CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Inzet restmiddelen cultuur

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Inzet Rijksmiddelen cultuur tweede tranche4.511 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel Gemeenteraad D Onderwerp

Inzet Rijksmiddelen cultuur tweede tranche

Portefeuillehouder

Jeroen Diepemaat agendaletter (D))

Organisatieonderdeel Stuknummer

Cluster Strategie & Beleid Fysiek

Aangeboden aan Raad Corsanummer

17 november 2021 2100096315

(invulling door Griffie)

__________________________________________________________________________________________ Wij stellen u voor te besluiten om: 1. Kennis nemen van de evaluatie van de eerste tranche van de Rijksmiddelen; 2. De raad voor te stellen om de cultuursector te compenseren, uit de restmiddelen van de eerste tranche Inzet Rijksmiddelen en de bijdrage uit de september- en decembercirculaire 2021 voor de urgente vraagstukken die voortkomen uit de evaluatie. Hierbij te kiezen voor scenario 1; 3. Te besluiten een bedrag van maximaal 550.000 euro beschikbaar te stellen voor het stimuleren van broedplaatsen voor de periode 2022-2023; 4. Te besluiten een bedrag van maximaal 225.000 euro beschikbaar te stellen voor het versterken van het makerklimaat en kleine instellingen (middenkader) voor de periode 2022 en 2023; 5. Te besluiten om het subsidieplafond van de subsidieregeling culturele activiteiten 2014 incidenteel te verhogen voor het jaar 2022 met 225.000 euro; 6. Te besluiten om het subsidieplafond amateurkunst 2021, onderdeel tweejarig programma, voor de periode 2023-2024 incidenteel te verhogen met 150.000 euro; 7. Te besluiten een bedrag van maximaal 100.000 beschikbaar te stellen als bijdrage aan voor het uitvoeringsprogramma voor de cultuurregio Twente; 8. Te besluiten een bedrag van maximaal 100.000 euro beschikbaar te stellen voor noodsteun en transformatie; 9.

De onder punt 3 t/m 8 van dit voorstel genoemde middelen met een totaalbedrag van 1.350.000 miljoen euro te dekken uit het programmabudget Cultuur, ten laste van de middelen welke door het Rijk voor de coronamaatregelen ter beschikking zijn gesteld. Inleiding Op 8 maart jl. heeft uw raad 3 miljoen euro beschikbaar gesteld ter compensatie van de culturele sector. Deze middelen zijn ingezet op twee hoofdlijnen. De eerste is noodhulp bij betalingsnood (liquiditeitsproblemen) door de effecten van de pandemie op de exploitatie. De tweede lijn is het helpen van de sector om in de toekomst meer wendbaar te zijn (beter in te kunnen spelen op snel veranderende omstandigheden) en meer weerbaar (een bredere exploitatie die tegenvallers beter kan opvangen). Concreet heeft uw raad middelen beschikbaar gesteld voor: 1. Een bijdrage voor de realisatie van het Muziekkwartier als Huiskamer van de stad 2. Een bijdrage voor een regionaal fonds 3. De tijdelijke regeling Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 Er zijn middelen overgebleven en nieuwe middelen beschikbaar vanuit het Rijk Na de uitvoering van de subsidieverordening blijkt dat niet alle middelen besteed zijn. Er is een restbudget van 440.000 euro omdat de middelen voor Acute nood niet allemaal besteed zijn. Daarnaast is er in de septembercirculaire nogmaals 505.000 euro beschikbaar gesteld voor de culturele sector.

Verwachting is dat er in de decembercirculaire nogmaals een bedrag beschikbaar wordt gesteld. Hierdoor is het mogelijk om een extra investering te doen in het versterken van de culturele sector. Het is niet mogelijk om deze middelen nog in 2021 in te zetten daarom wordt in het raadsvoorstel “bestemmingsvoorstel 2021” (Corsa nummer 2100101939 voorgesteld om deze middelen mee te nemen in 2022, zodat deze in 2022 ingezet kunnen worden. Hoe is bepaald op welke wijze deze middelen het beste ingezet kunnen worden? Om te bepalen op welke wijze deze middelen het beste ingezet kunnen worden om het herstel van de culturele sector te versnellen, zijn een aantal stappen gezet:

DF-Project & Management Ondersteuning-. M.W.G. Berning

1. Een update van de inventarisatie van de effecten van Covid-19 op het veld (herhaling van het onderzoek van 2020); 2. Inventariseren van ontwikkelingen, regelingen, ervaringen om de lokale culturele infrastructuur te versterken; 3. In beeld brengen welke extra investering de komende jaren wordt gedaan vanuit het Rijk en de Provincie in het versterken van de culturele sector; 4. Het evalueren van de regeling Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021. De uitkomsten van deze stappen kunt u vinden in de bijlage “Rapport Kader inzet Rijksmiddelen”. Waarom is er gekozen voor het inzetten van juist deze instrumenten? Door de uitvoering van de regeling Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021 is er een intensiever contact met het culturele veld ontstaan. Makers, kleine instellingen en amateurverenigingen die eerder minder zichtbaar waren, zijn via de regeling met ons in contact gekomen. Op basis van deze gesprekken en de uitkomst van de evaluatie is er voor het inzetten van deze middelen gekozen om het accent te leggen op instrumenten die het middenkader versterken. Dit doen we door het vergroten van de zichtbaarheid, versterken van de onderlinge samenwerkingen, het vergroten van deskundigheid, het bieden van meer ruimte en het verruimen van het budget voor subsidiering van concrete projecten.

Het middenkader kan gedefinieerd worden als de totaalgroep van zzp’ers, makers en kleine culturele organisaties/instellingen. Hierbij wordt gekozen voor aansluiting bij bestaande instrumenten. Daarmee is het mogelijk om meer te realiseren binnen de bestaande ambtelijke capaciteit en gaan er zoveel mogelijk middelen naar de uitvoering. Beoogd effect Het herstellen en versterken van de cultuursector door het investeren in makers en kleine instellingen. Argumenten 1.1 De evaluatie is gedaan samen met het culturele veld

Het culturele veld is op verschillende manieren betrokken, via enquêtes, individuele gesprekken en groep sessies. Meer informatie over de participatie tijdens het proces kunt u vinden in de bijlage Inspraakverslag. 2.1 De leerpunten uit de evaluatie zijn meegenomen in het bepalen van de in te zetten instrumenten De eerste tranche van het inzetten van de Rijksmiddelen van cultuur is uitgebreid geëvalueerd met het culturele veld. Hieruit kwamen vijf belangrijke leerpunten naar voren: 1. Waardering voor het experiment: Het culturele veld heeft waardering dat de overheid experimenteert met nieuwe vormen manieren om subsidies in te zetten. De open en transparante communicatie met het veld is als positief ervaren. Het veld heeft de extra ondersteuning bij de aanvragen als prettig ervaren. Ook de beoordeling door een externe adviescommissie is als positief ervaren. Dit pleit ervoor om te blijven experimenteren met nieuwe vormen om zo beter aan te sluiten bij de wensen en behoeften van het veld. 2. Communicatie: niet iedereen is bekend met de regelingen die er zijn vanuit de gemeente voor cultuur. Ook komt naar voren dat aanvragers soms door de bomen het bos niet meer zien. Er liggen verbeterpunten in de zichtbaarheid en vindbaarheid van regelingen en de communicatie over wie voor welke regeling in aanmerking komt. 3.

Vertrouwen tegenover controle: er is behoefte aan meer vertrouwen vanuit de gemeente in het veld. Organisaties en makers geven aan meer laagdrempelige regelingen te willen met minder eisen en criteria. In andere woorden: het veld vraagt om meer vertrouwen van de gemeente, terwijl de gemeente gericht is op controle. Aanvragen moeten aan een bepaald niveau voldoen, de plannen moeten aansluiten op de doelen van de gemeente, en de aanvraag moet aan verschillende eisen voldoen. Deze spanning tussen vertrouwen en controle wordt landelijk ook gevoeld. Het subsidiebestel wordt steeds fijnmaziger, bureaucratischer, en regels en criteria stapelen zich op. Tijdschrift Boekman pleit ervoor dat de overheid minder aanstuurt op details, maar dat instellingen meer vrijheid krijgen om zelf keuzes te maken met subsidies die perspectief bieden op de langere termijn. Deze argumentatie wordt door het veld in Enschede onderschreven. 4. Flexibiliteit van de overheid: binnen de regelingen is geëxperimenteerd met nieuwe vormen van subsidieverstrekking, nieuwe vormen van beoordelen van aanvragen en een intensief communicatie en begeleidingstraject. In kunnen spelen op behoeften van het veld en nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen vraagt een overheid die snel en flexibel in staat is om regelingen in te stellen, aan te passen en uit te voeren.

Dit stelt eisen aan de backoffice (communicatie op de website, invoeren in ons systeem, opstellen beschikkingen, enz.), aan de frontoffice (contact met de aanvragers) en aan het besluitvormingsproces rondom verordeningen (bevoegdheid ligt op dit moment bij uw raad). Door te experimenteren met deze regelingen is een goed inzicht ontstaan wat dit vraagt aan capaciteit, systemen

DF-Project & Management Ondersteuning-. M.W.G. Berning

en bevoegdheden rondom besluitvorming. Deze leerervaringen zijn gedeeld met de directie om te kijken hoe dit voor de toekomst beter in te regelen is. 5. Pitch event: Bij het onderdeel kleinschalig was gekozen voor de beoordeling van aanvragen via een pitchevent. Bijzonder daarbij was dat aanvragers elkaars aanvragen moesten beoordelen. Deelnemers hebben als positief ervaren dat ze in contact kwamen met andere aanvragers en meer inzicht kregen in elkaars ideeën en projecten. Dit onderdeel van de regeling werd als ingewikkeld ervaren qua aanvraagprocedure. Er was een aanvraag noodzakelijk en er moest een pitch worden gegeven. Ook op het lotingselement bij overvraging van de regeling werd als negatief ervaren. Als laatste vonden aanvragers het moeilijk om elkaar te beoordelen. 2.2 Vanuit het culturele veld zijn een aantal urgente vraagstukken geformuleerd die om investering vragen Op basis van de evaluatie en de gesprekken hierover met het veld is gekeken wat op dit moment de urgente vraagstukken zijn in het culturele veld. Wat heeft de sector op dit moment nodig om te herstellen na Covid-19. De onderstaande vraagstukken werden benoemd.

• Hoe krijg je meer verbinding tussen amateurs en professionals? • Hoe zorg je ervoor dat het publiek terugkomt? • Hoe zorg je voor een betere verbinding tussen kleine organisaties, zzp’ers en makers en de grote instellingen? • Hoe stimuleer je crossovers tussen de verschillende disciplines (dans, beeldende kunst, theater, muziek)? • Het beschikbaar stellen van laagdrempelige goedkope ruimtes zowel als presentatie/podiumplek als werkplek • Het creëren van meer ruimte voor het middenveld (zzp’ers, makers en kleine instellingen) zowel binnen het beleid als financieel. Niet alleen incidenteel, maar ook structureel Deze vraagstukken gecombineerd met de leerpunten zoals die hierboven zijn genoemd zijn de basis geweest om te bepalen welke instrumenten het beste ingezet kunnen worden.

2.3 In scenario 1 zijn ook de middelen uit de decembercirculaire opgenomen Er zijn middelen beschikbaar vanuit drie bronnen. De restmiddelen van 2021, de bijdrage uit de septembercirculaire en de bijdrage uit de decembercirculaire. Over de uitkering in de decembercirculaire is nog geen uitsluitsel. Met de brief van 7 juni jl. aan de Tweede Kamer heeft de Minister aangegeven 51 miljoen euro te reserveren voor het derde kwartaal voor cultuur. Op dit moment wordt er nog onderhandeld door de VNG met BZK over het beschikbaar stellen van deze middelen. Om deze middelen snel ter beschikking te stellen aan de culturele sector is de keuze gemaakt om deze middelen ook op te nemen in het scenario. Mochten deze middelen niet door het Rijk beschikbaar worden gesteld, wordt gekozen voor scenario 2 (zie kopje financiën).

3.1 Uit de evaluatie blijkt dat makers behoefte hebben aan meer (fysieke) ruimte Voor het stimuleren van Creatieve Broedplaatsen heeft de regio Twente 2,1 miljoen euro beschikbaar gesteld vanuit de regiodeal. Hiervoor heeft uw raad de tijdelijke subsidieverordening Creatieve Broedplaatsen vastgesteld. In 2020 en 2021 konden aanvragen worden ingediend. Zowel in 2020 als 2021 bleken er veel aanvragers uit Enschede afkomstig te zijn. Per tranche kwamen er 25 tot 30 aanvragers uit Enschede. Dit waren met name aanvragen in de categorie “Broedplaats van onderop” en de categorie “Innovatieve projecten”. Vanuit deze regeling worden de komende jaren 9 vormen van broedplaatsen gestimuleerd in Enschede. Van de klassieke broedplaats Warp tot de hackerspace TkkrLab en initiatieven van ondernemers zoals Brandstof (Wirelab) en Outline Music. Deze regeling heeft een snaar geraakt bij zzp’ers, makers en/of initiatiefnemers in de underground scene. De regeling sloot goed aan op de behoefte en energie die er in het veld is op dit gebied. Helaas kon slechts een klein deel van de aanvragen gehonoreerd worden. Door hiervoor middelen te reserveren kan deze energie vastgehouden worden en verder gestimuleerd. Het mooie van deze regeling was dat niet de “reguliere” instellingen aanvraag indienden.

Mede door deze regeling werden nieuwe samenwerkingsverbanden gestimuleerd en werd potentie in de stad op dit vlak zichtbaar.

3.2.Een concreet plan om broedplaatsen te stimuleren wordt op dit moment uitgewerkt Het stimuleren van broedplaatsen kan op verschillende manieren. Op dit moment is het team CEC bezig om te onderzoeken wat de beste methodiek is die past binnen de rol van de overheid. Zo wordt er gekeken naar verschillende mogelijkheden: • Stimuleren van (tijdelijke) broedplaatsen met vastgoed gemeente/grondbedrijf • Stimuleren van particuliere eigenaren voor het ontwikkelen van broedplaatsen • Stimuleren van broedplaatsen binnen bestaande gebiedsontwikkeling • Het faciliteren/ondersteunen van initiatieven vanuit het veld zelf à la de regeling Creatieve Broedplaatsen De resultaten van dit onderzoek met een concreet voorstel hoe broedplaatsen te stimuleren wordt naar verwachting in april opgeleverd. Dit voorstel is de basis voor het inzetten van deze middelen. Uw raad wordt hierover geïnformeerd. DF-Project & Management Ondersteuning-. M.W.G. Berning

4.1 Het middenkader heeft zich georganiseerd en heeft voorstellen hoe ze zich kunnen versterken Er is een werkgroep vanuit het middenkader die samen met de cultuurcoach bezig is om een plan te maken hoe zij het middenkader kunnen versterken. Deze werkgroep bestaat uit kleine instellingen zoals de Theatermakerij, de Popscool en Valerius Ensemble. In oktober is er een brede bijeenkomst geweest georganiseerd door de werkgroep om een start te maken met een cultureel netwerk in Enschede. Tijdens deze bijeenkomst waren zo’n 30 zzp’ers, makers en kleine instellingen aanwezig. In groepjes is gebrainstormd over instrumenten die ingezet kunnen worden om het middenkader te versterken. Door Covid -19 heeft deze groep ervaren hoe kwetsbaar ze zijn. Daarom is er een sterke intrinsieke motivatie om de randvoorwaarden voor het middenkader te verbeteren zodat ze beter bestand zijn tegen een eventuele volgende crisis. Tijdens deze bijeenkomst kwamen verschillende suggesties naar voren zoals, het versterken van de onderlinge contacten, het zichtbaarder maken van makers, een beter inzicht in financiële mogelijkheden die er zijn ter ondersteuning en uitvoering van projecten, enz. De werkgroep gaat aan de slag om dit te concretiseren in een plan van aanpak. Deze middelen zijn bedoeld voor de uitvoering van het plan dat door hen zelf ontwikkeld is.

5.1 Er wordt meer werkgelegenheid voor makers gecreëerd Voor de subsidieverordening culturele activiteiten 2014 zijn jaarlijks middelen beschikbaar. De ervaring van de afgelopen jaren is dat het subsidieplafond in april van het lopende jaar bereikt is. Initiatieven die later in het jaar ontstaan kunnen daardoor niet gehonoreerd worden. Het gemiddelde aanvraag bedrag binnen deze regeling is 5.000. Met de incidentele verhoging van het plafond kunnen 30 tot 40 initiatieven extra gehonoreerd worden. Dit betekent dat er meer ondersteuning is voor makers om uitvoering te geven aan hun werk. Hierbij kan gedacht worden aan het ondersteunen van projecten zoals een Spoken art route, kunstexposities, een micro muziekfonds, mural/straat art route, Muzieksafari, enz. 5.2 De ervaring is dat zzp’ers en makers deze regeling goed weten te vinden De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd om deze regeling bekend te maken onder zzp’ers en makers. Hierdoor zien we een toename aan aanvragen en is het mogelijk om veel nieuwe initiatieven en aanvragen te honoreren. Om het aantal aanvragen te verhogen worden er informatiebijeenkomsten georganiseerd bij de Aki en Artez. Daarnaast wordt gekeken hoe de bekendheid van de regeling onder nieuwe aanvragers vergroot kan worden.

6.1.Meer aanvragen van amateurverenigingen kunnen gehonoreerd worden De nieuwe verordening Amateurkunst is in 2019 door uw raad vastgesteld. De verordening bestaat uit een jaarlijkse regeling voor projectsubsidies en een regeling voor tweejarige programmasubsidie. In juni 2022 start de nieuwe ronde voor de tweejarige regeling. In 2020 hebben voor deze regeling meer dan 50 verenigingen een aanvraag gedaan. Hiervan kon ongeveer de helft binnen het beschikbare budget gehonoreerd worden. De verwachting is dat in 2022 nog meer verenigingen een aanvraag gaan doen, omdat mede doordat door de regeling voor Covid-19 veel nieuwe verenigingen in beeld zijn gekomen. Met het incidenteel verhogen van het subsidieplafond kunnen er 5 tot 10 amateurvereniging extra subsidie ontvangen voor een periode van twee jaar. Daarmee is er voor meer verenigingen een zekerheid voor ondersteuning voor de komende periode. 7.1 De volgende stap in de ontwikkeling van de cultuurregio is het gezamenlijk investeren in een uitvoeringsprogramma In 2018 is door alle 14 Twentse gemeenten het cultuurprofiel Twente vastgesteld. Op basis van dit cultuurprofiel is de afgelopen jaren vanuit de regio gezamenlijk geïnvesteerd in verschillende projecten zoals de Creatieve Broedplaatsen, de proeftuin Maakplaatsen en Generators. De ervaringen die opgedaan zijn in deze gezamenlijke projecten zijn positief.

De positieve resultaten zijn mede aanleiding om de volgende stap te zetten om te komen tot een gezamenlijk uitvoeringsprogramma. Voor het opstellen van het uitvoeringsprogramma is een kwartiermaker aangesteld. De kwartiermaker stelt in samenwerking met het culturele veld, de 14 gemeenten en de Provincie het uitvoeringsprogramma op. Planning is dat het uitvoeringsprogramma in maart 2022 wordt opgeleverd. De gereserveerde middelen worden ingezet om de actiepunten in het uitvoeringsprogramma te financieren. Uw raad wordt in het eerste kwartaal 2022 nader geïnformeerd over het uitvoeringsprogramma. 7.2 Gezamenlijk investeren in de regio heeft een multipliereffect Uw raad heeft met het besluit over de inzet van de Rijksmiddelen op 8 maart jl. 176.000 euro gereserveerd voor de versterking van de cultuurregio. Inmiddels hebben de 14 Twentse gemeenten, samen met de Provincie en het culturele veld een plan ontwikkeld om de talentontwikkeling van jonge makers in de regio de versterken. De Provincie stelt voor de periode 2021-2024 hiervoor in totaal 830.000 euro beschikbaar. Voor de totale uitvoering van het plan is 1,6 miljoen beschikbaar vanuit verschillende bronnen. De 14 gemeenten investeren mee. Vanuit Enschede zijn hiervoor de geserveerde middelen ingezet.

De bijdrage vanuit Enschede leidt in 4 jaar tot een totale investering van 1,6 miljoen euro in de regio op het gebied van talentontwikkeling. 8.1 De verwachting is dat met name kleine instellingen/organisatie nog extra ondersteuning nodig hebben

DF-Project & Management Ondersteuning-. M.W.G. Berning

Op dit moment is nog niet helder wat het verloop is van Covid-19. De vraag is of er nog extra maatregelen komen en welke algemene steunmaatregelen door het Rijk worden voortgezet. Dit zal impact hebben op het herstel van de culturele sector en de vraag om extra ondersteuning. In het voorjaar van 2022 peilen we opnieuw de impact van Covid-19 op basis daarvan wordt beoordeeld welke maatregelen en als extra ondersteuning noodzakelijk zijn. Mocht in het voorjaar blijken dat deze noodsteun niet noodzakelijk is, heeft het college de bevoegdheid om deze middelen in te zetten op een van de andere pijlers. Risico’s 1.1 Het niet inzetten van deze middelen voor cultuur kan effect hebben op eventuele toekomstige bijdragen vanuit het Rijk Er is een sterke landelijke lobby geweest voor extra middelen ter compensatie van de negatieve effecten van Covid-19 op cultuur. Via de IV3 verantwoording aan het Rijk wordt inzichtelijk gemaakt wat er wordt besteed aan cultuur. Daarnaast zullen er landelijke evaluaties door bijvoorbeeld de Boekmanstichting worden gedaan naar het effect van de besteding van deze middelen. Mocht blijken dat deze extra middelen niet ingezet worden voor cultuur, kan dit effect hebben op eventuele toekomstige bijdragen. Voor het beschikbaar stellen van de middelen door het Rijk voor het 3de kwartaal 2021 wordt eerst een onderzoek gedaan naar de uitgaven door gemeenten.

De resultaten van dit onderzoek bepalen mede of het Rijk nieuwe middelen beschikbaar stelt. 1.2 Het grootste deel van de middelen wordt geïnvesteerd in het herstel van de sector en niet voor acute nood Met dit voorstel wordt de keuze gemaakt om te investeren in het culturele veld en niet om middelen te reserveren voor acute nood. In 2020 en 2021 is de financiële situatie van de grote culturele instellingen in beeld gebracht. Conclusie is dat de organisaties er in mei 2021 beter voor staan dan in oktober 2020. Acute noodsteun lijkt niet nodig te zijn bij de grote instellingen. Uit de toetsing van de subsidie aanvragen voor 2022 die op 1 oktober zijn ingediend komt hetzelfde beeld. De pandemie is nog niet ten einde. Het kan zijn dat deze onzekerheid en eventuele nieuwe maatregelen vanuit het Rijk een impact hebben die op dit moment nog niet bekend is. Daarnaast blijkt uit de evaluatie van de regeling dat investeren in het veld en stimuleren van activiteiten beter past binnen de belevingswereld van het veld dan het verstrekken van acute nood. De neiging in het veld is om in eerste instantie problemen zelf op te lossen. 1.3 Een subsidie kan gezien worden als staatsteun Er is getoetst of het verstrekken van subsidie gezien kan worden als staatsteun. Uit deze toetsing is gebleken dat er naar verwachting geen sprake is van staatsteun.

Dit kunnen we echter niet met zekerheid concluderen. Een subsidie kan zo nodig verleend worden met toepassing van de Europese vrijstellingsmogelijkheden op grond van de de-minimisverordening en de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV). De AGVV is gewijzigd en maakt nu ook steun mogelijk aan ondernemingen die in de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2021 in moeilijkheden zijn geraakt. Financiële dekking van het voorstel Er zijn middelen beschikbaar vanuit drie bronnen. Hieronder in de tabel de bron, het beschikbare bedrag en de status van dit bedrag. Bron Restmiddelen 1ste tranche September circulaire 2021 December circulaire 2021

Bedrag 440.000 505.000 405.000

Totaal

1.350.000

Status Gegarandeerd Gegarandeerd Gereserveerd door het Rijk, dient nog een besluit over genomen te worden. Er is 51 miljoen landelijk beschikbaar, Enschede krijgt normaal gesproken iets minder dan 1% volgens de standaard verdeelregels.

Het Rijk geeft aan de compensatie een nadrukkelijk bestedingsdoel mee. Het doel is compensatie en herstel van de culturele sector. Via controle (via IV3) checkt het ministerie of de compensatie ook daadwerkelijk aan cultuur is uitgegeven. De compensatie wordt echter via het gemeentefonds aan gemeenten toegekend. Dat wil zeggen dat de gemeenten in principe vrij zijn om zelf de bestedingsdoelen van de compensatie te bepalen. Er zijn twee scenario’s ontwikkeld voor het inzetten van deze middelen Op basis van de uitkomsten van de evaluatie en de gesprekken met het veld zijn er twee scenario’s ontwikkeld voor het inzetten van deze middelen. Scenario 1 gaat uit van alle middelen. Scenario 2 gaat uit van de gegarandeerde middelen. Hieronder vindt u in de tabel de twee scenario’s en de verdeling van de middelen.

DF-Project & Management Ondersteuning-. M.W.G. Berning

Instrument Broedplaatsen* Versterken middenkader* Verhogen subsidieplafond culturele activiteiten Verhogen subsidieplafond Amateurkunst 2 jarig programma Cultuurregio* Transformatie/acute nood Totaal

Scenario 1 550.000 225.000 225.000

Scenario 2 370.000 150.000 225.000

150.000

100.000

100.000 100.000 1.350.000

50.000 50.000 945.000

*Voor de onderdelen broedplaatsen, versterken middenkader en cultuurregio wordt de richting van het inzetten van de middelen aangegeven, maar er ligt nog geen uitgewerkt plan. De plannen worden uitgewerkt samen met het culturele veld. In het participatieverslag wordt weergegeven op welke manier het veld betrokken is en wordt betrokken. Op die manier kan beter aangesloten worden op de wensen en behoeften die in het veld leven. Dit sluit aan bij de wens van het veld voor meer ruimte en vertrouwen. Bevoegdheid college Het college heeft de bevoegdheid om een definitieve verdeling te maken op basis van de middelen die daadwerkelijk voor cultuur verstrekt worden via het Rijk. Met dit voorstel wordt er gekozen voor scenario 1, mochten de aangekondigde middelen in de decembercirculaire niet worden toegekend, dan wordt het uitgangspunt scenario 2. Alternatieven Enkele alternatieven en de gevolgen zijn benoemd bij de risico’s. Uw raad kan ervoor kiezen geen middelen voor de sector ter beschikking te stellen. Met dit voorstel wordt er geïnvesteerd in het middenkader. Dit is de groep die vaak buiten de algemene maatregelen van het Rijk valt. Het is ook de groep die een belangrijke bijdrage levert aan het aantrekken en behouden van talenten. Uw raad kan ervoor kiezen alleen middelen voor acute noodhulp ter beschikking te stellen.

Participatie In elke fase van dit voorstel heeft het culturele veld geparticipeerd. In het participatieverslag vindt u een totaal overzicht. Hieronder op hoofdlijnen de wijze waarop participatie is vormgegeven: Evaluatie: voor de evaluatie zijn verschillende instrumenten ingezet: 1. Enquête: Er is een enquête uitgezonden naar iedereen die een aanvraag heeft ingediend bij één van de regelingen, en de groep die in gesprek is geweest met de cultuurcoach of de aanjagers Wendbaar en Weerbaar kleinschalig met betrekking tot de regelingen maar geen aanvraag heeft ingediend. 2. Individuele gesprekken met zzp’ers en makers 3. Gesprekken met de begeleiders van de aanvragers: Gesprekken met de cultuurcoach, de aanjagers Wendbaar en Weerbaar kleinschalig, en de aanjager creatieve broedplaatsen. 4. Input adviescommissie: Ervaringen van de adviescommissie via een brief van de commissie en een evaluatiegesprek met de adviescommissie. 5. Gesprekken met niet indieners: er waren potentiële aanvragers die wel bij informatiesessies aanwezig waren, maar geen aanvraag hebben ingediend. Er zijn een aantal gesprekken gevoerd om te achterhalen wat de reden was om niet in te dienen. Voorstel instrumenten: voor het bepalen van de instrumenten die ingezet worden zijn de volgende stappen gezet: 1. Digitale meeting: begin september is er een digitale sessie georganiseerd voor het culturele veld.

Hierbij waren ongeveer 15 personen vanuit de breedte van het veld aanwezig. Tijdens de sessie konden aanwezigen aangeven wat volgens hen de belangrijkste punten zijn om op in te zetten 2. Netwerkbijeenkomst middenveld: de werkgroep versterken middenveld heeft samen met de cultuurcoach half oktober een bijeenkomst georganiseerd met als thema wat is er nodig om het middenveld te versterken. Hierbij waren ongeveer 30 personen (zzp’ers, makers, kleine instellingen) aanwezig. De uitkomsten van deze bijeenkomsten zijn meegenomen in dit voorstel. 3. Communicatie met direct betrokkenen: Rechtsgeldige bekendmaking van gemeentelijke regelgeving

DF-Project & Management Ondersteuning-. M.W.G. Berning

Vervolg Hieronder per onderdeel de vervolgstappen die worden gezet: Broedplaatsen: Tijdens het randprogramma van 29 november bent u geïnformeerd over het vervolgproces rondom de broedplaatsen. In de eerste helft van 2022 wordt er gewerkt aan een voorstel om broedplaatsen in Enschede te stimuleren en te versterken. Hiervoor wordt onderzoek verricht naar de meest effectieve instrumenten. Versterken maakklimaat/kleine instellingen: Samen met de werkgroep cultuurnetwerk Enschede wordt een plan van aanpak opgesteld in het eerste kwartaal van 2022. Daarna wordt tot uitvoering overgegaan. Subsidieverordening culturele activiteiten 2014: Er worden extra bijeenkomsten georganiseerd voor studenten van Aki/Artez om ze te informeren over de regeling. Subsidieverordening Amateurkunst 2021: De amateurverenigingen worden via de cultuurcoach geïnformeerd dat er extra middelen zijn voor de periode 2023-2024. Uitvoeringsprogramma Cultuurregio Twente: Het conceptuitvoeringsprogramma wordt in het eerste kwartaal van 2022 opgeleverd. Op basis hiervan wordt bepaald hoe deze middelen concreet worden ingezet. Dit wordt afgestemd in het bestuurlijk overleg Cultuurregio Twente. Noodsteun/Transformatie: In het tweede kwartaal van 2022 wordt een nieuwe inventarisatie gedaan naar de financiële impact van Covid-19.

Bijlage(n) Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

Omschrijving Evaluatierapport kader Rijksmiddelen eerste tranche Samenvatting evaluatierapport kader Rijksmiddelen eerste tranche Inspraakverslag inzetten Rijksmiddelen tweede tranche Raadsvoorstel inzetten Rijksmiddelen tweede tranche Raadsbesluit inzetten Rijksmiddelen tweede tranche

Burgemeester en Wethouders van Enschede, _______________ de loco-Secretaris, de Burgemeester,

E.A. Smit

drs. Th.J.F.M. Bovens

DF-Project & Management Ondersteuning-. M.W.G. Berning

College Ja Ja

Raad Ja Ja

Geheim Nee Nee

Ja

Ja

Nee

Ja

Ja

Nee

Ja

Ja

Nee

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=f33d7708-a748-4721-8399-a3126e40dde8