CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Scholten Reimerstraat naast 40_Toelichting

Raadsvergadering 26 september 2022, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Scholten Reimerstraat naast 40"17.160 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting Bestemmingsplan Scholten Reimerstraat Naast 40

Status: Vastgesteld

Scholten Reimerstraat naast 40

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure

3 3 3 3 5 5

Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

8 8 10 13

Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Ontwikkeling Lonneker 3.2 Functionele structuur 3.3 Cultuurhistorie

17 17 18 18

Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Stedenbouwkundig plan 4.2 Cultuurhistorie in relatie tot nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen 4.3 Welstand en beeldkwaliteit 4.4 Duurzaamheid

21 21 22 23 24

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur

27 27 32 34

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving

38 38 38 40 44

Hoofdstuk 7

45

2

Economische uitvoerbaarheid

bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld)

Toelichting Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding bestemmingsplan

Het bestemmingsplan Scholten Reimerstraat 40 heeft als doel om de bestemming van de binnen het plan gelegen gronden en de bouw- en gebruiksmogelijkheden daarvan vast te leggen. Het plangebied dient nu als tuin bij de voormalige pastoriewoning en heeft daarmee een woonbestemming. Met voorliggend bestemmingsplan krijgt het plangebied een bouwvlak. Binnen dit bouwvlak wordt één appartementengebouw met zes appartementen toegestaan. Het appartementengebouw krijgt drie lagen. Op iedere laag worden twee appartementen gerealiseerd. De parkeerplaatsen ten behoeve van deze appartementen en een wadi voor de waterberging worden op het voorterrein aangelegd. In het plangebied staan een aantal bomen, twee van deze bomen moeten worden gekapt, daarvoor in de plaats worden nieuwe bomen geplant. In voorliggende toelichting wordt aangetoond dat het plan ruimtelijk verantwoord is.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het gebied waarop het bestemmingsplan “Scholten Reimerstraat naast 40” betrekking heeft ligt in het stadsdeel Noord. Het dorp "Lonneker" maakt deel uit van dit gebied. Het plangebied wordt globaal begrensd door de begraafplaats ten noorden, dorpskern Lonneker ten westen en een dierenartsenpraktijk en basisschool in het oosten.

Afbeelding 1.1: Globale ligging plangebied

1.3

Geldende juridische regelingen

1.3.1

Lonneker 2018

Het gebied valt onder het bestemmingsplan “Lonneker”, dat op 2 juli 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede. Het plangebied heeft in dit bestemmingsplan de bestemming Wonen zonder bouwblok. Dat betekent dat dit plangebied als erf bij een woning kan worden gebruikt, maar dat het niet mogelijk is om appartementen te realiseren. Afbeelding 1.2 geeft een uitsnede weer van het vigerende bestemmingsplan.

bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld) 3

Afbeelding 1.2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan Lonneker 2018 1.3.2

Paraplubestemmingsplannen

Naast het bestemmingsplan Lonneker 2018 gelden voor het plangebied ook een aantal paraplubestemmingsplannen. Dit zijn bestemmingsplannen waarin beleidsregels voor vrijwel de gehele gemeente of een groot deel van de gemeente zijn vertaald. Deze bestemmingsplannen hebben (bijna) de gehele gemeente als plangebied. Voorbereidingsbesluit onzelfstandige bewoning 2021 Het voorbereidingsbesluit Onzelfstandige bewoning 2021 is op 27 september 2021 vastgesteld. Bij de gemeente zijn signalen bereikt dat de leefbaarheid in wijken onder druk staat. Om te voorkomen dat de balans tussen Enschede-inclusieve stad en de leefbaarheid (verder) wordt verstoord en om tegelijkertijd rust te creëren om een evaluatie uit te kunnen voeren heeft het college besloten de mogelijkheden voor het verlenen van vergunningen voor onzelfstandige bewoning tijdelijk (flink) te beperken tot nieuw beleid is vastgesteld. De relevante regels zijn door vertaald in voorliggend plan. In het plangebied is onzelfstandige bewoning niet toegestaan.

Kwalitatief sturen op appartementen Het paraplu bestemmingsplan "Kwalitatief sturen op appartementen" is vastgesteld op 30 september 2019. In dit bestemmingsplan is geregeld dat nieuwe appartementen niet zomaar zijn toegestaan. Het parapluplan "Kwalitatief sturen op appartementen" is de ruimtelijke vertaling van het beleidskader 'Urbaan Wonen' en heeft als doel om ongewenste ontwikkelingen op het gebied van toevoeging van studio's en appartementen tegen te houden. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het verbod door verlening van een omgevingsvergunning voor nieuwe appartementen en studio's die voldoen aan de in het beleidskader 'Urbaan Wonen' neergelegde kwaliteitscriteria. Met dit plan wordt bijgedragen aan de doelen vanuit de Woonvisie en wordt ingezet op de doelgroep: een samenleving waarin iedereen kan meedoen en talent aantrekken en vasthouden. Waarbij de focus ligt op inwoners waarvoor het aanbod nu niet goed aansluit op de vraag in Lonneker. Met de toevoeging van deze appartementen wordt hieraan bijgedragen. Dit plan voorziet in de woningbehoeftevraag, omdat er appartementen (voor senioren) worden toegevoegd. Met de bouw van deze appartementen wordt er ingezet op de doorstroming op de woningmarkt. Tenslotte voldoet het bouwplan aan de eisen gesteld in het parapluplan "Kwalitatief sturen op appartementen".

4

bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld)

Parkeren Enschede Het paraplubestemmingsplan "Parkeren Enschede" (vastgesteld op 11 maart 2019), zorgt ervoor dat de beleidsregel 'Parkeernormennota Enschede 2017' van toepassing is op (bijna) de hele gemeente, waaronder het plangebied. De relevante regels zijn door vertaald in voorliggend plan. De werking van het bestemmingsplan "Parkeren Enschede" vervalt met de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan voor het plangebied.

1.4

Wettelijk kader

Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro).

Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt.

Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen.

Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).

1.5

Adviezen, vooroverleg en procedure

Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld) 5

zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze, die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Scholten Reimerstraat naast 40” is het erkende wijkorgaan Dorpsraad Lonneker actief. De Dorpsraad Lonneker is gevraagd schriftelijk advies uit te brengen. In het kader van de adviesvraag is het bestemmingsplan op 16 mei 2022 inhoudelijk doorgesproken met leden van de Dorpsraad Lonneker Het advies van de Dorpsraad Lonneker luidt dat zij kunnen instemmen met de voorgenomen bouw van zes appartementen omdat dit een bijdrage levert aan de doorstroming van de woningmarkt in Lonneker en tegemoetkomt aan de grote vraag naar seniorenappartementen in Lonneker. Hierbij weegt mee, mits het parkeren op een goede wijze kan worden ingepast conform de daarvoor bestaande richtlijnen.

Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien. De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. Gezien de kleinschalige ontwikkeling is het niet nodig om voor overleg met de provincie te voeren.

Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd: “Scholten Reimerstraat naast 40” in voorbereiding te nemen op woensdag 4 mei 2022 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede.

Inloopavond Op 14 februari 2022 is door de ontwikkelaar een inloopavond georganiseerd. Hierbij was de gemeente ook aanwezig. Alle bewoners van de Scholten Reimerstraat zijn schriftelijk uitgenodigd. Door een tiental mensen is gebruik gemaakt van de geboden gelegenheid. Ook vanuit de dorpsraad was een afvaardiging aanwezig. Door een aantal omwonenden is zorg uitgesproken met name voor wat betreft de toename van de parkeerdruk. Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet. De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan “Scholten Reimerstraat naast 40” en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen is gepubliceerd in "Huis aan Huis", op de website van de gemeente Enschede, in de Staatscourant en het Gemeenteblad.

6

bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld)

Zienswijzen Van de mogelijkheid die geboden is om zienswijzen in te dienen is geen gebruik gemaakt.

Rechtsb escherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld) 7

Hoofdstuk 2

Planologisch beleidskader

2.1

Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.

Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).

De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. 2. 3. 4.

Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; Naar sterke en gezonde stedenen regio's; Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;

Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.

8

bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld)

2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening

De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. 2.1.3

Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro)

Artikel 3.1.6, 2e tot en met 4e lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een stedelijke ontwikkeling die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt in de toelichting moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. Wanneer een bestemmingsplan een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet in de toelichting tevens worden gemotiveerd waarom in die behoefte niet kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij iedere 'stedelijke ontwikkeling', waaronder iedere ontwikkeling van detailhandelsvloeroppervlak, moet inzichtelijk worden gemaakt of er, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. Dit wordt de 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' genoemd. Deze zogenoemde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen en schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor. De 'Ladder' is alleen van toepassing als er sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als 'stedelijke ontwikkeling' te kunnen worden aangemerkt.

Daarvan zal in beginsel geen sprake zijn indien het nieuwe bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt. Dit kan anders zijn indien het bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime in een vanuit ruimtelijk oogpunt ingrijpende nieuwe planologische functiewijziging voorziet. Wanneer de 'stedelijke ontwikkeling' die een bestemmingsplan mogelijk maakt alleen betrekking heeft op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, heeft het onderzoek naar de behoefte slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

'stedelijke ontwikkeling' Onder 'stedelijke ontwikkeling' wordt in het Bro (art. 1.1.1, 1e lid onder i) verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Of in een bestemmingsplan sprake is van een of meer stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Bro is niet altijd even duidelijk. Dit dient per plan te worden getoetst en gemotiveerd. In de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie uitspraken 201310814/1/R1 en 201311211/1/R3, is inmiddels de lijn te ontdekken dat wanneer er sprake is van bestaande bebouwing en geen toename van het ruimtebeslag, er in dat geval geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Ook bij nieuwbouw hoeft volgens de jurisprudentie, zie uitspraak 201310222/1/R6, niet altijd sprake te zijn van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een feitelijke capaciteitsafname doordat er minder commercieel vloeroppervlak wordt teruggebouwd dan er is afgebroken. Ook een op grond van het voorgaande plan reeds mogelijke maar nog niet gerealiseerde ontwikkeling hoeft niet altijd een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro te zijn.

Dit is onder meer het geval wanneer er geen sprake is van toename maar wel van concentratie van de bebouwingsmogelijkheden. Ook wanneer er sprake is van 'saldering' (verplaatsing van een stedelijke ontwikkeling, zonder netto extra (planologisch) ruimtebeslag of waarbij bebouwing wordt gereduceerd, zoals de 'Ruimte voor Ruimte' regelingen) is er meestal geen sprake van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. In de uitspraak 201608869/1/R3 geeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzicht op hoofdlijnen van alle relevante aspecten waar aan moet worden getoetst om te bepalen of sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro en zo ja, welke eisen er worden gesteld aan de beschrijving van de behoefte aan de bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld) 9

betreffende stedelijke ontwikkeling.

'Stedelijke ontwikkeling' en het bestemmingsplan "Scholten Reimerstraat naast 40" In het bestemmingsplan "Scholten Reimerstraat naast 40" worden 6 appartementen mogelijk gemaakt. Dit zijn minder dan 11 woningen waardoor er geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. De behoefte van deze ontwikkeling hoeft in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking niet nader onderbouwd te worden. 2.1.4

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk

Voorliggend plan raakt geen nationale belangen.

2.2

Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel

2.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 mei 2017 zijn deze in werking getreden. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken) In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.

10

bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld)

Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de ' Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking, die voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen.

Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.

Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving. Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt.

bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld) 11

In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken.

2.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. 2.2.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel

Generieke beleidskeuzes Artikel 2.1.2 Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Ontwikkelingsperspectieven Wonen en werken binnen de stedelijke netwerken Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico's op overstroming of wateroverlast.

Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Bij de situering van de appartementengebouwen en inrichting van het terrein wordt rekening gehouden met de waterberging om overstroming of wateroverlast te voorkomen. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag: Stuwwallen De ambitie is het eigen karaker van de afzonderlijke stuwwalen te behouden en versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Door bijvoorbeeld de overgangen naar andere landschappen te accenturen en door de zichten erop én er vanaf te versterken. Laag van agrarisch cultuurlandschap: Essenlandschap De ambitie is het behouden van de es als ruimtelijke eenheid en het versterken van de contrasten tussen de

12

bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld)

verschillende landschapsonderdelen. Stedelijke laag: Woonwijken 1955 - nu Herstructurering naoorlogse wijken is een belangrijke opgave voor vitale steden. De wijken van na de oorlog behouden hierbij hun eigen karakter. Laag van beleving: recreatie (Scholten Reimerstraat) Het fiets- en wandelpaden netwerk wordt op niveau van de regio geïntegreerd tot een compleet systeem. Verbinden van kernen met het buitengebied, ommetjes, gericht op het beleefbaar maken van de directe leefomgeving en het landschap en het verknopen van dit netwerk aan overstapplaatsen aan de hoofd- en regionale infrastructuur. Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom. Daardoor is de natuurlijke laag en de laag van het agrarisch cultuurlandschap in het plangebied niet meer goed te beleven. De nieuwe bebouwing wordt ingepast in de omgeving en zal aansluiten bij naastgelegen pastorie. Het past binnen de stedelijke laag en zal de aantrekkelijkheid van de Scholten Reimerstraat als recreatieve route niet aantasten.

Conclusie: Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

2.3

Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante beleid van de gemeente Enschede. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn toegeschreven. Het sectorale beleid wordt daarom verderop in deze toelichting behandeld. 2.3.1

Toekomstvisie Enschede 2020 en uitwerkingsvisies

De gemeenteraad heeft op 17 december 2007 de Toekomstvisie Enschede 2020 vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en doelstellingen voor het gemeentelijke beleid tot 2020 staan. Het document geeft richting aan het beleid, dat nader uitgewerkt wordt in andere beleidsstukken. De ruimtelijk relevante aspecten van de hoofdlijnen en beleidsdoelstellingen in de Toekomstvisie zijn uitgewerkt in de Herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie, die op 22 juni 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Integraal onderdeel hiervan is een visie op de binnenstad (Binnenstadsvisie) en mobiliteit (Mobiliteitsvisie). Vervolgens is de inhoud van het document Herijking RO-Visie, binnenstadsvisie inclusief mobiliteitsvisie ruimtelijk vertaald in de Structuurvisie Enschede, die in één van de volgende paragrafen aan de orde komt. 2.3.2

Stedelijke Koers

Onder de noemer "Stedelijke Koers" heeft de gemeenteraad op 24 september 2012 ingestemd met een andere koers voor Enschede. Dat was nodig omdat vraag en aanbod in de vastgoedmarkt op het gebied van wonen, bedrijventerreinen en kantoren flink uit balans zijn. De maatschappij is veranderd. Het aantal projecten, de ambities en de plannen in Enschede die werden voorbereid en uitgevoerd pasten niet meer bij de huidige en toekomstige vraag. Om dit terug te brengen naar een realistisch aanbod heeft de gemeenteraad gekozen voor de plannen en projecten die het meest waardevol zijn voor de toekomst van Enschede en die de economie van Enschede en de regio zoveel mogelijk stimuleren. De financiële uitwerking hiervan vond plaats tijdens de behandeling van de Programmabegroting op 12 november 2012. bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld) 13

In Enschede zullen niet alleen minder woningen worden gebouwd, maar ook andere soorten: minder appartementen en meer woningen met een tuin. De prognose voor de verkoop van grond voor bedrijventerreinen wordt naar beneden bijgesteld. Voor de kantorensector wordt naast verlagen van het aantal te bouwen kantoren ook gekeken naar hergebruik van bestaande kantoren, omdat er sprake is van leegstand. 2.3.3

Richting aan Ruimte

Op 5 april 2016 hebben burgemeester en wethouders van Enschede 'Richting aan Ruimte' (RAR) vastgesteld. Dit is een richtinggevend ontwikkelingskader waarin wordt verduidelijkt hoe Enschede omgaat met de programmering. Niet langer de kwantitatieve aspecten staan centraal maar er wordt gestuurd op kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar de totale stedelijke programmering maar ook naar de behoefte van het gebied. Een integrale afweging van alle relevante belangen (o.a. ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, economie, welzijn) op basis van het 'RAR-kompas' leidt uiteindelijk tot een besluit over de (on)wenselijkheid van een nieuw ruimtelijk initiatief. Ongewijzigd onderdeel van het integrale afwegingskader is het 'versterken vanuit het hart'.

afbeelding: het 'RAR kompas'

2.3.4

Structuurvisies

De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden.

Structuurvisie Enschede De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren; Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen; Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de 14

bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld)

Structuurvisie opgenomen; Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie. Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor ontwikkelingen in het buitengebied; Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen; Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten. Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad; Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen. Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie.

In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid. Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt.

Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies en overige beleidsdocumenten In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld.

Woonvisie De gemeenteraad heeft op 19 juni 2019, met herzieningen op 15 december 2020 een nieuwe Woonvisie vastgesteld. Met dit plan wordt ingezet op de doelen vanuit de Woonvisie: een goed aanbod van woningen en wooncarrière realiseren voor starters en net afgestudeerden, gezinnen met lage en midden inkomens en inwoners waarvoor het aanbod nu niet goed aansluit op de vraag: de doelgroep 30-54 jarigen en/of gezinnen. Dit ook met de ambitie om door te groeien naar 170.000 inwoners. Ook wordt met de toevoeging van deze woningen bijgedragen aan twee van de vijf strategische opgaven van de stad: het vasthouden van talent en een inclusieve samenleving.

Water en klimaatadaptieplan De gemeenteraad heeft 25 oktober 2021 unaniem het Water- en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 aangenomen. Dit beleidsplan beschrijft hoe Enschede toewerkt naar een waterrobuuste, klimaatbestendige en biodiverse gemeente in 2050. Enschede wordt nog 'groener' en 'blauwer' om goed voorbereid te zijn op een nattere, hetere en drogere toekomst. Water de ruimte geven en stenen vervangen door planten en bomen gaan wateroverlast, hittestress en verdroging tegen. Zo werkt Enschede verder aan een aantrekkelijke 'duurzame en groene stad' waar mensen graag wonen, leven en werken! Nu en in de toekomst. In het plan zijn nieuwe waterbergingsnormen opgenomen. Bij nieuwbouwplannen worden eisen gesteld aan de hoeveelheid regenwater die op eigen terrein moet worden geborgen. Die eisen zijn vanaf 1 januari strenger geworden en zijn voor alle situaties 55 mm per m2 verhard oppervlak. In het verleden zijn soms afspraken gemaakt over waterbergingsnormen van 20 of 40 mm. Om deze afspraken na te kunnen komen is er een overgangstermijn tot 1 januari 2024. Binnen deze periode zijn de eerder gemaakte afspraken over de hoeveelheid regenwater die op eigen terrein moet worden geborgen van toepassing. bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld) 15

Structuurvisie Cultuurhistorie Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Cultuurhistorie vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid voor het bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen omgaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed. Daarbij wordt onder cultuurhistorisch erfgoed verstaan: alle cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en structuren in de gemeente Enschede, met uitzondering van gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en archeologische waarden. Voor monumenten en archeologische waarden is reeds in afzonderlijke gemeentelijke beleidskaders vastgelegd hoe daarmee dient te worden omgegaan in het kader van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen. 2.3.5

Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

In de strategische beleidsdocumenten Toekomstvisie, Stedelijke Koers en de diverse structuurvisies zijn voor het plangebied van het bestemmingsplan "Scholten Reimerstraat naast 40" geen specifieke beleidsdoelstellingen of ontwikkelingsrichtingen benoemd.

16

bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld)

Hoofdstuk 3

3.1

Gebiedsbeschrijving

Ontwikkeling Lonneker

Het dorp Lonneker is ontstaan rond de Heilige Jacobus de Meerdere kerk met zijn parochietuin en een dorpskroeg. Beide gebouwen waren centrale punten voor de bevolking ten noorden van de groeiende industriestad Enschede. Een tweede belangrijke drager van de ontwikkeling is de voormalige spoorlijn tussen Enschede en Oldenzaal met een station in het dorp. Beide elementen hebben de ontwikkeling van Lonneker grotendeels bepaald. Rond 1929 bestond het dorp uit de groene kern met kerk en parochietuin en een aantal nog niet geheel bebouwde linten, zoals de Dorpsstraat en de Oldenzaalsestraat. De Oldenzaalsestraat en de spoorlijn vormden tot de jaren zestig grenzen waarbinnen het dorp langzaam groeide. Langs de oude landwegen die bij het dorpsplein bij elkaar komen en de Oldenzaalsestraat ontstond de voor de streek typische lintbebouwing. Als tweede ontwikkeling zijn de terreinen tussen deze linten bebouwd. Mede door verkeerstoename en de ligging aan de stuwwal bleef de Oldenzaalsestraat tot op heden een ruimtelijke barrière voor de uitbreiding van het dorp richting oosten. Deze oude hoofdstructuur, bestaande uit de voormalige spoorlijn, de Oldenzaalsestraat en de oude linten die zich bij de kerk kruisen is nog steeds goed te beleven. Vanaf de jaren zeventig is Lonneker onevenredig sterk gegroeid. Door projectbouw zijn steeds nieuwe buurtjes aan Lonneker toegevoegd.

Ten westen van de oude spoorlijn bestaat de structuur uit een aantal projectmatig opgezette buurten die weinig relatie met elkaar hebben. Hoewel Lonneker en Enschede vrij dicht tegen elkaar zijn aangegroeid, heeft het dorp zijn groene en landschappelijke ligging en uitstraling bewaard. Lonneker ligt aan de rand van de stuwwal en is omgeven door een essenlandschap. De kernkwaliteiten zijn de landschappelijke elementen van het dorp. Dit zijn vooral de dorpsentrees, de dorpsranden en het groene dorpsplein met de kerk. Daarnaast staat de dorpse sfeer met de overwegend grondgebonden woningen en een eigen tuin voor een hoge woonkwaliteit. Dit wordt gesteund door een aantal voorzieningen zoals kinderopvang, basisschool en winkels voor de dagelijkse behoefte.

De belangrijke structuurdragers in Lonneker zijn: de historische linten Dorpsstraat, Bergweg en Lonneker Molenweg/Scholten Reimerstraat de Oldenzaalsestraat de oude spoorlijn Enschede - Oldenzaal de dorspkern met de St. Jacobus de Meerderekerk en het dorpsplein Het plangebied is gelegen aan het historische lint Scholten Reimerstraat.

bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld) 17

3.2

Functionele structuur

Het plangebied bestaat uit het grasveld naast de pastoriewoning, deze gronden horen bij de pastoriewoning. Aan de voorzijde van het grasveld staat een aantal bomen. Deze bomen zorgen voor het groene aanzicht van het plangebied en de straat. Verder is het plangebied omzoomd door een haag. De groenstructuur in de straat wordt voor een belangrijk deel bepaald door de bomen in de straat en ter plaatse van het plangebied en de pastoriewoning het groene grasveld aan de voorzijde. Dit is een aanloop naar het groene dorpsplein. Afbeelding 3.2 geeft het aanzicht van het plangebied en luchtfoto's van het plangebied en de omgeving weer.

Afbeelding 3.2: huidige situatie plangebied en omgeving

3.3

Cultuurhistorie

Historie en ontstaansgeschiedenis plangebied. Het plangebied is van origine de tuin van de pastorie. Deze is door de jaren onderhouden door de kerkgemeenschap. Monumenten in het plangebied Het plangebied grenst aan de pastorie van de St. Jacobus de Meerderekerk. Dit is een gemeentelijk monument. Omschrijving: PASTORIE, gebouwd in 1911-1912 naar een ontwerp van de architect W. te Riele. De architecten W. en G. te Riele hadden zich gespecialiseerd in het bouwen van kerken. De pastorie hoort bij de naastgelegen St. Jacobus de Meerderekerk. De pastorie is opgetrokken vanuit een rechthoekige plattegrond, in baksteen over twee bouwlagen, onder een met leien (maasdekking) gedekt schilddak. De symmetrische voorgevel heeft Tvensters met dubbele glas-in-lood bovenlichten, onder rondbogen van baksteen met een blind boogveld. Het middendeel wordt beëindigd door een topgevel met een klein venster. Deze wordt aan beide zijden geflankeerd door dakkapelletjes. Aan de rechterzijgevel bevindt zich een serre met vensters met dubbele glas-in-lood bovenlichten met daarboven een balkon. Waardering De pastorie is van algemeen belang vanwege de architectuur- en cultuurhistorische waarden die tot

18

bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld)

uitdrukking komen in : - de gaafheid van de hoofdvorm en de detaillering - de ensemblewaarde van de kerk St. Jacobus de Meerdere en de pastorie - de betekenis van de pastorie als onderdeel van het oeuvre van de architect W. te Riele

Overige cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren nabij het plangebied Naast de pastoriewoning bevindt zich de St. Jacobus de Meerderekerk gelegen aan de dorpskern in Lonneker. Omschrijving: De kerk is een driebeukige kruisbasiliek met vieringstoren en heeft een centraliserende plattegrond. De kerk is opgetrokken in baksteen onder met leien (maasdekking) gedekte zadeldaken. De vieringstoren heeft smalle nissen en aan alle vier de zijden een uurwerk op het aangesnoerde stuk van de toren. Het koor en de zijkapellen hebben een vijfzijdige afsluiting. Zowel schip als dwarsschip hebben zijbeuken. Vensterpartijen hebben dubbele lancetten met oculus, en gevulde drie- en vierpassen. De zuidgevel heeft een segmentboogentree en groot samengesteld glas-in-lood venster. Rechts hiervan bevindt zich een traptoren. Het interieur is gepleisterd en heeft graatgewelven in de vorm van kruis-, net- en straalgewelven. Aan de achterzijde bevindt zich de sacristie onder een zadeldak met een overhoeks geplaatste traptoren. Waardering De kerk is van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische, cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden die tot uitdrukking komen in: - de beeldbepalende ligging aan het dorpsplein - de betekenis als een representatief voorbeeld van de ontwerpen van de architect W.

te Riele - de betekenis als onderdeel van de kerkelijke geschiedenis van Lonneker - de gaafheid in hoofdvolume en detaillering

bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld) 19

Archeologisch erfgoed in het plangebied Het perceel van het plangebied bedraagt 800m2. Op grond van de gemeentelijke archeologische beleidskaart is het plangebied aangemerkt als onderzoeksgebied B. Dit houdt in dat bij een verstoring van 2500 m2 of een diepe van 50 meter of meer onderzoek noodzakelijk is. Dit is bij de gewenste ontwikkeling niet het geval. Voor het bestemmingsplan "Scholten Reimerstraat naast 40" is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk.

Beschermwaardige bomen in het plangebied In het plangebied van het bestemmingsplan "Scholten Reimerstraat naast 40" zijn diverse beschermwaardige bomen aanwezig. De bescherming van bomen is geregeld in de Verordening kwaliteit leefomgeving (VKL). Op het bij de VKL behorende bomenoverzicht zijn de beschermde bomen en boomgroepen weergegeven, voor het vellen waarvan in ieder geval een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de VKL is vereist. Op het bomenoverzicht zijn niet alle beschermde bomen weergegeven. Ook de gemeentelijke bomen die niet op het bomenoverzicht zijn weergegeven zijn beschermd op grond van de VKL. Het bij de VKL behorende bomenoverzicht is een interactieve bomenkaart die is te raadplegen op de website van de gemeente Enschede. Afbeelding 3.4 geeft een uitsnede van de bomenkaart weer. Daarop is te zien dat in het plangebied geen beschermenswaardige bomen staan.

Afbeelding 3.4: Uitsnede bomenkaart

20

bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Stedenbouwkundig plan

In het plangebied wordt een appartementengebouw gerealiseerd met zes appartementen. Het gebouw bestaat uit drie lagen met op iedere laag 2 appartementen. Hiermee heeft het gebouw een maximale hoogte van 12 meter. Het bouwvolume sluit aan bij de voormalige pastorie woning. De afwijkende daklijn in de voorgevel bij de pastoriewoning komt terug in het ontwerp van het appartementengebouw. Het definitieve ontwerp is nog niet klaar, maar er kan wel een impressie gegeven worden van ontwerpen waar nu aan gewerkt wordt. Afbeelding 4.1 geeft een dergelijke impressie.

Afbeelding 4.1: Impressie ontwerp appartementengebouw

Het appartementengebouw wordt ten oosten van de voormalige pastoriewoning gebouwd, achter op het terrein. Het gebouw komt hiermee op onbebouwd terrein. Aan de voorzijde van het plangebied staat een aantal bomen. Door het gebouw achter op het perceel te plaatsen, staat het in lijn met de pastoriewoning en blijven zoveel mogelijk bomen behouden. Twee bomen kunnen echter niet behouden blijven, deze moeten worden gekapt. Ter compensatie van deze twee bomen, worden nieuwe bomen op het perceel geplaatst. Dit is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in dit bestemmingsplan. Op afbeelding 4.2 is met rood aangegeven welke twee bomen gekapt moeten worden en met blauw de nieuw te planten bomen.

Afbeelding 4.2: herplantplicht bomen

bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld) 21

Het appartementengebouw komt achter op het perceel. De situering van het appartementengebouw is aangegeven op het rechter plaatje van afbeelding 4.2. Daarop is links de pastorie woning aangegeven en rechts het nieuwe appartementengebouw. Het plaatsen van het appartementengebouw achter op het perceel en het behoud van de bomen en terugplanten van vijf bomen zorgt tevens voor het behoud van het groene aanzicht van het plangebied.

Doelgroep appartementen De appartementen worden gerealiseerd voor senioren. Het aanbod in dergelijke appartementen is in Lonneker zeer beperkt en de vraag hiernaar is dan ook groot. Deze appartementen voor senioren kunnen een doorstroming tot gevolg hebben. Als senioren uit Lonneker naar deze appartementen gaan verhuizen, komen elders in Lonneker woningen vrij voor andere doelgroepen.

Parkeren Bij de realisatie van 6 appartementen is er op basis van maatstaven van Nota Parkeernormen Enschede 2017 een maatgevende parkeerbehoefte van 9 parkeerplaatsen en een maximale parkeerbehoefte van 10 parkeerplaatsen. Aan de voorzijde van het plangebied worden 8 parkeerplaatsen aangelegd. Meer parkeerplaatsen realiseren op eigen terrein is daarbij geen mogelijkheid. Kijkend naar het parkeeronderzoek (zie bijlage 4 Parkeeronderzoek Lonneker) dat is uitgevoerd voor de voormalige pastorie woning en het appartementengebouw, is er in de avonduren in de Scholten Reimerstraat ruim voldoende parkeerruimte beschikbaar. Daarmee kan de piekvraag in de avonduren opgevangen worden. Overdag is de parkeervraag van de appartementen zodanig lager, dat de 8 parkeerplaatsen op eigen terrein volstaan. In een enkel geval zal iets verder moeten worden gelopen naar het parkeerterrein met 10 plaatsen nabij de kerk. Of kan er geparkeerd worden op het dorpsplein. Er is voldoende ruimte om de benodigde parkeerplaatsen op te vangen in de openbare ruimte van de directe omgeving. Het onderdeel parkeren leidt niet tot problemen.

4.2

Cultuurhistorie in relatie tot nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen

De monumentenstatus van de pastorie beperkt zich tot het gebouw zelf. De tuin zal een aparte kavel, met opbouw bouwwerk worden. Er is daarbij geen afbreuk aan de pastorie. Door de symmetrie in de gevel van het nieuwe pand krijgt het een zekere formele en statige uitstraling die passend is bij de kerk en pastorie. Wel moet er aandacht zijn voor de aanwezige beeldbepalende bomen.

22

bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld)

4.3

Welstand en beeldkwaliteit

In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwplannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het plangebied geldt de welstandsidentiteit Buitenplaats en landgoederen. De eclectische architectuur en het samenspel tussen bebouwing en landschap maakt elk landgoed en elke buitenplaats uniek en een cultuurhistorisch monument op zich. Het samenspel tussen bebouwing en landschap is ook te vinden in publieke stadsparken, op begraafplaatsen en in sommige woon- en zorgcomplexen. Het doel van welstand is de ruimtelijke eenheid van de buitenplaats of het landgoed te bewaken, met name de samenhang tussen gebouwen en tussen gebouwen en park. Bij voorliggend plan moet het groene aanzicht van het gebied en de samenhang tussen de pastoriewoning en het appartementengebouw bewaakt worden. Het nieuwe plan sluit qua architectuur aan bij de naastgelegen pastorie. De inrichting van de gronden rond het appartementengebouw wordt ook zodanig gedaan dat dit aansluit bij naastgelegen pastoriewoning. Afbeelding 4.3 geeft een impressie van het appartementengebouw naast de pastoriewoning.

Afbeelding 4.3: impressie pastoriewoning (links) naast appartementengebouw (rechts)

bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld) 23

4.4

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Voor 2015 werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was toen nog geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren. 4.4.1

Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid

In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:

Energie Eigen organisatie Verhogen van het op eigen grondgebied Zelf het goede voorbeeld geven. opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie. Biodiversiteit Behoud en versterken van de verscheidenheid aan dier- en plantsoorten in de leefomgeving

Groene groei Groei van de economie zonder dat dit nadelig is voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit.

Circulaire economie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval door afvalpreventie en het beter scheiden van restafval.

Klimaatadaptatie Negatieve gevolgen die gepaard gaan met klimaatverandering beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt benutten.

Duurzame mobiliteit Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het totaal aantal verplaatsingen, stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer en stimuleren van het gebruik van elektrische auto's.

WEconomy Bewoners in Enschede dragen in collectief verband actief bij aan een of meer van de duurzame doelstellingen.

Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal.

Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot duurzaam gedrag.

24

bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld)

Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken.

Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen.

Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.). Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente. 4.4.2

Duurzaamheidsbeleid en het bestemmingsplan

In deze paragraaf wordt aan de hand van het Actieplan Duurzaamheid bekeken in hoeverre het bestemmingsplan kan bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsambities.

Algemeen Bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zal, afhankelijk van de opgave en de locatie, bezien moeten worden welke duurzame energiebronnen aangeboord worden. Dit kan er toe leiden dat in het ene geval ingezet wordt op een zongerichte verkaveling, terwijl in het andere geval gekoerst wordt op het gebruik van bodem- en/of windenergie, dan wel aansluiting op het warmtenet. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering is in hoge mate een ruimtelijk vraagstuk. Meer warme zomers en een toenemende kans op extreme weersituaties vragen bij een verdere ontwikkeling van de stad om het vergroten van afvoer- en absorptievermogen in stedelijke watersystemen en het voorkomen van 'hitte-eilanden' en hittestress.

Energie: Voor het realiseren van veel energie besparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is geen omgevingsvergunning vereist. Voor warmte-koude opslag en bodemenergiesystemen is de provincie Overijssel het bevoegd gezag. Voor nieuwbouw geldt dat moet worden voldaan aan de energieprestatienormen uit het Bouwbesluit. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor bijvoorbeeld het realiseren van windturbines of zonneparken en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.

Klimaatadaptatie: Voor het realiseren van relatief eenvoudige klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen als groene dakbedekking op gebouwen en het in de bodem infiltreren van hemelwater is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater, het vrij houden van bebouwing van overloopgebieden (bij overstroming), het vrij houden van bebouwing langs beken of van lage plekken die natuurlijke waterbergingen vormen, het ophogen van gronden of het realiseren van bouwwerken ter voorkoming van overstromingen en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. bestemmingsplan Scholten Reimerstraat naast 40 (vastgesteld) 25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=e60e7cae-1af0-44a1-8ad9-e98454e4553f