TB-221026-TER ARCHIVERING-Herziene BBN+BKK incl par.pdf
Tekst van het document
Bodembeheernota 2022
oktober 2022
Voormalige Vliegbasis Twenthe
DOCUMENT IDENTIFICATIE
Project Dossier Titel rapport Registratienummer Datum
Versie Concept 1 1
Autorisatie Opsteller Vrijgave Acceptatie
Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente en omgeving TB‐Bodem Bodembeheernota voormalige Vliegbasis Twenthe 2022 221013‐1 13 oktober 2022
Naam M. Stienstra M. Kormelink ‐ Technology Base MT en Directie Technology Base
Paraaf
Datum 13 oktober 2022 2022.10.26 13:03:37 +02'00'
14-10-2022
INHOUD
BLAD
DOCUMENT IDENTIFICATIE 0
VOORWOORD
2
1 1.1 1.2 1.3
INLEIDING Aanleiding en doelstelling Vaststelling Gemeenteraad Enschede Afbakening Bodembeheernota
3 3 3 4
2 2.1 2.2 2.3
WETTELIJK KADER GRONDVERZET VLIEGBASIS Wet bodembescherming Besluit bodemkwaliteit Overige wet‐ en regelgeving
5 5 5 6
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
FORMULERING GEBIEDSPECIFIEK BELEID Motivering toepassen gebiedsspecifiek beleid Kader grondverzet en hergebruik Opslag gronddepots Spottershill Grootschalige Bodem Toepassingen Risicotoolboxbodem.nl
7 7 7 8 9 9 9
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
UITVOERING GEBIEDSSPECIFIEK BELEID Bodemonderzoek Toetsen van minerale olie bij regulier onderzoek Grondverzet Procedures Controle en handhaving Evaluatie en bijstelling Samenvatting
11 11 11 11 14 15 15 17
5 5.1 5.2 5.3 5.4
BIJLAGEN Rapport “Bodemkwaliteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe” van maart 2022 Resultaat Risicotoolboxbodem functie Industrie Resultaat Risicotoolboxbodem functie Natuur Begrippenlijst
18
Technology Base Bodembeheernota vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐‐1
‐1‐
0
VOORWOORD
In onderliggende Bodembeheernota is gebiedsspecifiek beleid vastgelegd waarin omschreven wordt op welke wijze in de periode 2022 – 2032 de bodem geschikt wordt gemaakt voor de in het kader van de Ge‐ biedsontwikkeling Luchthaven Twente en omgeving voorziene functies. Dit gebiedsspecifieke beleid is een ver‐ volg op de op 26 februari 2013 door de Gemeenteraad vastgestelde Bodembeheernota Vliegbasis Twenthe. In bijlage 5.1 van deze Bodembeheernota is eveneens de bodemkwaliteitskaart van de vliegbasis opgeno‐ men. Zie hiervoor het rapport getiteld “Bodemkwaliteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe” van 13 oktober 2022.
Technology Base Bodembeheernota vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐‐1
‐2‐
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doelstelling In het kader van de Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente en omgeving wordt de bodem geschikt gemaakt voor toekomstige functies. Hierbij is sprake van veel grondverzet en hergebruik van vrijkomende en deels verontreinigde gronden. Op basis van het hoofdstuk Grond en baggerspecie van het Besluit bodemkwaliteit, waarin onder meer regels en voorwaarden voor het toepassen van grond en baggerspecie zijn vastgelegd, is deze Bodembeheernota opgesteld. Met deze Bodembeheernota wordt invulling gegeven aan een eigen gebiedsspecifiek beleid waar‐ bij sprake is van duurzaam hergebruik van vrijkomende en deels verontreinigde gronden. Gebiedsgericht beleid wordt bij deze gebiedsontwikkeling noodzakelijk geacht. Dit gebiedsgericht beleid richt zich op het zoveel mogelijk (liefst 100%) binnen het gebied hergebruiken van de bij de planontwikke‐ ling vrijkomende grond. Doel is om alle in het plangebied vrijkomende grond her te gebruiken in het plan‐ gebied. Dit heeft verschillende redenen: 1. ongewenst: het hergebruik van grond van de voormalige vliegbasis buiten het gebied moet als onwen‐ selijk betiteld worden. Niet enkel is de chemische bodemkwaliteit beïnvloed, maar ook bestaat een aan‐ merkelijke kans dat in een toegepaste partij grond kleine niet gesprongen explosieven aanwezig zijn. Deze kunnen op de locatie van toepassen voor ongewenste risico’s zorgen. 2.
Duurzaamheid: het afvoeren van grond gaat gepaard met significante uitstoot van o.m. CO2 en stikstof. Hergebruik van grond binnen het projectgebied gaat gepaard met een aanzienlijk mindere uitstoot. Vanuit het aspect duurzaamheid is dit de meest te beïnvloeden factor (voorkomen dat de grondstroom ontstaat vanuit het projectgebied). 3. Kosten: het transport van grond brengt ook aanzienlijke financiële lasten met zich mee. Deze kosten moeten, indien niet noodzakelijk voor het project, bij voorkeur worden voorkomen (ten overvloede: dit geldt voor elk project, niet zozeer voor Technology Base alleen). Met onderliggende Bodembeheernota worden de volgende doelstellingen bereikt: (1) realiseren van een geschikte bodemkwaliteit voor de beoogde functies. (2) Het standstill principe op gebiedsniveau: door grondverzet kan de bodemkwaliteit plaatselijk welis‐ waar verslechteren maar leidt dit in het bodembeheergebied tot een algehele kwaliteitsverbetering op het gebied van de bodemgesteldheid, het bevorderen van natuurwaarden en biodiversiteit. Het is dus nadrukkelijk niet de bedoeling dat verontreinigde grond het gebied verlaat of binnenkomt, noch dat in het gebied een noodzaak bestaat of ontstaat waar een spoedige sanering noodzakelijk is. Dan is het wel noodzakelijk dat die situatie wordt beëindigd (of voorkomen). En dat kan wel een reden zijn om grond het gebied te laten verlaten.
(3) Het mogelijk maken van een financieel uitvoerbare “grondverzetoperatie” en kostenefficiënte inzet van beschikbare middelen door duurzaam hergebruik van gronden die vrijkomen binnen het bodembe‐ heergebied;
1.2
Vaststelling Gemeenteraad Enschede Met betrekking tot de vaststelling van de Bodembeheernota, uitgaande van gebiedsspecifiek beleid, is de gemeenteraad van Enschede bevoegd deze Bodembeheernota vast te stellen.
Technology Base Bodembeheernota vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐‐1
‐3‐
1.3
Afbakening Bodembeheernota
1.3.1
Geldigheidsduur Bodembeheernota De Bodembeheernota wordt voor een periode van maximaal 10 jaar vastgesteld. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt deze Bodembeheernota als onderdeel van het Omgevingsplan en worden de in de Omgevingswet opgenomen bepalingen van toepassing op de geldigheidsduur van de Bodembeheernota.
1.3.2
Toepassingsgebied Onderliggende Bodembeheernota heeft betrekking op de voormalige Vliegbasis Twenthe als volgt: voor zover deze gelegen is op het grondgebied van de gemeente Enschede, binnen de volgende deel‐ gebieden als genoemd in de structuurvisie B uit ʺStructuurvisies Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente e.o.ʺ van juli 2009: Plangebied Noord; EHS; Plangebied Midden; Oostkamp; en aangevuld met de volgende percelen: het perceel aan de Grefteberghoekweg met kadastraal nummer Lonneker AM 843; het perceel aan de Lonnekerveldweg met kadastraal nummer Lonneker C 9659, onder meer in ge‐ bruik door het Korps Nationale Reserve, en het perceel aan de Vliegveldweg met kadastraal nummer Lonneker C 8633, in gebruik door de KMAR Brigade Oostgrens‐Noord, Post Enschede. De aanvulling betreft percelen die in 2013 niet in de Bodembeheernota waren opgenomen. Door deze per‐ celen nu wel op te nemen wordt, geografisch gezien, aangesloten op de Twentse Regionale Bodembeheer‐ nota. De begrenzing van het bodembeheergebied is opgenomen in bijlage 1 van het rapport “Bodemkwaliteits‐ kaart vm. Vliegbasis Twenthe 2022”, opgenomen in bijlage 5.1 van onderliggende Bodembeheernota.
Technology Base Bodembeheernota vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐‐1
‐4‐
2
WETTELIJK KADER GRONDVERZET VLIEGBASIS
Voor grondverzet op Vliegbasis Twenthe is navolgende wet‐ en regelgeving van toepassing. De Wet bodembescherming is van toepassing op de gevallen van bodemsanering. Het Besluit bodemkwaliteit is van toepassing voor (her‐)gebruik van bouwstoffen, grond en baggerspe‐ cie. Andere wet‐ en regelgeving die aanvullende voorwaarden stellen aan grondverzet.
2.1
Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) is van toepassing op het ontgraven van grond in een geval van ernstige bodemverontreiniging zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming. De Wet bodembescherming regelt de ontgraving. Het toepassen van ontgraven grond is geregeld in deze Bodembeheernota.
2.2
Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit bevatten regels voor het hergebruik van grond, bouwstoffen en baggerspecie.
2.2.1
Gebiedsspecifiek beleid Gebiedsspecifiek beleid maakt het mogelijk om eigen beleidskeuzes te maken op het gebied van grondver‐ zet. Door rekening te houden met gebiedsspecifieke kenmerken kan per gebied een bodemkwaliteitswaarde worden vastgesteld. In dit geval spreekt het Besluit bodemkwaliteit van Lokale Maximale Waarden (LKW) voor dat gebied. In het Besluit bodemkwaliteit staan onder het hoofdstuk Grond en Baggerspecie in de artikelen 44 tot en met 53 het gebiedsspecifiek toetsingskader voor toepassing van grond verwoord. Op basis hiervan is het ge‐ biedsspecifiek beleid uitgewerkt in hoofdstuk 3.
2.2.2
Grootschalige bodemtoepassing In het Besluit bodemkwaliteit staan in de artikelen 63 en 64 aparte regels voor grootschalige bodemtoepas‐ singen (GBT). Bij het grondverzet in het gebied waarop deze Bodembeheernota betrekking heeft is gebruik van deze regeling niet voorzien. In een grootschalige bodemtoepassing mag grond worden toegepast tot maximaal de waarde ‘industrie’ ongeachte de kwaliteit en de functie van de ontvangende bodem. Een grootschalige toepassing dient onder meer te voldoen aan: een minimaal volume van 5.000 m3; een minimale hoogte van 2 meter (met uitzondering van toepassing onder wegen dan geldt een mini‐ male dikte van 0,5 meter); afgedekt door een leeflaag, bij industrie van minimaal 0,5 meter en bij overige functies 1,0 meter, welke voldoet aan de eisen voor de betreffende bodemfunctieklasse, dan wel een verhardingslaag.
Technology Base Bodembeheernota vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐‐1
‐5‐
2.2.3
Controle op toepassingen Met het gebruik van bodemkwaliteitskaarten als milieuhygiënische verklaring doet een bevoegd gezag (of dat nu Burgemeester en Wethouders is in het generieke kader of de Gemeenteraad in het gebiedsspecifieke kader) een uitspraak over de wenselijkheid van grondverzet en of het daarmee gepaard gaande risico dat minder schone grond die in een gebied aanwezig is, verplaatst wordt, kan worden geaccepteerd. Het is daarom dat de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor de onderliggende bodem kan worden geaccepteerd, ook als er een ander bewijsmiddel voorhanden is (zoals bijvoorbeeld een verkennend bodem‐ onderzoek). Landelijk wordt hier zelfs de voorkeur aan gegeven om te voorkomen dat er een lappendeken aan toepassingseisen kan ontstaan.1 Ook geldt er geen onderlinge rangorde in milieuhygiënische verklaringen van aan te voeren grond. Indien van een partij zowel een partijkeuring als een bodemkwaliteitskaart als milieuhygiënische verklaring be‐ schikbaar zijn, mogen beiden worden gebruikt2. Beleidsmatig bestaat in dit geval de voorkeur om de bo‐ demkwaliteitskaart als milieuhygiënische verklaring te gebruiken. Deze voorkeur wordt ingegeven door de relatief kleine oppervlakte van het bodembeheergebied, de sterk heterogene verontreiniging en de vereen‐ voudiging van administratie, toezicht en handhaving.
Bepalend is waar een grondstroom vandaan komt (plaats en diepte) voor de mogelijkheden om de grond toe te passen binnen het gebied. Het voorgaande geldt niet voor grond afkomstig van de brandweerkazerne. Voor grond afkomstig van deze lokale bodemverontreiniging geldt dat de bodemkwaliteitskaart niet zonder meer gebruikt mag worden als milieuhygiënische verklaring. Daarvoor is het noodzakelijk een partijkeuring uit te voeren voor de voor die saneringslocatie geldende verdachte stoffen. Als de gemiddelde gehalten voor de verdachte stoffen die uit de partijkeuring blijken, beneden de 80‐percentiel waarde van de zone waar de grond vandaan komt, liggen, dan mag de grond toch gezien worden als gebiedseigen en mag als ware die afkomstig uit het gebied wor‐ den hergebruikt. Als voorbeeld de brandweerkazerne. Voor de kazerne geldt dat er alleen een verdenking is voor PFAS. Alleen deze stofgroep wordt dus getoetst aan de 80‐percentielwaarde.
2.3
Overige wet‐ en regelgeving Andere wet‐ en regelgeving kunnen aanvullende voorwaarden stellen voor grondverzet. Met name valt hiervoor te denken aan de Wet ruimtelijke ordening.
https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet‐regelgeving/bbk/vragen/grond‐bagger‐verkla/faq/welk‐bewijsmiddel/, ingezien januari 2022, antwoord tweede vraag. 2 https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet‐regelgeving/bbk/vragen/grond‐bagger‐verkla/faq/welk‐bewijsmiddel/, ingezien januari 2022, antwoord eerste vraag. 1
Technology Base Bodembeheernota vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐‐1
‐6‐
3
FORMULERING GEBIEDSPECIFIEK BELEID
3.1
Motivering toepassen gebiedsspecifiek beleid De redenen voor gebiedsspecifiek beleid zijn de volgende: 1. naast een sterk variërende chemische bodemkwaliteit kent het gebied door zijn historie als luchtmacht‐ basis tijdens de tweede wereldoorlog en in de jaren daarna ook een beïnvloeding door niet gesprongen explosieven. Het wordt daarom maatschappelijk niet wenselijk geacht om vrijkomende gronden af te voeren naar buiten de vm. Vliegbasis Twenthe. 2. Door het gebruik van PFAS houdende blusmiddelen bij incidenten, is de bodemkwaliteit anders dan in de omgeving. 3. Grondverzet betekent de inzet van zwaar materieel wat op zichzelf een milieubelasting vormt (in de zin van stikstof en CO2). Vanuit duurzaamheid wordt getracht grondverzet te voorkomen, en waar het niet voorkomen kan worden, de afstand waarover het getransporteerd wordt te beperken. 4. Het mogelijk maken van een financieel uitvoerbaar project door het voorkomen van onnodige afvoer‐ kosten.
3.2
Kader grondverzet en hergebruik De bodemfunctieklassenkaart in combinatie met de bodemkwaliteitskaart vormen het kader waarbinnen grondverzet en hergebruik van grond plaatsvindt. Dit is uitgewerkt in de toepassingskaarten. In bijlage 5.1 van onderliggende Bodembeheernota is het rapport “Bodemkwaliteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe 2022”. In dit rapport zijn de bodemkwaliteitskaarten en de beleidsmatige en technisch inhoudelijke onderbouwingen opgenomen. Het rapport is opgesteld op basis van de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten. Van dit rapport maken integraal onderdeel uit van deze Bodembeheernota: de bodemfunctieklassenkaart; de toepassingskaarten in bijlage 5a en 5b van de bodemkwaliteitskaart. Waarbij voor een spottershill dezelfde Lokale maximale Waarden zijn bepaald als voor de bovengrond, de inhoudelijke onderbou‐ wing hiervan inclusief de risicotoolbox opgenomen in bijlage 5.2 en 5.3 van deze Bodembeheernota.
3.2.1
Bodemfunctieklassenkaart Op de bodemfunctieklassenkaart is voor alle bestemmingen, als genoemd in de structuurvisie B uit ʺStruc‐ tuurvisies Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente e.o.ʺ van juli 2009 de vertaling naar de bodemfunctie‐ klasse vastgelegd waarmee de relatie met de ruimtelijke ordening wordt gewaarborgd. De bodemfunctie‐ klassenkaart is een vertaling van de vastgestelde bestemmingsplannen zoals die eind januari 2022 op ruim‐ telijkeplannen.nl waren opgenomen en is opgenomen in bijlage 3 van de Bodemkwaliteitskaart. Relatie Bodembeheernota met Bestemmingsplan Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de bodemfunctieklassenkaart niet de plaats inneemt van het be‐ stemmingsplan dat wordt opgesteld op basis van de Wet ruimtelijke ordening. Het is daar enkel een verta‐ ling van.
3.2.2
Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart doet alleen uitspraken over gebieden die niet‐verdacht zijn.
Technology Base Bodembeheernota vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐‐1
‐7‐
Op de bodemkwaliteitskaart is uiteindelijk in één gebied gezoneerd waarvan wordt verondersteld dat de bodemkwaliteit min of meer homogeen is en waarbinnen grondverzet mogelijk is zonder aanvullende keu‐ ringen. Zie hiervoor bijlage 1 van het rapport “Bodemkwaliteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe” waarop het gebied is aangegeven. 3.2.2.1
Bijzondere locaties De bodemkwaliteitskaart doet geen uitspraak over de kwaliteit van de bodem ter plaatse van verdachte locaties. In dit geval betreft dat de brandweerkazerne (opgenomen in bijlage 1 van het rapport “Bodemkwa‐ liteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe”). Deze locatie kent een bijzondere invloed door brandblusoefeningen waardoor er hogere waarden van PFOS voorkomen (een stof behorende tot de stofgroep PFAS). Daarnaast is bij de landingsbaan en de taxibanen sprake van hogere PAK gehalten. Hierbij doet de bodemkwaliteits‐ kaart wel een uitspraak over de kwaliteit van de bodem, maar wordt in deze bodemnota wel een bepaald type grondstromen uitgesloten.
3.2.2.2
Aansprakelijkheid gebruik Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart geeft geen volledige garantie voor de kwaliteit van een specifieke partij grond. De eindverantwoordelijkheid voor het toepassen van (verontreinigde) grond blijft bij de eigenaar of erfpachter van het terrein waar de grond wordt toegepast. De gemeente is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit het gebruik van grond op basis van de bodemkwaliteitskaart en het Bodembeheernota. Mogelijk ten overvloede wordt overwogen dat het feit dat deze Bodembeheernota een toepassing mogelijk maakt, de eigenaar niet verplicht is om van deze mogelijkheden gebruik te maken.
3.2.3
Toepassingskaart De toepassingskaarten zijn opgenomen in bijlage 5a en 5b van het rapport “Bodemkwaliteitskaart vm. Vlieg‐ basis Twenthe”, opgenomen in bijlage 5.1 van deze Bodembeheernota. Op basis van deze toepassingskaarten zijn de grondverzetmogelijkheden verder uitgewerkt in hoofdstuk 4.
3.2.3.1
Lokale Maximale Waarden spottershill Grond die wordt verwerkt in een spottershill voldoet aan de gebiedskwaliteit van de bovengrond. Dit is dus uitsluitend grond met immobiele verontreinigingen en PFAS in zodanige gehalten dat landelijk wordt aan‐ genomen dat geen negatieve invloed aanwezig is op het grondwaterlichaam (80‐percentiel beneden de Maximale waarde voor de functie wonen zoals opgenomen in het Handelingskader PFAS). Een spottershill zal zo worden ingericht dat er geen risico’s optreden.
3.3
Opslag gronddepots
3.3.1
Tijdelijke opslag Voor (tijdelijke) opslag van grond is het volgende van toepassing: gronddepots mogen een grootte hebben van maximaal 10.000 m3; gronddepots mogen maximaal 3 jaar in opslag worden gehouden. Het kostenefficiënt uitvoeren van logistiek en opslag van grond geschiedt als volgt: (1) daar waar sprake is van hergebruik van gronddepots binnen afzienbare tijd wordt gebruik gemaakt van “dynamische gronddepots”. Hierbij wordt de ligging van deze gronddepots bepaald door de loca‐ ties van herkomst en hergebruik en het tijdbestek waarbinnen hergebruik kan plaatsvinden. De locaties
Technology Base Bodembeheernota vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐‐1
‐8‐
voor opslag van “dynamische gronddepots” worden bepaald in afstemming met de Omgevingsdienst Twente. (2) In die gevallen waarbij grond langere tijd in opslag moet alvorens sprake is van hergebruik, waarbij een maximale periode voor opslag geldt van 3 jaar, worden de gronddepots opgeslagen op het depot‐ terrein. Dit depotterrein is bedoeld voor opslag van grond van verschillende kwaliteiten. Voor het in‐ richten van dit depotterrein wordt een vergunning aangevraagd. (3) Grond die niet kan worden herbestemd binnen een periode van 3 jaar nadat deze grond uit ontgraving is vrijgekomen wordt in een spottershill verwerkt.
3.4
Spottershill De grondverzetoperatie vindt plaats op basis van een gesloten grondbalans. Onderdeel van de gesloten grondbalans is een spottershill waarin niet herbruikbare, en deels verontreinigde, gronden definitief wor‐ den verwerkt.
3.5
Grootschalige Bodem Toepassingen Naast de hierboven genoemde mogelijkheden voor hergebruik bestaat nog steeds de mogelijkheid om ge‐ bruik te maken van de in het Besluit bodemkwaliteit geregelde grootschalige bodemtoepassingen. Uiteraard moet dan aan de daar opgenomen eisen worden voldaan.
3.6
Risicotoolboxbodem.nl Bij het vaststellen van lokale maximale waarden is voorgeschreven dat gebruik moet worden gemaakt van de risicotoolbox bodem. Dit is een tool, bereikbaar op internet, waarin een berekening wordt gemaakt van de humaan‐ en eco‐toxicologische effecten die gepaard gaan met het gebruik van de lokale maximale waar‐ den. Bij deze toetsing moet worden voorop gesteld dat niet getoetst kan worden voor PAK en minerale olie. Dit is een som‐parameter waarvan de effecten niet via deze tool kunnen worden weergegeven. Bij de twee toet‐ singen wordt besproken wat een reële inschatting is van de gevolgen van de lokale maximale waarde voor PAK en minerale olie. Omdat in het gebied sprake is van twee bodemfuncties, zijn twee toetsen bijgevoegd. Bij de functie industrie (ook wel als extensief gebruik getypeerd) blijkt uit de toetsing dat voor alle getoetste stoffen de risico’s ver beneden de 1 liggen. 1 is de waarde waarbij de optredende gehalten voor dat risico (humaan of ecologisch) niet meer als goed kunnen worden gekenmerkt. Ook voor PAK en minerale olie zal dat voor deze functie gelden. De blootstelling is in deze functie beperkt (er zijn geen tuinen en de mensen worden in het algemeen door gebouwen of verharding gescheiden van de verontreinigde bodem). Dit is de functie waar het door Technology Base te ontwikkelen gebied is.
Bij de functie natuur worden de risico’s hoger, maar overschrijden nog steeds de 1 niet. Bij de terreindelen die dit gebruik hebben, gelden de volgende aanmerkingen: 1. bij inrichting van het terrein was al bekend dat deze bodemkwaliteit aan de orde is en heeft de terrein‐ beheerder geoordeeld dat de bodemkwaliteit de gewenste ecologische doelen niet in de weg stond. Er is nu geen aanleiding om hierin nu een andere koers te varen.
Technology Base Bodembeheernota vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐‐1
‐9‐
2.
Zoals elders ook genoemd is de eigenaar van een terreindeel niet verplicht het met deze Bodembeheer‐ nota toegelaten gebruik ook te accepteren. Hij kan dus zonder meer strengere eisen hanteren. De ver‐ wachting is dat binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) deel van het terrein (wat vroeger EHS werd genoemd) geen toepassing van enige omvang meer wordt verricht. Wel zal er enig hergebruik plaatsvinden van in het NNN deel ontstane grondstromen. Daarmee blijft de kwaliteit vanuit ecolo‐ gisch oogpunt bezien gelijk en zal niet verslechteren.
Gezien het bovenstaande wordt in de uitkomsten van de risicotoolbox bodem geen aanleiding gezien andere lokale maximale waarden vast te stellen. Voor de overige lokale maximale waarden geldt dat deze op of onder de waarde voor de functie wonen vallen. Deze zijn niet afzonderlijk getoetst, nu de hogere gehalten wel zijn getoetst (namelijk bovengrond) en deze toetsing niet tot een andere risico inschatting aanleiding geeft.
Technology Base Bodembeheernota vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐‐1
‐ 10 ‐
4
UITVOERING GEBIEDSSPECIFIEK BELEID
In de gemeente Enschede is voor het grootste deel van het grondgebied de Regionale Bodembeheernota3 van kracht. In deze nota wordt de vm. Vliegbasis Twenthe uitgezonderd. Onderliggende Bodembeheernota en bijbehorende bodemkwaliteitskaart is een specifiekere invulling voor het terrein van de vm. Vliegbasis Twenthe. In dit hoofdstuk is de uitwerking gegeven van het gebiedsspecifiek beleid: Paragraaf 4.1: waar dient bodemonderzoek plaats te vinden. Paragraaf 4.2: toetsen van minerale olie bij regulier onderzoek. Paragraaf 4.3: hoe met grondverzet om te gaan in verschillende situaties. Paragraaf 4.4: welke procedures zijn van toepassing. Paragraaf 4.5: hoe controle en handhaving geschiedt. Paragraaf 4.6: evaluatie en bijstelling.
4.1
Bodemonderzoek In het kader van het grondverzet geldt dat de ontvangende bodem niet hoeft te worden onderzocht. Met betrekking tot bodemonderzoek geldt uiteraard de vigerende wet‐ en regelgeving waaronder bodem‐ onderzoek in het kader van de afgifte van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Als een bodemonderzoek of partijkeuring beschikbaar is, gaat dit niet voor op de bodemkwaliteitskaart, zie ook par. 2.2.3 van deze Bodembeheernota.
4.2
Toetsen van minerale olie bij regulier onderzoek Tot nu toe gebruikten de Twentse gemeenten het beleid dat bij lage concentraties aan minerale olie (< 100 mg/kg d.s. (droge stof)) geen correctie plaatsvindt voor organische stof. Zouden we deze correctie wel gaan toepassen in combinatie met de lage gehalten aan organische stof en de van nature aanwezige humuszuren in de Twentse bodem, dan is het gevolg hiervan dat veel partijen grond niet kunnen worden toegepast. Dit vinden de Twentse gemeenten niet wenselijk omdat dit ten koste gaat van het hergebruik van partijen grond. Bovendien blijft de goede bodemkwaliteit in Twente behouden. Daarom wordt dit beleid uit de Regionale Bodembeheernota ook voortgezet in deze Bodembeheernota. Wij passen dus geen correctie toe voor mine‐ rale olie < 100 mg/kg d.s. (droge stof).
4.3
Grondverzet Voor de Vliegbasis geldt dat sprake is van een drietal gebieden waar grondverzet plaatsvindt: de zones waarvoor de bodemkwaliteitskaart van toepassing is: o bovengrond: De bodemlaag van 0,0‐0,5 m‐mv; o ondergrond: De bodemlaag van 0,5‐2,0 m‐mv. Het gebied van een spottershill. Hieronder wordt het beleid voor verschillende situaties van grondverzet uitgewerkt: 3
Nota bodembeheer regio Twente, Twents beleid veur oale groond 2.0, Regio Twente, 5 oktober 2018
Technology Base Bodembeheernota vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐‐1
‐ 11 ‐
4.3.1
grondverzet binnen een zone (4.3.1); grondverzet tussen zones (4.3.2); grondverzet gebied spottershill (4.3.3); grondaanvoer en –afvoer naar het Bodembeheergebied (4.3.4); grondverzet bijzondere omstandigheden (4.2.5).
Grondverzet binnen een zone Onder verwijzing naar paragraaf 4.1 mag grondverzet binnen een zone plaatsvinden zonder aanvullende keuringen en onderzoeken. Op grond van de Regeling bodemkwaliteit is wel een historisch onderzoek noodzakelijk. Voor grond die afkomstig is van het geval ‘Startbaan’ geldt dat in deze grond ook de hogere gehalten aan PAK zitten. Om deze reden wordt bij toepassing binnen een zone vereist dat er eerst een verkennend bo‐ demonderzoek plaats moet vinden om een beeld te krijgen van de kwaliteit van de af te graven grond. Alleen als die kwaliteit beneden de 80‐percentielwaarde valt mag deze grond in de zone worden hergebruikt (dit geldt niet als de grond wordt afgevoerd naar een spottershill). Dit geldt ook voor de aanleg van leidingsleuven die parallel lopen aan een weg. Doordat de meeste wegen in het verleden ook zijn gebruikt als taxibanen, kan ook daar een hoog gehalte aan PAK zitten. Daar geldt wel dat het alleen in de bovengrond verwacht wordt. Om deze reden wordt bij toepassing binnen een zone vereist dat er eerst een verkennend bodemonderzoek plaats moet vinden om een beeld te krijgen van de kwaliteit van de af te graven grond. Alleen als die kwaliteit beneden de 80‐percentielwaarde valt mag deze grond in de zone worden hergebruikt (dit geldt niet als de grond wordt afgevoerd naar een spottershill).
4.3.2
Grondverzet tussen zones De mogelijkheden van grondverzet tussen zones staat omschreven in het rapport “Bodemkwaliteitskaart Luchthaven Twenthe 2022”, opgenomen in bijlage 5.1 van onderliggende Bodembeheernota. Dat houdt in dat de volgende grondstromen mogelijk zijn op basis van de bodemkwaliteitskaart: Van / Naar Bovengrond Ondergrond
Bovengrond
Ondergrond
Grondverzet tussen de zones Bovengrond en Ondergrond, anders dan bovengenoemde toepassingsmoge‐ lijkheden, mag uitsluitend als aanvullende keuringen uitwijzen dat wordt voldaan aan de bodemkwaliteit van de ontvangende zone. Daarbij geldt de 80‐percentielwaarde voor elke stof in de ontvangende zone als de waarde waarbij voldaan wordt aan is aan de bodemkwaliteit voor die stof. 4.3.3
Grondverzet gebied spottershill Ter plaatse van dit gebied wordt grondverzet als volgt gedaan. Grond die afkomstig is uit een van de zones of het gebied ‘Naastgelegen Plangebied’ mag worden toegepast in een spottershill. Indien de bodemkwaliteitskaart niet gebruikt mag worden als milieuhygiënische verkla‐ ring, moet uit de partijkeuring blijken dat de 95‐percentiel waarde van de zone Bovengrond niet wordt overschreden voor die stoffen/stofgroepen waarvoor de milieuhygiënische verklaring niet mag worden ge‐ bruikt.
Technology Base Bodembeheernota vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐‐1
‐ 12 ‐
Voor grond die afkomstig is van buiten een van de zones of het gebied ‘Naastgelegen Plangebied’ geldt dat enkel grond die voldoet aan de kwaliteitsklasse Wonen mag worden toegepast. Niet wordt verwacht dat een spottershill gemiddeld hogere waarden zal bevatten dan de uit de bodemkwa‐ liteitskaart volgende statistiek van de bovengrond uitwijst. Ook voor zover de hogere gehalten aan PAK worden toegepast zal dit geen effecten hebben op de omgeving. Uit analyses blijkt dat er geen sprake is van uitloging en dat er ook geen PAK in het grondwater is gemeten4. Bij grondverzet onder deze Bodembeheernota vindt er geen selectie plaats op basis van individuele analy‐ seresultaten. Uitgangspunt is dat overblijvende grond wordt afgevoerd naar een spottershill. Er wordt enkel een uitzondering gemaakt als op een bepaalde plek een bepaalde kwaliteit grond noodzakelijk is, fysisch of chemisch. In dat geval wordt volgens het volgende beslisschema gewerkt: 1. bij noodzaak om schonere grond toe te passen in verband met een overeenkomst of toekomstige werk‐ zaamheden (gedacht kan worden aan de eisen die netbeheerders stellen aan de in een leidingsleuf aan‐ wezige grond) wordt overblijvende grond uit de ondergrond toegepast. 2. Bij een noodzaak om zgn.
zwarte grond toe te passen op een plaats (bijvoorbeeld een plantsoen) wordt uit de toplaag (overigens zonder verdere milieuhygiënische uitsplitsing) de beste fysische kwaliteit ge‐ bruikt. Daarnaast wordt in een spottershill ook grond uit de zones ondergrond en ‘Naastgelegen Plangebied’ ver‐ werkt. Op deze wijze wordt vrijwel uitgesloten dat er sprake zal zijn van een slechtere kwaliteit in een spot‐ tershill dan in de zone Bovengrond. 4.3.4
Grondaanvoer en –afvoer naar het Bodembeheergebied Er wordt gewerkt met een gesloten grondbalans. Ingeval blijkt dat bij de start van de grondverzetoperatie het logistiek‐ en financieel gewenst is grond / cunetzand te accepteren afkomstig van buiten het bodembe‐ heergebied, gelden hiervoor de volgende restricties: de maximaal in te nemen hoeveelheid bedraagt 50.000 m3; de grond / het zand moet minimaal voldoen aan de bodemfunctieklasse wonen. In dit kader is de bodemkwaliteitskaart van de regio te gebruiken als milieuhygiënische verklaring.
4.3.5
Grondverzet bijzondere omstandigheden Ter plaatse van de vm. Vliegbasis Twenthe is in het verleden veel bodemonderzoek verricht. Daar waar noodzakelijk zijn bodemsaneringen uitgevoerd. De huidige bodemkwaliteit van het gebied is voldoende bekend. Desondanks wordt tijdens de grondverzetoperatie blijvend aandacht geschonken aan bijzondere omstan‐ digheden zoals bijvoorbeeld: grondverzet ter plaatse van beschermingsgebieden dan wel waar regels aan grondverzet zijn voorge‐ schreven vanuit Wet‐ en regelgeving; lokale ophogingen en dempingen; in de bodem aanwezige oude brandstoftanks, cunetten van kabel‐ en leidingstroken, oude puinverhar‐ dingen; locaties waar een bedrijf gevestigd is (geweest) waarbij mogelijk bodemverontreiniging is ontstaan;
4 Mail van Geofox aan ADT van 5 juni 2015, onderwerp ADT‐EHS / 2 / 150605 / Analyserapport grondwateranalyses ( I‐ contour PAK)
Technology Base Bodembeheernota vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐‐1
‐ 13 ‐
locaties waarbij bodemvreemd materiaal of andere zintuiglijke afwijkingen worden aangetroffen die duiden op een plaatselijke bodemverontreiniging (puin, koolas, sintels, asbest, afwijkende geur of kleur); aantreffen van vondsten zoals archeologische vondst, asbest, of een Niet gesprongen explosief (NGE).
Als op basis van uitloogproeven en blijkt dat een aanwezige stof niet uitloogt en valt binnen de in de bo‐ demkwaliteitskaart gegeven spreiding (dus tussen de minimale en maximale gehalten) zal er in het alge‐ meen niet van een bijzondere omstandigheid worden gesproken. Als een bijzondere onvoorziene omstandigheid zich voordoet wordt in overleg met het Bevoegd Gezag be‐ oordeeld welke maatregelen genomen dienen te worden. 4.3.5.1
Aanvullingen van diepe bouwputten en dempingen In de meeste gevallen van grondverzet wordt de grond op of vlak onder het maaiveld aangebracht. De kwaliteit van de bovengrond is in deze situaties representatief voor de ontvangende bodem. Bij opvulling van diepere gaten is de kwaliteit van de ondergrond representatief voor de kwaliteit van de ontvangende zone. Bij dempingen van oppervlaktewater dient een ontheffing op de keur bij het Waterschap worden aan‐ gevraagd.
4.3.5.2
Toepassen van grond vermengd met bodemvreemd materiaal Volgens artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit is hergebruik van grond toegestaan met een gehalte van maximaal 20% aan bodemvreemd materiaal. De aanwezigheid van bodemvreemd materiaal kan niet altijd vooraf worden vastgesteld. Als tijdens de ontgraving van de bodem blijkt dat bodemvreemde materialen (onder andere puin, kooltjes, slakken, sintels, asfalt, bewerkt hout, asbest, plastic) of andere zintuiglijke afwijkingen worden geconstateerd in een percen‐ tage van meer dan 20%, worden de grove delen verwijderd totdat deze bodemvreemde materialen minder zijn dan 20%. Dit kan door zeven van de grond.
4.4
Procedures
4.4.1
Inwinnen van informatie vooraf Voorafgaand aan het grondverzet: dient de meldingsplichtige (eigenaar of erfpachter van de locatie waar de grond wordt toegepast) of een hiertoe gemachtigd persoon (ontdoener van de grond of tussenpersoon zoals een aannemer of ad‐ viesbureau) zich op de hoogte te stellen van de mogelijkheden van grondverzet (zie ook: NEN 5725:2017 aanleiding F); dient te worden vastgesteld binnen welke bodemkwaliteitszone de te ontgraven grond ligt en in welke bodemkwaliteitszone de grond wordt aangebracht; dient te worden bekeken of de locatie waar grondverzet plaatsvindt in gebieden ligt met bijzondere omstandigheden; dient te worden vastgesteld of er andere wet‐ en regelgeving van belang is voor het toepassen van grond. Waarna met onderstaande melding kan worden overgegaan tot grondverzet.
Technology Base Bodembeheernota vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐‐1
‐ 14 ‐
4.4.2
Melding grondtransport Het Besluit bodemkwaliteit bepaalt dat meldingen voor grondverzet minimaal vijf dagen voor uitvoering moeten zijn ingediend. Dit geschiedt via het centraal meldpunt Bodemkwaliteit van het Rijkswaterstaat. Vanuit dit loket wordt het grondverzet doorgemeld aan het Bevoegde Gezag (de Omgevingsdienst Twente namens Burgemeester en Wethouders van de gemeente Enschede). Iedere melding wordt getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit en deze Bodembeheernota. Hergebruik en alle toepassingen in het kader van de paragrafen 3.3.1 (tijdelijke opslag) en 3.4 (Spottershill) worden gemeld. Het melden van grondverzet is niet noodzakelijk als: grond alleen wordt ontgraven om op ongeveer dezelfde plaats te worden hergebruikt (tijdelijke uit‐ name, art. 36 derde lid Besluit bodemkwaliteit, let op bij een geval van ernstige bodemverontreiniging is een melding op grond van de Wbb of BUS‐TU noodzakelijk); grond wordt afgevoerd naar een grondbank of erkende verwerker; het minder dan 50 m3 (wordt onder Omgevingswet 25 m3 ) schone grond betreft, of het een particulier is die zelf grond toepast (geldt niet als een bedrijf dit namens de particulier uitvoert).
4.4.3
Registratie en archivering De meldingen van grondstromen worden door het bevoegd gezag bij binnenkomst getoetst, geregistreerd en gearchiveerd. Eveneens geschiedt archivering door de melder, veelal Technology Base.
4.5
Controle en handhaving Controle en handhaving geschiedt ‐ gelijk aan elders binnen de gemeente Enschede ‐ door de Omgevings‐ dienst Twente. Voor controle en handhaving is de Handhaving Uitvoeringsmethode Besluit bodemkwaliteit (HUM Bbk) een belangrijk instrument. De HUM Bbk is opdracht van het Ministerie van VROM opgesteld en richt zich op het signaleren van een overtreding en het beëindigen, ongedaan maken of terugdraaien van deze over‐ treding. Ook ondersteunt het de samenwerking tussen overheden op het gebied van toezicht en handha‐ ving.
4.6
Evaluatie en bijstelling In de komende periode tot 2032 wordt door monitoring veel gegevens verzameld. De monitoring heeft be‐ trekking op: aantal meldingen grondverzet; aantal niet‐geaccepteerde meldingen; hoeveelheid grondverzet binnen bodembeheergebied; aantal en soort overtredingen; aantal keren fysiek gehandhaafd en opgelegde sancties; uitgevoerde verificatieonderzoeken op toegepaste grond; de geconstateerde bodemkwaliteit van een partij grond in een bodemonderzoek of partijkeuring of in vergelijking tot de vastgestelde lokale maximale waarde van die partij grond en wat de reden is van afwijkingen;
Technology Base Bodembeheernota vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐‐1
‐ 15 ‐
signalen van uitvoerende partijen, adviesbureaus, grondverzetbedrijven, afdelingen binnen gemeente die grondverzet plegen.
Deze gegevens worden gebruikt voor het evalueren en actualiseren van onderliggende Bodembeheernota en bijbehorende bodemkwaliteitskaart.
Technology Base Bodembeheernota vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐‐1
‐ 16 ‐
4.7
Samenvatting Het voorgaande leidt ertoe dat de gemeenteraad op grond van art. 44 van het Besluit bodemkwaliteit de volgende beslissingen neemt (uitgaande van standaard bodem): 1. voor de zone Bovengrond wordt een Lokale Maximale Waarde (LMW) vastgesteld voor grondstromen afkomstig uit het bodembeheergebied en uit het Naastgelegen Plangebied (zie bijlage 1 van het rapport “Bodemkwaliteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe” voor de ligging van het Naastgelegen Plangebied): a. somparameter PAK (10 van VROM) een LMW van 43 mg/kg d.s. b. Zink een LMW van 142 mg/kg d.s. c. Perfluoroctaansulfanaat een LMW van 1,8 ug/kg d.s. d. Perfluoroctylsulfanaat (PFOS) een LMW van 2,2 ug/kg d.s. 2. Voor de zone Ondergrond wordt een Lokale Maximale Waarde (LMW) vastgesteld voor grondstromen afkomstig uit het bodembeheergebied en uit het Naastgelegen Plangebied (zie voor de ligging van het Naastgelegen Plangebied bijlage 1 van het rapport “Bodemkwaliteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe”): a. somparameter PAK (10 van VROM) een LMW van 6,1 mg/kg d.s. 3. Grond afkomstig van buiten het bodembeheergebied en niet afkomstig uit het Naastgelegen Plangebied (zie bijlage 1 van het rapport “Bodemkwaliteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe”) moet een kwaliteits‐ klasse Wonen of beter hebben en voorzien zijn van een partijkeuring. 4.
Toetsing van en aan de bodemkwaliteit vindt plaats gebruik makend van de 80‐percentielwaarde. 5. Toetsing van de kwaliteit van een partij vindt plaats op grond van de bodemkwaliteitskaart, ook als er een andere milieuhygiënische verklaring beschikbaar is tenzij de grondstroom afkomstig is van de lo‐ kale bodemverontreiniging bij de Brandweerkazerne (zie bijlage 1 van het rapport “Bodemkwaliteits‐ kaart vm. Vliegbasis Twenthe”) of van buiten het gebied.
Technology Base Bodembeheernota vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐‐1
‐ 17 ‐
5
BIJLAGEN
Bijlage 5.1: rapport “Bodemkwaliteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe” Bijlage 5.2: Resultaat Risicotoolboxbodem functie Industrie Bijlage 5.3: Resultaat Risicotoolboxbodem functie Natuur Bijlage 5.4: begrippenlijst.
Technology Base Bodembeheernota vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐‐1
‐ 18 ‐
5.1
Rapport “Bodemkwaliteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe”
Technology Base Bodembeheernota vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐‐1
Bodemkwaliteitskaart 2022
oktober 2022
Voormalige Vliegbasis Twenthe
DOCUMENT IDENTIFICATIE
Project
Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twenthe en omgeving
Dossier
TB‐Bodem
Titel rapport
Bodemkwaliteitskaart voormalige Vliegbasis Twenthe 2022
Registratienummer
221013‐2
Datum
13 oktober 2022
Versie Concept 1 1
Autorisatie Opsteller Vrijgave Acceptatie
Naam M. Stienstra M. Kormelink ‐ Technology Base MT en Directie Technology Base
Paraaf
Datum 2022.10.26 13:02:31 +02'00'
INHOUD
BLAD
DOCUMENT IDENTIFICATIE 0
VOORWOORD
2
1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
INLEIDING Aanleiding en doelstelling Wat is een bodemkwaliteitskaart Vervolg in de Bodembeheernota Eisen aan de bodemkwaliteitskaart Vaststelling Gemeenteraad Enschede
3 3 3 4 4 4
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
DE STAPPEN Stap 1 Opstellen programma van eisen Stap 2 Onderscheidende kenmerken Stap 3 Gegevensverzameling en gegevensverwerking Stap 4 Indelen beheergebied Stap 5 Controle indeling in zones Stap 6 Verzamelen aanvullende informatie Stap 7 Vaststellen bodemkwaliteitszones Stap 8 Opstellen ontgravings‐ en toepassings‐kaart
5 5 7 8 9 9 9 9 10
3 3.1 3.2 3.3
SAMENVATTING KWALITEITSGEGEVENS ZONES Bodemfunctieklassenkaart Ontgravingskaart Toepassingskaart
11 11 11 11
Bijlage 1: Overzichtskaart incl. deelgebieden Bijlage 2a: Statische kengetallen zones Bijlage 2b: Statische kengetallen deelgebieden Bijlage 2c: Vergelijkbaarheidstoets jonger en ouder dan 5 jaar Bijlage 3: Bodemfunctieklassenkaart Bijlage 4: Ontgravingskaart Bijlage 5: Toepassingskaart
Technology Base Bodemkwaliteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐2
‐1‐
0
VOORWOORD
In de bodemkwaliteitskaart die voor u ligt wordt de kwaliteit van de bodem beschreven voor de lagen tot 2,0 m‐mv. Met deze bodemkwaliteitskaart is de eerste stap genomen naar een, grotendeels, voortzetting van het ge‐ biedsgericht beleid zoals dat sinds 2013 is beschreven in de Bodembeheernota Vliegbasis Twente. De Raad van de gemeente Enschede stelt dit beleid vast. De voortzetting is grotendeels, want de kaart is qua be‐ grenzing afgestemd met de regionale bodemkwaliteitskaart en is aangevuld met PFAS. Tezamen met de Bodembeheernota en het te nemen Raadsbesluit wordt hiermee invulling gegeven aan de afspraken zoals deze in 2010 zijn gemaakt door de werkgroep Bodem waarin naast de gemeente Enschede, de provincie Overijssel en het Rijk zitting hadden.
Technology Base Bodemkwaliteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐2
‐2‐
1
INLEIDING
Voor u ligt de bodemkwaliteitskaart voor de vm. Vliegbasis Twenthe. 1.1
Aanleiding en doelstelling In het kader van de Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente en omgeving wordt de bodem geschikt gemaakt voor toekomstige functies. Hierbij is sprake van veel grondverzet en hergebruik van vrijkomende en deels verontreinigde gronden. Op basis van het hoofdstuk Grond en baggerspecie van het Besluit bodemkwaliteit, waarin onder meer re‐ gels en voorwaarden voor het toepassen van grond en baggerspecie zijn vastgelegd, is deze Bodemkwali‐ teitskaart opgesteld. Met deze Bodemkwaliteitskaart wordt invulling gegeven aan een eigen gebiedsspeci‐ fiek beleid waarbij sprake is van duurzaam hergebruik van vrijkomende en deels verontreinigde gronden. Doel is om alle in het plangebied vrijkomende grond her te gebruiken in het plangebied. Dit heeft verschil‐ lende redenen: 1. Ongewenst: Het hergebruik van grond van de voormalige vliegbasis buiten het gebied moet als ongewenst worden betiteld. Niet enkel is de chemische bodemkwaliteit beïnvloed, maar ook be‐ staat een aanmerkelijke kans dat in een toegepaste partij grond kleine niet gesprongen explosie‐ ven aanwezig zijn. Deze kunnen op de locatie van toepassen voor ongewenste risico’s en reacties zorgen. 2. Duurzaamheid: Het afvoeren van grond gaat gepaard met significante uitstoot van o.m. CO2 en stikstof. Hergebruik van grond binnen het projectgebied gaat gepaard met een aanzienlijk min‐ dere uitstoot.
Vanuit het aspect duurzaamheid is dit de meest te beïnvloeden factor (voorkomen dat de grondstroom ontstaat vanuit het projectgebied naar buiten het projectgebied). 3. Kosten: Het transport van grond brengt ook aanzienlijke financiële lasten met zich mee. Deze kosten moeten, indien niet noodzakelijk voor het project, bij voorkeur worden voorkomen (ten overvloede: dit geldt voor elk project, niet zozeer voor Technology Base alleen). Op basis van het op 1 juli 2008 in werking tredende hoofdstuk Grond en baggerspecie van het Besluit bo‐ demkwaliteit, waarin onder meer regels en voorwaarden voor het toepassen van grond en baggerspecie zijn vastgelegd, is deze bodemkwaliteitskaart opgesteld.
1.2
Wat is een bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart geeft op basis aan van beschikbare gegevens aan welke kwaliteit de bodem in een gebied heeft op basis van statistiek. Dat houdt in dat een bodemkwaliteitskaart een uitspraak doet op basis van beschikbare gegevens van een vooraf vastgesteld gebied (per zone, zie bijlage 1). Een specifiek ontgraven partij zal zelden tot nooit precies de in de bodemkwaliteitskaart beschreven kwaliteit hebben. Meestal zal die iets beter zijn, soms iets slechter. Daaruit voortvloeiend worden in beginsel alle gegevens gebruikt die beschikbaar zijn. Voor oudere gege‐ vens is het wel noodzakelijk om te toetsen of ze vergelijkbaar zijn. Dat kan in de eerste plaats statistisch,
Technology Base Bodemkwaliteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐2
‐3‐
maar ook kan meespelen of bijvoorbeeld analysemethoden zijn gewijzigd. Te denken valt dan bijvoor‐ beeld aan sterk gewijzigde detectielimieten of rapportagegrenzen. Een bodemkwaliteitskaart moet een beeld geven van de kwaliteit van uitkomende (ontgraven) grond. Dat houdt dus in dat alle grond die in het normale gebruik met toepassing van de bodemkwaliteitskaart wordt toegepast, moet worden meegenomen in de dataset. Dat geldt ook als de gemeten waarden hoog zijn. Hoewel de kans mogelijk klein is dat een specifieke partij grond deze meetwaarden zal bevatten, moeten ze worden meegewogen bij de afweging of het hergebruik van grond van dat deelgebied aanvaardbaar is. Deze zogeheten uitbijters mogen dan ook niet zonder meer worden verwijderd, enkel als ze te herleiden zijn tot een fout. Ze komen immers in het gebied voor en deze grond gaat mee in het gewone grondverzet. Is hergebruik van grond van deze kwaliteit ongewenst dan zal in de Bodembeheernota een oplossing moe‐ ten worden gezocht en niet in de statistiek van de bodemkwaliteitskaart. Er is een uitzondering hierop: De puntbron die bij een beperkt historisch bodemonderzoek (NEN 5725:2017 aanleiding F) zou worden gevonden. Dit historisch onderzoek is voorgeschreven bij gebruikma‐ king van een bodemkwaliteitskaart. Je kunt hierbij denken aan vooraf bekende puntbronnen zoals de brandweerkazerne.
1.3
Vervolg in de Bodembeheernota Met de Bodembeheernota wordt, met de gegevens van de bodemkwaliteitskaart, overwogen welk grond‐ verzet in en tussen zones kan worden toegestaan. Dat wordt vastgelegd in de Bodembeheernota.
1.4
Eisen aan de bodemkwaliteitskaart In de Regeling bodemkwaliteit is vastgelegd aan welke eisen de bodemkwaliteitskaart moet voldoen. Bij het opstellen van de bodemkwaliteitskaart wordt ook voldaan aan de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten.
1.5
Vaststelling Gemeenteraad Enschede Omdat hier sprake is van gebiedsspecifiek beleid, zoals bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit, is de Ge‐ meenteraad van Enschede bevoegd om deze bodemkwaliteitskaart als onderdeel van de Bodembeheer‐ nota vast te stellen.
Technology Base Bodemkwaliteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐2
‐4‐
2
DE STAPPEN
Bij het opstellen van de bodemkwaliteitskaart wordt in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten een aantal stappen onderscheiden. Bij het opstellen van deze bodemkwaliteitskaart zijn deze stappen ieder voor zich gevolgd: Stap 1: Opstellen programma van eisen Stap 2: Vaststellen onderscheidende kenmerken Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensverwerking Stap 4: Indelen beheergebied in deelgebieden Stap 5: Controle van het beheergebied Stap 6: Verzamelen van aanvullende informatie Stap 7: Vaststellen bodemkwaliteitszones Stap 8: Bij Bodembeheernota: Opstellen ontgravings‐ en toepassingskaart 2.1
Stap 1 Opstellen programma van eisen De eerste stap bij het maken van elk product is een programma van eisen.
Technology Base Bodemkwaliteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐2
‐5‐
De eerste vraag betreft de begrenzing van het gebied. In de eerste plaats is van belang het gebied dat is uit‐ gesloten in de regionale bodemkwaliteitskaart. Voor zover van die begrenzing wordt afgeweken moet ook de begrenzing van het regionale bodembeheerplan worden aangepast. In bovenstaande afbeelding is de begrenzing uit de regionale bodemkwaliteitskaart te zien1.
In de tweede plaats kan ook de historie van het gebied van belang zijn. In de tweede wereldoorlog was bijvoorbeeld het gele gebied van bovenstaande kaart het vroegere vliegveld de Fliegerhorst2. Voor deze bodemkwaliteitskaart worden daarom de volgende uitgangspunten en eisen gesteld: 1. De bodemkwaliteitskaart moet aan alle wettelijke eisen voldoen; 2. Alle stoffen uit het standaard stoffenpakket moeten worden meegenomen; 3. De stofgroep PFAS moet worden meegenomen; 4. De kaart sluit, geografisch, aan op de regionale kaart; 5. De kaart omvat enkel gronden in de gemeente Enschede; 6. De kaart omvat in beginsel het eigendom van Technology Base binnen de gemeente Enschede en de door haar doorverkochte gronden, met daarbij enige aansluitende percelen die nog niet zijn meegenomen in de regionale kaart en die wel in directe relatie staan tot het voormalige militaire vliegveld; 7. Onderscheid wordt gemaakt in de trajecten 0,0‐0,5 m‐mv (bovengrond) en 0,5‐2,0 m‐mv (onder‐ grond).
Regionale bodemkwaliteitskaart Twente, Witteveen+Bos, 23 maart 2018, ref. ES349‐1/18‐004.422 https://www.defensie.nl/onderwerpen/vliegvelden‐tijdens‐de‐tweede‐wereldoorlog/vliegveldenoverzicht/twente/to‐ pografische‐kaarten, geraadpleegd januari 2022 1 2
Technology Base Bodemkwaliteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐2
‐6‐
2.2
Stap 2 Onderscheidende kenmerken In het kader van het opstellen van de vorige bodemkwaliteitskaart is al uitgebreid onderzoek gedaan naar de gebiedsindeling. Sindsdien zijn geen nieuwe inzichten verkregen over de gebiedsindeling. Wij nemen die indeling (Noord en Zuid) dan ook als beginpunt over in deze kaart; waarbij in stap 3 een controle plaatsvindt of er op basis van de verkregen gegevens over de bodemkwaliteit alsnog reden is om de ge‐ biedsindeling onder de loep te nemen.
Bij deze bodemkwaliteitskaart worden nog enkele percelen toegevoegd aan de bestaande zones. Deze per‐ celen zijn onderdeel geweest van de vroegere luchtmachtbasis en hebben een soortgelijke geschiedenis en daarmee vergelijkbare bodemkwaliteit als de bestaande zones. De omvang van de percelen is beperkt ten opzichte van de omvang van het gehele door de kaart gedekte gebied. Met de toevoeging van deze perce‐ len wordt de kaart beter aangesloten op de regionale bodemkwaliteitskaart zonder die kaart te belasten met een percelen met een zeer afwijkende geschiedenis dan de rest van het buitengebied. Gezien de omvang, ligging en geschiedenis is opname in de bestaande zones de meest wenselijke optie op dit moment. Ook zijn enige kleine grenscorrecties doorgevoerd om de aansluiting met de regionale kaart te maken.
Technology Base Bodemkwaliteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐2
‐7‐
Op de kaart is een gebied te zien dat gescheiden wordt door een landbouwweg van de rest van het gebied. In vervolg op de regeling van het verspreiden van baggerspecie wordt een weg die een gebied doorsnijdt op zichzelf niet gezien als een scheiding van gebieden. Dat wordt ook bevestigd door de regeling wanneer grond nog tot eenzelfde partij mag worden gerekend. Daar geldt de weg ook niet als obstakel. In deze bo‐ demkwaliteitskaart wordt uitgegaan van aaneengesloten deelgebieden.
2.3
Stap 3 Gegevensverzameling en gegevensverwerking Voor deze kaart zijn alle uitgevoerde bodemonderzoeken vanaf de vorige kaart verzameld. Deze onder‐ zoeken zijn in SIKB‐0101 formaat (v9 en v12 e.v.) overlegd en geconverteerd naar GIS formaat. Voor de bodemkwaliteitskaart zijn alle mengmonsters gekoppeld aan het gemiddelde van de boorpunten waaruit monsters zijn gebruikt. Vervolgens moet alle lokale bodemverontreiniging worden verwijderd. De richtlijn merkt daarover op dat ‘Bekende (maar ook verwachte) gevallen van lokale bodemverontreiniging worden als specifieke locatie (ook grootschalige gedefinieerde gevallen) op de kaart weergegeven (zijn geen onderdeel van de bodem‐ kwaliteitskaart). Deze tellen dus niet mee in de bepaling van de bodemkwaliteit. Meer diffuse belasting van de bodem maakt wel onderdeel uit van het bodemkwaliteitsbeeld’. In dit verband is van belang dat het voormalige vliegveld op zichzelf genomen als een gebied met een af‐ wijkende geschiedenis zich onderscheidt van de rest van het buitengebied. Dat blijkt ook uit de op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen vastgelegde gevallen van ernstige verontreini‐ ging. Op een zeer groot deel van de locaties waar grondverzet heeft plaatsgevonden is deze registratie aan de orde.
Maar binnen het gebied van het voormalig vliegveld moet worden vastgesteld dat op basis van de in het verleden uitgevoerde bodemonderzoeken steeds meer het beeld is ontstaan dat onder meer zware metalen, PAK en minerale olie rechtstreeks het gevolg zijn van activiteiten op het voormalig vlieg‐ veld. Deze activiteiten blijken zowel bij historisch bekende locaties plaats te hebben gevonden als op de rest van het terrein. Een voorbeeld is de PAK verontreiniging die gekoppeld is aan de start‐/landingsbaan. Als wordt gekeken waar in het verleden deze banen hebben gelegen blijkt dat deze PAK verontreiniging op een zo groot deel van het perceel aanwezig kunnen zijn dat in het geheel niet van een lokale verontreiniging (in de context van het vliegveld) kan worden gesproken. In de kaart meenemen van deze bodemverontreiniging leidt echter wel tot de mogelijkheid van grondverzet met hogere PAK gehalten. Met het opnemen in de bodem‐ kwaliteitskaart wordt het noodzakelijk dit de wenselijkheid van grondverzet met PAK in de Bodembe‐ heernota te beschouwen. Het is daarom dat enkel nog de brandweerkazerne wordt gezien als een lokale verontreiniging. Getoetst is of er sprake is van een hoge of lage meetwaarde die kan worden toegeschreven aan een fout in het onderzoek of een administratieve fout (een uitbijter).
Geen hoge of lage meetwaarde kan worden toe‐ geschreven aan een fout in het onderzoek of een administratieve fout. Geconstateerd is dat aan de minimale eisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (p. 15) is voldaan. De resterende dataset is omgezet naar een Excel‐bestand om de databewerkingen uit te voeren. Technology Base Bodemkwaliteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐2
‐8‐
Vervolgens zijn per deelgebied alle statistische parameters bepaald (bijlage 2c). Daarbij is van de boven‐ grond van de deelgebieden Noord en Zuid een vergelijking uitgevoerd van de gehalten van de laatste vijf jaar en de gehalten van daarvoor (behalve voor PFAS: Dat is enkel in de laatste vijf jaar gemeten): 1. Het verontreinigingsbeeld is gelijk, de verschillen worden verklaard doordat in de laatste vijf jaar andere delen van het terrein zijn onderzocht, waaronder een aantal delen die meer verontreinigd zijn; 2. Omdat de onderzoeken van de laatste vijf jaar en de vijf jaar daarvoor voor wat betreft de ligging van de onderzochte gebieden niet vergelijkbaar zijn moet daarvoor gecorrigeerd worden (zie ook punt 1); 3. De gehalten lopen niet zodanig uiteen dat deze niet vergelijkbaar zijn. Gezien de laatste conclusie is voor de statistiek gebruik gemaakt van de volledige dataset die was aangele‐ verd.
2.4
Stap 4 Indelen beheergebied Bij de vergelijking van de deelgebieden is opgevallen dat deze statistisch (opbouw van de percentielwaar‐ den per stof) overeenkomen (bijlage 2b) en dat de resulterende bodemkwaliteitsklasse gelijk is. Om die reden zijn de deelgebieden samengevoegd en wordt het bodembeheergebied als één zone gezien met een bovengrond en ondergrond (bijlage 2a).
2.5
Stap 5 Controle indeling in zones De indeling in uiteindelijk één zone is praktisch mogelijk. Aan de eisen die gesteld worden aan het opstellen van een bodemkwaliteitskaart voor het uitvoeren van grondverzet, zoals in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten op p. 19 is opgenomen wordt voldaan.
2.6
Stap 6 Verzamelen aanvullende informatie Op basis van de statistiek van de zone is geen aanvullende informatie nodig.
2.7
Stap 7 Vaststellen bodemkwaliteitszones Van de gegevens van iedere zone zijn de statistische kengetallen bepaald (zie bijlage 2). Deze kengetallen zijn de grondslag van de beoordeling van de kwaliteit van de zones en het vaststellen van die zones. De kwaliteit van de bodemkwaliteitszones is, in lijn met het regionale beleid, vastgesteld op basis van de 80‐percentiel waarde.
Technology Base Bodemkwaliteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐2
‐9‐
De kwalificatie van de zones wordt dan (in termen van generiek beleid): Zone
Kwaliteit
Bovengrond
Gebiedsspecifiek (PFAS: Wonen)
Ondergrond
Wonen (PFAS: Vrij toepasbaar)
Omdat de toetsing van de bodemkwaliteit plaatsvindt zonder PFAS is tussen haakjes aanvullend weerge‐ geven welke bodemkwaliteitsklasse voor PFAS geldt. Omdat deze in geen enkele zone hoger is dan de bo‐ demkwaliteitsklasse op basis van het standaard stoffenpakket is deze classificatie niet maatgevend. Voor zowel de bovengrond als de ondergrond geldt dat de kwaliteit in eerste instantie wordt bepaald door PAK. Daarvan is de P95 waarde boven de interventiewaarde en moet dus getoetst worden of er geen sprake is van een noodzaak om spoedig te saneren (met www.risicotoolboxbodem.nl). Gelet op het feit dat PAK een somparameter betreft en geen afzonderlijke parameters is dit niet te toetsen in Sanscrit.3
2.8
Stap 8 Opstellen ontgravings‐ en toepassings‐kaart Ten behoeve van de ontgravings‐ en toepassings‐kaart is een bodemfunctieklassenkaart opgesteld (bijlage 3). Op basis van deze kaart en het in de “Bodembeheernota Vliegveld Twente 2022” opgenomen beleid zijn de ontgravings‐ en toepassings‐kaart opgesteld. De kwalificatie van de maximaal toe te passen bodemkwaliteit per zones wordt gezien de Bodembeheer‐ nota:
3
Zone
Kwaliteit
Bovengrond
Gebiedsspecifiek (PFAS: Wonen)
Ondergrond
Wonen (PFAS: Vrij toepasbaar)
Regionale bodemkwaliteitskaart Twente, Witteveen+Bos, 23 maart 2018, ref. ES349‐1/18‐004.422
Technology Base Bodemkwaliteitskaart vm. Vliegbasis Twenthe 2022 van 13 oktober 2022, Registratienummer 221013‐2
‐ 10 ‐
3
SAMENVATTING KWALITEITSGEGEVENS ZONES
3.1
Bodemfunctieklassenkaart In bijlage 3 is de bodemfunctieklassenkaart opgenomen. Vanwege de werkwijze van het gebiedsgericht beleid wordt er verder geen gebruik van gemaakt.
3.2
Ontgravingskaart De kwalificatie van de ontgraven bodemkwaliteit per zone is:
3.3
Zone
Kwaliteit
Bovengrond
Gebiedsspecifiek (PFAS: Wonen)
Ondergrond
Wonen (PFAS: Vrij toepasbaar)
Toepassingskaart De kwalificatie van de maximaal toe te passen bodemkwaliteit per zones wordt gezien de Bodembeheer‐ nota: Zone
Kwaliteit
Bovengrond
Gebiedsspecifiek (PFAS: Wonen)
Ondergrond
Wonen (PFAS: Vrij toepasbaar)
Voor grond die van buiten het beheergebied afkomstig is, moet voldaan worden aan de kwaliteitseis AW2000 volgens de Regeling bodemkwaliteit. Voor zover de grond afkomstig is uit het Naastgelegen Plangebied kan de grond worden toegepast, mits die voldoet aan de eisen die gelden voor de zone waarin die wordt toegepast. De daarvoor geldende bodemkwaliteitseis kan als milieuhygiënische verklaring wor‐ den toegepast. Dat houdt in dat de volgende grondstromen mogelijk zijn op basis van deze bodemkwaliteitskaart: Van / Naar