CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Onderzoek naar (de positievan) Sportaal

Stedelijke commissie 22 maart 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Motie positie Sportaal4.393 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport

Onderzoek naar (de positie van) Sportaal

Juni 2020

1

Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. De door Sportaal geboekte (inhoudelijke) resultaten, vergeleken met de inzet onder gemeentelijk regime 3. De financiële verschillen tussen Sportaal en de voormalige gemeentelijke afdeling Sport en de Enschedese Zwembaden NV 4. Governance aspecten 5. Conclusies Bijlagen: 1. Expertoordeel prof. em. A. Brack 2. Onderzoek naar tarieven Sportaal 3. Accomodatieonderzoek Overijssel 2018 4. BMC rapportage Evaluatie Sportaal Enschede – Transitiejaar 2017 5. Reactie Sportaal op rapportage BMC 6. Agendaformulier BW evaluatie Sportaal 7. Brief raad stand van zaken taakstelling Sport 2018

2

1. Inleiding De Gemeenteraad heeft op 9 juli 2019, bij de bespreking van de Zomernota 2019, een motie aangenomen. Met de motie wordt aan het College de opdracht gegeven een onderzoek te doen naar de effectiviteit van Sportaal als extern bedrijf en daarin expliciet de mogelijkheid te onderzoeken tot het terugbrengen van het sportbedrijf onder de vleugels van de gemeente (inclusief het in beeld brengen van de financiële en maatschappelijke consequenties). De overwegingen bij de motie luidden als volgt: dat: - Enschede de enige aandeelhouder is van Sportaal, - het ontvlechten van de sport tot nu toe nog geen financieel voordeel heeft opgeleverd; sterker nog dit enkel heeft geleid tot oplopende kosten voor sport (extra C730K voor de komende jaren), - het sportbedrijf geen recht meer heeft op aftrek van BTW en dit een behoorlijke extra kostenpost betekent, - sport bijdraagt aan het algemeen welzijn, maar oplopende tekorten de kwaliteit van de sport activiteiten onder druk zet - Enschede staat voor een zware bezuinigingsopgave en iedereen daaraan een steentje moet bijdragen Dit onderzoek is op hoofdlijnen uitgevoerd, en wel door 3 elementen te bekijken: A. De door Sportaal geboekte (inhoudelijke) resultaten, vergeleken met de inzet onder gemeentelijk regime. B. De financiële verschillen tussen Sportaal en de voormalige gemeentelijke afdeling Sport en de Enschedese Zwembaden NV. C.

De Governance-aspecten. Hierbij is gebruik gemaakt van de diverse onderzoeken (zie bijlages) die de afgelopen jaren door derden zijn uitgevoerd, voor zover significant en toepasbaar. In dit rapport worden achtereenvolgens de 3 genoemde elementen van de vraagstelling tegen het licht gehouden. Vooraf twee opmerkingen over de feitelijke juistheid van 2 passages in de motie. Ten eerste is in de overwegingen in de motie opgenomen dat “het ontvlechten van de sport tot nu toe geen financieel voordeel heeft opgeleverd; sterker nog dit enkel heeft geleid tot oplopende kosten voor de sport (730.000 euro voor de komende jaren)”. Dit is feitelijk onjuist. In dit bedrag (de optelsom van 4 jaren compenserende bijdragen aan Sportaal) zit voor 120.000 euro de afwikkeling van een gemeentelijk personeel vraagstuk, voor 380.000 euro indexatie van de bijdrage, voor 180.000 euro de bijstelling van de professionaliseringstaakstelling en voor 50.000 euro tenslotte nog de bijstelling van de taakstelling op de clustering van sportvelden. Alle genoemde posten zouden zich ook hebben voorgedaan als Sportaal niet was verzelfstandigd. Ten tweede wordt in de motie melding gemaakt van het vervallen van het recht op BTW aftrek bij Sportaal. Op zich klopt het dat de BTW aftrek is vervallen: echter via de zogenaamde SPUK-subsidie kan BTW die betrekking heeft op sport worden gecompenseerd.

Dit is vanaf 2019 (ingevolge Europese regelgeving) het geval. Ook als de activiteiten door de gemeente zouden worden uitgevoerd vindt compensatie via dezelfde SPUK-subsidie plaats (en niet via het “normale” BTW Compensatie Fonds). Terugbrengen van Sportaal als gemeentelijk bedrijf maakt voor de btw-compensatie derhalve geen enkel verschil.

3

Tarieven Sportaal Naar aanleiding van een inmiddels ingetrokken motie d.d. 11 november 2019, is tevens toegezegd in samenhang met het onderzoek naar de positie van Sportaal te kijken naar de tariefstelling van Sportaal in relatie tot andere gemeenten. De bevindingen van het onderzoek naar de tarieven zijn als aparte bijlage bij dit rapport gevoegd.

2. De door Sportaal geboekte (inhoudelijke) resultaten, vergeleken met de inzet onder gemeentelijk regime. Al in 2017 heeft het College BMC opdracht gegeven te evalueren wat de oprichting van Sportaal de stad gebracht heeft. De conclusies van het onderzoek (november 2017, Evaluatie Sportaal Enschede – transitiejaar 2017) maken duidelijk dat Sportaal in het eerste jaar zich heeft ingezet als uitvoeringsorganisatie voor de sport en dat er een stap in de goede richting is gezet om de doelstellingen te bereiken die met de oprichting voor ogen waren. De evaluatie laat zien dat Sportaal toekomstwaarde heeft. Dat is voor het college de reden geweest om destijds te besluiten om door te gaan met Sportaal en de transitieperiode af te sluiten. Het personeel is daarna (1 januari 2018) ook overgegaan naar Sportaal. De raad is op 20 december 2017 met een brief geïnformeerd over deze evaluatie. Sportaal heeft de taak om uitvoering te geven aan de ambities uit het vastgestelde sportbeleid. Zo wordt ingezet op het bevorderen van een gezonde leefstijl, het uitbouwen van de maatschappelijke functie van sport, het ontdekken en ontwikkelen van talenten en het versterken van de verenigingskracht. Concreet draagt Sportaal bij aan doelstellingen 1.01 Jeugd is gezond en actief en 2.01 De inwoners zijn gezond en actief uit de gemeentebegroting 2019, begrotingsprogramma Vitaal en sociaal.

Dat gebeurt o.a. door sportactiviteiten te organiseren, voor veilige en schone sportaccommodaties te zorgen en sporten voor iedereen bereikbaar te maken. Hiermee draagt Sportaal bij aan de doelstellingen binnen het begrotingsprogramma Vitaal en Sociaal. Door middel van een overeenkomst, opdracht en indicatoren zijn de afspraken met Sportaal vastgelegd. Sportaal BV is op 1 januari 2017 ontstaan uit de samenvoeging van NV Enschedese Zwembaden en de onderdelen sportaccommodaties en sportstimulering van de gemeente Enschede. De gemeente Enschede is de enige aandeelhouder. Sportaal heeft nu 2 jaar volledig gedraaid. De ontvlechting van de gemeente en de taakstelling op de sport hebben veel inzet gevraagd. Zoals ook uit de uitgevoerde evaluatie naar voren is gekomen heeft het tastbaar maken van de meerwaarde voor de sport en de sporter voor en door Sportaal tijd nodig. Sportaal heeft hierin goede stappen gezet door te werken aan een structurele basis zoals o.a. de inzet van het sportkennismakingsprogramma Sjors Sportief en de inzet van Life Goals bij maatschappelijke activiteiten. Daarnaast is er kennis ontwikkeld op het gebied van Bewegend Leren en is in samenwerking met basisschool de Regenboog het concept ‘Kom in beweging op de Regenboog’ ontwikkeld met als kroon de prijs tot Beste beweeginitiatief van 2019.

Ook de aandacht vanuit de sportregisseurs voor het inzetten van sport als middel binnen de uitdagingen die spelen in de wijken en de verbinding met zorg zijn belangrijke stappen om sport breder in te zetten. Dit heeft ertoe geleid dat, in samenwerking met Menzis en de gemeente Enschede, er sinds eind 2019 beweegmakelaars actief zijn, om gericht bewoners met overgewicht en bewegingsachterstand in beweging te krijgen en te stimuleren naar een gezondere leefstijl. Naast nieuwe initiatieven is er ook veel inzet gepleegd op borging en het leveren van een structurele bijdrage. Er zijn in het verleden veel initiatieven geweest die wel een bijdrage leveren, maar vaak tijdelijk van aard waren of geen duidelijk vervolg hadden na een projectperiode. Vanuit Sportaal is ingezet op langdurige trajecten. Op die manier is er sprake van een efficiëntere inzet van overheidsmiddelen: trajecten en projecten die al langer draaien, gaan meer effect krijgen, doordat deelnemers langer aan het sporten blijven: gedragsverandering.

4

Er speelt veel binnen de sport. Rondom de sportaccommodaties hebben de zwembadvisie en de ontwikkeling van Sportcampus Diekman veel tijd gevraagd. Alles overziend kunnen we vaststellen dat de oprichting van Sportaal niet heeft geleid tot het stopzetten van bepaalde activiteiten, dan wel het stoppen van het faciliteren van activiteiten. Echter het heeft juist geleid tot een uitbreiding van activiteiten en het structureel maken van eerder incidentele activiteiten. Inhoudelijk is de inzet dus versterkt.

3. De financiële verschillen tussen Sportaal en de voormalige gemeentelijke afdeling Sport en de Enschedese Zwembaden NV. Op 27 juni 2016 is door de raad besloten om een financiële taakstelling op te leggen aan de sportaccommodaties en de zwembaden. Deze taakstelling moest worden opgelost via vijf lijnen: • efficiënte organisatie-inrichting sportbedrijf: € 200.000 bedrijfsvoering en € 60.000 extra inkomsten; •

Taakstelling zwembaden € 272.000;

•

efficiëntere inzet van accommodaties: € 351.200;

• huurdifferentiatie (meer samenwerking stimuleren, prikkelen tot efficiëntere bezetting): € p.m.,• genereren van extra middelen o.a. door slimme combinaties in sport, opvoeden, onderwijs, erk en zorg: € 125.000. Geconcludeerd kan worden dat een groot gedeelte van de maatregelen is gerealiseerd. De taakstellingen die als opdracht bij Sportaal lagen zijn inmiddels allemaal gerealiseerd. Er zijn nog wel twee taakstellingen waarvan realisatie een gemeentelijke verantwoordelijkheid is. De nog niet gerealiseerde taakstelling op het terrein van clustering neemt meer tijd in beslag en is in de zomernota 2019 meegenomen bij de opgave versneld clusteren van sportvelden. De taakstelling op fiscaal terrein van € 100.000 is nog onzeker zoals aangegeven in de zomernota 2019. Sportaal - Jaarresultaat 2017 - € 96.000 Voordeel Na de politiek bestuurlijke besluitvorming in 2016, waarmee de samenvoeging van gemeentelijke activiteiten op het gebied van sport met de NV Enschedese Zwembaden in Sportaal BV een feit werd, stond het transitiejaar 2017 in het teken van definitieve ontvlechting van de gemeente en inrichting van de eigen organisatie. De evaluatie die het college eind 2017 liet uitvoeren op de eerste resultaten zijn evident: Sportaal heeft als uitvoeringsorganisatie voor de sport goede stappen gezet om de doelen die met de oprichting van Sportaal zijn gesteld te behalen.

De basis is op orde: De ontvlechting van de gemeente op financieel en personeel gebied heeft de nodige energie gevraagd, maar met succes. De extra taakstelling van 1 miljoen euro in de sport is samen met de gemeente zo veel mogelijk opgelost en leidde tot een sluitende begroting van Sportaal voor 2018. Het tastbaar maken van de meerwaarde van Sportaal voor sportend Enschede kost tijd. Verenigingen geven weliswaar aan dat het eerste beeld positief is, maar erkennen ook dat voor grotere veranderingen, politieke besluitvorming en meer tijd nodig is. Ook de nieuwe verhouding met de gemeente moet zich uitkristalliseren. De gemeente moet meer sturen op regie en hoofddoelstellingen en minder ontvankelijk zijn voor primaire signalen uit het veld. Sportaal sluit 2017 af met een financieel voordeel van € 96.890. Een mooi resultaat voor het eerste jaar waarin Sportaal op vele onderdelen actief is geweest. Het resultaat is toegevoegd aan de algemene reserve om zo ook toe te werken naar een gezond weerstandsvermogen voor Sportaal. Sportaal - Jaarresultaat 2018 - € 77.000 Voordeel 2018: Het tweede jaar van Sportaal. Ook het jaar van de gemeentelijke verkiezingen met een nieuwe politieke coalitie, een nieuwe wethouder sport en ook ambtelijk een andere invulling van de posities.

5

Financieel ligt Sportaal op koers. De laatste afspraken met de gemeente Enschede ten aanzien van de financiële ontvlechting zijn ambtelijk afgehecht en zijn in 2019 bestuurlijk voorgelegd.

Sportaal sluit 2018 positief af met een financieel voordeel van € 76.890 euro. Een mooi resultaat voor het tweede jaar van het bestaan. Kortom: Sportaal kijkt terug op een jaar waarin ze zichzelf hebben verbeterd en mooie resultaten hebben behaald. Er is geïnvesteerd in externe relaties en er is een start gemaakt met op herijking visie en missie. Sportaal - 2019 Ook in 2019 was het resultaat positief en wel ter grootte van €1.845 euro. Daarmee is het resultaat over drie jaar structureel positief.

Aanvullende opmerkingen financieel Als Sportaal weer binnen de gemeente geplaatst zou gaan worden is op een paar onderdelen zeker met een kostenstijging rekening te houden. Bijvoorbeeld: - CAO Gemeenten is duurder dan CAO Vermo, die Sportaal hanteert. Personeelskosten zouden derhalve hoger worden bij terugkomst binnen de gemeente. - Mismatch indexatie: Sportaal krijgt hogere indexatie in lasten doorberekend (huur vastgoed, energie en personele lasten) maar kan deze niet doorzetten in haar tarieven voor het zwembad of de verhuur van accommodaties. De indexatie van de exploitatiebijdrage (1,5% in 2020) sluit niet aan met werkelijke kostenontwikkeling ten aanzien van huurlasten, personeel en energie (prijsstijging van gemiddeld 3%). Conclusie Als we de cijfers overzien kunnen we stellen dat de financiële resultaten sinds het bestaan van Sportaal gunstiger zijn dan onder het voorafgaand gemeentelijk regime.

4. Governance aspecten In opdracht van het College is Prof. Em. Mr. A. Brack (emeritus hoogleraar Juridische aspecten van bedrijfskunde aan de Universiteit van Twente) in zijn rapportage van oktober 2019 ingegaan op de governance aspecten. Deze rapportage is als bijlage 1. bijgevoegd bij dit onderzoek. Brack stelt vast dat er van een “echte” verzelfstandiging nog geen sprake is. Hij geeft bijvoorbeeld aan dat de gemeente enig aandeelhouder is en dat Sportaal niet zelfstandig over de tarieven gaat. Ten aanzien van het terugbrengen van Sportaal onder de gemeentelijke vleugels geeft prof. Brack kort gezegd aan dat het terugbrengen van Sportaal als gemeentelijk sportbedrijf onder de vleugels van de gemeente zou getuigen van een onbetrouwbaar en niet consistent beleid”. Hij schrijft letterlijk: “Zeker is dat het terugdraaien na amper drie jaar van het in gang gezette beleid naar verzelfstandiging aan de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de gemeentelijke besluitvorming afbreuk doet. Meer nog dan dat zou het ook in een ander opzicht een desinvestering zijn: een aanmerkelijk deel van de in de opbouw van zelfstandigheid gestoken energie is dan voor niks geweest”.

6

Prof. Brack gaat in zijn advies nog verder, hij meent dat de vorm van een B.V. minder geschikt is en hij beveelt aan om Sportaal op nog grotere afstand te zetten. Hij denkt dan aan een Stichting of een Coöperatie. Het is de vraag of dit – op zich niet onlogische advies – op dit moment navolging verdient. Ook hier geldt immers het argument van betrouwbaarheid en geloofwaardigheid. Tevens zal (ook voor de werknemers) ongewenste onrust rond Sportaal ontstaan door weer een wijziging in rechtsvorm terwijl de B.V. pas 3 jaar bestaat. Bovendien: onder elk construct, of dat nu B.V., Stichting of Coöperatie is, kan het werk van Sportaal op een goede manier worden uitgevoerd. Het gaat daarbij wel om de scherpte van de opdracht en de bereidheid van de gemeente om op afstand te blijven van de uitvoering. Op dit moment lijkt daarom het veranderen van de rechtsvorm niet noodzakelijk en zelfs af te raden.

5. Conclusies De punten uit de motie nalopend leidt het bovenstaande tot de volgende deelconclusies: A. Financieel bezien voert Sportaal dezelfde werkzaamheden goedkoper uit dan een gemeentelijk Sportbedrijf dit zou doen (taakstelling is behaald). Daarnaast zou het terugbrengen van Sportaal ook gevolgen hebben voor de personeelskosten: de CAO gemeente is duurder dan de VERMO-CAO. Invlechting kost daarnaast weer veel inspanning en leidt tot kosten waar geen besparing tegenover staat. B. Inhoudelijk gezien is er geen aanleiding aan te nemen dat het terugbrengen van Sportaal binnen de gemeentelijke organisatie tot betere resultaten zou leiden. C. Ten aanzien van de governance op zich leidt het terugbrengen van Sportaal naar de gemeente tot afbreuk aan geloofwaardigheid en betrouwbaarheid, zonder dat dit financiële of inhoudelijke voordelen oplevert. Omvormen naar een construct dat de afstand tot de gemeente verder vergroot is op dit moment niet verstandig en zal daarnaast ook de onrust rond Sportaal weer vergroten. Eindconclusie Het naar aanleiding van de motie ingestelde onderzoek leidt tot de conclusie dat er financieel noch inhoudelijk reden is om de positie van Sportaal ten opzichte van de gemeente te wijzigen. Ook het veranderen van de rechtsvorm (construct) leidt op dit moment niet tot voordelen.

Bijlage 1. Expert oordeel prof. em. A. Brack

De Governance-aspecten (advies van prof. em. A. Brack). Inleiding Decennia geleden zag onze samenleving er overzichtelijk uit: wat geen overheid was, werd gerekend tot de “markt” (particulier bedrijfsleven) en daar zat niet veel tussen. Sindsdien is de overheid door privatiseringen aanzienlijk kleiner geworden en het gebied tussen overheid en markt is vele malen groter door het ontstaan van maatschappelijke ondernemingen en semi-publieke instellingen. De situatie is thans: aan de ene kant allerlei overheidsinstanties in de publieke sector met regels van publiek recht, aan de andere kant organisaties en ondernemingen in de particuliere sector met regels van privaatrecht. En daartussen een omvangrijke maatschappelijke sector met vele varianten van publiek-private samenwerking (PPS), een gemengd rechtsysteem en eigen sectorcodes. Denk onder andere aan onderwijs, cultuur, gezondheidszorg, woningcorporaties.

7

Government en governance De organisatievormen zijn dienstig aan de maatschappelijke doelstelling. De publieke sector – “government”- kent eigen wettelijk geregelde organisaties zoals provincies, gemeenten en waterschappen. En verantwoordelijkheid wordt gedeeld in gemeenschappelijke regelingen. De organisaties in de semi-publieke en private sector maken gebruik van de in het privaatrecht beschikbare rechtsvormen, zoals vennootschappen, verenigingen en stichtingen en kiezen hieruit het voor de eigen organisatie meest geschikte type (“governance”). Beoefenaren van een vrij beroep bijvoorbeeld kunnen samenwerken in een maatschap, zorginstellingen zijn vaak stichtingen, evenals musea, en woningcorporaties kunnen vereniging of stichting zijn. De keuze is niet helemaal vrij, want niet elke rechtsvorm is geschikt voor elk maatschappelijk doel. Maar hoe dan ook, Stichting Concordia Kunst & Cultuur “maakt kunst vanzelfsprekend” (website) en Sportaal maakt sporten vanzelfsprekend, maar het is zeer de vraag of dat wel een besloten vennootschap, zoals thans, zou moeten zijn. Een BV is de rechtsvorm van een op winst gerichte onderneming.

PPS Een eigentijdse ontwikkeling is dat overheidsinstellingen niet “alleen maar” verticale organisatievormen zijn waarvan hierarchie, bovengeschiktheid en ondergeschiktheid wezenskenmerken zijn, maar dat zij in toenemende mate en in aanvulling hierop soms ook kiezen voor meer horizontale vormen van samenwerking omdat dat een geschiktere governance is voor de te bereiken maatschappelijke doelen, zoals in de publiek-private samenwerkingsector. Dan deelt de overheid haar verantwoordelijkheid met een of meer private organisaties. Een geschikte governance is daar een onmisbaar gereedschap bij.

Sportaal Het portaal naar de sport in zijn huidige vorm dateert van 1 september 2016 en is sinds 1 januari 2017 een besloten vennootschap (BV). Van een echte verzelfstandiging kan nog niet worden gesproken omdat de gemeente de enige aandeelhouder is, die bovendien de huurtarieven van de zwembaden en sportaccommodaties vaststelt. Blijkens zijn website wil Sportaal een “laagdrempelig en herkenbaar bedrijf” zijn, het “sportbedrijf in de gemeente Enschede”. Merk op dat er niet staat: van de gemeente. En het jaarverslag 2018 deelt ons mee “Sportaal staat, de basis is steeds beter op orde, maar er zijn en blijven uitdagingen.” Een volgende stap in de verzelfstandiging ligt meer in de lijn van de gewekte verwachtingen dan een terugkeer naar een onzelfstandig onderdeel van de ambtelijke gemeentelijke organisatie. Het is nog maar de vraag of een terugkeren op gezette schreden de financiële beheersbaarheid zal verhogen. Zeker is dat het terug draaien na amper drie jaar van het in gang gezette beleid naar verzelfstandiging aan de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de gemeentelijke besluitvorming afbreuk doet. Meer nog dan dat zou het ook in een ander opzicht een desinvestering zijn: een aanmerkelijk deel van de in de opbouw van zelfstandigheid gestoken energie is dan voor niks geweest.

Partners Consequenter is het om de volgende stap te zetten naar verzelfstandiging door na te denken over doel en missie van de organisatie. “Samen Sportaal” (website) is het motto en geeft het wezenskenmerk aan van de organisatie: samen met de zogenoemde partners sporten mogelijk maken en sportfaciliteiten aanbieden en in stand houden. Daar hoort een geschikte governance bij en het voornemen om Gebruikersraden op te richten is een duidelijke hint in welke richting die governance moet worden ontwikkeld. Het is niet de gemeente die (als enige) eindverantwoordelijk zou moeten zijn, het zijn de betrokken partners, waaronder veel verenigingen, die een gezamenlijk belang en dus een gedeelde verantwoordelijkheid hebben. Financiële middelen en juridische dingen zijn gereedschappen, instrumenten om een missie te realiseren en zijn geen doelen op zich zelf. Twee opties De betrokkenheid van de gemeente bij Sportaal zou niet langer in de rechtsvorm verankerd hoeven te zijn, maar verzekerd kunnen worden in de subsidievoorwaarden, eventueel aangevuld met specifieke overeenkomsten van opdracht. De meest geëigende toekomstige rechtsvorm voor Sportaal is ofwel die van een stichting of die van een coöperatieve vereniging. Een stichting is een voor een bepaald doel bijeengebracht vermogen, een coöperatie is een democratische ondernemingsvorm die met

8

leden overeenkomsten sluit. In beide varianten kan de bestaande raad van commissarissen (RvC) blijven bestaan. In een stichting kunnen (belangrijke) gebruikers van sportfaciliteiten een lid afvaardigen naar een raad van advies (RvA). In een coöperatie kunnen de gebruikers de governancestatus van medeverantwoordelijke partner krijgen. Slotsom Uiteindelijk is het natuurlijk aan de politiek om te beslissen wat tot de overheid hoort, wat geheel geprivatiseerd kan worden of blijven en in welke maatschappelijke ondernemingen sprake zou moeten zijn van publiek-private samenwerking.

( oktober 2019)

Met vriendelijke groet, prof em. mr A. Brack ABC Antoni Brack Consulting Juridische bedrijfsvoering: Compliance & Governance

Bijlage 2. Onderzoek naar tarieven Sportaal Naar aanleiding van een ingetrokken motie van 11 november 2019 is toegezegd in samenhang met bovenstaand onderzoek naar de positie van Sportaal, te kijken naar de tariefstelling van Sportaal in relatie tot andere gemeenten. Als gemeente vinden wij het heel belangrijk dat iedereen in Enschede de mogelijkheid heeft om te kunnen sporten. Wij doen er dan ook alles aan sporten en bewegen te stimuleren. De gemeente investeert jaarlijks miljoenen in de sport, die we in zetten voor o.a.: 

De exploitatie van onrendabele maar onmisbare accommodaties als sportvelden, sporthallen en zwembaden;

Verenigingssubsidie;

Sportkennismaking en sportstimulering

9

Benchmark tarieven Er zijn diverse vergelijkingsonderzoeken bekend (vooral vanuit het op dit gebioed gezaghebbende Mulier Instituut). De diverse onderzoeken waar we naar gekeken hebben stammen wel uit verschillende jaartallen.

    

https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=3583&m=1422883350&action=file.downl oad (Big 5 Brabantse gemeenten 2014) https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=9446&m=1553856529&action=file.downl oad (Arnhem en omstreken 2019) https://sportzaken.pro/wp-content/uploads/2019/05/Tarievennota-sport-2019.pdf (Gorinchem 2019) https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-51215.html (Leeuwarden 2017) https://sportzaken.pro/wp-content/uploads/2016/04/Notitie-Buitensporttarieven.pdf (Amsterdam 2016) http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/Images/Leeuwarden/i288820.pdf

De gemeente Enschede wil graag inzicht in de hoogte van de tarieven en hoe deze tarieven zich verhouden tot de tarieven in omliggende en vergelijkbare gemeenten. Vanaf 1 januari kunnen gemeenten en exploitatiestichtingen geen btw meer terugvragen op de inkoop voor producten en diensten voor sportbeoefening. In plaats hiervan heeft het kabinet twee compensatieregelingen in het leven geroepen. Hier kunnen gemeenten en sportverenigingen aanspraak op maken. In onderstaande tabel vergelijken we de tarieven van de gemeente Enschede met andere gemeenten. Aangezien het om onderzoeken uit verschillende jaartallen gaat, staat Enschede er tussen met het tarief uit 2016 en het tarieven uit 2019/2020. Als we kijken naar de hoogte van de tarieven dan zijn de tarieven in de gemeente Enschede soms hoger en soms lager dan de tarieven van de andere soortgelijke gemeenten. Over het algemeen dus een gemiddelde positie.

Leeuwarden Heerenveen Groningen Zwolle

Jaartal 2016 2016 2016 2016

Sporthal €46,05 €39 €54,19 €59,6

Gymzaal €17,7 €10 €24,04 €16,05

Amersfoort

2016

€57,7

€14,45

Gorinchem

2019

€62

€17,10

Hengelo

2020

€40,10

€17,70

Almelo Enschede

2020 2016

€38,15 €51,70

€15,90 €11,05

Enschede

2019

€61,50

€15,5

Sportveld

Natuurgras €3892 Kunstgras €8383 Natuurgras €6581 Kunstgras €13162 Natuurgras €4398 Kunstgras €9390 Natuurgras €3227 Kunstgras €13809 Natuurgras €3592 Kunstgras €7184 Natuurgras €7017 Kunstgras €14035

10

Enschede

2020

€62,40

€15,70

Natuurgras €7123 Kunstgras €14246

In Enschede zijn de sportaccommodaties in eigendom van de gemeente (vastgoed). Het sportbedrijf huurt de velden van afdeling vastgoed en verhuurt de velden aan de sportverenigingen. De huurtarieven in Enschede wijken af van twee verschillende benchmarken. In verhouding tot omliggende gemeenten (minder inwoners, lagere mate van stedelijkheid) is het huren van een binnen/buitensportaccommodatie duur. Afgezet tegen vergelijkbare gemeenten (qua inwoneraantal, stedelijkheid) zijn de Enschedese tarieven lager. Verschillen tussen gemeenten Landelijk gezien is er in binnen de verschillende gemeenten, op het gebied van sportaccommodaties, sprake van een veelheid aan historisch gegroeide tarieven, met differentiaties naar dag en avond, structureel en incidenteel, vereniging, commercieel en ander gebruik, inclusief en exclusief diverse kostenposten en tal van afwijkende afspraken. Daarnaast worden door diverse gemeenten verschillende vergoedingen en subsidies toegekend, die vaak onlosmakelijk verbonden zijn met de tarieven van sportaccommodaties. De tarieven van sportaccommodaties kunnen niet los worden gezien van het andere financiële beleidsinstrument subsidies. Hierdoor is het lastig om de eigen gehanteerde tarieven te vergelijken met de tarieven van soortgelijke accommodaties in andere (omliggende) gemeenten.

Daarnaast zijn de tarieven van de sportaccommodaties veelal op historische grondslag bepaald. Om meer zicht te krijgen op de samenstelling van tarieven en subsidies en de verschillen hierin tussen gemeenten, heeft Sportservice Overijssel i.s.m. het Mulier Instituut in 2018 een tarieven- en subsidievergelijking uitgevoerd. Bron: Rapportage accommodatieonderzoek Overijssel 2018. (bijlage 3)

Echter, om de gemeenten met elkaar te gaan benchmarken is lastig. De oorsprong van de tarieven is vaak anders opgebouwd. Er bestaat een veelheid van de verstrekte subsidies aan sportverenigingen. Daarnaast hebben gemeenten vaak hun eigen voorwaarden toegekend aan de subsidies. In het onderzoek van Sportservice Overijssel zie je bijvoorbeeld dat sommige gemeenten helemaal geen subsidie kennen. En Enschede één van de weinige gemeenten is, die überhaupt nog volwassensubsidie kent. De hoogte van deze subsidies, kan dus een heel ander beeld gaan geven op de totale kosten/baten voor een sportvereniging.

We moeten voorkomen dat we appels met peren gaan vergelijken. Voorbeeld: Met betrekking tot de tarieven van de buitensportaccommodaties zijn er grote verschillen tussen gemeenten. Een verklaring hiervoor kan zijn dat het huurtarief gekoppeld is aan een investering van de vereniging in de velden. Wanneer een vereniging een deel van de aanleg van een veld heeft bekostigd, kan het zijn dat de gemeente een lager huurtarief rekent. Een aantal gemeenten verlaagt de tarieven bijvoorbeeld ook wanneer sportverenigingen hier iets tegenover zetten in de vorm van zelfwerkzaamheid. Voorbeelden hiervan zijn het schoonhouden of onderhouden van de kleedkamers en het zelf onderhouden van de velden.

Huidige situatie De tarieven voor sportaccommodaties zijn niet anders geworden sinds de oprichting van Sportaal. De tarievenopbouw zou namelijk ook niet anders zijn geweest als de sportaccommodaties nog onder de gemeente zouden vallen. Ook op het punt van de tarieven geldt derhalve wederom dat het

11

terugbrengen van Sportaal bij de gemeentelijke organisatie geen gevolgen zou hebben. De gemeente stelt zelfs de tarieven vast (!). Er heeft alleen een toepassing van de differentiatie van de huurkorting plaatsgevonden. Dit was echter nog in de periode voor de oprichting van Sportaal en was onderdeel van de sportnota 2015-2018.

12

Bijlage 3. Accomodatieonderzoek Overijssel 2018 (PDF) Bijlage 4. BMC Rapportage Evaluatie Sportaal Enschede – Transitiejaar 2017 Bijlage 5. Reactie Sportaal op Rapportage BMC Bijlage 6. Agendaformulier BW evaluatie Sportaal Bijlage 7. Brief raad stand van zaken taakstelling Sport 2018

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=3f776afb-b01b-48cd-958f-4bc93ba02e2e