Toelichting Subsidieverordening Creatieve Broedplaatsen Twente
Tekst van het document
Toelichting Tijdelijke Subsidieverordening creatieve broedplaatsen regio Twente, versie 04-02-2020 Toelichting Tijdelijke Subsidieverordening creatieve broedplaatsen regio Twente Algemene toelichting Noodzaak en doel De Tijdelijke Subsidieverordening creatieve broedplaatsen Regio Twente vloeit voort uit de Regio Deal Twente d.d. 1 juni 2020. De Regio Deal Twente is een overeenkomst tussen enerzijds de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Infrastructuur en Waterstaat, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de staatssecretarissen van Economische Zaken en Klimaat en Sociale Zaken en Werkgelegenheid en anderzijds de gemeenschappelijke regeling Regio Twente, Gedeputeerde Staten van de Provincie Overijssel, de Universiteit Twente, Stichting Saxion en ROC van Twente. De Regio Deal heeft als doel de regionale opgave gezamenlijk aan te pakken. De opgave is, te borgen dat de Twentse industrie en bedrijven in de volle breedte aangehaakt worden en blijven op de razendsnelle en wereldwijde digitale transformatie. Het versneld toepassen van nieuwe technologieën en een verdere uitbouw van het triple helix ecosysteem moeten zorgen voor het behoud van internationale concurrentiekracht en het creëren van een economie met een meer duurzaam en circulair karakter.
Om dit te realiseren is het beschikbaar hebben, houden en bijscholen van voldoende talent noodzakelijk. Vier actielijnen zijn uitgezet om de regionale opgave te realiseren. Actielijn 3, Bereikbaarheid & vestigingsklimaat, voorziet in het creëren van broedplaatsen waar creativiteit zich kan ontwikkelen als extra impuls voor het vestigingsklimaat en behouden van talent. Een en ander is uitgewerkt in de Regiodeal Fiche Creatieve Broedplaatsen. In dit Fiche is vastgelegd dat de Regio de innovatiekracht zal versterken door het stimuleren van innovatieve en experimentele initiatieven die de diversiteit van ideeën doet opbloeien en dat daarvoor financiële middelen beschikbaar worden gesteld. De middelen zijn bestemd voor: 1.
het versterken van bestaande initiatieven door geld beschikbaar te stellen voor (door)ontwikkeling van creatieve ideeën;
2.
het stimuleren van nieuwe initiatieven (creatieve broedplaatsen) door het maken van verbindingen tussen bestaande bedrijven en culturele instellingen.
In het Fiche is afgesproken dat een subsidieregeling wordt vastgesteld op grond waarvan de initiatieven worden gefinancierd. De Subsidieverordening Creatieve broedplaatsen is de uitkomst hiervan. Ondersteuning Het Fiche Creatieve Broedplaatsen voorziet in de ondersteuning bij het indienen van subsidieaanvragen, bijvoorbeeld door het verzorgen van workshops over het schrijven van plannen, Reikwijdte
1
Toelichting Tijdelijke Subsidieverordening creatieve broedplaatsen regio Twente, versie 04-02-2020 De Subsidieverordening is bedoeld voor nieuwe initiatieven in de regio van: 1.
het uitvoeren van activiteiten waarbij nieuwe initiatieven gefaciliteerd worden door instellingen met een bestaand aanbod van laagdrempelige culturele voorzieningen;
2.
het uitvoeren van een projectplan gericht op het oprichten of verder ontwikkelen van een creatieve broedplaats;
3.
het uitvoeren van projecten met een innovatief karakter gericht op kennisvergroting ten behoeve van ondernemingen in samenwerking met creatieve en technologische talenten.
Er moet steeds een koppeling worden gelegd tussen kunst, cultuur en technologie. De reikwijdte van de verordening is niet beperkt tot de gemeente Enschede. Het creëren en ontwikkelen van creatieve broedplaatsen betreft een regionale opgave; activiteiten die niet in Enschede maar wel binnen de regio Twente plaatsvinden, kunnen daarom ook worden gesubsidieerd. Rol gemeente Enschede De financiering wordt ontvangen in het kader van de Regio Deal Twente van het Rijk en via de Provincie ten behoeve van de regio Twente aan de gemeente Enschede ter beschikking gesteld in de vorm van een subsidie van de provincie Overijssel. De gemeente Enschede is de subsidieaanvrager en -ontvanger; ze treedt richting de provincie op als penvoerder namens de andere regiogemeenten. De gemeente Enschede (het college) is vervolgens zelf de subsidieverstrekker waar het gaat om de verdeling van de subsidie ten behoeve van het creëren en ontwikkelen van creatieve broedplaatsen. De gemeenteraad van Enschede is dan ook bevoegd de Tijdelijke Subsidieverordening creatieve broedplaatsen vast te stellen. Bij de totstandkoming zijn regionale partijen betrokken (zie onder Gevolgde procedure). Te verwachten effecten en neveneffecten Inzet is om jonge talenten na hun studie (voor lange tijd) te behouden voor de regio door blijvend een innovatief en experimenteel kunst- en cultuurklimaat te realiseren.
Het behoud van talenten voor de regio zal naar verwachting leiden tot een economie met internationale concurrentiekracht en een duurzaam en circulair karakter. De subsidieverordening is nieuw en leidt niet tot een andere verdeling van financiële middelen, er komen juist (tijdelijk) extra middelen beschikbaar. Verhouding tot andere regelingen (Algemene wet bestuursrecht en Algemene subsidieverordening Enschede 2016) De Algemene wet bestuursrecht geeft landelijke regels voor het verstrekken van subsidies en is het uitgangspunt voor de inhoud van de subsidieverordeningen van de gemeente Enschede. De Algemene subsidieverordening gemeente Enschede 2016 (ASV 2016) legt de procedures vast die in Enschede gevolgd worden bij het verstrekken van subsidies en legt de subsidieontvanger enkele algemene verplichtingen op. Denk aan termijnen voor het indienen van aanvragen om subsidieverlening en -vaststelling, de gegevens die bij de aanvragen tot verlening en vaststelling
2
Toelichting Tijdelijke Subsidieverordening creatieve broedplaatsen regio Twente, versie 04-02-2020 overgelegd moeten worden en beslistermijnen. De bepalingen uit de ASV 2016 zijn dus ook van toepassing op de subsidies die worden verstrekt op grond van de Tijdelijke Subsidieverordening creatieve broedplaatsen, voor zover daarvan in deze Subsidieverordening niet van wordt afgeweken. Gevolgde procedure De Tijdelijke Subsidieverordening creatieve broedplaatsen is opgesteld in samenwerking met professionals uit het kunst- en cultuurveld. Hierbij waren een project- en focusgroep bij betrokken. Gedurende het proces was de cultuurregio Twente betrokken.
3
Toelichting Tijdelijke Subsidieverordening creatieve broedplaatsen regio Twente, versie 04-02-2020 Artikelsgewijze toelichting Artikel 2
Doel
Deze subsidieverordening heeft tot doel het stimuleren van een klimaat waarin creativiteit en innovatie voorop staan, zodat creatieve en technologische talenten zich thuis voelen en zich (blijvend) in de regio Twente willen vestigen en ontwikkelen. Artikel 3
Afstemming ASV
De geldende Algemene subsidieverordening van de gemeente Enschede (ASV) is op deze Subsidieverordening van toepassing. Op het moment van inwerkingtreding is dit de ASV 2016. Wordt de ASV 2016 gedurende de looptijd van de Tijdelijke Subsidieverordening creatieve broedplaatsen vervangen, dan is de nieuwe ASV van toepassing op het verstrekken van subsidies op grond van deze subsidieverordening. Artikel 4
Subsidieplafonds
Een subsidieplafond is het bedrag dat gedurende het subsidietijdvak maximaal beschikbaar is voor het subsidiëren van een activiteit op grond van een bepaald wettelijk voorschrift. Leidt toekenning van een subsidieaanvraag tot overschrijding van het subsidieplafond, dan moet de aanvraag worden geweigerd (artikel 4:25 Algemene wet bestuursrecht). De
Tijdelijke
subsidieverordening
creatieve
broedplaatsen
voorziet
in
plafonds
voor
vier
subsidietijdvakken: 1. het tijdvak van 1 september 2020 (de datum waarop de verordening in werking treedt) tot en met 31 mei 2021. Voor alle drie de subsidiabele activiteiten is in dit tijdvak een subsidieplafond vastgesteld; 2. het tijdvak van 1 juni 2021 tot en met 31 december 2021. In dit tijdvak is een plafond vastgesteld voor het uitvoeren van een projectplan gericht op het oprichten of verder ontwikkelen van een creatieve broedplaats (artikel 5, onder b). Het projectplan kan drie jaren beslaan. Aangezien een voorwaarde voor de Regio Deal is dat alle activiteiten uiterlijk 31 december 2024 zijn afgerond, is de laatste datum waarop een subsidie voor deze activiteit kan worden verleend: 31 december 2021. Het subsidieplafond voor de periode erna, waarin de Subsidieverordening nog in werking is, is daarom vastgesteld op € 0,- (zie het vierde tijdvak); 3. het tijdvak van 1 juni 2021 tot en met 31 december 2024. Voor dit tijdvak zijn twee plafonds vastgesteld voor het uitvoeren van activiteiten waarbij nieuwe initiatieven gefaciliteerd worden door instellingen met een bestaand aanbod van laagdrempelige culturele voorzieningen (artikel 5, onder a) en voor het uitvoeren van projecten met een innovatief karakter gericht op kennisvergroting (artikel 5, onder c).
Gelet op de voorwaarde dat alle activiteiten uiterlijk op 31 december 2024 moeten zijn afgerond, is 2024 het laatste jaar waarin subsidies worden verleend. De verordening werkt tot en met 31 december 2024 en vervalt van rechtswege op 1 januari 2025 (artikel 17); 4. het tijdvak van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2024. Zoals hiervoor onder 2 aangegeven worden in deze periode geen subsidies meer verleend voor het uitvoeren van een projectplan gericht
4
Toelichting Tijdelijke Subsidieverordening creatieve broedplaatsen regio Twente, versie 04-02-2020 op het oprichten of verder ontwikkelen van een creatieve broedplaats. Het subsidieplafond voor deze activiteit is in dit tijdvak daarom op € 0,- vastgesteld. De keuze voor vier tijdvakken leidt ertoe dat er in ieder geval ook na 2021 nog geld beschikbaar is voor projecten die pas later worden ontwikkeld. Per subsidiabele activiteit is geld beschikbaar en een subsidieplafond vastgesteld. Het is moeilijk te voorspellen in welke mate een beroep zal worden gedaan op de subsidieverordening. Omdat het belangrijk is dat de beschikbare middelen zoveel mogelijk aan het doel worden besteed, krijgen burgemeester en wethouders vanaf 2021 de bevoegdheid middelen over te hevelen van het ene naar het andere plafond (derde lid). Vanaf dat moment bestaat een realistisch zicht op de mate waarin een beroep op de verordening wordt gedaan en voor welke activiteiten.
Blijken weinig aanvragen door de bestaande culturele instellingen te zijn ingediend en is er op 1 januari 2021 nog budget beschikbaar voor deze categorie, dan kunnen burgemeester en wethouders dat budget toevoegen aan het subsidieplafond voor het oprichten en verder ontwikkelen van creatieve broedplaatsen en/of aan het subsidieplafond voor het uitvoeren van projecten met een innovatief karakter gericht op kennisvergroting ten behoeve van ondernemingen in samenwerking met creatieve en technologische talenten. De besluiten tot verhoging en verlaging van de subsidieplafonds maken burgemeester en wethouders bekend in het digitale Gemeenteblad. De behoefte om met budgetten te kunnen schuiven, vloeit ook voort uit de eis van de provincie Overijssel om de subsidieverordening na 2021 te evalueren en zo nodig aan te passen.
Artikel 5
Subsidiabele activiteiten
Het Fiche Creatieve Broedplaatsen gaat uit van het subsidiëren van 3 verschillende activiteiten: 1.
nieuwe initiatieven door bestaande instellingen;
2.
het oprichten of verder ontwikkelen van creatieve broedplaatsen; en
3.
het betrekken van talenten door bestaande bedrijven voor innovatieve en experimentele activiteiten.
Dit vertaalt zich naar de volgende subsidiabele activiteiten: a.
het uitvoeren van activiteiten waarbij nieuwe initiatieven gefaciliteerd worden door bestaande laagdrempelige culturele voorzieningen;
b.
het uitvoeren van een projectplan gericht op het oprichten of verder ontwikkelen van een creatieve broedplaats;
c.
het uitvoeren van projecten met een innovatief karakter gericht op kennisvergroting ten behoeve van ondernemingen in samenwerking met jonge creatieve en technologische talenten.
Aangezien het doel van de Subsidieverordening is jonge talenten te behouden om een concurrerende, duurzame en circulaire economie te realiseren met een hightech profiel, moeten de
5
Toelichting Tijdelijke Subsidieverordening creatieve broedplaatsen regio Twente, versie 04-02-2020 activiteiten een koppeling leggen tussen kunst, cultuur en technologie én worden uitgevoerd in de regio Twente. Bij activiteiten die een koppeling leggen tussen kunst, cultuur en technologie kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het volgende: a.
gamecultuur en -industrie;
b.
maakcultuur en -industrie, erfgoed;
c.
e-cultuur en e-industrie;
d.
new arts en technology;
e.
talentontwikkeling: talent aantrekken, opleiden en behouden;
f.
innovatie en productdevelopment;
g.
community, waaronder community-art;
h.
cross-overs tussen de onder a tot en met g genoemde thema’s.
Het college is bevoegd te beoordelen welke activiteiten wel een voldoende koppeling hebben en welke niet. In het kader van de evaluatie van de regeling die na 2021 plaats zal vinden, kan het college de uitleg wijzigen en beperken en daartoe beleidsregels vaststellen. Artikel 6
Voorwaarden subsidie
Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie moet aan enkele voorwaarden worden voldaan. De voorwaarden zijn gericht op het zo veel mogelijk stimuleren van een klimaat waarin creativiteit en innovatie voorop staan, zodat creatieve en technologische talenten zich thuis voelen in de regio Twente en zich daar willen vestigen en ontwikkelen. De activiteiten moeten daarom: -
een koppeling leggen tussen kunst, cultuur én technologie (a);
-
worden uitgevoerd binnen de regio Twente (b).
Daarnaast is er cofinanciering vereist. De cofinanciering bedraagt minimaal 20% voor het uitvoeren van activiteiten waarbij nieuwe initiatieven gefaciliteerd worden door instellingen met een bestaand aanbod van laagdrempelige culturele voorzieningen (artikel 5 onder a) en voor het uitvoeren van projectplannen gericht op het oprichten of verder ontwikkelen van een creatieve broedplaats (artikel 5 onder b). Gaat het om ondernemingen die in samenwerking met creatieve en technologische talenten projecten uit willen voeren (artikel 5 onder c), dan bedraagt de cofinanciering minimaal 50% van de totale kosten. De cofinanciering mag afkomstig zijn van de subsidieaanvrager zelf of van derden, zoals fondsen, bedrijven of andere overheden. Het activiteitenplan voor het oprichten of ontwikkelen van een broedplaats bestaat uit een projectplan dat een periode van drie jaren beslaat. Bij deze aanvraag wordt ook het curriculum vitae van de in te zetten mentor overgelegd. Aan de hand daarvan beoordeeld het college of de vakinhoudelijk mentor in staat zal zijn de benodigde begeleiding te bieden en bij zal dragen aan het doel dat met de subsidie wordt beoogd. Voor alle 3 de activiteiten is een subsidieplafond vastgesteld. Zo
6
Toelichting Tijdelijke Subsidieverordening creatieve broedplaatsen regio Twente, versie 04-02-2020 is gegarandeerd dat voor de drie verschillende activiteiten budget beschikbaar is. Zie verder de toelichting op artikel 4. Om het oprichten of verder ontwikkelen van een creatieve broedplaats zoveel mogelijk kans van slagen te laten hebben, is de begeleiding door een mentor verplicht (e). Tot slot moeten de activiteiten uiterlijk 31 december 2024 zijn afgerond; dat volgt uit de afspraken in de Regio Deal Twente (f). Aanvragers tonen in hun activiteitenplan, begroting en andere over te legen documenten aan dat zij aan de beoordelingscriteria voldoen. Het college beoordeelt dit. Artikel 7
Subsidieontvanger
Ongeacht de activiteit waarvoor een subsidie wordt verleend, geldt voor iedere subsidieontvanger dat deze een rechtspersoon moet zijn met volledige rechtsbevoegdheid. Omdat de activiteiten uiteindelijk jonge talenten moet helpen behouden voor de regio, moeten de activiteiten in de regio Twente worden uitgevoerd. Aan de aanvragers van een subsidie voor het oprichten en verder ontwikkelen van creatieve broedplaatsen, stelt de verordening geen verdere eisen aan de organisatie van de subsidieontvanger. Voor de andere subsidieontvangers geldt het volgende. Gaat het om nieuwe initiatieven door instellingen met een bestaand cultureel aanbod van laagdrempelige voorzieningen, dan moet de subsidieaanvrager ingebed zijn in de culturele infrastructuur in de regio Twente. Van een inbedding in de culturele infrastructuur is sprake wanneer een instelling op het moment van ontvangst van de aanvragen, drie of meer achtereenvolgende jaren laagdrempelige voorzieningen heeft aangeboden binnen de culturele infrastructuur. Bij het indienen van de aanvraag moet de aanvrager dit aantonen. Het gaat hier om bestaande culturele instellingen die meerdere voorzieningen op één plaats aanbieden en die zich richten op een breed publiek. De instellingen hebben een groot bereik wat betreft leeftijd, sociale lagen en achtergrond van de afnemers.
Deze instellingen zijn een goed platform om innovatieve en experimentele activiteiten op het gebied van kunst, cultuur en technologie onder de aandacht te brengen en daarmee ook de jonge talenten te trekken. Te denken valt aan de openbare bibliotheken en cultuurhuizen. Uitsluitend ondernemingen, niet zijnde culturele instellingen, kunnen een subsidie ontvangen voor het uitvoeren van een project met een innovatief karakter gericht op kennisvergroting in samenwerking met jonge creatieve en technologische talenten. Deze ondernemingen moeten een vestiging hebben in de regio waar zij reguliere activiteiten uitvoeren. De onderneming kan dus wel elders een hoofdvestiging hebben, maar moet ook vanuit een vestiging in de regio Twente reguliere activiteiten uitvoeren. Het doel is immers om in de regio Twente een creatief en innovatief klimaat te creëren. Het idee achter deze subsidies is dat ondernemingen - als potentiële werkgevers - gestimuleerd worden dergelijke projecten ten behoeve van hun eigen onderneming op te zetten en uit te voeren, en daarmee een ontwikkeling in gang te zetten waarbij op een meer frequente en structurele basis samenwerkingsverbanden op het gebied van kunst, cultuur en technologie worden aangegaan.
7
Toelichting Tijdelijke Subsidieverordening creatieve broedplaatsen regio Twente, versie 04-02-2020 Artikel 8
Maximum aantal subsidies
Om het aantal subsidieontvangers zo breed mogelijk te houden, ontvangt een aanvrager maximaal één subsidie op grond van deze verordening. Artikel 9
Indieningsvereisten
Aanvragers moeten voldoen aan de indieningsvereisten van artikel 8, eerste tot en met derde lid, van de Algemene subsidieverordening 2016. Een aanvraag wordt ingediend per e-mail. Wanneer een aanvraagformulier voor het indienen van de subsidieaanvragen is vastgesteld, dan volgt uit dat formulier welke gegevens en stukken moeten worden ingediend bij de aanvraag. Het aanvraagformulier en antwoord op de vraag of een subsidieaanvraag op grond van deze verordening ook per e-mail, is vermeld op de website van de gemeente Enschede. Is een aanvraagformulier niet beschikbaar dan volgen de eisen uit artikel 8, tweede lid, waarbij onderdeel e. niet van toepassing is (zie hieronder de volledige tekst van de leden 1 tot en met 3 van artikel 8 van de Algemene subsidieverordening 2016). Aanvragers van een subsidie voor het uitvoeren van activiteiten waarbij nieuwe initiatieven gefaciliteerd worden door instellingen met een bestaand aanbod van laagdrempelige culturele voorzieningen, leggen hun statuten over waaruit blijkt dat zij tenminste drie aaneengesloten jaren bestaan. Voor aanvragers van een subsidie voor het oprichten en verder ontwikkelen van een creatieve broedplaats gelden de specifieke volgende eisen: -
het activiteitenplan bestaat uit een projectplan dat een periode van drie jaren beslaat;
-
het curriculum vitae van de in te zetten mentor wordt overgelegd. Aan de hand daarvan beoordeeld het college of de vakinhoudelijk mentor in staat zal zijn de benodigde begeleiding te bieden en bij zal dragen aan het doel dat met de subsidie wordt beoogd. Uit het cv moet blijken dat de kennis en ervaring van de mentor aansluit op de vraag en leerbehoefte van de subsidieaanvrager;
-
de aanvrager legt een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel over.
Deze laatste eis geldt ook voor de ondernemingen die een aanvraag indienen voor het uitvoeren van een project. Tekst artikel 8 Algemene subsidieverordening Enschede 2016 Artikel 8 Aanvraagformulier, gegevens, wijze van indiening 1.
De aanvraag voor subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college met gebruikmaking van een door of namens het college vastgesteld aanvraagformulier.
2.
Indien geen aanvraagformulier is vastgesteld dient de aanvraag vergezeld te gaan van het volgende: a.
vermelding van naam, adres, woonplaats en ondertekening;
b.
een activiteitenplan waarin de activiteit, de doelgroep, de doelstellingen, de beoogde resultaten en het tijdvak worden beschreven, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte is;
8
Toelichting Tijdelijke Subsidieverordening creatieve broedplaatsen regio Twente, versie 04-02-2020 c.
een begroting en dekkingsplan van kosten, het aangevraagde te subsidiëren bedrag, en indien van toepassing de hoogte van de financiële reserves, tenzij deze voor de berekening van het subsidiebedrag niet van belang zijn;
d.
opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
e.
indien een aanvrager voor de eerste maal een structurele subsidie aanvraagt, een afschrift van de oprichtingsakte, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als bijlagen bij de aanvraag toe. Indien de gevraagde subsidie € 50.000 of meer bedraagt, wordt de jaarrekening voorzien van een accountantsverklaring.
3.
Een aanvraag als hiervoor bedoeld, kan ook per e-mail worden ingediend, mits het college de mogelijkheid hiertoe heeft geboden.
Artikel 10
Beoordelingscriteria
Nadat is vastgesteld dat een aanvraag voldoet aan de voorwaarden die aan de aanvrager worden gesteld, de cofinanciering en dergelijke, vindt een inhoudelijke beoordeling plaats. Deze inhoudelijke beoordelingscriteria beogen ook weer ervoor te zorgen dat het subsidiegeld ten goede komt aan de doelstelling van de Subsidieverordening. Het college beoordeelt of: -
een overtuigende koppeling bestaat tussen kunst, cultuur én techniek;
-
de mate van innovatie voldoende is;
-
de omvang van de gevraagde subsidie in redelijke verhouding stat tot de waarde van de activiteit. Kost een activiteit veel geld, maar levert het een kleine bijdrage aan de doelstelling, dan wordt de aanvraag geweigerd.
-
de activiteit voldoende bijdraagt aan het doel. Dus ook in dit geval wordt de subsidie geweigerd wanneer het college die bijdrage onvoldoende vindt, los van de kosten daarvan;
-
de mentor voldoende kwaliteiten heeft om de subsidieaanvrager inhoudelijk te begeleiden. Denk hierbij aan relevante ervaring wat betreft inhoud en rol.;
-
de activiteit uiterlijk 31 december 2024 afgerond kan worden. Alle aanvragen moeten uiterlijk deze datum zijn afgerond. Aanvragen waarbij deze datum wel als einddatum is opgevoerd, maar dit niet realistisch is, worden ook geweigerd.
Artikel 11
Verdeelregels
De beschikbare middelen worden op volgorde van ontvangst van de aanvragen verdeeld: wie het eerst komt, die het eerst maalt. Een aanvraag is pas ontvangen wanneer die volledig is ingediend. Dient een aanvrager een onvolledige aanvraag in of gegevens en bescheiden die onvoldoende informatie bevatten, dan wordt hij in de gelegenheid gesteld zijn aanvraag aan te vullen. Is de aanvraag of zijn de gegevens en bescheiden daarna nog onvolledig of onvoldoende, dan wordt de aanvraag geweigerd. De datum van ontvangst is de datum waarop de laatst benodigde stukken zijn ontvangen. Alle volledige aanvragen die daarvoor zijn ontvangen, worden eerder behandeld. De situatie kan zich voordoen dat meerdere aanvragen op dezelfde datum zijn ontvangen en toekenning van die aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond. In dat geval bepalen burgemeester en wethouders de volgorde van ontvangst door middel van een loting en handelt het de aanvragen in de volgorde die dan ontstaat, af. 9
Toelichting Tijdelijke Subsidieverordening creatieve broedplaatsen regio Twente, versie 04-02-2020
Een andere situatie die zich voor kan doen, is dat er niet meer voldoende geld beschikbaar is om het gehele aangevraagde subsidiebedrag toe te kennen. In dat geval beoordelen burgemeester en wethouders - veelal na de nodige informatie te hebben ingewonnen bij de aanvrager - of de activiteiten ook zullen worden uitgevoerd wanneer het de subsidie gedeeltelijk verleent. Vinden burgemeester en wethouders dat aannemelijk, dan verleent het de gedeeltelijke subsidie. Vinden burgemeester en wethouders dit niet aannemelijk, dan weigert het de subsidie en wordt de volgende aanvraag beoordeeld. Artikel 12
Hoogte subsidiebedrag / wijze van berekening subsidiebedrag
De hoogte van de subsidiebedragen wordt bepaald aan de hand van de werkelijke kosten. De subsidieverlening vindt plaats op basis van de kosten die in de begroting bij de aanvraag wordt overgelegd. Daarbij wordt beoordeeld of het nodig is de opgevoerde kosten te maken en of de kosten reëel zijn. In het kader van de vaststelling van de subsidie na afloop van de activiteiten, wordt bekeken hoe hoog de werkelijke kosten zijn geweest. Gemaakte kosten die naar het oordeel van het college in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd, worden niet bij de vaststelling betrokken (zie artikel 4:46, derde lid, Algemene wet bestuursrecht). Een subsidie wordt nooit op een hoger bedrag vastgesteld, dan het bedrag dat werd verleend. Voor de verschillende activiteiten gelden maximumbedragen: -
€ 50.000,- voor het uitvoeren van activiteiten door de culturele instellingen met een bestaand aanbod van laagdrempelige voorzieningen en een trackrecord van tenminste drie jaren;
-
€ 140.000,- voor het oprichten of verder ontwikkelen van een creatieve broedplaats voor het tijdvak van drie jaren;
-
€ 50.000,- voor het uitvoeren van een project door een ondernemer in samenwerking met talenten.
Zoals in de voorwaarden in artikel 6 vermeld, moeten de subsidieaanvragers zelf of via andere financieringsbronnen, zorgdragen voor cofinanciering; 20% van de kosten bij de nieuwe initiatieven door bestaande instellen, en het oprichten of verder ontwikkelen van een creatieve broedplaats) en 50% bij het uitvoeren van projecten door ondernemingen in samenwerking met creatieve en technologische talenten. Artikel 13
Bespreking aanvragen in het bestuurlijk overleg
De gelden die voor de uitvoering van deze Subsidieverordening beschikbaar zijn gesteld, zijn bestemd voor organisaties in de regio Twente. Het is daarom wenselijk bij de beoordeling van de aanvragen een bredere groep te betrekken dan alleen het college van Enschede. De aanvragen worden daarom te bespreking ingebracht in het bestuurlijk overleg van de 14 regiowethouders met de portefeuille cultuur of kunst in hun takenpakket. De wethouders bespreken de aanvragen in dat overleg en beoordelen op grond van de criteria uit artikel 10 of een aanvraag naar
10
Toelichting Tijdelijke Subsidieverordening creatieve broedplaatsen regio Twente, versie 04-02-2020 hun mening in aanmerking komt voor een subsidie en beoordelen daarbij ook de hoogte van het subsidiebedrag. Het gezamenlijk oordeel wordt teruggekoppeld naar het college. Het college betrekt het oordeel bij de besluitvorming. Om te voorkomen dat beoordeling in het bestuurlijk overleg vrijwel onmogelijk is, worden geen eisen gesteld aan het aantal aanwezige wethouders en de werkwijze. In verband met de beslistermijnen is het wel noodzakelijk dat binnen 4 weken na verzending van de aanvraag naar de wethouders, een schriftelijk en gemotiveerd oordeel wordt gegeven. Artikel 14
Voorschotten
Burgemeester en wethouders verlenen voorschotten. Voor de activiteiten die bestaande culturele instellingen en de ondernemers die in samenwerking met talenten projecten uitvoeren, bedragen de voorschotten maximaal 90% van het verleende subsidiebedrag. De resterende 10% wordt betaald wanneer de subsidie overeenkomstig de verlening is vastgesteld. De termijnen waarin de voorschotten worden betaald en de bedragen, leggen burgemeester en wethouders vast in de verleningsbeschikking. Voor het oprichten en door ontwikkelen van de creatieve broedplaatsen geldt een andere regel. Het doel is dat de creatieve broedplaatsen zelfstandig kunnen bestaan na afloop van het subsidietijdvak van drie jaren. De subsidieontvanger moet inzetten in het vergroten van zijn inkomsten in de loop van dat tijdvak. Daar past bij dat de voorschotten die jaarlijks worden betaald, in omvang afnemen. Het eerste jaar zal meer geld nodig zijn dan in het laatste jaar. Daarom zijn de percentages aan voorschotten van het totale subsidiebedrag als volgt: jaar 1: 50% jaar 2: 30% jaar 3: 20% Artikel 15
Weigeringsgronden
Alle aanvragen moeten aan de vereisten / voorwaarden van deze verordening voldoen, zoals beschikken
over
rechtspersoonlijkheid,
een
subsidiabele
activiteit
betreffen,
etc.
Ook
de
beoordelingscriteria die zijn benoemd in artikel 10 vormen in feite weigeringsgronden. Daarnaast is er in aanvulling op de weigeringsgronden genoemd in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening - nog een weigeringsgrond opgenomen. Die staat in artikel 15 van de Subsidieverordening. Artikel 16
Verplichtingen
Tijdens de uitvoering van de activiteiten is de subsidieontvanger gehouden bepaalde verplichtingen na te leven. Deze zijn voor een deel vastgelegd in de Algemene subsidieverordening Enschede 2016 (hoofdstuk 4) en voor een deel in deze Subsidieverordening. Daarnaast mogen burgemeester en wethouders bij de subsidieverlening nog andere verplichtingen opleggen (artikel 4:37 Algemene wet bestuursrecht). De subsidieverplichtingen hebben voor een deel betrekking op het monitoren van en het doen van onderzoek naar de activiteiten en de effecten alsmede op het deelnemen aan
11
Toelichting Tijdelijke Subsidieverordening creatieve broedplaatsen regio Twente, versie 04-02-2020 netwerkbijeenkomsten en kennisdeling. Deze verplichtingen vloeien voort uit de afspraken die zijn gemaakt in de Regio Deal Twente. Gaat het om de oprichting of doorontwikkeling van een creatieve broedplaats dan is de subsidieontvanger verplicht gedurende het project een mentor in te zetten. Met het oog op het zelfstandig voortbestaan na afloop van de subsidieperiode moet de subsidieontvanger een businessplan opstellen. Uit dat businessplan komt naar voren op welke wijze de creatieve broedplaats de bedrijfsvoering voort zal zetten. Het businessplan wordt samen met de aanvraag tot vaststelling van de subsidie ingediend. De bepalingen over de vaststelling zijn verder opgenomen in de Algemene subsidieverordening Enschede 2016.
12