Toelichting Damoclesbeleid 2025
Tekst van het document
Toelichting Damoclesbeleid Enschede 2025
Inleiding Op 1 november 2007 is het gewijzigde artikel 13b Opiumwet in werking getreden waarbij de burgemeester bevoegd is bestuursrechtelijk op te treden indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Het toepassingsbereik van dit artikel is daarmee uitgebreid tot ook de niet voor het publiek toegankelijke lokalen en woningen (voorheen slechts op voor publiek toegankelijke lokalen). Met ingang van 1 januari 2019 is de burgemeester tevens bevoegd handhavend op te treden wanneer er sprake is van handelingen ter voorbereiding of bevordering van drugshandel (voorbereidingshandelingen). Met deze bevoegdheid kan anders dan voorheen, ook worden opgetreden wanneer bijvoorbeeld een hennepkwekerij of drugslab wordt aangetroffen maar geen middelen als bedoeld in lijst I of II. Op welke wijze en wanneer de burgemeester zijn discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 13b Opiumwet zal inzetten is vastgelegd in het Damoclesbeleid. Voor coffeeshops gelden specifieke gedoogregels die tevens integraal zijn opgenomen in het Damoclesbeleid.
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN definities Bij de definities is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de wettekst van artikel 13b Opiumwet. Uitgangspunten Bij de beoordeling of sprake is van een overtreding van de Opiumwet wordt aansluitging gezocht bij hetgeen uit jurisprudentie blijkt en de gedoogcriteria die in de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie zijn vastgelegd. In de bijlage is een specificatie opgenomen wat er bedoeld wordt met handelshoeveelheid drugs (alles onder deze hoeveelheden wordt aangemerkt als zijnde een gebruikershoeveelheid). Die hoeveelheden zijn overgenomen uit de Aanwijzing Opiumwet. Daaronder wordt het volgende verstaan: - harddrugs: meer dan 0,5 gram. Hierbij wordt het volgende onderscheid gemaakt: 0,5 gram harddrugs (bijv. cocaïne/amfetamine) 1 pil/ tablet (bijv. XTC) 5 ml (bijv. 1 ampul/buisje/consumptie-eenheid GHB). - softdrugs: meer dan 5 gram - hennepplanten: meer dan 5 planten
HOOFDSTUK 2 WONINGEN EN LOKALEN NIET ZIJNDE COFFEESHOPS reacties op handel in soft- en harddrugs in woningen en lokalen niet zijnde coffeeshops Uitgangspunt is dat bij het aantreffen van een handelshoeveelheid soft- of harddrugs tot sluiting van de betreffende woning of het lokaal wordt overgegaan. Dit geld eveneens als er in een pand sprake is van voorbereidingshandelingen, dus als geen drugs worden aangetroffen (noch verkocht, afgeleverd of verstrekt), terwijl er wel voorwerpen of stoffen aanwezig zijn die duidelijk bestemd zijn voor het telen of bereiden van drugs, zoals bepaalde apparatuur (drugslaboratorium, cocaïnewasserij), chemicaliën (apaan, zoutzuur) en versnijdingsmiddelen. Tot sluiting wordt in ieder geval overgegaan onder de volgende omstandigheden over gegaan:
Er is sprake van toeloop van leveranciers en kopers van drugs naar het pand of er vinden voorbereidingshandelingen plaats, waardoor overlast voor andere bewoners in de nabije omgeving van het pand wordt veroorzaakt. Het pand staat bekend als drugspand en tast het woon- en leefklimaat in de omgeving aan. Er is sprake geweest van ernstig gevaar voor de openbare orde, de veiligheid en de gezondheid die een grote impact op het woon- en leefklimaat heeft. Te denken valt aan verontreiniging als gevolg van gebruik van (illegale) stoffen/ chemicaliën, brand- of instortingsgevaar, aanwezigheid van wapens. De woning of het lokaal waarin de drugs zijn aangetroffen of voorbereidingshandelingen hebben plaatsgevonden is gelegen in een straat of buurt waar meerdere drugspanden aanwezig, waar actuele drugsgerelateerde activiteiten zijn geconstateerd of waar een link met het criminele circuit is. Een zichtbare sluiting van de woning heeft in dat geval een te onderscheiden functie ter voorkoming van verdere overtredingen, namelijk het signaal aan bij het pand betrokken drugscriminelen en buurtbewoners dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit in dat pand.
Bij de afweging om tot sluiting over te gaan wordt ook de mate van verwijtbaarheid bij de rechthebbende op de woning of het lokaal (de eigenaar/ verhuurder) betrokken. Daarbij wordt beoordeeld of hij zelf de overtreder is, dan wel of hem verwijt kan worden gemaakt van het niet beëindigen en voorkomen van de overtreding. In voorkomende gevallen kan dit er toe leiden dat wordt volstaan met het geven van een waarschuwing na een eerste overtreding, bijvoorbeeld als zich geen van de onder punt 1 t/m 3 genoemde omstandigheden voordoen. Wanneer binnen 5 jaar na een eerste overtreding opnieuw een overtreding van de Opiumwet in dezelfde woning of hetzelfde lokaal plaatsvindt, volgt niet weer een waarschuwing maar volgt sluiting van de woning of het lokaal. Alle Enschedese woningcorporaties zijn partner in het Regionale Hennepconvenant, dat tot doel heeft de hennepteelt in Oost Nederland integraal aan te pakken. Zo volgt onmiddellijke ontbinding van de huurovereenkomst na het aantreffen van een hennepkwekerij in een corporatiewoning en wordt nauw samengewerkt om hennepteelt in woningen te voorkomen (preventiemaatregelen). In beginsel wordt daarom niet tot sluiting van een corporatiewoning overgegaan na het aantreffen van een hennepkwekerij, tenzij het belang van de openbare orde en de veiligheid dat noodzakelijk maakt.
Uitgangspunt is dat de eigenaar/ verhuurder verantwoordelijk is voor de gang van zaken in het pand. Van hem mag worden verwacht dat hij zich tot op zekere hoogte informeert over het gebruik dat het van het door hem (onder)verhuurde pand wordt gemaakt. (Zie onder meer ABRS uitspraak van april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1150.)
Het ligt dus op de weg van de eigenaar/ verhuurder om in zekere mate concreet toezicht te houden op het gebruik van het pand. Maatregelen die daartoe kunnen worden getroffen zijn: Screening van de beoogde huurder (verificatie ID- bewijs); Ontbindende clausule in het huurcontract in geval van drugshandel in het pand; Het uitvoeren van periodieke controles op het gebruik van het pand en verslaglegging daarvan. Het recht op privacy van een huurder behoeft niet in de weg te staan aan het kunnen controleren van het gebruik van het pand door de verhuurder. (ABRS uitspraak van 13 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1950)
Indien zich één of meerdere omstandigheden genoemd onder punt 1 tot en met 3 voordoen staat het ontbreken van verwijtbaarheid bij de rechthebbende op de woning of het lokaal niet in de weg aan sluiting. Het belang van sluiting zal onder die omstandigheden in beginsel zwaarder wegen dan het belang van de rechthebbende om over de woning of het lokaal te kunnen beschikken.
Periode van sluiting: Het sluiten van een woning, die daadwerkelijk wordt gebruikt als woning, zal in zijn algemeenheid een grotere inbreuk maken op iemands persoonlijke levenssfeer, dan de sluiting van een (al dan niet voor publiek toegankelijk) lokaal. Uit oogpunt van proportionaliteit wordt daarom voor de sluiting van woningen een kortere periode gehanteerd dan voor lokalen. In het geval van softdrugs wordt een sluitingsperiode van 3 maanden voor een woning en 6 maanden voor een lokaal noodzakelijk geacht om de doelstellingen van het beleid te realiseren (meer specifiek het wegnemen van overlast als gevolg van de loop naar het drugspand en van de naamsbekendheid als drugspand of de signaalfunctie als bedoeld onder punt 3). In geval van handel in harddrugs, waarvan bij productie en gebruik de gevolgen voor de volksgezondheid en de veiligheid zeer ernstig kunnen zijn, wordt een sluitingsperiode van 6 maanden voor een woning en 12 maanden voor een lokaal noodzakelijk geacht. Woningcorporaties als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet werken uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting en hebben daarin een bijzondere verantwoordelijkheid ten opzichte van particuliere/ commerciële woningverhuurders.
Om, gelet op die bijzondere verantwoordelijkheid van de corporaties, een sociale huurwoning niet onnodig lang aan de woningmarkt te onttrekken volgt in het geval van harddrugshandel in een corporatiewoning sluiting van de woning voor een periode van 3 maanden, tenzij het belang van de openbare orde en veiligheid een periode van sluiting van 6 maanden noodzakelijk maakt.
Bij herhaling van een overtreding van de Opiumwet binnen 5 jaar na de eerste overtreding volgt opnieuw sluiting van de woning of het lokaal voor een langere periode, die wordt bepaald aan de hand van de dan bekende omstandigheden. Afwijkingsbevoegdheid De bevoegdheid van de burgemeester om bij geconstateerde drugshandel in woningen en lokalen en of de daarbij behorende erven bestuursrechtelijk op te treden betreft een discretionaire bevoegdheid. De burgemeester moet niet, maar kan optreden. Op welke wijze en wanneer de burgemeester zijn bevoegdheid zal inzetten is vastgelegd in het Damoclesbeleid waarbij inherent aan deze bevoegdheid is verbonden de mogelijkheid om in een concreet geval te kunnen afwijken van het vastgestelde beleid. HOOFDSTUK 3 en 4 COFFEESHOPS De Opiumwet geeft de Burgemeester de bevoegdheid om de verkoop van softdrugs vanuit coffeeshops te gedogen. Regionaal zijn afspraken gemaakt over het aantal coffeeshops in Twente. Bij de vaststelling van het coffeeshopbeleid is door de Twentse gemeenten besloten om het aantal coffeeshops te maximaliseren en deze alleen te gedogen en te concentreren in de drie grote steden. In afstemming met de lokale driehoek (Burgemeester, politie, OM) is het coffeeshopbeleid vastgelegd in het Damoclesbeleid. Het Enschedese coffeeshopbeleid is in 2013 voor het laatst geëvalueerd.
Sindsdien gelden de regels van het huidige coffeeshopbeleid. Het beleid is in 2024 opnieuw geëvalueerd, waarbij is gekeken naar landelijke en lokale ontwikkelingen. Er is aanleiding het beleid op een aantal onderdelen te wijzigen c.q. te herbevestigen. Algemeen Doelstellingen van het coffeeshopbeleid zijn: - Beschermen van de volksgezondheid - Beheersen van overlast en onveiligheid - Bestrijden van de (georganiseerde) criminaliteit
Met het gedogen van verkoop van softdrugs heeft de wetgever beoogd een scheiding tussen de markt van softdrugs (hasj en wiet) van die van harddrugs (heroïne, cocaïne etc.) te bewerkstelligen. De verkoop en gebruik van softdrugs werd daarom kleinschalig en in een sociale context mogelijk gemaakt in coffeeshops. De productie van softdrugs is altijd verboden gebleven. Dat brengt de coffeeshopexploitatie in een criminogene positie. Direct of indirect zijn criminele organisaties betrokken bij de coffeeshop-exploitaties en worden miljoenen verdiend met grootschalige, bedrijfsmatige illegale hennepteelt. Jaarlijks worden in Enschede door de politie vele tientallen illegale hennepkwekerijen ontmanteld en grote partijen softdrugs aangetroffen, hetgeen leidt tot ondermijnende activiteiten in de stad en aantasting van de openbare orde en veiligheid en leefbaarheid. Veel geweldsdelicten zijn drugsgerelateerd. Dit valt de coffeeshops niet direct aan te reken, de huidige coffeeshopexploitaties veroorzaken zelf ook geen drugsgerelateerde overlast.
Het is zoals gezegd het gevolg van voortdurend landelijk beleid waarbij alleen de verkoop en niet de productie van softdrugs gereguleerd is. Daarmee onderscheidt de branche zich nog steeds van andere (horeca)branches, en is het wenselijk meer frequent de rechtmatigheid van de exploitaties te beoordelen om criminele en ondermijnende invloeden te gaan. Landelijk is het gezondheidsbeleid aangescherpt en gelden maatregelen om het gebruik van genotsmiddelen te ontmoedigen. Zo is per 1 juli 2022 het verbod op rookruimtes in voor publieke openstaande gebouwen ingegaan. Dit verbod geldt ook voor coffeeshops. De horecafunctie van coffeeshops krijgt daardoor meer het karakter van een afhaalzaak. Per 1 april 2024 staat cannabis in Duitsland niet langer op de lijst van verboden middelen. Wie ouder is dan 18 mag voortaan 25 gram cannabis bij zich hebben voor persoonlijk gebruik (in Nederland wordt 5 gram gedoogd). Als gevolg hiervan bestaat er in de toekomst een gerede kans op minder coffeeshoptoerisme in Enschede. Gelet op voornoemde ontwikkelingen is besloten per 1 januari 2025 een aantal wijzigingen in het coffeeshopbeleid door te voeren. 1. Aantal coffeeshops Landelijk wordt in veel gemeenten die coffeeshops gedogen een norm gehanteerd die varieert van 1 coffeeshop per 15.000 tot 40.000 inwoners. Dit is geen officiële norm, het is een richtlijn.
In Twente wordt de norm van 1 coffeeshop op 15.000 à 20.000 met een ondergrens van 2 x de norm (40.000 inwoners) gehanteerd. In het huidige coffeeshopbeleid zijn in Enschede maximaal 9 coffeeshops toegestaan. Met in achtneming van een aantal gedoog- en vestigingsvoorwaarden kunnen coffeeshops zich overal in Enschede vestigen. Momenteel zijn in Enschede 10 coffeeshops gevestigd (dat het er 10 zijn in plaats van 9 zoals het beleid voorschrijft, heeft te maken met overgangsrecht). 9 coffeeshops zijn gevestigd in het binnen singelgebied, waarvan 8 in de binnenstad. 1 coffeeshop is gevestigd buiten het singelgebied. De aanwezigheid van coffeeshops in de binnenstad heeft geleid tot drugstoerisme, mede ook door de ligging aan de grens met Duitsland. Met het gedogen van coffeeshops wordt voorkomen dat er ongecontroleerde straathandel in softdrugs plaatsvindt in de stad. Het drugstoerisme bestaat echter niet alleen uit coffeeshopbezoek, maar heeft ook een aanzuigende werking op straathandel waarbij we vermenging met de handel in harddrugs zien. Voorkomen moet worden dat zich een te grote concentratie van coffeeshops in een relatief klein deel van het stadscentrum vestigt, waardoor het woon- en leefklimaat onevenredig wordt aangetast door de aanzuigende werking die drugstoerisme op straathandel in hard)drugs en de daarmee gepaard gaande overlast heeft.
Elders in de stad is het aantal verkooppunten met één vestiging nu verhoudingsgewijs juist erg laag is. Zie verder ook onder punt 2 locatie- en spreidingsbeleid. Het maximum aantal coffeeshops gaat daarom naar 8, waarvan er maximaal 7 mogen zijn gevestigd in het Binnensingelgebied. Minder coffeeshops toestaan wordt niet wenselijk geacht omdat dan het risico op straathandel in softdrugs toeneemt. Hiermee wordt gestreefd naar een balans die enerzijds recht doet aan de mogelijkheid om in Enschede op legale en veilige wijze softdrugs te verkrijgen zonder daarvoor afhankelijk te zijn van straathandel of online drugshandel, en anderzijds de aanzuigende werking op illegale straathandel in (hard)drugs in het centrumgebied meer tegengaat.
2. Locatie- en spreidingsbeleid. Bij vestiging van een (nieuwe) coffeeshop staat het beschermen van de openbare orde, de veiligheid, de gezondheid en de leefbaarheid centraal. De huidige gedoogregels en vestigingscriteria voor coffeeshops blijven bestaan. Het kan voor komen dat ondanks dat voldaan wordt aan de vestigingsvoorwaarden, het niet wenselijk is dat een coffeeshop zich op een bepaalde locatie vestigt. Denk bijvoorbeeld aan een deel van de stad of een wijk waar zich drugsoverlast voordoet. Andersom kan het minder bezwaarlijk zijn een coffeeshop te vestigen op een locatie die niet aan (alle) vestigingscriteria voldoet, bijvoorbeeld wanneer de vestiging op die locatie naar verwachting geen effect heeft op de leefbaarheid en de locatie de voorkeur heeft (als geschikt afzetgebied).
De burgemeester krijgt daarom, wanneer er ruimte is voor een nieuwe coffeeshop, de bevoegdheid om nader te bepalen welke locatie geschikt is voor vestiging van een nieuwe coffeeshop. Hiermee kan meer rekening worden gehouden met de specifieke omstandigheden op dat moment en kan maatwerk worden geleverd.
3. Van gedogen van coffeeshops voor onbepaalde tijd naar tijdelijk gedogen met een verlengoptie. In het huidige beleid komt een exploitant in aanmerking voor een gedoogstatus voor onbepaalde tijd. Op basis van signalen vindt een volledige toetsing plaats op de rechtmatigheid van de gedoogstatus (levensgedrag exploitant, Bibob). Een periodieke toetsing ontbreekt. Bij een tijdelijke gedoogstatus voor de duur van 5 jaar wordt een Bibob-toets uitgevoerd, worden exploitant en leidinggevenden getoetst op levensgedrag en wordt beoordeeld of nog aan de andere exploitatievoorwaarden wordt voldaan. Hiermee is naast signaal gestuurd optreden meer geborgd dat de exploitatie rechtmatig plaatsvindt. De plaatsing van een gedoogstatus op de coffeeshoplijst voor onbepaalde tijd wordt daarom vervangen door een tijdelijke 5 jaar geldende gedoogbeschikking. Aan de gedoogbeschikking kunnen in het belang van de openbare orde en veiligheid, de gezondheid en de leefomgeving, specifieke voorschriften worden gekoppeld. Bijvoorbeeld een verkoopverbod en verwijzingsplicht naar een instelling voor verslavingszorg bij een redelijk vermoeden van probleemgebruik, de verplichting voorlichting te geven over gebruik van softdrugs. Of een verplichte deelname voor coffeeshopmedewerkers aan de ‘Coffeeshopcursus’ van het Trimbosinstituut.
Een belangrijk doel van deze training is dat eigenaren of mensen die in de coffeeshops werken in contact komen met preventiewerkers in de omgeving van de coffeeshop. Daardoor leren ze het lokale aanbod kennen en kunnen preventiewerkers en coffeeshops mogelijk samenwerken. Ook concrete voorschriften om drugsgerelateerde overlast of parkeeroverlast in de nabije omgeving van de coffeeshop tegen te gaan kunnen worden opgelegd. Hiermee wordt per locatie ook meer maatwerk mogelijk. Met een tijdelijke gedoogstatus heeft de exploitant daarnaast elke vijf jaar de gelegenheid een keuze te maken in het voortzetten of beëindigen van de exploitatie.
Een gedoogbeschikking wordt alleen aan een natuurlijke persoon afgegeven. Een besloten vennootschap, stichting of commanditaire vennootschap zijn uitgesloten. Deze rechtsvormen geven teveel mogelijkheden om buiten het zicht van de gemeente personen als bijv. een aandeelhouder, zowel invloed op de bedrijfsvoering, de financiering van of winstdeling uit de exploitatie van de coffeeshop te laten hebben. Het blijft net als onder het huidige beleid niet toegestaan de exploitatie over te dragen, bijvoorbeeld aan erfopvolgers of leidinggevenden van de coffeeshop. Wanneer de exploitatie stopt, uit eigen beweging of door overlijden van de exploitant, vervalt met inachtneming van een overgangstermijn van 4 weken de gedoogstatus. Wanneer de gedoogbeschikking wordt ingetrokken op basis van een negatief Bibob- advies dient de exploitatie direct te worden beëindigd en komt de exploitant ten minste 5 jaar niet meer in aanmerking voor een nieuwe gedoogstatus. Bij het vervallen van de gedoogbeschikking in geval van overlijden of op basis van een negatief Bibob- advies vervalt gelijktijdig de horecavergunning. Deze worden namelijk aan een en dezelfde natuurlijke persoon verleend. Een exploitant kan er uit eigen beweging wel voor kiezen de coffeeshop- exploitatie te beëindigen en als reguliere horeca-exploitatie verder te gaan. 4.
Aanvraag- en selectieprocedure wijzigt In het huidige beleid is bepaald dat wanneer er ruimte is voor een nieuwe coffeeshopexploitatie, een ieder zich kan aanmelden als gegadigde. Dat betekent dat voor elke aanvrager het gehele vergunningen- en Bibob- traject moet worden doorlopen. Eerst bij gelijke geschiktheid volgt een lotingssysteem. De verwachting is dat wanneer er ruimte is voor een nieuwe coffeeshop, een aanzienlijk aantal aanvragers zich zal melden en dus deze procedure moet worden doorlopen. Uit oogpunt van efficiency wijzigt de aanvraag- en selectieprocedure daarom. Het blijft net als nu voor iedereen mogelijk zich als gegadigde aan te melden, de vervolgprocedure is gewijzigd. In hoofdstuk 4 van het Damoclesbeleid is deze procedure vastgelegd. 5. Aanscherping begrip handelsvoorraad coffeeshops De handelsvoorraad softdrugs van een coffeeshop mag niet meer dan 500 gram zijn. Dit is bepaald in de Aanwijzing Opiumwet, er is geen beleidsruimte hiervan (naar boven) af te wijken. In het huidige beleid is dit als volgt omschreven: geen handelsvoorraad van meer dan 500 gram; dat houdt in dat in de coffeeshop of een daarbij behorende ruimte in totaal nooit meer dan 500 gram softdrugs aanwezig mag zijn; In een recente casus is gebleken dat er onduidelijkheid kan bestaan over wat onder een bij een coffeeshop behorende ruimte moet worden verstaan.
Hieronder moet niet alleen worden verstaan een fysiek bij of in de coffeeshop behorende ruimte, maar ook een handelsvoorraad die elders wordt aangetroffen en als er een directe relatie bestaat met de coffeeshop. Het moet gaan om elders aanwezige softdrugs die kennelijk voor verkoop in de coffeeshop zijn bestemd, bijvoorbeeld elders in het pand, in een ander pand of in een auto. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een uitspraak van 2019 geoordeeld dat een dergelijke uitleg van het begrip handelsvoorraad is toegestaan wanneer dit zo in het beleid is opgenomen.
De definitie van maximale handelsvoorraad komt in het nieuwe beleid daarom als volgt te luiden: De handelsvoorraad van de coffeeshop mag niet meer dan 500 gram bedragen. Niet alleen softdrugs in de openbare verkoopruimte vormen handelsvoorraad. Handelsvoorraad zijn ook softdrugs die elders worden aangetroffen, indien er een directe relatie bestaat met de coffeeshop. Het moet gaan om elders aanwezige drugs die kennelijk voor verkoop in deze coffeeshop zijn bestemd, bijvoorbeeld elders in het pand, in een ander pand of in een auto. 6. Overgangsrecht 2025 De coffeeshops die op het moment van inwerkingtreding van het nieuwe coffeeshopbeleid gewijzigde vermeld staan op de coffeeshopbeleid, krijgen tot 1 april 2025 de gelegenheid een gedoogbeschikking aan te vragen. Wanneer de aanvraag voor die datum niet is ingediend vervalt de gedoogstatus per die datum. Voor zover deze coffeeshops op een locatie zijn gevestigd die niet voldoet aan de vestigingscriteria als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder a, punt 2 t/m 9, zijn die criteria niet van toepassing. De reden hiervoor is dat reeds op grond van oud overgangsrecht deze afwijkingen gedoogd werden. Zo voldoet bijvoorbeeld een aantal coffeeshops niet aan het onderlinge loopafstand criterium. Zolang de gedoogstatus van de betreffende coffeeshops gehandhaafd blijft, hebben deze afwijkingen geen gevolgen.
HANDHAVING GEDOOGCRITERIA COFFEESHOPS Overtreding
Gemeente
Politie / OM
Ingezetenen
In beginsel geen bestuurlijke handhaving. Bij geconstateerde overlast in relatie tot het ingezetenenschap zullen in de lokale driehoek nieuwe afspraken worden gemaakt over de handhaving bij overtreding van het ingezetenencriterium.
Het OM zal in beginsel niet strafrechtelijk handhaven. Echter indien een coffeeshop aan nietingezetenen verkoopt en de problematiek in of rondom de shop daartoe aanleiding geeft, dan zal het OM altijd de afweging maken of het toch eigenstandig zal optreden, maar pas nadat het standpunt van het OM in de driehoek kenbaar gemaakt is.
Affichering
1e overtreding:
1e overtreding:
tijdelijke sluiting van 4 weken.
rapport + PV + inbeslagname + vervolging:
2e overtreding binnen 5 jaar: Intrekking gedoogbeschikking .
Art. 3b OW ivm art. 10, lid 1 OW. Art. 3b OW ivm art. 10, lid 2 OW. 2e overtreding binnen 5 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
Harddrugs
1e overtreding:
1e overtreding:
tijdelijke sluiting van 52 weken.
rapport + PV + inbeslagname + vervolging:
2e overtreding binnen 5 jaar :
Art. 2 OW ivm art. 10, lid 1 OW.
Intrekking gedoogbeschikking
Art. 2 OW ivm art. 10, lid 3 OW. Art. 2 OW ivm art. 10, lid 4 OW. 2e overtreding binnen 5 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
Overlast
1e overtreding:
1e overtreding:
tijdelijke sluiting van 13 weken.
rapport + PV + inbeslagname + vervolging:
2e overtreding binnen 5 jaar :
Art. 3 OW ivm art. 11, lid 1 OW.
Intrekking gedoogbeschikking
Art. 3 OW ivm art. 11, lid 2 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 3 OW.
Art. 3 OW ivm art. 11, lid 5 OW. 2e overtreding binnen 5 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
Verkoop jeugdigen
1e overtreding:
1e overtreding:
Toegang jeugdigen
Tijdelijke sluiting van 26 weken.
rapport + PV + inbeslagname + vervolging:
2e overtreding binnen 5 jaar :
Art. 3 OW ivm art. 11, lid 1 OW.
Intrekking gedoogbeschikking. 1e overtreding: Tijdelijke sluiting van 26 weken. 2e overtreding binnen 5 jaar : Intrekking gedoogbeschikking.
Art. 3 OW ivm art. 11, lid 2 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 3 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 5 OW. 2e overtreding binnen 5 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand). 1e overtreding: rapport + PV + inbeslagname + vervolging: Art. 3 OW ivm art. 11, lid 1 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 2 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 3 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 5 OW. 2e overtreding binnen 5 jaar:
rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
te Grote hoeveelheid
1e overtreding:
1e overtreding:
tijdelijke sluiting van 13 weken.
rapport + PV + inbeslagname + vervolging:
2e overtreding binnen 5 jaar :
Art. 3 OW ivm art. 11, lid 1 OW.
Intrekking gedoogbeschikking.
Art. 3 OW ivm art. 11, lid 2 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 3 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 5 OW. 2e overtreding binnen 5 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
te Grote handelsvoorraad
1e overtreding:
1e overtreding:
tijdelijke sluiting van 13 weken.
rapport + PV + inbeslagname + vervolging:
2e overtreding binnen 5 jaar :
Art. 3 OW ivm art. 11, lid 1 OW
Intrekking gedoog beschikking.
Art. 3 OW ivm art. 11, lid 2 OW Art. 3 OW ivm art. 11, lid 3 OW Art. 3 OW ivm art. 11, lid 5 OW 2e overtreding binnen 5 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
Voorbereidingshandelingen
1e overtreding:
1e overtreding:
tijdelijke sluiting van 12 maanden.
rapport + PV + inbeslagname + vervolging:
2e overtreding binnen 5 jaar:
Art. 2 en/of 3 OW ivm art. 10a lid 1 onder 3 of art. 11a OW
Intrekking gedoogbeschikking.
2e overtreding binnen 5 jaar: rapport + PV + inbeslagname +vervolging (idem als vorenstaand).
Niet nakomen aan gedoogbeschikking verbonden nadere voorschriften.
Beoordeling levensgedrag exploitant en/ of leidinggevenden