CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel

Raadsvergadering 27 september 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan Boeldershoek 20183.771 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel Gemeenteraad F Onderwerp

Herstelbesluit bestemmingsplan Boeldershoek 2018

Portefeuillehouder

Jurgen van Houdt agendaletter (F))

Organisatieonderdeel Stuknummer

Cluster Omgeving & Recht

Aangeboden aan Raad Corsanummer

2 september 2021 2100080920

(invulling door Griffie)

__________________________________________________________________________________________ Wij stellen u voor te besluiten om: 1. naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Raad van State d.d. 3 februari 2021 de planregels en plantoelichting van het op 8 april 2019 gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan “Boeldershoek 2018” aan te passen. 2. ten behoeve van het genoemde onder 1 het bestemmingsplan “Boeldershoek 2018” met de daarbij behorende verbeelding, planregels, toelichting en ondergrond conform NL.IMRO.0153.BP00169-0003 opnieuw vast te stellen.

Inleiding Het bestemmingsplan "Boeldershoek 2018" heeft betrekking op het Enschedese deel van afvalverwerkingslocatie Boeldershoek, het terrein van Twence B.V.. Dit plan is op 8 april 2019 gewijzigd vastgesteld door uw raad. Voorafgaand daaraan hebben we destijds diverse aanpassingen gedaan naar aanleiding van zienswijzen. Dat betrof onder andere aanscherpingen over landschappelijke inpassing waardoor het plan behoorlijk strengere regels bevat op dat punt dan het vorige bestemmingsplan “Boeldershoek 2009”. Zoals toegelicht door de portefeuillehouder per email van 5 februari 2021 aan Stadsdeelcommissie West is er desondanks wel beroep ingesteld tegen het plan door een aantal omwonenden (de appellanten), omdat zij vonden dat een aantal regels niet duidelijk of zeker genoeg waren opgeschreven in het bestemmingsplan. Het belangrijkste punt betrof de regels over een groene inpassing (inzaaien/beplanten) van de stortheuvels aan de oostzijde van Boeldershoek. Zoals ook aangegeven in het bericht van 5 februari 2021 heeft de Raad van State (hierna: RvS) op 3 februari 2021 een ‘tussenuitspraak’ gedaan naar aanleiding van de beroepschriften (https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@124243/201904144-1-r3/). De RvS vraagt de gemeente het plan op een aantal punten aan te passen en opnieuw vast te stellen. Het plan is, in afstemming met zowel Twence als appellanten, aangepast op deze punten.

In bijlage 4 bij dit voorstel zijn de aanpassingen in het bestemmingsplan ten opzichte van het op 8 april 2019 vastgestelde bestemmingsplan gemarkeerd in een ‘verschilversie’ van het plan, zodat helder is waar het plan exact is aangepast. De belangrijkste wijzigingen komen hierna ook aan bod onder argumenten. Publieksvriendelijke samenvatting Het bestemmingsplan "Boeldershoek 2018" heeft betrekking op het Enschedese deel van afvalverwerkingslocatie Boeldershoek, het terrein van Twence B.V.. Dit plan is op 8 april 2019 gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad. Naar aanleiding van ingediende beroepschriften heeft de Raad van State op 3 februari 2021 een ‘tussenuitspraak’ gedaan waarin zij de gemeente vraagt het plan op een aantal punten aan te passen en opnieuw vast te stellen. Het plan is aangepast op de door de Raad van State gevraagde punten. Na vaststelling door de gemeenteraad volgt er een einduitspraak van de Raad van State waarin zij aangeeft of het aangepaste bestemmingsplan (geheel) in stand kan blijven. Beoogd effect Een bestemmingsplan voor Boeldershoek dat geheel in stand kan blijven en waar zowel Twence als omwonenden baat bij hebben.

Argumenten 1.1 Groene uitstraling van stortheuvels aan de oostzijde waarborgen met een ‘voorwaardelijke verplichting’ Het bestemmingsplan bevat diverse regels ten aanzien van de landschappelijke inpassing van het terrein, waaronder enkele specifieke regels die gericht zijn op inpassing richting het gebied ten oosten van het DF--. S.J.G. Kampkuiper

plangebied. Van enkele regels die gaan om het groen inrichten van de stortheuvels aan de oostzijde vindt de RvS dat in deze regels de uitvoering en instandhouding van de oostelijke landschappelijke inpassing onvoldoende juridisch dwingend in het plan is vastgelegd. Het gaat specifiek om regels voor het inzaaien/beplanten van de zichtbare buitenzijde van de stortheuvels. We hadden volgens de RvS een ‘voorwaardelijke verplichting’ met een redelijke overgangstermijn op moeten nemen om dit te borgen. Dat hebben we nu gedaan. Dit betekent concreet dat het storten en het hebben van afvaldepots niet is toegestaan als de stortheuvels aan de oostzijde niet zijn beplant/ingezaaid. Daarbij geldt voor bestaande stortheuvels een redelijke overgangstermijn van 12 maanden na inwerking treden van het bestemmingsplan. Zodra een stortheuvel aan de oostzijde wordt verhoogd, moet ook dat verhoogde deel binnen 12 maanden worden beplant/ingezaaid aan de buitenzijde. Aan het verhogen van stortheuvels aan de oostzijde zijn aanvullend forse beperkingen gesteld (zie argument 1.3 en 1.4). NB: de stortheuvels liggen in de bedrijvenbestemming. Tussen de bedrijvenbestemming en de omgeving ligt aan de oostzijde ook een brede groenzone (bestemming ‘groen’). Deze is geheel groen ingericht met o.a. veel bomen en water. Daar heeft de RvS geen opmerkingen over.

1.2 Schrappen van het begrip ‘schermwal’ maakt het plan duidelijker In het vorige bestemmingsplan (Boeldershoek 2009) werd een wal met een afschermende functie voor daarachter gelegen afvaldepots/bedrijfsactiviteiten een 'schermwal' genoemd. Deze schermwallen kunnen bovenop een stortheuvel aanwezig zijn, maar ze waren volgens de regels geen onderdeel van de stortheuvel en de daaraan verbonden eisen van maximale hoogte, helling (max 1:3) en beplanting van de oostzijde. De RvS gaf aan dat het plan duidelijker moet zijn over het materiaal waaruit schermwallen mogen bestaan en de maximaal toegestane hoogte van een schermwal. Ook vraagt zij nader te onderbouwen waarom een verplichte hellingsgraad (max 1:3 of andere verhouding) niet nodig is danwel alsnog regels over de hellingsgraad op te nemen. We zijn tot de conclusie gekomen dat het plan een stuk duidelijker wordt door het begrip schermwal überhaupt niet meer op te nemen in het plan. De eventuele bovenste delen van een stortheuvel die een afschermende functie hebben voor daarachter gelegen afvaldepots zijn nu volgens de regels onderdeel van de stortheuvel. Daarmee gelden ook direct alle eisen die voor de stortheuvels gelden t.a.v. maximale hoogte, helling (max 1:3) en beplanting.

1.3 Geen relevant zicht meer op bedrijfsactiviteiten vanuit het noordoosten Het plan bevat strenge extra regels over de hoogte van de oostelijke ‘rand’ van de stortheuvels. Het grootste deel ligt ten noorden van de (voormalige) Strootbeekweg. Deze delen, voor zover zichtbaar vanaf de Grote Veldweg en Elkemanweg (wegen ten oosten van het plangebied), mogen niet meer opgehoogd worden. Daarmee is er voor omwonenden geen of nog uiterst beperkt (afhankelijk van waar je staat) zicht op bedrijfsactiviteiten aan/op de stortheuvels op Enschedees grondgebied. Deze wegen zijn benoemd in de planregels en voor de duidelijkheid ook weergegeven in bijlage 1 bij de planregels op een overzichtskaart:

Ook voor de stortheuvels ten zuiden van de (voormalige) Strootbeekweg zijn beperkingen opgenomen. Hier ligt een relatief klein stortvak waar nog geen grote hoogte is bereikt. Hier mogen de vanuit het oosten zichtbare delen (bezien vanaf Grote Veldweg en Hofdijk) niet hoger worden dan de heuvels ten noorden van de Strootbeekweg. Concreet betekent dit dat de zichtbare oostelijke helling (talud 1:3) maximaal 26 meter hoog ten opzichte van het DF--. S.J.G. Kampkuiper

peil mag worden. Zo ontstaat hier maximaal een vergelijkbaar beeld als bij de bestaande stortheuvels ten noorden van de (voormalige) Strootbeekweg. De vanuit het oosten onzichtbare delen mogen maximaal 35 meter hoog worden (ook dat is een beperking; zie argument 1.4). Dat zijn de delen die onder de ‘zichtlijn’ liggen vanuit de aangeduide wegen aan de oostzijde richting de bovenkant van de oostelijke wal (1:3-helling) van de stortheuvels. Om dit principe van ‘zichtlijnen’ en toegestane hoogtes te verduidelijken zijn de dwarsprofielen (A, B en C) in bijlage 1 bij de planregels aangepast. Hieronder dwarsprofiel B als voorbeeld. Dit gaat om een zichtlijn vanaf de Grote Veldweg richting de stortheuvels.

1.4 Verlaging van maximaal toegestane hoogte van stortheuvels naar 35 meter is passend De maximaal toegestane hoogte van stortheuvels was in het vastgestelde bestemmingsplan 40 meter, zoals dat ook gold in het vorige bestemmingsplan Boeldershoek 2009.De RvS gaf aan dat we beter moeten motiveren waarom deze 40 meter nog nodig is in het nieuwe plan en dat we anders een lagere maximale hoogte moeten vastleggen. We hebben, in afstemming met Twence, nogmaals goed naar de actuele situatie/hoogtes en stortprognose gekeken, We zijn tot de conclusie gekomen dat een maximale stortheuvelhoogte van 40 meter uiteindelijk hoogstwaarschijnlijk niet bereikt zal worden. Een maximale hoogte van 35 meter kan volstaan. In paragraaf 4.2.3 van de aangepaste plantoelichting (kopje ‘Hoogte stortheuvels’) is onderbouwd waarom een hoogte van 35 meter passend is en een nog verdere verlaging niet gewenst is. Samengevat: - Het begrip ‘schermwal’ is geschrapt (zie argument 1.2). De bovenste delen van een stortheuvel die een afschermende functie hebben voor daarachter gelegen afvaldepots zijn nu volgens de regels onderdeel van de stortheuvel zelf. Daarmee tellen deze delen nu dus mee in de hoogte van de stortheuvel. Deze delen met een afschermende functie (voorheen de schermwallen) zijn vaak circa 5 meter hoog.

Door dit mee te tellen in de stortheuvelhoogte komt de huidige hoogte van stortheuvels (in 2021) op veel plaatsen (ook aan oostzijde plangebied) op circa 26 a 27m en op een aantal punten (vooral in noordelijke deel en meer naar het midden van het terrein) op circa 28 a 29m. Daarmee is de marge tot een maximale hoogte van 35 meter niet groot meer, maar naar verwachting uit bedrijfsmatig oogpunt wel voldoende. - Zoals onder argument 1.3 aangegeven zijn specifieke extra regels opgenomen over de hoogte van de oostelijke ‘rand’ van de stortheuvels. Deze beperkende regels over de hoogte van de oostelijke ‘rand’ (1:3-helling) maakt dat in een groot deel van het plangebied de maximale stortheuvelhoogte van 35 meter niet gehaald kan worden. De dwarsprofielen A, B en C in Bijlage 1 van de planregels illustreren dit. - Twence stelt jaarlijks een ‘stortplan’ op waarin zij informatie geeft over het storten op korte en lange termijn. Het storten van afval is tegenwoordig van beperkte omvang, maar het is zeker dat de stortheuvels in het plangebied de komende jaren nog zullen moeten groeien in hoogte. Hoeveel exáct staat nog niet vast, maar volgens de stortprognose van Twence leidt het storten de komende 7 jaar in totaal tot een niveaustijging van de stortheuvels van circa 4 a 5 meter. Vanuit de reguliere stortwerkzaamheden is de komende jaren dus nog enige groeiruimte nodig t.o.v.

de nu aanwezige stortheuvelhoogte. Zoals hiervoor toegelicht is deze groei in hoogte alleen toegestaan op de delen van de stortheuvels die niet zichtbaar zijn vanaf een aantal wegen aan de oostzijde van het plangebied. - Hoe het storten van afval zich de komende jaren exact zal ontwikkelen is geen zaak voor Twence alleen. De Rijksoverheid heeft hier de regie in. Het Rijksbeleid is te vinden in het landelijk afvalbeheerplan (LAP3). Nederland wil zelfvoorzienend zijn en blijven voor het storten. Bestaande, noodzakelijke capaciteit moet in stand blijven. Het Rijk gaat niet uit van een krappe capaciteitsplanning. Het kan voorkomen dat in de verwerking van nuttig toepasbaar of te verbranden afval een stagnatie optreedt en dat tijdelijke opslag niet mogelijk is. Voor die opvang, ook wel achtervang genoemd, moet voldoende stortcapaciteit beschikbaar zijn. Het Rijksbeleid en de onvoorziene omstandigheden waarop dat beleid inspeelt maken enige flexibiliteit in de stortcapaciteit op een bestaande stortplaats als Boeldershoek noodzakelijk.

1.5 Afwijkingsmogelijkheid voor hoogte van overige bouwwerken buiten het bouwvlak in lijn met beter onderbouwde maximale hoogte stortheuvels Volgens de planregels mocht voor ‘overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde’ (zoals een mast) in bestemming ‘Bedrijf - Afval en energie', buiten het bouwvlak met een vergunning afgeweken worden tot een hoogte van 40m, DF--. S.J.G. Kampkuiper

in lijn met de maximale hoogte van 40m voor stortheuvels. Omdat de maximale hoogte van stortheuvels niet goed genoeg was gemotiveerd (zie argument 1.4) kon de RvS ook niet oordelen of we voor deze afwijkingsmogelijkheid in redelijkheid konden aansluiten bij de maximale hoogte van 40m voor stortheuvels. De maximale hoogte voor stortheuvels hebben we nu verlaagd naar 35 meter en deze hoogte hebben we naar onze opvatting goed onderbouwd. De afwijkingsmogelijkheid voor ‘overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde’ buiten het bouwvlak is daar dan ook in lijn mee aangepast tot een maximum van 35m. Zo’n afwijking is alleen mogelijk als het bouwwerk aan het zicht wordt onttrokken bezien vanaf bepaalde wegen ten oosten van het plangebied of een goede landschappelijke inpassing op andere wijze verzekerd is. Goed om hierbij te beseffen is dat er een brede groene bufferzone (bestemming 'groen') aan de zuid- en oostzijde van het plangebied aanwezig is welke een goede inpassing van bouwwerken in bestemming ‘Bedrijf - Afval en energie’ sterk bevordert. 1.6 Aanlegvergunning voor ‘eindafwerking’ geeft grip op inrichting nadat het gebruik als stortheuvel is gestopt Als een stortheuvel niet meer gebruikt wordt, moet er volgens het ‘Stortbesluit bodembescherming’ een ‘eindafwerking’ op de stortheuvel komen.

Dat betekent dat de bovenkant van de stortheuvel waterdicht wordt gemaakt, zodat er geen water in de gestorte afvalstoffen infiltreert, dat daar bovenop een leeflaag (grond) wordt aangebracht en dat de heuvel wordt ingericht op basis van een landschappelijk inrichtingsplan. Dat is mogelijk rond 2028 aan de orde voor een groot deel van de stortheuvels op Boeldershoek (o.b.v. huidige wettelijke regeling), maar er is ook een kans dat eindafwerking niet hoeft of later mag. Dat laatste kan vooral aan de orde zijn vanwege het landelijke project ‘duurzaam stortbeheer’. Voor meer informatie daarover, zie https://duurzaamstortbeheer.nl. Als er een eindafwerking moet komen, dan wordt dat een project in samenspraak met de omgeving. Om hier vooraf al wat grip op te borgen (voor gemeente en omwonenden), is er een vergunningplicht in het bestemmingsplan opgenomen voor de aanleg van een ‘eindafwerking’. Voorwaarde daarbij is een door B&W goedgekeurd landschappelijk inrichtingsplan, waarbij aantoonbaar afstemming is geweest met omwonenden. Zolang er geen ‘eindafwerking’ is, gelden voor stortheuvels alle regels van groene inpassing, hoogte enzovoorts, zoals opgenomen in het bestemmingsplan. Daarmee is zowel voor als na de eindafwerking een goede inpassing/inrichting geborgd voor de omgeving. 2.1 Opnieuw vaststellen nodig o.b.v.

tussenuitspraak Raad van State De RvS heeft de gemeente opgedragen om binnen 26 weken na de uitspraak van 3 februari 2021 een aangepast bestemmingsplan vast te stellen. Zoals toegelicht in de Stadsdeelcommissie West van 1 juni 2021 hebben we uitstel van deze termijn gekregen, omdat het een gezamenlijk verzoek van alle belanghebbenden was (Twence, omwonenden en gemeente). Deze extra tijd hebben we onder andere benut door het voeren van 4 gezamenlijke gesprekken in de periode van 19 mei t/m 29 juli. Er ligt voor nu een maximaal haalbaar compromis. Zie verder onder ‘communicatie’. Na het herstelbesluit en bekendmaking daarvan doet de RvS op basis van dit aangepaste plan een einduitspraak en bepaalt zij of het bestemmingsplan (geheel) in stand kan blijven. Bij het doorvoeren van de door de RvS gevraagde aanpassingen zijn de belangen van zowel omwonenden als Twence nadrukkelijk en gezamenlijk betrokken. Dat laatste is van waarde voor de RvS, omdat ook zij graag ziet dat zoveel mogelijk ‘in der minne’ wordt opgelost. Zonder hernieuwde vaststelling wordt het bestemmingsplan geheel of gedeeltelijk vernietigd. Dat is nadelig voor zowel Twence als omwonenden. Het plan Boeldershoek 2018 is namelijk een verbetering ten opzichte van het plan Boeldershoek 2009, zowel ten aanzien van de bedrijfsvoering van Twence als de regels voor de inpassing van het terrein richting omgeving.

Dit is verder toegelicht in het eerdere raadsvoorstel t.b.v. vaststelling op 8 april 2019 (zie bijlage 5 bij dit voorstel). Met de nu doorgevoerde aanpassingen (zie voorgaande argumenten en de ‘verschilversie’ van het bestemmingsplan in bijlage 4 bij dit voorstel) komt het plan nog meer tegemoet aan de belangen van omwonenden waar het gaat om de inpassing van het terrein in zijn omgeving. Risico’s Het plan wordt, tegen de verwachting in, alsnog (gedeeltelijk) vernietigd. In dat geval blijft het oude bestemmingsplan Boeldershoek 2009 geheel of gedeeltelijk in werking voor het terrein van Twence. Dit is voor zowel Twence als omwonenden nadelig, zoals aangegeven onder argument 2.1. Dit risico hebben wij zoveel mogelijk ingeperkt door de aanpassingen zorgvuldig door te voeren en te onderbouwen. Daarbij hebben wij afgestemd met zowel Twence als de appellanten (beide vertegenwoordigd door advocaten) t.b.v. een zo goed mogelijk gedragen en juridisch correct aangepast plan. Twence kan instemmen met de aanpassingen. Aan de zijde van appellanten resteert nog een enkel punt (zie verder onder communicatie met direct betrokkenen). Financiële dekking van het voorstel Aan het opnieuw vaststellen van het bestemmingsplan "Boeldershoek 2018” zijn voor de gemeente geen financieel nadelige gevolgen verbonden. Het gehele plangebied is in eigendom van Twence B.V..

DF--. S.J.G. Kampkuiper

Alternatieven Alternatief is het niet opnieuw vaststellen van het bestemmingsplan. In dat geval wordt het bestemmingsplan geheel of gedeeltelijk vernietigd door de RvS in haar einduitspraak en blijft plan Boeldershoek 2009 geheel of gedeeltelijk in werking. Zoals onder argument 2.1 aangegeven is dat voor zowel Twence als omwonenden nadelig. Participatie De aanpassingen zijn in het belang van omwonenden. Een aantal van deze omwonenden betreft de appellanten in de beroepszaak. Met hen en Twence heeft afstemming plaatsgevonden over de aanpassingen (zie verder onder communicatie). De Raad van State heeft in haar uitspraak aangegeven dat er niet opnieuw een ontwerpplan ter inzage hoeft voordat het naar de gemeenteraad gaat voor vaststelling. De RvS heeft namelijk aangegeven dat het besluit niet volgens afdeling 3.4 van de Awb (uniforme openbare voorbereidingsprocedure) voorbereid hoeft te worden. In het kader van het herstellen van het bestemmingsplan n.a.v. de tussenuitspraak van de RvS heeft dan ook geen nieuwe tervisielegging plaatsgevonden. Communicatie Communicatie met direct betrokkenen Voorafgaand aan de besluitvorming hebben wij de voorgestelde aanpassingen in het plan afgestemd met zowel Twence (eigenaar van het plangebied) als de appellanten (een aantal omwonenden), beiden vertegenwoordigd door hun advocaten.

Dit met als doel een zo goed mogelijk gedragen en juridisch correct aangepast plan. Om tot een (nog) beter compromis te kunnen komen hebben we, zoals hiervoor aangegeven, gezamenlijk uitstel gevraagd en gekregen van de RvS. We hebben gezamenlijke gesprekken gevoerd op 19 mei, 17 juni, 21 juli en 29 juli 2021. Dit heeft geleid tot de aanpassingen onder argument 1.3 en 1.6. Hiermee ligt er een maximaal haalbaar compromis. De gesprekken zijn daarnaast ook goed geweest voor de onderlinge verhoudingen tussen Twence en omwonenden en er zijn ook stappen gezet ten aanzien van de noordzijde van Boeldershoek, gelegen in gemeente Hengelo. Op één punt zijn Twence en appelanten het in ieder geval niet eens geworden. Dat betreft het opnemen van een uiterste datum voor de ‘eindafwerking’ (zie argument 1.6) van het noordoostelijke deel van de stortplaats. De plicht tot eindafwerking en de data daarvoor volgen uit de wet (‘Stortbesluit bodembescherming’ en ‘Uitvoeringsregeling Stortbesluit bodembescherming’) en de milieuvergunning van Twence. Op dit moment is dat eind 2028. Dit kan echter veranderen, met name door het eerder genoemde landelijke project ‘duurzaam stortbeheer’ (zie verder hierna). De omwonenden willen daarom graag een datum (bijv dec 2028) in het bestemmingsplan zien. Twence wil dat niet.

Alles afwegend hebben wij er voor gekozen om geen einddatum op te nemen, omdat het voordeel voor omwonenden objectief gezien klein is en niet opweegt tegen het (potentiële) nadeel voor alle partijen: - Het nadeel heeft te maken met ‘duurzaam stortbeheer’. Toepassing van duurzaam stortbeheer kan er toe leiden dat uiteindelijk geheel geen eindafwerking van stortheuvels nodig is. Dat is in het algemeen belang, maar ook in het belang van omwonenden en Twence: er zijn geen grootschalige extra werkzaamheden nodig waar omwonenden zicht op zouden hebben, forse kosten voor de eindafwerking (en eeuwige nazorg) worden voorkomen en het is positief voor het milieu (onschadelijk maken van verontreiniging binnen de stortplaats). Op dit moment is het nog onvoldoende duidelijk of de noordoostelijke stortheuvels van Boeldershoek (het ‘hoefijzer’) daarvoor in aanmerking komen. Het opnemen van een einddatum in het bestemmingsplan maakt het op voorhand onmogelijk om duurzaam stortbeheer toe te passen. Om dat alsnog mogelijk te maken is het opnemen van een afwijkingsmogelijkheid een optie. De criteria voor zo’n afwijkingsregeling zijn echter niet goed vorm te geven en de benodigde vergunning zorgt voor onzekerheden (over verlening, bezwaar, beroep etc).

- Tegenover dit nadeel (voor alle partijen) staat een beperkt voordeel voor omwonenden, namelijk extra zekerheid wanneer het definitief ‘klaar’ is aan de noordoostkant van Boeldershoek en er geen werkzaamheden meer zijn. De regeling in het bestemmingsplan is nu echter zo opgesteld dat er in de tussentijd (tot een eventuele eindafwerking wordt aangebracht) vanaf de noordoostzijde geen relevant zicht meer is op werkzaamheden van Twence (zie argument 1.3) én dat de zichtbare delen van stortheuvels groen moeten zijn. Dit maakt dat er objectief geen duidelijk voordeel meer te zien is van een einddatum voor een ‘eindafwerking’ van de noordoostzijde. Interne communicatie Op 5 februari 2021 is Stadsdeelcommissie West per email door de portefeuillehouder op de hoogte gesteld van de beroepszaak en het voornemen tot herstel van het bestemmingsplan. Voorafgaand en tijdens de vergadering van Stadsdeelcommissie West van 1 juni 2021 is de stadsdeelcommissie op de hoogte gesteld van het doorschuiven van het besluit. Bij de aanpassingen ten opzichte van het op 8 april 2019 vastgestelde plan zijn diverse gemeenteambtenaren gevraagd om advies.

DF--. S.J.G. Kampkuiper

PR over het besluit N.v.t. Rechtsgeldige bekendmaking van gemeentelijke regelgeving Na vaststelling van het bestemmingsplan door uw raad wordt het besluit bekend gemaakt op de op wettelijk voorgeschreven wijze en wordt het bestemmingsplan gepubliceerd op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Vervolg Twence, de vertegenwoordiger van de omwonenden (appellanten) en de Raad van State worden op de hoogte gesteld van de vaststelling. Na bekendmaking van het opnieuw vastgestelde plan kunnen de partijen die betrokken zijn bij de beroepsprocedure (appellanten en Twence) een zienswijze bij de RvS indienen over de manier waarop het gebrek in het bestemmingsplan is hersteld. Daar krijgen de partijen in principe 4 weken voor, maar dat kan in de praktijk ook langer zijn. Deze zienswijzen mogen alleen gericht zijn tegen de manier waarop het besluit is hersteld, dus tegen de wijzigingen ten opzichte van het op 8 april 2019 door de gemeenteraad vastgestelde plan. Gedurende 6 weken na bekendmaking kan eveneens beroep ingesteld worden tegen het opnieuw vastgestelde bestemmingsplan (het ‘herstelbesluit’). Als dat gebeurt zijn er twee procedures die naar verwachting tegelijk (‘gevoegd’) behandeld worden door de RvS: de lopende procedure tegen het oorspronkelijke (nu aangepaste) plan en een procedure tegen het ‘herstelbesluit’.

Vervolgens komt er een einduitspraak van de Raad van State of de aangepaste regels en motivering duidelijk en juist zijn en of het bestemmingsplan (geheel) in stand kan blijven.

Bijlagen 1 Plantoelichting 2 Planregels 3 Planverbeelding 4 Verschilversie plantoelichting en planregels t.o.v. vastgesteld bestemmingsplan d.d. 8 april 2019 5 Concept raadsbesluit herstelbesluit bestemmingsplan Boeldershoek 2018 6 Raadsvoorstel en -besluit gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Boeldershoek 2018 d.d. 8 april 2019 7 Brief: intrekking en vervanging eerder voorstel “Herstelbesluit bestemmingsplan Boeldershoek 2018”

Burgemeester en Wethouders van Enschede, _______________ de loco-Secretaris,

de Burgemeester,

E.A. Smit

dr. G.O. van Veldhuizen

DF--. S.J.G. Kampkuiper

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=d4ebf7a8-0685-4c3a-99c4-0bec110211da