CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Tijdelijke subsidieverordening en Covid 19

Raadsvergadering 8 maart 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Subsidieverordening Ondersteuning culturele sector en inzet Rijksmiddelen cultuur6.077 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021

Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021 De raad van de gemeente Enschede, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van (datum), gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2, eerste lid onder d en f en artikel 3, eerste lid, van de Algemene subsidieverordening Enschede 2016, besluit vast te stellen de Tijdelijke subsidieverordening ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021

Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1

Begripsbepalingen

In deze Subsidieverordening wordt verstaan onder: -

ASV: Algemene subsidieverordening Enschede

-

amateurkunstverenigingen: rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid zonder winstoogmerk, die volgens hun statuten grotendeels tot doel hebben activiteiten te ontplooien op het gebied van amateurkunst en in de gemeente Enschede gevestigd zijn;

-

begrotingspostsubsidie: subsidie op grond van artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht;

-

college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede;

-

culturele instelling: rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid niet zijnde een amateurkunstvereniging, die is gevestigd in de gemeente Enschede en blijkens haar statuten grotendeels tot doel heeft het uitvoeren van culturele activiteiten;

-

liquiditeitstekort: het tekort aan middelen die direct gebruikt kunnen worden om de lopende betalingsverplichtingen tijdig te voldoen.

Artikel 2 1.

Doelen

De doelen van de subsidies die het college op grond van deze verordening verstrekt, zijn: a.

het compenseren van de negatieve effecten van Covid-19 op de culturele sector in de gemeente Enschede; en

b.

het wendbaar en weerbaar maken van de culturele sector in de gemeente Enschede met een structureel toekomstig effect.

1

Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021

2.

Subsidie wordt uitsluitend verleend voor zover de activiteiten bijdragen aan tenminste één van de doelen.

Artikel 3

Afstemming ASV

De vigerende Algemene subsidieverordening van de gemeente Enschede is van toepassing, tenzij in deze verordening daarvan wordt afgeweken. Artikel 4 1.

Subsidieplafonds

Het budget dat in het tijdvak van 15 maart 2021 tot 1 oktober 2021 beschikbaar is, bedraagt € 1.519.000,- en wordt onderverdeeld in de volgende subsidieplafonds: a.

Acute nood culturele sector subsidieontvangers tijdvak 15 maart 2021 - 1 juli 2021: € 380.000,-;

b.

Acute nood culturele sector subsidieontvangers tijdvak 1 augustus 2021 - 1 oktober 2021: € 180.000,-;

c.

Acute nood culturele sector niet subsidieontvangers tijdvak 15 maart 2021 - 1 september 2021: € 140.000,-;

d.

Amateurkunst tijdvak 15 maart 2021 - 1 juni 2021: € 150.000,-;

e.

Wendbaar- en weerbaarheid culturele sector kleinschalige projecten tijdvak 15 maart 2021 – 15 mei 2021: € 84.500,-;

f.

Wendbaar- en weerbaarheid culturele sector kleinschalige projecten tijdvak 1 augustus 2021 - 1 september 2021; € 84.500,-;

g.

Wendbaar- en weerbaarheid culturele sector eenjarige projecten tijdvak 15 maart 2021 15 mei 2021: € 225.000,-;

h.

Wendbaar- en weerbaarheid culturele sector grootschalige projecten tijdvak 15 maart 2021 – 15 mei 2021: € 275.000,-.

2.

Het college is bevoegd financiële middelen van het ene subsidieplafond naar een ander subsidieplafond over te hevelen, met het oog op een efficiënte besteding van de financiële middelen.

3.

Het college is bevoegd de subsidieplafonds te verhogen, wanneer het Rijk, de gemeente zelf of anderen meer financiële middelen ten behoeve van de culturele sector in Enschede beschikbaar stellen.

Artikel 5 1.

Maximum aantal subsidies

Een aanvrager kan op grond van deze verordening voor dezelfde subsidiabele activiteit maximaal één subsidie ontvangen.

2.

De uitvoering van een kleinschalig, eenjarig en grootschalig project als bedoeld in Paragraaf 5 Wendbaarheid en weerbaarheid, wordt beschouwd als dezelfde subsidiabele activiteit.

2

Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021

Artikel 6

Indieningswijze subsidieaanvragen

In afwijking van artikel 8, derde lid, van de ASV 2016 kan een subsidieaanvraag elektronisch worden ingediend via e-mail, of via een webformulier wanneer het aanvraagformulier als zodanig beschikbaar is gesteld.

Paragraaf 2 Acute Nood Subsidieontvangers Artikel 7

Subsidiabele activiteiten

Het college kan subsidie verlenen ter dekking van het liquiditeitstekort van een subsidieaanvrager, zodat deze zijn betalingsverplichtingen na kan komen. Artikel 8

Voorwaarden subsidie

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt wanneer: a.

de subsidieaanvrager aantoont dat er sprake is van een liquiditeitstekort op het moment van indiening van de aanvraag dan wel zal ontstaan binnen drie maanden na indiening van de aanvraag;

b.

aannemelijk is dat het liquiditeitstekort het gevolg is van de maatregelen ter bestrijding van Covid-19;

c.

het liquiditeitstekort lager is dan het laatste subsidiebedrag dat de aanvrager van het college ontving voor het uitvoeren van zijn reguliere activiteiten. Ontving de subsidieaanvrager een subsidie voor zowel het uitvoeren van een evenement als een subsidie op basis van een begrotingspost, dan wordt de omvang van het liquiditeitstekort gerelateerd aan de hand van de begrotingspostsubsidie;

d.

de subsidie naar het oordeel van het college zal leiden tot het opheffen van het liquiditeitstekort voor de duur van twaalf maanden, gerekend vanaf het moment van ontvangst van de subsidieaanvraag dan wel gerekend vanaf de datum waarop het liquiditeitstekort zal ontstaan; en

e.

de subsidieaanvrager naar het oordeel van het college heeft aangetoond dat hij alle mogelijke maatregelen heeft genomen om de negatieve gevolgen van Covid-19 voor zijn organisatie te beperken.

Artikel 9

Subsidieontvanger

Subsidie kan worden verstrekt aan: a.

culturele instellingen die in 2020 een begrotingspostsubsidie ontvingen;

b.

ontvangers van een subsidie in 2020 en 2021 op grond van de Subsidieverordening culturele activiteiten Enschede 2014 die gevestigd zijn in de gemeente Enschede.

3

Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021

Artikel 10 1.

Indieningsvereisten

In aanvulling op de indieningsvereisten als bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Algemene subsidieverordening 2016, levert de subsidieaanvrager bij de aanvraag om subsidieverlening het volgende aan: a.

een liquiditeitsoverzicht over de periode vanaf 1 januari 2021 tot en met de datum die 12 maanden na de datum van indiening van de subsidieaanvraag of na de datum waarop het liquiditeitstekort ontstaat, ligt;

b.

een verkorte balans;

c.

een toelichting op het liquiditeitsoverzicht, waaronder een overzicht van de oorzaken van het liquiditeitstekort;

d.

een overzicht van getroffen maatregelen om de negatieve gevolgen van de maatregelen ter bestrijding van Covid-19 te beperken of te voorkomen en zo nodig een toelichting waarom bepaalde maatregelen niet zijn getroffen.

2.

Wanneer naar het oordeel van het college de-minimissteun zal worden verleend, wordt op verzoek van het college een schriftelijke of elektronische de-minimisverklaring overgelegd over alle andere onder de de-minimisverordeningen vallende de-minimissteun die de subsidieaanvrager gedurende de twee voorgaande belastingjaren en het lopende belastingjaar heeft ontvangen.

Artikel 11 1.

Indieningstijdvakken

Aanvragen kunnen vanaf 15 maart 2021 tot en met 30 juni 2021 en vanaf 1 augustus 2021 tot en met 30 september 2021 worden ingediend.

2.

Aanvragen ingediend vóór 1 juli 2021 komen ten laste van het subsidieplafond Acute nood culturele sector subsidieontvangers tijdvak 15 maart – 1 juli 2021.

Artikel 12

Beslistermijn

1.

Het college beslist binnen zes weken na ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.

2.

Het college kan de beslistermijn met maximaal drie weken verdagen als het gaat om een subsidieaanvraag van een ontvanger van een subsidie op basis van een begrotingspost in 2020 van € 300.000,- of meer.

Artikel 13 1.

Verdeelregels

Het college verdeelt het beschikbare bedrag voor de uitvoering van activiteiten op volgorde van ontvangst van de aanvragen.

2.

De datum van ontvangst is het tijdstip waarop de aanvraag volledig is ingediend.

3.

Wanneer meerdere subsidieaanvragen op hetzelfde tijdstip zijn ontvangen en verstrekking van subsidie voor deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt de volgorde van afhandeling door middel van loting bepaald.

4

Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021

4.

Het tijdstip van ontvangst van een aanvraag die per post wordt ingediend is 13.00 uur van de datum van ontvangst.

5.

Kan een subsidie niet volledig worden verstrekt als gevolg van het bereiken van het subsidieplafond, dan vindt verstrekking plaats ter hoogte van het nog beschikbare bedrag.

6.

Vindt het college het niet aannemelijk dat het liquiditeitstekort bij de subsidieaanvrager voor tenminste een periode van acht maanden zal zijn opgeheven bij gedeeltelijke toekenning van de aanvraag als bedoeld in het vijfde lid, dan weigert het de subsidie.

Artikel 14 1.

Hoogte subsidiebedrag/ wijze van berekening subsidiebedrag

De subsidie bedraagt het verwachte liquiditeitstekort van de subsidieaanvrager over een periode van 12 maanden, gerekend vanaf de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag dan wel vanaf de datum waarop het liquiditeitstekort naar verwachting zal ontstaat, met dien verstande dat: a.

voor ontvangers van een subsidie tot € 100.000,- een maximum geldt van 50% van het laatst ontvangen subsidiebedrag;

b.

het college de hoogte van de subsidie voor ontvangers van een subsidie vanaf € 300.000,-, mede bepaalt op grond van de mate waarin de instandhouding van de aanvrager van belang is voor de cruciale lokale culturele infrastructuur.

2.

Bij de berekening van het verwachte liquiditeitstekort worden uitsluitend de uitgaven betrokken die naar het oordeel van het college deel noodzakelijk en doelmatig waren of zijn en beoordeelt het college of voldoende inspanningen zijn en worden verricht om zo veel mogelijk inkomsten te verwerven.

3.

Toepassing van het tweede lid kan ertoe leiden dat het verwachte liquiditeitstekort op een lager bedrag wordt geraamd en dienovereenkomstig een lager subsidiebedrag of geen subsidie wordt verstrekt.

4.

Indien toepassing van het eerste lid, onder a, naar het oordeel van het college leidt tot onredelijke gevolgen voor de subsidieontvanger, kan het college afwijken van het maximumbedrag.

5.

De subsidie wordt vastgesteld op basis van het werkelijke liquiditeitstekort in het subsidietijdvak van 12 maanden.

Artikel 15

Verplichtingen

De subsidieontvanger is verplicht om vier en acht maanden na de datum van ingang van het subsidietijdvak van 12 maanden een tussenrapportage met toelichting over te leggen waaruit blijkt: a.

de omvang van het liquiditeitstekort op het moment van indiening van de tussenrapportage;

b.

het verwachte verloop van het liquiditeitstekort in de resterende subsidieperiode.

5

Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021

Paragraaf 3 Acute nood niet subsidieontvangers Artikel 16

Subsidiabele activiteiten

Het college kan subsidie verlenen ter dekking van het liquiditeitstekort van een subsidieaanvrager, zodat deze zijn betalingsverplichtingen na kan komen. Artikel 17

Voorwaarden subsidie

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt wanneer: a.

de subsidieaanvrager aantoont dat sprake is van een liquiditeitstekort op het moment van indiening van de aanvraag dan wel zal ontstaan binnen drie maanden na indiening van de aanvraag;

b.

aannemelijk is dat het liquiditeitstekort het gevolg is van de maatregelen ter bestrijding van Covid19;

c.

de subsidie naar het oordeel van het college zal leiden tot het opheffen van het liquiditeitstekort voor de duur van twaalf maanden, gerekend vanaf het moment van ontvangst van de subsidieaanvraag dan wel gerekend vanaf de datum waarop het liquiditeitstekort zal ontstaan;

d.

de subsidieaanvrager naar het oordeel van het college heeft aangetoond dat hij alle mogelijke maatregelen heeft genomen om de gevolgen van Covid-19 voor zijn organisatie te beperken; en

e.

de subsidieaanvrager op het moment van indiening van de aanvraag niet al een subsidie ontvangt van het college of de gemeenteraad van Enschede.

Artikel 18

Subsidieontvanger

Subsidie kan worden verstrekt aan: a.

culturele instellingen zonder winstoogmerk;

b.

evenementenorganisatoren gevestigd in de gemeente Enschede die in de periode 2019 tot en met 2020 minimaal één cultureel evenement in de gemeente Enschede hebben georganiseerd.

Artikel 19 1.

Indieningsvereisten

In aanvulling op de indieningsvereisten als bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Algemene subsidieverordening 2016, levert de subsidieaanvrager bij de aanvraag om subsidieverlening het volgende aan: a.

een liquiditeitsoverzicht over de periode vanaf 1 januari 2021 tot en met de datum die 12 maanden na de datum van indiening van de subsidieaanvraag of na de datum waarop het liquiditeitstekort ontstaat, ligt;

b.

een verkorte balans;

c.

een toelichting op het liquiditeitsoverzicht, waaronder een overzicht van de oorzaken van het liquiditeitstekort;

6

Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021

d.

een overzicht van getroffen maatregelen om de negatieve gevolgen van de maatregelen ter bestrijding van Covid-19 te beperken of te voorkomen en zo nodig een toelichting waarom bepaalde maatregelen niet zijn getroffen;

2.

Wanneer naar het oordeel van college de-minimissteun zal worden verleend, wordt op verzoek van het college een schriftelijke of elektronische de-minimisverklaring overgelegd over alle andere onder de de-minimisverordeningen vallende de-minimissteun die de subsidieaanvrager gedurende de 2 voorgaande belastingjaren en het lopende belastingjaar heeft ontvangen.

Artikel 20

Indieningstermijn

Aanvragen kunnen uiterlijk tot en met 31 augustus 2021 worden ingediend. Artikel 21

Beslistermijn

Het college beslist binnen zes weken na ontvangst van de volledige subsidieaanvraag. Artikel 22 1.

Verdeelregels

Het college verdeelt het beschikbare bedrag voor de uitvoering van activiteiten op volgorde van ontvangst van de aanvragen.

2.

De datum van ontvangst is het tijdstip waarop de aanvraag volledig is ingediend.

3.

Wanneer meerdere subsidieaanvragen op hetzelfde tijdstip zijn ontvangen en verstrekking van subsidie voor deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt de volgorde van afhandeling door middel van loting bepaald.

4.

Het tijdstip van ontvangst van een aanvraag die per post wordt ingediend is 13.00 uur van de datum van ontvangst.

5.

Kan een subsidie niet volledig worden verstrekt als gevolg van het bereiken van het subsidieplafond, dan vindt verstrekking plaats ter hoogte van het nog beschikbare bedrag.

6.

Vindt het college niet aannemelijk dat het liquidatietekort bij de subsidieaanvrager voor tenminste een periode van acht maanden zal zijn opgeheven bij gedeeltelijke toekenning van de aanvraag als bedoeld in het vijfde lid, dan weigert het de subsidie.

Artikel 23 1.

Hoogte subsidiebedrag/ wijze van berekening subsidiebedrag

De subsidie bedraagt het verwachte liquiditeitstekort van de subsidieaanvrager over een periode van 12 maanden gerekend vanaf de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag dan wel vanaf de datum waarop het liquiditeitstekort naar verwachting zal ontstaan, met een maximum van € 25.000,-.

2.

Bij de berekening van het verwachte liquiditeitstekort worden uitsluitend de uitgaven betrokken die naar het oordeel van het college deel noodzakelijk en doelmatig zijn of waren en beoordeelt het college of er voldoende inspanningen zijn en worden verricht om zo veel mogelijk inkomsten te verwerven.

7

Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021

3.

Toepassing van het tweede lid kan ertoe leiden dat het verwachte liquiditeitstekort op een lager bedrag wordt geraamd en dienovereenkomstig een lager subsidiebedrag of geen subsidie wordt verstrekt.

4.

Indien toepassing van het eerste lid naar het oordeel van het college leidt tot onredelijke gevolgen voor de subsidieontvanger, kan het college afwijken van het maximumbedrag.

5.

De subsidie wordt vastgesteld op basis van het werkelijke liquiditeitstekort in het subsidietijdvak.

Artikel 24

Verplichtingen

De subsidieontvanger is verplicht om vier en acht maanden na de datum van ingang van het subsidietijdvak van 12 maanden een tussenrapportage met toelichting over te leggen waaruit blijkt: a.

de omvang van het liquidatekort op het moment van indiening van de tussenrapportage;

b.

het verwachte verloop van het liquidatietekort in de resterende subsidieperiode.

Paragraaf 4 Amateurkunst Artikel 25

Subsidiabele activiteiten

Het college kan subsidie verstrekken voor de kosten van de artistieke leiding van een amateurkunstvereniging met het oog op het behoud van de inzet van die leiding voor de subsidieaanvrager. Artikel 26

Subsidieontvanger

Subsidie wordt verstrekt aan amateurkunstverenigingen. Artikel 27

Voorwaarde

De subsidie wordt uitsluitend verleend wanneer is aangetoond dat de artistieke leiding van de amateurkunstvereniging haar werkzaamheden tegen betaling uitvoert. Artikel 28

Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt € 1.000,- per aanvrager. Artikel 29

Indieningsvereisten

In aanvulling op de indieningsvereisten als bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Algemene subsidieverordening 2016, levert de subsidieaanvrager bij de subsidieaanvraag een overeenkomst of de overeenkomsten aan waaruit blijkt dat één of meer personen tegen betaling de artistieke leiding voeren voor de subsidieaanvrager.

8

Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021

Artikel 30

Indieningstermijn

Aanvragen kunnen uiterlijk tot en met 31 mei 2021 worden ingediend. Artikel 31

Beslistermijn

Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Artikel 32 1.

Verdeelregels

Het college verdeelt het beschikbare bedrag voor de uitvoering van activiteiten op volgorde van ontvangst van de aanvragen.

2.

De datum van ontvangst is de dag en het tijdstip waarop de aanvraag volledig is ingediend.

3.

Het tijdstip van ontvangst van een aanvraag die per post wordt ingediend is 13.00 uur, geregistreerd op de datum van ontvangst.

4.

Wanneer meerdere subsidieaanvragen op dezelfde dag en hetzelfde tijdstip zijn ontvangen en verstrekking van subsidie voor deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt de volgorde van afhandeling door middel van loting bepaald.

Paragraaf 5 Wendbaarheid en weerbaarheid Artikel 33 1.

Subsidiabele activiteiten

Het college kan subsidie verlenen voor de uitvoering van innovatieve projecten in de gemeente Enschede waardoor de aanvrager flexibeler in kan spelen op maatschappelijke veranderingen die een negatieve invloed hebben op de bedrijfsvoering van de aanvrager.

2.

Bij het verlenen van de subsidie maakt het college onderscheid tussen: a.

kleinschalige projecten die starten in 2021 en waarvan de subsidie minder dan € 10.000,bedraagt;

b.

eenjarige projecten die starten in 2021 en binnen 12 maanden worden afgerond, waarvan de subsidie minimaal € 10.000,- en minder dan € 45.000,- bedraagt;

c.

Grootschalige projecten die starten in 2021 met een looptijd langer dan een jaar en waarvan de subsidie minimaal € 45.000,- en maximaal € 100.000,- bedraagt.

Artikel 34 1.

Subsidieontvanger

Subsidie voor kleinschalige projecten wordt verstrekt aan: a.

culturele instellingen, en ontvangers van een subsidie in 2020 en 2021 op grond van de Subsidieverordening culturele activiteiten Enschede 2014 die gevestigd zijn in de gemeente Enschede.

9

b.

amateurkunstverenigingen;

c.

zelfstandigen zonder personeel die:

Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021

i.

tenminste 2 jaar werkzaam zijn in de culturele sector in de gemeente Enschede, teruggerekend vanaf het moment van indiening van de aanvraag; en

ii. 2.

woonachtig zijn in de gemeente Enschede;

Subsidie voor eenjarige en grootschalige projecten wordt uitsluitend verleend aan culturele instellingen.

Artikel 35 1.

Penvoerder

Een penvoerder kan subsidie aanvragen voor de gezamenlijke uitvoering van een activiteit door twee of meer potentiële subsidieontvangers als bedoeld in artikel 33, eerste en tweede lid.

2.

De penvoerder is de subsidieontvanger, de overige uitvoerders van het project zijn dat niet.

3. Een uitvoerder van een project die dat onder de verantwoordelijkheid van een penvoerder doet, kan niet daarnaast op eigen naam een subsidie ontvangen op grond van deze paragraaf. Artikel 36 1.

Voorwaarden

Subsidie wordt uitsluitend verleend wanneer: a.

het project wordt uitgevoerd in samenwerking met een of meer andere partijen of samenwerking met een of meer andere partijen tot gevolg heeft;

b.

de cofinanciering ten minste 20% van de totale kosten bedraagt in geval van een kleinschalig project en 40% in geval van een eenjarig en grootschalig project; en

c.

voor zover het een subsidie voor een eenjarig of grootschalig project betreft, voor de uitvoering van de activiteiten zelfstandigen zonder personeel worden ingezet dan wel een bijdrage wordt geleverd aan de ontwikkeling van of de werkgelegenheid voor zelfstandigen zonder personeel.

2.

Voor zover het kleinschalige projecten betreft, kan de cofinanciering bestaan uit de ureninzet van vrijwilligers die het project meehelpen uitvoeren.

3.

Voor het berekenen van de waarde van de ureninzet van vrijwilligers moet worden gerekend met een uurtarief van € 35,-.

Artikel 37 Indieningsvereisten 1.

In aanvulling op de indieningsvereisten als bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Algemene subsidieverordening 2016, neemt de subsidieaanvrager in het activiteitenplan de volgende informatie op: a.

een duidelijke probleemstelling;

b.

een duidelijke omschrijving van het project, waaronder de beschrijving van de innovaties die de subsidieaanvrager beoogt door te voeren;

c.

een onderbouwing waaruit blijkt in welke mate het project bijdraagt aan de wendbaarheid en weerbaarheid van de aanvrager en tot welk resultaat het project zal leiden;

d.

op welke wijze wordt samengewerkt met partijen binnen en buiten de culturele sector dan wel welke samenwerking de uitvoering van het project tot gevolg heeft;

10

Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021

e.

een onderbouwing van de haalbaarheid van het project en de daarmee beoogde resultaten, waaronder de projectplanning en de risicofactoren die in de weg kunnen staan aan het behalen van het beoogde resultaat;

f.

de inzet van vrijwilligers voor zover het een kleinschalig project betreft;

g.

in geval van een aanvraag door een zelfstandige zonder personeel: -

een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat hij tenminste twee jaar werkzaam is in de culturele sector, teruggerekend vanaf de datum van indiening van de aanvraag

-

een overzicht van werkzaamheden die hij in de periode van twee jaar voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag heeft uitgevoerd in de gemeente Enschede;

h.

in geval van een aanvraag door een penvoerder, de overeenkomst tussen de penvoerder en overige uitvoerders van het project;

2.

Voor zover het college van mening is dat de-minimissteun verleend wordt een schriftelijke of elektronische de-minimisverklaring over alle andere onder de de-minimisverordeningen vallende de-minimissteun die de subsidieaanvrager gedurende de twee voorgaande belastingjaren en het lopende belastingjaar heeft ontvangen.

Artikel 38 1.

Indieningstijdvakken kleinschalige projecten

De tijdvakken voor het indienen van een subsidieaanvraag voor de uitvoering van een kleinschalig project zijn de periodes van: a. 15 maart 2021 tot 15 mei 2021; en b. 1 augustus 2021 tot 1 september 2021.

2.

Aanvragen ingediend in het tijdvak van 15 maart voor 15 mei 2021 komen ten laste van het subsidieplafond Wendbaar- en weerbaarheid culturele sector kleinschalige projecten tijdvak 15 maart – 15 mei 2021.

3. Aanvragen ingediend in het tijdvak van 1 augustus tot 1 september 2021 komen ten laste van het subsidieplafond Wendbaar- en weerbaarheid culturele sector kleinschalige projecten tijdvak 1 augustus – 1 september 2021. 4.

De indiener van een onvolledige aanvraag die vóór 1 mei 2021 is ontvangen, wordt in de gelegenheid gesteld zijn aanvraag aan te vullen tot en met uiterlijk 14 mei 2021.

5.

De indiener van een onvolledige aanvraag die vóór 15 augustus 2021 is ontvangen, wordt in de gelegenheid gesteld zijn aanvraag aan te vullen tot en met uiterlijk 31 augustus 2021.

6.

Subsidieaanvragen die op 14 mei respectievelijk 31 augustus 2021 niet volledig zijn ontvangen, worden afgewezen.

7.

Het college kan besluiten voorafgaand aan een indieningstijdvak een informatiebijeenkomst te organiseren voor potentiële subsidieaanvragers.

11

Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021

Artikel 39 1.

Indieningstijdvakken eenjarige en grootschalige projecten

Het tijdvak voor het indienen van een subsidieaanvraag voor de uitvoering van een eenjarig of grootschalig project is de periode van 15 maart 2021 tot 15 mei 2021.

2.

De indiener van een onvolledige aanvraag die vóór 1 mei 2021 is ontvangen, wordt in de gelegenheid gesteld zijn aanvraag aan te vullen tot en met uiterlijk 14 mei 2021.

3.

Aanvragen die op 14 mei 2021 niet volledig zijn ontvangen, worden geweigerd.

4. Het college kan besluiten voorafgaand aan een indieningstijdvak een informatiebijeenkomst te organiseren voor potentiële subsidieaanvragers. Artikel 40 1.

Beslistermijn

Het college beslist uiterlijk 1 augustus 2021 op aanvragen om subsidie voor de uitvoering van kleinschalige projecten die ten laste komen van het subsidieplafond Wendbaar- en weerbaarheid culturele sector kleinschalige projecten tijdvak 15 maart 2021 - 15 mei 2021.

2.

Het college beslist uiterlijk 1 december 2021 op aanvragen om subsidie voor de uitvoering van kleinschalige projecten die ten laste komen van het subsidieplafond Wendbaar- en weerbaarheid culturele sector kleinschalige projecten tijdvak 1 augustus - 1 september 2021.

3.

Het college beslist uiterlijk 15 juli 2021 op aanvragen om subsidie voor de uitvoering van eenjarige en grootschalige projecten.

Artikel 41

1.

Verdeelregels kleinschalige projecten tot € 10.000,-

De aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en niet op grond van het bepaalde in deze regeling worden geweigerd, worden gerangschikt door middel van een loting. Daarbij krijgt de aanvraag die als eerste uit de loting komt plaats 1 toegekend, de aanvraag die als tweede uit de loting komt plaats 2, enzovoorts.

2.

Aanvragen die in de rangschikking plaats 16 of hoger innemen, worden afgewezen.

3.

De aanvragen met de nummers 1 tot en met 15 kunnen deelnemen aan het pitchevent als bedoeld in artikel 43.

4.

Voor zover de aanvrager van een subsidie die kan deelnemen aan het pitchevent hiervan afziet, krijgt de eerstvolgende aanvrager in de rangschikking de gelegenheid mee te doen aan het pitchevent.

5.

De deelnemers aan het pitchevent kennen de deelnemende aanvragen punten toe voor de volgende onderdelen: a.

de duidelijkheid van de probleemstelling;

b.

de duidelijkheid van de projectomschrijving;

c.

de mate waarin het project bijdraagt aan de wend- en weerbaarheid van de subsidieaanvrager;

12

d.

de mate van samenwerking met partijen binnen en buiten de culturele sector;

e.

de haalbaarheid van het project en de daarmee beoogde resultaten.

Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021

6.

Per beoordelingscriterium als genoemd in het vijfde lid, worden 0, 5, 10, 15 of 20 punten toegekend.

7.

De wegingsfactor van de beoordelingscriteria genoemd in het vijfde lid, onder a, b en e is 1. De beoordelingscriteria onder c. en d. hebben een wegingsfactor 2.

8.

De optelsom van de punten na toepassing van de wegingsfactoren levert de totaalscore van een aanvraag op.

9.

Rangschikking en het pitchevent als bedoeld in artikel 43 blijven achterwege wanneer de subsidieverlening voor de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie, niet zal leiden tot overschrijding van het subsidieplafond. Het college toetst in dat geval op basis van de criteria in het vijfde lid of sprake is van een weigeringsgrond als genoemd in artikel 47, onder g, h en i.

Artikel 42 1.

Beslissing college

Bij het beoordelen van de aanvragen op grond van de beoordelingscriteria als genoemd in artikel 41, vijfde lid, neemt het college de uitslag van het pitchevent als uitgangspunt. Het college is bevoegd gemotiveerd af te wijken van het bij het pitchevent vastgestelde puntenaantal en de daaruit voortvloeiende rangschikking.

2.

Wanneer blijkt dat een of meerdere deelnemers aan het pitchevent niet hebben gehandeld overeenkomstig het bepaalde in artikel 43, dan kan het college de uitslag van het pitchevent geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing laten.

3.

Na de puntentoekenning worden de aanvragen gerangschikt op basis van de totaalscore, waarbij de aanvraag met het hoogste puntenaantal als eerste in de rangschikking wordt opgenomen.

4.

Verstrekking van subsidie vindt plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het subsidieplafond is bereikt.

5.

Wanneer door toekenning van een aanvraag het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie gedeeltelijk verleend.

6.

Vindt het college niet aannemelijk dat de subsidieaanvrager het project uit zal voeren na gedeeltelijke toekenning als bedoeld in het vijfde lid, dan weigert het de subsidie.

7.

De volgorde van aanvragen waaraan evenveel punten zijn toegekend wordt door middel van loting bepaald, wanneer subsidieverlening voor deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond.

Artikel 43

Het pitchevent

1.

De deelnemers aan het pitchevent krijgen ieder een deelnamenummer.

2.

De deelnemers aan het pitchevent krijgen de gelegenheid hun aanvraag gedurende vijf minuten te presenteren aan de overige deelnemers. In de presentatie gaan de deelnemers in ieder geval in op de beoordelingscriteria bedoeld in artikel 41, vijfde lid.

3.

De overige deelnemers kennen op basis van de pitch punten aan de betreffende aanvraag toe overeenkomstig artikel 41, vijfde lid en vermelden de scores op het scoreformulier dat wordt

13

Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021

ingeleverd bij de daarvoor aangewezen persoon. Een deelnemer of diens vertegenwoordiger kent geen punten toe aan de eigen aanvraag. 4.

Alleen een aanvrager zelf of diens vertegenwoordiger mag deelnemen aan de pitch en punten toekennen. Er wordt geen overleg gepleegd over de puntentoekenning met andere deelnemers.

5.

De individuele puntentoekenning vindt schriftelijk plaats en wordt niet bekend gemaakt.

6.

De totaalscores van alle deelnemers en de daaruit volgende rangschikking worden aan het einde van het pitchevent gepresenteerd.

Artikel 44 1.

Verdeelregels eenjarige en grootschalige projecten

Het college rangschikt de subsidieaanvragen voor het uitvoeren van eenjarige of grootschalige projecten na een onderlinge vergelijking en verstrekt de subsidie op volgorde van de rangschikking.

2.

Het college stelt een adviescommissie in, die de subsidieaanvragen die in aanmerking komen voor subsidie beoordeelt en het college adviseert over de rangschikking van de aanvragen.

3.

Een aanvraag wordt beoordeeld op basis van de volgende beoordelingscriteria: a.

de duidelijkheid van de probleemstelling;

b.

de duidelijkheid van de projectomschrijving;

c.

de mate waarin het project bijdraagt aan de wend- en weerbaarheid van de subsidieaanvrager;

4.

d.

de mate van samenwerking met partijen binnen en buiten de culturele sector;

e.

de haalbaarheid van het project en de daarmee beoogde resultaten.

Per beoordelingscriterium, als genoemd in het derde lid, worden 0, 5, 10, 15 of 20 punten toegekend.

5.

De wegingsfactor van de beoordelingscriteria genoemd in het tweede lid, a, b en e hebben een wegingsfactor 1, de beoordelingscriteria onder c. en d. hebben een wegingsfactor 2.

6.

Na de puntentoekenning worden de aanvragen gerangschikt op basis van de totaalscore, waarbij de aanvraag met het hoogste puntenaantal als eerste in de rangschikking wordt opgenomen.

7.

De volgorde van gelijk geplaatste subsidieaanvragen wordt door middel van loting bepaald wanneer subsidieverlening zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond.

8.

Wanneer door toekenning van een aanvraag het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie gedeeltelijk verleend.

9.

Vindt het college niet aannemelijk dat de subsidieaanvrager na gedeeltelijke verlening van de subsidie de activiteiten uit zal voeren, dan weigeren zij de subsidie.

10. Rangschikking blijft achterwege wanneer de subsidieverlening voor de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie, niet zal leiden tot overschrijding van het subsidieplafond. De adviescommissie toetst in dat geval op basis van de criteria genoemd in het tweede lid of sprake is van een weigeringsgrond als genoemd in artikel 47, onder g, h en i, en brengt daarover advies uit aan het college.

14

Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021

Artikel 45

Hoogte subsidiebedrag

De subsidie bedraagt maximaal: a.

€ 9.999,99 voor de uitvoering van een kleinschalig project;

b.

€ 45.000,- voor de uitvoering van een eenjarig project ;

c.

€ 100.000,- voor de uitvoering van een grootschalig project.

Artikel 46

Verplichtingen

De subsidieontvanger is verplicht: a.

het effect van de uitvoering van het project en de innovatie die daarmee wordt beoogd, te monitoren;

b.

de kennis die hij bij de uitvoering op doet over de effecten van zijn activiteiten op het versnellen van de hersteltermijn te delen met anderen door het presenteren van de effecten tijdens en het bijwonen van bijeenkomsten die het college daarover organiseert en het beschikbaar stellen van rapporten aan andere culturele organisaties in de gemeente Enschede.

Artikel 47

Weigeringsgronden

In aanvulling op de weigeringsgronden genoemd in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en in de Algemene subsidieverordening, weigert het college de subsidie wanneer: a.

een project niet start of naar het oordeel van het college niet kan starten in 2021;

b.

een aanvraag om subsidie voor een eenjarig project is ingediend en dit project langer loopt dan een jaar dan wel naar het oordeel van het college langer zal lopen dan een jaar;

c.

een aanvraag om subsidie voor een kleinschalig project van meer dan € 10.000,- is ingediend;

d.

een aanvraag om subsidie voor een eenjarig project van meer dan € 45.000,- is ingediend;

e.

een aanvraag om subsidie voor een grootschalig project van meer dan € 100.000,- is ingediend;

f.

de totaalscore van een aanvraag minder dan 75 punten bedraagt;

g.

aan het criterium ‘mate van samenwerking’ niet meer dan 20 punten zijn toegekend na toepassing van de wegingsfactor; of

h.

aan het criterium ‘mate waarin het project bijdraagt aan de wend- en weerbaarheid van de subsidieaanvrager’ niet meer dan 20 punten zijn toegekend na toepassing van de wegingsfactor.

Paragraaf 6 Staatssteun Artikel 48 Toetsing aan staatssteunregels 1.

Het college toetst voor subsidieverlening of dit is aan te merken als steunmaatregel in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag inzake de werking van de Europese Unie.

2.

15

Indien sprake is van een steunmaatregel, dan wordt deze verleend op basis van:

Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021

a.

Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L352 /1); of

b.

Verordening (EU) nr. 651/2014 van de commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L187/1); en met inachtneming van de Verordening (EU) 2020/972 van de commissie van 2 juli 2020 tot wijziging van de verordening genoemd onder a wat betreft de verlening ervan en tot wijziging van de verordening genoemd onder b wat betreft de verlening ervan en de desbetreffende aanpassingen.

3.

De artikelen 49 tot en met 56 zijn uitsluitend van toepassing op steunverlening op basis van Verordening (EU) nr. 651/2014.

Artikel 49

Toepassing algemene groepsvrijstellingsverordening

Het college verleent slechts steun op basis van Verordening (EU) nr. 651/2014 indien wordt voldaan aan de voorwaarden in Hoofstuk I en artikel 53 van die verordening. Artikel 50 1.

Uitgesloten ondernemingen

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, vierde lid, onder a en c, van de Verordening (EU) nr. 651/2014 wordt geen steun verleend aan een onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering uitstaat,

2.

Voor zover het een onderneming in moeilijkheden betreft, wordt uitsluitend steun verleend aan ondernemingen die op 31 december 2019 niet in moeilijkheden verkeerden maar ondernemingen in moeilijkheden werden in de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juni 2021.

Artikel 51

Aanmeldingsdrempel

Op grond van deze regeling wordt geen steun verleend die de drempel overschrijdt van : a.

€ 0,5 miljoen per project voor investeringssteun; en

b.

€ 5 miljoen per jaar per onderneming voor exploitatiesteun.

Hiermee wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 4, eerste lid, sub z, van Verordening (EU) Nr. 651/2014. Artikel 52

Transparantie van steun

Steun op grond van deze verordening wordt verleend als transparante steun in de vorm van subsidies. Artikel 53

Stimulerend effect

Conform artikel 6 van Verordening (EU) Nr. 651/2014 wordt enkel steun uitgekeerd indien deze een stimulerend effect heeft. Dit houdt in dat voor steun voor cultuur is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 53 van Verordening (EU) Nr. 651/2014.

16

Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021

Artikel 54

Cumulatie

Bij steunverlening worden de cumulatiebepalingen uit artikel 8 van Verordening (EU) Nr. 651/2014 in acht genomen. Dit houdt in dat alle voor een bepaald project verleende staatssteun bij elkaar opgeteld dient te worden opgeteld om zo het totale steunbedrag te bepalen. Hierdoor kan nagegaan worden of voldaan is aan de maximale steunintensiteiten en -bedragen uit artikel 4 en 53 van Verordening (EU) Nr. 651/2014. Artikel 55 Publicatie en informatie 1.

Conform artikel 9 van Verordening (EU) Nr. 651/2014 worden de publicatieverplichtingen nageleefd.

2.

Bij individuele steunverleningen van €500.000 of meer worden de benodigde gegevens binnen zes maanden vanaf de datum van de toekenning van de steun gepubliceerd via de State Aid Transparency Award Module (TAM). Vanaf de datum van steunverlening blijven de gegevens tien jaar beschikbaar.

Artikel 56 1.

Steun voor cultuur

Steun wordt enkel verleend voor de culturele doelstellingen en activiteiten die genoemd zijn in artikel 53, tweede lid, van Verordening (EU) Nr. 651/2014.

2.

Steun wordt uitsluitend verleend voor volgens artikel 53, vierde en vijfde lid, van Verordening (EU) Nr. 651/2014 in aanmerking komende kosten en - indien van toepassing - tot de daarin genoemde maximale steunintensiteit.

3.

De steun die verleend wordt is niet hoger dan noodzakelijk voor de uitvoering van de activiteiten, conform het bepaalde in artikel 53, zesde en zevende lid, van Verordening (EU) Nr. 651/2014. Dit wordt geborgd vooraf op basis van redelijke prognoses, of via een terugvorderingsmechanisme. In plaats hiervan kan het maximale steunbedrag conform het achtste lid worden bepaald op 80% van de in aanmerking komende kosten als de steun ten hoogste € 2 miljoen bedraagt.

Artikel 57

Geldigheidsduur

Verordening (EU) nr. 1407/2013 en Verordening (EU) Nr. 651/2014 zijn van toepassing tot en met 31 december 2023. Het college verleent na deze datum geen steun op basis van deze verordeningen.

Paragraaf 7 Slotbepalingen Artikel 58

Inwerkingtreding en werkingsduur

1.

Deze verordening geldt van 15 maart tot en met 31 december 2021.

2.

Op subsidies die zijn verleend voor 1 januari 2022 blijft deze verordening van toepassing.

17

Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021

Artikel 59

Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector Aldus besloten in de vergadering van de raad van de gemeente Enschede op (datum) De voorzitter,

18

De griffier,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=8e416797-adc5-4c30-92ae-c139871ae979