CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

rapport cultuurhistorische waardenstelling Oversticht

Raadsvergadering 16 mei 2022, gemeente enschedeBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Teesinkbos, vaststellen wijziging 120 van de Welstandsnota en besluit tot aanwijzing Teesinkbos als beschermd stads- en dorpsgezicht8.423 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TEESINKBOS, ENSCHEDE CULTUURHISTORISCHE WAARDESTELLING

Het Oversticht I Aan de Stadsmuur 79-83 I Postbus 531 I 8000 AM Zwolle I T 038-4213257 I www.oversticht.nl

INHOUD

INLEIDING 5 ALGEMENE GEGEVENS 7 Projectgegevens 1. ONTWIKKELINGSGESCHIEDENIS 9 1.1 - Ligging 9 1.2 - Ontwikkeling 9 1.3 - Opkomende industrie 9 1.4 - Aanleg landgoed Teesink 9 1.5 - Ondergang villa, opkomst bungalows 11 2. ARCHITECTUURHISTORISCHE CONTEXT 15 2.1 - Inleiding 15 2.2 - Architect N.H. Zantinge (1928-1983) 15 2.3 - Beknopte bouwgeschiedenis 17 2.4 - Woningtypen 26 3. WAARDESTELLING 29 3.1 - Monumentale waarden 29 3.2 - Waardering 29 4. CONCLUSIE & AANBEVELINGEN

31

BIJLAGE 1 - FOTOVERSLAG

32

BIBLIOGRAFIE 34 COLOFON 35

Teesinkbos, april 2020 - 3

Teesinkbos, oktober 2018 - 4

Inleiding In opdracht van de gemeente Enschede heeft Het Oversticht een waardestelling opgesteld voor de bungalowwijk Teesinkbos in Boekelo. Het Teesink was een door de Boekelose tak van de familie Van Heek gesticht landgoed met een villa in een door D. en P.H. Wattez in 1898 ontworpen tuinaanleg. Begin jaren zestig van de vorige eeuw is de villa is afgebroken, In opdracht van de familie Van Heek heeft de Enschedese architect Nico Herman Zantinge (1928-1983) in 1963 een ontwerp gemaakt voor een woonwijk in de landschappelijke, westelijke rand van het landgoed. De inschatting is dat in de nabije toekomst veel woningen in de wijk van eigenaar zullen wisselen. Deze nieuwe eigenaren zijn wellicht minder bekend met de oorspronkelijke uitgangspunten van het ontwerp voor de bungalowwijk. Dit kan mogelijk effect hebben op de gaafheid van de wijk. De Stichting Historische Sociëteit Enschede-Lonneker, de Erfgoedvereniging Heemschut en de Stichting het Cuypersgenootschap hebben in een brief aan de gemeente hierover hun zorgen geuit en de gemeente verzocht om het complex een monumentenstatus te verlenen.

en archiefonderzoek, onderzoek ter plekke en een interview met Hans ten Brummelhuis, kenner van het archief van Nico Zantinge. Het veldwerk heeft plaats gevonden op 7 augustus 2018, het interview op 20 augustus 2018. Het rapport geeft in het laatste hoofdstuk enerzijds aan wat de monumentale waarden en kwaliteiten zijn van de wijk en anderzijds welke beschermingsmogelijkheden geschikt zijn om deze waarden te borgen. drs. Mascha van Damme & Vincent Visser BA september 2018

Het Oversticht is gebracht een onafhankelijke beoordeling van de monumentwaarden van de wijk te geven om te kunnen bepalen over welke monumentale waarden het precies gaat en hoe daarmee kan worden omgegaan. Voor het waarderen van (potentiële) gemeentelijke monumenten hanteren wij selectiecriteria die grotendeels zijn ontleend aan de criteria, zoals die zijn opgesteld tijdens het programma van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in de jaren negentig, het Monumenten Selectie Project (MSP). Sindsdien worden deze criteria algemeen toegepast in de monumentenzorg. Het gaat hierbij om de stedenbouwkundige of landschappelijke waarden, de cultuurhistorische waarden, ensemblewaarden, architectuur- en bouwhistorische waarden en de mate van gaafheid en zeldzaamheid beoordeeld. Het onderzoek heeft zijn weerslag gekregen in voorliggend rapport. De resultaten zijn gebaseerd op literatuur-

Teesinkbos, april 2020 - 5

Uitsnede recente topografische kaart met in rood aangegeven de wijk Teesinkbos.

Teesinkbos, oktober 2018 - 6

Algemene gegevens Opdrachtgever

Gemeente Enschede Postbus 20 7500 AA Enschede Contactpersoon: Anja Hesselink

Onderzoeksobject

Bungalowwijk Teesinkbos Bastinglaan 1 t/m 8 Bastinglaan oneven 11 t/m 29 Henry Dunantlaan even 10 t/m 72 Henry Dunantlaan oneven 5 t/m 47 Boekelo gemeente Enschede

Opdrachtnemer

Het Oversticht Aan de Stadsmuur 79-83 Postbus 531 8000 AM Zwolle T 038-4213257 www.oversticht.nl

Luchtfoto van de wijk Teesinkbos in Boekelo (Google maps).

Teesinkbos, april 2020 - 7

Reconstructie ligging boerderijen rond 1475. De blauwe cirkel is de locatie van de later wijk Teesinkbos, de nummers rechtsonder de locatie van erf Tesink (28) en de molen (W70).

Uitsnede van de kadastrale kaart met de donkergroene bospercelen van Teesink landen, bruin de hakhoutpercelen en in paars de “woeste gronden”, 1822-1832. (HisGis).

Kaart uit 1846 met in de bospercelen een waterpartij, mogelijk de eendenkooi, die later is vergraven tot vijver.

Topografische Militaire Kaart, 1850-1864. Vanaf erve Teesink slingert een duidelijker pad langs de waterpartij oostwaarst.

Bonnebladen, 1881-1903. Omcirkeld de eerste tekenen van een aanleg, mogelijk de eendenkooi die later is vergraven tot vijver.

Detail van de NSW kaart met de omtrek van de landgoederen Te(e)sink en De We(e)le, 1928-1947.

Teesinkbos, april 2020 - 8

1. Ontwikkelingsgeschiedenis Ligging

Bungalowwijk Teesinkbos omvat 70 woningen langs de Weleweg, de Henry Dunantlaan en de Bastinglaan. De wijk ligt aan de zuidoostzijde van Boekelo en aan de zuidzijde van de Boekelosestraat richting Enschede. Het betreft een ruim 5 hectare groot terrein, waarvan circa 3 hectare is bebouwd.

Ontwikkeling

In de middeleeuwen leefden de meeste Twentenaren van de landbouw, met name akkerbouw. De boeren woonden in kleine sociale gemeenschappen, de buurschappen, omgeven door uitgestrekte ‘woeste gronden’; de gemeenschappelijke heidevelden of marke. Ook buurschap Boekelo was zeer lange tijd een voornamelijk agrarische gemeenschap. Tot 1849 viel het gebied onder de marke Usselo.1 In het Schattingsregister van Twente uit 1475 wordt al melding gemaakt van een boerenerf genaamd Tesing in de marke Ulslo (Usselo).2 In 1475 telde de marke Usselo 36 erven, waarvan zeven in de buurt van Boekelo en de rest met name rond de Usseler Es. Het Schattingsregister is het oudste overgeleverde document waarin het Teesink staat vermeld, maar het is goed mogelijk dat hier al veel eerder een boerderij stond. Volgens dit document was de eigenaar van het Tesing schatplichtig voor twee gouden schild. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het een volgewaarde erve betrof en dus van enige omvang moet zijn geweest. Waarschijnlijk zijn de Tesinklanden en het Teesinkbos vernoemd naar deze erve Tesing of Teesink, dat ongeveer lag ter hoogte van de huidige Tesinkweg 40. Volgens Hagens heeft er op deze erve tevens een watermolen gestaan.3 De meeste (water)molens werden vanwege de hoge kosten door de adel (of kloosters) gebouwd. Het is onbekend wat de situatie hier was. 1.

http://www.shsel.nl/canon/04-de-vijf-marken-van-lonneker/ 2. Hulshoff 1953, 87. 3. Hagens 1978, 416. Historische kaart Twente ca. 1500, 58, nr. W70.

In de zeventiende eeuw splitste De Weele af van de erve. Rond 1750 kocht Jan Teesink enkele stukken grond van het Hof te Boekelo, waaronder de Teesinklanden. Rond de tijd dat het kadaster werd ingevoerd, in 1832, waren de gronden Teesinklanden die later tot het landgoed behoorden vrijwel allemaal in bezit van Gerrit Jan Nijhuis en mede-eigenaren. Het ging om grote percelen bos, hakhout en heide en kleinere percelen landbouwgrond en weiland. Deze gronden werden omgeven door heidevelden van de marke. Centraal lag een huis met erf en enkele opstallen, eveneens in bezit van Gerrit Jan, die van beroep landbouwer was. Het erf lag in de nabijheid van de Boekelerbeek, de Broekheurnerbeek en de Teesinkbeek. Bij de ontbinding van de marke in 1849 waren er ongeveer 230 erven in de marke Usselo. Het aantal was dus aanzienlijk toegenomen, terwijl nog steeds nog slechts 30% van het gebied ontgonnen was.

Opkomst industrie

toen in 1911 steenzout werd gevonden en de Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie (KNZ) in 1919 begon met de zoutwinning.6 In 1931 opende in Boekelo een zoutchemisch bedrijf. De bedrijfsvoering in Boekelo was van korte duur; in 1936 werd de fabriek van de KNZ (nu Akzo Nobel) verplaatst naar Hengelo dat met de voltooiing van Twentekanaal twee jaar later een stuk beter bereikbaar was. Station Boekelo was inmiddels weer gesloten. Een stoomtrein van de Museum Buurtspoorweg rijdt sinds 1971 regelmatig tussen Haaksbergen en Boekelo.7 Tijdens de korte vestigingsperiode in Boekelo gaf de KNZ Boekelo een behoorlijke allure. De firma liet het kuuroord Bad Boekelo aanleggen met een natuurbad, een verwarmd golfslagbad en een hotel.8 De eerste mensen konden vanaf 1934 genieten van het zoute water, zonlicht en lucht bij ‘de zee op de heide’. Het bad is nog tot 1985 in gebruik geweest. In 1992 is een nieuw hotel met dezelfde naam geopend.

Aanleg landgoed Teesink

Mede door de aanwezigheid van drie beken werd te Boekelo in 1888 de N.V. Boekelosche Stoomblekerij (BSB) opgericht door Gerrit Jan van Heek ten behoeve van zijn zoons Hendrik Jan Engelbert (Henny) en Willem Helmig.5 De ontwikkeling van het dorp kreeg een extra impuls

In het Twentse coulissenlandschap van Boekelo ontwikkelden textielfabrikanten verschillende landgoederen, waaronder het Hof te Boekelo (van oorsprong een havezathe uit 1570), De Weele, Zonnebeek en ’t Stroot. Sterker nog, de fabrikanten hielpen mee met de aanleg van de bosrijke omgeving. Ook het Teesink of Tesink werd door een textielfabrikant omgevormd tot een landgoed. Eigenaar Henny van Heek van de BSB wilde bij de bleek een huis hebben om van kleding te wisselen voor de jacht.9 Een onontgonnen stuk bos ‘Tiesinck’ behorende bij Huis Keppel, van 20 hectare met een eendenkooi werd aangekocht van Hermannus Johannes Wissink (1856-1917). Op een topografische kaart uit omstreeks 1881 valt deze eendenkooi mogelijk te onderscheiden. Van Heek liet hier in 1898 een jachthuis met koetshuis bouwen naar ontwerp van de Enschedese architect Rudolf van der Woerd. Datzelfde jaar leverde Dirk Wattez (1833-1906) een tuinontwerp.

4. http://www.stationsweb.nl/station.asp?station=boekelo. 5. http://cultureelerfgoedenschede.nl/wordpressnew/boekelose-stoomblekerij/.

6. Wikipedia: Koninklijke_Nederlandse_Zoutindustrie. 7. Wikipedia: Museum_Buurtspoorweg. 8. Wikipedia: Bad_Boekelo. 9. Van Heek 2005, 15.

In 1884 opende de Geldersch-Overijsselsche Lokaalspoorweg Maatschappij (GOLS) de spoorlijn Ruurlo-Hengelo.4 Na de aanleg van dit traject is station Boekelo in gebruik genomen. Een jaar later werd de spoorlijn doorgetrokken naar Enschede-Noord en was het tracé Winterswijk-Boekelo-Enschede-Hengelo voltooid. De spoorweg loopt schuin door Boekelo van zuidwest naar noordoost en scheidde het dorp min of meer van de school aan de oostkant, dat hier vanaf 1834 gevestigd was. Door de aanleg van de spoorlijn vestigde zich hier industrie en begon Boekelo zich te ontwikkelen.

Teesinkbos, april 2020 - 9

Overzicht van het complex van de Nederlandse Zoutindustrie in Boekelo omstreeks 1932 (SAE).

Het toegangshek tot het landgoed staat tegenwoordig op een andere plaats op het terrein, 1963 (SAE). De pijlers zijn afkomstig van een ouder landgoed elders.

Een ansichtkaart van villa Teesink als jachthuis nog zonder de latere zijvleugels, omstreeks 1912 (Enschede in ansichten).

Villa na de uitbreiding met twee zijvleugels, maar voor de ophoging met een zolder. Jaartal onbekend (archief Zonnebeek).

De villa nadat deze geschikt was gemaakt voor permanente bewoning met een grote kap met een zolder (archief Zonnebeek).

De voormalige jachtkamer van de villa in gebruik als noodsanatorium (Historische Kring Enschede en Lonneker).

Teesinkbos, april 2020 - 10

Zowel vader Dirk als later zijn zoon Pieter Wattez (18711953) waren zeer geliefd bij de textielfamilies. De stroom opdrachten in Twente begon met een uitnodiging in 1872 aan Dirk Wattez voor het Volkspark in Enschede. Het park werd aangelegd op initiatief van Hendrik Jan van Heek (1814-1872). Dirk Wattez was de zoon van een boomkweker en tuinman en verwierf bekendheid als ‘aanlegger van buitenplaatsen, boomkweeker en landmeter’.10 De in Bussum gevestigde Dirk Wattez werd gevraagd door alle bekende Enschedese textielfamilies en verfraaide voor onder meer Blijdenstein, Jannink en Ledeboer respectievelijk de buitenplaatsen het Amelink (1881), het Stokhorst (1889) en het Wageler (1890). Ook het Wooldrik (1885-1888) voor mevrouw Ter Kuile-Cromhoff was van zijn hand. Pieter Wattez was onder meer betrokken bij de Sprengenberg, Zonnebeek, Baasdam en Hooge Boekel. Van het werk van beide heren is jammer genoeg zeer weinig bronmateriaal bewaard gebleven, zodat we het vooral moeten doen met interpretaties van enkele foto’s en van wat er nu nog zichtbaar is. Aan een van de weinige overgeleverde tekeningen van Dirk Wattez, voor het Stokhorst in Enschede, is goed te zien dat zijn tuinontwerpen een duidelijk voorbeeld zijn van de late landschapsstijl. In de vloeiende lijnen zit geen enkele onverwachte hoek.

Dit plan is bovendien een van de weinige waarin geen geometrische tuin rondom het huis is aangelegd. Bijzonder aan de door Wattez gemaakte plannen is dat de plaats van het landhuis vaak door hem als tuinarchitect werd bepaald, waardoor optimaal van de terreinsituatie gebruik kon worden gemaakt. Het voordeel van deze werkwijze was ook dat de beplanting al tot wasdom had kunnen komen voordat het huis werd gebouwd. Landgoed Teesink werd ontworpen naar voorbeeld van het Stroot.11 De situatie bij Teesink was wel anders, het jachthuis werd immers vrijwel gelijktijdig ontworpen met de tuinaanleg. Villa Teesink werd ontsloten 10. Van Damme 2013, 73. 11. Van Heek 2005, 16.

door een ronde oprijlaan, de huidige Landsteinerlaan, die een bocht maakte langs de villa en via de huidige Bastinglaan weer uitkwam op de Boekeloseweg. De open weides die al op eerder topografische kaarten te onderscheiden zijn, werden in het ontwerp van Wattez opgenomen. Door en langs de bossen werden ronde paden aangelegd, de typische vloeiende lijnen die ook in andere plannen van Wattez te herkennen zijn. Er kwam een moestuin en de eendenkooi werd uitgegraven tot een vijver met een eiland. Nieuwe sloten moesten de bevloeiiing van de arme grond verbeteren.

Ondergang villa, opkomst bungalows

Het Teesink werd tijdens de Tweede Wereloorlog betrokken door Duitse officieren. Na de bevrijding waren er Canadezen gehuisvest. Toen de Stichting “Noodsanatorium Hengelo” opzoek ging naar een extra locatie voor het onderbrengen van tbc-patiënten kwamen ze via de Engelse Town-major in Enschede terecht in Boekelo in de grote villa Teesink van mevrouw H.F.G. van Heek-ter Kuile, weduwe van Henny van Heek. Van 1945 tot 1950 was de villa in gebruik als noodsanatorium.12 Het sanatorium huurde de villa met bijbehorende garage, fietsenberging en paviljoentje, tuin, park en omliggende gronden vanaf 1 oktober 1945. Op 15 oktober konden de eerste twintig patiënten worden gehuisvest. Na 1950 werd de villa opgedeeld in drie appartementen en verhuurd voor bewoning. De tuinmanswoning en de manege werden verkocht aan mevr. Smelt Varvik. In 1959 overleed mevrouw H.F.G. van Heek. Vanaf 1961 werden plannen ontwikkeld voor de bungalowwijk Teesinkbos. De plannen behelsden het westelijke deel van landgoed Teesink en een deel van Teesinkslanden. Het initiatief voor de wijk kwam van particuliere grondeigenaren. De aanloop naar de realisatie had wel wat voeten in de aarde. Het beoogde terrein was in bezit van drie verschillende eigenaren: de Erven mevr. H.F.G. van Heek, mevrouw Scholten-Wissink en N.V. Boekelosche Stoom12. www.enschedeinansichten.nl & St. Historische Kring Boekelo-Usselo-Twekkelo.

blekerij. De ontwikkeling en exploitatie van de nieuwe wijk werden uitgevoerd door Aannemingsmaatschappij Scholten en Hofsté. Met de gemeente was er het nodige gehakketak om tot een voor beide partijen acceptabele verdelingen van de kosten te komen. Alle kosten voor het bouwrijp maken, straten, openbare verlichting, fonds bovenwijkse voorzieningen, riolering, groen, 1% regeling kunst en stedenbouwkundige maatregelen waren voor rekening van de exploitanten. Alleen de aanleg van gas, water en de elektra nam de gemeente aanvankelijk op zich. De grond ten behoeve van straten, trottoirs en groenstroken moesten na afloop van de werkzaamheden aan de gemeente worden overgedragen. De Boekelose Stoomblekerij behield het recht om de waterputten en leidingen op terrein te onderhouden of uit te breiden. De rest van het landgoed met de villa werd in 1964 verkocht aan de gemeente. Op een kaart met het bestemmingsplan “Het Tesink” uit 1966 staat de villa nog ingetekend. Tussen de plek van de villa en de nieuwe woonwijk zijn vijf villakavels in het bos ingetekend. Voor een van deze kavels heeft Nico Zantinge een bijzondere villa ontworpen.13 Uiteindelijk werd villa Teesink gesloopt, vermoedelijk eind jaren zestig, ten behoeve van nieuwbouw voor het Medisch Kleuterdagverblijf Tesinkweide.

Het huidige Teesinkbos is de restant van het oude landgoed Huize het Teesink en is in eigendom van Landschap Overijssel. Het landgoed bestaat uit open en gesloten bos, open water en de Teesinkbeek. De tuinmanswoning bestaat nog. De plaats waar de villa Teesink c.q. het sanatorium heeft gestaan is nu alleen te herkennen aan het feit dat de Landsteinerlaan hier eindigt en er een aantal paviljoens van het medisch kinderdagverblijf “Tesinkweide” staan.

13. Vijf percelen in bestemmingsplan Het Tesink, mei 1966, goedgekeurd 16 april 1968, SAE.

Teesinkbos, april 2020 - 11

Rood omkaderd de omtrek van landgoed Teesink en blauw de latere bungelowwijk, die op een deel van het landgoed is aangelegd.

Het bestemmingsplan “Het Tesink” van de gemeente Enschede uit 1966 met links de bungalowwijk en in het midden ruimte voor vijf bosvilla’s (SAE).

Teesinkbos, april 2020 - 12

In geel zijn de oorspronkellijke eigendomsgrenzen aangegeven, in groen de deels behouden boomstructuren.

De eerste stedenbouwkundige opzet van de wijk met de rijtjes woningen langs de Henry Dunantlaan nog haaks op de straat.

Het groenplan voor de wijk. Hierop staat aangegeven welke bomen behouden blijven, welke worden bijgeplant en welke gekapt. De laatste staan met kleine zwarte kruisjes aangeven, voornamelijk in de middelste hof (SAE).

Tegen de drie zuidelijke woningen aan de Bastinglaan is later een extra woningen gebouwd (gestippeld); de 70ste woning op nr. 8.

Teesinkbos, april 2020 - 13

De sobere en strakke uitstraling van de patiowoningen rond de hofjes met de voor Zantinge kenmerkende strokenvensters met panelen. Hier de gevel aan de groene openbare ruimte langs de Henry Dunantlaan.

Teesinkbos, oktober 2018 - 14

2. Architectuurhistorische context Inleiding

Begin jaren zestig van de vorige eeuw is aan een grootdeel van landgoed Het Teesinkbos in Boekelo van de familie Van Heek een nieuwe invulling gegeven. De villa van deze Boekelose tak van de familie Van Heek is begin jaren zestig afgebroken. In opdracht van bouwbedrijf N.V. Scholten en Hofsté uit Enschede heeft het eveneens Enschedese architectenbureau Zantinge en Hesse in 1961 een eerste ontwerp gemaakt voor een woonwijk in deze landschappelijke omgeving. Het bureau ontwierp een bungalowpark met trapsgewijs geschakelde patiobungalows en semibungalows in het groen.

Architect N.H. Zantinge (1928-1983)

De Enschedese architect Nico Hendrik Zantinge (19281983) heeft in Twente, maar ook elders, een relatief groot oeuvre opgebouwd, waarin woningbouw een voorname plaats inneemt.14 Nico Zantinge volgde eerst een architectenopleiding in Almelo en ging vervolgens naar de Academie voor Bouwkunst in Amsterdam, waar hij bevriend raakte met medestudent Piet Blom. Daarna begon hij als zelfstandig architect. Zijn eerste project dateert uit 1958. In het begin van zijn carrière werkte hij nog enige tijd in de Randstad, waar hij onder meer ontwerpen maakte voor vakantieflat Schelpoord in Zandvoort (1959) en flat Kerckebosch in Zeist.15 Van 1960 tot 1968 werkte Zantinge samen met architect Hans Hesse onder de naam ‘architectenbureau Zantinge & Hesse’. Ook heeft Zantinge samengewerkt met architect Hopman uit Delft, die veel heeft gerealiseerd in Enschede. Vanaf het einde van de jaren zestig tot aan zijn dood gaf Zantinge les aan de Akademie voor Kunst en Industrie (AKI) in Enschede. Samen met zijn studenten maakte Zantinge zich hard voor de reanimatie van de Walstraat in de binnenstad van Enschede. Zantinge is tot zijn dood in 1983 een door hemzelf ontworpen woonhuis blijven wonen. HIj ligt begraven op de Oosterbegraafplaats. 14. https://architectenweb.nl/nieuws/artikel.aspx?ID=6186. 15. Interview Hans ten Brummelhuis, dd. 21 aug. 2018.

Het werk van Zantinge past binnen een destijds heersende tegenstroming van architecten die op zoek waren naar een kleinschalige inrichting van de openbare ruimte waarbij de mens centraal stond. Architecten als Aldo van Eyck, Herman Hertzberger en Piet Blom zetten zich af tegen de grootschaligheid van het Nieuwe Bouwen en pleitten voor het terugbrengen van de menselijke maat in de architectuur. In hun structuralistische ontwerpen stond de mens centraal. Stedenbouwkundig vertaalde dit zich naar een organisch stratenpatroon met doodlopende wegen en besloten hofjes, architectonisch naar nieuwe woonvormen. Zo ontwierp Piet Blom zijn beroemde Kasbah met paalwoningen, winkels en ateliers voor de Wetstaat in Hengelo. Het plan werd door het gemeentebestuur afgekeurd omdat men het plan niet vond passen in de binnenstad.16 Met subsidie van de gemeente voor experimenteel bouwen mocht Blom zijn Kasbah realiseren in de nieuwbouwwijk Groot Driene (1973). Nico Zantinge liet zich ook inspireren door de Jørn Utzon.17 Samen met Hesse maakte hij een reis naar Denemarken om werken van de Deense architect te bekijken.18

Zantinges oeuvre

Vooral het centraal stellen van de gebruikers paste in de ontwerpfilosofie van architect Zantinge. Hij was tegen doorzonwoningen vanwege het gebrek aan privacy door de inkijk van buiten.19 Zijn architectonische antwoord hierop was de patiowoning, zijn meest gebruikte en in de jaren zestig vrij populaire woonconcept. De straatzijde werd daarbij vrij gesloten gehouden terwijl een patio aan de achterzijde een besloten buitenruimte bood. Door een glazen puien kon contact vanuit de woning met de (groene) omgeving worden gelegd. Door middel van muurtjes richtte Zatinge het perceel in met ruimtes met een menselijke maat. Een goed voorbeeld hiervan zijn de 62 patiowoningen in Almelo, gepubliceerd door Zantinge in het blad BOUW in 1969.20 In tegenstelling 16. https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Kasbah. 17. Architectuurgids Enschede. 18. Architectuurgids Enschede. 19. Bouwkundig Weekblad 15(1969), 333. 20. BOUW 1969, 496.

tot Teesinkbos en eerdere projecten werden hier platte daken toegepast. Verder is het principe hetzelfde; woningen rond een hof met vrij gesloten gevels aan de straatzijde en glazen puien aan besloten patio´s met een prominente schoorsteen in het midden en door schuin aflopende muurtjes en trappen verbonden dakterrassen. Zijn werk kenmerkt zich door een sterke, eigen vormentaal en een principieel gebruik van inheemse materialen. Zantinge gebruikte in zijn woningbouwprojecten voornamelijk gele, maar ook rode bakstenen in schoonmetselwerk, dat ook werd toegepast in de interieurs. Vrijwel al zijn woningbouwprojecten hebben flauw hellende lessenaarsdaken met romaanse dakpannen, stevige schoorstenen, ramen in het vlak voorzien van (donkere) houten kozijnen. Soms paste hij aan de buitenkant ook beton toe, een enkele keer bij particuliere villa´s, soms bij andere projecten. Een goed voorbeeld daarvan is voormalige slagerij van de familie Paauw aan de Heutinkstraat. Het opvallende, betonnen gebouw met ronde vormen stamt uit 1969 en is inmiddels aangewezen als gemeentelijk monument. Zantinge heeft ook nog een aantal andere winkels ontworpen.

Zantinge heeft ook enkele grote projecten ontworpen die niet zijn uitgevoerd, waaronder een muziektheater te Almelo, een ontwerp met Aldo van Eijck voor de uitbreiding van het provinciaal museum in Zwolle en twee ontwerpen voor studentenwoningen voor de universiteit Twente.21 Een aantal andere grootschalige woningbouwprojecten (wellicht nog met zijn partner) is wel gerealiseerd, zoals Groot Driene in Hengelo (1971), Het Paradijs in Almelo, en projecten in Losser en Oldenzaal. Tussen eind jaren ’70 en begin jaren ‘80 werd aan de oostzijde van Enschede Park Stokhorst aangelegd; een woonwijk gesitueerd in het groen. Het stedenbouwkundig ontwerp van de wijk bestaat uit verschillende deelplannen, waarvan Nico Zantinge het deel tussen de Noord Esmarkerrondweg en Kotkampweg mocht ontwerpen.22 21. Interview Hans ten Brummelhuis, dd. 21 aug. 2018. 22. http://www.architectuurgidsenschede.nl/objects/object00000174/. Teesinkbos, april 2020 - 15

De voormallige slagerij van de familie Paauw aan de Heutinkstraat in Enschede uit 1969 (architectuurgidsenschede).

Gemeenschapshuis in Woolderik, Enschede, ook een ontwerp van Zantinge (architectuurgidsenschede).

Villa Coppes aan de Vaarwerkhorst 43 in Enschede, een ontwerp van Zantinge uit 1975 (architectuurgidsenschede).

Ontwerp van Zantinge voor 62 patiowoningen in Almelo met verhoogde terrassen en schoorstenen met buitenhaard, 1969 (BOUW).

Opzet van patiobungalows in Castricum van architectenbureau Gouwetor, Mulder en Tieleman (BOUW).

Aanzicht van de patio van de bungalows in Castricum (BOUW).

Teesinkbos, april 2020 - 16

Hier realiseerde hij 87 gevarieerde woningen aan de Elsmaathorst en de Winkhorst van geschakelde en gestapelde woningen tot twee-onder-een-kap en vrijstaande woning rond een centraal, openbaar groen middenterrein. Ze zijn opgetrokken in gele baksteen onder rode pannendaken. De woningen bestaan uit een compositie van kleurrijke (blauwe en oranje) elementen, rondbogen, halfronde vensters en overhoekse ramen, lage muurtjes en kleine hoogteverschillen. Naast de grotere woningbouwopdrachten had hij voornamelijk individuele, beter gesitueerde opdrachtgevers. In 1966 ontwierp hij een patiowoning aan de Dr. Zamenhoflaan in Enschede, in opdracht van de familie Zwijnenberg. In datzelfde jaar ontwierp Zantinge een rij van zeven bungalows aan de Toernooistraat. Een van de woningen richtte hij in als zijn eigen woonwerkhuis. Het meubilair is door hemzelf ontworpen en door zijn vader vervaardigd. Dit gebouw kan als hoogtepunt van zijn oeuvre worden gezien. Zantinge is er tot zijn overlijden in 1983 blijven wonen. In 2006 woonde zijn weduwe er al veertig jaar en in al die jaren is er nooit iets aan het huis veranderd. In 1975 kreeg Zantinge de opdracht van dhr. H.L.M. Coppes voor het ontwerp van een woonhuis in de villawijk Stokhorst aan de noordzijde van Enschede. De bungalow aan de Vaarwerkhorst 43 is opgetrokken in gebroken wit metselwerk met schuine daken belegd met rode romaanse pannen.

Het houtwerk van de vensters en deuren is blauwzwart geschilderd. Typisch voor de jaren zeventig vormentaal zijn de kleine oranje panelen met cirkelvormige uitsparing in de vensters, gemetselde rondbogen en rondlopende muren aan de voorzijde van de woning. Hiermee zijn buitenruimten gecreëerd die de bewoners veel privacy en beschutting bieden. Aan de achterzijde zijn grote glaspuien geplaatst, waaraan de patio grenst, omgeven door lage stenen muurtjes. Voor zover bekend heeft Zantinge in 1971 slecht seen kerk ontworpen, een gemeenschapshuis in de wijk Woolderik. Achter de kerk zijn dertien woningen gesitueerd

rond een besloten stedelijke ruimte. Geconcludeerd mag worden dat Zantinge een relatief onderbelichte architect is, die niet onderdoet voor meer bekende architecten uit de regio als Sluymer en Beltman. Toch is de belangstelling groeiende. Architectuurcentrum Twente (ACT) heeft in 2005 een oeuvretentoonstelling georganiseerd, waarin een aantal van zijn destijds bekende werken werd getoond, een fietsroute langs tientallen van zijn werken en een DVD samengesteld om het omvangrijke oeuvre van Zantinge in Twente onder de aandacht te brengen van een breed publiek. De tentoonstelling was te zien van oktober 2005 tot maart 2006 in het Rijksmuseum Twenthe. Het archief van Zantinge is overgedragen aan Stadsarchief Enschede dat inmiddels met inzet van vrijwilligers toegankelijk is gemaakt voor publiek. Ook verschenen artikelen in de lokale en regionale media. Landelijk gezien is Nico Zantinge echter nog steeds vrijwel onbekend. Toch werd over de wijk Teesinbos na de bouw in verschillende landelijke media gepubliceerd, onder meer in het toonaangevende stijlblad Avenue (1971), in het boekje Leefbaar Wonen en in het landelijke vakblad BOUW, centraal weekblad voor het bouwwezen.23

Beknopte bouwgeschiedenis

Zantinge en Hesse mochten voor het terrein in Boekelo een nieuwe woonvorm ontwerpen en bouwen. De eerste plannen dateren uit 1961. Het is onduidelijk wat de rol van Hesse was, maar ze vormden nog steeds samen een bureau. Beide architecten werden bijgestaan door ingenieursbureau Spit en Budel. De 69 woningen aan de Bastinglaan en Henry Dunantlaan zijn tussen 1966 en 1969 gerealiseerd. Op 1 juni 1965 werd het bouwplan voor 69 bungalows en semibungalows goedgekeurd. Het aantal woningen wisselde tussen de 69 en 70 in de ontwerpen. De machtiging tot uitvoering werd verleend op 19 april 1966. Het project werd uitgevoerd door aannemer Scholten. Uiteindelijk werden tussen 1966 en 1969 69 woningen gebouwd, waar er later nog een aan 23. Interview Hans ten Brummelhuis, dd. 21 aug. 2018.

Bouwhistorie op een rij 1475 Eerste vermelding erve Teesink in Schattingsregister van Twente 1881 eerste aanleg (eendenkooi) zichtbaar op kaart 1898 bouw jachthuis Teesink, architect Van der Woerd 1898 oontwerp landschappelijke aanleg Dirk Wattez 1961 eerste ontwerp bungalowwijk, architect Zantinge 1966> sloop villa Teesink 1966-1969 bouw bungalowwijk 1970 eerste aanpassingen woningen door Zantinge

werd toegevoegd (Bastinglaan 8). Alle woningen hebben een constructie van gewapend beton. De gevels zijn opgetrokken in zachtgele handvorm stenen. Lange raampartijen geven de huizen een horizontale belijning en zorgen voor veel lichtinval.24 De donkerbruine kozijnen zijn voorzien glas of houtwerk. De lessenaarsdaken zijn gedekt met donkerbruine pannen. In de kopersfolder staat beschreven dat er gebruik zou worden gemaakt van blauwe romaanse pannen. Het 24. Architectuurgids Enschede.

Teesinkbos, april 2020 - 17

Muuratsalo Exeperimental House, een ontwerp van Alvar Aalto voor een patiobungalow met lessenaarsdak (alvaraalto.fi).

Stedenbouwkundig plan van de Deense architect Jørn Utzon voor geschakelde patiobungalows in Helsingør.

De architectuur en opzet van de woningen van Utzon in Helsingør inspireerde Zantinge bij zijn ontwerp voor Teesinkbos.

Een patiobungalow in Zwolle vertoont gelijkenis met Teesinkbos door de schoorsteen, de type pannendekking en de sobere gevels.

Zantinge’s woningen in Park Stockhorst. De entree lijkt op type 1 in Teesinkbos. De ronde vormen in de garage zijn typische voor zijn ontwerpen uit de jaren zeventig.

De ronde vormen heeft hij ook toegepast in latere vrijstaande villa’s verderop in de wijk Park Stokhorst.

Teesinkbos, april 2020 - 18

is onduidelijk of hier uiteindelijk van is afgeweken of dat dit later bij veel woningen is aangepast. Ook hier zijn markante vierkante schoorstenen toegepast, die karakteristiek zijn voor het werk van Zantinge. De aflopende lessenaarsdaken resulteren in een sterk gevoel van beschutting, dat wordt versterkt door de aanwezigheid van veel groen. De pleintjes zijn voorzien van een soort zitkuil omgeven door lage muurtjes. Deze ruimte dienen als ontmoetingsplek met het karakter van een dorpspleintje. De woningen hebben vrijwel gesloten gevels aan het pleintje, waardoor de privacy wordt gegarandeerd, maar het karakter steniger is dan de (semi)openbare ruimte in de rest van de wijk.

Scandinavische invloeden

In bungalowpark Teesinkbos hebben Zantinge en Hesse architectonische, stedenbouwkundige en landschappelike inspiratie verwerkt die zij hadden opgedaan tijdens een reis naar Denemarken om werken van Jørn Utzon te bezichtingen.25 Met name de gelijkenissen met de Kingohusene, beter bekend als Romerhusene (Romeinse huizen), in Helsingør, Denemarken zijn groot. Deze wijk uit 1958 telt 60 patiobungalows met een L-vormige plattegrond. De bungalows verspringen trapsgewijs ten opzichte van elkaar en volgen de countouren en het reliëf van het bosrijke landschap. De woningen zijn uitgevoerd in schoonmetselwerk van gele baksteen en hebben een uitgesproken schoorsteen. De flauw hellende lessenaarsaken lopen af richting de patio. Deze principes heeft Utzon ook toegepast op Fredensborghusene in Fredensborg, Denemarken, dat in 1963 gereed kwam. Utzon omschreef zijn werkwijze later als “additieve architectuur”. Net als Utzon nam Zantinge de landschappelijk kwaliteiten als uitgangspunt om een wijk te ontwerpen waarvan de bewoners de keuze zouden moeten hebben om hun buren te ontmoeten of zich juist in eigen privacy terug te trekken. De natuurlijke romantiek, die Frank Lloyd Wright volgens Zantinge al tot uitgangspunt had, zou 25. Architectuurgids Enschede.

ook in zijn ontwerp het verbindingselement worden.26 Maar, zoals hij zelf aangaf in een artikel in het Bouwkundig Weekblad, liet hij zich ook inspireren door Aldo van Eyck. Die invloed is volgens zijn eigen zeggen vooral te zien in de stedenbouwkundige opzet van de woningen van het ‘Overgangstype’ (type 1) langs de Henry Dunantlaan door de manier waarop deze schakelde woningen ten opzichte van elkaar naar voren en naar achteren zijn geschoven. Een andere patiobungalow die Zantinge mogelijk inspiratie bood, is het zomerhuis van Alvar Aalto in Säynätsalo, Finland. Deze woning is in 1953 gebouwd en heeft een geknikt lessenaarsdak. De muur die de patio omsluit volgt aan een zijde de lijn van het dak en is aan de andere zijde ingesneden en dichtgezet met tralies. Een vergelijkbare ommuring is ook toegepast bij de huizen van type 1 in Teesinkbos. Ook andere Nederlandse architecten lieten zich inspireren door deze Scandinavische voorbeelden. Zo heeft de Zwolse architect De Herder in 1960 buiten de stad een patiobungalow ontworpen, die veel overeenkomsten vertoond met de patiowoningen van Zantinge en de genoemde Scandinavische voorbeelden.27 Opvallend zijn de schoorsteen met buitenhaard, de sobere gevels, het lessenaarsdak met de rand dakpannen.

Groenplan

Er zijn drie clusters patiowoningen gegroepeerd rond een en ‘in het bos geschoven’ op plekken met laag kreupelhout. De patio van de woning vormde de overgang naar het bos. De bosrand waar de drie pleinen aan grenzen maakten deel uit van landgoed Teesink. Ook een groot deel van de aanwezige bomen op de andere percelen werd opgenomen in het groenplan. Deze bomen stonden met name aan de randen van de perceelgrenzen als bomensingels. Deze rijen bomen zijn nog goed zichtbaar, bijvoorbeeld in de rij die achter Bastinglaan 11 langs naar Henry Dunantlaan 43 loopt. Deze rij was de grens van het terrein van de N.V. Boekelosche 26. Bouwkundig Weekblad (1969) 15, 333. 27. Bouwkundig Weekblad 78 (1960).

Stoomblekerij. De rij die vanaf de Boekelosestraat langs het noordelijke deel van de Bastinglaan loopt, vervolgens achter Bastinglaan 2 t/m 8 en de Henry Dunantlaan langs gaat en eindigt ter hoogte van Henry Dunantlaan 54, stond op de oorspronkelijke grens van landgoed het Teesink. Het noordelijke deel van de Bastinglaan vormde een oprijlaan naar het landgoed. De meeste andere bomen die op de pleinen en langs de straten staan, zijn aangeplant tijdens de aanleg van het bungalowpark of van later datum. Een belangrijk onderdeel van het groenplan zijn de vele gazons. Het gras loopt vanaf de straat bijna volledig door tot de perceelgrenzen bij de Bastinglaan en de pleintjes en ontbreken trottoirs. Laag struikgewas moest voor een zachte overgang naar de patiobungalows zorgen. Bij de overgangswoningen van type 1 langs de Henry Dunantlaan is wel een trottoir aangelegd dat grenst aan de woningen. De gazons lopen hier van de straat tot de trottoirs, maar worden hier en daar afgewisseld door vakken met lage beplanting.

Bestrating

De trottoirs zijn oorspronkelijk bestraat met grijze betontegels in halfsteensverband met een raster van rode klinkers. In het midden van ieder blok is een groep koperslakkeien geplaatst. De hoven zijn ontworpen met een soortgelijke sierbestrating. Zantinge zegt hier in 1969 over: “Door de pleintjes te verharden en het plaveisel hier en daar te plooien en voor de verharding hetzelfde materiaal te kiezen als voor de wanden der omringende gevels, heeft zo’n groepje woningen een sterk bindend, haast sociaal, element gekregen en biedt dit de bewoners, dat wat men noemen kan een vrijblijvende ontmoetingsplek, in het karakter van een dorpspleintje.” 28 De huidige klinkerbestrating van de pleintjes is echter donkerder uitgevoerd dan de bakstenen van de woningen en gelegd in visgraatmotief. Het is onduidelijk wanneer deze wijziging heeft plaatsgevonden. De rijbanen zijn volgens oorspronkelijk plan verhard met grindasfalt. 28. Bouwkundig Weekblad (1969) 15, 333.

Teesinkbos, april 2020 - 19

Gevels en plattegronde van de woningen type 1 (SAE).

Teesinkbos, oktober 2018 - 20

Gevels en plattegronde van de woningen type 2 en 2a (SAE).

Teesinkbos, oktober 2018 - 21

Gevelaanzichten van de woningen type 2 (SAE).

Teesinkbos, oktober 2018 - 22

Gevels en plattegronde van de woningen type 3 en 3a (SAE).

Teesinkbos, oktober 2018 - 23

De woningen type 3 aan de hoven hebben redelijk gesloten gevels aan zowel de hofzijde als de kant aan het openbare groen.

De hofinrichting met een verdiepte, vierkante ruimte, afgescheiden door lage muurtjes en voorzien van enkele bomen.

Achter de woningen type1 zijn twee vierkante hoven aangelegd met garageboxen rondom.

De woningen van type 1 hebben een strakke gevelindeling met donkere strokenvensters en verdiept opgenomen entreepartijen.

Naast de entree geeft een tweede deur toegang tot een inwendige berging.

Sommige huizen hebben een uitbreiding of aanpassingen ondergaan, die in sommige gevallen nog beter op de bestaande architect uur kon worden aangepast.

Teesinkbos, april 2020 - 24

Woningentypen Type 1

De woningen van type 1 zijn op aandringen van de gemeente ontworpen als semibungalows met twee bouwlagen aan de straatzijde, in aansluiting op de bestaande bebouwing aan de rand van Boekelo langs de Weleweg. In situatieschetsen uit 1961 en 1963 staan de woningen van dit type haaks op de Henry Dunantlaan in korte rijtjes van drie en vier. In de situatie uit 1964 zijn de woningen een kwartslag gedraaid, zodat ze langs de weg staan, en per vijf geschakeld en ten opzichte van elkaar naar voren en naar achteren geschoven. De woningen tellen aan de straatzijde twee bouwlagen. Het zadeldak loopt aan de tuinzijde af tot een bouwlaag. De entree aan de voorzijde is verdiept opgenomen met aan weerszijde in het gevelvlak een rij horizontale vensters. Op de verdieping zit een rij vensters onder de dakrand. Op de begange grond bevinden zich de woonkamer, de keuken en een slaapkamer, op de verdieping drie slaapkamers en een badkamer. De gallerij van de verdieping steekt in de woonkamer. De woonkamer heeft middels een gevelbrede glazen pui zicht op het terras en de tuin. Achter de woningen van type 1 zijn garageboxen gesitueerd rondom een binnenterrein.

Type 2

Aan de evenzijde van de Bastinglaan zijn tien geschakelde woningen van type 2 gebouwd, die ten opzichte van elkaar verspringen. De woningen hebben zowel aan de voor- als achterzijde patio’s. De licht hellende lessenaarsdaken lopen langs de uitbouw aan de zuidzijde schuin af richting de patio. Het dak van de oostvleugel volgt dezelfde richting. Het dak van het centrale deel loopt af richting de patio in het noorden tot de berging. Een oprit verbindt de straat met de woning en komt uit in een inpandige garage. De entree bevindt zich in een uitbouw aan de patio aan de voor-/zuidzijde. In de uitbouw bevindt zich tevens de keuken. De patio is licht

verhoogd en te bereiken via een trapje. Een halfhoog muurtje scheidt de patio van het openbare gazon. De woonkamer bevindt zich centraal in het gebouw en grenst aan beide patio’s. De achter/zuidpatio wordt aan de oostzijde omsloten door een vleugel met drie slaapkamers en de badkamer. Aan de westzijde bevindt zich een kleine berging. Een muurtje dat de contour van het dak volgt sluit de patio af aan de noordzijde. Aan de zuidgevel bevindt zich naast de garagedeur een gevelbrede glazen pui. De keuken is voorzien van een overhoeks lintvenster. De patio is te bereiken via de woonkamer, de hoofdslaapkamer en de berging. De slaapkamers kijken door een lintvenster uit op de patio aan de noordzijde. De drie woningen van het subtype 2a zijn in hoofdlijnen gelijk aan type 2, maar dan gespiegeld op de oost-westas. Deze woningen hebben een extra slaapkamer, hierdoor is de badkamer kleiner. In de woonkamer bevindt zich een gevelbrede glazen pui aan de achterzijde, terwijl aan de noord-/voorzijde slechts één venster is geplaatst. Doordat de woningen dieper ten opzichte van elkaar verspringen, is het lintvenster in de uitbouw aan de voorzijde verder doorgetrokken. Aan het einde van de rij woningen zijn vier extra garageboxen in een apart bouwvolume ondergebracht.

Type 3

Woningtypen op een rij Type 1 29 woningen Bastinglaan oneven 1 t/m 7 Henry Dunantlaan even 10 t/m 18 Henry Dunantlaan oneven 5 t/m 47 Type 2 10 woningen - Bastinglaan oneven 11 t/m 29 Type 2a 3 woningen - Bastinglaan even 2 t/m 6 Type 3 9 woningen Henry Dunantlaan 20, 26, 28, 38, 44, 46, 56, 62, 64 Type 3a 9 woningen Henry Dunantlaan 22, 24, 30, 40, 42, 48, 58, 60, 66 Type 3b 9 woningen Henry Dunantlaan 32, 34, 36, 50, 52, 54, 68, 70, 72

Alle woningen van type 3 zijn gesitueerd rond de drie hofjes tegen de bosrand van het voormalige landgoed. Rond ieder hofje zijn drie gekoppelde patiobungalows van het type 3 bedacht. De entree in zijgevel kijkt uit op de entree van het aangrenzende huis. Aan de voorzijde is een een horizontaal venster aangebracht. De woningen hebben één bouwlaag met een L-vormig, aflopend lessenaarsdak naar de patiozijde. Een halfhoog muurtje en een lage trap verbindt de patio met de tuin. De plattegrond is perfect vierkant, waarbij het woongedeelte in een L-vorm om de patio ligt. De woonkamer en de keuken bevinden zich aan de voorzijde, de drie slaapkamers en een badkamer aan de achterzijde.

Teesinkbos, april 2020 - 25

De semibungalows aan de Henry Dunantlaan met patio’s aan de achterzijde, 1980 (SAE 011357).

Teesinkbos, oktober 2018 - 26

Een gevelbrede glazen pui geeft zicht op de patio vanuit de woonkamer en een lintvenster vanuit de slaapkamers. Subype 3a is nagenoeg identiek aan type 3. De L-vormige plattegrond is echter aan de voorzijde doorbroken met een uitbouw. In deze uitbouw is de entree opgenomen. Type 3a heeft een grotere hoofdslaapkamer en woonkamer. De woningen van subtype 3b sluiten de hoven aan de noordzijde af. Aan ieder hof bevinden zich drie aan elkaar grenzende woningen van het type 3b, de gevels verspringen trapsgewijs. Het gebouw is vrijwel identiek aan 3a. In de voorgevel is echter een overhoeks lintvenster aangebracht, dat is doorgetrokken tot aan de voordeur.

Bastinglaan 8

De woning op Bastinglaan 8 wijkt af van de andere woningen in plan Teesinkbos. In een situatieschets uit 1961 staat deze woning niet ingetekend, maar is wel elders een zeventigste woning beoogd. In de gewijzigde situatie uit 1963 voorziet Zantinge acht woningen van het type 2b aan de even zijde van de Bastinglaan, in 1964 is dit aantal gereduceerd tot drie. In de tekeningen vanaf 1965 staat Bastinglaan 8 steeds gearceerd weergegeven, maar wel met een vergelijkbare plattegrond als 2b. Uiteindelijk is hier alsnog een woning gebouwd, maar het is onbekend wanneer. Bastinglaan 8 heeft als enige gebouw in de wijk een ondergrondse garage.

Nico Zantinge (architectuur.org).

Teesinkbos, april 2020 - 27

Zicht op de woningen rond de middelste hof. De oorspronkelijke bomen op het verdiepte plein zijn vervangen door jonge, kleine exemplaren. Dit hof biedt daardoor een minder groene aanblik dan het noordelijke hof. Het hof heeft nog wel een stevig ‘decor’ van groen door de hoog opgaande bospartij, die oorspronkelijk deel uitmaakte van de aanleg van landgoed Teesink.

Teesinkbos, oktober 2018 - 28

3. Waardestelling De monumentale waarden

Voor het waarderen van (potentiële) gemeentelijke monumenten hanteren wij selectiecriteria die grotendeels zijn ontleend aan de criteria, zoals die zijn opgesteld tijdens het programma van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in de jaren negentig, het Monumenten Selectie Project (MSP). Deze selectiecriteria op basis waarvan een pand aangewezen kan worden als monument zijn opgenomen in de monumentenverordening van Enschede (artikel 30 monumentenverordening Enschede). Het gaat hierbij om de beoordeling van de stedenbouwkundige of landschappelijke waarden, de cultuurhistorische waarden, architectuur- en bouwhistorische waarden en de overige waarden zoals de ensemblewaarden, de mate van gaafheid en zeldzaamheid.

Stedenbouwkundige waarde

De wijk is stedenbouwkundig waardevol vanwege het concept met verspringende en gegroepeerde patiobungalowwoningen in een groene en bosrijke omgeving. De verschoven ligging van de patiowoningen en de afscheiding met vrijwel gesloten gevels en muurtjes zorgen voor een sterke afwisseling in de de wijk. Dit wordt versterkt door de afwisseling van grote grasgazons met solitaire bomen, lage heestervakken, boomgroepen en een decor van solide bos achter de woningen aan de hoven. De bospartijen en een deel van de bomen behoren nog tot de aanleg van het voormalige landgoed Teesink en vormen een waardevolle relatie met het landgoed.

Cultuurhistorische waarde

De wijk is cultuurhistorisch waardevol als voorbeeld van experimentele woningbouw in Enschede en omgeving, in dit geval geïnspireerd op Scandinavische, maar ook Nederlandse voorbeelden. Tevens is de wijk cultuurhistorisch van belang als vertegenwoordiger van op particulier intiatief ontwikkelde woningbouw voor beter gesitueerden.

Architectuurhistorische waarde

De wijk Teesinkbos is architectuurhistorisch gezien waardevol als representatief voorbeeld voor het oeuvre van de Enschedese architect Nico Zantinge, waarin zijn kenmerkende vormentaal duidelijk is toegepast. De wijk vormt een waardevol samenhangend ensemble vanwege het materiaalgebruik, de sterk doorgevoerde toepassing van architectonische elementen zoals de lessenaarsdaken, de sobere gevels met horizontale strokenvensters, de stevig geaccentueerde schoorstenen en het gebruik van muurtjes en afscheidingen. Hoewel enigszins afwijkend vormen ook de woningen van type 1 en Bastingelaan 8 een overtuigend en waardevol ensemble met de overige patiowoningen in de wijk. De wijk is architectuurhistorisch van belang vanwege de esthetische kwaliteiten van het structuralistische ontwerp met een sterke horizontale geleding en Scandinavische invloeden. Daarbij is de wijk typologisch waardevol als belangrijke vertegenwoordiger van het type geschakelde patiobungalows. Alleen de type 1 woningen wijken af van de door Zantinge veelvuldig toegepaste patiowoning vanwege de dubbele bouwlaag aan de straatzijde.

van een grootschaliger wijk van patiowoningen in een structuralistische opzet met een meeontworpen groene inbedding.

Waardering

Op basis van de landelijk gehanteerde criteria (architectuurhistorische, cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden, gaafheid en zeldzaamheid) is de wijk Teesinkbos gewaardeerd. Bij een totaalscore van minimaal 7*** op minstens vier van de vijf toetsingscriteria komt een object of complex in principe in aanmerking voor de beschermde status van gemeentelijk monument.

Beoordeling

De wijk is op de volgende criteria beoordeeld: • stedenbouwkundige waarde *** • cultuurhistorische waarde ** • architectonische waarde *** • gaafheid ** • zeldzaamheid ** De wijk komt uit op een score van 12*** op alle vijf de criteria en komt daarmee in aanmerking als gemeentelijk monument.

Gaafheid

De wijk heeft een hoge mate van architectonische gaafheid, waarin het oorspronkelijk bedoelde eindbeeld van de architect nog vrijwel onveranderd en duidelijk herkenbaar is. Hier en daar zijn enkele afdakken en aanbouwen gerealiseerd, sommige mogelijk door Zantinge ontworpen. Verschillende kozijnen en ramen hebben niet meer hun oorspronkelijke kleur en/of materialisering. Het groen in de wijk is aan onderhoud toe. Een aantal bomen heeft het einde van zijn levensduur bereikt en zijn door jonge exemplaren vervangen. We hebben sterk de indruk dat niet alle bomen uit het oorspronkelijke plan zijn teruggebracht.

Zeldzaamheid

De wijk Teesinkbos is een relatief zeldzaam voorbeeld

Teesinkbos, april 2020 - 29

Woningen van het type 2, Bastinglaan 21, aan de noorzijde, 1977. De woningen hebben aan de voorzijde een uitbouw, een patio en een garage met een lange oprit naar de straat (SAE 006799).

Teesinkbos, oktober 2018 - 30

4. Conclusie & aanbevelingen Nico Zantinge is ondanks zijn omvangrijke oeuvre een relatief onderbelichte architect, die niet onderdoet voor meer bekende architecten uit de regio als Sluymer en Beltman. Zijn werk geniet in Twente aandacht, maar landelijk gezien is Zantinge nog steeds vrijwel onbekend. Enkele van zijn vrijstaande bungalows die hij ontwierp voor particuliere opdrachtgevers zijn aangewezen als gemeentelijk monument. De wijk Teesinkbos is kenmerkend voor het oeuvre van Zantinge, zowel door het gebruikte type van patiobungalows als het structuralistische ontwerp van de opzet van de wijk met geschakelde woningen en hoven, waarin sterke Scandinavische invloeden te herkennen zijn. De wijk Teesinkbos is gewaardeerd op basis van landelijk gehanteerde criteria. Bij een totaalscore van minimaal 7*** op minstens vier van de vijf toetsingscriteria komt een object of complex in principe in aanmerking voor de beschermde status van gemeentelijk monument. De wijk komt uit op een score van 12*** op alle vijf de criteria en komt daarmee in aanmerking als gemeentelijk monument. Een onderbouwing van dit advies is opgenomen op de vorige pagina. Door de sobere, robuuste architectuur en het ingetogen kleurgebruik vallen aanpassingen in afwijkend materiaalgebruik of kleuren aan de gevels grenzend aan de (groene) openbare ruimte en de hoven extra op.

Verschillende bomen die hun levenduur hebben bereikt zijn vervangen door jonge, kleine exemplaren. De wijk biedt daardoor op plaatsen een minder groene aanblik, bijvoorbeeld in het middelste hof. De hoven hebben nog wel hun stevige ‘decor’ van groen door de hoog opgaande bospartij, die oorspronkelijk deel uitmaakte van de aanleg van landgoed Teesink.

Aanwijzing als gemeentelijk monument

De waardering van de wijk rechtvaardigt een aanwijzing als gemeentelijk monument, waarbij wij adviseren om het interieur van bescherming uit te sluiten. Wanneer echter voor een bescherming als gemeentelijk monument wordt gekozen valt de inrichting openbare ruimte niet onder de bescherming. De ensemblewaarde van de woningen met het groen is daarmee niet gewaarborgd en zal op een andere manier moeten worden gegarandeerd, bijvoorbeeld door deze als waardevolle structuren in het bestemmingsplan op te nemen. Mogelijk kan met een stevige vereniging van eigenaren, de omgang met materiaal, kleur en (semi)gemeenschappelijk groen gerelgeld kan worden. Dit vormt tevens een borging voor veranderingen bij het wisselen van eigenaar. Dit is echter met name van toepassing bij semi-openbaar groen in gezamenlijk beheer, zoals het geval is bij bijvoorbeeld de Krekenbuurt in de wijk Aa-landen, Zwolle.

Aanwijzing als gemeentelijk beschermd gezicht

De ensemblewaarde van de woningen met het groen is beter gewaarborgd door de wijk aan te wijzen als gemeentelijk beschermd gezicht. De individuele woningen krijgen dan een minder streng beschermingsregiem, maar de gevelaanzichten langs het openbaar groen, de straten en de hoven kunnen daarmee wel worden beschermd, evenals het groenplan van de wijk. Dit betekent voor de eigenaren dat ingrepen aan de achter- en patiozijde mogelijk zijn en ook maatregelen ten aanzien van duurzaamheid (dubbel glas, zonnepanelen) kunnen worden uitgevoerd. In de beschrijving kan het een en ander worden vastgelegd over de kleur van de kozijnen, materiaalgebruik (soort pannen) etc., maar ook over het beheer van het groen, het vervangen van bomen die hun levenseinde naderen door volwassen exemplaren. Het Oversticht adviseert om de wijk aan te wijzen als gemeentelijk beschermd stadsgezicht.

Teesinkbos, april 2020 - 31

Bijlage 1 - fotobijlage

Voor de lessenaarsdaken en de aansluiting van de dakbedekking op de rechte gevels heeft de achitect aparte dakpannen gekozen.

De wijk Teesinkbos is vrij gaaf. Slechts in enkele gevels zijn ingrepen gedaan, zoals hier rond het raam in de zijgevel. Meestal betreft het uitbreidingen van de oorspronkelijke luifels.

Teesinkbos, april 2020 - 32

Door de sobere architectuur en het ingetogen kleurgebruik valt het extra op als er afwijkende kleuren worden toegepast bij het vervangen van ramen.

De woningen van type 1 zijn trapgewijs geplaatst, wat veel privacy biedt. De bestrating is tot de gevel doorgetrokken.

De woningen van de andere typen zijn omgeven door gazons en stroken groen. Alleen in de hoven loopt de bestrating tot de gevel.

Zowel aan de hofzijde als aan de ‘buitenzijde’ zijn de patiowoningen vrij gesloten en is er alleen contact met de straat via een strokenvensters.

Ondanks de sobere gevels zorgen de verschoven ligging van de patiowingen en de muurtjes voor een afwisseling in de de wijk.

De woningen langs de Bastingslaan verspringen extra door de plaatsing van de nok van de lessenaarsdaken op de straat.

De meeste solitaire bomen op de gazons zijn vervangen door nieuwe, jonge exemplaren. De allure moet nog groeien.

Teesinkbos, april 2020 - 33

Bibliografie Bronnen

Damme, Mascha van (red.), Heren op het land, buitenplaatsen en landgoederen van textielfabrikanten in Twente, Zwolle 2013

RCE SAE VU

Heek, J.B. van, Huize het Teesink: het leven van een textielfamilie te Enschede en Boekelo 1834-1993, Enschede 2005

- Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - Stadsarchief Enschede - Vrije Universiteit Amsterdam

Stenvert, Ronald (e.a.), Monumenten in Nederland. Overijssel, Zeist 2004

Websites Architectenweb

www.architectenweb.nl

Architectuurgids Enschede www.architectuurgids enschede.nl Hisgis www.hisgis.nl Stichting Bonas

www.bonas.nl

Tubantia www.tubantia.nl Wikipedia https://nl.m.wikipedia.org

Literatuur ‘patiowoningen te Almelo’, in: BOUW centraal weekblad voor het bouwwezen 24 (1969) 12, 496 ‘Woonhuizen in het Teesinkbos te Boekelo’, in: Bouwkundig Weekblad 15 (1969),333-337 ‘Woning te Enschede’, in: BOUW centraal weekblad voor het bouwwezen 24 (1969) 52, 2108-2109 Bevervoorde, Roelof van, Het Schattingsregister van Twente van 1475, Zwolle 1953 (transcript A.L. Hulshoff ) Brummelhuis, Hans ten, ‘Nico Zantinge, een opvallende architect uit Enschede’, in: AD Enschede 8 juni 2017

Teesinkbos, april 2020 - 34

Wijck, Jhr. Dr. H.W.M. van der & drs. J. Enklaar-Lagendijk, Overijsselse Buitenplaatsen, Alphen aan de Rijn 1983, pp 152-153 Werkgroep Historische kaart van Twente , Historische kaart van Twente ca.1500, Enschede 1991 Versfelt, H.J. & M. Schroor, De atlas van Huguenin, militair-topografische kaarten van Noord-Nederland, Groningen/Veendam 2005.

Colofon Cultuurhistorische waardestelling Teesinkbos Boekelo Opdrachtgever: gemeente Enschede Veldonderzoek: Mascha van Damme & Vincent Visser Samenstelling:

Mascha van Damme & Vincent Visser

Redactie:

Gesien van Altena

Datum:

1 april 2020

Teesinkbos, april 2020 - 35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=ce8be229-32a9-4e06-b410-5d1faf56f613