Teesinkbos_voor vaststelling toelichting
Tekst van het document
Afbeelding 4.3: toekomstig beeld voorkeurslocatie electrische laadpaal
bestemmingsplan Teesinkbos (vastgesteld)
23
24
bestemmingsplan Teesinkbos (vastgesteld)
Hoofdstuk 5
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten, indien van toepassing. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en waterhuishouding. In deze toelichting van het bestemmingsplan 'Teesinkbos' wordt niet ingegaan op de belangen van milieu en natuur, aangezien dit plan geen invloed heeft op deze aspecten. Wel wordt ingegaan op waterhuishoudkundige aspecten. In onderliggend bestemmingsplan worden voor het overige uitsluitend de bestaande cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden vastgelegd, evenals gebruiksmogelijkheden en worden randvoorwaarden voor wijzigingen aan bebouwing en onbebouwde ruimte bepaald.
5.1
Water
In paragraaf 3.2 is de huidige structuur en situatie ten aanzien van de waterhuishouding in het plangebied beschreven. Daarbij zijn ook een aantal knelpunten weergegeven. In deze paragraaf wordt ingegaan op mogelijke verbeteringen en maatregelen die een bijdrage kunnen leveren aan een verbeterde waterhuishouding. Het gebied Teesinkbos heeft zoals eerder vermeld door zijn hoogteligging één aandachtsgebied waar diverse aspecten een rol spelen: de kruising Bastinglaan/Henry Dunantlaan. Hier treden in de winter hoge grondwaterstanden op, in de zomer zijn deze hier juist weer laag en er is op dit punt sprake van wateroverlast bij hevige regenval. Al het regenwater in dit gebied wordt via de riolering afgevoerd. Waar mogelijk kan meer aandacht worden besteed aan het afkoppelen van regenwater door dit te bergen in het groen en in de bodem te infiltreren. Er is een aantal oplossingen/verbeterpunten door te voeren om bovenstaande knelpunten op te lossen: Rondom de kruising Bastinglaan/Henry Dunantlaan (zie afbeelding 5.1) zoveel mogelijk het water in het groen laten lopen. Het groen kan iets verdiept aangelegd worden zodat er meer berging ontstaat bij extreme neerslag. Daardoor komt dit water ook ten goede aan de bodem en groen in de omgeving. De extreme neerslag vindt plaats van het late voorjaar tot het begin van de herfst, dus in de periode dat de grondwaterstanden laag zijn.
Afbeelding 5.1: kruising Bastinglaan/Henry Dunantlaan
bestemmingsplan Teesinkbos (vastgesteld)
25
Ook in de rest van het plangebied kan het aanwezige groen waar mogelijk iets verlaagd worden aangelegd zodat regenwater kan worden geborgen. Hierbij kan ook het water dat afstroomt van de weg zoveel mogelijk in het groen geborgen worden. Dit kan soms heel eenvoudig door de band (plaatselijk) te onderbreken. In afbeelding 5.2 zijn enkele voorbeelden hiervan weergegeven.
Afbeelding 5.2: voorbeelden onderbreking band In het zuidwesten en zuidoosten van het plangebied (zie afbeelding 5.3) kan de grondwaterstand in de zomer diep weg zakken. Hier kan extra aandacht worden besteed aan het bergen en infiltreren van regenwater zodat dit ten goede komt van het aanwezige groen.
Afbeelding 5.3: locaties diep wegzakken grondwater zomer De maatregelen die op het gebied van waterhuishouding kunnen worden genomen zijn benoemd in het beheerplan. Dit bestemmingsplan maken de uitvoering van de maatregelen zoals hierboven genoemd mogelijk/vormt geen belemmering voor de uitvoering.
26
bestemmingsplan Teesinkbos (vastgesteld)
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische planopzet
Algemeen
Type bestemmingsplan De Wro en het Bro maken het mogelijk een bestemmingsplan op verschillende manieren vorm te geven. Grofweg kan gekozen worden uit de volgende planvormen: a. een traditioneel gedetailleerd bestemmingsplan. Een dergelijk plan legt het beoogde gebruik van gronden en opstallen en de bebouwingsmogelijkheden van de in het plan opgenomen gronden gedetailleerd vast. De methodiek wordt wel ingezet om bestaande situaties te conserveren, maar wordt ook gebruikt om beoogde nieuwe ontwikkelingen nauwgezet te sturen; b. een globaal bestemmingsplan dat nader moet worden uitgewerkt. In een dergelijk bestemmingsplan worden een of meerdere bestemmingen opgenomen, die later moeten worden uitgewerkt. Wordt veelal toegepast in gevallen waar de ontwikkeling van een gebied op hoofdlijnen bekend is, maar waar de concrete invulling nog moet volgen; c. Een globaal eindplan. In deze planvorm wordt het ruimtelijk en functioneel streefbeeld in globale zin vastgelegd; d. Een mix van bovenstaande planvormen afhankelijk van de specifieke problemen. Naast dit onderscheid, dat is gebaseerd op de techniek van bestemmen, wordt verschil gemaakt tussen ontwikkelingsgerichte en beheergerichte bestemmingsplannen. Bij de keuze voor een bepaalde systematiek van bestemmingsregeling speelt een rol wat met het plan wordt beoogd: beheren of ontwikkelen.
Daarnaast speelt een rol of er in een gebied sprake is van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In het bestemmingsplan "Teesinkbos" is gekozen voor een gedetailleerd bestemmingsplan. Hiermee worden de specifieke waarden van het plangebied beschermd en kunnen wijzigingen aan de bebouwing en in de openbare ruimte/onbebouwde ruimte getoetst worden op aanvaardbaarheid. Tegelijkertijd biedt het bestemmingsplan ook mogelijkheden voor herstel van de oorspronkelijke groenstructuur/openbare ruimte.
Wijze van bestemmen In paragraaf 6.2 van deze plantoelichting wordt nader inhoudelijk ingegaan op de wijze van bestemmen waarvoor in het bestemmingsplan "Teesinkbos" is gekozen.
6.2
Indeling planregels
Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de regels en de bijbehorende verbeelding waarop de diverse bestemmingen zijn aangegeven. De regels en de verbeelding dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: a. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels; b. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels; c. Hoofdstuk 3 - Algemene regels; d. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied van het bestemmingsplan “Teesinkbos”. In Artikel 1, begrippen, zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee wordt een eenduidige interpretatie van de begrippen vastgelegd. Artikel 2, toepassingsbereik, is de wijze van meten opgenomen.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 geeft een omschrijving - de juridische vertaling - van de verschillende in het plangebied voorkomende en
bestemmingsplan Teesinkbos (vastgesteld)
27
op de verbeelding opgenomen bestemmingen. Bij de indeling van de bestemmingsregels wordt conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 een vaste volgorde aangehouden. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: 1. bestemmingsomschrijving (omschrijving van de toegestane functies en gebruiksdoelen); 2. bouwregels (regels waaraan de bebouwing dient te voldoen); 3. nadere eisen (regels op grond waarvan nadere eisen aan bouwwerken en de situering daarvan kunnen worden gesteld); 4. afwijken van de bouwregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de bouwregels); 5. specifieke gebruiksregels (regels die aangeven welk specifiek gebruik verboden is); 6. afwijken van de gebruiksregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de gebruiksregels); 7. omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden noodzakelijk is); 8. omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden er een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk noodzakelijk is); 9.
wijzigingsbevoegdheid (regels die aangeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden onderdelen van het plan gewijzigd kunnen worden).
Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, bestaande uit de anti-dubbeltelregel, de algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels en overige regels.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 zijn regels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik van gronden. Deze artikelen bevatten regels die als doel hebben de rechtstoestand tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan vast te leggen. De "Slotregel" geeft de naam van het bestemmingsplan aan.
6.3
Beschrijving van het plan
6.3.1
Bestemmingen
Dit bestemmingsplan kent vier bestemmingen: 'Bos', 'Groen', 'Tuin', 'Verkeer-verblijfsgebied' en 'Wonen'. Bos Deze bestemming is toegekend aan de oorspronkelijk bosgebieden die in het plangebied vanuit oudsher aanwezig zijn. Het gaat om delen grond aan de Henry Dunantlaan en de Bastinglaan. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor houtproductie, extensieve recreatie en voor de bescherming, instandhouding en verbetering van de landschappelijke, cultuurhistorische, geomorfologische en natuurlijke waarden. Er mag niet gebouwd worden binnen deze bestemming. Groen Gronden met de bestemming "Groen" zijn bestemd voor groenstroken, plantsoenen, waardevolle landschappelijke elementen (zoals houtwallen), waterpartijen en -waterlopen, in- en uitritten en voor zover gelegen in openbaar toegankelijk gebied tevens voor waterbergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen in het kader van de waterbeheersing, geluidschermen, openbare nutsvoorzieningen en bij deze doeleinden horende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, straatmeubilair en andere werken. Deze bestemming is toegekend aan het structurele en het waardevolle groen in het plangebied. Overig (rest) groen valt binnen andere bestemmingen zoals "Verkeer-verblijfsgebied". Tuin Een gedeelte van de woonpercelen heeft aan de voorzijde een bestemming 'Tuin'.
Dit geldt ook voor enkele tuinen bij woningen (Henry Dunantlaan 32, 34 en 36). De bestemming 'Tuin' is toegekend om te voorkomen dat er (vergunningsvrij) gebouwd kan worden op deze delen. Gronden met deze bestemming kunnen namelijk niet als 'erf'
28
bestemmingsplan Teesinkbos (vastgesteld)
worden aangemerkt. Bebouwing op deze delen is niet gewenst en zou het aangezicht en de cultuurhistorische waarden van Teesinkbos kunnen aantasten. Bouwwerken zijn niet toegestaan binnen deze bestemming, tenzij het erfafscheidingen/tuinmuren zijn die mee-ontworpen zijn met de woning. Daarmee wordt bebouwing bedoeld die ten tijde van de nieuwbouw van de wijk is gerealiseerd. De bouwtekeningen van de bebouwing zijn onder meer opgenomen in het rapport van de waardestelling van het Oversticht. De locaties van de tuinmuren zijn ook als zodanig aangeduid op de verbeelding. Verkeer-Verblijfsgebied De wegen en hoven kennen de bestemming 'Verkeer-verblijfsgebied'. Binnen deze bestemming worden zijn de straten en hoven begrepen, alle met een 30 km-zone. Deze bestemming richt zich dan met name op langzaam verkeer en draagt het karakter van een verblijfsgebied. Binnen deze bestemming zijn erftoegangswegen, woonerven, pleinen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, straatmeubilair, (openbare) nutsvoorzieningen, verkeersvoorzieningen en bij deze doeleinden behorende bouwwerken en andere werken toegestaan. Garageboxen zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding "garageboxen".
Er is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor het plaatsen van een laadpaal voor electrische voertuigen. Voordat een omgevingsvergunning kan worden verleend is een nadere afweging vereist. Daarbij wordt opgemerkt dat op grond van rijksregels het plaatsen van een openbare electrische laadpaal vergunningsvrij is als wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 2 bijlage II Besluit omgevingsrecht. Als daaraan wordt voldaan vindt geen bestemmingsplantoets plaats. Daar waar wel sprake is van een omgevingsvergunningplicht kan en dient in dat geval een nadere afweging te worden gemaakt. Een zelfde afwijkingsmogelijkheid is opgenomen in de bestemming 'Groen'. Wonen De voor Wonen bestemde gronden zijn bestemd voor het wonen in een woning, met uitzondering van kamerverhuurpanden, al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis. Daarnaast zijn bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, tuinen en voorzieningen en activiteiten, zoals bergingen, in- en uitritten, voetpaden, parkeervoorzieningen, laden en lossen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen en voorzieningen in het kader van de waterbeheersing toegestaan. Er zijn bouwregels opgenomen voor bouwen binnen het bouwvlak en bouwen buiten het bouwvlak. De hoofgebouwen (woningen) liggen binnen het bouwvlak.
De bouwvlakken komen zoveel mogelijk overeen met de vorm van de woningen die oorspronkelijk in Teesinkbos gebouwd zijn. Eventuele latere toevoegingen zoals garages vallen merendeels buiten het bouwvlak. In het verleden is voor een aantal toevoegingen aan bebouwing -met name bijgebouwen of uitbreidingen van de woningen- een bouwvergunning verleend. Een aantal bouwwerken wijkt af van de regels zoals opgenomen in dit bestemmingsplan. Het is echter niet gewenst om deze toegestane bouwwerken onder het overgangsrecht te brengen. Vandaar dat voor deze bestaande bouwwerken een aanduiding is opgenomen in de regels. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat deze bouwwerken zijn toegestaan conform de daarvoor verleende omgevingsvergunning (in het verleden bouwvergunning; onder huidige wetgeving omgevingsvergunning). 6.3.2
Dubbelbestemming Waarde-beschermd dorpsgezicht Teesinkbos
In dit bestemmingsplan is gekozen voor het opnemen van een dubbelbestemming 'Waarde-Teesinkbos'. Deze dubbelbestemming ligt als het ware over de bestemmingen 'Wonen', 'Groen', 'Tuin', 'Verkeer-verblijfsgebied' en 'Bos' heen en heeft voorrang op deze bestemmingen. Deze dubbelbestemming kent een verbod ten aanzien van het aanbrengen van bouwkundige wijzigingen in bestaande bebouwing die aanwezig is in of zichtbaar is vanuit het openbaar toegankelijk gebied. Van dit verbod kan worden afgeweken. Er kan een omgevingsvergunning worden verleend en worden toegestaan dat bij een omgevingsvergunning overeenkomstig de bouwregels behorende bij de andere daar voorkomende bestemming(en) wijzigingen worden aangebracht in de bestaande bebouwing, mits het uitwendig karakter van het bouwwerk niet wordt aangetast. Voordat een besluit op een aanvraag omgevingsvergunning wordt genomen wordt advies van de Monumentencommissie ingewonnen. In deze dubbelbestemming is eveneens een vergunningenstelsel opgenomen voor het slopen van een bouwwerk. Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen. Hierop gelden uitzonderingen. Een vergunning voor sloop kan worden verleend indien er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het uitwendig karakter van het bouwwerk voor wat betreft: 1. de hoofdafmetingen en onderlinge verhoudingen; 2.
bestaande voorportalen, patio's, overkappingen;
bestemmingsplan Teesinkbos (vastgesteld)
29
3. de dakvorm; 4. dakbedekking 5. de nokrichting; 6. de dakhelling; 7. de gevelindeling door ramen, deuropeningen en geveldetails 8. de schoorsteen 9. tuinmuren en erfafscheidingen, voor zover mee-ontworpen met de oorspronkelijke bebouwing. 10. de zitkuilen en bijbehorende afscheidingen. Daarnaast geldt dat een omgevingsvergunning voor sloop kan worden verleend indien de kenmerken van het uitwendig karakter niet langer aanwezig zijn, het delen van bebouwing betreft die op zichzelf niet bijdragen aan de cultuurhistorische waarde van het gebied dat is aangewezen als 'Waarde- beschermd dorpsgezicht Teesinkbos' of geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de kenmerken van het uitwendig karakter. Een omgevingsvergunning voor sloop kan worden verleend als wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden: 1. de kenmerken van het uitwendig karakter zijn niet langer aanwezig. 2. het betreft delen van bebouwing die op zichzelf niet bijdragen aan de cultuurhistorische waarde van het gebied dat is aangewezen als 'Waarde- beschermd dorpsgezicht Teesinkbos' en door sloop daarvan vindt geen onevenredige aantasting plaats van de kenmerken van het uitwendig karakter. 3.
de tuinmuur of erfafscheiding (die meeontworpen is met de oorspronkelijke bebouwing) is gelegen op achtererfgebied en is niet zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied danwel niet zichtbaar vanuit openbaar toegankelijk gebied te maken door het rooien van beplanting of het weghalen van een erfafscheiding. Voordat omgevingsvergunning voor sloop wordt verleend, vragen burgemeester en wethouders advies aan de monumentencommissie. Tevens is een vergunningenstelsel opgenomen voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden (activiteit aanleggen). Dit stelsel geldt ter plaatse van de aanduidingen 'Bos', 'Groen' en 'Verkeer-verblijfsgebied' en geldt daarmee alleen voor het openbaar (toegankelijk) gebied. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de in de regels genoemde werkzaamheden uit te voeren. Het gaat binnen de bestemmingen 'Groen' en 'Verkeer-verblijfsgebied' onder meer om het verwijderen en/of vervangen van wegen, paden of andere (half)verhardingen, het graven en/of dempen van waterlopen en sloten, het vellen, rooien of verwijderen van bomen en struiken, het planten van bomen en struiken en het afgraven of ophogen van gronden. Een omgevingsvergunning is onder meer niet vereist voor normaal beheer en onderhoud en werkzaamheden die overeenkomstig het beheerplan worden uitgevoerd. Dit beheerplan is opgenomen als bijlage bij de regels.
Voor deze opzet is gekozen omdat werkzaamheden die in het beheerplan passen reeds getoetst zijn op aanvaardbaarheid. Het is daarom niet zinvol of logisch om deze middels een aanvraag omgevingsvergunning nogmaals te toetsen.
6.3.3
Gebiedsaanduidingen
Archeologisch onderzoeksgebied B (artikel 12) In de gebieden met de gebiedsaanduiding "Archeologisch onderzoeksgebied B" geldt een archeologische (voor)onderzoeksplicht voor bodemverstorende activiteiten met een verstoringsoppervlak van meer dan 2500 m 2 en een verstoringsdiepte van meer dan 50 cm. In dat geval is de realisatie van bouwwerken, de sloop van bestaande bouwwwerken of de uitvoering van werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, uitsluitend toegestaan wanneer uit het (voor)onderzoek blijkt dat in de bodem geen archeologische waarden aanwezig zijn dan wel dat de in de bodem aanwezige archeologische waarden door de uit te voeren activiteiten niet zullen worden verstoord of in de plannen kunnen worden ingepast. 6.3.4
Overige aanduidingen en figuren
Binnen de in het plan voorkomende bestemmingen en dubbelbestemmingen kunnen de bouw- en gebruiksmogelijkheden worden geregeld door het gebruik van functieaanduidingen, bouwaanduidingen, maatvoeringsaanduidingen en figuren.
Bouwvlak: Het bouwvlak is het gebied binnen de grenzen waarvan de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte bebouwing gerealiseerd dient te worden.
Functieaanduidingen:
30
bestemmingsplan Teesinkbos (vastgesteld)
Functieaanduidingen worden gebruikt om de gebruiksmogelijkheden binnen een gedeelte van een bestemming nader in te kaderen. Zo kan met een functieaanduiding worden aangegeven dat ter plaatse alleen een bepaalde, met name genoemde, functie is toegestaan of juist expliciet is uitgesloten. Bij functieaanduidingen gaat het vaak om het passend bestemmen van een aanwezige, niet (geheel) bij de bestemming passende functie, zoals bijvoorbeeld de functieaanduiding 'garageboxen' binnen de bestemming 'Wonen' om aan te geven waar binnen de woonbestemming garageboxen zijn toegestaan. Bouwaanduidingen: Bouwaanduidingen worden gebruikt om specifieke aanwijzingen te geven over de gewenste wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken. Bijvoorbeeld of gebouwen vrijstaand moeten worden gebouwd of juist aangeengebouwd, of er bijvoorbeeld een kap verplicht is of juist een plat dak. Ook zijn er bouwaanduidingen voor bijzondere bouwwerken, zoals een antennemast. In onderhavig bestemmingsplan is een bouwaanduiding opgenomen voor de met de woning meeontworpen tuinmuren. Maatvoeringsaanduidingen: Maatvoeringsaanduidingen zijn alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen (goothoogte, bouwhoogte, bouwdiepte, inhoud, breedte), percentages (bebouwd oppervlak, gebruiksoppervlak) en dakhellingshoeken van gebouwen.
Daarnaast kunnen maatvoeringsaanduidingen ook iets over aantallen zeggen, zoals het maximum aantal woningen, winkels of parkeerplaatsen. Figuur: Een figuur is een bijzondere vorm van een aanduiding. Een figuur wordt doorgaans gebruikt voor de regeling van ruimtelijk relevante lijnverbindingen die niet goed door middel van een vlak verbeeld kunnen worden. Denk hierbij met name aan de as van de weg, een dwarsprofiel van een weg, de gevellijn (verplichte bouwgrens) en de hartlijn van een leiding.
6.3.5
Algemene regels
anti-dubbeltelregel (artikel 9) De anti-dubbeltelregel is een wettelijk voorgeschreven regel die bepaalt dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan bij de beoordeling van latere bouwplannen voor die grond buiten beschouwing blijft. Daarmee wordt beoogd te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruik gemaakt.
algemene bouwregels (artikel 10) In de algemene bouwregels zijn regels opgenomen voor het (geheel of gedeeltelijk) vernieuwen en vervangen van bouwwerken die afwijken van de regels in dit bestemmingsplan. Voor bestaande bebouwing die geheel of gedeeltelijk afwijkt van de in de in Hoofdstuk 2 toegestane maatvoeringen wat betreft afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen geldt voor de betreffende afwijkende bouwdelen (bij gedeeltelijke nieuwbouw) die afwijkende bouwhoogte, goothoogte, oppervlakte, inhoud of afstand als minimaal voorgeschreven respectievelijk maximaal toegestaan. Daarnaast zijn in de algemene bouwregels de bouwregels opgenomen voor het onderkelderen van gebouwen en terreinen. algemene gebruiksregels (artikel 11) In de algemene gebruiksregels zijn naast een algemeen gebruiksverbod ook enkele op specifieke situaties gerichte gebruiksregels opgenomen. In het algemeen gebruiksverbod is geregeld dat het verboden is gronden en bouwwerken te gebruiken, te laten gebruiken of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel dat niet in overeenstemming is met de in dit bestemmingsplan aan die gronden en bouwwerken gegeven bestemming(en). Van deze regel uitgezonderd is het van het afwijkend gebruik dat door burgemeester en wethouders is toegestaan bij een omgevingsvergunning voor handelen in strijd met ruimtelijke regelgeving.
De op specifieke situaties gerichte gebruiksregels hebben betrekking op het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis in combinatie met wonen, het verbod op de verkoop, vervaardiging, verwerking en opslag van vuurwerk, het verbod op het gebruik van gronden en bouwwerken als geluidzoneringsplichtige inrichting en het verbod op het bestemmingsplan Teesinkbos (vastgesteld)
31
gebruik van gronden en bouwwerken als risicovolle inrichting.
algemene aanduidingsregels (artikel 12) De algemene aanduidingsregels bevat de regels voor de diverse gebiedsaanduidingen in het bestemmingsplan. Gebiedsaanduidingen kunnen onder andere zijn opgenomen voor de bescherming van (mogelijk) in de bodem aanwezige archeologische waarden of voor de bescherming van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen of gebieden. Ook kunnen gebiedsaanduidingen zijn opgenomen voor de bescherming van milieugevoelige functies tegen milieuhinder (zoals geluids- of geurzones) of voor specifieke gebieden waar op termijn een transformatie naar een andere functie of bestemming is voorzien. De in het bestemmingsplan opgenomen gebiedsaanduiding zijn beschreven in paragraaf 6.3.3 van deze toelichting.
algemene afwijkingsregels (artikel 13) In de algemene afwijkingsregels is geregeld onder welke voorwaarden burgemeester en wethouders in concrete gevallen bij een omgevingsvergunning kunnen afwijken van de in het bestemmingsplan opgenomen (algemene) bouw- en/of gebruiksregels.
algemene wijzigingsregels (artikel 14) In de algemene wijzigingsregels is geregeld onder welke voorwaarden burgemeester en wethouders in bepaalde concreet genoemde gevallen onderdelen van het bestemmingsplan kunnen wijzigen. Deze wijzigingsbevoegdheden liggen in het verlengde van de afwijkingsbevoegdheden zoals genoemd in de algemene afwijkingsregels maar hebben doorgaans een grotere impact op de woon- en leefomgeving. Hierbij moet onder meer worden gedacht een wijzigingsbevoegdheid voor het in geringe mate wijzigen van bestemmings- en/of bouwgrenzen om een gewenst en voor het overige in het bestemmingsplan passend bouwplan mogelijk te kunnen maken.
algemene procedureregels (artikel 15) In de algemene procedureregels wordt verwezen naar de wettelijk voorgeschreven procedureregels voor de toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheden, aangevuld met enkele specifieke gemeentelijke procedureregels. De algemene procedureregels bevatten ook het afwegingskader voor de toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen afwijkingsbevoegdheden, wijzigingsbevoegdheden en bevoegdheden tot het bij een omgevingsvergunning stellen van nadere eisen.
6.3.6
Overige regels
In het hoofdstuk 'overige regels' zijn regels opgenomen die aanvullende werking hebben op de bouw- en gebruiksregels in het bestemmingsplan.
Parkeren en laden en lossen (artikel 16.1) Dit artikel bevat de regels voor het op eigen terrein realiseren van voldoende voorzieningen voor parkeren, van zowel auto's en fietsen als parkeervoorzieningen voor mindervaliden. Dit artikel bevat ook de regels voor het op eigen terrein in voldoende mate voorzien in voorzieningen voor het laden en lossen van goederen. Bij de beoordeling of in voldoende mate wordt voorzien in parkeer- en/of laad- en losvoorzieningen wordt getoetst aan de parkeernormen zoals die zijn vastgelegd in de beleidsregel 'Parkeernormennota Enschede 2017'. Het artikel bevat een dynamische verwijzing voor het geval de parkeernormennota tussentijds mocht worden gewijzigd of vervangen door een nieuwe parkeernormennota.
Bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater (artikel 16.2) Dit artikel bevat de regels voor het bij nieuwbouw op eigen terrein realiseren van voldoende voorzieningen voor het bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater. Deze regeling is de ruimtelijke vertaling van het gemeentelijke beleidskader zoals dat is vastgelegd in de Watervisie en in het Gemeentelijk Rioleringsplan.
32
bestemmingsplan Teesinkbos (vastgesteld)
6.3.7
Flexibiliteit
De planregels vormen het juridisch bindend kader dat aangeeft waar en hoeveel er gebouwd mag worden en waar het voor gebruikt mag worden. De planregels kunnen niet in alle ontwikkelingen voorzien. In sommige gevallen is een bepaalde ontwikkeling wenselijk, maar niet passend binnen de planregels. In deze paragraaf wordt toegelicht op welke wijze invulling gegeven wordt aan de diverse flexibiliteitsbepalingen in de planregels.
Afwijkingsregels De afwijkingsregels van de bouw- of gebruiksregels maken het mogelijk dat burgemeester en wethouders bij een omgevingsvergunning kunnen afwijken van het bestemmingsplan. Het gaat daarbij om afwijkingen van geringe aard en omvang. De bestemming van de grond waarop de afwijking betrekking heeft, wijzigt daardoor niet. Om hiervan gebruik te kunnen maken, moet een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit 'handelen in strijd met ruimtelijke regelgeving' aangevraagd worden. Burgemeester en wethouders maken vervolgens de afweging of de vergunning verleend kan worden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het afwegingskader dat in deze paragraaf verder wordt toegelicht. Daarnaast kunnen bij een afwijkingsbevoegdheid specifieke toepassingscriteria genoemd zijn, waar aan moet worden voldaan.
Wijzigingsbevoegdheden De wijzigingsbevoegdheden maken het mogelijk dat burgemeester en wethouders het bestemmingsplan op door de gemeenteraad concreet benoemde onderdelen inhoudelijk kunnen wijzigen. Dat kan een wijziging van een bestemming of een aanduiding zijn, al dan niet in combinatie met een wijziging van de daarbij behorende bouwen/of gebruiksregels maar ook alleen een wijziging van de planregels zonder dat daarvoor ook de verbeelding hoeft te worden gewijzigd. Bij een verzoek tot toepassing van een wijzigingsbevoegdheid wordt gebruik gemaakt van het afwegingskader dat in deze paragraaf verder wordt toegelicht. Daarnaast kunnen bij een wijzigingsbevoegdheid specifieke toepassingscriteria genoemd zijn, waar aan moet worden voldaan. In tegenstelling tot bij een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan wordt bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid het bestemmingsplan wel inhoudelijk gewijzigd. Een wijzigingsplan doorloopt een afzonderlijke planologische procedure die nagenoeg gelijk is aan die van een bestemmingsplan.
Afwegingskader Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid of wijzigingsbevoegdheid wordt het algemene beoordelingskader gehanteerd zoals in onderstaand overzicht is weergegeven. Daarnaast kunnen voor toepassing van een afwijkingsof wijzigingsbevoegdheid nog specifieke toepassingscriteria gelden. Op deze wijze worden aanvragen zoveel mogelijk op dezelfde criteria beoordeeld en geeft het gebruikers/eigenaren van gronden in het plangebied meer duidelijkheid en rechtszekerheid over de toepassing van de flexibiliteitmogelijkheden in de planregels.
Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid of wijzigingsbevoegdheid mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de volgende criteria: Woon- en leefklimaat: Er dient rekening gehouden te worden met het in stand houden van een goed woon- en leefklimaat, hierbij dient gelet te worden op: - de verkeersaantrekkende werking, deze mag geen onevenredige gevolgen hebben voor de bereikbaarheid van de locatie en zijn directe omgeving; - de parkeerbehoefte mag niet tot gevolg hebben dat de parkeerdruk op de openbare ruimte wordt vergroot; - overlast door lawaai, stank en/of trillingen; - lichttoetreding en bezonning, waarbij rekening moet worden gehouden met de uitstraling naar (bebouwing op) aangrenzende gronden; - de eventuele gevolgen voor het aanwezige uitzicht; - de aanwezigheid van voldoende privacy; - mogelijkheden voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater; - mogelijkheden voor het realiseren van voorzieningen voor het voorkomen van hittestress; - mogelijkheden voor het realiseren van voorzieningen voor een duurzame energievoorziening. Straat- en bebouwingsbeeld:
bestemmingsplan Teesinkbos (vastgesteld)
33
In het belang van een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige en architectonische inpassing dient aandacht gegeven te worden aan: - een goede verhouding tussen bouwmassa's en open ruimte, (stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing); - de verhouding tussen de hoogte breedte van gebouwen; - gevelbeelden; - de samenhang van de bouwvorm met nabij gelegen bebouwing; - de hoogtedifferentiatie; - de situering van gebouwen op het perceel. Bepalend daarbij is de specifieke situatie ter plaatse van de locatie waarop de beoogde ontwikkeling betrekking heeft en hoe zich die verhoudt tot zijn directe omgeving. Een hoekpand aan een belangrijke stedenbouwkundige structuur vraagt immers om een andere benadering dan een woongebouw in een woonhofje ergens in een groene buitenwijk. Verkeersveiligheid: Ter waarborging van de verkeersveiligheid moet rekening gehouden worden met: - de toename van de verkeersintensiteit; - overlast door lawaai, stank en/of trillingen; - benodigde uitzichthoeken van wegen; - de aansluiting van in- en uitritten op de openbare weg; - de gevolgen voor het zicht op de openbare weg en of fiets- en voetpaden; - de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte.
Sociale veiligheid: Ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet-sociaal controleerbaar is moet rekening gehouden worden met: - de mogelijkheden voor de verbetering van toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een sociaal onveilige plek; - de mate waarin de toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een openbare ruimte wordt ingeperkt. Brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding Voor de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding moet rekening gehouden worden met de volgende aspecten: - aanwezigheid van kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten; - de aanwezigheid en routering van vluchtwegen; - de bereikbaarheid van de bouwwerken voor hulpdiensten; - de beschikbaarheid en bereikbaarheid van adequate blusmiddelen.
Milieusituatie: Ter waarborging en ter voorkoming van een milieukundig ongewenste situatie als gevolg van een ruimtelijke ingreep moet rekening gehouden worden met: - de mate van hinder voor de omliggende functies; - de gevolgen voor de externe veiligheid; - de gevolgen van de aanwezigheid van gevoelige functies voor de hinderlijke functies; - de gevolgen voor flora en fauna in relatie met de omgeving; - de gevolgen voor beschermde (natuur)gebieden; - de gevolgen voor de bodemkwaliteit; - de gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit en/of de grondwaterstand; - de situering van gebouwen ten opzichte van het water. Cultuurhistorische waarde: Bij een ruimtelijke ingreep moet rekening worden gehouden met de cultuurhistorische waarde van een gebouw of ensemble van gebouwen in relatie met de omgeving. Gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden: Een nieuwe ontwikkeling in een gebied kan gevolgen hebben voor de omgeving. Als een nieuwe ontwikkeling voldoet aan de planregels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, dan kan de omgeving hier vooraf rekening mee houden. Het afwijken van de planregels of het stellen van nadere eisen voor een nieuwe ontwikkeling mag niet leiden tot het beperken van de bouw- en gebruiksmogelijkheden op aangrenzende gronden. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met eventuele privaatrechtelijke aspecten.
Nadere eisen
34
bestemmingsplan Teesinkbos (vastgesteld)
Met het stellen van nadere eisen bij een omgevingsvergunning kunnen burgemeester en wethouders een aangevraagde activiteit op ondergeschikte onderdelen aanpassen. Het gaat hierbij om zaken zoals het aanpassen van de vorm of de situering van een bouwwerk of de inrichting van een terrein. Met 'nadere eisen' kunnen geen ingrijpende veranderingen plaatsvinden in de bestemmingen of afwijkingen van de bestemming worden toegestaan.
Aanvullend afwegingskader voor het stellen van eisen ter bescherming van bomen In de regels van het bestemmingsplan is een bevoegdheid voor burgemeester en wethouders opgenomen tot het stellen van nadere eisen bij een omgevingsvergunning ter bescherming van bomen. Hiermee kunnen in concrete gevallen beschermende maatregelen worden voorgeschreven om te voorkomen dat in de nabijheid van op grond van de Verordening kwaliteit leefomgeving beschermde bomen bouwwerken worden gerealiseerd die mogelijk schade kunnen veroorzaken aan deze beschermde bomen. Bij de uitoefening van deze bevoegdheid betrekken burgemeester en wethouders de bij de Verordening kwaliteit leefomgeving gestelde nadere regels voor de bescherming van bomen.
6.4
Handhaving
Bestemmingsplannen zijn bindend voor iedereen: burgers, ondernemers en de overheid zelf. Het is een juridisch kader voor burgers en ondernemers waaruit kan worden afgeleid wat de eigen bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, maar ook wat de planologische mogelijkheden in juridische zin zijn op percelen in de directe omgeving. Aan de andere kant kan de gemeentelijke overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen als er sprake is van gebruik en/of bebouwing die niet in het bestemmingsplan passen.
bestemmingsplan Teesinkbos (vastgesteld)
35
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Het hoofddoel van dit bestemmingsplan is de bestaande situatie juridisch vast te leggen. Het plan heeft hoofdzakelijk een conserverend karakter. Het accent ligt dan ook voornamelijk op het beheer van de bestaande situatie. In verband met het feit dat de gemeente binnen het plangebied geen ontwikkelingen met financiële consequenties initieert, is bij dit plan geen exploitatieopzet gevoegd. Gelet op het bovenstaande kan worden gesteld dat de economische uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan voldoende is aangetoond.
36
bestemmingsplan Teesinkbos (vastgesteld)
Colofon Dit is een uitgave van: Afdeling Bestemmen Cluster Omgeving & Recht Gemeente Enschede
© April 2022, gemeente Enschede