CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting en bijlagen toelichting bestemmingsplan Usselerrietweg 46-50

Raadsvergadering 13 mei 2024, gemeente enschedeBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan en instemmen met opleggen maatwerkvoorschrift Usselerrietweg 46-5029.475 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Milieuhinder van bedrijven en voorzieningen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is nagegaan of er bestaande bedrijfsactiviteiten en voorzieningen rondom het plangebied van het bestemmingsplan "Usselerrietweg 46-50" aanwezig zijn, die van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat in het plangebied. Daarbij is gekeken naar de potentiële milieubelasting van deze bedrijfsactiviteiten en voorzieningen. De milieubelasting en de bijbehorende hindercontouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat het plangebied kan worden gezien als een rustige woonwijk. Daarnaast is er gekeken of de bedrijfsactiviteiten van de Forelderij van invloed kunnen zijn op de woningen in en rondom het plangebied. Milieuhinder van bedrijfsactiviteiten binnen het plangebied voor woningen in en rondom het plangebiedMet het bestemmingsplan "Usselerrietweg 46-50" wordt de ondergeschikte horeca omgezet naar reguliere horeca. De horeca bestaat uit een restaurant / lunchroom. Op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' valt deze activiteit onder milieucategorie 1. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter tot geluidsgevoelige functies zoals woningen. De gronden die gebruikt kunnen worden voor horeca beschikken over een aanduiding 'horeca' op de verbeelding.

Ondergeschikt aan de horeca is op het perceel een kleinschalige speeltuin aanwezig. Een speeltuin kan worden vergeleken met een speelplaats bij een basisschool. Op basis van de VNG-brochure valt deze activiteit onder milieucategorie 2 met een richtafstand tot gevoelige objecten van 30 meter. Overigens kan worden opgemerkt dat een ondergeschikte speeltuin minder intensief wordt gebruikt dan een speelplaats bij een school. De dichtstbijzijnde gevoelige functies bij zowel de horeca als de speelvoorziening zijn de zorgwoningen, eveneens gelegen in het plangebied. De afstand van de gronden met de aanduiding 'horeca' (het terras aan de noordzijde) tot aan de zorgwoningen bedraagt circa 45 meter. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstand van 10 meter. De zorgwoningen bevinden zich op circa 30 meter van deze speeltuin. Ook aan deze richtafstand wordt voldaan. De dichtstbijzijnde reguliere (bedrijfs)woning bevindt zich aan de Usselerveenweg 62. De afstand van deze woning tot aan de horeca en speelvoorzieningen bedraagt circa 250 meter. Milieuhinder van bestaande bedrijfsactiviteiten rondom het plangebied voor woningen in het plangebied De zorgwoningen zijn milieugevoelige objecten. Deze woningen zijn in 2017 voor een periode van 10 jaar vergund waarbij ook is beoordeeld of er sprake is van voldoende afstand tot omliggende milieubelastende bedrijven en een goed woon- en leefklimaat.

De zorgwoningen worden met dit bestemmingsplan permanent positief bestemd. Daarmee worden er nu geen nieuwe milieugevoelige objecten toegevoegd. Ten overvloede wordt hier nog wel getoetst of aan de richtafstand wordt voldaan. Direct net noorden van het terrein met de zorgwoningen bevindt zich een crematorium. In de VNG-brochure "bedrijven en milieuzonering" wordt een crematorium ingedeeld in milieucategorie 3.2 met een aan te houden richtafstand van 100 meter. De meest bepalende milieucomponent is 'geur'. De afstand vanaf het bouwblok van het

22

bestemmingsplan Usselerrietweg 46-50 (vastgesteld)

crematorium tot aan de dichtstbijzijnde zorgwoning bedraagt 25 meter. De werkelijke afstand tot aan het emissiepunt van het crematorium bedraagt echter 170 meter. Dat betekent dat hier “maatwerk” verricht kan worden. Niet de afstand tot aan het bouwblok is maatgevend, maar de afstand van de woning tot aan het emissiepunt bij het crematorium. Die voldoet wel aan de norm van een afstand van tenminste 100 meter. In de VNG brochure wordt voor een crematorium een afstand van 30 meter voor het geluid gehanteerd. Uit de aangeleverde gegevens is een geluidsbelasting van 37 dB(A) etmaalwaarde op grens van het terrein voor de toe te voegen woningen berekend. Er wordt weliswaar niet voldaan aan de afstandsnorm, maar wel aan de geluidsnorm. Er wordt ruimschoots voldaan aan de waarde van 45 dB(A) etmaalwaarde uit de VNG-brochure en de gemeentelijke Geluidnota. Conclusie milieuhinder bedrijven en voorzieningen Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er uit oogpunt van milieuhinder van bedrijven en voorzieningen geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 4.1.3

Geluidhinder

Door Munsterhuis geluidsadvies is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (18 januari 2023, project 22.156, versie 4). Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en wordt tevens gebruikt voor de melding ten behoeve van het Activiteitenbesluit. Het akoestisch onderzoek voor een bestemmingsplan dient te worden uitgevoerd, waarbij moet worden aangetoond dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat bij de paradijsvogelwoningen en woningen in de omgeving. De relevante activiteiten die in beschouwing zijn genomen betreffen de activiteiten, het gebruik van het terras, feesten/partijen in de Brasserie, speelactiviteiten, onderhoudsactiviteiten en verkeersbewegingen. In de ruimte van de Brasserie kunnen incidenteel feestjes en partijen gehouden worden met versterkte muziek. Het akoestisch rapport is beoordeeld door de Omgevingsdienst Twente (ODT). Aan de hand van de onderzoeksgegevens en berekeningen, worden de volgende maatvoorschriften aan Surplus meegegeven voor de uitoefening van hun activiteiten aan de Usselerrietweg 46 - 50: 1.

Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, veroorzaakt door de in het bedrijf aanwezige toestellen en installaties en door de in het bedrijf verrichte werkzaamheden en activiteiten, mag ter plaatse van een geluidsgevoelig object, dan wel op een afstand van 50 meter vanaf de grens van het bedrijf, tijdens de representatieve bedrijfssituatie niet meer bedragen dan: 45 dB(A) tussen 6.00 – 19.00 uur; 40 dB(A) tussen 19.00 – 22.00 uur; 35 dB(A) tussen 22.00 – 06.00 uur; 2. Het meten en berekenen van de geluidsniveaus en het beoordelen van de meetresultaten moet plaatsvinden overeenkomstig de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai, uitgave 1999; 3. Het is toegestaan om maximaal 8 keer per jaar tot uiterlijk 23.00 (muziek)festiviteiten te organiseren, waarbij het geluidsniveau maximaal 41 dB(A) (exclusief muziekstrafcorrectie) op de gevel van het dichtstbijzijnde geluidgevoelige object mag zijn. Hieronder valt al het geluid afkomst van de inrichting tijdens de incidentele bedrijfssituatie; 4. Feesten en partijen moeten om 23.00 uur afgelopen zijn; 5. Indien voor de nachtperiode (23.00* – 06.00 uur) festiviteiten georganiseerd worden, dan moet hiervoor een ontheffing worden aangevraagd bij de gemeente; 6. Tijdens feesten en partijen moeten de deuren en ramen van de brasserie, zoveel mogelijk gesloten worden gehouden; 7.

De houder van de inrichting moet ten minste twee weken voor de aanvang van feesten en partijen het college daarvan in kennis stellen; 8. De houder van de inrichting moet voor feesten en partijen de omgeving (binnen een straal van 300 meter) informeren over de voorgenomen activiteiten. Dit moet ten minste twee weken voor aanvang van de activiteit plaatsvinden. *De nachtperiode start voor De Forelderij normaliter om 22.00. Voor de incidentele bedrijfssituatie geldt dat feesten en partijen om 23.00 afgelopen moeten zijn. Hierom wordt gesteld dat de nachtperiode in de incidentele situatie start om 23.00. Het document ten aanzien van de afweging omtrent het maatwerkschrift is opgenomen in bijlage 4.

bestemmingsplan Usselerrietweg 46-50 (vastgesteld)

23

4.1.4

Bodemkwaliteit

De nadruk op het bodembeleid in Nederland ligt op de mogelijkheden die de bodem en ondergrond biedt om een locatie te gebruiken. Daaronder vallen ook eventuele bodemverontreinigingen. Drie aspecten om te komen tot een veilig en gezond gebruik van de bodem en ondergrond staan daarbij centraal: 1. Het voorkomen van een nieuwe bodemverontreiniging of aantasting van de bodem en ondergrond. 2. Het beheren en/of functiegericht saneren van een bodemverontreiniging bij het wijzigen of toekennen van een functie. 3. Het beheren van overige bodemverontreinigingen. Dit geldt met name voor locaties waar de functie en/of bestemming niet wijzigt, maar waar door vroegere activiteiten een bodemverontreiniging is ontstaan. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem speelt een rol om vast te stellen of een bestemmingsplanwijziging uitvoerbaar is. Dit is geregeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. De Wet bodembescherming kan hierop eveneens van toepassing zijn. Bijvoorbeeld bij de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Uitgevoerde bodemonderzoeken Het bestemmingsplan maakt het permanent bewonen van de zorgwoningen mogelijk. Ten behoeve van het mogelijk maken van een permanente woon-zorg bestemming is onderzoek uitgevoerd waarin is bekeken of de bodemkwaliteit past bij het beoogde gebruik.

Het volgende bodemonderzoek is uitgevoerd: Geofoxx, 6 september 2022, verkennend bodem- en asbestonderzoek Usselerrietweg 46 te Enschede, kenmerk 20220862_a1RAP. Dit onderzoek is als Bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. In het plan worden zorgwoningen opgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat de grond in het gebied ter plaatse en rondom de zorgwoningen voldoet aan de achtergrondwaarde. Alleen de grond die als fundatie onder de toegangsweg is aangebracht heeft een kwaliteit die de achtergrondwaarde overschrijdt. Hier liggen klinkers overheen. Conclusie De grond ter plaatse en rondom de zorgwoningen is geschikt voor de functie wonen. 4.1.5

Luchtkwaliteit

Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of de realisatie van beoogde ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Het wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen is geregeld in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: a. er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; b. een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; d. een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Besluit niet in betekenende mate Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats.

In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Met het plan worden de tijdelijk vergunde zorgwoningen permanent mogelijk gemaakt. Gelet op dit aantal in vergelijking met de drempelwaarde kan op voorhand worden bepaald dat er sprake is van een plan dat niet-in-betekenende-mate bijdraagt aan de concentratie van stof in de buitenlucht. Op het zuidelijk deel is er sprake van een functieverandering. De dagbesteding en de pluktuin zijn bestaande activiteiten die wordt voortgezet. Het forellenvissen verdwijnt waarbij de ondergeschikte horeca wordt omgezet naar reguliere horeca. Gelet op het aantal verkeersbewegingen dat plaatsvindt in de toekomstige situatie is nader onderzoek niet nodig.

24

bestemmingsplan Usselerrietweg 46-50 (vastgesteld)

Conclusie Uit het oogpunt van luchtkwaliteit (art 5.16 WM, lid 1 onder b) is er geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. 4.1.6

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen die onaanvaardbaar grote risico's opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan een kans van 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. De contour is daarom niet bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen een bepaalde afstand (effectafstand) van een risicovolle activiteit ophoudt.

Voor het groepsrisico geldt dat de actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van ruimtelijke ontwikkelingen verantwoord moeten worden. De wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid kan grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: regelgeving met betrekking tot risicovolle activiteiten bij inrichtingen en regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen. Risicovolle activiteiten bij inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is het wettelijk kader voor risicovolle activiteiten bij inrichtingen. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Usselerrietweg 46-50" of in de directe nabijheid daarvan zijn geen bedrijven of inrichtingen aanwezig waarop het Bevi van toepassing is. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan 'Usselerrietweg 46-50' of in de directe nabijheid daarvan zijn geen buisleidingen aanwezig waarop het Bevb van toepassing is. Ten zuidwesten van het plangebied is het zoekgebied uit de Structuurvisie Buisleidingen gelegen, het definitieve tracé is nog niet vastgesteld en vormt geen belemmering voor dit plan.

Transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor of over het water zijn de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de Circulaire Vervoer Gevaarlijke Stoffen het wettelijk kader. Momenteel is nieuwe wet- en regelgeving in voorbereiding voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. De basis van die nieuwe regelgeving wordt gevormd door het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet kent 3 vervoersmodaliteiten: Basisnet Water, Basisnet Spoor en Basisnet Weg. Basisnet Weg Binnen het plangebied of in de directe nabijheid van het bestemmingsplan "Usselerrietweg 46-50" is geen weg aanwezig die in het Basisnet is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg. Basisnet Water Binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Usselerrietweg 46-50" of in de directe nabijheid daarvan zijn geen waterwegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over water. Basisnet Spoor Binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Usselerrietweg 46-50" of in de directe nabijheid daarvan is geen spoorweg aanwezig die in het Basisnet is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over het spoor.

Conclusie externe veiligheid Op basis van het bovenstaande en het gegeven dat het plan geen (nieuwe) kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maakt binnen risicocontouren kan worden geconcludeerd dat de externe veiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Usselerrietweg 46-50 (vastgesteld)

25

4.2

Water

Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in een bestemmingsplan een beschrijving opgenomen van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de waterhuishouding. Het bestemmingsplan van "Usselerrietweg 45-50" beoogt voor het noordelijke deel het permanent mogelijk maken van de tijdelijk vergunde zorgwoningen. Met dit bestemmingsplan worden op dit gedeelte geen fysieke aanpassingen gedaan. Er worden geen woningen toegevoegd of extra verharding gerealiseerd. Aan de zuidzijde wordt de functie veranderd (ondergeschikte horeca naar reguliere horeca). Het restaurant wordt iets uitgebreid. Ook de bestaande vijvers worden heringericht en daarmee iets vergroot. Onderbouwing o.b.v. de te realiseren ruimtelijke ontwikkelingen Toename verhard oppervlak Het (vergunde deel van) restaurant heeft een oppervlakte van circa 80 m2. Dit wordt vergroot met een overdekt terras en een toiletgroep tot een totaal oppervlak van circa 165 m2. Hemelwaterafvoer Hemelwater op particulier terrein wordt opgevangen en minimaal 55 mm per vierkante meter verhard oppervlak dient te worden geborgen. Ruim 90 % van het plangebied is onverhard. Daarnaast is er een vijver met een oppervlakte van ruim 3000 m2 aanwezig. Op het terrein is daarmee voldoende ruimte aanwezig om hemelwater te kunnen bergen en vertraagd te laten infiltreren in de bodem.

Afvalwaterafvoer Afvalwater is aangesloten op het vuilwaterriool systeem. Dit blijft in de nieuwe situatie zo. Waterhuishouding en het bestemmingsplan Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de waterhuishouding geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.3

Natuur

4.3.1

Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden

In hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming wordt de aanwijzing en bescherming van de Europese 'Natura 2000' gebieden en de bijzondere nationale natuurgebieden (toekomstige Natura 2000 gebieden) geregeld. De Wet natuurbescherming bepaalt dat voor alle Natura 2000 gebieden instandhoudingsdoelstellingen en een beheerplan moeten worden vastgesteld. De instandhoudingsdoelstellingen hebben betrekking op de kwaliteit van natuurlijke habitats en de aanwezige habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk significant negatieve gevolgen kunnen hebben voor de aangewezen natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Indien dat op voorhand niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden uitgesloten dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd en een plan-milieu effect rapportage (plan-MER) te worden opgesteld. Wanneer ook op basis van een uitgevoerde passende beoordeling significant negatieve gevolgen niet met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen worden uitgesloten kunnen de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen alleen mogelijk worden gemaakt indien er redelijkerwijs geen alternatieven aanwezig zijn, er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang en de negatieve gevolgen in voldoende mate worden gecompenseerd.

Beschermde natuurgebieden en het plangebied “Usselerrietweg 46-50” Het plangebied van het bestemmingsplan ligt aan de zuidzijde van Usselo, ten zuidwesten van Enschede. Het plangebied ligt niet binnen de grenzen of in de directe nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000 gebied of bijzonder nationaal natuurgebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden zijn het 'Buurserzand en Haaksbergerveen' op circa 2,3 kilometer ten zuidoosten van het plangebied en het 'Witte Veen' op circa 4,1 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. De voor deze gebieden aangewezen habitattypen en habitats van soorten zijn gevoelig tot zeer gevoelig voor verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Andere Natura 2000 gebieden in de omgeving zijn gelegen op meer dan 5 kilometer afstand van het plangebied. Andere mogelijke verstoringsfactoren dan stikstofdepositie

26

bestemmingsplan Usselerrietweg 46-50 (vastgesteld)

Eventuele negatieve effecten op de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden als gevolg van andere mogelijke verstoringsfactoren dan stikstofdepositie kunnen op voorhand worden uitgesloten. Verstoringsfactoren als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten kunnen alleen aan de orde zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen in of in de directe nabijheid van een Natura 2000 gebied. Voor andere verstoringsfactoren dan stikstofdepositie kan een nadere toetsing aan hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming achterwege blijven. Stikstofdepositie In het kader van het voorliggende bestemmingsplan is door een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. In het onderzoek is de stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase bepaald. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport dat als bijlage bij deze plantoelichting is opgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat zowel tijdens de aanlegfase als de gebruiksfase de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden niet hoger zal zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden.

Conclusie Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden Op grond van het voorgaande kan met voldoende zekerheid worden geconcludeerd dat het voorliggende plan geen significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden zal hebben en daarmee in overeenstemming is met het bepaalde in de Wet natuurbescherming voor wat betreft het hoofdstuk Gebiedsbescherming. 4.3.2

Wet natuurbescherming, beschermde planten- en diersoorten

In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is de aanwijzing en bescherming van planten- en diersoorten geregeld. Het gaat daarbij niet om de bescherming van individuele planten of dieren maar om te voorkomen dat het voortbestaan van soorten planten of dieren in gevaar komt en dat vaste rust- en verblijfplaatsen en groeiplaatsen opzettelijk worden vernield of verstoord. Hiertoe zijn in deze wet een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het verbod op het opzettelijk doden of verontrusten van dieren of het verbod op het plukken van planten. Daarbij is het “nee, tenzij” principe het uitgangspunt, er mag geen schade worden toegebracht aan beschermde dieren of planten tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan en daarbij zorgvuldig wordt gehandeld. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor in dat gebied voorkomende vaste rust- en verblijfplaatsen en/of anderszins functioneel leefgebied van beschermde soorten. Indien noodzakelijk dienen tijdig passende preventieve of mitigerende maatregelen te worden getroffen dan wel dient het plan te worden aangepast om overtreding van verbodsbepalingen te kunnen voorkomen en de functionaliteit van het gebied voor de aanwezige beschermde soorten te kunnen waarborgen.

Indien door maatregelen en eventueel planaanpassing negatieve gevolgen voor aanwezige beschermde soorten niet of niet volledig kunnen worden voorkomen is een ontheffing van de betreffende verbodsbepalingen noodzakelijk en dient aannemelijk te worden gemaakt dat deze redelijkerwijs ook verleend zal kunnen worden. Beschermde soorten en het plangebied “Usselerrietweg 46-50” Met het plan worden de tijdelijk vergunde 13 zorgwoningen permanent mogelijk gemaakt. Deze woningen, evenals de inrichting van de buitenruimte (toegangsweg, erf, tuin) zijn al aanwezig/aangelegd. Op het zuidelijk deel is er sprake van een functieverandering. De dagbesteding is een bestaande activiteit die wordt voortgezet. Het forellenvissen verdwijnt waarbij de ondergeschikte horeca wordt omgezet naar reguliere horeca. Het horecapand wordt beperkt uitgebreid en de vijver en de parkeerplaatsen worden heringericht. Binnen het plangebied worden geen bomen of struiken gekapt/verwijderd. Er wordt geen bebouwing gesloopt. De locatie van de uitbreiding van het horecapand, de vijver en de parkeerplaatsen zijn door hun inrichting (terras, gazon en niet natuurlijk ingericht water) niet geschikt als onderdeel van het functioneel leefgebied voor beschermde soorten.

Daarmee kan op voorhand met voldoende zekerheid worden uitgesloten dat verbodsbepalingen uit hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming worden overtreden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Het uitvoeren van verder onderzoek of het aanvragen van een verklaring van geen bedenkingen bij het bevoegd gezag Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Conclusie Wet natuurbescherming, bescherming van planten- en diersoorten De Wet natuurbescherming vormt voor wat betreft de bescherming van planten- en diersoorten op voorhand geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Usselerrietweg 46-50 (vastgesteld)

27

4.3.3

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit) en beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. Het NNN kent geen externe werking, tenzij dit bij provinciale verordening als zodanig is bepaald. Het plangebied van het bestemmingsplan “Usselerrietweg 46-50” is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die onderdeel uitmaken van het NNN bevinden zich aan de overzijde van de Usselerrietweg op circa 25 meter ten oosten van het plangebied. Een verdere toetsing aan het NNN kan daarom achterwege blijven. Het NNN vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.4

Cultuurhistorie en archeologie

In en om de directe omgeving van het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle objecten, structuren of bouwwerken aanwezig. Cultuurhistorische waarden worden dus niet aangetast. Volgens het gemeentelijk archeologiebeleid ligt het plangebied binnen 'Onderzoeksgebied B'. Dat houdt in dat onderzoek noodzakelijk is bij een bodemverstoring (zoals graven) met een diepte van 50 cm of meer over een oppervlakte van 2500 m2 of meer. De bodemingrepen die plaatsvinden bestaan uit een kleine uitbreiding van het horecapand en de aanpassing van de vijver. Deze blijven ruim onder de oppervlakte van 2500 m2. In het bestemmingsplan krijgt het plangebied wel de gebiedsaanduiding 'archeologisch onderzoeksgebied B', aangezien het plangebied niet vrijgegeven kan worden op basis van een archeologisch onderzoek.

28

bestemmingsplan Usselerrietweg 46-50 (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planopzet

Algemeen

Type bestemmingsplan De Wro en het Bro maken het mogelijk een bestemmingsplan op verschillende manieren vorm te geven. Voorliggend plan is een traditioneel gedetailleerd bestemmingsplan. Een dergelijk plan legt het beoogde gebruik van gronden en opstallen en de bebouwingsmogelijkheden van de in het plan opgenomen gronden gedetailleerd vast. Wijze van bestemmen Het uitgangspunt van een bestemmingsplan is om een passende bestemming toe te kennen aan de gronden in het plangebied. De bestemming bepaalt welke gebruiksdoelen of functies op grond van een goede ruimtelijke ordening zijn toegestaan. Bij de keuze voor een bepaalde bestemming is de (gewenste) hoofdfunctie doorslaggevend. Als het ruimtelijk relevant is of als een bepaalde functie de omgeving beïnvloedt of daar eisen aan stelt, wordt gekozen voor een specifieke bestemming met eigen regels bouwen en gebruik. Het is mogelijk om binnen de hoofdgroepen bestemmingen specifieker te maken door bijvoorbeeld ondergeschikte functies in de bestemmingsomschrijving op te nemen. Voor bijzondere ondergeschikte functies, die niet onder de algemene bestemmingsomschrijving vallen en niet conflicteren met de bestemming, wordt gekozen voor een afzonderlijke functieaanduiding. In paragraaf 5.3 van deze plantoelichting wordt nader inhoudelijk ingegaan op de wijze van bestemmen waarvoor in het bestemmingsplan "Usselerrietweg 46-50" is gekozen.

5.2

Indeling planregels

Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de regels en de bijbehorende verbeelding waarop de diverse bestemmingen zijn aangegeven. De regels en de verbeelding dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: a. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels; b. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels; c. Hoofdstuk 3 - Algemene regels; d. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied van het bestemmingsplan “Usselerrietweg 46-50”. In Artikel 1, Begrippen, zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee wordt een eenduidige interpretatie van de begrippen vastgelegd. Artikel 2, Wijze van meten, geeft bepalingen hoe onder meer de hoogtes van gebouwen en de inhoud van gebouwen gemeten moeten worden en hoe bepaalde eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 geeft een omschrijving - de juridische vertaling - van de verschillende in het plangebied voorkomende en op de verbeelding opgenomen bestemmingen. Bij de indeling van de bestemmingsregels wordt conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 een vaste volgorde aangehouden. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: a. b. c. d.

bestemmingsomschrijving (omschrijving van de toegestane functies en gebruiksdoelen); bouwregels (regels waaraan de bebouwing dient te voldoen); nadere eisen (regels op grond waarvan nadere eisen aan bouwwerken en de situering daarvan kunnen worden gesteld); afwijken van de bouwregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de bouwregels);

bestemmingsplan Usselerrietweg 46-50 (vastgesteld)

29

e. f.

specifieke gebruiksregels (regels die aangeven welk specifiek gebruik verboden is); afwijken van de gebruiksregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de gebruiksregels); omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden noodzakelijk is); omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden er een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk noodzakelijk is); wijzigingsbevoegdheid (regels die aangeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden onderdelen van het plan gewijzigd kunnen worden).

g.

h. i.

Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, bestaande uit de anti-dubbeltelregel, de algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene procedureregels en overige regels.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 zijn regels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik van gronden. Deze artikelen bevatten regels die als doel hebben de rechtstoestand tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan vast te leggen. De "Slotregel" geeft de naam van het bestemmingsplan aan.

5.3

Beschrijving van het plan

5.3.1

Bestemmingen

Maatschappelijk (Artikel 3) Binnen het plangebied zijn twee bestemmingsvlakken met de bestemming 'Maatschappelijk' opgenomen. Het noordelijke deel bestaat uit 13 zorgwoningen en een gebouw voor begeleiding van bewoners. Binnen dit perceel is de functieaanduiding 'zorgwoning' opgenomen. Het begrip 'zorgwoning' is gedefinieerd. Op het zuidelijk deel is binnen de bestemming 'Maatschappelijk' de functieaanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - 01' opgenomen. Binnen deze functieaanduiding zijn de gronden bestemd voor dagbesteding, een pluktuin en waterhuishoudkundige voorzieningen met dien verstande dat de waterhuishoudkundige voorzieningen tevens gebruikt mogen worden ten behoeve van ondergeschikt recreatief medegebruik. Op een deel van het zuidelijke bestemmingsvlak is tevens de functieaanduiding 'horeca' opgenomen. Binnen deze functieaanduiding is een horecabedrijf tot en met categorie 1 toegestaan, met uitzondering van hotel, café en congrescentrum. In afwijking daarvan bestaat de mogelijkheid om 8 keer per jaar een evenement te houden waarbij versterkte muziek kan worden afgespeeld. Hiervoor is het noodzakelijk dat een maatwerkvoorschrift geluid in werking is. 5.3.2

Gebiedsaanduidingen

Archeologisch onderzoeksgebied B (lid 7.1.1) In de gebieden met de gebiedsaanduiding "Archeologisch onderzoeksgebied B" geldt een archeologische (voor)onderzoeksplicht voor bodemverstorende activiteiten met een verstoringsoppervlak van meer dan 2500 m 2 en bovendien een verstoringsdiepte van meer dan 50 cm. In dat geval is de realisatie van bouwwerken, de sloop van bestaande bouwwerken of de uitvoering van werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, uitsluitend toegestaan wanneer uit het (voor)onderzoek blijkt dat in de bodem geen archeologische waarden aanwezig zijn dan wel dat de in de bodem aanwezige archeologische waarden door de uit te voeren activiteiten niet zullen worden verstoord of in de plannen kunnen worden ingepast. 5.3.3

Overige aanduidingen

Binnen de in het plan voorkomende bestemming kunnen de bouw- en gebruiksmogelijkheden worden geregeld door het gebruik van functieaanduidingen, bouwaanduidingen, maatvoeringsaanduidingen en figuren. Voorliggen plan bevat geen functieaanduidingen en figuren.

30

bestemmingsplan Usselerrietweg 46-50 (vastgesteld)

Bouwvlak: Het bouwvlak is het gebied binnen de grenzen waarvan de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte bebouwing gerealiseerd dient te worden. Bouwaanduidingen: Bouwaanduidingen worden gebruikt om specifieke aanwijzingen te geven over de gewenste wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken. Bijvoorbeeld of gebouwen vrijstaand moeten worden gebouwd of juist aangeengebouwd, of er bijvoorbeeld een kap verplicht is of juist een plat dak. Ook zijn er bouwaanduidingen voor bijzondere bouwwerken, zoals een antennemast. Maatvoeringsaanduidingen: Maatvoeringsaanduidingen zijn alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen (goothoogte, bouwhoogte, bouwdiepte, inhoud, breedte), percentages (bebouwd oppervlak, gebruiksoppervlak) en dakhellingshoeken van gebouwen. Daarnaast kunnen maatvoeringsaanduidingen ook iets over aantallen zeggen, zoals het maximum aantal woningen, winkels of parkeerplaatsen.

5.3.4

Algemene regels

anti-dubbeltelregel (artikel 4) De anti-dubbeltelregel is een wettelijk voorgeschreven regel die bepaalt dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan bij de beoordeling van latere bouwplannen voor die grond buiten beschouwing blijft. Daarmee wordt beoogd te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruik gemaakt.

algemene gebruiksregels (artikel 6) In de algemene gebruiksregels is een algemeen gebruiksverbod opgenomen. Daarin is geregeld dat het verboden is gronden en bouwwerken te gebruiken, te laten gebruiken of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel dat niet in overeenstemming is met de in dit bestemmingsplan aan die gronden en bouwwerken gegeven bestemming(en). Van deze regel uitgezonderd is het afwijkend gebruik dat door burgemeester en wethouders is toegestaan bij een omgevingsvergunning voor handelen in strijd met ruimtelijke regelgeving. Op specifieke situaties gerichte gebruiksregels zijn in dit plan opgenomen in de overige artikelen.

algemene aanduidingsregels (artikel 7 De algemene aanduidingsregels bevat de regels voor de diverse gebiedsaanduidingen in het bestemmingsplan. Voorliggend plan bevat alleen een gebiedsaanduiding voor de bescherming van (mogelijk) in de bodem aanwezige archeologische waarden. Zie ook paragraaf 5.3.2 van deze toelichting.

algemene afwijkingsregels (artikel 8 In de algemene afwijkingsregels is geregeld onder welke voorwaarden burgemeester en wethouders in concrete gevallen bij een omgevingsvergunning kunnen afwijken van de in het bestemmingsplan opgenomen (algemene) bouw- en/of gebruiksregels.

algemene procedureregels (artikel 9) De algemene procedureregels bevatten het afwegingskader voor de toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen afwijkingsbevoegdheden In voorliggend plan zijn geen wijzigingsbevoegdheden en bevoegdheden tot het stellen van nadere eisen opgenomen. Dit artikel bevat daarom ook geen wettelijk voorgeschreven procedureregels voor de toepassing van in het bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheden.

bestemmingsplan Usselerrietweg 46-50 (vastgesteld)

31

5.3.5

Overige regels

In het hoofdstuk 'overige regels' zijn regels opgenomen die aanvullende werking hebben op de bouw- en gebruiksregels in het bestemmingsplan.

Parkeren (lid 10.1) Dit artikel bevat de regels voor het op eigen terrein realiseren van voldoende voorzieningen voor parkeren, van zowel auto's en fietsen als parkeervoorzieningen voor mindervaliden. Bij de beoordeling of in voldoende mate wordt voorzien in parkeervoorzieningen wordt getoetst aan de parkeernormen zoals die zijn vastgelegd in de beleidsregel 'Parkeernormennota Enschede 2017'. Het artikel bevat een dynamische verwijzing voor het geval de parkeernormennota tussentijds mocht worden gewijzigd of vervangen door een nieuwe parkeernormennota. Ook kunnen specifieke parkeerregels voor een bestemmingsplan gelden.

Bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater (lid 10.2) Dit artikel bevat de regels voor het op eigen terrein realiseren van voldoende voorzieningen voor het bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater. Deze regeling is de ruimtelijke vertaling van het gemeentelijke beleidskader. 5.3.6

Flexibiliteit

De planregels vormen het juridisch bindend kader dat aangeeft waar en hoeveel er gebouwd mag worden en waar het voor gebruikt mag worden. De planregels kunnen niet in alle ontwikkelingen voorzien. In sommige gevallen is een bepaalde ontwikkeling wenselijk, maar niet passend binnen de planregels. In deze paragraaf wordt toegelicht op welke wijze invulling gegeven wordt aan de diverse flexibiliteitsbepalingen in de planregels.

Afwijkingsregels De afwijkingsregels van de bouw- of gebruiksregels maken het mogelijk dat burgemeester en wethouders bij een omgevingsvergunning kunnen afwijken van het bestemmingsplan. Het gaat daarbij om afwijkingen van geringe aard en omvang. De bestemming van de grond waarop de afwijking betrekking heeft, wijzigt daardoor niet. Om hiervan gebruik te kunnen maken, moet een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit 'handelen in strijd met ruimtelijke regelgeving' aangevraagd worden. Burgemeester en wethouders maken vervolgens de afweging of de vergunning verleend kan worden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het afwegingskader dat in deze paragraaf verder wordt toegelicht. Daarnaast kunnen bij een afwijkingsbevoegdheid specifieke toepassingscriteria genoemd zijn, waar aan moet worden voldaan.

Afwegingskader Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid of wijzigingsbevoegdheid (laatste komt niet voor in dit plan) wordt het algemene beoordelingskader gehanteerd zoals in onderstaand overzicht is weergegeven. Daarnaast kunnen voor toepassing van een afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid nog specifieke toepassingscriteria gelden. Op deze wijze worden aanvragen zoveel mogelijk op dezelfde criteria beoordeeld en geeft het gebruikers/eigenaren van gronden in het plangebied meer duidelijkheid en rechtszekerheid over de toepassing van de flexibiliteitmogelijkheden in de planregels.

Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de volgende criteria: Woon- en leefklimaat:

32

bestemmingsplan Usselerrietweg 46-50 (vastgesteld)

Er dient rekening gehouden te worden met het in stand houden van een goed woon- en leefklimaat, hierbij dient gelet te worden op: - de verkeersaantrekkende werking, deze mag geen onevenredige gevolgen hebben voor de bereikbaarheid van de locatie en zijn directe omgeving; - de parkeerbehoefte mag niet tot gevolg hebben dat de parkeerdruk op de openbare ruimte wordt vergroot; - overlast door lawaai, stank en/of trillingen; - lichttoetreding en bezonning, waarbij rekening moet worden gehouden met de uitstraling naar (bebouwing op) aangrenzende gronden; - de eventuele gevolgen voor het aanwezige uitzicht; - de aanwezigheid van voldoende privacy; - mogelijkheden voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater; - mogelijkheden voor het realiseren van voorzieningen voor het voorkomen van hittestress; - mogelijkheden voor het realiseren van voorzieningen voor een duurzame energievoorziening.

Straat- en bebouwingsbeeld: In het belang van een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige en architectonische inpassing dient aandacht gegeven te worden aan: - een goede verhouding tussen bouwmassa's en open ruimte, (stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing); - de verhouding tussen de hoogte breedte van gebouwen; - gevelbeelden; - de samenhang van de bouwvorm met nabij gelegen bebouwing; - de hoogtedifferentiatie; - de situering van gebouwen op het perceel. Bepalend daarbij is de specifieke situatie ter plaatse van de locatie waarop de beoogde ontwikkeling betrekking heeft en hoe zich die verhoudt tot zijn directe omgeving. Een hoekpand aan een belangrijke stedenbouwkundige structuur vraagt immers om een andere benadering dan een woongebouw in een woonhofje ergens in een groene buitenwijk. Verkeersveiligheid: Ter waarborging van de verkeersveiligheid moet rekening gehouden worden met: - de toename van de verkeersintensiteit; - overlast door lawaai, stank en/of trillingen; - benodigde uitzichthoeken van wegen; - de aansluiting van in- en uitritten op de openbare weg; - de gevolgen voor het zicht op de openbare weg en of fiets- en voetpaden; - de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte.

Sociale veiligheid: Ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet-sociaal controleerbaar is moet rekening gehouden worden met: - de mogelijkheden voor de verbetering van toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een sociaal onveilige plek; - de mate waarin de toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een openbare ruimte wordt ingeperkt. Brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding Voor de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding moet rekening gehouden worden met de volgende aspecten: - aanwezigheid van kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten; - de aanwezigheid en routering van vluchtwegen; - de bereikbaarheid van de bouwwerken voor hulpdiensten; - de beschikbaarheid en bereikbaarheid van adequate blusmiddelen.

Milieusituatie: Ter waarborging en ter voorkoming van een milieukundig ongewenste situatie als gevolg van een ruimtelijke ingreep moet rekening gehouden worden met: - de mate van hinder voor de omliggende functies; - de gevolgen voor de externe veiligheid; - de gevolgen van de aanwezigheid van gevoelige functies voor de hinderlijke functies; - de gevolgen voor flora en fauna in relatie met de omgeving; - de gevolgen voor beschermde (natuur)gebieden; - de gevolgen voor de bodemkwaliteit; - de gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit en/of de grondwaterstand; - de situering van gebouwen ten opzichte van het water. bestemmingsplan Usselerrietweg 46-50 (vastgesteld)

33

Cultuurhistorische waarde: Bij een ruimtelijke ingreep moet rekening worden gehouden met de cultuurhistorische waarde van een gebouw of ensemble van gebouwen in relatie met de omgeving. Gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden: Een nieuwe ontwikkeling in een gebied kan gevolgen hebben voor de omgeving. Als een nieuwe ontwikkeling voldoet aan de planregels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, dan kan de omgeving hier vooraf rekening mee houden. Het afwijken van de planregels of het stellen van nadere eisen voor een nieuwe ontwikkeling mag niet leiden tot het beperken van de bouw- en gebruiksmogelijkheden op aangrenzende gronden. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met eventuele privaatrechtelijke aspecten.

Aanvullend afwegingskader voor het stellen van eisen ter bescherming van bomen In de regels van het bestemmingsplan is een bevoegdheid voor burgemeester en wethouders opgenomen tot het stellen van nadere eisen bij een omgevingsvergunning ter bescherming van bomen. Hiermee kunnen in concrete gevallen beschermende maatregelen worden voorgeschreven om te voorkomen dat in de nabijheid van op grond van de APV beschermde bomen bouwwerken worden gerealiseerd die mogelijk schade kunnen veroorzaken aan deze beschermde bomen. Bij de uitoefening van deze bevoegdheid betrekken burgemeester en wethouders de bij de APV gestelde nadere regels voor de bescherming van bomen.

5.4

Handhaving

Bestemmingsplannen zijn bindend voor iedereen: burgers, ondernemers en de overheid zelf. Het is een juridisch kader voor burgers en ondernemers waaruit kan worden afgeleid wat de eigen bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, maar ook wat de planologische mogelijkheden in juridische zin zijn op percelen in de directe omgeving. Aan de andere kant kan de gemeentelijke overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen als er sprake is van gebruik en/of bebouwing die niet in het bestemmingsplan passen.

34

bestemmingsplan Usselerrietweg 46-50 (vastgesteld)

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Het hoofddoel van dit bestemmingsplan is de gewenste toekomstige situatie planologisch-juridisch vast te leggen. Het plan maakt de permanente realisatie van zorgwoningen mogelijk, evenals een beperkte uitbreiding van de oppervlakte voor horeca en het gebruik van de horeca. Op grond van het bepaalde in artikel 6.12 van de Wro dient de gemeenteraad voor gronden waarop een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro is voorgenomen een exploitatieplan vast te stellen, tenzij het kostenverhaal van de grondexploitatie over de in het bestemmingsplan begrepen gronden anderszins is verzekerd. Er is geen sprake in de zin van een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro. De gronden worden door de eigenaar van de gronden ontwikkeld, waarbij de gemeente de eventuele kosten voor planschadevergoeding verhaalt middels een planschadevergoedingsovereenkomst met de betreffende ontwikkelaar. Gelet op het bovenstaande kan worden gesteld dat het kostenverhaal voldoende anderszins is verzekerd en is de economische uitvoerbaarheid van het nu voorliggende bestemmingsplan voldoende aangetoond.

bestemmingsplan Usselerrietweg 46-50 (vastgesteld)

35

Colofon Dit is een uitgave van: Afdeling Bestemmen Cluster Omgeving & Recht Gemeente Enschede

© Maart 2024, gemeente Enschede

Bijlagen Bij De Toelichting Bestemmingsplan Usselerrietweg 46-50

Status: Concept

Usselerrietweg 46-50

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 2

4

2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

bestemmingsplan Usselerrietweg 46-50 (concept)

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan Usselerrietweg 46-50 (concept)

3

Bijlage 2 Verkennend bodem- en asbestonderzoek

4

bestemmingsplan Usselerrietweg 46-50 (concept)

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Usselerrietweg 46 te Enschede

Opdrachtgever Stichting Surplus

Auteur

Lasondersingel 133 7514 BP ENSCHEDE

Paraaf:

Adviesbureau Geofoxx Eektestraat 10-12 Postbus 221 7570 AE OLDENZAAL 0541 - 58 55 44

Kwaliteitscontrole en vrijgave

Status Definitief Datum 6 september 2022 Projectnummer 20220862/JRIC Documentkenmerk 20220862_a1RAP

Paraaf:

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Usselerrietweg 46 te Enschede

Inhoudsopgave 1

Inleiding

1

2

Vooronderzoek en onderzoeksstrategie 2.1 Algemeen 2.2 Bronverwijzing 2.3 Locatiegegevens en huidig gebruik 2.4 Voormalig gebruik 2.5 Terreinverkenning 2.6 Omgeving 2.7 Beschikbare bodeminformatie 2.8 Bodemopbouw en geohydrologie 2.9 Onderzoekshypothese

2 2 2 2 3 4 4 4 5 6

3

Veld- en laboratoriumwerkzaamheden 3.1 Kwaliteit 3.2 Uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden

7 7 7

4

Resultaten onderzoek 4.1 Resultaten veldonderzoek 4.2 Resultaten laboratoriumonderzoek

9 9 10

5

Interpretatie resultaten

13

6

Samenvatting, conclusies en advies

14

Bijlagen 1 Situatietekeningen 1.1 Geografische ligging locatie 1.2 Situatietekening 2 Boorstaten 3 Analyseresultaten 4 Toetsingscriteria en -tabellen 5 Toelichting bodemonderzoek en asbest 6 Foto’s 7 Onafhankelijkheidsverklaring veldwerker

Projectnummer

Datum

20220862/JRIC

september 2022

-/-

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Usselerrietweg 46 te Enschede

1

In l ei di ng

In opdracht van Stichting Surplus heeft Geofoxx, als onafhankelijk adviesbureau 1, een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Usselerrietweg 46 te Enschede. De aanleiding voor het laten uitvoeren van het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging (permanente huisvesting) van de locatie. Het onderzoek heeft tot doel om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) te bepalen en deze te toetsen aan het voorgenomen gebruik. Bij het opstellen van het onderzoeksprogramma is uitgegaan van de Nederlandse Norm 'Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek' (NEN 5740). Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen uit de Nederlandse Norm (NEN 5725). In het rapport komt het volgende aan de orde: het vooronderzoek en de onderzoeksopzet, de veldwerkzaamheden inclusief het zintuiglijk onderzoek, het chemisch onderzoek, de interpretatie van de verzamelde gegevens, de conclusies en het advies.

1

De opdrachtgever en terreineigenaar zijn geen zuster- of moederbedrijf en komen niet uit de eigen organisatie zodat de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd. Geofoxx is een handelsnaam van Geofox-Lexmond bv, statutair gevestigd te Oldenzaal en ingeschreven in het handelsregister onder nr. 06056452. Op alle opdrachten zijn de algemene voorwaarden van Geofox -Lexmond bv van toepassing. Deze voorwaarden zijn te vinden op geofoxx.nl.

1 / 14

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Usselerrietweg 46 te Enschede

2

Voor on derzo ek en o nd er zo ekss tr ateg i e

2.1

Alg emeen

Het doel van een vooronderzoek is het verzamelen van inzichten over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw en geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. In de NEN5725 2 wordt onderscheid gemaakt in algemene en specifieke onderzoeksaspecten die verzameld moeten worden. Voor dit vooronderzoek geldt dat specifieke informatie verzameld moet worden over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Het vooronderzoek wordt afgesloten met een conclusie, die zal leiden tot een onderzoekshypothese. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. In de volgende paragrafen is de verkregen informatie vastgelegd.

2.2

Bro nv erw ij zi ng

In tabel 2.1 zijn de geraadpleegde bronnen van dit vooronderzoek weergegeven.

Tabel 2.1: Bronverwijzing Nr. 1. 2. 3. 4.

Bron Topografische ligging en kadastrale gegevens Historische kaarten Gemeentelijke bronnen Regionale en landelijke bronnen

5. 6. 7.

Geohydrologische gegevens Ligging kabels en leidingen Terreinverkenning

2.3

Verwijzing PDOK; www.google.nl/maps; www.kadaster.nl www.topotijdreis.nl bouwarchief, tankarchief www.bodemloket.nl, https://enschede.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/, www.dinoloket.nl; www.grondwatertools.nl www.klic-online.nl 17 augustus door de heer H. Klein Elhorst

Locati ege ge vens en hu idi g geb ru ik

De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied ten zuidwesten van de stad Enschede. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Lonneker, sectie K en nummer 2.406 en heeft een oppervlakte van 4.120 m2. Op de onderzoekslocatie zijn momenteel 13 tiny houses gesitueerd welke omstreeks 2017-2018 zijn gerealiseerd. Vanaf de Usselerrietweg loopt er een beklinkerde toegangsweg het terrein op. De rest van het terrein is onverhard. In het verleden diende het perceel als landbouwgrond. In onderstaande afbeelding is een luchtfoto van de onderzoekslocatie weergegeven. 2

NEN5725 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017).

Projectnummer

Datum

20220862/JRIC

september 2022

2 / 14

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Usselerrietweg 46 te Enschede

Afbeelding 2.1: Onderzoekslocatie in blauw omlijnd

De algemene locatiegegevens zijn opgenomen in tabel 2.2.

Tabel 2.2: Algemene gegevens onderzoekslocatie Algemene gegevens onderzoekslocatie Locatie omschrijving: Oppervlakte onderzoekslocatie: Bebouwing: Verharding: Kadastrale aanduiding:

2.4

13 tiny houses met een verharde toegangsweg en onverhard terrein 4.120 m2 Huizen Klinkerverharding (toegangsweg) Gemeente Lonneker, Sectie K, Nummer 2.406

Voorma lig geb ruik

In onderstaande afbeelding zijn historische kaarten opgenomen. Hieruit blijkt dat de toegangsweg eerder is aangelegd dan de tiny houses. Daarvoor heeft er nooit bebouwing op de locatie gestaan. Tussen 1970 en 1980 is het crematorium ten noorden van de locatie gebouwd, daarvoor was de locatie onderdeel van een groter agrarisch gebied.

1920

1960

1990

2019

Afbeelding 2.2: historische kaarten met in blauw locatiegrenzen (bron: 2)

Projectnummer

Datum

20220862/JRIC

september 2022

3 / 14

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Usselerrietweg 46 te Enschede

2.5

Ter re in ver kenn ing

De terreinverkenning is uitgevoerd op 17 augustus 2022 door de heer . Tijdens het locatiebezoek zijn er geen bijzonderheden en/of (aanwijzingen van voormalige) activiteiten waargenomen op basis waarvan de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem kan zijn beïnvloed.

2.6

Omgeving

Aan de noordoost kant van het terrein is het crematorium Twente gesitueerd. Ten oosten van de locatie ligt de Usselerrietweg en ten zuiden van de locatie loopt de Teesinkbeek. Er is geen reden om aan te nemen dat activiteiten in de nabijheid van de locatie hebben geleid tot bodemverontreiniging en daarmee tot aantasting van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie.

2.7

Bes chikba re bod eminformat ie

2.7.1

Reeds uitgevoerde bodemonderzoeken

Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bij Geofoxx bekend, in het verleden geen bodemonderzoeken uitgevoerd. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd:  Actualisatie en verkennend bodemonderzoek strooivelden Usselerrietweg 40 te Enschede, Bilfinger Tebodin, d.d. 27 augustus 2014 met kenmerk 3315001;  Nulsituatie bodemonderzoek nabij de Usselerietweg 48 te Enschede, Kruse Milieu BV, d.d. december 2006 met kenmerk: 06033720. In het kader van de vergunning Wet milieubeheer dient eens per 5 jaar de bodemkwaliteit ter plaatse van de strooivelden vastgesteld te worden. Bovengenoemd onderzoek uit 2014 is om die reden uitgevoerd. Boring 28, 30, 33, 34 en 35 zijn nabij de huidige onderzoekslocatie geplaatst. De toplaag van boring 28 tot en met 35 is onderzocht (MM09) en geanalyseerd op zware metalen, PAK en fosfaat, hetzelfde geldt voor de laag onder de toplaag (0,1 – 0,50 m-mv, MM10). In beide mengmonsters zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. In het grondwater uit peilbuis 30 zijn barium, chroom en zink in concentraties boven de streefwaarde aangetroffen, naar verwachting van nature aanwezig. Geadviseerd is om over 5 jaar een volgende bemonstering uit te voeren. Of dit (vervolg)onderzoek ook is uitgevoerd, is niet bij Geofoxx bekend.

In het kader van het aanvragen van de vergunning van de Wet Milieubeheer is in 2006 een verkennend bodemonderzoek nabij een bovengrondse dieselopslagtank met tankplaats uitgevoerd. In de bovengrond en het grondwater is geen van de geanalyseerde stoffen in een gehalte boven de streef- of achtergrondwaarde aangetoond.

2.7.2

Gebiedsgericht bodembeleid

In het kader van een gezamenlijk bodembeleid is voor het gebied een Nota bodembeheer en een bodemkwaliteitskaart opgesteld. In tabel 2.4 is een overzicht gegeven van de voor de locatie geldende klasseindeling uit de bodemkwaliteitskaart.

Projectnummer

Datum

20220862/JRIC

september 2022

4 / 14

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Usselerrietweg 46 te Enschede

Tabel 2.4: Bodemkwaliteitskaart Omschrijving Functiekaart: Ontgravingskaart: Toepassingskaart:

2.7.3

Natuur/landbouw Bovengrond: Achtergrondwaarde Bovengrond: Achtergrondwaarde

Ondergrond: Achtergrondwaarde Ondergrond: Achtergrondwaarde

Asbest

Puin (ongedefinieerd) wordt standaard gezien als asbestverdacht. Gedefinieerd puin is afhankelijk van de samenstelling (wel/geen bouw- sloopafval, leeftijd materiaal tussen 1945 1980) als zijnde asbestverdacht te beschouwen.

2.8

Bode mopb ouw en g eoh yd rol ogi e

Tabel 2.4 en afbeelding 2.4 geeft schematisch de globale geologische bodemopbouw in de omgeving van de onderzoekslocatie, bepaald op basis van een representatieve TNO -boring uit DINO-loket. De afzettingen zijn van met toenemende diepte (van jong naar oud) weergegeven.

Tabel 2.5: Regionale bodemopbouw Diepte (m-mv) 0 – 1,0 1,0 – 3,5 3,5 – 4,0 4 – 14,5 >14,5

Formatie Formatie van Boxtel Formatie van Drente Formatie van Drente Formatie van Appelschaa Formatie van Dongen

Projectnummer

Datum

20220862/JRIC

september 2022

Samenstelling Zand Klei Zand Zand Klei

Geohydrologische eenheid 1e watervoerend pakket Scheidende laag 2e watervoerend pakket Scheidende laag

5 / 14

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Usselerrietweg 46 te Enschede

Afbeelding 2.4: Geologische bodemopbouw op basis van het REGIS-II model uit DINO-loket

De freatische grondwaterstand wordt verwacht op circa 2 m-mv. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. De grondwaterstroming in de deklaag vindt overwegend in verticale richting plaats (infiltratie). Op de locatie is geen sprake van kwel. De grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket is globaal zuidwestelijk gericht (bron: grondwatertools.nl). De grondwaterstroming kan echter lokaal worden beïnvloed door ‘ontwateringsmiddelen’ (sloten, drains, zandcunetten e.d.). Op basis hiervan en de aard van het onderzoek, wordt een verdere uitwerking van de regionale geohydrologische gegevens niet relevant geacht.

2.9

Onder zo eksh yp othes e

2.9.1

Onderzoekshypothese

Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek is de relevante bodeminformatie van de onderzoekslocatie verkregen. Hiermee kan een inschatting worden gemaakt over de kans op een bodemverontreiniging. Vanwege het landbouw-verleden van de locatie is de toplaag verdacht op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen. Onderzoeksstrategie Bij het opstellen van het onderzoeksstrategie wordt uitgegaan van de NEN5740/A1 3. Op basis van de hypothese wordt de locatie onderzocht volgens de strategie voor een milieuhygiënisch onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL). De strategie is gezien de onderzoeksinspanning gerechtvaardigd ondanks dat er mogelijk verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen worden verwacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=4767e5cf-07af-4021-b708-84707f215c6d