CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Egberinksweg 90

Raadsvergadering 24 oktober 2022, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Egberinksweg 9020.959 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting Bestemmingsplan Egberinksweg 90

Status: Vastgesteld

Egberinksweg 90

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure

3 3 3 4 6 7

Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

9 9 10 15

Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Ruimtelijke structuur 3.2 Functionele structuur 3.3 Cultuurhistorie

21 21 21 24

Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Toekomstige situatie 4.2 Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro) 4.3 Cultuurhistorie in relatie tot nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen 4.4 Welstand en beeldkwaliteit 4.5 Duurzaamheid

27 27 28 29 29 30

Hoofdstuk 5 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur

Omgevingsaspecten

33 33 37 39

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving

42 42 42 43 50

Hoofdstuk 7

51

2

Economische uitvoerbaarheid

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

T oelichting Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding bestemmingsplan

Het bestemmingsplan “Egberinksweg 90” heeft als doel de bestemming van de binnen het plan gelegen gronden en de bouw- en gebruiksmogelijkheden daarvan vast te leggen. Voor de planlocatie aan de Egberinksweg 90 in Enschede is initiatiefnemer voornemens om een karakteristieke schuur bij de bestaande woning op het perceel om te bouwen en in gebruik te nemen als woning. Door de realisatie van de nieuwe woning zullen er twee woningen op het erf komen te staan. De regeling voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) uit de Gids Buitenkans 2014 van de gemeente Enschede biedt mogelijkheden voor het realiseren van een woning in de bestaande karakteristieke schuur, ook wel een VAB-woning genoemd. De planlocatie ligt binnen de plangrenzen van het bestemmingsplan 'Buitengebied Noordwest', vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Enschede op 9 september 2015. Het toevoegen van de tweede woning en de realisatie van extra bijgebouwen past niet binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan (extra 105 m2 oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is wel toegestaan door een verleende vergunning in het verleden). Het geldende bestemmingsplan kent geen bruikbare afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden waarmee de ontwikkeling mogelijk gemaakt kan worden, waardoor een herziening van het geldende bestemmingsplan nodig is. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het gebied waarop het bestemmingsplan “Egberinksweg 90” betrekking heeft ligt in het buitengebied van Enschede en grenst aan het westelijk gelegen dorp Boekelo. De planlocatie wordt aan de zuidzijde globaal begrensd door de Egberinksweg en aan de noordwestzijde door de Ganzebosweg. De overige zijden van de planlocatie wordt begrensd door agrarische gronden. Het plangebied is kadastraal bekend onder gemeente Lonneker, sectie AK, perceelnummer 699 en heeft een totaal oppervlak van 16.940 m². De globale ligging en begrenzing is weergegeven in afbeelding 1.1.

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

3

Afbeelding 1.1: Ligging plangebied (bron: Google Maps)

1.3

Geldende juridische regelingen

1.3.1

Bestemmingsplan 'Buitengebied Noordwest'

Het plangebied aan de Egberinkweg 90 valt onder het bestemmingsplan “Buitengebied Noordwest”, dat op 9 september 2015 is vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede. In dit bestemmingsplan zijn de gronden voorzien van de enkelbestemmingen 'Wonen' en 'Agrarisch met waarden – Agrarische functie met landschapswaarden' en de dubbelbestemming 'Waarde – Cultuurhistorie'. Tevens beschikken de gronden over de gebiedsaanduidingen 'archeologisch onderzoeksgebied a', 'archeologische onderzoeksgebied b' en 'stadsrandzone'. In afbeelding 1.2 staat een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Noordwest' weergegeven. Het plangebied is in het rood omkaderd.

4

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

Afbeelding 1.2: uitsnede verbeelding vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Noordwest' (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Enkelbestemmingen De gronden aangewezen met de enkelbestemming 'Wonen' zijn bestemd voor het wonen, met daaraan ondergeschikt de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis, een bed and breakfast en mantelzorg. Hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding opgenomen bouwvlak worden gebouwd. Binnen het bouwvlak is maximaal één wooneenheid met maximaal één woning toegestaan. De maximale inhoud van de woning bedraagt 750 m² en de maximale goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 6 m en 10 m. Een extra woning en bijbehorende bouwwerken passen niet binnen de regels van de bestemming 'Wonen'. Naast de enkelbestemming 'Wonen' is voor een groot gedeelte van het plangebied de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden -agrarische functie met landschapswaarden' opgenomen. Deze gronden zijn bestemd voor het weiden van vee en de exploitatie van een grondgebonden agrarisch bedrijf. Daarnaast zijn deze gronden bestemd voor het behoud, herstel en verbetering van de aanwezige landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarde. Hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen een op de verbeelding opgenomen bouwvlak worden gebouwd. Voor de planlocatie is binnen de agrarische bestemming geen bouwvlak opgenomen, waardoor er op die gronden geen gebouwen en bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan.

Dubbelbestemming De gronden die voorzien zijn van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorisch' zijn mede bestemd voor het behoud van de karakteristieke openheid, de bodemgesteldheid, archeologische waarden en het reliëf van essen. Gebiedsaanduidingen De gebiedsaanduidingen '- archeologisch onderzoeksgebied a', '- archeologische onderzoeksgebied b' zijn opgenomen ter bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden. Voor het gedeelte waar de gebiedsaanduiding '- archeologisch onderzoeksgebied a' geldt moet bij werkzaamheden dieper dan 50 cm onder het maaiveld en een bodemverstoringsoppervlakte van meer dan 250 m² een archeologisch onderzoek uitgevoerd worden. Voor de gebiedsaanduiding '- archeologisch onderzoeksgebied b' zijn de normen 50 cm onder het maaiveld en een bodemverstoringsoppervlakte van meer dan 2.500 m². Het meest oostelijke gedeelte van de planlocatie, waar ook de woning en VAB-woning staan, is voorzien van de gebiedsaanduiding 'stadsrandzone'. Deze gronden zijn mede bestemd voor het versterken van de belevingswaarde en de landschappelijke waarde. Ook is het beter inrichten van de stadsrand voor recreatief gebruik, natuur en water en een goed beheer van belang.

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

5

1.3.2

Paraplubestemmingsplannen

Naast het bestemmingsplan Buitengebied Zuidoost, ligt het plangebied ook binnen een aantal paraplubestemmingsplannen. De regelingen van deze bestemmingsplannen worden (indien van toepassing op het plangebied) overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Het plangebied ligt binnen de volgende paraplubestemmingsplannen. Cultuurhistorie Voor het plangebied geldt naast het hiervoor genoemde bestemmingsplan ook het bestemmingsplan 'Cultuurhistorie', vastgesteld op 6 februari 2017 door de raad van de gemeente Enschede. Dit bestemmingsplan beschermt bestaande waardevolle ruimtelijke bouwwerken en structuren. Voor de huidige woning is in het bestemmingsplan 'Cultuurhistorie' de bouwaanduiding 'karakteristiek' opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen. De werking van het paraplubestemmingsplan vervalt met de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan. Parkeren Enschede Het bestemmingsplan 'Parkeren Enschede' is op 11 maart 2019 vastgesteld door de raad van de gemeente Enschede. Dit bestemmingsplan is een zogenaamd 'parapluplan' en geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede.

Met dit parapluplan zijn de in de Nota 'Parkeernormen Enschede 2017' opgenomen voorwaarden met betrekking tot de parkeerbehoefte voor auto- en fietsparkeren opgenomen in diverse vigerende bestemmingsplannen. De werking van het paraplubestemmingsplan vervalt met de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan. Bedrijven met milieuzones (vuurwerk, risicovol, geluid) Dit paraplubestemmingsplan, vastgesteld op 18 november 2014, sluit vestiging van risicovolle inrichtingen uit. In de regels van voorliggend bestemmingsplan zijn deze regels overgenomen. De werking van het paraplu-bestemmingsplan "Bedrijven met milieuzones" vervalt met de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan voor het plangebied. Buitengebied - zonnepanelen Dit paraplubestemmingsplan maakt het mogelijk om zonnepanelen op het maaiveld te plaatsen. De relevante regels zijn door vertaald in voorliggend plan. De werking van het bestemmingsplan "Buitengebied - zonnepanelen" vervalt met de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan voor het plangebied.

1.4

Wettelijk kader

Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro).

Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt.

Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen. Digitalisering

6

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).

1.5

Adviezen, vooroverleg en procedure

Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze, die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Egberinksweg 90” is de Stichting Dorpsraad Boekelo actief. In het kader van het vooroverleg zijn de plannen aan de dorpsraad voorgelegd. De dorpsraad heeft een positief advies gegeven. Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien.

De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. Het bestemmingsplan “Egberinksweg 90” maakt geen ontwikkelingen mogelijk waarbij ruimtelijke belangen van andere gemeenten, het waterschap Vechtstromen, de provincie Overijssel of het Rijk in het geding zijn. Daarom is voor dit bestemmingsplan afgezien van het plegen van vooroverleg. Wel is het ontwerpbestemmingsplan ter kennisname toegezonden aan het waterschap Vechtstromen. Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd: “Egberinksweg 90” in voorbereiding te nemen op 8 juni 2022 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede.

Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet. De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan “Egberinksweg 90” en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen is op 15 juni 2022 gepubliceerd in "Huis aan Huis", op de website van de gemeente Enschede en het Gemeenteblad. Zienswijzen

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

7

Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn er geen zienswijzen ingediend. Rechtsbescherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.

8

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

Hoofdstuk 2

Planologisch beleidskader

2.1

Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.

Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).

De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; 2. Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Naar sterke en gezonde steden en regio's; 4.

Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. 2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening

De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan.

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

9

2.1.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk

De beoogde ontwikkeling voorziet in het toevoegen van een VAB-woning die wordt gerealiseerd in de bestaande karakteristieke schuur op het perceel. Er zullen daarmee twee woningen op het perceel aanwezig zijn. Naast de extra VAB-woning wordt er in dit bestemmingsplan extra oppervlakte bijbehorende bouwwerken mogelijk gemaakt (voor deze oppervlakte is eerder al een vergunning verleend). Om tot een goede inpassing te komen is er een landschappelijk inpassingsplan gemaakt. Het plan draagt bij aan het behoud van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, is daarmee duurzaam en draagt bij aan een toekomstbestendig landelijk gebied. Het project in niet in strijd met het rijksbeleid/past in de doelen van het NOVI.

2.2

Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel

2.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 mei 2017 zijn deze in werking getreden. De ontwerp Actualisatie Omgevinsvisie Overijssel 2021 gaat in 2022 de huidige Omgevingsvisie vervangen. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken). In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.

10

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de ' Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking, die voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen. Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde.

In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.

Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving. Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken.

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

11

2.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. Momenteel is de provincie Overijssel bezig met het opstellen van de ontwerp Omgevingsverordening 2021. De nieuwe Omgevingsverordening 2021 gaat gelden op 1 juli 2022. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. 2.2.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel

Hieronder wordt ingegaan op de relevante onderdelen uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 2: Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: - dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; - dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Er wordt bestaande bebouwing op een erf hergebruikt voor een nieuwe functie, namelijk wonen. Er is geen sprake van extra ruimtebeslag in de Groene Omgeving. Hiermee wordt voldaan aan het vereiste van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: In paragraaf 4.1 staat de planbeschrijving en wordt ingegaan op de landschappelijke inpassing. In deze paragraaf 2.2.3 wordt ingegaan op het plan in relatie tot de gebiedskenmerken. Daaruit blijkt dat het plan daarin past.

Daarmee wordt voldaan aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening. Artikel 2.2.2. Realisatie nieuwe woningen (lid 1 en 4) Lid 1: Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Lid 4: De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Doorwerking voor voorliggend plan: Uit de Woonvisie van de gemeente Enschede blijkt dat de bevolking van Enschede zal doorgroeien tot 170.000 inwoners in 2030. In dat geval is er in de periode van 2019 tot 2029 een uitbreidingsvraag van 5.600 woningen. Er kan dan ook gesteld worden dat er een behoefte aan nieuwe woningen is. Het voorliggende plan maakt slechts één extra woning mogelijk. Daarmee wordt een kleine bijdrage geleverd aan de behoefte aan nieuwe woningen in de gemeente Enschede. Gelet op de behoefte aan nieuwe woningen kan gesteld worden dat het plan voldoet aan artikel 2.2.2, lid 1 en 4 van de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel.

Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In onderhavig geval is uitsluitend het ontwikkelingsperspectief voor de Groene Omgeving van belang, aangezien de planlocatie in het buitengebied is gelegen. In afbeelding 2.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

12

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

Afbeelding 2.2: ontwikkelingsperspectievenkaart (bron: provincie Overijssel).

Volgens de ontwikkelingsperspectievenkaart geldt voor het plangebied het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. In het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' staat de ambitie 'voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' voorop. Dit ontwikkelingsperspectief richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Daarnaast gelden bij alle ontwikkelingsperspectieven de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. Het voorliggende plan, waarbij een bestaande karakteristieke schuur op een erf wordt omgevormd naar een woning, doet geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied. Door middel van een goede landschappelijke inpassing vindt er een ruimtelijke kwaliteitsverbetering van het plangebied en de directe omgeving plaats. Tevens veroorzaakt het plan geen extra belemmeringen voor de functies in de nabije omgeving van de planlocatie.

Gebiedskenmerken Voor het plangebied gelden de volgende gebiedskenmerken: natuurlijke laag: 'Dekzandvlakte en ruggen'; laag van het agrarisch cultuurlandschap: 'Oude hoevenlandschap' stedelijke laag: 'Informele trage netwerk' en 'Verspreide bebouwing' Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Enschede. Om die reden worden enkel de Natuurlijke laag en de Laag van het agrarisch cultuurlandschap getoetst, omdat deze relevant zijn voor het buitengebied/groene omgeving. Natuurlijke laag De natuurlijke laag kent het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' toe aan het plangebied. In afbeelding 2.3 is de betreffende kaart weergegeven. Het plangebied is globaal aangegeven middels de rode markering.

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

13

Afbeelding 2.3: Natuurlijke laag 'Dekzandvlakte en ruggen' (bron: provincie Overijssel).

De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de provincie. Voor dit gebiedskenmerk geldt de ambitie om de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Indien er ontwikkelingen plaats vinden gelden de volgende uitgangspunten: beter zichtbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem; de (strekkings)-richting van het landschap is bepalend. Voor de planlocatie geldt dat de natuurlijke laag niet (meer) zichtbaar is. Daarnaast wordt er voor de extra woning gebruik gemaakt van een bestaand gebouw en maakt onderhavig bestemmingsplan extra oppervlakte bijbehorende bouwwerken mogelijk. Voor een goede inpassing van de ontwikkeling is het plan voorzien van een landschappelijke inpassing. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De Laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Oude hoevenlandschap' toe aan de planlocatie. In afbeelding 2.4 is de betreffende kaart weergegeven. Het plangebied is globaal aangegeven middels de rode markering.

14

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

Afbeelding 2.4: laag van het agrarisch cultuurlandschap 'Oude hoevenlandschap' (bron: provincie Overijssel).

Kenmerkend voor het oude hoevenlandschap zijn de verspreide erven. Het landschap werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. De ambitie die geldt is het kleinschalige en afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Bij ontwikkelingen gelden de volgende uitgangspunten: Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen: de erven met erfbeplanting; open es(je); beekdal; voormalige heidevelden, de mate van openheid en kleinschaligheid. Ontwikkelingen vergroten de toegankelijkheid van erven en erfroutes. Het plan betreft een kleinschalige ontwikkeling op een bestaand erf. Met het plan blijft de huidige groenstructuur behouden. Daarnaast worden structuren versterkt door ten oosten van het erf een nieuwe groenstructuur aan te leggen. Ook worden er solitaire bomen toegevoegd, die kenmerkend zijn voor de Twentse erven. Rondom het erf worden bossages met inheemse beplanting aangeplant, zodat erven in de omgeving niet in het zichtveld liggen van het erf aan de Egberinksweg.

Door de ontsluiting van de nieuwe woning zorgvuldig in te passen worden er geen bomen gekapt. De karakteristieke van het oude hoevenlandschap worden met de ontwikkeling niet aangetast en de ontwikkeling wordt op goede wijze in het landschap ingepast. Gesteld kan worden dat het plan passend is binnen de laag van agrarisch cultuurlandschap. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

2.3

Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante beleid van de gemeente Enschede. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn toegeschreven. Het sectorale beleid wordt daarom verderop in deze toelichting behandeld.

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

15

2.3.1

Toekomstvisie Enschede 2020 en uitwerkingsvisies

De gemeenteraad heeft op 17 december 2007 de Toekomstvisie Enschede 2020 vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en doelstellingen voor het gemeentelijke beleid tot 2020 staan. Het document geeft richting aan het beleid, dat nader uitgewerkt wordt in andere beleidsstukken. De ruimtelijk relevante aspecten van de hoofdlijnen en beleidsdoelstellingen in de Toekomstvisie zijn uitgewerkt in de Herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie, die op 22 juni 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Integraal onderdeel hiervan is een visie op de binnenstad (Binnenstadsvisie) en mobiliteit (Mobiliteitsvisie). Vervolgens is de inhoud van het document Herijking RO-Visie, binnenstadsvisie inclusief mobiliteitsvisie ruimtelijk vertaald in de Structuurvisie Enschede, die in één van de volgende paragrafen aan de orde komt. 2.3.2

Richting aan Ruimte

Op 5 april 2016 hebben burgemeester en wethouders van Enschede 'Richting aan Ruimte' (RAR) vastgesteld. Dit is een richtinggevend ontwikkelingskader waarin wordt verduidelijkt hoe Enschede omgaat met de programmering. Niet langer de kwantitatieve aspecten staan centraal maar er wordt gestuurd op kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar de totale stedelijke programmering maar ook naar de behoefte van het gebied. Een integrale afweging van alle relevante belangen (o.a. ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, economie, welzijn) op basis van het 'RAR-kompas' leidt uiteindelijk tot een besluit over de (on)wenselijkheid van een nieuw ruimtelijk initiatief. Ongewijzigd onderdeel van het integrale afwegingskader is het 'versterken vanuit het hart'.

Afbeelding 2.5: het 'RAR kompas'

2.3.3

Structuurvisies

De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden.

Structuurvisie Enschede De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren; Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen;

16

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen; Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie. Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor ontwikkelingen in het buitengebied; Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen; Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten. Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad; Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen.

Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid. Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt.

Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld.

Woonvisie Onlangs is de Woonvisie Enschede 2019 vastgesteld (en in 2020 geactualiseerd). Deze Woonvisie is recentelijk opgesteld om duidelijkheid te geven over Enschedese woonopgave. De Enschedese woonopgave is volop in ontwikkeling. De stad gonst van de bouwactiviteiten, kavels raken uitverkocht, huizenprijzen stijgen fors en grote projecten staan op stapel. Het zijn ontwikkelingen die passen bij de ambities van Enschede: een stad die door blijft groeien naar 170.000 inwoners. Op de achtergrond van deze ontwikkeling ligt een veelheid van uitdagingen.

Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: Overbelasting van het rioolstelsel. Grondwateroverlast. Problemen met waterkwaliteit. De Enschedese waterambities zijn: Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken. Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede.

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

17

Water en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 Het Water en Klimaatadaptatieplan beschrijft hoe de gemeente Enschede omgaat met water en riolering en wat er wordt gadaan om Enschede voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Het plan heeft de volgende doelen: Goede riolering is noodzakelijk voor de gezondheid van mens, dier en plant. Zij moeten zo weinig mogelijk in contact komen met afvalwater. Dit doet de gemeente door gebouwen aan te sluiten op de riolering en zoveel mogelijk te voorkomen dat water op straat komt te staan door overstroming van het rioolstelsel bij zware regen. De gemeente streeft naar een grondwaterstand die in balans is. Hij moet laag genoeg zijn om overlast bij gebouwen of gezondheidsklachten te beperken. En hoog genoeg zijn om verdroging van de grond tegen te gaan. De kwaliteit van het grondwater moet goed genoeg zijn om het zonder risico te gebruiken. Wat ‘goed genoeg’ is hangt, af van de plek en het gebruik van het grondwater. De gemeente maakt ruimte voor groen en water en zorgen goed voor onze beken, sloten en vijvers. Dit wordt gedaan op een natuurvriendelijk manier zodat er steeds meer verschillende soorten planten en dieren in de gemeente komen. Ook de gemeente water zo veel mogelijk zien en maken het water en zijn omgeving aantrekkelijk met groen.

Dit vergroot de kwaliteit van de omgeving en dat nodigt mensen uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Om de gevolgen van extremer weer op te vangen pakt de gemeente gebieden aan die een groot risico op wateroverlast lopen. Nieuwbouw richten we direct klimaatbestendig in. Als er iets in de openbare ruimte wordt, dan moet ook meteen de klimaatbestendigheid van dat gebied veranderen en verbeteren. Ook moedigt de gemeente, door middel van voorlichting en subsidies, inwoners, ondernemers en organisaties in die wijken aan om hun gebouwen en terreinen aan te passen aan het weer van de toekomst.

Structuurvisie Cultuurhistorie Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Cultuurhistorie vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid voor het bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen omgaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed. Daarbij wordt onder cultuurhistorisch erfgoed verstaan: alle cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en structuren in de gemeente Enschede, met uitzondering van gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en archeologische waarden. Voor monumenten en archeologische waarden is reeds in afzonderlijke gemeentelijke beleidskaders vastgelegd hoe daarmee dient te worden omgegaan in het kader van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.

Visie landelijk gebied Enschede De Visie landelijk gebied Enschede is op 6 juli 2021 vastgesteld. Deze visie is gericht op het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving in het landelijk gebied. De gemeente Enschede neemt de unieke combinatie van een hoogwaardig groen buitengebied en het grote stedelijk gebied als uitgangspositie voor de visie. Het biedt een balans in het behoud en de ontwikkeling van de Groene Pijler en de benutting door (agrarische) bedrijven, bewoners en bezoekers. Verschillende onderwerpen uit de Visie landelijk gebied worden nader uitgewerkt in de (aangepaste) Gids Buitenkans, het toetsingskader voor initiatieven in het buitengebied. Op dit moment geldt nog de Gids Buitenkans 2014. Hieraan is dit plan ook getoetst. 2.3.4

Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

In de strategische beleidsdocumenten Toekomstvisie en de diverse structuurvisies zijn voor het plangebied van het bestemmingsplan "Egberinksweg 90" geen specifieke beleidsdoelstellingen of ontwikkelingsrichtingen benoemd. Met de ontwikkeling wordt een extra woning in een bestaande karakterstieke schuur gerealiseerd en wordt extra oppervlakte bijbehorende bouwwerken waarvoor in het verleden een vergunning verleend is opgenomen in het bestemmingsplan. Door een goede landschappelijke inpassing worden de kwaliteiten van de planlocatie en de omgeving versterkt door uitvoering van het plan. Het plan past daarmee binnen de uitgangspunten van het gemeentelijk strategisch beleid.

18

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

2.3.5

Gids buitenkans 2014

De “Gids Buitenkans 2014” is door de gemeente Enschede opgesteld om te kunnen beoordelen of nieuwe initiatieven in het buitengebied van de gemeente wenselijk zijn. De gids gaat na of nieuwe ideeën, wensen en ontwikkelingen bijdragen aan een kwaliteitsimpuls. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de zogenoemde “weegschaal” die gebaseerd is op het gedachtengoed van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). De volgende twee principes van de KGO vormen de basis van de gids: Elke ontwikkeling dient bij te dragen aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit; De ontwikkelingsruimte die een initiatiefnemer krijgt moet in evenwicht zijn met de investering in de ruimtelijke kwaliteit. Toetsing bestemmingsplan aan de Gids buitenkans 2014 Een aantal regelingen zijn concreet uitgewerkt, waaronder de VAB-regeling waar voor onderhavig initiatief gebruik van kan worden gemaakt. Deze regeling heeft betrekking op het wijzigingen van het gebruik van bestaande bebouwing. Tegenover het toevoegen van een nieuwe functie in het buitengebied staat als tegenprestatie het verbeteren van het erf. De VAB-regeling kent een aantal verschillende uitwerkingen, waarbij onderscheid gemaakt wordt naar het karakter van de schuur en of het gelegen is op een boerenerf of niet. De schuur op het perceel staat op een voormalig boerenerf. De woning waar de schuur bij hoort betreft een karakteristieke woning.

Dit is ook als zodanig aangeduid in de geldende bestemmingsplannen. De schuur is in dezelfde tijdsperiode en Twentse stijl gebouwd. Daarmee voldoet deze locatie aan de belangrijkste uitgangspunten van de VAB-regeling waardoor de schuur. Navolgend wordt de locatie en de schuur getoetst aan de uitgangspunten van de VAB-regeling. Waardevolle schuur Een schuur is een waardevolle schuur als hij voldoet aan de volgende criteria: de schuur is gebouwd voor 1945 of; is minimaal 50 jaar oud en heeft een uitzonderlijke architectonische of landschappelijke waarde; de schuur is in Twentse stijl gebouwd of heeft een belangrijke cultuurhistorische betekenis. Als de schuur is verbouwd, is hij alleen nog waardevol als het oorspronkelijke karakter van de schuur in de huidige vorm goed herkenbaar is; schuren op de rijks- of gemeentelijke monumentenlijst worden in ieder geval als waardevolle schuur aangemerkt; De schuur is gebouwd in het jaar 1926 en is daarmee bijna 100 jaar oud. De gemeente Enschede heeft in het bestemmingsplan 'Cultuurhistorie', dat is vastgesteld op 6 februari 2017, aangegeven dat het woonhuis karakteristiek is. Omdat de schuur in dezelfde Twentse stijl en tijdsperiode is gebouwd en het erfensemble afmaakt, is deze ook karakteristiek en waardevol voor het erf. Hiermee wordt voldaan aan de criteria van een waardevolle schuur.

Wanneer is er sprake van een boerenerf? De volgende aspecten zijn van belang voor de bepaling of er sprake is van een boerenerf: verwantschap in bebouwing; ordening; hiërarchie en verbondenheid van de elementen; de agrarische achtergrond van het erf; de erfinrichting en de erfbeplanting. Het erfensemble was bijna 100 jaar geleden al zichtbaar en is in de loop der jaren niet veranderd, wat vandaag de dag heeft geresulteerd in een prachtig Twents erf. Oude topografische kaarten laten zelfs zien dat er al vanaf 1850 bebouwing heeft gestaan. Dit erfensemble wordt door de gemeente Enschede als waardevol gezien én moet dan ook in stand gehouden worden. De oude eiken op het erf en de eiken langs de oprijlaan naar het erf tezamen met de meidoornhagen, maken een belangrijk onderdeel uit van de erfinrichting. Het erf voldoet aan de criteria van een boerenerf. Wonen De initiatiefnemer is voornemens de schuur te bestemmen tot woning. In de Gids Buitenkans zijn daarvoor de volgende eisen opgesteld. Een waardevolle schuur kan een nieuwe functie als woonruimte krijgen, als: de karakteristieke waarden van de schuur behouden blijven; hij een inhoud van minimaal 450 m³ heeft; hij niet vergunningsvrij wordt uitgebreid; het past binnen de milieuwetgeving.

In de praktijk houdt dit in dat dit op of vlak bij een agrarisch bedrijf niet mogelijk is, of op locaties waar de bodem verontreinigd is, tenzij de bodem geschikt kan worden gemaakt door een bodemsanering. De karakteristieke schuur heeft een vloeroppervlak van 235 m² met een nokhoogte van circa 5 meter. Daarmee komt de inhoud op circa 1000 m³. Dit is ruim boven de minimale eis van 450 m³. Het aanzicht van de schuur blijft zoveel mogelijk intact. Door het toevoegen van ramen (lichtinval) zal de schuur geschikt worden gemaakt voor bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

19

bewoning en is sprake van een gunstig woon- en leefklimaat. Een uitgewerkt bouwplan is ten tijde van het opstellen van dit bestemmingsplan nog niet voorhanden. Het toevoegen van de ramen gebeurt op een zodanige wijze dat de karakteristieke waarden behouden blijven. De waarborg dat er de karakteristieke waarden in stand worden gehouden -en dat kan worden voldaan aan het Bouwbesluit- vindt ook plaats via een voorwaardelijke verplichting in de regels, zodat dit onderdeel uitmaakt van de toetsing bij de aanvraag om omgevingsvergunning voor de verbouw van de schuur. Ten aanzien van de bijgebouwen geldt dat per woning minimaal 100 m2 bijgebouwen aanwezig dient te zijn/blijven. Dit is een voorwaarde uit de Gids om een woonfunctie aan de schuur te kunnen toekennen. Met de toevoeging van een wooneenheid moet er dus twee keer 100 m², in totaal 200 m2 aan bijgebouwen worden aangewezen. De bestaande omgevingsvergunning voor 105 m² bijgebouw zal worden opgesplitst. Het splitsen van één schuur van 105 m² in twee kleine bijgebouwen is landschappelijk meer passend op deze locatie dan de bouw van een grote schuur van 105 m². Er wordt een bijgebouw van 40 m² gerealiseerd voor de bestaande boerderij. Voor de nieuwe woning wordt een bijgebouw met een oppervlakte van 65 m² gerealiseerd. De overige oppervlakte aan bijgebouw (dus minimaal 95 m2) zal inpandig worden gerealiseerd.

Door de toekenning van de woonfunctie worden geen (agrarische) bedrijven in de omgeving belemmerd. In paragraaf 5.1.2 wordt hier nader op ingegaan. Conclusie De realisatie van de woning binnen de karakteristieke schuur past binnen de gestelde criteria uit de Gids Buitenkans 2014. De ontwikkeling past daarom goed binnen het balansmodel uit de gids. De karakteristieke schuur blijft behouden en het erf wordt verbeterd. Daarnaast wordt de relatie met de omgeving versterkt.

20

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 3.1

Gebiedsbeschrijving

Ruimtelijke structuur

Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan ligt in het buitengebied van de gemeente Enschede, ten westen van het dorp Boekelo. De locatie ligt in het oude hoevenlandschap, op de rand van een es. De dragers van dit landschap zijn essen, kampen, oude erven en weide gronden langs beken. De erven in dit landschap zijn geclusterd en verbonden door groene elementen. In de omgeving van het plangebied zijn verschillende woonerven en agrarische bedrijven te vinden. De planlocatie betreft een erf met een karakteristieke woning met een in dezelfde stijl gebouwde schuur. Het westelijke gedeelte van het plangebied bestaat uit agrarische gronden. De woning is het rechter gebouw dat is weergegeven op afbeelding 3.1. De karakteristieke schuur betreft het linker gebouw. In de huidige situatie is het plangebied zowel ontsloten op de Egberinksweg als Ganzebosweg middels een onverhard pad. Er wordt geparkeerd aan de voorzijde van de karakteristieke schuur. Naast de rijen met bomen langs de oprit zijn er aan verschillende zijden van de planlocatie rijen met bomen en opgaande heggen aanwezig, waardoor de planlocatie een groene uitstraling heeft. Verder bestaat het plangebied uit voedselrijk grasland en een met elzen omringde poel in het noorden van het plangebied (langs de Ganzebosweg).

Afbeelding 3.1: Luchtfoto Egberinksweg 90

3.2

Functionele structuur

Het oostelijke gedeelte van het plangebied, waar de woning en de schuur staan, zijn in gebruik voor de functie wonen. De gronden ten westen van het erf hebben een agrarische functie. In afbeelding 3.2 is het erf te zien vanaf de Egberinksweg. De karakterstieke schuur betreft het linker gebouw. De aanzichten zijn weergegeven in afbeelding 3.3. In afbeelding 3.4 en 3.5 zijn de inpandige bijgebouwen in de woning en schuur aangegeven.

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

21

Afbeelding 3.2 zicht op erf Egberinksweg 90 vanaf Egberinksweg

Afbeelding 3.3: bestaande aanzichten karakteristieke schuur (bron: Eelerwoude)

22

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

Afbeelding 3.4: indeling karakteristieke schuur, bestaande situatie (bron: Eelerwoude)

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

23

Afbeelding 3.5: bestaande woning, inpandig bijgebouw (bron: Eelerwoude)

3.3

Cultuurhistorie

Historie en ontstaansgeschiedenis plangebied Algemeen

24

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

Het landschap toont haar geschiedenis. Het is het resultaat van de wisselwerking tussen natuurlijke gesteldheid en menselijk handelen. Als gevolg van de veel lagere dynamiek in het buitengebied zijn veel historische waarden behouden gebleven. Bepalend voor Enschede is de ligging op de stuwwal van Oldenzaal. Op de stuwwal ontspringen veel beken die in oostelijke richting naar de Dinkel en in westelijke richting naar de Regge stromen. Door de ligging op en tegen de stuwwal, zit er veel hoogteverschil in het landschap. Daarnaast komen er slecht doorlatende bodemlagen vlak onder de oppervlakte voor. Beide factoren dragen bij aan een diversiteit in milieuomstandigheden: hoog, laag, droog, nat. Deze omstandigheden bepaalden tot laat in de negentiende eeuw de ontginningsmogelijkheden en staan zo nog steeds aan de basis van het landschap zoals wij dat nu kennen. Hoewel het gebied rond Enschede al vanaf de prehistorie bewoond wordt, zijn pas vanaf de middeleeuwen permanente akkers op de hoger gelegen zandgronden in gebruik genomen. Deze dekzandruggen zijn van nature voedselarm en schraal. Om ze geschikt te maken voor de landbouw werd een systeem van plaggenbemesting toegepast (potstalsysteem). Op de woeste gronden in de omgeving liet men schapen grazen en werd heide geplagd. Plaggen vermengd met mest uit de potstal werden op de landbouwgronden gebracht.

Hierdoor ontstonden karakteristieke dikke esdekken op de akkers. Naast de grote dekzandruggen werden ook kleinere dekzandkoppen in cultuur gebracht, de zogenaamde kampen. Zowel op de grote essen (die gezamenlijk in gebruik waren) als op de éénmansessen zijn deze eslagen te vinden. Rondom essen en kampen werden veekeringen aangelegd in de vorm van houtwallen of houtsingels. Die beschermden de landbouwgewassen tegen vee en wind. Dit patroon is nog altijd zichtbaar. Om het gebruik van de woeste gronden te reguleren, verenigden de boeren zich in organisatie die afspraken maakten over beweiding en afplagging van de woeste gronden. Deze organisaties werden in Twente marken genoemd. Voorbeelden in Enschede zijn de Eschmarke en de Lonnekermarke. Egberinksweg 90 en directe omgeving De karakteristieke woning is gebouwd in 1921. Niet veel later na de bouw van de woning is in 1926 de in dezelfde stijl gebouwde schuur gebouwd. Het oude hoevenlandschap, waar de planlocatie in ligt, is het oudste landschapstype. In dit landschapstype zijn de erven aan de rand van de essen gesitueerd. In afbeelding 3.6 en 3.7 zijn de topografische kaarten van 1900 en 1930 weergegeven, waarop de kleinschaligheid van het landschap ook goed zichtbaar is, evenals de aanwezigheid van de es. Ook zichtbaar is het verdwijnen van bepaalde landschapselementen ter plaatse van het plangebied in de loop van de jaren.

Afbeelding 3.6: topografische kaart 1900

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

25

Afbeelding 3.7: topografische kaart 1930

Monumenten in het plangebied Binnen het plangebied zijn geen gemeentelijke- en/of rijksmonumenten aanwezig. Wel beschikt de bestaande woning op het perceel, net als veel gebouwen in de omgeving, in het bestemmingsplan 'Cultuurhistorie' over een aanduiding 'karakteristiek'. De karakteristieke hoofdvorm dient in stand gehouden te worden.

Archeologisch erfgoed in het plangebied Voor het grootste gedeelte van het plangebied ligt in een gebied waar bewoningsresten worden verwacht van de eerste erven van Enschede. Voor dit gebied geldt dat bij elke verstoringslocatie met een verstoring van 250 m² en dieper dan 50 cm een archeologische onderzoek uitgevoerd dient te worden. Het meest oostelijke gedeelte van het plangebied ligt in een gebied met een hoge en middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Bij een verstoring van de bodem groter dan 2.500 m² en meer dan 50 cm diep is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek noodzakelijk.

26

bestemmingsplan Egberinksweg 90 (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Toekomstige situatie

De voorgenomen ontwikkeling maakt de realisatie van een woning in de bestaande karakterstieke schuur op het perceel aan de Egberinksweg 90 te Enschede mogelijk. Naast het omvormen van de schuur tot een woning worden er in totaal twee bijgebouwen toegevoegd: op basis van een huidige vergunning is reeds een bijgebouw met een oppervlakte van 105 m² toegestaan. Dit bouwrecht wordt gesplitst en verdeeld over twee bijgebouwen. De splitsing in twee kleinere bouwvolumes past beter bij dit Twentse erf dan één bijgebouw van 105 m2. Het nieuwe vrijstaande bijgebouw bij de VAB- woning krijgt een oppervlakte van 65 m² en de VAB-woning heeft een inpandig bijgebouw van 36 m2 (zie afbeelding 3.4). In totaal is daarmee 101 m2 bijbehorende bouwwerken aanwezig. Het te bouwen vrijstaande bijgebouw bij de bestaande boerderij krijgt een oppervlakte van 40 m² . De overige oppervlakte aan bijgebouw wordt inpandig gerealiseerd. Bij de bestaande woning is sprake van een inpandig bijgebouw van 111 m2 (zie afbeelding 3.5). In totaal is er dus 151 m2 bijbebehorende bouwwerken aanwezig. Door deze inpandige ruimten (voormalige deel/berging) in het plan mee te nemen en vast te leggen wordt de aanwezigheid van minimaal 100 m2 bijgebouwen per woning gewaarborgd (Gids Buitenkans 2014).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=54a55f48-9d2f-4922-9d04-459573a4d93b