Raadsvoorstel
Tekst van het document
Voorstel Gemeenteraad F Onderwerp
Visie landelijk gebied Enschede
Portefeuillehouder
Jurgen van Houdt agendaletter (F)
Organisatieonderdeel
Cluster Ruimtelijke Ontwikkeling en Beheer
Stuknummer
Aangeboden aan Raad
28 april 2021
Corsanummer
2100030377
(invulling door Griffie)
__________________________________________________________________________________________ Wij stellen u voor te besluiten om: 1. De Visie landelijk gebied Enschede als structuurvisie vast te stellen; 2. De structurele opgave voor het realiseren van opgaven (structureel € 350.000,--) te betrekken bij de aankomende zomernota(s).
Inleiding Reden voor een visie De focus van gemeentelijk beleid is het stedelijk gebied. Met 97% van de inwoners en de concentratie van uitdagingen en kansen is dat begrijpelijk. Tegelijk is tweederde van de gemeente landelijk gebied en zien we dat er veel vraagstukken spelen in het buitengebied. Bijvoorbeeld de verandering van de landbouw, de instandhouding en verbetering van de natuur, de toekomst van landgoederen, verdroging, stedelijke druk en de opwekking van energie. Dit vraagt om een integrale ruimtelijke visie. De visie wil een overkoepelend verhaal bieden, dat richting geeft voor de komende tien jaar. Na de vaststelling van de visie zal de Gids buitenkans nog dit jaar worden vernieuwd en komt er volgend jaar een operationeel Natuur- & Landschapsplan. Vooruitlopend op de komst van de Omgevingswet werkt de gemeente aan een omgevingsvisie voor het hele grondgebied. Deze Visie landelijk gebied is een van de uitgangspunten voor die nieuw op te stellen omgevingsvisie. Voor u ligt een uitgebreid raadsvoorstel. We weten dat het niet voor ieder lid van uw Raad mogelijk is alle bijlagen volledig te lezen. We hebben daarom gekozen om zo goed en compleet mogelijk de Visie en de dilemma’s die er spelen in dit raadsvoorstel aan u voor te leggen. Cijfers Het landelijk gebied van Enschede omvat ongeveer 10.000 ha op een gemeentelijke oppervlakte van 14.272 ha.
De gemeente Enschede telt in totaal 158.918 inwoners (1 augustus 2020, bron: CBS). In het landelijk gebied van Enschede wonen 4.740 inwoners (3%). Ook 3% van de woningen staat in het landelijk gebied. De dichtheid aan woningen in het buitengebied behoort tot de hoogste van Overijssel. Ongeveer de helft van het landelijk gebied is landbouwgrond. De landbouw is met 56 voltijdbedrijven (veelal melkveehouderij) belangrijk voor het beheer en het karakter van het landelijk gebied. Een derde van de grond bestaat uit landgoederen, vooral historische (uit het textielverleden) en daarnaast nieuwe landgoederen met natuur, bos en landbouw.
ROB-OO. W.H.F. Gerritsen
Landelijk gebied Enschede De visie, de opbouw De visie gaat van abstract naar concreet. De visie omschrijft de ambitie en vervolgens de ontwikkelingsprincipes waarlangs nieuwe ontwikkelingen en veranderingen mogelijk zijn. Daarna wordt voor negen verschillende thema’s beschreven welke kwaliteiten de gemeente wil beschermen en hoe zij het landelijk gebied wil benutten. Per thema is een analyse, ambitie en aanpak opgenomen. Dit alles vertaalt zich naar concrete opgaven die de gemeente in de komende tien jaar wil realiseren. Tenslotte worden de instrumenten beschreven die we daarvoor willen inzetten en de gebieden waar we het eerst mee aan de slag willen.
ROB-OO. W.H.F. Gerritsen
Ambitie De gemeente geeft met de Visie landelijk gebied richting aan de ontwikkelingen in het landelijk gebied. Het gaat om een ontwikkeling die balans houdt tussen beschermen en benutten en die voortbouwt op de ontwikkelingskoers ‘Enschede groeit uit het hart’. Dit zijn de drie belangrijke samenstellende delen: Bij ‘beschermen’ gaat vooral om het buitengebied als Groene Pijler. De Groene Pijler staat voor het kleinschalige landschap, de natuurlijke rijkdom, de historische landgoederen, de hoogteverschillen, de variatie in de bodem en het watersysteem en de beleving van ‘donker’ en rust. Bij ‘benutten’ gaat het om een levendig buitengebied met gebruik door landbouw, recreatie, woonhuizen, wegen en waterlopen en nutsvoorzieningen. Nieuw is de duurzame opwekking van energie. Het derde deel is ‘buren’: stad en land liggen direct tegen elkaar aan. Het groen is altijd in de buurt van de stadsbewoner. Omgekeerd hebben de bewoners van het landelijk gebied de voorzieningen van de stad bij de hand. De ruimtelijke grens moet scherp blijven; de mensen uit de stad en het platteland moeten elkaar wel makkelijker kunnen vinden. Uw Raad heeft bij de vaststelling van de Nota van uitgangspunten met een amendement en een motie1 extra nadruk gelegd op -wat de Visie samenvat met- het buitengebied als Groene Pijler.
De Visie wil dat de gemeente niet alleen een stip op de horizon zet, maar - samen met de landbouw, de landgoederen, de natuurorganisaties – ook maatrelen treft om de biodiversiteit te versterken, de verdroging terug te dringen, houtsingels aan te leggen en te beheren, Twentse erven terug te brengen, bomen aan te planten, bloemrijke akkerranden tot stand te brengen etc. De Visie wil met de kwaliteiten in het landelijk gebied ‘talenten’ een aantrekkelijke woon- en leefomgeving bieden. Door de verbinding stad-land zet de Visie in op de inclusieve stad met een versterkte band tussen de gemeente en het landelijk gebied. De Visie landelijk gebied gaat bij uitstek over de duurzame, groene stad. Toekomstbeeld Landelijk gebied
Het landelijk gebied van Enschede onderscheidt zich: o Door balans tussen (1) behoud van het historische agrarische cultuurlandschap, het rijke verleden met textiellandgoederen en natuur en (2) ontwikkeling met kringlooplandbouw, nieuwe landgoederen, innovatief waterbeheer en energieopwekking in eigentijdse landschappen; o Door de nabijheid van de drukke stad en de Groene Pijler van het buitengebied; o Door de variatie in grondgebruik, hoog-laag, nat-droog, oude en nieuwe architectuur, verstilde plekken en ontmoeting in drukbezochte gebieden. De hoge kwaliteit van het groene buitengebied reikt met de groene lobben tot ver in de stad en sluit aan op de groenstructuren van parken, singels, radialen en beken in het stedelijk gebied. Dit samenstel maakt Enschede tot een zeer aantrekkelijke woon-, werk- en verblijfsplaats. Deze unieke kwaliteit wordt nog sterker ontwikkeld en benut. De gemeente is permanent in gesprek met bewoners, bedrijven, eigenaren en gebruikers van het landelijk gebied. Die nemen zelf initiatief, zorgen voor een duurzame economische basis en vormen een levendige gemeenschap in een open samenleving met de bewoners van de stad.
Ontwikkelprincipes De ambitie geeft de gewenste richting aan als een vergezicht voor het landelijk gebied van Enschede. De ontwikkelprincipes helpen om in het ‘hier en nu’ te kunnen beoordelen of een project, een maatregel of ander initiatief bijdraagt aan dat vergezicht. Ze geven houvast bij het ontwerpen van beleid, het ontwikkelen van plannen en het toetsen van initiatieven van derden. In grote lijn geldt dat een ontwikkeling is toegestaan als voldaan wordt aan de “vier V’s”: - Versterken groenblauwe structuur; - Verbinden stad & land - Vanuit het landschap ontwikkelingen; - Vernieuwen: ruimtelijk, economisch, sociaal en bestuurlijk.
1 Per amendement is een extra uitgangspunt toegevoegd gericht op het netwerk van natuurgebieden en in een motie heeft de
Raad gevraagd ‘initiatieven tot synergie tussen extensieve landbouw, biotoopverbetering en natuur in kracht te zetten’. ROB-OO. W.H.F. Gerritsen
Thema’s Voor alle thema’s wordt verwezen naar de bijgevoegde Visie. Enkele belangrijke uitspraken zijn: - Planten van meer bomen (170.000 bomenplan) in samenhang met versterken natuur en landschap, landgoederen, recreatie en de transitie in de landbouw; - Landbouw staat voor grote uitdagingen. Is de huidige productie voor de wereldmarkt op lange termijn houdbaar? De rol van de gemeente is beperkt (primair Europees- en Rijksbeleid) maar we volgen het Rijksbeleid en willen een duurzame verbrede bedrijfsvoering en kringlooplandbouw bevorderen en landbouwbedrijven die zich meer richten op de directe markt in Enschede zelf. - Landgoederen als een ring rond de stad zijn een uniek gegeven voor Enschede. De rol van de gemeente is beperkt maar er is bereidheid mee te werken aan nieuwe ontwikkelingen als deze bijdragen aan een duurzame en toekomstgerichte exploitatie met een herkenbaar publiek belang. - Bij wonen en andere “rode” functies wordt het huidig beleid voortgezet. Dat is gericht op het beperken en terugdringen van de verstening van het landelijk gebied. Er zijn wel enkele accentverschillen. We stellen voor de categorie bouwwerken dat toegang geeft tot de rood-voorrood regeling groter te maken. Daardoor kunnen meer niet-waardevolle gebouwen gesloopt worden, met als resultaat dat netto minder steen in het landelijk gebied over blijft.
Ook voor meer verschillende doelgroepen willen we ruimte bieden (de huidige nieuwe woningen zijn primair in het hoge of dure segment). De regels worden uitgewerkt in de Gids buitenkans. - Er is ruimte voor kwalitatieve toevoeging van recreatie en toerisme in het landelijk gebied. Dat kan door vernieuwde aandacht voor het “rondje stad” en nieuwe kleinschalige horeca en leisureconcepten. Aandacht is er voor het beleefbaar maken van het landelijk gebied. - Voor andere economische functies geldt primair dat deze moeten passen bij de aard en schaal van het landelijk gebied. Vrijkomende agrarische bedrijven kunnen daarvoor gebruikt worden, nieuwbouw van niet-agrarische bedrijfsgebouwen of kantoren is ongewenst, hiervoor zijn de werklocaties bedoeld. - De dorpen in onze gemeente zijn niet opgenomen in de Visie Landelijk Gebied omdat de dorpen deels andere thema’s en onderwerpen hebben dan het landelijk gebied. Tegelijk zien we de behoefte van de dorpen voor hun eigen ruimtelijke visie op hun dorp. De dorpsraden zijn actief met het opstellen van Dorpsvisies (Boekelo heeft haar visie al aangeboden aan de gemeente). We willen die visies benutten om samen met de dorpsraden en de inwoners van de dorpen een eigen ruimtelijk kader voor de dorpen op te stellen. Deze kunnen later opgaan in de nieuwe Omgevingsvisie.
Landelijk Gebied en de Energievisie De gemeentelijke Energievisie richt de aandacht op de opwekking van energie in het landelijk gebied. Kortweg: zonnevelden en windmolens. Deze aandacht is begrijpelijk omdat het een grote nieuwe functie is in het landelijk gebied. Tegelijk domineert dit onderwerp de discussie en is er minder aandacht voor de andere belangrijke onderwerpen en ontwikkelingen in het landelijk gebied. Hoe verhouden de Visie landelijk gebied en de Energievisie zich tot elkaar? De Energievisie bevat de doelstelling voor duurzame opwekking in heel Enschede. Van belang is dat de lusten en lasten eerlijk verdeeld worden en dat balans bestaat tussen het aandeel van de maatregelen in stedelijk en landelijk gebied. De Visie landelijk gebied Enschede geeft verdere randvoorwaarden waar en op welke manier de duurzame opwekking kan worden gerealiseerd. In het landelijk gebied is het landschap leidend; de draagkracht van het landelijk gebied bepaalt wat op welke manier mogelijk is. Beide visies gaan daarbij uit van dezelfde waarderingskaart van het landschap. Bij zonnevelden van meer dan 2 ha wordt verder altijd een integrale gebiedsaanpak gevolgd. Bij de zogenaamde transformatiegebieden uit de landschapsstudie leeft soms het beeld dat deze gebieden volledig worden ingericht met zonnevelden. Dat is niet het geval.
Voor deze gebieden geldt dat zonnevelden één van de functies is die hier zouden kunnen landen, maar altijd in samenhang met andere functies en als resultaat van een integrale gebiedsaanpak. De landschapsindeling geeft vanuit het landschap het ontwikkelingskader, is geen planologische ordening van het landelijk gebied en deelt er geen nieuwe functies aan toe. Opgaven De opgenomen opgaven zijn een concrete en meetbare vertaling van de thema’s. Hierbij speelt wel de kwestie van budget (zie ook bij Dilemma’s en financiële dekking). Uiteindelijk zal uw Raad, in samenhang met de komende zomernota, moeten besluiten welke opgaven op dit moment wel of niet door de gemeente worden opgepakt. Gebiedsgerichte opgaven en de gebieden Verschillende thema’s en opgaven moeten met elkaar worden verbonden en samenkomen in gebieden. Wij gaan overal in het landelijk gebied aan de slag. In een aantal gebieden waar veel samenkomt volgen we een integrale
ROB-OO. W.H.F. Gerritsen
gebiedsgerichte aanpak, samen met inwoners en andere belanghebbenden. We gaan van start in vijf gebieden: Stadsrand, Usseler Es, West (Twekkelo, Usselo en Boekelo), Oost (Eschmarke) en Zuid (Broekheurne).
In Broekheurne hebben we samen met de Buurtkring en Stawel een eerste stap gezet, zoals de Visie aangeeft. De drie partijen hebben gezamenlijk een onafhankelijk verkenner aangewezen. De komende maanden gaat deze verkenner het gebied in om gesprekken te voeren en zich een beeld te vormen. De verkenner is onafhankelijk en bepaalt dus ook zelf zijn werkwijze. Aan de verkenner is gevraagd om in juni verslag te doen en met een voorstel voor een vervolg te komen. De Buurtkring Broekheurne, Stawel en de gemeente kunnen dan besluiten of dat een goede basis is voor een integrale gebiedsaanpak in Broekheurne en omstreken. Uiteraard wordt uw Raad ook betrokken bij die beslissing. Vanuit het programma IBP-Vitaal Platteland draagt de provincie ook bij aan deze gebiedsaanpak. Dilemma’s Er spelen enkele dilemma’s bij de ambities en doelen in het landelijk gebied. Ten eerste een ruimtelijk dilemma. Alle ruimteclaims (meer grond voor kringlooplandbouw, planten van bomen, de wateropgave en de grootschalige opwek van energie) en het behoud en ontwikkeling van de Groene Pijler passen niet in het landelijk gebied. Daarom moeten opgaven en ontwikkelingen waar mogelijk gecombineerd worden. Zelfs bij het combineren is telkens een afweging nodig welke belangen en doelen voorrang krijgen.
Ook als in de loop van de tijd veranderingen optreden (bijvoorbeeld bij de opwekking van energie) zal telkens een integrale afweging moeten worden gemaakt die verder gaat dan het sectorale belang. Datzelfde geldt voor grote nieuwe stedelijke opgaven (zoals nieuwe woon- of werklocaties). Het landelijk gebied zit niet op slot, maar is zeker ook geen vrij te benutten ruimte. Het landelijk gebied vormt een eigen gelijkwaardig belang ten opzichte van stedelijke ambities. De Groene Pijler met het landschap en de groenblauwe structuur heeft stedelijke betekenis. De keuze om een deel van het landelijk gebied voor nieuwe opgaven in te zetten moet dan ook op stedelijk niveau worden afgewogen waarbij de waarden van het landelijk gebied een zelfstandig belang vormen. De komende omgevingsvisie zal ingaan op die afweging en dat proces. Gezien de gronddruk willen we ook de gronden die de gemeente in het landelijk gebied in eigendom heeft, in gebruik geven conform de doelen in de Visie landelijk gebied. Dat vormt geen oplossing van het ruimteprobleem, maar kan wel bijdragen aan het bereiken van de gestelde ambities. Het tweede dilemma is het budget voor het landelijk gebied. De gemeente legt met de visie stevige ambities vast, maar beschikt over beperkte slagkracht, krappe budgetten, weinig menskracht en instrumenten.
De beschikbare mensen en middelen zijn onvoldoende om alle ambities en opgaven waar te maken. Bij alle opgaven in de visie zijn, waar van toepassing, de benodigde capaciteit en materieel budget opgenomen. Deze zullen deels worden ingebracht in het proces van de zomernota. Bij niet of beperkt toekennen van extra budget en capaciteit zullen de nu opgenomen opgaven maar ten dele of geheel niet worden opgepakt. Ze blijven wel staan als doel zodat Raad later alsnog de opgaven in uitvoering kan geven. Het betekent vooral dat er bij de vaststelling van de visie heldere afspraken zijn tussen ons College en uw Raad en ons College en de ambtelijke organisatie wat wordt opgepakt en welke resultaten mogen worden verwacht. Zie verder ook onder de paragraaf financiële dekking. Het derde dilemma ligt in het verlengde van de tweede. Vanuit de participatie met inwoners en belangorganisaties wordt duidelijk dat het landelijk gebied wil dat de gemeente beter aanspreekbaar is en actief de regie neemt bij grotere ontwikkelingen. Als accountmanager voor de landgoederen, aanspreekpunt voor de landbouw, als betrouwbare en deskundige partner en als regisseur bij gebiedsontwikkelingen. Maar ook in de rol ROB-OO. W.H.F. Gerritsen
van toezichthouder en handhaver waar dat nodig is. Met de beschikbare personele capaciteit en de huidige instrumenten zijn die rollen en taken niet goed in te vullen. Als we meer aandacht willen geven aan het landelijke gebied dan is het nodig dat we er ook er als deskundige gesprekpartner zijn. Publieksvriendelijke samenvatting Ruim twee derde van het grondgebied van de gemeente Enschede is landelijk gebied, met landbouwgrond, landgoederen en natuurgebieden. Bijna vijfduizend mensen wonen in het landelijk gebied, ongeveer 3% van de inwoners van onze gemeente. Het landelijk gebied heeft een hoge ‘groene’ kwaliteit, die niet ‘vanzelf’ blijft bestaan. We zien allerlei ontwikkelingen in het landelijk gebied: de veranderende landbouw, de wens tot instandhouding en verbetering van de natuur, verdroging, de uitdaging om landgoederen in stand te houden, duurzame opwekking van energie. De Corona-crisis wijst nog eens extra op de voordelen van een landelijk gebied dicht bij de stad. Dit is een grote kracht van Enschede, stad & land bij elkaar. Tegelijk zien we dat deze twee ‘buren’ nog te weinig met elkaar doen en meer verbinding kunnen maken, in beider voordeel. Met de Visie landelijk gebied wil de gemeente richting geven aan de verandering in het buitengebied: kansen benutten en helpen om goede keuzen te maken waar dat niet ‘vanzelf’ gaat.
Beoogd effect Een kader en een richting aangeven voor de ontwikkeling van het landelijke gebied van Enschede voor de komende tien jaar. Richting geven aan nieuw vast te stellen beleid in de vorm van een nieuwe Gids Buitenkans en een Natuur- & Landschapsplan. Argumenten 1.1 Door het vaststellen van de Visie geeft u een kader en een richting voor de toekomstige ontwikkeling van het landelijk gebied. Er speelt veel in het landelijk gebied en dat vraagt om een visie en een stip op de horizon door de gemeente. Met deze Visie zet de gemeente die stip. Het is de basis voor verdere uitwerkingen in de Gids buitenkans en het Natuur- & Landschapsplan. 1.2
Met het vaststellen van de Visie geeft de gemeente duidelijkheid aan de inwoners, bedrijven en organisaties over wat de gemeente wil in het landelijk gebied. Veel van wat er in het landelijk gebied gebeurt wordt gedaan door inwoners, bedrijven en organisaties. Met deze Visie geeft de gemeente duidelijkheid over wat haar ambitie is en hoe zij die wil realiseren. Het is de basis waarop de gemeente met partners in gesprek gaat en samen met hen aan de slag gaat.
Risico’s 1.1 De Visie kan verwachtingen wekken die de gemeente niet zondermeer kan waarmaken. De Visie geeft de ambitie en doelen aan, die de gemeente wil realiseren. De indruk kan ontstaan dat de gemeente de Visie vervolgens geheel zelf gaat realiseren. Er past de gemeente enige bescheidenheid. De realisatie van de Visie zal in belangrijke mate door partners worden gedaan, met hulp van de gemeente. Het zijn de ideeën, initiatieven en de energie van de partners, die aard en tempo van de realisatie bepalen. Wel is toereikend gemeentelijk budget nodig om een voldoende aandeel te leveren en een sturende rol te vervullen (zie ook Financiële dekking). Financiële dekking van het voorstel Bij het onderdeel “opgaven” en “instrumenten” in de Visie is aangegeven welk gemeentelijk budget en/of personele inzet nodig zijn voor realisatie van de Visie. De thans beschikbare middelen en personele capaciteit zijn ontoereikend. De huidig beschikbare middelen in het budget materieel is € 250.000 per jaar. Dit is inclusief de door uw Raad toegevoegde natuureducatiemiddelen2. Met dat budget kan niet meer gedaan worden dan een minimale invulling geven aan de taken in het landelijk gebied.
Het herzien van de Gids buitenkans, de reguliere ondersteuning van Stawel, het opstellen van het Natuur- en Landschapsplan, natuureducatie en ontwikkeling rond het Wageler, cofinanciering bij groenblauwe diensten en ad hoc-taken zijn met dit budget gedekt en liggen daarmee voor de komende periode vast. De Visie brengt met zich mee dat de gemeente de inzet in het landelijk gebied structureel verhoogt. Het behoud en de ontwikkeling van de kwaliteit van het landelijk gebied en het benutten van die kwaliteiten ten behoeve van het woon-, werk- en leefklimaat in de hele stad vraagt om een toename van dit budget met minimaal € 350.000 naar structureel € 600.000 per jaar. Deze toename vult de volgende kwaliteitsslag in die de Visie inzet: Inzet Integrale gebiedsaanpak – regie en actieve deelname bij twee gebieden per jaar
Kosten € 100.000 / jaar
2 Amendement ‘Geef natuureducatie weer een plek en aandacht’ d.d. 11-11-20)
ROB-OO. W.H.F. Gerritsen
Wijkregisseur in het landelijk gebied Versterking van de rol van deskundig aanspreekpunt voor landbouw, landgoederen en verbinder van budgetten van derden Beheer van gemeentelijke wegbermen en sloten: verduurzaming van het beheer en uitbesteding aan landbouwers In gebruik geven van gemeentegrond conform gemeentelijke doelen Flexibel in te zetten investeringsbudget om cofinanciering te bieden bij diverse investeringen in aansluiting op programma’s van Rijk, provincie en waterschap (bomenaanplant, maatregelen in de integrale gebiedsaanpak, bloemrijke akkerranden, voedselbos etc.) Totaal voorgestelde toename *betreft personeelsbudget
€ 60.000 / jaar* € 50.000 / jaar € 20.000 extra / jaar € 20.000 opbrengstderving / jaar € 100.000 / jaar
€ 350.000
Daarmee zijn overigens lang niet alle opgaven gedekt, die in de Visie zijn opgenomen. Bovengenoemd budget van structureel € 350.000 extra (totaal € 600.000) is niet toereikend voor de volgende opgaven uit de Visie: versterking van het beheer van houtwallen en landschapselementen (€ 100.000 / jaar), versterking van Twentse erven (€ 15.000 jaar), stimulering streekproducten (0,25 fte/jaar), versterken van recreatief-toeristische routes (€ 50.000 / jaar + 0,3 fte), gemeentelijke monumenten (0,1 fte/ jaar). Nadere studie is nog nodig om vast te stellen of en welke investeringen in het vasthouden van water in het landelijk gebied (€ 50.000 / jaar) passen binnen de gemeentelijke zorgplicht en daarmee kunnen worden betaald vanuit de rioolheffing. Ook biedt het reguliere budget alleen ruimte voor de herziening van de Gids buitenkans en het opstellen van het Natuur- & Landschapsplan. De bovenstaande lijst voorziet niet in budget of menskracht voor de ontwikkeling van aanvullende instrumenten zoals monitoring en aanvullende welstandregels.
Voor toezicht en handhaving moet binnen het reguliere budget voor deze taken prioriteit gegeven worden aan het tegengaan van ondermijning, toezicht op gedrag (betreding, vuilstort, loslopende honden etc.) in het landelijk gebied en voor naleving van vergunningvoorschriften en andere afspraken die gemaakt worden bij initiatieven in het landelijk gebied. Bij dit versterkte toezicht en handhaving gaat wij ervan uit dat hiervoor structureel meer middelen ter beschikking zijn gekomen, conform amendement van uw Raad, anders kan dit niet. Bovenstaande kan ook als de volgende driedeling worden gepresenteerd: wat kan met het huidige budget (€ 250.000), wat met dit Raadsvoorstel voor prioritaire opgaven uit de Visie (€250.000 + € 350.000 = € 600.000) en welke opgaven uit de Visie worden naar de langere termijn verschoven. Om dit aanvullende pakket uit te voeren is structureel afgerond € 250.000 extra nodig plus circa € 50.000 eenmalige kosten voor instrumentontwikkeling. Huidig beschikbaar budget van € 250.000 voor het landelijk gebied
Opgaven uit de Visie met prioriteit: Voorstel tot uitvoering in komende jaren door structurele toename budget met € 350.000 tot € 600.000
Totaal van opgaven uit de Visie: uitvoering tot 2030 naar gelang extra budget beschikbaar komt. Totaalpakket circa € 250.000 extra + € 50.000 eenmalige kosten
- Herzien Gids buitenkans - Opstellen Natuur- & Landschapsplan - Natuureducatie rond het Wageler (budget amendement ‘Geef natuureducatie weer een plek en aandacht’ d.d. 11-11-20) - Bestaande ondersteuning Stawel - Bestaande cofinanciering bij groenblauwe diensten - Beperkt ruimte voor ad hoc-taken
- Integrale gebiedsaanpak (proceskosten voor twee gebieden per jaar) - Wijkregisseur landelijk gebied - Versterking rol deskundig aanspreekpunt + regie budgetten - Beheer wegbermen - Gebruik gemeentegrond - Flexibel investeringsbudget (bomenaanplant, maatregelen in gebiedsaanpak, bloemrijke akkerranden, voedselbos etc).
- Versterking beheer houtwallen - Twentse erven - Stimulans streekproducten - Recreatief-toeristische routes en overnachtingen - Gemeentelijke monumenten - Vasthouden water - Fonds landelijk gebied - Welstandseisen - Monitoring
Voor extra toezicht en handhaving in het landelijk gebied gaat het om prioriteitstelling binnen het nieuwe budget en menskracht.
ROB-OO. W.H.F. Gerritsen
Bovenstaande tabel drukt de voorkeur uit voor het vrijmaken van budget voor de uitvoering van de Visie. Het is een voorstel aan de Raad om daar in samenhang met andere onderdelen van de Gemeentebegroting keuzen in te maken. Bij dit voorstel worden nadrukkelijk twee punten opgemerkt. 1. Naarmate minder budget of menskracht beschikbaar komen kan de gemeente ook minder borgen dat de uitvoering van de Visie gestalte krijgt. Zonder afdoende budget en menskracht kan de Raad niet de verwachting hebben dat uitvoering van de grond komt. Noodzakelijk is dat het College met uw Raad tot afspraken komt over welke opgaven wel en (nu) niet worden opgepakt – passend bij het beschikbare budget. 2. Een prioritering van menskracht en middelen wil overigens niet zeggen dat het uitspreken van de ambitie zinloos is. De Visie geeft ook richting aan het handelen van derden en de termijn van realisatie is langer dan komend begrotingsjaar. De Visie loopt immers tot 2030. In de komende tien jaar zullen College en Raad samen bepalen welke opgaven extra of als vervanging in uitvoering worden genomen. Bij de zomernota’s en begrotingen zal dit telkens een onderwerp van gesprek zijn. Deze nuancering neemt niet weg dat als de gemeente zelf geen ‘boter bij de visie’ levert, de gemeente aan slagkracht, overtuigingskracht en geloofwaardigheid inboet.
Dit komt duidelijk uit het uitgebreide participatieproces naar voren. We vragen de Raad bij de vaststelling van de Visie een eerste keus te maken over welke opgaven we als eerste oppakken. Alternatieven Een alternatief is om de Visie niet aan te bieden aan uw Raad zodat geen nieuw beleidskader wordt vastgesteld. Dan beschikt de gemeente niet over een actueel toekomstbeeld voor 70% van het grondgebied en ontbreekt een gedragen aanpak om met inwoners, bedrijven, eigenaren, maatschappelijke organisaties en medeoverheden de juiste balans te vinden in het beschermen van het fraaie buitengebied en het benutten daarvan voor de doeleinden van de hele stad. De gemeente valt dan terug op bestaand beleid en vult bij ontbreken van beleidzaken ad hoc in. Kansen worden dan gemist om het landelijk gebied te versterken en kwaliteiten te behouden en ontwikkelen. Participatie In de voorbereiding van het ontwerp van de Visie is op verschillende momenten met inwoners, ondernemers, organisaties en overheden gesproken. In de bijlage Overleg en participatie Visie Landelijk Gebied Enschede wordt hier verslag van gedaan, inclusief de eerdere momenten dat dit onderwerp met uw Raad is besproken. In de bijlage worden de verschillende momenten van overleg en participatie benoemd, wat is meegeven en hoe we dat hebben verwerkt in de Visie.
Ook geven we daarin aan hoe twee eerdere moties3 van uw Raad zijn meegenomen in de Visie. De ontwerpvisie heeft ook ter visie gelegen voor zienswijzen. De gemeente heeft 42 zienswijzen ontvangen. In de bijlage Reactienota Zienswijzen Visie Landelijk Gebied wordt een reactie gegeven op de zienswijzen. Een aantal vaak voorkomende opmerkingen zijn van een gebundelde reactie voorzien, daarna is per zienswijze een reactie gegeven en als dat van toepassing is vermeld ook hoe dat is verwerkt in de tekst van de Visie. Tenslotte geeft de Reactienota de ambtshalve wijzigingen ten opzichte van het ontwerp aan. De onderwerpen die in verschillende zienwijzen naar voren zijn gebracht betreffen (met de letter waarmee ze in de Reactienota zijn aangeduid): A. Overleg en participatie (13 zienswijzen) B. Boter bij de visie (8 zienswijzen) C. Waardering(skaart) voor het landschap (11 zienswijzen) D. Aanplant van bomen (9 zienswijzen) E. Energietransitie (19 zienswijzen) F. Groenstructuur rond zonneveld (5 zienswijzen) G. Gronddruk en gemeentelijke grond (6 zienswijzen) H. Economische dragers (6 zienswijzen) I. Kringlooplandbouw (3 zienswijzen) J. Intensivering landbouw en biodiversiteit (8 zienswijzen) K. Versterking van de band tussen boer en burger (5 zienswijzen) Naar aanleiding van de zienswijzen is het ontwerp op diverse onderdelen aangepast en aangevuld.
Dit betreft onder meer de relatie tussen de gemeente en inwoners / partners in het landelijk gebied. In de voorbereiding van
3 Motie ‘Twents landschap’ d.d. 13-11-2017 en motie ‘Voedselbos’ d.d. 12-11-2018
ROB-OO. W.H.F. Gerritsen
de Visie zijn ambtelijk en bestuurlijk veel contacten met het landelijk gebied aangeknoopt, vernieuwd of geïntensiveerd. Na het vaststellen van de Visie willen we die contacten vasthouden en uitbouwen. Aan de Raad wordt in overweging gegeven na te denken over een meer structureel overleg van de Raad en tussen de Raad en de betrokkenen in het landelijk gebied. Dat kan, bijvoorbeeld vanaf de nieuwe raadsperiode volgend jaar, door middel van stadsdeelcommissie Landelijk Gebied. Dit stelt de Raad in staat om bij initiatieven in het landelijk gebied of de uitkomsten van integrale gebiedsaanpakken in samenhang en vanuit de optiek van het landelijk gebied te benaderen en te bespreken. Ook kan de inbreng van buurtkringen en anderen in die commissie een vaste plek krijgen. Bij deze wijze van extra en gerichte aandacht voor het landelijk gebied past ook dat de gemeente een wijkregisseur voor het landelijk gebied aanwijst. Communicatie Communicatie met direct betrokkenen De indieners van zienswijzen en degene die mee hebben gedaan in de participatie zullen over de vaststelling van de Visie worden geïnformeerd. Rechtsgeldige bekendmaking van gemeentelijke regelgeving Als uw Raad de Visie vaststelt wordt het besluit conform de wettelijke regels bekend gemaakt en wordt de Visie gepubliceerd op de website www.ruimtelijkeplannen.nl (plannummer: NL.IMRO.0153.SV00011-0003).
Vervolg Op basis van de Visie zal eind van dit jaar aan uw Raad een nieuwe Gids buitenkans worden voorgelegd. In 2022 wordt aan de Raad een Natuur- & Landschapsplan voorgelegd. Tegen uw besluit om de Visie vast te stellen staat geen bezwaar of beroep open. De Visie treedt in werking op de dag na bekendmaking van het besluit tot vaststelling. Bijlagen Besluit Gemeenteraad Visie Landelijk Gebied Enschede Samenvatting Visie Landelijk Gebied Enschede Bijlagerapport Visie Landelijk Gebied en het gemeentelijk beleid Evaluatie Landelijk Gebied Enschede Overleg en participatie Visie Landelijk Gebied Enschede Reactienota Zienswijzen Visie Landelijk Gebied (geanonimiseerd) Landschapswaarding Landbouwanalyse Landgoedereninventarisatie Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Burgemeester en Wethouders van Enschede, 20 april 2021 de loco-Secretaris,
de Burgemeester,
E.A. Smit
dr. G.O. van Veldhuizen
ROB-OO. W.H.F. Gerritsen