Regels bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023
Tekst van het document
Bouwregels
7.2.1
Algemeen
Op de voor“Groen - 2” aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 28.1 worden gebouwd. 7.2.2
Speelvoorzieningen
Voor het bouwen van speelvoorzieningen gelden de volgende bepalingen: a. de maximum bouwhoogte van een bouwwerk bedraagt 4 meter; b. de maximum oppervlakte van een bouwwerk bedraagt 20 m² . 7.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de maximum bouwhoogte van infrastructurele kunstwerken en vlaggenmasten bedraagt 10 meter; b. de maximum bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van beeldende kunst bedraagt 15 meter; c. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 5 meter. d. de maximale bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen bedraagt 3 meter. 7.3 a.
Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruiken van de gronden gelegen voor de aanduiding 'specifieke bouwwaanduiding - dove gevel Natuurzicht' als tuin of voor privégebruik.
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
29
Artikel 8 8.1
Groen - 3
Bestemmingsomschrijving
De voor “Groen - 3” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenstroken, plantsoenen, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen in het kader van de waterbeheersing; b. (openbare) nutsvoorzieningen; c. infrastructureel kunstwerk:en d. infrastructurele kunstwerken in het kader van de migratie van dieren; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen- bouwwerken station' ten behoeve van bouwwerken in het kader van de toegang tot het station en verkeersvoorzieningen. f. bij deze doeleinden behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, straatmeubilair en andere werken. 8.2
Bouwregels
8.2.1
Algemeen
Op de voor “Groen - 3” aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde in overeenstemming met het bepaalde in lid 8.1 worden gebouwd. 8.2.2
Gebouwen
De hoogte van gebouwen ten behoeve van een lift mag maximaal 5 meter bedragen. 8.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de maximum bouwhoogte van infrastructurele kunstwerken zoals genoemd onder 8.1 c en d en vlaggenmasten bedraagt 10 meter; b. de maximum bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen, bedraagt 3 meter. c. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 5 meter. d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen- bouwwerken station' zijn bouwwerken toegestaan ten behoeve van de toegang tot het station, zoals een hellingbaan, een trap, een lift en verkeersvoorzieningen. De maximale bouwhoogte bedraagt 5 meter. 8.3 a.
Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruiken van gronden voor dagrecreatie en extensieve recreatie.
30
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
Artikel 9 9.1
Maatschappelijk - Zorginstelling
Bestemmingsomschrijving
De voor “Maatschappelijk - Zorginstelling” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een zorginstelling met bijbehorende (gemeenschappelijke) voorzieningen; b. ter plaatse van de aanduiding “zorgwoning” zijn uitsluitend zorgwoningen toegestaan op andere bouwlagen dan de begane grond; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - dagbesteding' voor dagbesteding; d. bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, tuinen en voorzieningen, zoals bergingen, trappenhuizen, in- en uitritten, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en (openbare) nutsvoorzieningen; e. in aanvulling op het bepaalde onder a en b geldt dat de zorgwoningen en zorginstelling zodanig functioneel met elkaar verbonden moeten zijn dat sprake is van dezelfde milieubelastende activiteit met bijbehorende functioneel ondersteunende activiteiten waarbij de formele zeggenschap bij één partij ligt die deze activiteiten uitvoert; 9.2
Bouwregels
9.2.1
Algemeen
Op de voor “Maatschappelijk-Zorginstelling” aangewezen gronden geldt dat; a. b. c.
uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 9.1 worden gebouwd; maximaal 16 zorgwoningen zijn toegestaan; buiten het bouwvlak geen afzonderlijke zelfstandige zorgwoningen mogen worden opgericht.
9.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden in aanvulling op het bepaalde in lid 9.2.1 de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen het bouwvlak opgericht te worden; b. ter plaatse van de aanduiding "maximum bouwhoogte (m)" mag de bouwhoogte niet worden overschreden; c. ter plaatse van de aanduiding "maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)" mogen de goothoogte en de bouwhoogte niet worden overschreden. 9.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen in het voorerfgebied bedraagt 1 meter; b. de maximum bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen in het achtererfgebied bedraagt 2 meter; c. de maximum bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt 6 meter; d. andere overige bouwwerken mogen uitsluitend in het achtererfgebied worden gebouwd, met een maximum bouwhoogte van 5 meter. 9.2.4
Bestaande bebouwing
Voor bestaande bebouwing die geheel of gedeeltelijk afwijkt van de in deze regels toegestane maatvoeringen wat betreft afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen geldt voor de betreffende afwijkende bouwdelen bij (gedeeltelijke) nieuwbouw die afwijkende maatvoering als minimaal voorgeschreven respectievelijk maximaal toegestaan. 9.3 a.
Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van vrijstaande gebouwen en bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak voor iedere vorm van wonen; 2. het gebruik van gebouwen en bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak als zorgwoning, woning of zelfstandige wooneenheid. 3. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. 4. het gebruik van bouwwerken als kamerverhuurpand
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
31
9.4
Afwijken van de gebruiksregels
9.4.1
Afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 9.1, onder c voor het toestaan van een maatschappelijke basisfunctie zoals genoemd in lid 1.83, mits die maatschappelijke functie, gelet op de milieubelasting en het woon- en leefklimaat, naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met de toegestane activiteiten in 9.1 onder c.
32
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
Artikel 10 10.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor “Verkeer” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen; b. voet- en fietspaden; c. infrastructurele kunstwerken zoals viaducten en bruggen; d. parkeervoorzieningen; e. laden en lossen; f. groenvoorzieningen; g. waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; h. geluidwerende voorzieningen; i. nutsvoorzieningen ; j. busbanen en bussluizen; k. straatmeubilair; l. bij deze doeleinden behorende bouwwerken en andere werken. m. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - afsluiting autoverkeer' dient een afsluiting voor autoverkeer te worden gerealiseerd zodra woningen gerealiseerd zijn in het deel van het plangebied dat voor autoverkeer wordt ontsloten via de Sleutelweg naar de Euregioweg. 10.2
Bouwregels
10.2.1
Algemeen
Op de voor “Verkeer” aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 10.1 worden gebouwd. 10.2.2 Gebouwen ten behoeve van openbaar vervoer of wegverkeer a. De maximum bouwhoogte van een gebouw bedraagt 4 meter. b. De maximum inhoud van een gebouw bedraagt 50 m³ . 10.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. De maximum bouwhoogte van infrastructurele kunstwerken en vlaggenmasten bedraagt 10 meter. b. De maximum bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van beeldende kunst bedraagt 15 meter. c. De maximum bouwhoogte van overige bouwwerken en overig straatmeubilair bedraagt 5 meter. 10.2.4
Speelvoorzieningen
Voor het bouwen van speelvoorzieningen gelden de volgende bepalingen: a. de maximum bouwhoogte van een bouwwerk bedraagt 4 meter; b. de maximum oppervlakte van een bouwwerk bedraagt 20 m².
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
33
Artikel 11 11.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor “Verkeer - Verblijfsgebied” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. erftoegangswegen; b. woonerven; c. pleinen d. voet-en fietspaden; e. laden en lossen; f. parkeervoorzieningen; g. groenvoorzieningen; h. waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; i. speelvoorzieningen; j. straatmeubilair; k. (openbare) nutsvoorzieningen; l. verkeersvoorzieningen; m. bij deze doeleinden behorende bouwwerken en andere werken. n. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - afsluiting autoverkeer' dient een afsluiting voor autoverkeer te worden gerealiseerd zodra woningen gerealiseerd zijn in het deel van het plangebied dat voor autoverkeer wordt ontsloten via de Sleutelweg naar de Euregioweg. 11.2
Bouwregels
11.2.1
Algemeen
Op de voor “Verkeer - Verblijfsgebied” aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 11.1 worden gebouwd. 11.2.2
Bouwregels voor gebouwen ten behoeve van openbaar vervoer of wegverkeer
De bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van het openbaar vervoer of het wegverkeer mag maximaal 4 meter bedragen en de inhoud per gebouw mag maximaal 50m³ bedragen. 11.2.3
Bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De maximum bouwhoogte van infrastructurele kunstwerken, kunstobjecten en vlaggenmasten bedraagt 10 meter; 11.2.4
Bouwregels voor speelvoorzieningen
Voor het bouwen van speelvoorzieningen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken mag maximaal 4 meter bedragen; b. de oppervlakte van bouwwerken mag per bouwwerk maximaal 20 m² bedragen. 11.2.5
Bouwregels voor nutsvoorzieningen
Voor het bouwen van nutsvoorzieningen gelden de volgende bepalingen: a. de maximum oppervlakte van een bouwwerk bedraagt 25 m2; b. de maximum goothoogte van een bouwwerk bedraagt 3 meter; c. de maximum bouwhoogte van een bouwwerk bedraagt 5 meter 11.2.6
Bouwregels ter bescherming van bomen
Voor de op grond van de Algemene plaatselijke verordening beschermde bomen gelden de algemene bouwregels in artikel 17.3.
34
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
11.2.7
Bestaande bebouwing
Voor bestaande bebouwing die geheel of gedeeltelijk afwijkt van de in deze regels toegestane maatvoeringen wat betreft afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen geldt voor de betreffende afwijkende bouwdelen bij (gedeeltelijke) nieuwbouw die afwijkende maatvoering als minimaal voorgeschreven respectievelijk maximaal toegestaan.
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
35
Artikel 12 12.1 a.
Wonen - 1
Bestemmingsomschrijving De voor “Wonen - 1” aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. het wonen, met uitzondering van kamerverhuurpanden, al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf; 2. erftoegangswegen, fiets- en voetpaden; 3. bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, tuinen, voorzieningen en activiteiten, zoals woningen, bergingen, in- en uitritten, parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen en (openbare) nutsvoorzieningen.
12.2
Bouwregels
12.2.1 Algemeen a. Op de voor “Wonen” aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 12.1 worden gebouwd; b. Binnen deze bestemming mogen in totaal maximaal 750 woningen worden gerealiseerd; c. Het maximum bebouwingspercentage bedraagt per bouwperceel: 1. 80% voor percelen met een oppervlakte tot 150 m 2; 2. 60% voor percelen met een oppervlakte van 150 m 2 tot 300 m 2, waarbij in ieder geval een oppervlakte van 120 m 2 mag worden bebouwd; 3. 50% voor percelen met een oppervlakte van 300 m 2 tot 500 m 2, waarbij in ieder geval een oppervlakte van 180 m 2 mag worden bebouwd; 4. 40% voor percelen met een oppervlakte groter dan 500 m 2, waarbij in ieder geval een oppervlakte van 250 m 2 mag worden bebouwd, tot een maximum bebouwd oppervlak van 300 m 2. d. Het bepaalde onder c is niet van toepassing op bouwpercelen met gebouwen waarin appartementen zijn gerealiseerd. Voor deze bouwpercelen geldt een maximaal bebouwingspercentage van 60%; e. Bestaande woningen mogen niet bouwkundig worden gesplitst in meerdere woningen, zelfstandige wooneenheden of appartementen. f. Voor grondgebonden woningen waarvoor besloten is tot een hogere grenswaarde Wet geluidhinder voor wegof railverkeerslawaai geldt dat er sprake dient te zijn van tenminste één geluidluwe gevel en buitenruimte; g.
in aanvulling op het bepaalde onder h geldt voor woningen waarvoor besloten is tot een hogere grenswaarde Wet geluidhinder voor wegverkeerslawaai dat bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen middels een akoestisch onderzoek dient te worden aangetoond dat de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie niet kleiner is dan het verschil tussen de geluidsbelasting vanwege wegverkeer en 33 dB. De geluidsbelasting van het wegverkeer wordt bepaald door akoestisch onderzoek berekend op de situatie 10 jaar na realisatie van de woningen. 12.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen en/of uitbreiden van hoofdgebouwen gelden in aanvulling op het bepaalde in lid 12.2.1 de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. uitbreidingen van hoofdgebouwen mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; c. ter plaatse van de aanduiding "maximum bouwhoogte (m)" mag de bouwhoogte niet worden overschreden; d. ter plaatse van de aanduiding "maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)" mogen de goothoogte en de bouwhoogte niet worden overschreden; e. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'gestapeld' mogen ook appartementen worden opgericht, mits ze voldoen aan het gestelde in artikel 12.2.3; f. ter plaatse van de aanduiding "gevellijn" dient minimaal 75% van de voorgevel van het hoofdgebouw verplicht te worden gebouwd in de bouwgrens. g. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'dove gevel natuurzicht'geldt dat er maatregelen worden getroffen en in stand worden gehouden zoals opgenomen in het begrip dove gevel natuurzicht h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - karakteristieke geluidwering' bedraagt de karakteristieke geluidwering minimaal 23 dB in de 63 Hz octaafband van de NSG-richtlijn voor laagfrequent geluid zoals deze geldt op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 12.2.3
Appartementen
Het realiseren van appartementen is alleen toegestaan wanneer wordt voldaan aan alle hierna genoemde criteria: a. het minimum gebruiksoppervlak per appartement bedraagt 75 m 2;
36
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
b. c.
d.
de hoofdtoegang van het appartement, dan wel de toegang tot de gemeenschappelijke verkeersruimte van meerdere appartementen, is gesitueerd op maximaal 5 meter vanaf de openbare weg; appartementen moeten beschikken over een fietsenberging die niet rechtstreeks toegankelijk is vanuit het appartement en buitenruimte van voldoende omvang. Daarvan is sprake indien elk appartement beschikt over: 1. een eigen fietsenberging van 5 m 2 of een collectieve fietsenberging, waarbij wordt voldaan aan de geldende normen voor fietsparkeren in de Parkeernormennota Enschede 2017 en waarbij ook wordt voldaan aan de randvoorwaarden voor de maatvoering in de beleidsregel 'gemeenschappelijke fietsenstallingen in woongebouwen Enschede 2021', dan wel, in het geval deze tussentijds worden gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregels, en; 2. een eigen buitenruimte met een oppervlak van tenminste 6 m 2 of een collectieve buitenruimte van tenminste 6 m 2 per appartement, bijvoorbeeld in de vorm van een dakterras, balkon of loggia; er is geen sprake van het realiseren van appartementen in bestaande bebouwing buiten het bouwvlak.
12.2.4
Bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied gelden de volgende bepalingen: a. Voor het bouwen van een erker of portaal aan een woning gelden de volgende regels: 1. de oppervlakte mag maximaal 6 m² bedragen of de breedte mag maximaal 2/3 van de gevellengte bedragen; 2. de bouwdiepte mag maximaal 1,5 meter bedragen; 3. de goothoogte mag maximaal 3 meter bedragen; 4. de bouwhoogte mag maximaal 4,5 meter bedragen. 12.2.5
Bouwregels voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken als uitbreiding van het hoofdgebouw
Voor het uitbreiden van een hoofdgebouw gelden de bouwregels voor hoofdgebouwen als genoemd in artikel 12.2.2. 12.2.6
Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken, in het achtererfgebied gelden in aanvulling op het bepaalde in lid 12.2.2 de volgende bepalingen: a. de maximum bouwhoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken is gelijk aan de maximum bouwhoogte van het hoofdgebouw; b. Indien voor het hoofdgebouw tevens een maximum goothoogte geldt, is deze ook van toepassing op aangebouwde bijbehorende bouwwerken, met uitzondering van dakkapellen en daarmee naar aard en omvang vergelijkbare andere aangebouwde bijbehorende bouwwerken; c. de maximum bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken is gelijk aan de goothoogte van het hoofdgebouw, tenzij de situatie onder d van toepassing is; d. de maximum bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw met plat dak bedraagt: 1. 7 meter, indien het hoofdgebouw een bouwhoogte heeft van meer dan 7 meter; 2. 5 meter, indien het hoofdgebouw een bouwhoogte heeft van 7 meter of minder, met dien verstande dat de bouwhoogte niet hoger mag zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw. 12.2.7
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. de maximum bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen in het voorerfgebied bedraagt 1 meter; b. de maximum bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen in het achtererfgebied bedraagt 2 meter; c. de maximum bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt 6 meter; d. andere overige bouwwerken mogen uitsluitend in het achtererfgebied worden gebouwd, met een maximum bouwhoogte van 5 meter. e. de maximale bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen bedraagt 3 meter. 12.3
Nadere eisen
Het college van Burgemeester en wethouders kan nadere eisen opleggen ten aanzien van de goothoogte en hoogte van de hoofdgebouwen en het toegestane percentage gestapelde bouw ten behoeve van: a. een verantwoorde stedenbouwkundige inpassing in de omgeving; b. de stedenbouwkundige inpassing zoals bedoeld onder a wordt concreet uitgewerkt in de stedenbouwkundige uitwerkingen van de verschillende deelgebieden binnen het plangebied en/of deelgebiedpaspoorten; c. bij toepassing van de nadere eis ten aanzien van de goothoogtes en hoogtes kunnen alleen eisen worden gesteld ten aanzien van het toepassen van lagere hoogtes dan onderhavig bestemmingsplan toestaat; d. een nadere eisen ten behoeve van het percentage gestapelde bouw wordt alleen toegepast ten aanzien van de bestemmingsvlakken Wonen-1 die gestapelde bouw mogelijk maken in Tuinstad; bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
37
12.4
Afwijken van de bouwregels
12.4.1
Appartementen
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in 12.2.3 onder a, mits het de aantoonbare huisvesting betreft van een doelgroep van programmering als genoemd in de gemeentelijke Woonvisie betreft, dan wel diens rechtsopvolger (dit zal op termijn de vorm aannemen van een volkshuisvestelijk programma); b. het bepaalde in 12.2.3 onder a en c sub 2, mits het sociale huurappartementen betreft door woningbouwcorporaties waarmee prestatieafspraken zijn gemaakt. 12.4.2
Toepassingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 12.4.1 wordt uitsluitend verleend onder de voorwaarden als vermeld in artikel 21.1. 12.5
Specifieke gebruiksregels
12.5.1
Wonen met beroep aan huis
Voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis in samenhang met wonen gelden de algemene gebruiksregels van artikel 18.2. 12.5.2
Appartementen
Het gebruiken van appartementen is alleen toegestaan wanneer wordt voldaan aan alle hierna genoemde criteria: a. het minimum gebruiksoppervlak per appartement bedraagt 75 m 2; b. de hoofdtoegang van het appartement, dan wel de toegang tot de gemeenschappelijke verkeersruimte van meerdere appartementen, is gesitueerd op maximaal 5 meter vanaf de openbare weg; c. appartementen moeten beschikken over een fietsenberging die niet rechtstreeks toegankelijk is vanuit het appartement en buitenruimte van voldoende omvang. Daarvan is sprake indien elk appartement beschikt over: 1. een eigen fietsenberging van 5 m 2 of een collectieve fietsenberging, waarbij wordt voldaan aan de geldende normen voor fietsparkeren in de Parkeernormennota Enschede 2017 en waarbij ook wordt voldaan aan de randvoorwaarden voor de maatvoering in de beleidsregel 'gemeenschappelijke fietsenstallingen in woongebouwen Enschede 2021', dan wel, in het geval deze tussentijds worden gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregels, en; 2. een eigen buitenruimte met een oppervlak van tenminste 6 m 2 of een collectieve buitenruimte van tenminste 6m 2 per appartement, bijvoorbeeld in de vorm van een dakterras, balkon of loggia; d. er is geen sprake van het realiseren van appartementen in bestaande bebouwing buiten het bouwvlak. 12.5.3
Strijdig gebruik
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; b. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor iedere vorm van wonen, anders dan als huisvesting in verband met mantelzorg; c. het gebruik van vrijstaande gebouwen voor iedere vorm van wonen; 12.5.4
Voorwaardelijke verplichting
Het gebruik van de woningen zoals is bepaald in artikel 12.1 is niet toegestaan zonder realisatie en instandhouding van de maatregelen zoals benoemd in artikel 12.2.1 onder f en g en 12.2.2 onder g en h. 12.6
Afwijken van de gebruiksregels
12.6.1
Appartementen
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in 12.5.2 onder a, mits het de aantoonbare huisvesting betreft van een doelgroep van programmering als genoemd in de gemeentelijke Woonvisie betreft, dan wel diens rechtsopvolger (dit zal op termijn de vorm aannemen van een volkshuisvestelijk programma);
38
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
b.
het bepaalde in 12.5.2 onder a en c sub 2, mits het sociale huurappartementen betreft door woningbouwcorporaties waarmee prestatieafspraken zijn gemaakt.
12.6.2
Toepassingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 12.4.1 wordt uitsluitend verleend onder de voorwaarden als vermeld in artikel 21.1.
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
39
Artikel 13 13.1 a.
Wonen - 2
Bestemmingsomschrijving De voor “Wonen - 2” aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. het wonen, met uitzondering van kamerverhuurpanden, al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf; 2. bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, tuinen, voorzieningen en activiteiten, zoals woningen, bergingen, in- en uitritten, parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen en (openbare) nutsvoorzieningen.
13.2
Bouwregels
13.2.1 Algemeen a. Op de voor “Wonen” aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 13.1 worden gebouwd; b. Per bouwvlak mag 1 woning worden opgericht, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'aantal wooneenheden' anders is aangegeven; c. Het maximum bebouwingspercentage bedraagt per bouwperceel: 1. 80% voor percelen met een oppervlakte tot 150 m 2; 2. 60% voor percelen met een oppervlakte van 150 m 2 tot 300 m 2, waarbij in ieder geval een oppervlakte van 120 m 2 mag worden bebouwd; 3. 50% voor percelen met een oppervlakte van 300 m 2 tot 500 m 2, waarbij in ieder geval een oppervlakte van 180 m 2 mag worden bebouwd; 4. 40% voor percelen met een oppervlakte groter dan 500 m 2, waarbij in ieder geval een oppervlakte van 250 m 2 mag worden bebouwd, tot een maximum bebouwd oppervlak van 300 m 2. Indien het bestaand oppervlak meer bedraagt, geldt dat als maximum bebouwd oppervlak. d. Bestaande woningen mogen niet bouwkundig worden gesplitst in meerdere woningen, zelfstandige wooneenheden of appartementen. e. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - uitgesloten geluidgevoelige objecten' zijn geen geluidgevoelige objecten toegestaan. 13.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen en/of uitbreiden van hoofdgebouwen gelden in aanvulling op het bepaalde in lid 13.2.1 de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. uitbreidingen van hoofdgebouwen mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; c. ter plaatse van de aanduiding "maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)" mogen de goothoogte en de bouwhoogte niet worden overschreden; d. appartementen zijn niet toegestaan; e. ter plaatse van de bouwaanduiding 'karakteristiek' dient de karakteristieke hoofdvorm van het gebouw in stand te worden gehouden, overeenkomstig het bepaalde in artikel 17.4. 13.2.3
Bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied gelden de volgende bepalingen: a. Voor het bouwen van een erker of portaal aan een woning gelden de volgende regels: 1. de oppervlakte mag maximaal 6 m² bedragen of de breedte mag maximaal 2/3 van de gevellengte bedragen; 2. de bouwdiepte mag maximaal 1,5 meter bedragen; 3. de goothoogte mag maximaal 3 meter bedragen; 4. de bouwhoogte mag maximaal 4,5 meter bedragen; 13.2.4
Bouwregels voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken als uitbreiding van het hoofdgebouw
Voor het uitbreiden van een hoofdgebouw gelden de bouwregels voor hoofdgebouwen als genoemd in artikel 13.2.2. 13.2.5
Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied en binnen het bouwvlak
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken, in het achtererfgebied en binnen het bouwvlak gelden in aanvulling op het bepaalde in lid 13.2.2 de volgende bepalingen:
40
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
a. b.
c. d.
de maximum bouwhoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken is gelijk aan de maximum bouwhoogte van het hoofdgebouw; Indien voor het hoofdgebouw tevens een maximum goothoogte geldt is deze ook van toepassing op aangebouwde bijbehorende bouwwerken, met uitzondering van dakkapellen en daarmee naar aard en omvang vergelijkbare andere aangebouwde bijbehorende bouwwerken; de maximum bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken is gelijk aan de goothoogte van het hoofdgebouw, tenzij de situatie onder d van toepassing is; de maximum bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw met plat dak bedraagt: 1. 7 meter, indien het hoofdgebouw een bouwhoogte heeft van meer dan 7 meter; 2. 5 meter, indien het hoofdgebouw een bouwhoogte heeft van 7 meter of minder, met dien verstande dat de bouwhoogte niet hoger mag zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw.
13.2.6
Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied en buiten het bouwvlak
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied buiten het bouwvlak geldt dat de maximum bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken 5 meter bedraagt. 13.2.7
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. de maximum bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen in het voorerfgebied bedraagt 1 meter; b. de maximum bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen in het achtererfgebied bedraagt 2 meter; c. de maximum bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt 6 meter; d. andere overige bouwwerken mogen uitsluitend in het achtererfgebied worden gebouwd, met een maximum bouwhoogte van 5 meter. 13.2.8
Bestaande bebouwing
Voor bestaande bebouwing die geheel of gedeeltelijk afwijkt van de in deze regels toegestane maatvoeringen wat betreft afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen geldt voor de betreffende afwijkende bouwdelen bij (gedeeltelijke) nieuwbouw die afwijkende maatvoering als minimaal voorgeschreven respectievelijk maximaal toegestaan. 13.3
Afwijken van de bouwregels
13.3.1
Afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 13.2.3 onder a, voor het uitbreiden van een hoofdgebouw met toepassen van de bouwregels in de leden 13.2.5 en 13.2.6 indien de situering van het bouwperceel ter plaatse zodanig is dat feitelijk geen of maar in zeer geringe mate sprake is van achtererfgebied en er stedenbouwkundig geen bezwaar is voor het realiseren van bebouwing in het voorerfgebied; b. lid 13.2.5 onder c, voor de uitbreiding of realisatie van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk tot een maximum bouwhoogte die hoger is dan de goothoogte van het hoofdgebouw; c. lid 13.2.8, voor het vervangen en/of uitbreiden van bestaande gebouwen die zijn gesitueerd buiten het bouwvlak met een vergroting die niet meer bedraagt dan 15% van de oppervlakte van die gebouwen onder de voorwaarden dat: 1. de uitbreiding van het gebouw uitsluitend op de begane grond wordt gerealiseerd; 2. de goothoogte en de bouwhoogte niet toenemen. 13.3.2
Toepassingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.3.1 onder b wordt uitsluitend verleend onder de voorwaarde dat de bouwhoogte van het vrijstaand bijbehorend bouwwerk ook na uitbreiding lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw en met inachtneming van de voorwaarden als vermeld in artikel 21.1.
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
41
13.4
Specifieke gebruiksregels
13.4.1
Voorwaardelijke verplichting bodemonderzoek
Ter plaatse van de aanduiding 'voorwaardelijke verplichting bodemonderzoek' is verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning alleen mogelijk indien uit nader bodemonderzoek blijkt dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik (wonen) of geschikt kan worden gemaakt middels sanering van de eventuele verontreiniging. 13.4.2
Wonen met beroep aan huis
Voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis in samenhang met wonen gelden de algemene gebruiksregels van artikel 18.2. 13.4.3
Strijdig gebruik
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; b. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor iedere vorm van wonen, anders dan als huisvesting in verband met mantelzorg; c. het gebruik van vrijstaande gebouwen buiten het bouwvlak voor iedere vorm van wonen; d. het gebruik van gebouwen en bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak als woning of zelfstandige wooneenheid.
42
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
Artikel 14 14.1
Landgoed de Dommert
Bestemmingsomschrijving
De voor Landgoed de Dommert gronden zijn bestemd voor: a. groenstroken, plantsoenen; b. waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; c. wegen en in- en uitritten; d. voet- en fietspaden; e. het wonen, met uitzondering van kamerverhuurpanden, al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis en bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, tuinen, voorzieningen en activiteiten, zoals woningen, bergingen, in- en uitritten, parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen en (openbare) nutsvoorzieningen. f. parkeervoorzieningen; g. speelvoorzieningen; h. bij deze doeleinden behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, straatmeubilair en andere werken. i. (openbare) nutsvoorzieningen; j. kunstwerken. 14.2
Bouwregels
14.2.1 Algemeen a. Op de voor Landgoed de Dommert aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 14.1 worden gebouwd. b. Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien het oorspronkelijke ontwerp van landgoed De Dommert (inclusief padenstructuur) en het behoud van de cultuurhistorische waarden gewaarborgd zijn. Om een omgevingsvergunning te kunnen verlenen dient te worden voldaan aan de voorwaarden zoals deze zijn opgenomen in de beleidsregel 'ontwikkeling Landgoed de Dommert' in Bijlage 1 Beleidsregel de Dommert 14.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: het aanleggen, verleggen, veranderen of verharden van (uit)wegen, paden of andere (half)verhardingen; het verwijderen en/of vervangen van wegen, paden of andere (half)verhardingen; het graven en/of dempen van waterlopen en sloten; het planten van bomen en struiken; het rooien en verwijderen/afgraven van bosbodem en houtwallen, c.q. het rooien van singels; het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
b. 1. 2. 3. 4.
Het verbod onder a geldt niet voor werken en werkzaamheden : waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is verleend; die ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren; die het normale onderhoud en beheer betreffen; die worden uitgevoerd in het kader van de uitvoering van het integrale plan/de uitvoering van de omgevingsvergunning voor landgoed de Dommert
c.
De omgevingsvergunning, zoals genoemd onder a, wordt geweigerd indien door de uitvoering van de aldaar genoemde werken of werkzaamheden, danwel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de aanwezige landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden in onevenredige mate worden of kunnen worden aangetast, tenzij er een noodzaak bestaat vanuit zwaarwegende (andere) maatschappelijke belangen en er in dat geval geen redelijke alternatieven voor handen zijn.
d. 1.
De omgevingsvergunning zoals genoemd onder a wordt in ieder geval verleend in de volgende gevallen: het betreft delen van het gebied dat is aangewezen als 'bestemming Landgoed de Dommert' die op zichzelf niet
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
43
2.
e.
(relevant) bijdragen aan de cultuurhistorische waarde van het gebied; de aantasting van de cultuurhistorische waarden, als bedoeld onder c wordt voldoende weggenomen door werken (zoals herplant van houtopstanden) die de herkenbaarheid en opzet van de oorspronkelijke structuur respecteren. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend, vragen burgemeester en wethouders advies aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit of cultuurhistorisch deskundige.
44
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
Artikel 15 15.1
Leiding - Gas
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding-Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, de instandhouding en de bescherming van hogedruk aardgastransportleidingen en voor het transporteren van (aard)gas, met dien verstande dat: a. ter plaatse van de figuur aanduiding 'hartlijn leiding – gas 8 inch' een hogedruk aardgastransportleiding aanwezig mag zijn met een diameter van maximaal 8 inch en een druk van ten hoogste 40 bar; b. ter plaatse van de figuur aanduiding 'hartlijn leiding – gas 12 inch' een hogedruk aardgastransportleiding aanwezig mag zijn met een diameter van maximaal 12 inch en een druk van ten hoogste 40 bar; 15.2 a.
b. 15.3 a. b.
c.
15.4
Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de bouwregels bij de andere bestemming(en) is op gronden met de bestemming "Leiding - Gas" uitsluitend het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) toegestaan. De maximum bouwhoogte van de onder a bedoelde bouwwerken bedraagt 2 meter. Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.2, voor het bouwen van bouwwerken overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en). Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend onder de volgende voorwaarden: 1. de veiligheid van de buisleiding wordt niet geschaad; 2. het bouwen van een kwetsbaar object is niet toegestaan. Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld onder a, wordt schriftelijk advies ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder. Gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen in een gebruik waardoor het gebouw moet worden aangemerkt als een kwetsbaar object; a. het opslaan van goederen, waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; met uitzondering van het opslaan van goederen t.b.v. van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding. 15.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
b.
c. d.
Het is verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren, die de veiligheid kunnen schaden of de continuïteit van de energievoorziening in gevaar kunnen brengen: 1. het aanbrengen van diepwortelende beplanting en/of bomen; 2. het rooien van diepwortelende beplanting en/of bomen; 3. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; 4. het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk en niet zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten; 5. het aanbrengen van verhardingen; 6. het indrijven van voorwerpen in de grond; 7. diepploegen; 8. het aanleggen van waterlopen of het verruimen, vergraven of dempen van bestaande waterlopen; 9. het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. Het in onder a bedoelde verbod geldt niet voor werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer van de gasleiding betreffen, of die reeds is uitvoering zijn op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt. De werken en werkzaamheden als bedoeld onder a zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de veiligheid van de buisleiding niet wordt geschaad.
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld onder a, wordt schriftelijk advies ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
45
Hoofdstuk 3 Artikel 16
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
46
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
Artikel 17
Algemene bouwregels
17.1
Algemene bouwregels voor het onderkelderen van gebouwen en terreinen
17.1.1
Bouwregels
Daar waar ingevolge het bepaalde in deze planregels het bouwen of verbouwen van gebouwen is toegestaan, is het niet toegestaan deze gebouwen geheel of gedeeltelijk te onderkelderen of van een onderbouw te voorzien. 17.1.2
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 17.1.1: a. voor het onderkelderen van gebouwen met een kelder of onderbouw waarvan de bovenkant van de vloer tot maximaal 5 meter onder het peil is gelegen; b. voor het onderkelderen van gebouwen en terreinen met een kelder of onderbouw tot maximaal 3 meter vanuit de boven het peil gelegen buitenwerkse gevelvlakken van het gebouw; c. voor het onderkelderen van gebouwen en terreinen met een geheel of gedeeltelijk ondergrondse parkeervoorziening ten behoeve van parkeren op eigen terrein, indien dit uit een oogpunt van functionaliteit en veiligheid noodzakelijk is. 17.1.3
Toepassingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 17.1.2 wordt uitsluitend verleend indien deze vanuit hydrologisch oogpunt acceptabel is en met inachtneming van de voorwaarden als vermeld in artikel 21.1. 17.2
Algemene bouwregels voor nutsvoorzieningen
Voor het bouwen van nutsvoorzieningen gelden de volgende bepalingen: a. de maximum oppervlakte van een bouwwerk bedraagt 25 m²; b. de maximum goothoogte van een bouwwerk bedraagt 3 meter; c. de maximum bouwhoogte van een bouwwerk bedraagt 5 meter. 17.3
Algemene bouwregels ter bescherming van bomen
Daar waar ingevolge het bepaalde in deze planregels het bouwen of verbouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is toegestaan in de directe nabijheid van op grond van Verordening Kwaliteit Leefomgeving beschermde bomen, betrekken burgemeester en wethouders bij de besluitvorming omtrent het verlenen van de omgevingsvergunning de als uitwerking van de Verordening Kwaliteit Leefomgeving vastgestelde nadere regels voor de bescherming van bomen. 17.4
Algemene bouwregels ter bescherming van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen
17.4.1
Sloopverbod
Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen dan wel te verbouwen. 17.4.2
Uitzonderingen op het sloopverbod
Het sloopverbod voor bouwwerken met de aanduiding 'karakteristiek' geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is verleend; b. die ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren; c. die van geringe omvang zijn, dan wel het normale onderhoud en beheer betreffen. 17.4.3 Toepassingscriteria a. Bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning wordt getoetst aan de beleidsregel 'Koesteren cultuurhistorie' dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt in ieder geval verleend in de volgende gevallen: bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
47
1.
c.
de karakteristieke hoofdvorm is niet langer aanwezig en kan niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand worden hersteld; 2. de karakteristieke hoofdvorm is in redelijkheid niet langer te handhaven; 3. het betreft delen van een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken, en door sloop daarvan vindt geen onevenredige aantasting plaats van de karakteristieke hoofdvorm. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend, vragen burgemeester en wethouders advies aan de cultuurhistorisch deskundige.
48
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
Artikel 18 18.1
Algemene gebruiksregels
Algemeen gebruiksverbod
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken, te laten gebruiken of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan de grond gegeven bestemmingen, tenzij voor dit afwijkende gebruik een omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met ruimtelijke regelgeving is verleend. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a onder 2° van de Wet op de economische delicten.
18.2
Beroep of bedrijf aan huis
18.2.1
Regeling beroep of bedrijf aan huis
Voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis in samenhang met wonen gelden de volgende regels: a. het maximum vloeroppervlak voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis bedraagt 30% van het totale vloeroppervlak van de woning, met inbegrip van de daarbij behorende bergruimten en bijgebouwen en met een maximum van 100 m 2; b. buitenopslag van goederen en bedrijfsmatige activiteiten in het openbaar toegankelijk gebied, anders dan laden en lossen, zijn niet toegestaan; c. horeca en detailhandel zijn niet toegestaan; d. er is geen sprake van bedrijfsactiviteiten die geheel of grotendeels zijn gebaseerd op het ontvangen van groepen klanten, tenzij wordt voldaan aan de hierna genoemde criteria: 1. tijdens de reguliere kantooruren is het ontvangen van groepen klanten van maximaal 5 personen gelijktijdig toegestaan; 2. buiten de reguliere kantooruren is het ontvangen van groepen klanten van maximaal 2 personen gelijktijdig toegestaan; 3. de hiervoor genoemde criteria zijn niet van toepassing binnen het stadserfgebied en het centrumgebied zoals genoemd in de Parkeernormennota 2017 dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel. 18.2.2
Afwijkingsregels beroep of bedrijf aan huis
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 18.2.1 onder a, voor het toestaan van een groter vloeroppervlak voor de uitoefening van een beroep of bedrijf, tot een maximum van 49%; b. lid 18.2.1, aanhef, in combinatie met artikel 1.21, voor het toestaan van een bed and breakfast. 18.3 a.
b.
18.4 a.
b.
Verbod op verkoop, vervaardiging, verwerking en opslag van vuurwerk Voor zover dit in de regels van de in het plan voorkomende bestemmingen en aanduidingen niet reeds expliciet is genoemd, is het verboden om de in dit plan begrepen gronden en de daarop aanwezige bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken voor de verkoop, opslag, groothandel, verwerking en/of vervaardiging van vuurwerk. De verkoop met opslag van consumentenvuurwerk als bedoeld onder b is alleen toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. voor de opslag van consumentenvuurwerk geldt een maximum van 10.000 kg; 2. er wordt voldaan aan de minimale veiligheidsafstanden tot (geprojecteerde) kwetsbare objecten die genoemd zijn in het Vuurwerkbesluit. Verbod op risicovolle inrichtingen Voor zover dit in de regels van de in het plan voorkomende bestemmingen en aanduidingen niet reeds expliciet is genoemd, is het verboden om de in dit plan begrepen gronden en de daarop aanwezige bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken als risicovolle inrichting. Het onder a genoemde verbod geldt niet voor reeds aanwezige risicovolle inrichtingen waarvoor in dit plan een passende planologische regeling is opgenomen.
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
49
Artikel 19 19.1
Algemene aanduidingsregels
Overige zones
19.1.1 archeologisch onderzoeksgebied b a. Ter plaatse van de aanduiding "archeologisch onderzoeksgebied b” mogen, in afwijking van het bepaalde elders in de regels van dit plan, geen bouwwerken worden gebouwd en/of werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden worden uitgevoerd die een bodemverstoring veroorzaken dieper dan 50 cm onder het maaiveld en met een bodemverstoringsoppervlakte meer dan 2.500 m². b. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a voor de bouw van bouwwerken of uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden ten behoeve van de daar voorkomende bestemming(en), indien uit archeologisch vooronderzoek blijkt dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn dan wel indien daardoor geen onevenredige aantasting plaats vindt van de aanwezige archeologische waarden. c. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afzien van het laten uitvoeren van archeologisch vooronderzoek als bedoeld onder b indien zij van oordeel zijn dat door bodemingrepen het terrein ter plaatse reeds zodanig is verstoord dat er redelijkerwijs geen sprake meer is van mogelijke aantasting van archeologische waarden. d. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld in dit lid onder b. en c. wordt verleend, vragen burgemeester en wethouders advies aan de regioarcheoloog.
19.1.2 Cultuurhistorische structuur a. Ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische structuur' is het niet toegestaan om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te (laten) voeren, voor zover de volgende omstandigheden beide van toepassing zijn: 1. de werken of werkzaamheden zijn aanwezig in of zijn zichtbaar vanuit het openbaar toegankelijk gebied danwel hebben een invloed die zichtbaar is vanuit het openbaar toegankelijk gebied; 2. het betreft typen werken of werkzaamheden die aanwezige cultuurhistorische waarden kunnen aantasten. Daarbij gaat het in ieder geval om: het aanleggen, verleggen of verharden van wegen, paden of andere (half)verhardingen; het graven en/of dempen van waterlopen (met uitzondering van greppels); het vellen, rooien of verwijderen van bomen en andere houtopstanden; b. het onder a bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden: 1. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is verleend; 2. die ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren; 3. die van geringe omvang zijn dan wel het normale gebruik, onderhoud en beheer betreffen, zoals vervanging van bestaande verharding en het snoeien van hagen en struiken; 4.
anders dan bedoeld onder 1, 2 en 3 en die op basis van het oordeel van de cultuurhistorisch deskundige worden uitgevoerd aan/in een onderdeel van de 'cultuurhistorische structuur' dat niet bijdraagt aan de waarde van de 'cultuurhistorische structuur'. 5. die plaatsvinden in het kader van de aanleg van de wegenstructuur (erftoegangswegen en wijkontsluitingswegen) zoals deze is opgenomen in het Masterplan Eschmarkerveld (bijlage 3 kaart wegenstructuur Eschmarkerveld) c. De omgevingsvergunningen als bedoeld onder a en b worden geweigerd indien door de uitvoering van de daar genoemde werken of werkzaamheden, danwel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de aanwezige 'cultuurhistorische structuur' in onevenredige mate wordt of kan worden aangetast, tenzij er een noodzaak bestaat vanuit zwaarwegende (andere) maatschappelijke belangen en er in dat geval geen redelijke alternatieven voorhanden zijn. d. van onevenredige aantasting als bedoeld onder c is in ieder geval sprake indien: 1. de doorsnijding van een houtsingel door een weg, pad en dergelijke meer dan 10 meter bedraagt of 2. het percentage/de breedte van gezamenlijke doorsnijdingen meer dan 25% van de lengte van het betreffende lijnelement bedraagt; e.
De omgevingsvergunningen als bedoeld onder a en b worden in ieder geval verleend in de volgende gevallen: 1. de 'cultuurhistorische structuur' is niet langer aanwezig en kan niet zonder ingrijpende wijzigingen worden hersteld danwel is in redelijkheid niet langer te handhaven; 2. de aantasting van de 'cultuurhistorische structuur', als bedoeld onder d, wordt voldoende weggenomen door bouwwerken (zoals nieuwbouw na sloop) of andere werken (zoals herplant van houtopstanden) die de herkenbaarheid en opzet van de oorspronkelijke structuur respecteren.
50
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
f.
Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend, vragen burgemeester en wethouders advies aan de cultuurhistorisch deskundige. Daarbij wordt getoetst aan de beleidsregel 'Koesteren cultuurhistorie' dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel.
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
51
Artikel 20 20.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijkingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit plan: a. voor het afwijken van de in het plan voorgeschreven maten, afmetingen en percentages met ten hoogste 10%; b. voor het uitvoeren van een bouwplan, indien op grond van de definitieve uitmeting van het bouwperceel of in verband met de verkaveling of situering blijkt dat aanpassing van het bestemmingsplan noodzakelijk zou zijn en de afwijking van de bouwgrens niet meer bedraagt dan 3 meter; c. voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken op aangekocht voormalig openbaar groen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. het aangekochte terrein grenst aan het perceel waarop het hoofdgebouw is gesitueerd en is te beschouwen als 'erf'; 2. er wordt voldaan aan de bouwregels voor bijbehorende bouwwerken van de bestemming die geldt voor het hoofdgebouw. d. voor het bouwen van een ondergrondse voorziening voor het bergen van hemelwater in openbaar toegankelijk gebied; e. voor het bouwen van erf- en perceelafscheidingen in het voorerfgebied, tot een maximum bouwhoogte van 2 meter; f. voor het bouwen van erf- en perceelafscheidingen in het achtererfgebied, tot een maximum bouwhoogte van 3 meter; g. voor het realiseren van vlaggenmasten, tot een maximum bouwhoogte van 15 meter.
52
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
Artikel 21 21.1
Algemene procedureregels
Afwegingskader voor afwijkingsregels
Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid zoals bedoeld in deze regels, geldt als voorwaarde dat geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van: het woon- en leefklimaat; het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de parkeersituatie in de openbare ruimte; de sociale veiligheid; de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; de milieusituatie; de cultuurhistorische waarde; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
53
Artikel 22 22.1
Overige regels
Parkeren
22.1.1 Parkeerregels algemeen a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en / of voor het wijzigen van het gebruik van een gebouw dan wel het wijzigen van het gebruik van een onbebouwd terrein wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw dan wel het onbebouwd terrein in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor: 1. het parkeren van auto's; 2. het stallen van fietsen. b. De onder a genoemde voorzieningen worden gerealiseerd en in stand gehouden op eigen terrein, in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort respectievelijk op of onder het onbebouwde terrein waarvan het gebruik wordt gewijzigd. 22.1.2
Afwijken van de parkeerregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 22.1.1: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover aantoonbaar op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien. 22.1.3 Beleidsregels a. Bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in de leden 22.1.1 en 22.1.2 wordt getoetst aan de Nota parkeernormen Enschede 2017 dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel; b. In afwijking van a. gelden voor de functie wonen in Boswonen Noord de onderstaande parkeernormen:
22.2 a.
b. c. d.
Bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de oppervlakte van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in voorzieningen voor het bergen en/of in de bodem infiltreren van hemelwater afkomstig van bebouwing, bij voorkeur in combinatie met drainage. De onder a genoemde voorzieningen worden gerealiseerd en in stand gehouden op eigen terrein, in, op, aan of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. de inhoud minimum bergingsopgave hemelwater op eigen terrein als bedoeld onder a bedraagt 20 mm per m 2 bebouwd oppervlak; in aanvulling op het bepaalde onder c geldt voor vervangende nieuwbouw met een groter grondoppervlak dan de oorspronkelijke bebouwing de volgende bergingsopgave: 1. tenminste 0,02 mm per m2 voor het te bebouwen oppervlak dat gelijk is aan het voorheen bebouwde oppervlak;
54
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
2. e. f.
tenminste 0,055 mm per m2 voor het ten opzichte van het voorheen bebouwde oppervlak aanvullend te bebouwen oppervlak. de onder a bedoelde berging of infiltratie van hemelwater dient het (teveel aan) water af te wateren op een voorziening voor de ontvangst van hemelwater in het openbaar toegankelijk gebied; Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a indien berging of infiltratie van hemelwater op eigen terrein redelijkerwijs niet op doelmatige wijze mogelijk is.
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
55
Hoofdstuk 4 Artikel 23
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
23.1
Overgangsrecht bouwwerken
23.1.1
Overgangsbepaling
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 23.1.2
Afwijken
Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde in lid 23.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 23.1.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken
Lid 23.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 23.2
Overgangsrecht gebruik
23.2.1
Overgangsbepaling
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 23.2.2
Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 23.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 23.2.3
Verboden gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in lid 23.2.1, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 23.2.4
Uitzondering op het overgangsrecht gebruik
Lid 23.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
56
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
Artikel 24
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Eschmarkerveld 2023".
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
57
Colofon Dit is een uitgave van: Afdeling Bestemmen Cluster Omgeving & Recht Gemeente Enschede
© Mei 2024, gemeente Enschede