CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting bp Leuriks Oost 2020

Raadsvergadering 27 september 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Leuriks Oost 2020", exploitatieplan Leuriks Oost en beeldkwaliteitsplan Leuriks Oost21.160 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Circulaire economie Voor het realiseren van afvalcontainers voor het gescheiden inzamelen van afval en herbruikbare materialen is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen en bedrijven voor de verwerking van afval.

Biodiversiteit: Natuurgebieden, bossen, parken en andere structurele, veelal openbaar toegankelijke, groenvoorzieningen worden in een bestemmingsplan als zodanig bestemd en voorzien van een passende beschermende gebruiks- en bouwregeling. Daarnaast maakt een bestemmingsplan het in nagenoeg elke bestemming mogelijk om groenvoorzieningen van ondergeschikte aard te realiseren.

Overige actiepunten Voor de overige actiepunten uit het Actieplan Duurzaamheid kan kortheidshalve worden volstaan met de conclusie dat deze geen ruimtelijke relevantie hebben en als zodanig dus ook niet of hooguit indirect van invloed zijn op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.

Verplichte duurzame maatregelen voor Leuriks Oost - Aardgasvrije woningen: de woningen zullen hierbij worden opgewarmd middels warmtepompen. - BENG In Nederland wordt al jaren hard gewerkt aan een duurzamer gebouwde omgeving. 2015 kenmerkte de verandering met een aanscherping van de EPC (EnergiePrestatieCoëfficiënt) naar 0,4 en in 2018 is de verplichte gasaansluiting van nieuwbouwhuizen komen te vervallen. Vanaf 1 januari 2021 is er een nieuwe wet- en regelgeving bij: de BENG. De besluitvorming omtrent BENG ligt op Europees niveau. Binnen de Europese Unie zijn afspraken gemaakt om de energieprestaties van onze gebouwen te verbeteren. De Europese richtlijn EPBD (Energy Performance of Buildings Directive) geeft aan dat vanaf 2021 alle nieuwe gebouwen ‘Nearly Zero Energy Buildings’ (NZEB) moeten zijn. BENG is daarmee een letterlijke vertaling. Hiermee maakt de EPC na vijfentwintig jaar plaats als meetinstrument voor de energieprestatie van woningen en utiliteitsbouw en wordt overgegaan op BENG: nieuwe regelgeving die moet zorgen voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen.

24

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan "Leuriks Oost 2020" getoetst aan de belangen van milieu, natuur en waterhuishouding.

5.1

Milieu

In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de milieuaspecten bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Daarnaast wordt in deze paragraaf verslag gedaan van de uitkomsten van de bedrijven- en milieu-inventarisatie en de toepassing van milieuzonering. 5.1.1

Milieueffectrapportage

Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken daadwerkelijk een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. 2. 3. 4.

het plan of besluit maakt geen activiteiten mogelijk die in het Besluit m.e.r. zijn genoemd. Er geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r.-verplicht; m.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of er mogelijk aanzienlijke milieugevolgen optreden. Zo ja, dan is alsnog het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; vormvrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden. Het bevoegd gezag moet nagaan of die activiteit mogelijk aanzienlijke milieugevolgen zou kunnen hebben.Zo ja, dan moet er alsnog een volledige m.e.r.-(beoordelings)procedure worden doorlopen.

Aanvullend op het voorgaande kan er ook een m.e.r-plicht (een planm.e.r. in dit geval) zijn via een andere weg. Namelijk voor plannen waarvan op voorhand niet kan worden uitgesloten dat zij een significant negatief effect op Natura 2000-gebieden hebben. In dat geval is een zogenaamde Passende Beoordeling nodig en geldt er automatisch een planm.e.r.-plicht. Zoals beschreven in paragraaf 5.3.1 treden er geen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden op. Er is geen Passende Beoordeling nodig en daarmee eveneens geen planm.e.r. via deze weg.

Toetsing bestemmingsplan "Leuriks Oost 2020" aan het Besluit m.e.r. Het bestemmingsplan "Leuriks Oost 2020' heeft tot doel de realisatie van een woonwijk met (naar huidig inzicht) 74 woningen mogelijk te maken aan de Gronausestraat, aan de oostzijde van Enschede. De voorgenomen activiteit is waarschijnlijk te scharen onder activiteit D 11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.): 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De bijbehorende drempelwaarden (1° een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2° een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen en 3° een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer) worden niet overschreden. Het terrein is circa 12 hectare groot en het betreft 74 woningen. Daarmee blijft het plan ruimschoots onder de drempelwaarden.

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

25

Op basis van het voorgaande (de kenmerken van de voorgenomen activiteit) geldt daarmee waarschijnlijk een plicht tot een vormvrije m.e.r.-beoordeling voor bestemmingsplan "Leuriks Oost 2020'.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets, waarin aan de hand van in de Europese m.e.r-richtlijn opgenomen criteria wordt beoordeeld of belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten en al of niet sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. De criteria hebben betrekking op de kenmerken van het project, de locatie van de activiteit en de kenmerken van het potentiële effect. Bij de kenmerken van het project gaat het onder andere om de omvang en de cumulatie met andere projecten. Bij de locatie van de activiteit gaat het onder andere om de mate van kwetsbaarheid van het milieu in gebieden waarop de activiteit van invloed zou kunnen zijn. Bij de kenmerken van het potentiële effect gaat het onder ander om het bereik van de effecten. Voor de ontwikkeling van de Leuriks Oost is door de gemeente Enschede een notitie ten behoeve van de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld, welke in bijlage 2 bij deze plantoelichting is opgenomen. Uit de notitie blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Op basis van de notitie hebben burgemeester en wethouders besloten dat het niet noodzakelijk is om een (formele) m.e.r.-beoordeling uit te voeren of een milieueffectrapport op te stellen.

5.1.2

Milieuhinder van bedrijven en voorzieningen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is nagegaan of er bestaande bedrijfsactiviteiten en voorzieningen rondom het plangebied van het bestemmingsplan "Leuriks Oost 2020" aanwezig zijn, die van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat in het plangebied. Daarbij is gekeken naar de potentiële milieubelasting van deze bedrijfsactiviteiten en voorzieningen. De milieubelasting en de bijbehorende hindercontouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat het plangebied kan worden gezien als een rustige woonwijk.

Milieuhinder van bedrijfsactiviteiten binnen het plangebied voor woningen in en rondom het plangebied De bedrijven en voorzieningen die het bestemmingsplan "Leuriks Oost 2020" beoogt planologisch mogelijk te maken zijn zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving, dat deze in- en/of aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. Het gaat daarbij om de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis. Er zijn binnen het plangebied geen bedrijven aanwezig of planologisch mogelijk die van invloed zouden kunnen zijn op het woon- en leefklimaat binnen het plangebied. Het bestemmingsplan "Leuriks Oost 2020" maakt geen functies planologisch mogelijk die van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat binnen het plangebied.

Milieuhinder van bestaande bedrijfsactiviteiten rondom het plangebied voor woningen in het plangebied Binnen een straal van circa 100 meter rondom het plangebied zijn een beperkt aantal bedrijven aanwezig. Er zijn rondom het plangebied enkele bedrijven aanwezig of planologisch mogelijk die van invloed zouden kunnen zijn op het woon- en leefklimaat binnen het plangebied. Van die functies en bedrijven is door middel van nader dossieronderzoek beoordeeld of de feitelijke (bedrijfs)activiteiten een knelpunt opleveren voor een goed woon- en leefklimaat en of terugschaling mogelijk is. Uit dit dossieronderzoek zijn de volgende gegevens naar voren gekomen:

Bruinenberg Schadeherstel Winterweg 11

Autoplaatwerkerij/spuiterij Normafstanden

26

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

Geluid 100 m Geur 50 m Stof en gevaar 30 m Het bedrijf is op meer dan 100 m van het plangebied gelegen en vormt daarom geen knelpunt voor het plangebied.

Phenix Zuid Esmarkerrondweg 69

Voetbalvereniging (veldsportcomplex met verlichting) Normafstanden Geluid 50 m De voetbalvereniging is op meer dan 100 m van het plangebied gelegen en vormt daarom geen knelpunt voor het plangebied.

Huuskes Gronausestraat 425

Groothandel in vleeswaren, kaas, diepvriesproducten, vers vlees, groenten, kipproducten, convenience (kanten klaarproducten) en DKW (droge kruideniers waren) alsmede het bewerken van kaas, vers vlees, groenten, kipproducten en het bereiden van convenience. Een inrichting voor het be- en verwerken van vlees (p.o. > 1.000 m2) wordt ingedeeld in categorie 3.2. Normafstanden Geur en geluid 100 m Gevaar 50 m De grens van het bedrijf is op ca. 60 m van het plangebied gelegen. Daarmee is de normafstand voor het aspect gevaar niet binnen het plangebied gelegen en kan daarmee buiten beschouwing worden gelaten. Geur Het aspect geur wordt hoofdzakelijk bepaald door het bereiden van voedingsmiddelen. De genoemde afstand van 100 m dient derhalve te worden aangehouden vanaf de emissiepunten van deze activiteiten. Deze emissiepunten zijn op grotere afstand dan 100 m van het plangebied gelegen. Het aspect geur vormt daarmee geen knelpunt. Geluid Het plangebied is op minder dan 100 m van het bedrijf gelegen. In 2018 is voor het bedrijf, in verband met het wijzigen ervan, een melding gedaan in het kader van het Activiteitenbesluit. Ten behoeve van de onderbouwing van het aspect geluid is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het door Antea Groep opgestelde rapport “actualisatie ivm melding Activiteitenbesluit milieubeheer voor Huuskes B.V.

aan de Gronausestraat 425 te Enschede”; projectnummer 433092; definitief revisie 01; 3 oktober 2018. De melding is geaccepteerd met aanvullende maatwerkvoorschriften. Uit deze voorschriften blijkt dat voldaan kan worden aan de waarden uit de Geluidnota van de Gemeente Enschede en het Activiteitenbesluit. Het bedrijf vormt daarmee ten aanzien van het aspect geluid geen knelpunt voor het plangebied.

Conclusie milieuhinder bedrijven en voorzieningen Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er uit oogpunt van milieuhinder van bedrijven en voorzieningen geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

27

5.1.3

Bodemkwaliteit

Bodemkwaliteit algemeen Het bodembeleid in Nederland heeft een hervormingsfase ondergaan. Er is sprake geweest van een overgang van het saneren van vervuilde bodem naar het duurzaam en efficiënt beheren en bewust gebruiken van de bodem en ondergrond in relatie met de bovengrondse toedeling van functies. Het beleid richt zich niet uitsluitend meer op het wegnemen van bodemverontreiniging, maar de nadruk is komen te liggen op creatief, innovatief en integraal beheer en gebruik van de bodem en ondergrond, inclusief de daarin aanwezige verontreinigingen in grond en grondwater. Het oude beginsel van niet bouwen op een vervuilde bodem is hiermee verlaten. Bouwen op een ernstig verontreinigde bodem is onder voorwaarden mogelijk. Functiegericht en kosteneffectief saneren is dan voldoende. Het uitgangspunt hierbij is dat aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Daarnaast mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. In het kader van een "goede ruimtelijke ordening" zoals beschreven in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, is het uitgangspunt dat de bodemkwaliteit geschikt dient te zijn voor de voorgenomen bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen.

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of het plan uitvoerbaar is. De milieuhygiënische bodemgesteldheid speelt daarbij een rol. De Wet bodembescherming kan hierop van toepassing zijn.

Bodemkwaliteit en het bestemmingsplan "Leuriks Oost 2020" (ontwikkelingsgericht plan) Het bestemmingsplan Leuriks Oost is een nieuwe ontwikkeling. Dit houdt in dat er sprake is van een nieuwe planologische situatie. Hierdoor kan de huidige bodemgesteldheid de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan beïnvloeden. Het is bekend dat door het historisch gebruik in verstedelijkt gebied zoals in Enschede, er locaties aanwezig zijn of kunnen zijn waar de bodem verontreinigd is. Om dit in beeld te brengen is er in het kader van deze nieuwe ontwikkeling een bodemonderzoek uitgevoerd. Zie hiervoor de rapportage Verkennend bodem- en asbestonderzoek Leuriks Oost te Enschede van 14 mei 2020 met projectnummer 20200247/MRUS opgesteld door Geofoxx. Zie bijlage 5 van deze toelichting.

PFAS Het plangebied is historisch gezien onverdacht wat betreft het voorkomen van PFAS. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 29 november 2019 een aanpassing tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie opgesteld. Het aangepaste tijdelijk handelingskader PFAS heeft betrekking op het grondverzet in Nederland. Indien bij toekomstige werkzaamheden binnen het plangebied grond vrijkomt die elders wordt toegepast of wordt afgevoerd naar een grondbank of verwerker, kan het nodig zijn dat van de partij grond dient te worden bepaald of deze wel of niet voldoet aan het aangepaste tijdelijk handelingskader PFAS.

Conclusie Het is op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek bekend dat er binnen het plangebied lokaal sprake is van bodemverontreiniging met asbest. Dit betekent dat de initiatiefnemer bij plannen tot herontwikkeling, uitbreiding en/of functiewijziging rekening moet houden met de aanwezigheid van deze bodemverontreiniging. De aanwezigheid van de geconstateerde bodemverontreiniging belemmert de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet zodanig, dat de realisatie in het geding komt. De betreffende bodemverontreiniging kan functiegericht en kosteneffectief worden gesaneerd. Deze bodemsaneringswerkzaamheden dienen voordat het plangebied bouwrijp wordt gemaakt, te worden uitgevoerd.

28

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

5.1.4

Wet geluidhinder

In artikel 3.3.1 van het Bro is bepaald dat in een bestemmingsplan moet worden aangegeven waar geluidgevoelige gebouwen en terreinen zijn gesitueerd ten opzichte van wegen, spoorwegen en industrieterreinen met een onderzoekszone als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Wanneer het bestemmingsplan binnen deze onderzoekszones de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen of terreinen en/of de transformatie van bestaande panden naar wonen of een andere geluidgevoelige functie mogelijk maakt, moet door middel van een akoestisch onderzoek worden nagegaan of de geluidsbelasting binnen de wettelijke normen blijft. De geluidsbelasting mag de in de Wgh genoemde grenswaarden niet overschrijden. Daarbij moet ook de doeltreffendheid worden onderzocht van de in aanmerking komende maatregelen ter voorkoming van in de toekomst optredende geluidsbelasting van de geluidgevoelige gebouwen en terreinen. Binnen het plangebied Leuriks Oost is woningbouw voorzien. Binnen het plangebied zal de mogelijkheid worden geboden om maximaal 74 vrijstaande woningen te realiseren. Ten behoeve van de onderbouwing van het aspect geluid is door de afdeling Bestemmen van de gemeente Enschede een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport “Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 Enschede, Wegverkeerslawaai; d.d. 5 februari 2021”. Zie bijlage 3.

Wegverkeerslawaai Het plangebied is (deels) gelegen binnen de zone van de Euregioweg, de Gronausestraat en de Oostweg. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 zijn geen op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde wegen aanwezig. Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van geluidgevoelige gebouwen binnen de onderzoekszone.

Wettelijk kader In artikel 74 van de Wgh is bepaald dat zich aan weerszijden van een weg een zone bevindt. De breedte van de zone is afhankelijk van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en van het aantal rijstroken. De zonering geldt niet voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en voor wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km per uur. Volgens artikel 76a/77 van de Wgh moet bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan of een projectbesluit, waarin nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige functies mogelijk worden gemaakt, binnen onderzoekszones van wegen, als bedoeld in artikel 74 van de Wgh, akoestisch onderzoek worden verricht. De geluidsgevoelige bestemmingen die binnen het bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 nog kunnen worden gerealiseerd zijn gelegen in binnenstedelijk gebied binnen de zone van bestaande wegen. Op woningen bedraagt de voorkeurswaarde 48 dB (artikel 82, eerste lid Wgh). Indien deze waarde wordt overschreden kan onder voorwaarden een hogere waarde worden verleend tot ten hoogste 63 dB (artikel 83, tweede lid Wgh).

Het vaststellen van een hogere waarde is pas mogelijk indien aangetoond wordt dat maatregelen (bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en/of maatregelen bij de ontvanger) om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde niet doeltreffend zijn (bezwaren stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard), en voldaan wordt aan de voorwaarden uit de Geluidnota Enschede (verder Geluidnota). De Geluidnota is op 3 april 2018 door Burgemeester en Wethouders (gedeeltelijk herzien) vastgesteld.

Akoestisch onderzoek Om inzicht te krijgen in de geluidsbelasting die de nog te realiseren woningen zullen ondervinden vanwege het wegverkeer is door de afdeling Bestemmen van de gemeente Enschede een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport “Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 Enschede, Wegverkeerslawaai; d.d. 5 februari 2021”. Het rapport is als bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd.

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

29

Onderzoeksresultaten Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op alle woningen in het zuidelijk deel van het plangebied vanwege het wegverkeer op wegen nabij en in het plangebied wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Op diverse woningen in het noordelijk deel van het plangebied Leuriks Oost wordt vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en/of Oostweg de voorkeursgrenswaarde overschreden. Vanwege de overige wegen nabij en in het plangebied wordt op de woningen in het noordelijk deel van het plangebied wel voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat wordt op maximaal 30 woningen de voorkeursgrenswaarde overschreden. De geluidsbelasting bedraagt vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat ten hoogste 56 dB. Vanwege het wegverkeer op de Oostweg wordt op maximaal 3 woningen de voorkeursgrenswaarde overschreden. De geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de Oostweg bedraagt ten hoogste 57 dB. In totaal wordt voor 33 woningen een hogere waarde aangevraagd. Voor 30 woningen is dit uitsluitend vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en voor 2 woningen uitsluitend vanwege het wegverkeer op de Oostweg. Voor 1 woning wordt zowel vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat als op de Oostweg een hogere waarde aangevraagd.

Volgens de Wet geluidhinder is in het plangebied alleen sprake van cumulatie ter plaatse van kavel 74 waar zowel vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat als op de Oostweg de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. De cumulatieve geluidsbelasting bedraagt ten hoogste 62 dB (excl. aftrek ex artikel 110g Wgh). Daarmee is volgens de Geluidnota sprake van een aanvaardbare situatie. Realisatie van woningen in het noordelijk deel van het plangebied Leuriks Oost is alleen mogelijk als vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en de Oostweg hogere waarden worden vastgesteld. Aan de voorwaarden, uit de Wet geluidhinder en de Geluidnota, voor het vaststellen van een hogere waarde wordt voldaan. Gelijktijdig met de procedure voor dit bestemmingsplan wordt een procedure gestart voor het vaststellen van de hogere waarden. Zonder maatregelen zullen alle woningen een geluidluwe gevel en buiten ruimte hebben. Deze zijn echter niet altijd gelegen aan de achterzijde van de woning waar men over het algemeen een terras aanlegt en de meeste tijd in de buitenruimte doorbrengt. Vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en de Oostweg zal een gedeelte van de woningen in het noordelijk deel van het plangebied geen geluidluwe achtergevel en een daaraan grenzende buitenruimte hebben.

Vanuit het oogpunt van een goed woon- en leefklimaat en daarmee van een goede ruimtelijke ordening worden absorberende groene geluidsschermen geplaatst zodat in alle achtertuinen vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en de Oostweg wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde.

Railverkeerslawaai Het plangebied van het bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 is niet gelegen aan of in de nabijheid van een op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde spoorlijn.

Industrielawaai Het plangebied van het bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 is niet gelegen in de nabijheid van een gezoneerd industrieterrein. Bovendien voorziet het bestemmingsplan niet in bestemmingen waarop geluidzoneringsplichtige inrichtingen als bedoeld in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht ('grote lawaaimakers') gevestigd kunnen worden.

Luchtverkeerslawaai Het wettelijke kader met betrekking tot luchtverkeerslawaai is geregeld in de Wet luchtvaart en specifiek de wijzigingswet Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML). De consequenties met betrekking tot het geluid als gevolg van vliegverkeer zijn vastgelegd in het Luchthavenbesluit, dat op 1 maart

30

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

2017 door gedeputeerde staten van Overijssel is vastgesteld en op 30 maart 2017 in werking is getreden. Het plangebied van het bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 is niet gelegen binnen de geluidszone of in de nabijheid van het vliegveld Twente. Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat luchtverkeerslawaai geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan

Conclusie Wet geluidhinder Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de nog te realiseren woningen. Om in het noordelijk deel van het plangebied woningen te kunnen realiseren is het noodzakelijk dat vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en de Oostweg hogere waarden worden vastgesteld. 5.1.5

Luchtkwaliteit

Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of de realisatie van beoogde ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Op grond van het bepaalde in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen vormen de luchtkwaliteitseisen in ieder geval geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: a. b. c. d. e.

er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL); een project niet voorziet in de realisatie van gevoelige bestemmingen binnen de zone van een op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen gezoneerde rijksweg of provinciale weg.

Luchtkwaliteit en het plangebied “Leuriks Oost 2020” Binnen het plangebied Leuriks Oost is woningbouw voorzien. Binnen het plangebied zal de mogelijkheid worden geboden om maximaal 74 vrijstaande woningen te realiseren. Uit de 'Regeling niet in betekenende mate' blijkt dat woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 woningen als niet in betekenende mate zijn aan te merken. De realisatie van 74 woningen is daarmee zondermeer een ontwikkeling die niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit In de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) zijn gegevens opgenomen met betrekking tot de huidige en toekomstige luchtkwaliteit in Nederland. Uit de monitoringstool 2019 blijkt dat op het plangebied in alle zichtjaren (2018, 2020 en 2030) aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit wordt voldaan.

Conclusie luchtkwaliteit Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

31

5.1.6

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen, buisleidingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen die onaanvaardbaar grote risico's opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan een kans van 1 op 1 miljoen (ofwel 10 -6). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. De contour is daarom niet bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen een bepaalde afstand (effectafstand) van een risicovolle activiteit ophoudt.

Voor het groepsrisico geldt dat de actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van ruimtelijke ontwikkelingen verantwoord moeten worden. De wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid kan grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: regelgeving met betrekking tot risicovolle activiteiten bij inrichtingen en regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen.

Risicovolle activiteiten bij inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO) zijn het wettelijk kader voor risicovolle activiteiten bij inrichtingen. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Leuriks Oost 2020” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen bedrijven of inrichtingen aanwezig waarop het Bevi en/of het BRZO van toepassing is.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Leuriks Oost 2020” en in de directe nabijheid daarvan zijn buisleidingen gelegen waarop het Bevb van toepassing is. De relevante leidingen N-528-50-deel-1 en N-528-50-deel-1, zijn gelegen aan de oostzijde van het plangebied. Omdat met het nieuwe bestemmingsplan een wijziging optreedt in het aantal aanwezigen is onderzoek naar de externe veiligheidsrisico's van de hogedruk aardgastransportleidingen noodzakelijk. Uit het onderzoek blijkt dat er geen plaatsgebonden risico-contour 10 -6 wordt berekend en dat het groepsrisico niet wijzigt. Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage 13. Geconcludeerd kan worden dat het Bevb geen belemmering vormt voor onderhavig plan. Wel dient rekening gehouden te worden met eventuele leidingverleggingen. Er is voor aardgasleidingen een bebouwingsvrije afstand van vier meter noodzakelijk. Deze bebouwingsvrije afstanden zijn als dubbelbestemming opgenomen op de verbeelding en in de planregels.

Transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor of over het water is recentelijk nieuwe wet- en regelgeving in werking getreden voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. De basis van deze nieuwe regelgeving wordt gevormd door het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet kent 3 vervoersmodaliteiten: Weg, Water en Spoor.

Basisnet Weg Binnen of in de directe nabijheid van het plangebied van het bestemmingsplan "Leuriks Oost 2020" zijn geen

32

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

wegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg. Basisnet Water Binnen of in de directe nabijheid van het plangebied van het bestemmingsplan "Leuriks Oost 2020" zijn geen waterwegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over water. Basisnet Spoor Binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Leuriks Oost 2020" of in de directe nabijheid daarvan is geen spoorweg aanwezig die in het Basisnet is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over het spoor. Conclusie externe veiligheid Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat externe veiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.1.7

Hoogspanningslijnen

Voor het grootschalige transport van elektriciteit wordt met name gebruik gemaakt van bovengrondse elektriciteitslijnen die op masten staan. Al naar gelang de capaciteit van de lijn, zijn de masten hoger. In het (rijks)beleid rond hoogspanningslijnen spelen twee zones een rol; de indicatieve zone en de belemmeringenstrook. Op grond van het voorzorgbeginsel, heeft het ministerie van VROM met een brief d.d. 3 oktober 2005 gemeenten, provincies en netbeheerders geadviseerd om nieuwe situaties waarbij kinderen worden blootgesteld aan magneetvelden hoger dan 0,4 microTesla (jaargemiddelde) zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden. Dit is de zogenaamde indicatieve zone. Daarnaast is er de belemmeringenstrook. Binnen deze zone is in principe geen bebouwing (of werkzaamheden) toegestaan en is altijd schriftelijk toestemming van de netbeheerder noodzakelijk. Deze zone is kleiner dan de indicatieve zone en is opgenomen om onder meer het onderhoud aan de lijnen met bijbehorende infrastructuur te kunnen plegen. De gemeente Enschede hanteert voor hoogspanningslijnen het beleid zoals dat door het Rijk wordt geadviseerd.

Hoogspanninglijnen en het bestemmingsplan "Leuriks Oost 2020" Door het plangebied lopen geen hoogspanningslijnen.

Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat hoogspanningslijnen geen belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.2

Water

Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in een bestemmingsplan een beschrijving opgenomen van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de waterhuishouding. Hemelwater Uitgangspunt in het beleid van zowel gemeente als waterschap is het voorkomen van wateroverlast, ook bij hevige buiten. In het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) is als beleidsuitgangspunt vastgelegd dat in bestaand stedelijk gebied hemelwater zo min mogelijk wordt afgevoerd via de riolering en in het buitengebied hemelwater niet wordt afgevoerd via de riolering. Bij een toename van verhard oppervlak komt meer hemelwater versneld tot afvoer, hierop is het oppervlaktewatersysteem niet berekend. Het extra afstromend bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

33

hemelwater moet op eigen terrein worden verwerkt. Indien dit aantoonbaar niet op doelmatige wijze mogelijk is, mag het hemelwater vertraagd worden afgevoerd naar een aanwezige greppel, oppervlaktewater of ander afwateringssysteem in de nabije omgeving. Hiervoor is het nodig het hemelwater tijdelijk op eigen terrein te bergen, zodat het vertraagd kan worden afgevoerd naar voorzieningen in de openbare ruimte. De tijdelijke bergingsopgave bedraagt in het bestaand stedelijk gebied tenminste 20 millimeter, oftewel 20 liter per vierkante meter verhard oppervlak. In het buitengebied en bij uitbreiding van bebouwd oppervlak in bestaand stedelijk gebied bedraagt de tijdelijke bergingsopgave tenminste 40 millimeter, oftewel 40 liter per vierkante meter verhard oppervlak. Om een goede en doelmatige afvoer naar voorzieningen in de openbare ruimte te kunnen garanderen hanteert het waterschap Vechtstromen een maximum norm van 2,4 liter per seconde per hectare. Alleen wanneer het redelijkerwijs niet mogelijk is om op eigen terrein op doelmatige wijze hemelwater te bergen kan dit (deels) in de openbare ruimte worden gerealiseerd. Vervuiling van hemelwater dient zoveel mogelijk voorkomen te worden door geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken.

Afvalwater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat het ontstaan van afvalwater wordt beperkt. In nieuwe situaties (nieuwbouw, herontwikkeling) wordt afvalwater gescheiden van het hemelwater aangeboden en afgevoerd. De gemeente zorgt er voor dat het afvalwater vanaf de perceelsgrens wordt getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap Vechtstromen. In het buitengebied is niet overal in de openbare ruimte een systeem aanwezig voor de afvoer van afvalwater. In dat geval moet op eigen terrein een individuele behandeling van afvalwater (IBA), al dan niet met een helofytenfilter, worden ingericht.

Oppervlaktewater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is dat bestaand oppervlaktewater (sloten en vijvers) gehandhaafd blijft. Bij de herinrichting van het oppervlaktewatersysteem zijn de benodigde afvoercapaciteit, de streefbeelden en de kwaliteitsdoelstellingen van het waterschap Vechtstromen en de gemeente Enschede leidend. Het oppervlaktewater wordt liefst op fraaie wijze geïntegreerd in het stedenbouwkundig plan, zodanig dat het water beleefd kan worden en goed te beheren is. Eventueel nieuw oppervlaktewater mag geen permanente verlaging van de grondwaterstand veroorzaken, tenzij dit oppervlaktewater mede als doel heeft grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken. De aanleghoogte van nieuw oppervlaktewater dient zodanig te zijn dat de overstromingskans vanuit oppervlaktewater beperkt wordt tot eens per 100 jaar (T=100). Bij ontwikkelingen nabij watergangen geeft het waterschap Vechtstromen een aanleghoogte advies.

Grondwater en ontwatering In de Waterwet is vastgelegd dat perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het grondwater op hun perceel. De ontwatering van een perceel is afhankelijk van het gebruik van de grond. Onder ontwatering wordt verstaan: het verschil tussen het peil van de weg of van de bebouwing en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Om ongewenste effecten van hoge grondwaterstanden te voorkomen wordt geadviseerd de in onderstaande tabel genoemde ontwateringshoogtes aan te houden: Grondgebruik

Ontwatering (m – GHG)

Primaire wegen

0,7

Secundaire wegen en erfontsluitingswegen

0,5

Bouwwerken met kruipruimten

0,7

Bouwwerken zonder kruipruimten

0,5

Groen

0,5

De gemeente zorgt in voorkomende gevallen in de openbare ruimte voor passende en doelmatige maatregelen indien er in een gebied sprake is van structureel nadelige gevolgen door de grondwaterstand en de te treffen maatregelen niet tot de zorg van de provincie of het waterschap behoren.

34

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

Afwatering Om op perceelsniveau te kunnen voorkomen dat afstromend regenwater problemen veroorzaakt gelden de volgende advieswaarden voor peilhoogtes: Het vloerpeil minimaal 0,20 m boven straatpeil (kruin van de weg t.o.v. toegang ter plaatse); Het perceel vlak of richting de weg af laten lopen; De maaiveldpeilen en vloerpeilen van de verschillende percelen op elkaar afstemmen.

Waterhuishouding en het bestemmingsplan “Leuriks Oost 2020” Het bestemmingsplan “Leuriks Oost 2020” beoogt het planologisch mogelijk te maken van een woonwijk met 74 woningen tussen bestaande bospercelen, het landelijke gebied en de Gronausestraat. Als gevolg hiervan zullen er zowel in de openbare als private ruimte extra waterbergende voorzieningen planologisch noodzakelijk zijn. Dit met name in de vorm van oppervlaktewater. Het regenwater dat versneld van de aan te leggen verharding (daken, paden en wegen) afwatert, wordt hierin tijdelijk geborgen en uiteindelijk afgevoerd richting de watergang langs de Oostweg. De waterstructuur wordt uitgebreid beschreven in het stedenbouwkundig plan (hdst 4). De ontwateringsdiepte binnen het plangebied is op veel plaatsen onvoldoende. Ophoging van bouwvlakken en wegen is noodzakelijk om te voldoen aan de norm en beheerste afwatering mogelijk te maken. De maaiveldhoogtes van aan het plangebied grenzende percelen met bestaande bebouwing sluiten goed aan op de nieuwe kavelhoogtes binnen deze planontwikkeling. De hoeveelheid verhard oppervlak neemt toe ten opzichte van de huidige situatie. Er is ongeveer 750 m 3 waterberging nodig om 40 mm regenwater per vierkante meter dakoppervlak en verharding tijdelijk vast te houden in waterbergende voorzieningen die aanwezig zijn in particulier en openbaar gebied.

In de nieuwe situatie wordt oppervlaktewater als waterbergende voorziening gerealiseerd in de vorm van kavelsloten, sloten en beken. De kavelsloten bevinden zich op particuliere grond. Sloten en beken liggen in de openbare ruimte. De ene slootoever kan hoger liggen dan de ander zodat de verschillen in maaiveldhoogtes overbrugt worden. Afhankelijk van de weersomstandigheden zal de hoeveelheid water hierin variëren. In droge perioden zal het water grotendeels infiltreren. In natte periodes wordt het ondiepe grondwater afgetopt en net als het regenwater vertraagd worden afgevoerd. Het is de bedoeling van waterschap Vechtstromen om de beek die het sportpark Phenix verbindt met het plangebied en in het plangebied door de noordelijke beekzone stroomt op te waarderen tot leggerwatergang. Deze zal dan door het Waterschap worden beheerd en onderhouden. Zowel de noordelijke als de zuidelijke beek in het plangebied voldoen aan criteria om op de legger te worden geplaatst. Afvoer van huishoudelijk afvalwater kan worden aangesloten op een nieuw riool (DWA-stelsel) in de woonstraten. Het stelsel kan aangesloten worden op de bestaande DWA putten in de Keppelerdijk (ter hoogte van de rotonde met de Oostweg). De instroom heeft een minimale hoogte (laagste punt b.o.b.) van 43,4 m NAP in de Keppelerdijk.

Om te kunnen bepalen wat de mogelijke consequenties van de beoogde transformatie zijn voor de waterhuishouding in en rondom het plangebied is een beknopt Waterstructuurplan (bijlage 12) opgesteld. Hierin wordt uitgebreid onderbouwd en aangegeven hoe de waterhuishouding (hemelwater, afvalwater, grondwater, ontwatering en afwatering) in het plangebied wordt ingevuld. Voor de gebieden die in dit bestemmingsplan conserverend zijn bestemd geldt de waterhuishoudingssituatie zoals deze is beschreven in paragraaf 3.2 van deze toelichting.

huidige

Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat door de aanleg en instandhouding van waterbergende en afvoerende voorzieningen planologisch te waarborgen in voldoende mate rekening wordt gehouden met de waterhuishouding. Daarmee vormt de waterhuishouding geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

35

5.3

Natuur

5.3.1

Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden

In hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming wordt de aanwijzing en bescherming van de Europese 'Natura 2000' gebieden en de bijzondere nationale natuurgebieden (toekomstige Natura 2000 gebieden) geregeld. De Wet natuurbescherming bepaalt dat voor alle Natura 2000 gebieden instandhoudingsdoelstellingen en een beheerplan moeten worden vastgesteld. De instandhoudingsdoelstellingen hebben betrekking op de kwaliteit van natuurlijke habitats en de aanwezige habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk significant negatieve gevolgen kunnen hebben voor de aangewezen natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Indien dat op voorhand niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden uitgesloten dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd en een plan-milieu effect rapportage (plan-MER) te worden opgesteld. Wanneer ook op basis van een uitgevoerde passende beoordeling significant negatieve gevolgen niet met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen worden uitgesloten kunnen de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen alleen mogelijk worden gemaakt indien er redelijkerwijs geen alternatieven aanwezig zijn, er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang en de negatieve gevolgen in voldoende mate worden gecompenseerd.

Beschermde natuurgebieden en het plangebied “Leuriks Oost 2020” Voor het gebied Leuriks Oost wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Met het bestemmingsplan wordt de realisatie van maximaal 74 woningen in het plangebied mogelijk gemaakt. Aangetoond moet worden dat de tijdens de realisatiefase en gebruiksfase vrijkomende stikstof geen belemmering vormt voor de instandhouding van voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Rond het plangebied liggen diverse Natura 2000-gebieden. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn het Aamsveen op ca. 2,6 km en Dinkelland op ca. 3.1 km. Met behulp van Aerius is de stikstofdepositie vanwege de aanleg- en gebruiksfase op Natura 2000-gebieden berekend. Zie hieronder en bijlagen 6, 7 en 8. In het uitgevoerde stikstofdepositieonderzoek wordt voldoende aannemelijk gemaakt dat de ontwikkeling die het bestemmingsplan beoogt mogelijk te maken geen negatieve gevolgen zal hebben voor in de nabijheid van het plangebied gelegen Natura 2000 gebieden. Een nadere toetsing aan hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming kan daarmee achterwege blijven. Uitgangspunten en b erekeningen Bij de berekening van stikstof zijn twee fasen te onderscheiden, de aanlegfase (bouw) en gebruiksfase (gebruik van de woningen).

Aanlegfase Tijdens de aanlegfase wordt de stikstofemissie bepaald door de in te zetten mobiele werktuigen en door de verkeersbewegingen voor de aan- en afvoer van materiaal, materieel en personen. Om een Aerius-berekening uit te kunnen voeren voor de aanlegfase moet bekend zijn welke mobiele werktuigen (kraan, shovel, hei-installatie etc.) en hoe lang deze worden ingezet. Dit kan per aannemer en bouwproject verschillen. In de planfase zijn dergelijke gedetailleerde gegevens nog niet bekend. Om toch een berekening uit te kunnen voeren is op basis van een aantal Aerius-berekeningen van projecten in den lande een inschatting gemaakt van de stikstofemissie van mobiele werktuigen per woning. Daarbij is uitgegaan van 'traditionele' mobiele werktuigen met verbrandingsmotor. Tevens is een inschatting gemaakt van het aantal voertuigbewegingen tijdens de aanlegfase. Voor de bouw van woningen wordt uitgegaan van 3 kg NOx per jaar per woning en van 4 lichte voertuigen, 2 middelzware voertuigen en 1 zwaar voertuig per dag per 5 woningen. In de door de Rijksoverheid uitgegeven 'Handreiking woningbouw en Aerius' van januari 2020 wordt een kental van 3 kg NOx per woning tijdens de aanlegfase gegeven. Dit kental heeft betrekking op de emissie van mobiele werktuigen en transportbewegingen.

De door de gemeente Enschede gehanteerde uitgangspunten zijn daarmee worst-case ten opzichte van het kental uit de Handreiking omdat de transportbewegingen extra worden toegevoegd.

36

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

Met het plan Leuriks Oost worden maximaal 75 woningen gerealiseerd. De kavels daarvoor zullen gefaseerd worden uitgegeven met een maximum van 25 kavels per jaar. Voor de aanlegfase zijn 2 Aerius-berekeningen uitgevoerd. Eén voor de realisatie van alle woningen in één keer en één voor de gefaseerde realisatie van maximaal 25 woningen per jaar. In onderstaande tabel zijn de invoergegevens voor de twee Aerius-berekeningen voor de aanlegfase samengevat. 75 woningen

25 woningen

Mobiele werktuigen 1)

225 kg NOx

75 kg NOx

Lichte motorvoertuigen 2)

60 bewegingen

20 bewegingen

Middelzware motorvoertuigen 2)

30 bewegingen

10 bewegingen

Zware motorvoertuigen 2)

15 bewegingen

5 bewegingen

5. 6.

3 kg NOx per woning. 4 lichte motorvoertuigen, 2 middelzware motorvoertuigen en 1 zwaar motorvoertuig per dag per 5 te realiseren woningen.

De Aerius-berekeningen voor de aanlegfase zijn opgenomen in bijlage 7 (75 woningen) en bijlage 8 (25 woningen). Uit de Aerius-berekeningen blijkt dat indien alle 75 woningen in één jaar gerealiseerd worden de stikstofdepositie op de natura 2000-gebieden Aamsveen, Dinkelland en Landgoederen Oldenzaal 0,01 mol/ha/jaar bedraagt. Indien maximaal 25 woningen per jaar gerealiseerd worden dan is de stikstofdepositie niet hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Bij de uitgifte van gemeentelijke woningbouwkavels elders in de stad (ervaringscijfers, gebaseerd op metingen/ervaringen uit het verleden) is naar voren gekomen dat er gemiddels 10 á 15 kavels verkocht worden per jaar. De uitgifte van kavels in Leuriks Oost zal plaatsvinden van west naar oost en de gemeente zal daarmee zorgdragen voor een gefaseerde uitgifte met een maximum van 25 kavels per jaar. Hiermee wordt voldaan aan de uitgangspunten en regels van de Wet natuurbescherming. Gebruiksfase De te realiseren woningen krijgen geen aansluiting op het aardgasnet. Daarmee is er geen stikstofemissie vanuit de woningen tijdens de gebruiksfase. Wel zal er een stikstofemissie zijn vanwege de voertuigbewegingen van en naar de woningen. Voor het aantal verkeersbewegingen is uitgegaan van de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' van 14 december 2018.

In de publicatie is voor vrijstaande woningen (stedelijk gebied, rest bebouwde kom) een maximum van 8,6 verkeersbewegingen per woning per dag gegeven. De 75 te realiseren woningen leveren daarmee 625 lichte voertuigbewegingen per dag. Naast de lichte voertuigen (personenwagens) zullen in het plangebied ook (middel)zware voertuigen komen voor levering goederen, ophalen afval e.d. In de berekening zijn daarom 10 verkeersbewegingen van zware voertuigen meegenomen. De Aerius-berekening voor de gebruiksfase is opgenomen in bijlage 8. Uit de Aerius-berekening blijkt dat tijdens de gebruiksfase (75 woningen) de stikstofdepositie niet hoger zal zijn dan 0,00 mol/ha/jaar.

Conclusie De realisatie van het plan Leuriks Oost heeft tijdens de aanlegfase een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar tot gevolg als alle woningen in één jaar gerealiseerd worden. Dit zal echter niet het geval zijn. Per jaar zullen maximaal 25 woningen gerealiseerd worden. Bij de realisatie van maximaal 25 woningen per jaar zal de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Ook tijdens de gebruiksfase zal de stikstofdepositie niet hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Stikstof vormt daarmee, bij een gefaseerde realisatie, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan Leuriks Oost. Gelet op de aard en omvang (gefaseerde uitgifte woningbouwkavels) van de beoogde ontwikkeling met een in relatie tot de afstand van de ontwikkelingslocatie tot de Natura 2000 gebieden Aamsveen en Dinkelland kunnen significant negatieve gevolgen voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000 gebieden Aamsveen en Dinkelland op voorhand met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden uitgesloten. Een verdere toetsing aan de Wet natuurbescherming voor wat betreft beschermde natuurgebieden kan daarom achterwege blijven. bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

37

Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat de Wet natuurbescherming voor wat betreft beschermde natuurgebieden op voorhand geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Conclusie Wet natuurbesscherming, beschermde natuurgebieden 5.3.2

Wet natuurbescherming, beschermde planten- en diersoorten

In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is de aanwijzing en bescherming van planten- en diersoorten geregeld. Het gaat daarbij niet om de bescherming van individuele planten of dieren maar om te voorkomen dat het voortbestaan van soorten planten of dieren in gevaar komt en dat vaste rust- en verblijfplaatsen en groeiplaatsen opzettelijk worden vernield of verstoord. Hiertoe zijn in deze wet een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het verbod op het opzettelijk doden of verontrusten van dieren of het verbod op het plukken van planten. Daarbij is het “nee, tenzij” principe het uitgangspunt, er mag geen schade worden toegebracht aan beschermde dieren of planten tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan en daarbij zorgvuldig wordt gehandeld. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor in dat gebied voorkomende vaste rust- en verblijfplaatsen en/of anderszins functioneel leefgebied van beschermde soorten. Indien noodzakelijk dienen tijdig passende preventieve of mitigerende maatregelen te worden getroffen dan wel dient het plan te worden aangepast om overtreding van verbodsbepalingen te kunnen voorkomen en de functionaliteit van het gebied voor de aanwezige beschermde soorten te kunnen waarborgen.

Indien door maatregelen en eventueel planaanpassing negatieve gevolgen voor aanwezige beschermde soorten niet of niet volledig kunnen worden voorkomen is een ontheffing van de betreffende verbodsbepalingen noodzakelijk en dient aannemelijk te worden gemaakt dat deze redelijkerwijs ook verleend zal kunnen worden.

Beschermde soorten en het plangebied “Leuriks Oost 2020”

In het kader van de beoogde realisatie van woningbouw op de locatie 'Leuriks-Oost' is in 2020 door Natuurbank Overijssel een actualiserend ecologisch onderzoek (bijlage 9) met effectenbeoordeling en toetsing Wet natuurbescherming uitgevoerd. Uit het onderzoek (Natuurbank Overijssel d.d. 23-9-2020 - concept) blijkt dat in één van de te handhaven groenzones rondom de nieuwbouwlocatie een bezet buizerdnest is aangetoond. Een buizerdnest is jaarrond beschermd op grond van de Wet natuurbescherming. Om de ecologische functionaliteit van het buizerdnest te kunnen waarborgen is het plan aangepast door binnen de invloedssfeer van het nest een bouwkavel te schrappen en af te zien van het aanleggen van een wandelpadenstructuur in het bosje rondom het nest. Bij de uitvoering van de werkzaamheden zal worden gewerkt overeenkomstig een ecologisch werkprotocol (zie bijlage 10. Daarmee is verzekerd dat de ontwikkeling kan worden gerealiseerd zonder het buizerdnest te verstoren. Uit het onderzoek blijkt ook dat de te handhaven poel in het zuidoosten van het plangebied mogelijk geschikt is als voortplantingsbiotoop voor kamsalamander. Om dat met zekerheid te kunnen vaststellen dan wel uitsluiten is in mei/juni 2021 een nader soortgericht onderzoek naar kamsalamander uitgevoerd (zie bijlage 17).

Naar voren is gekomen dat de kamsalamander in de poel aamwezig is waardoor een deel van het plangebied rondom de poel tot het essentieel functioneel leefgebied van de soort wordt gerekend. Dat betekent dat bij de uitvoering van grondwerkzaamheden in dat gebied mogelijk aanwezige kamsalamanders kunnen worden gedood. Om dat te voorkomen kunnen de werkzaamheden, binnen de in de rapportage aangegeven zone, alleen worden uitgevoerd met een ecologisch werkprotocol. Daarnaast zal ook het leefgebied van de kamsalamander versterkt worden. Er is geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. De aanwezigheid van de kamsalamander vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan omdat de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd / het plan kan worden gerealiseerd zonder verbodsbepalingen in de Wnb te overtreden.

38

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

Conclusie Wet natuurbescherming, bescherming van planten- en diersoorten Op grond van het voorgaande kan op voorhand met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan 'Leuriks-Oost'.

5.3.3

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit) en beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. De aanwijzing van gebieden als onderdeel van het NNN vindt plaats bij provinciale verordening en dient te worden vertaald in gemeentelijke ruimtelijke plannen zoals structuurvisies en bestemmingsplannen. Het NNN kent geen externe werking, tenzij dit bij provinciale verordening als zodanig is bepaald.

Het NNN en het plangebied “Leuriks Oost 2020” Het plangebied van het bestemmingsplan “Leuriks Oost 2020” is gedeeltelijk gelegen binnen de grenzen van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN.

Het nieuwe bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk op gronden die gelegen zijn binnen het NNN. De woningbouwontwikkeling vindt alleen plaats op gronden die de bestemming "Wonen-nader uit te werken" hebben in het vigerende bestemmingsplan. De aanwezige oppervlakte aan gronden binnen het NNN blijft gelijk. De gronden binnen het NNN hebben in het vigerende bestemmingsplan de bestemming "Groen". Deze bestemming zal gehandhaafd blijven. Door het handhaven van de bestemming is voldoende gewaarborgd dat de bestaande kenmerken en waarden niet worden aangetast. Uitgangspunt is en blijft dat de bestaande groenstructuren gehandhaafd blijven.

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

39

Binnen de woningbouwontwikkeling worden nieuwe groenelementen en waterstructuren gerealiseerd die de wijk dooraderen en een raamwerk vormen tussen de verschillende 'woonclusters'. Ze vormen een verbinding tussen het bestaande groen aan de oost- en westzijde van het woongebied. . Het worden robuuste groenstroken, ingeplant met inheemse bomen en struiken. Het nieuwe groen versterkt de werking van het NNN.

Conclusie NNN Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat het NNN geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

40

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

Hoofdstuk 6

Exploitatieplan

Exploitatieplan Leuriks Oost In afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening ( Wro) over Grondexploitatie worden regels gegeven omtrent het verhalen van kosten van de grondexploitatie, het bepalen van fasering van realisering van het bestemmingsplan en het stellen eisen en regels met betrekking tot de uitvoering van openbare werken en werkzaamheden. De Gemeenteraad is op grond van artikel 6.12 eerste lid Wro verplicht een exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van de kosten van de grondexploitatie niet anderszins is verzekerd. Dit kostenverhaal kan worden verzekerd door middel van gemeentelijke gronduitgifte of door een voor vaststelling van het bestemmingsplan gesloten anterieure overeenkomst van kostenverhaal.

Doel en functie van het exploitatieplan Om te komen tot het bestemmingsplan heeft de gemeente kosten gemaakt. Om tot realisering van bebouwing en de openbare voorzieningen te kunnen komen zijn werken en werkzaamheden noodzakelijk, waarvoor ook kosten worden gemaakt. De gemeente heeft gronden voor een groot gedeelte in eigendom. Ook andere particuliere eigenaren hebben gronden in eigendom. Met niet elk van de eigenaren zijn grondexploitatieovereenkomsten gesloten, zodat het kostenverhaal als bedoeld in artikel 6.12 Wro niet geheel via overeenkomsten en gemeentelijke grondverkoop verzekerd zal zijn. Op grond van artikel 6.12 Wro moet daarom een exploitatieplan worden vastgesteld. Dan kan bij omgevingsvergunningen voor het bouwen een betalingsvoorschrift worden opgenomen op basis van artikel 6.17 Wro. Indien de andere particuliere eigenaren de aanleg van openbare voorzieningen door de gemeente wensen te laten uitvoeren, kunnen zij de gemeente verzoeken hierover met hen een overeenkomst aan te gaan. In het exploitatieplan wordt echter het uitgangspunt gehanteerd dat de gemeente de particuliere gronden bouw en woonrijp maakt. In een exploitatieplan is het mogelijk regels op te nemen.

In het onderhavige exploitatieplan Leuriks Oost (zie bijlage 15 van deze toelichting) worden de volgende regels opgenomen: locatie-eisen voor de werken en werkzaamheden voor bouwrijp maken voor zowel het uitgeefbaar gebied als het openbaar gebied, de aanleg van nutsvoorzieningen, en de inrichting van de openbare ruimte. Er is voorts een noodzaak tot het opnemen van regels over de uitvoering van de uit te voeren werkzaamheden inzake de inrichting van de openbare ruimte. Een gedeelte van de gronden waarop het uitgeefbaar gebied en de aanleg van de openbare ruimte is voorzien binnen het exploitatiegebied, is in handen van andere eigenaren dan de gemeente. Het wettelijke beginsel van zelfrealisatie brengt met zich dat particuliere eigenaren de gelegenheid krijgen de op hun gronden toegedachte bestemming te realiseren, mits voldaan wordt aan de door de gemeente in het kader van het publieke belang meest aangewezen vorm van uitvoering. De bestemmingsplanregeling is in het bestemmingsplan daartoe onvoldoende concreet en taakstellend. Om die reden is in het exploitatieplan ook het toekomstige ruimtegebruik van het exploitatiegebied waarin de indeling naar openbare ruimte en uitgeefbaar gebied is aangegeven, vastgelegd. Deze kaart grondgebruik en uitgiftecategorie: particulier opdrachtgeverschap is opgenomen als een bijlage bij dit exploitatieplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=09e067a8-dbfe-4252-aef7-9d1f351a8ab0