Raadsvoorstel
Tekst van het document
Voorstel Gemeenteraad F Onderwerp
Verordening Parkeerbelastingen 2026
Portefeuillehouder
Marc Teutelink agendaletter (F)
Organisatieonderdeel
Cluster Ruimtelijke Ontwikkeling en Beheer
Stuknummer
Aangeboden aan Raad
9 september 2025
Corsanummer
2500024880
(invulling door Griffie)
_______________________________________________________________________________________ Wij stellen u voor te besluiten om: Vast te stellen conform Parkeervisie 2023-2030 de Verordening Parkeerbelastingen 2026 met daarin de volgende aanpassingen: 1. indexatie van het kortparkeertarief in zone 1 en 1B met €0,05 naar €3,85 per uur; 2. indexatie van het kortparkeertarief in zone 2 t/m 8 met €0,05 naar €3,45 per uur; 3. indexatie van de vergunning-tarieven met een inflatiepercentage van 2,1%; 4. met ingang van 1 januari 2026, als maximumbedrag voor het opleggen van een naheffingsaanslag, €82,00 te hanteren.
Inleiding en voorgeschiedenis Het Parkeerbedrijf Enschede (PBE) beheert en exploiteert de betaalde parkeervoorzieningen op straat en in garages. De tarieven voor de parkeergarages en het P&R terrein worden, in verband met het privaatrechtelijke karakter, door het College vastgesteld. De tarieven op straat worden, omdat het belastingmaatregelen zijn, door de Raad vastgesteld. Via de Verordening Parkeerbelastingen worden de volgende belastingmaatregelen vastgesteld; de parkeervergunningtarieven, het kortparkeertarief op straat en de hoogte van de naheffingsaanslag. Deze uitgangspunten vormen de basis voor de exploitatieberekeningen van het Parkeerbedrijf inclusief o.a. de afschrijvingen voor de bouw van de H.J. van Heekgarage en de gemeentelijke investering van ruim 20 miljoen euro vanaf 2016 ten behoeve van de aanpassing van deze garage voor het MST. Via dit voorstel worden de straat-parkeertarieven voor 2026 vastgesteld, als uitwerking van de Parkeervisie 2023-2030. De technische uitwerking van de beleidsuitgangspunten wordt zoals gebruikelijk vastgelegd in de Verordening Parkeerbelastingen. Via deze Verordening Parkeerbelastingen wordt geen nieuw beleid vastgesteld.
Publieksvriendelijke samenvatting De Raad wordt voorgesteld om het kortparkeertarief op straat, de parkeervergunningtarieven, en de hoogte van de naheffingsaanslag voor het jaar 2026 vast te stellen via de Verordening Parkeerbelastingen. De tariefaanpassingen zijn conform de Parkeervisie 2023-2030. Nu resteert als technische uitwerking hiervan, het vaststellen van de Verordening Parkeerbelastingen waarin dit is vastgelegd. Gewenst effect van het besluit in relatie tot de strategische opgaven 1 en 2. Parkeertarieven op straat Het kortparkeertarief wordt per 1 januari 2026 verhoogd met €0,05 naar €3,85. Uitsluitend in zone 1 en 1B waar een goedkopere parkeergarage dichtbij is. Doordat in de garages een tarief van €3,35 gaat gelden worden parkeerders nog steeds verleid om in de garages te parkeren in plaats van op straat. In de zones 2 tot en met 8 wordt het gemiddelde uurtarief ook met €0,05 verhoogd naar €3,45.
ROB-Stadsdeelbeheer-Parkeerbedrijf I.M. Hulsebos
3. Tarieven parkeervergunningen Voor 2026 wordt een inflatiepercentage van 2,1% gehanteerd. De tarieven zijn met dit percentage geïndexeerd en dit is verwerkt in de tarieventabel van de Verordening Parkeerbelastingen 2026. 4. Naheffingsaanslagen Parkeerbelasting Met ingang van 1 januari 2026 bedraagt het maximumbedrag voor het opleggen van een naheffingsaanslag €82,00. (Staatscourant 2025-24417). Dit bedrag wordt ieder jaar vastgesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In 2025 was het maximumbedrag €78,80. Voorgesteld wordt om in 2026 wederom het door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde bedrag te hanteren. Argumenten 1.1 In de Parkeervisie is vastgesteld dat er 50 cent tariefverschil moet zijn tussen het tarief van de parkeergarages en het tarief op straat in zone 1. Doordat het tarief in de garage stijgt naar €3,35, wordt nu logischerwijs het tarief in zone 1 aangepast naar €3,85. Door dit tariefverschil verwachten we dat meer bezoekers in de parkeergarages blijven parkeren, waardoor op straat meer parkeerruimte voor onze bewoners beschikbaar is. Deze beleidsuitgangspunten zijn vorig jaar via de Parkeervisie vastgesteld. 1.2 Doordat in de Parkeervisie is vastgelegd dat de tarieven voor straatparkeren met het inflatiepercentage worden geïndexeerd, dient ook het tarief in zone 2 t/m 8 aangepast te worden.
1.3. De tarieven voor de parkeervergunningen stijgen per 01-01-2026 met 2,1%. Dit is in lijn met de uitgangspunten vanuit de Parkeervisie waarbij een inflatiecorrectie wordt toegepast op de vergunning tarieven. 1.4. Doordat de kosten voor het opleggen van een naheffingsaanslag hoger zijn dan de opbrengsten per naheffingsaanslag hanteren we het maximumbedrag dat is vastgesteld door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het overnemen van dit bedrag is de lijn die de gemeente Enschede al jaren volgt. Risico’s Weerstand tegen indexeren parkeertarief: het (jaarlijks) indexeren van het parkeertarief kan leiden tot onbegrip en weerstand bij bezoekers, bewoners en/of ondernemers. Kosten en financiële dekking van het voorstel De financiële gevolgen zijn onderdeel van de Gemeentebegroting 2026. Afweging en alternatieven Een alternatief is het niet doorvoeren van de voorgestelde besluiten. De tarieven worden dan niet geïndexeerd met inflatie en ontstaat er een tekort ten opzichte van de begrote bedragen in Gemeentebegroting 2026. Participatie Nvt Communicatie De afdelingen Dienstverlening en Handhaving worden geïnformeerd over de nieuwe tarieven. Tevens worden alle tarieven op www.enschede.nl geplaatst zodat geïnteresseerden er kennis van kunnen nemen. Vervolg Het besluit en de verordeningen worden gepubliceerd op www.overheid.nl.
Bijlagen Verordening Parkeerbelastingen 2026 Raadsbesluit Verordening Parkeerbelastingen 2026
Burgemeester en Wethouders van Enschede, _______________ de loco-Secretaris, de Burgemeester,
E.A. Smit
R.W. Bleker
ROB-Stadsdeelbeheer-Parkeerbedrijf I.M. Hulsebos