Samenvatting evaluatierapport Kader Rijksmiddelen eerste tranche
Tekst van het document
1 Samenvatting evaluatierapport Kader Rijksmiddelen In 2020 en 2021 heeft de gemeente Enschede in totaal ruim drie miljoen euro ontvangen vanuit het Rijk om de negatieve effecten van Covid-19 op de lokale infrastructuur te compenseren. Een deel van deze middelen hebben we gebruikt om de volgende regelingen op te zetten:
Wendbaar en Weerbaar kleinschalig
Wendbaar en Weerbaar eenjarig
Wendbaar en Weerbaar grootschalig
Acute nood voor amateurkunsten;
Acute nood voor ongesubsidieerde instellingen
Acute nood voor gesubsidieerde instellingen
De verwachting is dat er middelen uit een aantal deelregelingen overblijven, en dat er nieuwe middelen vanuit het rijk komen om de cultuursector te versterken. Om te bepalen hoe deze middelen zo goed mogelijk kunnen worden ingezet, hebben we een inventarisatie van het veld en een evaluatie van de regelingen uitgevoerd. Daarvoor hebben we een enquête uitgezonden, een groepsgesprek gehouden, en individuele gesprekken gevoerd met amateurkunstenverenigingen, individuele makers, culturele organisaties, de ondersteuners bij de regelingen en de adviescommissie. Hier is een rapport uit voortgekomen. In het rapport hebben we een aantal stappen gezet. De eerste stap is de inventarisatie van de effecten van Covid-19 op het veld. Deze inventarisatie laat zien waar op de korte termijn de hiaten en behoeften vallen, maar ook waar onderliggende uitdagingen bestaan die op de (middel)lange termijn vragen om beleidskeuzes. Naast de inventarisatie hebben we onderzocht welke ontwikkelingen in en om Enschede er spelen, om in kaart te brengen op welke behoeften al wordt ingespeeld en welke er nog open blijven staan. Ook hebben we een evaluatie van de tijdelijke regeling Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid19 gedaan, om te kijken in hoeverre de regeling aansluit op de behoeften vanuit het veld en wat de verbeterpunten zijn binnen de regelingen.
Ten slotte hebben we in kaart gebracht welke regelingen er in andere overheidsinstanties worden ingezet om de sector te steunen. Deze ‘best practices’ kunnen in een vervolgtraject dienen ter inspiratie voor het ontwikkelen van nieuwe instrumenten, om in te spelen op de behoeften die er liggen in het veld. Uit het rapport komt een aantal overkoepelende thema’s naar boven:
Amateurkunsten tegenover professioneel Vanuit het amateurkunstenveld bestaat de behoefte om meer meegenomen te worden in het professionele veld. Nu is er een scheiding voelbaar tussen de twee velden. Dit is bijvoorbeeld te zien in de uitslag van
2 het pitch-event, waarin de aanvragen van de amateurkunsten onderaan belandden. Er is de wens om meer samen te werken.
Publiek Veel culturele instellingen en makers zijn bezorgd dat potentieel publiek de weg naar het culturele aanbod in de toekomst niet meer terug kan vinden en daardoor wegblijft. Zij maken zich zorgen over zowel het bereiken van oud publiek als nieuwe doelgroepen, vanwege de kans op aanhoudende coronamaatregelen en de hybridisatie van de sector.
Groot tegenover klein Uit gesprekken met het veld komt vaker naar voren dat kleine instellingen en makers een gevoel ervaren dat er een tweedeling bestaat tussen de kleine en de grote organisaties. De kleine instellingen en makers ervaren bijvoorbeeld het gevoel dat zij niet genoeg worden betrokken. Hierbij gaat het om de beschikbaarheid en mogelijkheid om subsidie aan te vragen, het niet kunnen beschikken over faciliteiten of niet mee kunnen doen aan projecten. Hier wordt op ingespeeld met het initiatief Cross-TIC, dat zich richt op de verbinding tussen makers en instellingen, maar dit is ook iets om op de (middel)lange termijn stappen in te ondernemen.
Hokjesdenken Vanuit het veld wordt zowel in de enquête als in het groepsgesprek aangegeven dat er nog veel in hokjes wordt gedacht. Makers en instellingen hebben vaak een vaste kring of een eigen sector waarmee ze samenwerken, maar stappen niet altijd daarbuiten. Met onder andere de regelingen voor Creatieve broedplaatsen en het initiatief Cross-TIC wordt interdisciplinaire samenwerking gestimuleerd, maar hier kan in de toekomst meer op worden ingezet.
Locaties Het gehele veld spreekt de behoefte uit voor meer, grotere en ruimer beschikbare ruimtes om te produceren en te presenteren. Dit geldt voor zowel amateurverenigingen, beeldende kunstenaars, als makers. Het gaat daarbij vooral om laagdrempelige goedkope ruimtes die structureel beschikbaar zijn. Hierbij valt op dat wanneer mogelijkheden zich voordoen zoals de ruimtes binnen de Challenge Driehoek, hier beperkt gebruik van wordt gemaakt. Wat hiervan de reden is, is nog onduidelijk.
Structurele steun Uit de evaluatie blijkt dat er behoefte is aan meer structurele programmasubsidie voor de inhoud, zodat er meer zekerheid ontstaat. De coronacrisis heeft deze behoefte nog eens aangescherpt. Hierbij wordt aangegeven dat dit extra belangrijk is voor de (door)ontwikkeling van het middenveld, jonge makers en kleine initiatieven. Daar zijn op dit moment alleen projectsubsidies voor beschikbaar.
Vertrouwen tegenover controle Een behoefte die daarmee samenhangt is de behoefte aan meer vertrouwen vanuit de gemeente in het veld. Organisaties en makers geven aan meer laagdrempelige regelingen te willen met minder eisen en criteria. In andere woorden: het veld vraagt om meer vertrouwen van de gemeente, terwijl de
3 gemeente gericht is op controle. Aanvragen moeten aan een bepaald niveau voldoen, de plannen moeten aansluiten op de doelen van de gemeente, en de aanvraag moet aan verschillende eisen voldoen. Deze spanning tussen vertrouwen en controle wordt landelijk ook gevoeld. Het subsidiebestel wordt steeds fijnmaziger, bureaucratischer, en regels en criteria stapelen zich op. Tijdschrift Boekman pleit ervoor dat de overheid minder aanstuurt op details, maar dat instellingen meer vrijheid krijgen om zelf keuzes te maken met subsidies die perspectief bieden op de langere termijn.1 Deze argumentatie wordt door het veld in Enschede onderschreven.
Directe financiering tegenover ondersteuning en kennisoverdracht Uit de enquête en de individuele gesprekken blijkt dat aanvragers zeer tevreden zijn over de steun van de cultuurcoach en de aanjagers Wendbaar en weerbaar kleinschalig. Uit de enquête kwam tevens de suggestie om een cultuurcoach aan te stellen voor zzp’ers en makers, aangezien de huidige cultuurcoach zich vooral richt op de amateurkunsten. Wanneer wij echter in gesprek gingen met het veld in een groepsgesprek, blijkt toch dat het veld de voorkeur uitspreekt naar directe financiering via regelingen, in tegenstelling tot een vorm van ondersteuning waarin het delen van informatie centraal staat (aanjager, cultuurcoach, nieuwsbrief, etc.). Hierin is een tegenstrijdigheid te zien.
Adviescommissie Binnen de deelregelingen eenjarig en grootschalig van Wendbaar en Weerbaar is gewerkt met een adviescommissie. Uit de evaluatie blijkt dat aanvragers het een goede zaak vinden dat er een commissie is die beslist over de plannen. De partijen die gehonoreerd zijn geven eerder aan dat het advies van de commissie hen heeft geholpen dan de partijen die niet zijn gehonoreerd.
Experimenteren met instrumenten Aanvragers binnen de regelingen waarderen dat de gemeente experimenteert met nieuwe instrumenten zoals het pitch-event binnen de deelregeling Wendbaar en weerbaar kleinschalig. De pitchavond zoals deze is ingevuld blijkt echter niet goed aan te sluiten op de wensen vanuit het veld. De manier van beoordelen wordt als ongemakkelijk gezien en de tijdsinvestering om een aanvraag in te dienen is groot. Daarnaast is het de vraag of de regeling genoeg aansluit op het amateurkunstenveld. Een pluspunt van het pitch-event is de netwerkfunctie. De aanvragers putten enthousiasme en inspiratie uit het zien van elkaars plannen.
Maakklimaat De vraag kan worden gesteld of het veld klaar is voor een sterke inzet op het maakklimaat. Er komen bijv. weinig aanvragen vanuit jonge makers van ArtEZ bij de gemeente, maar ook bij landelijke fondsen binnen. Er lijkt een disconnectie te zitten tussen de studenten van de ArtEZ in Enschede en de overheden. Er moet eerst
1
Jack van der Leden, ‘Ontstaan en ontwikkeling culturele basisinfrastructuur: functies en subsidiecriteria.’ Boekman Extra, jrg. 25, 2021.
4 met deze toekomstige makers in gesprek worden gegaan en worden onderzocht waarom zij de relatie met overheden niet opzoeken.
Communicatie Uit het groepsgesprek kan de conclusie worden getrokken dat niet iedereen bekend is met de regelingen die er zijn vanuit de gemeente voor cultuur. Ook uit de enquête komt naar voren dat aanvragers soms door de bomen het bos niet meer zien. Er liggen verbeterpunten in de zichtbaarheid en vindbaarheid van regelingen en de communicatie over wie voor welke regeling in aanmerking komt.
Aansluiting regelingen Over het algemeen sluiten de regelingen Wendbaar en Weerbaar en Acute Nood goed aan op de acute behoeften van het veld. Culturele instellingen en makers hebben via de regeling Wendbaar en Weerbaar onder andere kunnen experimenteren met nieuwe vormen van het maken van kunst en het bereiken van publiek. Het amateurkunstenveld is op korte termijn goed geholpen met de regeling voor Acute Nood.
Een belangrijke conclusie die kan worden getrokken is dat er veel verschillende geluiden zijn vanuit het veld. Deze geluiden moeten gehoord worden en zorgvuldig worden afgewogen voordat er wordt besloten over inzet van nieuwe middelen. De volgende stap is om op basis van deze conclusies met het veld in gesprek te gaan over de instrumenten die op korte termijn en/of langere termijn ingezet kunnen worden om het culturele veld verder te versterken. Hierbij heeft de positie van (jonge) makers en de beschikbaarheid van ruimtes prioriteit.