeitsplanning van minimaal 4 jaren. 2. Ten einde de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren is er sprake van concentratie van liquiditeiten binnen één saldo- en rentecompensatiecircuit bij de huisbankier. ARTIKEL 10 BETALINGSVERKEER 1. Ten einde de verwerkingskosten te minimaliseren loopt het betalingsverkeer van de gemeente in beginsel alleen over bij de huisbankier aangehouden rekeningen. 2. Iedere betaaltransactie wordt door minimaal twee functionarissen uitgevoerd (het vier-ogenprincipe).
RELATIEBEHEER ARTIKEL 11 RELATIEBEHEER 1. De treasuryfunctie onderhoudt namens de gemeente de contacten met de huisbankier en andere financiële instellingen en bemiddelaars over hun tarieven, producten en diensten. 2. Financiële instellingen dienen onder Nederlands toezicht, zoals De Nederlandse Bank en de Verzekeringskamer, te vallen of onder vergelijkbaar toezicht vanuit de lidstaten. 3. Bemiddelaars dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markt (AFM).
VERANTWOORDELIJKHEDEN EN BEVOEGDHEDEN ARTIKEL 12
VERANTWOORDELIJKHEDEN EN TAKEN
Functie De gemeenteraad
College van Burgemeester en Wethouders
Concerncontroller
Verantwoordelijkheden en taken • Vaststellen treasurybeleid vervat in het treasurystatuut. • Vaststellen paragraaf financiering in begroting inclusief de limieten voor de kredieten in rekening-courant en aan te trekken vaste schuld. • Vaststellen paragraaf financiering in jaarrekening inclusief verantwoording over de limieten voor de kredieten in rekening-courant en aan te trekken vaste schuld. • Goedkeuren van te verstrekken garanties en leningen die niet vallen binnen de beleidsregels (zie artikel 7). • Uitvoeren van het treasurybeleid zoals vastgelegd in treasurystatuut tezamen met de paragraaf financiering (formele verantwoordelijkheid). • Vaststellen van nadere richtlijnen, waartoe ook de beleidsregels voor het verstrekken van leningen en garanties behoren, binnen kaders van dit statuut. • Integraal verantwoordelijk voor feitelijke uitvoering van en sturing op treasurybeleid en het betalingsverkeer. • Voeren van ‘control’ op de treasuryfunctie.
7
Rentecomité (concernstaf) Treasuryfunctie (concernstaf)
Finance & Control (F&C)
• • • • • • • • • • • •
Programma(controller)
• • •
IT
• •
Externe accountant
ARTIKEL 13
•
Besluiten over financieringstransacties onder mandaat van B&W. Adviseren/monitoren van de treasury-activiteiten. Vaststellen diverse rentepercentages zoals o.a. omslagrente. Ontwikkelen en herijken van de financieringsstrategie van de gemeente. Initiëren van financieringstransacties. Voeren van ‘control’ op vastleggen gegevens van leningen en garanties. Monitoren van de limieten zoals vastgelegd in de paragraaf financiering. Geven van aanwijzingen aan F&C inzake het betalingsverkeer. Relatiebeheer met financiële instellingen. Verantwoordelijk voor feitelijke inrichting en uitvoering van het betalingsverkeer. Registreren van opgenomen en verstrekte leningen en garanties. Verzorgen van betalen van rente en aflossing van opgenomen geldleningen. Innen van rente- en aflossingsverplichtingen op verstrekte geldleningen. Opstellen besluiten tot lening- of garantieverstrekking. Aanleveren informatie voor liquiditeitenprognose en -planning op verzoek van treasuryfunctie. Voeren van het functioneel applicatiebeheer ten aanzien van het elektronisch betalingsverkeer en de leningenapplicatie. Coördineren van het toekennen van decentrale autorisaties ten aanzien van het elektronisch betalingsverkeer en de leningenapplicatie. In het kader van de reguliere controletaak adviseren en controleren van de treasuryfunctie.
BEVOEGDHEDEN
Taak Autorisatie Financiering (zie artikel 4 en artikel 5 Treasurystatuut) Het aantrekken van daggeld en College B&W kasgeld-leningen (looptijd < 1 jaar). Aantrekken van leningen College B&W (looptijd >= 1 jaar). Benutten van vervroegde College B&W aflossingen en renteherzieningen. Uitzettingen (zie artikel 6 Treasurystatuut) Verrichten van kortlopende College B&W uitzettingen (looptijd < 1 jaar) bij de schatkist.
Uitvoering
Registratie
Control
Rentecomité
F&C
Treasuryfunctie
Rentecomité
F&C
Rentecomité
F&C
Treasuryfunctie Treasuryfunctie
Rentecomité
F&C
Concerncontroller
F&C
Concerncontroller
F&C
Rentecomité
Verstrekte garanties en leningen (zie artikel 7 Treasurystatuut) Verstrekken van garanties en College B&W Treasuryleningen functie/ programma Liquiditeitsbeheer (zie artikel 9 Treasurystatuut) Bankrekeningen Concerncontroller Treasuryopenen/sluiten/wijzigen functie
8
Vaststellen/wijzigen bankcondities bij huidige bankrelaties. Aangaan nieuwe bankrelaties.
Concerncontroller
Treasuryfunctie
F&C
Rentecomité
College B&W
Treasuryfunctie
F&C
Concerncontroller
Betalingsverkeer (zie artikel 10 Treasurystatuut) Verrichten betaalopdrachten. Concerncontroller
F&C
F&C
Selecteren betaalinstrumenten
Concerncontroller
F&C
F&C
Autorisaties verstrekken voor verrichten betaaltransacties
Concerncontroller
IT
IT
Treasuryfunctie Treasuryfunctie Treasuryfunctie
INFORMATIEVOORZIENING ARTIKEL 14
OPERATIONELE EN VERANTWOORDINGSINFORMATIE
Informatie Treasurystatuut Paragraaf financiering
Informatieverstrekker Treasuryfunctie Treasuryfunctie
Informatieontvanger Gemeenteraad Gemeenteraad
Frequentie 1x per 4 jaar 2x per jaar, begroting en jaarrekening
Rapportage overschrijding limiet(en) Besluit tot lening en/of garantieverstrekking
Treasuryfunctie
variabel
Voortgangsrapportage treasury Analyse leningen- en garantieportefeuille
Treasuryfunctie Treasuryfunctie
College van B&W, Gemeenteraad College van B&W (eventueel gemeenteraad) College van B&W/gemeenteraad Rentecomité.
Liquiditeitenprognose en planning
Treasuryfunctie
Rentecomité
Transactiebesluit
Treasuryfunctie
Rentecomité
Programma/treasuryfunctie
variabel
Onderdeel van de P&C-cyclus. Minimaal 1x per kwartaal besproken in overleg rentecomité Minimaal 1x per maand geactualiseerd, minimaal 1x per kwartaal besproken in overleg rentecomité variabel
SLOTBEPALINGEN ARTIKEL 15 RECHTSPOSITIE TREASURYSTATUUT Het treasurystatuut is geschreven als uitwerking van artikel 16 uit de Financiële Verordening 2022 zoals vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad op 31 januari 2022.
9
ARTIKEL 16 ONVOORZIENE OMSTANDIGHEDEN EN HARDHEIDSCLAUSULE In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist de raad. De raad kan afwijken van de bepalingen van deze verordening. ARTIKEL 17 INWERKINGTREDING Dit Treasurystatuut treedt in werking na vaststelling door de gemeenteraad in haar vergadering van 6 maart 2023 en vervangt het Treasurystatuut 2018.
10
2. MEMORIE VAN TOELICHTING In deze memorie van toelichting wordt het wettelijke kader voor de treasuryfunctie van de gemeente kort beschreven. Het Treasurystatuut 2023 is opgesteld met als aanname dat aan de wettelijke verplichtingen en opgelegde randvoorwaarden wordt voldaan.
2.1
WETTELIJK KADER
Het wettelijke kader aangaande treasuryfunctie betreft een drietal wetten namelijk: 1. de Gemeentewet 2. Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten (BBV) 3. de Wet financiering en decentrale overheden (fido) en daaruit voortvloeiende regelingen. Ad 1: Gemeentewet In de Gemeentewet staat ten aanzien van treasury het volgende: ▪ Artikel 212 van de Gemeentewet stelt dat een verordening moet worden opgesteld waarin o.a. de regels voor de treasuryfunctie zijn opgenomen. In dit Treasurystatuut is de verdere uitwerking van de in de Financiële verordening opgenomen regels met betrekking tot de treasuryfunctie opgenomen. ▪ In artikel 160, lid 1e is opgenomen dat het college bevoegd is tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten. Het college is daarom verantwoordelijk voor een deugdelijke uitvoering van het treasurybeleid en -functie. ▪ In artikel 169, lid 4 is hier wel een beperking op aangebracht. Het college behoort geen besluiten te nemen aangaande privaatrechtelijke handelingen indien de raad daarom verzoekt of het besluit ingrijpende gevolgen heeft voor de gemeente. In dit geval moet de raad in staat zijn om vooraf wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
▪ Vervolgens is in artikel 171 opgenomen dat de burgemeester de gemeente in en buiten rechte vertegenwoordigen maar deze bevoegdheid ook over kan dragen aan een door hem aan te wijzen persoon. Ad 2: Besluit Begroting en Verantwoording In het BBV zijn een aantal zaken vermeld ten aanzien van de treasuryfunctie, zijnde: ▪ De verplichting tot het opstellen van een paragraaf financiering in zowel de begroting als de jaarrekening staat in artikel 9, lid 2d en artikel 26 van het Besluit begroting en verantwoording en (BVV). ▪ In artikel 13 is opgenomen dat de paragraaf betreffende de financiering in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille bevat en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Daarnaast zijn de notitie rente en de notitie grondexploitatie van de commissie BBV van toepassing op de interne renteverrekening. In deze notities is opgenomen hoe het omslagrentepercentage c.q. de rente voor bouwgronden in exploitatie dient te worden berekend. Voor het omslagpercentage geldt dat herrekening volgt als het renteresultaat in de jaarrekening meer dan 0,5% afwijkt van het begrote resultaat.
Bij de rente grondexploitaties geldt dat bij de berekening altijd sprake is van het werkelijke gemiddelde rentepercentage van de gemeente in de jaarrekening. Ad 3: Wet fido De meeste regels rondom de treasuryfunctie bij de gemeente zijn vastgelegd in de Wet fido (Financiering Decentrale Overheden). Daarnaast gelden, als uitvloeisel van de Wet fido: ▪ De uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden. ▪ De regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden die is aangescherpt naar aanleiding van de problemen met de beleggingen in IJsland uit het najaar van 2008. In 2014 zijn deze regels verder 11
aangescherpt mede als gevolg van de Vestia-affaire. De regeling schatkistbankieren decentrale overheden waarin de spelregels zijn vastgelegd ten aanzien van het verplichte aanhouden van overtollige liquide middelen bij ’s Rijks schatkist. De hoofdzaken uit de Wet fido en bijbehorende regelingen zijn: ▪ De gemeente gaat slechts leningen aan, zet middelen uit of verleent garanties ten behoeve van de publieke taak. Decentrale overheden kunnen binnen het wettelijke kader zelf bepalen wat zij tot hun publieke taak rekenen. Wel wordt terughoudendheid van de decentrale overheden verwacht en zal door de toezichthouder worden gekeken of de gemeente degelijk motiveert waarom een activiteit tot zijn publieke taak wordt gerekend ▪ De gemeente hanteert slechts derivaten of zet slechts middelen uit, anders dan ten behoeve van de publieke taak, indien deze uitzettingen of derivaten een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Hierbij worden minimumeisen gesteld aan de tegenpartijen waarbij uitzettingen mogen worden gedaan. ▪ Het prudente gebruik van derivaten houdt in dat: ▪ De inzet van derivaten is slechts toegestaan voor het afdekken van financiële risico’s.
▪ Er moet sprake zijn van een gesloten positie dus de onderliggende waarde waarop het derivaat betrekking heeft, heeft gelijke modaliteiten (in omvang en looptijd) als de bijbehorende financieringsbehoefte of bijbehorende overtollige middelen. Het derivaat brengt geen groter risico met zich mee dan het risico dat ermee wordt afgedekt. ▪ Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. De kasgeldlimiet is opgenomen in de Wet fido ter beperking van het bedrag van de vlottende schuld waarover dagelijks renterisico wordt gelopen. Zo worden grote fluctuaties in de korte rentelasten vermeden. Bij een derde achtereenvolgende overschrijding wordt de toezichthouder op de hoogte gebracht tezamen met een plan om binnen de limiet te blijven in het lopende kwartaal. De toezichthouder kan ontheffing verlenen van de verplichting om onder de kasgeldlimiet te blijven. ▪ Het renterisico op de vaste schuld van de gemeente overschrijdt de renterisiconorm niet. Deze norm beoogt de beperking van het bedrag van de vaste schuld waarover op termijn renterisico wordt gelopen. De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de vaste schuld van de gemeente bij aanvang van het jaar. De toezichthouder geeft een aanwijzing als hieraan niet wordt voldaan.
Ook hier kan de toezichthouder ontheffing verlenen. ▪ Overtollige liquide middelen moeten, behoudens het drempelbedrag, worden aangehouden bij ’s Rijks schatkist. Het drempelbedrag bedraagt 0,75% van het begrotingstotaal bij decentrale overheden met een begrotingsomvang dat kleiner is dan 500 miljoen euro. Bij een groter begrotingstotaal dan 500 miljoen euro, bedraagt het drempelbedrag 3,75 miljoen euro plus 0,2% over het meerdere dat 500 miljoen euro te boven gaat. ▪ Aangezien vrijwel alle overtollig middelen belegd moeten worden bij ’s Rijks schatkist, zijn de regels ten aanzien van uitzettingen van gering belang geworden. Bij de schatkist bestaan echter wel mogelijkheden om een hogere rente te genereren aangezien gelden daarop depito’s kunnen worden gezet met een looptijd van 1 week tot 12 maanden.
2.3
TOELICHTING PER ARTIKEL
ARTIKEL 2 UITGANGSPUNTEN RISICOBEHEER TREASURYFUNCTIE Met de in artikel 2, lid 3 vermelde mantelovereenkomst wordt onder meer bedoeld het contract met de huisbankier waarmee afspraken zijn vastgelegd over daggeld- en kasgeldleningen. Voor dergelijke kortlopende leningen dient slechts een offerte bij de huisbankier opgevraagd te worden. Overigens is de gemeente niet verplicht deze leningen bij de huisbankier aan te trekken dus kan de treasuryfunctie altijd meerdere offertes opvragen.
12
ARTIKEL 3 BEPERKING OMVANG GEMEENTELIJKE FINANCIERING De regels zijn ongewijzigd ten opzichte van het vorige statuut: 1. Niet lenen voor in de exploitatierekening opgenomen reguliere uitgaven Uitgangspunt moet zijn dat de reguliere exploitatie moet kunnen worden betaald uit het lopende banksaldo, waarbij binnen de kasgeldlimiet gebleven moet worden. Voor jaarlijks terugkerende uitgaven, zoals lonen en onderhoudskosten, moet dus niet worden geleend. Bij een sluitende begroting zou hiervan ook geen sprake moeten zijn. 2. Omvang leningenportefeuille is te allen tijde kleiner dan de balanswaarde van de materiële vaste activa en de verkoopbare financiële activa. Deze spelregel is een uitvloeisel van spelregel 1. Overheden moeten slechts lenen voor rendabele investeringen (zijnde investeringen die worden geactiveerd). Dit betekent voor de gemeente dat de omvang van de leningenportefeuille nooit groter zou mogen zijn dan het totaal van materiële vaste activa op de balans en het deel van de financiële vaste activa die verkoopbaar zijn tegen minimaal de balanswaarde (zijnde de aandelen in het bezit van de gemeente). 3. De rentelasten bedragen niet meer dan 3% van het begrotingstotaal. De spelregels 1 en 2 zorgen nog niet automatisch voor een inperking van de groei van de leningenportefeuille en daarmee verdere uitholling van de balanspositie.
Daarnaast is het van belang dat het aandeel van de rentelasten in het begrotingstotaal niet te groot wordt. Dit belemmert de flexibiliteit van de begroting. Daarom wordt gesteld dat het aandeel van de rentelasten maximaal 3% bedraagt van het begrotingstotaal. De rentelasten in deze zijn de totale rentelasten van de kort- en langlopende financiering minus de rentebaten uit de verstrekte leningen (en sluit hiermee aan bij omvang rentelasten uit BBV-richtlijnen). Bij een overschrijding wordt hierover gerapporteerd middels de P&C-producten tezamen met de maatregelen die worden genomen ter inperking van de rentelasten. Met deze spelregels wordt voorkomen dat een te groot deel van de baten van de gemeente vastligt in financieringen. Daarmee houdt de gemeente flexibiliteit in de begroting om bij te kunnen sturen in geval van een financiële opgave. Overigens is naast deze spelregels nog sprake van de verplichte BBV-indicator netto-schuldquote (waarover wordt gerapporteerd in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing) die ook inzage biedt in de hoogte van de gemeentelijke schuld. ARTIKEL 4 RICHTLIJNEN EN LIMIETEN EXTERNE FINANCIERING De rente voor vlottende schuld is normaliter lager dan de rente op vaste schuld. Vandaar dat tot maximaal het bedrag van de kasgeldlimiet kort kan worden geleend alvorens tot consolidatie wordt overgegaan.
Bij het aantrekken van vaste schuld wordt gekeken naar de bestaande leningenportefeuille samen met de verwachte financieringsbehoefte die blijkt uit de liquiditeitsprognoses en -planningen. Er wordt bij het aantrekken van langlopende leningen gezorgd voor een spreiding van het renterisico. Dit betekent dat de leningenportefeuille een evenwichtig aflossingspatroon kent en het renterisico langjarig binnen de voorgeschreven renterisiconorm blijft. De Gemeente Enschede kan Medium Term Notes (MTN’s) uitgeven onder het programma ‘Ongelimiteerde Medium Term Note Programma Nederlandse Gemeenten’ dat in 1998 van start is gegaan. In de raad van 21 september 1998 heeft ingestemd met deelname van de Gemeente Enschede aan dit programma. Het voordeel van MTN’s kan zijn dat de rente lager is door de betere verhandelbaarheid van de notes ten opzichte van onderhandse geldleningen.
13
Vervroegde aflossing kan interessant zijn als: ▪ De huidige marktrente lager is dan de rente die nu wordt betaald. Indien de contante waarde van de resterende rentebetalingen van een lening tegen de huidige rente, dus de rente waartegen eventueel geherfinancierd kan worden, lager is dan de contante waarde tegen de contractrente dan is vervroegde aflossing interessant. Om de administratieve kosten te dekken, wordt als vuistregel gehanteerd dat het voordeel groter moet zijn dan te betalen boete. ▪ Er voldoende overtollige liquide middelen beschikbaar zijn om dure leningen af te kopen. Zo ontstaat er structurele ruimte in de begroting door het wegvallen van de bijbehorende rentelast. Daarentegen is een agio verschuldigd. Rapportage over een vervroegde aflossing wordt opgenomen in eerstvolgende P&C-product. Ook als instrument in te zetten op herstructurering van de leningenportefeuille bijvoorbeeld als de looptijd van de portefeuille zou moeten worden ingekort of verlengd. ARTIKEL 6 RICHTLIJNEN EN LIMIETEN UITZETTINGEN Alle overtollige liquide middelen boven het drempelbedrag worden automatisch overgeboekt naar de schatkist. Over het saldo bij de schatkist ontvangt de gemeente de zogenaamde dagrente (met overigens een minimum van 0% dus is geen sprake van betaling van een negatieve rente).
Als duidelijk is dat de middelen langere tijd in de schatkist zullen blijven staan dan gekozen worden om (een deel van) de middelen op een deposito te zetten om zo hogere rentebaten te verkrijgen. Aandachtspunt hierbij is wel dat een deposito niet tussentijds opvraagbaar is en de middelen niet voor einde van de afgesproken looptijd beschikbaar zijn. ARTIKEL 7 GEMEENTELENINGEN EN GEMEENTEGARANTIES Het aangaan van leningen en garanties is een bevoegdheid van het college. Door middel van de beleidsregels publieke taak leningen en garanties 2023, te vinden in bijlage 2, worden deze bevoegdheden door het college vrijwillig ingeperkt. Als een lening- of garantieverstrekking niet past binnen deze regels dan zal de raad om instemming worden gevraagd alvorens het college tot verstrekking overgaat. In de raadsvergadering van 7 februari 2000 is ingestemd met het voorstel om geen leningen meer te verstrekken aan woningcorporaties in het geval zij hiervoor borging kunnen krijgen van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Het argument dat de woningcorporaties via de gemeente voordeliger kunnen lenen, geldt tegenwoordig niet meer. Voor een lening met WSW-garantie geldt eenzelfde rentepercentage als voor een lening die de gemeente (door)verstrekt aan de woningcorporatie. In geval van borging door het WSW vormt de gemeente de zogenaamde achtervang.
Dit betekent dat in geval een corporatie niet aan haar betaalverplichtingen voldoet, het WSW de verplichtingen overneemt. Mocht het WSW niet over voldoende middelen beschikken om aan deze verplichtingen te voldoen dan pas wordt de gemeente aangesproken voor het gedeelte dat het WSW onvoldoende heeft. Overigens bezit het WSW een AAA-rating en is daarom uitermate kredietwaardig. De kans dat de gemeente op betaalverplichtingen wordt aangesproken is zeer gering. Per 1 augustus 2021 is de verdeling van de achtervang gewijzigd. De verdeling is nu verplicht op basis van de marktwaarde van het corporatiebezit binnen de gemeentegrenzen. Hierbij heeft de gemeente nu een algehele instemming verleent voor de achtervang en wordt niet meer door het college per jaarschijf en maximum per corporatie ingestemd zoals voorheen het geval was. Het rentetarief van een gemeentelijke lening is gebaseerd op het rentetarief dat de gemeente zelf voor een (vrijwel) soortgelijke geldlening zou hebben moeten betalen. De leningverstrekking is dan voor de gemeente in beginsel budgettair neutraal. In verband met die budgettaire neutraliteit is het noodzakelijk dat het rentetarief pas wordt vastgesteld ten tijde van de indiening van het conceptvoorstel aan raad of college. Hiermee wordt ook voorkomen dat er een achterhaald rentetarief in een voorstel is opgenomen terwijl de markrente al is gewijzigd. 14
Bij het verstrekken van een lening of garantie moet een toets op staatssteun worden uitgevoerd. Het is de gemeente niet toegestaan om een lening of garantie te verstrekken waarbij de tegenpartij een rentevoordeel verkrijgt. Bij een voordeel van minder dan 200.000 euro over een periode van 3 jaren valt de verstrekking mogelijk nog onder de zogenaamde de-minimisregeling. Bij een hoger voordeel is sprake van staatssteun en is het de gemeente slechts toegestaan om een lening of garantie te verstrekken tegen marktconforme tarieven. Dit houdt in dat het rentepercentage vergelijkbaar moet zijn met de rente die deze partij aan een andere geldgever zou betalen. De gemeente zal dan een opslag voor marktconformiteit in rekening moeten brengen. Ook bij het verstrekken van een garanties of borgstelling door de gemeente kan sprake zijn van een opslag of te betalen premie voor marktconformiteit. ARTIKEL 8 FINANCIERINGSRELATIE TUSSEN CONCERN EN OVERIGE ORGANISATIEONDERDELEN Het omslagrentepercentage en de rente grondexploitaties wordt jaarlijks berekend en vastgesteld door het rentecomité en opgenomen in de richtlijnen van de programmabegroting. Bij de jaarrekening volgt mogelijk een herrekening indien het omslagrentepercentage meer dan 0,5% afwijkt van de prognose die is opgenomen in de begroting, dit conform de BBV-regelgeving.
De rente grondexploitaties dient bij de jaarrekening gebaseerd te zijn op de daadwerkelijke rentelasten van de gemeente over het aflopen jaar. In uitzonderingsgevallen kan een investeringsproject in aanmerking komen voor een ander rentepercentage dan het omslagrentepercentage. Conform de aangescherpte BBV-regelgeving voor de bepaling van het omslagrentepercentage kan slechts sprake zijn van een afwijkend percentage indien ook daadwerkelijk financiering wordt aangetrokken ter afdekking van de gedefinieerde financieringsbehoefte. Als beleidslijn geldt echter dat de gemeente de methode van integrale financiering hanteert. Er bestaat geen één op één relatie tussen de externe financiering en investeringen. Projectfinanciering wordt slechts bij grote uitzondering toegepast. . Er wordt slechts nog rente toegerekend aan de voorziening van het grondbedrijf die echter zijn gevormd op basis van contante waarde. Door de rentetoevoeging heeft deze voorziening op einde looptijd de beoogde omvang die benodigd is ter afdekking van tekorten. ARTIKEL 9 LIQUIDITEITSBEHEER De tegoeden worden zo veel mogelijk bij de huisbankier geconcentreerd aangezien daar de meest gunstige tarieven in rekening worden gebracht c.q. worden vergoed. Dit alles om de kosten te minimaliseren.
ARTIKEL 10 BETALINGSVERKEER Periodiek wordt een evaluatie door de treasuryfunctie uitgevoerd ten aanzien van de kosten van het betalingsverkeer en wordt een aanbesteding van het betalingsverkeer uitgevoerd om te zorgen dat de kosten ook minimaal blijven. Het betalingsverkeer moet zodanig zijn ingericht dat aan de doelstelling van het minimaliseren van interne en externe verwerkingskosten wordt voldaan. Hiertoe kan de treasuryfunctie aanwijzingen geven en richtlijnen vaststellen betreffende het betalingsverkeer. ARTIKEL 12 VERANTWOORDELIJKHEDEN EN TAKEN De treasuryfunctie is ondergebracht bij de concernstaf. Het rentecomité is het centrale orgaan binnen de Gemeente Enschede inzake het rente- en treasurymanagement. ARTIKEL 13 BEVOEGDHEDEN In de kolom autorisatie staat vermeld wie tekenbevoegd is. In het geval het college van B&W vermeld staat als tekenbevoegd, betekent dit dat de burgemeester (of dienstdoende loco-burgemeester) de 15
bijbehorende documenten tekent. De kolom uitvoering geeft aan wie de taak daadwerkelijk verricht. Wie de administratie voert staat vermeld in de kolom registratie. En in de kolom control is opgenomen wie de registratie controleert. In de paragraaf financiering in de begroting worden door de raad de bevoegdheden ten aanzien van het aantrekken van kortlopende en langlopende schulden ingeperkt door het vaststellen van limieten in deze. Het college geeft haar bevoegdheden door aan het rentecomité door vaststelling van zorgvuldige opgestelde procedureafspraken waarbij onderscheid wordt gemaakt in het aantrekken van financieringen en het doen van uitzettingen. Deze mandatering is noodzakelijk om slagvaardig handelen op de geld- en kapitaalmarkten mogelijk te maken. De mandatering wordt verleend tot maximaal de vastgestelde limieten. In de procedureafspraken zijn o.a. zaken opgenomen zoals dat altijd van het rentecomité meekijken bij het afsluiten van transacties, wie onderdeel uitmaken van het rentecomité en hoe om te gaan met wel of geen meerderheid van stemmen in het rentecomité.
16
BIJLAGE 1: VERKLARENDE WOORDENLIJST Activa in uitvoering
Elk werk dat op balansdatum nog niet gereed is en voor eigen gebruik bestemd is.
Consolidatie
Het omzetten van korte financieringsmiddelen in lange financiering.
Contante waarde
Dit is de waarde van toekomstige (uit- en/of ingaande) geldstromen op het huidige tijdstip. Deze wordt berekend door de geldstromen te disconteren naar het huidige tijdstip tegen het nu geldende rentetarief.
Daggeld (callgeld)
Lening of deposito voor één dag tegen een vast rentepercentage.
Deposito
Niet-verhandelbare belegging bij een financiële instelling, waarbij een bedrag voor een vaste periode tegen een vast rentepercentage wordt weggezet.
Derivaten
Financiële instrumenten belichaamd in contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waarde afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices.
Drempelbedrag
Een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar dat niet belegd hoeft te worden bij ’s Rijks schatkist.
Externe financiering
Het aantrekken van middelen uit bronnen die buiten de organisatie liggen.
FinancieringsBehoefte
De behoefte om uit interne of externe bronnen vermogen aan te trekken voor de dekking van de vermogensbehoefte.
Financiële vaste Activa
Bezittingen van een gemeente waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode langer dan een jaar is vastgelegd. Het zijn de bezittingen die een gemeente die bestaan uit kapitaalgoederen zoals deelnemingen in andere organisatie, aandelen, langlopende verstrekte geldleningen en andere financiële vorderingen.
Geldmarkt
Financiële markt voor het aantrekken of uitzetten van gelden met een looptijd van minder dan 1 jaar.
Integrale financiering
Vorm van financiering waarbij de vermogensbehoefte van de organisatie als geheel wordt betrokken, in tegenstelling tot projectgewijze financiering.
Kapitaalmarkt
Financiële markt voor het aantrekken of uitzetten van gelden met een looptijd van langer of gelijk aan 1 jaar.
Kasgeldlening
Lening met een looptijd van maximaal 1 jaar tegen een vast rentepercentage en een aflossing ineens aan het einde van de looptijd.
Kasgeldlimiet
Een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar.
17
Koersrisico
Het risico dat voortvloeit uit de mogelijkheid dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.
Kredietrisico
Het risico dat voortvloeit uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie.
Materiële vaste activa
Bezittingen van een gemeente waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode langer dan een jaar is vastgelegd. Het zijn de bezittingen die een gemeente gebruikt voor de bedrijfsvoering, niet om te verkopen. Deze bezittingen zijn, in tegenstelling tot immateriële en financiële vaste activa, stoffelijk van aard.
Limiet
Een type richtlijn die de (uiterste) grens aangeeft van een bepaalde handeling, verantwoordelijkheid en/of bevoegdheid.
Liquide middelen
De direct opvraagbare financiële middelen van de organisatie.
Liquiditeitsrisico
Het risico dat verbonden is aan het onvoorzien ontstaan van tekorten op kortlopende geldmiddelen.
Mandaat
Het opdragen van taken en bevoegdheden. Degene die de taak overdraagt, blijft zelf verantwoordelijk. Mandaatverlening aan ondergeschikte ambtenaren is altijd mogelijk. Mandaatbesluiten hebben betrekking op de verdeling van interne bevoegdheden en behoeven niet openbaar gemaakt te worden.
Medium Term Note (MTN)
Verhandelbare schuldtitels aan toonder, met een minimum looptijd van twee jaar en een omvang van minimaal € 500.000. Maakt onderdeel uit van een medium term note programma.
Netto-vlottende schuld
Het gezamenlijk bedrag van: • de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van korter dan één jaar • de schuld in rekening-courant • de voor een termijn van korter dan één jaar ter bewaring in kas gestorte gelden van derden • overige geldleningen die geen onderdeel uitmaken van de vaste schuld; verminderd met het bedrag van: • de contante gelden in kas • de tegoeden in rekening-courant • de overige uitstaande gelden met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar.
Omslagrentepercentage
De rekenrente waarmee de betaalde rente wordt verdeeld over de bestaande investeringen in vaste activa.
Onderhandse
Schuldpapier op (middel)lange termijn dat niet genoteerd staat aan een
18
geldlening
beurs maar dat volledig op maat wordt afgesproken tussen geldgever en geldnemer. Vaak komen transacties tot stand met behulp van bemiddelaars.
Projectfinanciering
Vorm van financiering waarbij voor een enkel project de financiering wordt geregeld, in tegenstelling tot integrale financiering waarbij de gehele gemeentelijke financieringsbehoefte is betrokken.
Rating
Taxatie van de kredietwaardigheid van een financiële onderneming of een land, bepaald door een ratingbureau.
Rekening-courant
Lopende rekening tussen twee partijen waarop de onderlinge vorderingen of schulden staan vermeld.
Rentecomité
Het centrale orgaan binnen de Gemeente Enschede inzake het rente- en treasurymanagement.
Renterisico
Het risico dat voortvloeit uit de mogelijkheid dat in de toekomst de rentelasten van het vreemd vermogen hoger respectievelijk dat de renteopbrengsten van activa lager zullen zijn dan een bestuurlijk wenselijk geacht niveau, c.q. het in de meerjarenraming en begroting geraamde niveau.
Renterisiconorm
Een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de vaste schuld van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar.
Rentetypische looptijd
De looptijd tussen twee momenten waarop een tussentijdse aanpassing van de contractuele rente plaatsvindt.
Rentevisie
Toekomstverwachting over de ontwikkeling van de rente op basis waarvan een financierings- en uitzettingenbeleid wordt gevoerd.
Richtlijn
Een bindend voorschrift c.q. aanwijzing van een te volgen handelswijze.
Saldo rentecompensatie circuit
De debet- en credit saldi van meerdere rekeningen van een organisatie bij eenzelfde financiële instellingen worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo; en over dit gecombineerde saldo berekent de bank de te betalen of ontvangen rente.
Solvabiliteitsratio
De ratio geeft de verhouding aan tussen eigen vermogen en het balanstotaal en geeft inzicht in de mate waarin onze gemeente in staat is op de langere termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen.
Treasurybeleid
Bestaat uit de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie.
Treasuryfunctie
Omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheren van de financiële stromen en voorraad financiën van een organisatie, alsmede de daaruit voortvloeiende risico’s.
Uitzetting
Belegging in een vastrentende waarde.
19
Valutarisico
Het risico dat voortvloeit uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van hetgeen verwacht werd op het beslissingsmoment.
Vaste schuld
Schuldtitels met een looptijd van minimaal één jaar en één dag.
Vastrentende waarde
Vermogenstitels met een vaste renteopbrengst.
Vlottende schuld
Schuldtitels met een looptijd van maximaal één jaar.
20
BIJLAGE 2: BELEIDSREGELS PUBLIEKE TAAK GARANTIES EN LENINGEN GEMEENTE ENSCHEDE 2023 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede; gelet op artikel 160, lid 1, sub e, en artikel 169, lid 4, van de Gemeentewet; gelet op artikel 2 en 2a van de Wet financiering decentrale overheden en artikel 7 van het Treasurystatuut 2023; gelet op titel 4.1 ('Beschikkingen'), titel 4.2 ('Subsidies') en titel 4.3 ('Beleidsregels') van de Algemene wet bestuursrecht; gelet op de Algemene subsidieverordening Gemeente Enschede 2022; overwegende dat openbare lichamen uitsluitend ten behoeve van de publieke taak garanties voor geldleningen en geldleningen kunnen verstrekken; overwegende dat het aanbeveling verdient beleidsregels vast te stellen inzake het verstrekken van garanties en leningen door de gemeente Enschede voor de deelgebieden sport (exclusief betaald voetbal), welzijn, zorg en opvang, volksgezondheid, onderwijs, kunst en cultuur; besluit vast te stellen:
BELEIDSREGELS PUBLIEKE TAAK GARANTIES EN LENINGEN GEMEENTE ENSCHEDE 2023. ARTIKEL 1: BEGRIPSBEPALINGEN a. garantie: een borgstelling van de gemeente Enschede ten behoeve van een door de aanvrager bij een financiële instelling aan te trekken lening en de daaruit voortvloeiende verplichtingen; b. lening: een lening door de gemeente Enschede die kan worden verstrekt in de vorm van een hypothecaire lening of in de vorm van een onderhandse lening (afhankelijk van de gestelde zekerheden) voor roerende en onroerende zaken; c. financiële instelling: al dan niet commerciële instellingen zoals banken, leveranciers, leasemaatschappijen, waarborgfondsen die bijvoorbeeld hypothecaire leningen, onderhandse leningen, (consumenten)kredieten, garanties/borgstellingen of financial lease kunnen verstrekken. ARTIKEL 2: KRING VAN RECHTHEBBENDEN 1. Garanties en leningen worden slechts verstrekt aan organisaties die bijdragen aan de maatschappelijke doelen van de gemeente Enschede. 2. Organisaties mogen geen winstoogmerk hebben. 3. Organisaties mogen geen besloten karakter en geen politieke of religieuze doelstelling hebben. 4. Organisaties dienen rechtspersoonlijkheid te bezitten. 5. Organisaties moeten in de gemeente Enschede zijn gevestigd. 6.
Organisaties moeten bekend zijn bij de gemeente en hebben bij voorkeur al ten minste drie jaar lang een gemeentelijk jaarlijkse bijdrage hebben ontvangen zodat reeds sprake is van een duurzame financiële relatie met de gemeente. ARTIKEL 3: INHOUDELIJKE CRITERIA 1. De te financieren zaken moeten nodig zijn in het kader van de uitvoering van een publieke taak in de gemeente Enschede. Dat wil zeggen dat ze moeten passen binnen en bijdragen aan het gemeentelijk beleid en het openbaar belang. Tevens moet er met de financiering een voor de gemeente relevant maatschappelijk doel worden gediend. De gemeenteraad geeft door middel van de vaststelling van de gemeentebegroting, de begrotingswijzigingen en beleidsnota’s het richtinggevende en budgettaire kader. 2. De te financieren zaken moeten essentieel zijn voor het voortbestaan of het in voldoende mate kunnen functioneren van de aanvrager (functionaliteitscriterium).
21
3. De te financieren zaken moeten in overwegende mate ten goede komen aan de inwoners van de gemeente Enschede. 4. De zaken zijn zonder gemeentelijke borgstelling of lening niet te realiseren. Eerst dienen zelfwerkzaamheid, eigen middelen, subsidiegelden en middelen van sponsoren, etc., door de aanvrager maximaal te worden benut (vangnetcriterium). 5. Een garantie of lening wordt niet verstrekt indien de te financieren zaken niet voldoende zekerheid bieden voor verhaal van rente en aflossing van de te verstrekken garantie of lening. Dit betekent dat in geval de te financieren zaak een onroerende zaak is, het recht van hypotheek wordt verleend en voor roerende zaken een recht van pand wordt verleend aan de gemeente. ARTIKEL 4: FINANCIËLE CRITERIA 1. Er worden slechts garanties door de gemeente verstrekt. Voor de zogenaamde duurzaamheidsleningen van het Waarborgfonds van de Sport wordt een uitzondering gemaakt en worden wel leningen verstrekt door de gemeente. In overige uitzonderingsgevallen kan sprake zijn een verstrekking van een lening. 2. Een rentevoordeel ten opzichte van een financiële instelling is onvoldoende reden voor verstrekking van een garantie of lening door de gemeente. 3.
Verzoeken om garantie of lening worden geweigerd als de betreffende garantie of lening zonder onoverkomelijke bezwaren voor de aanvrager door een financiële instelling kan worden verleend zonder ondersteuning van de gemeente. 4. De financiële positie en prognoses van de aanvrager moeten zodanig zijn dat rente en aflossing betaald kunnen blijven worden. 5. Geen garantie of lening is mogelijk indien een beroep kan worden gedaan op een voorziening in de vorm van een (nationaal) waarborgfonds zoals Waarborgfonds voor de Zorg en Waarborgfonds Kinderopvang. 6. Specifiek voor sport geldt dat er wordt samengewerkt met de Stichting Waarborgfonds Sport (SWS). Zonder medewerking van dit Fonds wordt in beginsel geen borgstelling of lening door de gemeente verstrekt. Deze stichting biedt naast een borgstelling van 50% ook een aanvullende toetsing zoals een sporttechnische keuring en een jaarlijkse controle van de begroting en jaarrekening. Er wordt aansluiting gezocht bij de eisen aan een borgstelling van het SWS. 7. Een aanvraag voor een lening of garantie lager dan 15.000 euro wordt niet in behandeling genomen. 8. Met een aanvraag voor een garantie of lening groter dan 250.000 euro wordt middels een raadsbesluit ingestemd. ARTIKEL 5: DE AANVRAAG 1.
Aanvragen moeten vóór het aangaan van verplichtingen met betrekking tot de gevraagde garantie of lening volledig en schriftelijk worden ingediend bij het college. 2. Aanvragen moeten zijn voorzien van a. een exemplaar van de statuten; b. een opgave van de bestuurssamenstelling; c. tekeningen en technische omschrijving als de gemeentelijke lening de aankoop of verbouwing van een onroerende zaak betreft; d. een document waaruit blijkt dat het onderpand vrij is van hypotheek (of van pandrecht als het om roerende zaken gaat); e. de laatst bekende taxatiewaarde van het onderpand voor de OZB in geval het gaat om een bestaand onroerende zaak; f. de jaarrekeningen van de laatste twee boekjaren; g. een exploitatiebegroting waarin rente en aflossing van de geldlening zijn verwerkt h. een gespecificeerde opstelling van de wijze van financiering van de voorgenomen investering;
22
i.
ten minste twee offertes of bankverklaringen van geldgevers waaruit blijkt dat er door de geldgevers geen lening wordt verstrekt zonder garantie; j. bij een garantie/borgstelling ook een concept-leningsovereenkomst met de beoogde financiële instelling. 3. Een verzoek om een garantie of lening wordt in ieder geval afgewezen indien de gemeente niet de zekerheid heeft dat a. de investeringen zullen plaatsvinden; b. de aanvrager zal voldoen aan de aan de lening of garantieverstrekking verbonden verplichtingen; c. aan de betalingsverplichting van rente en aflossing naar behoren zal worden voldaan; d. de aanvrager in het kader van de aanvraag juiste of volledige gegevens heeft verstrekt e. de aanvrager doelen nastreeft of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; f. de lening of garantie onacceptabele risico’s voor de gemeentelijke begroting meebrengt of anderszins niet past in het gemeentelijk beleid. ARTIKEL 6: OVERIGE CRITERIA EN UITGANGSPUNTEN 1. De hoogte van het in rekening te brengen rentepercentage en administratiekosten wordt bepaald aan de hand van een door de gemeente vastgestelde rekenmethode zoals vastgelegd in het Treasurystatuut 2023. 2. De aanvraag voor garantie of lening wordt getoetst op aan de geldende regelgeving rondom staatssteun.
Het in lid 1 vermelde rentepercentage kan worden verhoogd met een toeslag voor marktconformiteit vanuit deze toets. 3. De looptijd van de garantie of lening moet zijn afgestemd op de te verwachten technische (dan wel economische levensduur als deze korter is) gebruiksduur van de activa. 4. Verstrekking van een lening is alleen mogelijk op basis van door het college vastgestelde modelcontracten en schuldbekentenissen. Hierbij is sprake zijn van afgeven van machtiging tot automatische incasso door de gemeente van rente en aflossing. 5. De aanvrager moet instemmen met een aantal voorwaarden zoals voorafgaande toestemming van de gemeente voor een aantal juridische handelingen zoals statutenwijziging, wijziging bestemming van het onderpand, en vervreemding van het onderpand door de aanvrager gedurende de contractperiode. 6. De gemeente sluit slechts garanties op lineaire leningen af en verstrekt ook slechts lineaire leningen. Hierdoor vindt gedurende de looptijd volledige aflossing plaats en neemt het financiële risico van de gemeente in de loop der af. 7. De mogelijke notariskosten zijn voor rekening van de aanvrager. ARTIKEL 7: VERANTWOORDING Gedurende de looptijd van de lening of garantie heeft de aanvrager de volgende plichten: 1. De aanvrager heeft een instandhouding- en onderhoudsverplichting van het onderpand.
De aanvrager verplicht zich daarom tot het afsluiten van opstal- en inboedelverzekeringen en het in goede staat houden van het onderpand gedurende de gehele looptijd van de lening of garantie. 2. De aanvrager verstrekt jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het jaar de jaarrekening aan het college. Deze jaarrekening bevat een accountantsverklaring bij een totaal uitstaande lening- en/of garantiepositie van meer dan 250.000 euro. Uitzondering hierop zijn de sportverenigingen waarbij de gemeente jaarlijks een beoordelingsrapport van de Stichting Waarborgfonds Sport ontvangt. 3. De aanvrager zendt jaarlijks, ten minste drie maanden voor aanvang van het boekjaar een gespecificeerde exploitatiebegroting voor het volgende boekjaar aan het college ter kennisneming toe. Uitzondering hierop zijn de sportverenigingen waarbij de gemeente jaarlijks een beoordelingsrapport van de Stichting Waarborgfonds Sport ontvangt waarbij ook hun begroting wordt getoetst. 23
ARTIKEL 8: INWERKINGTREDING Deze beleidsregels treden in werking op de dag van inwerkingtreding van het Treasurystatuut 2023.
24
Teksten Concernstaf Strategie & Control Datum 6-3-2023 Aan dit document kunnen geen rechten worden ontleend 25