CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Quickscan flora- en fauna-activiteit Cromhoffpark 2024[84]

Raadsvergadering 12 mei 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Raadsvoorstel PPS Cromhoff11.799 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapport quickscan Flora- en faunaactiviteit Cromhoffpark Enschede

Opdrachtgever: Gemeente Enschede t.a.v. J. Wolbrink Postbus 20 7500 AA Enschede

Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl

Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: Versie:

204423 30-7-2024 Fiona Boonk Fiona Boonk Marcel van der Heide Definitief 1

© 2024 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt. Disclaimer: Dit rapport is opgesteld als onafhankelijke toets, met inachtneming van de informatie die is aangeleverd door de opdrachtgever en de beschikbare informatie over het voorkomen van beschermde plant- en diersoorten op of nabij het plangebied. Dit voor zover deze bekend zijn op het moment van onderzoek en rapportage. Het veldonderzoek is met de grootste zorgvuldigheid en deskundigheid uitgevoerd. Desondanks kan niet volledig worden uitgesloten dat bepaalde soorten niet zijn opgemerkt. Evenmin kan worden uitgesloten dat na het veldbezoek soorten zich alsnog op het plangebied hebben gevestigd. Eelerwoude kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele (gevolg) schade als gevolg van later beschikbaar komende informatie of kennis. Aan de in het rapport opgenomen conclusies kunnen geen rechten worden ontleend.

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................................................... 4

2

Huidige situatie en ontwikkeling .............................................................................................................. 6

2.1

Huidige situatie .......................................................................................................................................6

2.2

Voorgenomen ontwikkeling .................................................................................................................13

3

Methode ................................................................................................................................................. 16

3.1

Inleiding ................................................................................................................................................16

3.2

Bureauonderzoek .................................................................................................................................16

3.3

Terreinbezoek .......................................................................................................................................16

4

Resultaten en bevindingen ..................................................................................................................... 18

4.1

Inleiding ................................................................................................................................................18

4.2

Beschermde soorten.............................................................................................................................18

4.3

Overige (Rode Lijst) soorten .................................................................................................................24

4.4

Gebieden ..............................................................................................................................................24

4.5

Houtopstanden .....................................................................................................................................25

4.6

Natuurnetwerk Nederland ...................................................................................................................25

5

Effecten, conclusies en aanbevelingen ................................................................................................... 26

5.1

Beschermde soorten.............................................................................................................................26

5.2

Gebieden ..............................................................................................................................................31

5.3

Houtopstanden .....................................................................................................................................31

5.4

Natuurnetwerk Nederland ...................................................................................................................31

5.5

Uitvoerbaarheid van de plannen ..........................................................................................................31

5.6

Geldigheid rapportage ..........................................................................................................................31

Literatuurlijst ......................................................................................................................................................... 33 Bijlage 1 Wettelijk kader natuurwetgeving ........................................................................................................... 34 Inleiding 34 Bescherming van soorten.......................................................................................................................................34 Zorgplichten ...........................................................................................................................................................39 Bescherming van gebieden ....................................................................................................................................41 Bescherming van houtopstanden ..........................................................................................................................41 Natuurnetwerk Nederland .....................................................................................................................................42

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 3

1 Inleiding De gemeente Enschede is voornemens om een integrale gebiedsontwikkeling uit te voeren van het Cromhoffpark en directe omgeving. Het project omvat de transformatie van een verouderd gemengd bedrijventerrein tot een dynamisch, duurzaam en natuurinclusieve woonlocatie, met behoud van de bestaande cultuurhistorische waarden. De eerste stap in de gebiedsontwikkeling betreft het saneren van vervuild gebied (quickscan saneringslocaties, Eelerwoude, 2022). Vervolgens wordt het gebied ten noorden van de sloot bouwrijp gemaakt. Dit gebied betreft het braakliggende terrein, de loodsen die momenteel in bruikleen zijn en een groot gedeelte met opgaand groen (met name braam) en een aantal bomen. In verband met deze voorgenomen ontwikkeling is een toetsing van de plannen aan de natuurwetgeving en het natuurbeleid noodzakelijk. Met deze toetsing moet duidelijk worden hoe de ontwikkeling gerealiseerd kan worden binnen de kaders van het natuurbeschermingsrecht. Eerste stap in deze toetsing is het uitvoeren van een verkennend onderzoek. Voor onderhavig planvoornemen zijn er meerdere veldbezoeken uitgevoerd en is reeds een projectplan opgesteld voor de aanvraag van een vergunning flora en fauna activiteit.

Op basis van een bureauonderzoek en deze veldbezoeken wordt aan de hand van aanwezige terreintypen en waarnemingen van soorten zo goed mogelijk ingeschat welke beschermde gebieden en plant- en diersoorten aanwezig (kunnen) zijn. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen. Voorliggende rapportage gaat hier verder op in.

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 4

Figuur 1. Plangebied met schematische weergave van aanwezige verharding, groen, sloten en vijver buiten plangebied.

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 5

2 Huidige situatie en ontwikkeling 2.1 Huidige situatie Het onderzoeksgebied ligt binnen het bebouwde centrum van Enschede, en is omringd door diverse doorgaande wegen en bebouwing. Ten noorden van het plangebied bevindt zich de Getfertsingel, met een rij woonhuizen. Aan de overzijde zijn nieuwbouw en enkele winkelpanden aanwezig. Direct ten westen ligt verpleeghuis de Cromhoff, ten zuidoosten beroepsonderwijs de ROC. Het aanwezige groen bevindt zich met name aan de randen van het plangebied en in het Cromhoffpark. Deze randen bestaan voornamelijk uit bramen met een mix van bosopslag en takkenhopen. Aangetroffen bomen betreffen eiken in de beuken, berken, wilgen . Het gebied is op te delen in een aantal deelgebieden op basis van de verschillende gebiedskenmerken.

B

A

F

C

D

E

Figuur 2. Onderzoeksgebied opgedeeld in vijf deelgebieden.

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 6

Deelgebied A. Braakliggend terrein. Op het braakliggende terrein stond ten tijde van het veldbezoek in juli 2024 voor een groot deel ondiep water met wilgenopslag. Het overige deel is in gebruik als gronddepot. Bij de ‘ingang’ vanaf de Getfertsingel staat één grote solitaire eik. Ter hoogte van de woonhuizen staan een zevental kleinere eiken en nog vier tegen de erfgrens met het eerste woonhuis aan. Achter de overgebleven muur en achter de tuinen van de woningen is een deel groen aanwezig dat niet te betreden was vanwege de dichte begroeiing. Er is een verhoging in het landschap aanwezig.waarop onder andere teunisbloem (g.) groeit. Overige aanwezige planten betreffen onder andere bijvoet, Canadese fijnstraal en guldenroede. Tegen het hek in de zuidoostzijde van het plangebied groeit braam. Achter het hek is in de zuidoostelijke zijde is de te saneren sloot aanwezig (zie figuur 1).

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 7

Figuur 3 Impressie braakliggend terrein vanuit westen bekeken met trafohuisje (Burgemeester Van Veenlaan) (opname 26 september 2022).

Figuur 4. Braakliggend terrein met stagnerend water (links) en gronddepot op westelijk deel (25 juli 2024).

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 8

Figuur 5. Bij ingang Getfertsingel staat een solitaire eik en restant schutting (opname 25 juli 2024).

Figuur 6. Bij ingang Getfertsingel en woonhuizen staat een restant van een muur met daarvoor 7 eiken, tegen het woonhuis nog 4 eiken (opname 25 juli 2024).

Deelgebied B Noordoostelijk deel Ten noordoosten van de bebouwing is een grasveld aanwezig. Langs de randen is opgaand groen aanwezig. Er staan twee grote bomen (linde) tegen het kantoorpand aan en één grenzend aan de stoep, de rest betreft kleine bomen en een ondergroei van met name braam.

Figuur 7. Grasveld ten noordoosten van bebouwing met langs de randen opgaand groen. Er staan twee grote bomen, de rest betreft kleine bomen en ondergroei van met name braam. (opname 25 juli 2024).

Figuur 8. Aan de rand van gebied B aan de Zuiderval is een dichte ondergroei aanwezig met een takkenhoop en een aantal diverse kleinere bomen. (opname 25 juli 2024).

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 9

Deelgebied C Oostelijk gelegen saneringsgebied Het gebied is te bereiken vanaf een poort vanaf de Zuiderval. Echter, vanwege de hoeveelheid braam is het gebied niet volledig te betreden. Onder de bomen is een stuk vrij gemaakt voor bijenkasten (figuur 10). Een van de watergangen was bereikbaar vanaf de verharding achter de bebouwing. Hiervan was een gedeelte te inspecteren (foto 11). Aanwezige grotere bomen in het deelgebied zijn vanaf een afstand geïnspecteerd met verrekijker.

Figuur 9 Gebied direct na de ingang van het terrein vanaf de Zuiderval. Links op de foto loopt een sloot. De oever is onbereikbaar vanwege braam. (25 juli 2024).

Figuur 10. Onder de bomen staan bijenkasten. De bomen hebben een diameter van maximaal 40 cm. (25 juli 2024).

Figuur 11. Bomen in zuidwestelijke hoek van deelgebied C, vanaf verharding deelgebied F bekeken. De bomen hebben een smalle diameter. Er is veel ondergroei aanwezig van braam en klimop. Voor het hek loopt hier een sloot. (opname 25 juli 2024).

Figuur 12. Dezelfde bomen als in figuur 11, op 6 februari 2024.

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 10

Figuur 13. Uitmonding van een van de watergangen in deelgebied C. (25 juli 2024).

Deelgebied D Bosgebied Een gedeelte van het onderzoeksgebied bestaat uit een kleinschalig bosgebied (parkbos). Ten noorden hiervan ligt de sloot die gesaneerd dient te worden. Verder blijft dit gedeelte behouden. Hier staan diverse oudere bomen, waaronder beuken met een diameter van circa 60 cm. Tevens is er een ondergroei aanwezig van met name klimop. Daarnaast zijn er een aantal exoten waargenomen zoals vleugelnoot. In 2013 en in mei 2024 zijn er in het parkbos diverse nestkasten voor vogels en vijf vleermuiskasten aangeboden.

Figuur 14. Impressie van het bosgebied in deelgebied D (opname februari 2024).

Figuur 15. Vleugelnoot in het bosgebied (parkbos) (opname februari 2024).

Tabel 1. Geplaatste nestkasten door Eelerwoude op 24 mei 2024. soort

type kast (Vivara)

aantal

bosuil

UK BO 01

1

bonte vliegenvanger en boomklever

NK SE 04

8

boomkruiper

NK BK 01

4

specht

NK BS 01

2

spreeuw

NK SP 02

12

steenmarter

ZK MA 01

2

egel

Egelhuis XXL

2

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 11

eekhoorn

ZK EE 01

2

vleermuizen

Schwegler

5

Deelgebied E Zuidelijk open gebied Aan de zuidzijde grenst het gebied aan de Wethouder Beverstraat. Dit gebied is ingericht met een meanderende watergang die ten zuiden van de weg verder gaat. Er is vooral veel opslag van wilg aanwezig.

Figuur 16. Nat deelgebied met riet en wilg. Op de achtergrond de rand van het parkbos deelgebied D (opname 30 oktober 2023).

Figuur 17. Aan de overzijde van de Wethouder Beverstraat loopt de watergang verder (opname 30 oktober 2023).

Deelgebied E Bebouwing De bebouwing binnen het onderzoeksgebied betreft een voormalige drukkerij met pershal. Voor de (gedeeltelijke) sloop van de drukkerij zijn reeds maatregelen getroffen en is er een vergunning Wnb (Zaaknummer: 2023-004966) verleend. Aan de Getfertsingel staat nog een kantoorpand dat voorlopig behouden blijft. Hier zijn toegangen tot de spouwmuren aanwezig via stootvoegen en ruimten onder dorpels. De loodsen hebben eveneens (gedeeltelijk) spouwmuren, daktrimmen en hier en daar scheuren. Van een deel van de loodsen is het dak afwezig. Alle aanwezige bebouwing heeft een bitumen dak.

Figuur 18. Loodsen, momenteel in bruikleen. Hier zijn diverse scheuren aangetroffen die toegang bieden tot de spouwmuren.

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 12

2.2 Voorgenomen ontwikkeling

kantoorgebouw nieuwbouw drukpershal

nieuwbouw Houten Eiland Parkbos fietspad

Figuur 19. Voorlopig ontwerp van december 2023 (bron: Buro Harro).

Deelgebieden A, B, C en F (noordzijde gebied) worden in het planvoornemen ontwikkeld. Voor start van de ontwikkeling dient aanwezige verontreiniging gesaneerd te worden (najaar 2024). Aanwezige begroeiing en bebouwing worden verwijderd en gesloopt. Een groot deel van de huidige verharding wordt verwijderd. De drukpershal van de voormalige drukkerij en het kantoorpand blijven behouden. Het kantoorpand zal op termijn ontwikkeld worden. Dit betreft het renoveren en het plaatsen van een skybox schuin op het pand. De bomen en ondergroei langs de oostelijke rand blijven hierbij zoveel mogelijk behouden maar braam wordt teruggesnoeid. Het oostelijke deel van het plangebied wordt ingericht als retentiegebied. De bomen in het parkbos (deelgebied D) blijven behouden. De verdere ontwikkeling van het gebied, zoals het bouwrijp maken en de aanleg van een fietspad, zal hierop volgen. Wanneer deze werkzaamheden precies gaan plaatsvinden is op het moment van schrijven van onderhavige rapportage nog niet bekend.

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 13

Globale planning: sept- okt 2024 (onder ecologische begeleiding)

natuurvrij maken oude tubantia/wegenerpand (noordoostelijk gelegen) conform reeds verleende ontheffing. De drukpershal en het kantoorpand blijven behouden.

sept- okt 2024 (onder ecologische begeleiding)

weghalen (braam) voor saneringslocaties, om te voorkomen dat egel in dit gebied in winterslaap gaat. Een deel van de verontreiniging in het parkbos blijft ongemoeid. Werkzaamheden onder ecologische begeleiding uitvoeren.

najaar 2024 – voorjaar 2025 (onder ecologische begeleiding)

Bomen binnen saneringsgebieden kappen.

2025

Gebieden saneren, uitgezonderd verontreiniging binnen parkbos.

najaar 2024 – voorjaar 2025

conform projectplan ontwikkelen vliegroute naar het Zweringbeekpark en compensatiegebied (inclusief takkenrillen voor egel en steenmarter).

2025

Inrichting gebied incl. ‘moeras’gebied. Aanleg fietspad.

n.t.b. (onder ecologische begeleiding)

nadat compensatie gereed is gefaseerd verwijderen overige begroeiing (m.n. braam) . Gebied gefaseerd bouwrijp maken. Kap van enkele bomen.

n.t.b. (onder ecologische begeleiding)

bij sloop overige bebouwing een extra check steenmarter en aanvullend onderzoek naar vleermuizen.

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 14

Figuur 20. Saneringslocaties (grijze vlakken), uitgezonderd verontreiniging binnen parkbos.

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 15

3 Methode 3.1 Inleiding De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht op basis van bestaande inventarisatiegegevens en een verkennend veldbezoek.

3.2 Bureauonderzoek Voor het bureauonderzoek is (indien beschikbaar) gebruikgemaakt van landelijke, provinciale en regionale verspreidingsinformatie: • NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna); • de flora- en faunadatabase van Eelerwoude. Eelerwoude heeft meerdere onderzoeken in de nabije omgeving uitgevoerd. De data van deze onderzoeken is opgeslagen in deze database; • kaartweergaves van de beschermde gebieden en houtopstanden.

3.3 Terreinbezoek Op basis van een aantal veldbezoeken is de geschiktheid van het onderzoeksgebied voor de verwachte soorten en/of soortgroepen beoordeeld. Het veldbezoek is door Fiona Boonk overdag uitgevoerd, ecologisch adviseur bij Eelerwoude (Kader – Ecologisch deskundige). Het laatste veldbezoek is uitgevoerd op 25 juli 2024 bij 23°C, zwaarbewolkt weer en windkracht 2 Bft. Er is tevens gebruik gemaakt van veldbezoeken ten behoeve van de quickscan voor de saneringslocaties (projectnr. 203735, d.d. 26 september 2022) en een inventarisatie van het zuidelijke deel rond de Wethouder Beverstraat (oktober 2023) voor het schrijven van het projectplan voor de vergunningsaanvraag flora en fauna activiteit en ter controle van de bomen in deelgebieden B en C (6 februari 2024) en voor het ophangen van nestkasten in het bosgedeelte (22 mei 2024). Het gaat in onderhavig rapport om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten genoteerd. soort veldbezoek

datum

uitgevoerd door

weersomstandigheden

quickscan saneringslocaties

26 september 2022

Fiona Boonk en

11°C, zwaarbewolkt weer en

Jesse Blankestijn

windkracht 4 Bft

controle zuidzijde en potentiële

30 oktober 2023

Fiona Boonk en

niet gedocumenteerd

vliegroute naar Zweringpark controle bomen en ondergroei

Tim Asbreuk 6 februari 2024

Fiona Boonk

niet gedocumenteerd

25 juli 2024

Fiona Boonk

23°C, zwaarbewolkt weer en

(deelgebieden B en C en sloot) quickscan volledig gebied

windkracht 2 Bft

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 16

Kader – Ecologisch deskundige De veldmedewerkers van Eelerwoude beschikken over een uitgebreide ervaring met de betreffende soortgroepen en voldoen aan de criteria van ‘ecologisch deskundige’. Met een ecologisch deskundige wordt bedoeld een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige:

• •

op HBO- dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of; op MBO-niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt het natuurbeschermingsrecht, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of;

•

als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of;

•

zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied) en/of;

•

zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of -bescherming.

RVO voegt hier nog de volgende criteria aan toe: Een ecologisch deskundige is een persoon met aantoonbare specifieke ecologische kennis en ervaring. Hij of zij geeft ecologisch advies en/of begeleidt werkzaamheden op het gebied van habitats (natuurlijke leefgebieden) en soorten. En heeft voldoende kennis en jarenlange ervaring om ecologisch onderzoek te kunnen doen. Hiermee bedoelen we dat de ecologisch deskundige:

• • • •

de functionaliteit van leefgebieden en beschermde soorten (her)kent; kennis heeft van algemene erkende onderzoeksmethoden; ecologische werkprotocollen kan uitwerken; specifieke maatregelen kan begeleiden.

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 17

4 Resultaten en bevindingen 4.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de tijdens het veldbezoek waargenomen soorten, al dan niet aangevuld met gegevens uit de literatuur en andere informatiebronnen.

4.2 Beschermde soorten 4.2.1 Planten Tijdens het veldbezoek (buiten de bomen) zijn de volgende soorten aangetroffen: opschot van wilg, Robinia pseudoacacia, akkerdistel, klein streepzaad, braam, melganzenvoet (g.), bijvoet, Late en Canadese guldenroede, duizendblad en diverse cultivars. Aangetroffen soorten zijn indicatoren van een voedselrijke bodem. Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Gelet op het gebruik van het plangebied in het verleden (blekerij en drukkerij), de ligging binnen de bebouwde omgeving met een groot deel verharding en braakliggend terrein, was dit ook niet de verwachting. Ook vanuit de omgeving zijn er geen waarnemingen bekend van beschermde plantensoorten (NDFF, 2024). Vrijwel alle beschermde plantensoorten komen voor in zeer specifieke biotopen als hoogvenen, kalkgraslanden, veenmosrietlanden en eeuwenoude muren. Deze specifieke biotopen zijn niet aanwezig binnen het plangebied en daarmee zijn beschermde plantensoorten hier niet te verwachten.

4.2.2 Zoogdieren Vleermuizen In het plangebied is tijdens het dagbezoek beoordeeld of de locatie geschikt is voor vleermuizen. Hierbij is onderscheid gemaakt in: verblijfplaats, vliegroute en foerageergebied. Verblijfplaatsen Vleermuizen maken gedurende het jaar gebruik van een netwerk van vaste rust- en verblijfplaatsen (Kader Vleermuisverblijfplaatsen). Deze verblijfplaatsen kunnen de volgende functies hebben: • kraamverblijfplaats; • zomerverblijfplaats; • paar- en/of baltsverblijfplaats; • winterverblijfplaats.

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 18

Kader - Vleermuisverblijfplaatsen Onder de vleermuizen zijn gebouw bewonende en/of boom bewonende soorten aanwezig. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn hoofdzakelijk gebouw bewonend. Rosse vleermuis en watervleermuis zijn voornamelijk boom bewonende en gewone grootoorvleermuis, franjestaart en ruige dwergvleermuis bewonen zowel bomen als gebouwen. Voorbeelden van verblijfplaatsen in gebouwen zijn ruimtes in spouwmuren en achter boeiboorden en gevelbetimmering. Holten en spleten in bomen en ruimtes achter loszittend schors zijn voorbeelden van verblijfplaatsen in bomen. Vanuit de verschillende functies van de verblijfplaats worden weer andere eisen gesteld aan bijvoorbeeld het klimaat, de toegankelijkheid en de expositie van het verblijf ten opzichte van de zon. Als kraamverblijfplaats worden meestal gebouwen en/of bomen uitgekozen waarbinnen een constant klimaat heerst. Bij gebouwen zijn dit voornamelijk woningen met een spouwmuur of een geïsoleerd dak. Sommige vleermuizen hebben aan een opening van 1-2 cm voldoende om naar binnen te kruipen. Bij bomen gaat het meestal om dikke, oude bomen met een dikke restwand.

Bebouwing deelgebieden A en F In de aanwezige bebouwing binnen het plangebied (woning in noordwestelijk deel, loodsen met dak, kantoorgebouw, trafohuis) zijn toegangsmogelijkheden tot de spouwmuren waargenomen zoals open stootvoegen en scheuren. Van een deel van de loodsen is het dak afwezig, hierdoor is er reeds een ongunstig klimaat aanwezig en kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen worden uitgesloten. Bomen deelgebied D Binnen het parkbos zijn oude bomen met holten aanwezig, deze kunnen een functie hebben voor boom bewonende soorten. Tijdens aanvullend onderzoek van Eelerwoude in 2019 is hier een functie voor gewone grootoorvleermuis aangetoond. Bomen deelgebieden A, B, C, E In de overige deelgebieden waar bomen gekapt zullen worden (deelgebieden B en C) heeft het merendeel een beperkte omvang en grootte waardoor deze ongeschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Evenmin zijn er zichtbare holten en scheuren aangetroffen. Het aanwezige opschot van wilg binnen deelgebieden A en E heeft evenmin voldoende omvang om voor vleermuizen een verblijffunctie te hebben. Foerageergebieden en vliegroutes Het plangebied is redelijk geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Met name deelgebieden met begroeiing (deelgebieden B, C en D) zullen een functie hebben als foerageergebied voor vleermuizen hebben.

In de omgeving is eveneens geschikt foerageergebied aanwezig, zoals aanwezige tuinen en groenstroken en op verdere afstand richting het zuiden het Zweringbeekpark. Vleermuizen gebruiken lijnvormige elementen om zich langs te verplaatsen, zoals houtsingels, welke als vliegroute kunnen dienen (zie ook kader – Foerageergebieden en vliegroutes). Deze zijn binnen het gebied momenteel onvoldoende aanwezig. Het begin van een potentiële vliegroute is zichtbaar richting het zuiden van de Wethouder Beverstraat. Echter momenteel vormt de openbare weg door de mate van verkeer en verlichting een reële blokkade, zeker voor lichtschuwe vleermuizen (zoals gewone grootoorvleermuis).

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 19

Kader - Foerageergebieden en vliegroutes Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd indien bij het verdwijnen ook een verblijfplaats ongeschikt wordt. Bijvoorbeeld door het onderbreken van een vliegroute wordt een foerageergebied onbereikbaar, waardoor de vleermuizen onvoldoende voedsel kunnen vinden. Bij het verdwijnen van foerageergebieden of vliegroutes wordt derhalve onderzocht of er voldoende bereikbare alternatieven zijn. Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige landschapselementen zoals bomenrijen en singels om zich langs te verplaatsen. Een aaneengesloten kronendak heeft hierbij de voorkeur. Van vleermuizen is bekend dat onderbrekingen in de lijnstructuur maximaal 100 tot 200 meter mogen bedragen (kleinere en langzaam vliegende soorten 50 meter). Wanneer de onderbrekingen groter zijn dan deze afstand kunnen sommige soorten deze afstand niet overbruggen en zullen ze uitwijken naar alternatieve vliegroutes en foerageergebieden.

Overige zoogdieren Op basis van de systematiek van de Omgevingswet (zie Bijlage 1) geldt dat voor de in de wet benoemde soorten of soortgroepen – in geval van schade, verstoring of vernieling van vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen een vergunningplicht geldt. Op deze vergunningplicht gelden een aantal uitzonderingen. De provincies kunnen in hun omgevingsverordening een vrijstelling van vergunningplicht bepalen.

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 20

Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt In de omgevingsverordening van de provincie Overijssel (Omgevingsverordening Provincie Overijssel 2024; gepubliceerd 13-12-2023, in werking 01-01-2024) is voor de volgende (mogelijk) in het plangebied voorkomende soorten een vrijstelling van vergunningplicht opgenomen voor ruimtelijke inrichting: algemene (spits)muizen. Soorten waarvoor geen vrijstelling van vergunningplicht geldt Beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt, zoals eekhoorn, steenmarter en egel, worden in het onderzoeksgebied verwacht. Tijdens geen van de veldbezoeken zijn er individuen van eekhoorn waargenomen. Binnen deelgebied B en C zijn er evenmin nesten van eekhoorn aangetroffen. Deze zouden zijn opgemerkt, zeker gedurende het veldbezoek in februari tijdens het bladerloze seizoen. Aanwezigheid van de soort binnen deelgebied D, het parkbos, kan niet volledig worden uitgesloten. Tijdens geen van de veldbezoeken zijn er individuen van steenmarter en egel waargenomen. Er zijn van steenmarter (minimale) sporen aangetroffen in de vorm van ontlasting in deelgebied F (loodsen zonder dak). Tevens zijn er meldingen van steenmarter bekend bij de huidige gebruikers van de loodsen in deelgebied F. Tijdens het aanvullend cameravallen onderzoek (Eelerwoude, 2019) zijn beide soorten aangetroffen binnen het parkbos.

Gezien de mate van dichte begroeiing in deelgebieden B, C en D zijn hier verblijfplaatsen van egel en steenmarter niet uitgesloten. Daarnaast kan de steenmarter verblijfplaatsen hebben binnen de bebouwing. Ten aanzien van de loodsen en het kantoorpand (deelgebied F) kan een verblijfplaats van steenmarter niet volledig worden uitgesloten. Binnen de reeds vergunde drukkerij zijn verblijfplaatsen van steenmarter wel uitgesloten vanwege de afwezigheid van goede toegangsmogelijkheden voor de soort. Overige beschermde soorten, zoals grote bosmuis en de kleine marterachtigen worden niet verwacht binnen het onderzoeksgebied. Het leefgebied voldoet, gezien de mate van begroeiing en aanwezigheid van water en verstopplekken. Echter, de onderzoekslocatie is afgesloten van groene structuren in de omgeving door de ligging binnen bebouwd gebied, omsloten met drukke doorgaande wegen. Waarnemingen van bosmuis zijn bekend buiten de grenzen van de bebouwde kom (NDFF, 2024). Het is redelijkerwijs uitgesloten dat de soort in staat is onderhavig gebied in gebruik te nemen. Waarnemingen van bunzing zijn beperkt bekend binnen de bebouwde kom van Enschede. Vanwege de grootte van territoria van bunzing is het redelijkerwijs uitgesloten dat de onderzoekslocatie een essentiële functie heeft voor de soort, welke eerder te verwachten is buiten de stadsgrenzen.

Mogelijk dat de soort sporadisch van het onderzoeksgebied gebruikt maakt als onderdeel van een migratieroute, bijvoorbeeld wanneer jongen het territorium van de moeder verlaten. Tijdens aanvullend onderzoek van Eelerwoude (2019) zijn er evenmin waarnemingen gedaan van kleine marterachtigen zoals bunzing.

4.2.3 Vogels Alle vogels zijn als soort beschermd onder de Omgevingswet. Onderscheid wordt gemaakt tussen vogels met jaarrond beschermde nesten, vogels met jaarrond beschermde functionele leefomgeving en overige (broed)vogels. Jaarrond beschermde nesten Onder de vogels met jaarrond beschermde nesten vallen onder andere soorten die hun nesten ook buiten het broedseizoen gebruiken, soorten die elk jaar op dezelfde plaats broeden en daarin zeer honkvast zijn en soorten die steeds van hetzelfde nest gebruik maken en niet of nauwelijks zelf een nest kunnen bouwen.

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 21

Roofvogels en uilen Verblijfplaatsen van vogelsoorten, of aanwijzingen (braakballen of uitwerpselen) hiertoe, die jaarrond van vaste rust- en verblijfplaatsen gebruikmaken zijn niet aangetroffen binnen het onderzoeksgebied. Echter, binnen het bosgebied in deelgebied D is wel een territorium van bosuil te verwachten. De soort is tijdens aanvullend onderzoek van Eelerwoude (2019) aangetroffen. Mogelijk dat er binnen het bosgebied ook een nest of roestplek van ransuil aanwezig is. Hoewel er tijdens geen van de veldbezoeken aanwijzingen van roofvogels of ransuil zijn gedaan, is niet volledig uit te sluiten dat er een nestgeval van havik of sperwer aanwezig is binnen het parkbos. Voor overige roofvogelsoorten is de ligging binnen bebouwde kom niet geschikt. In de bomen in de deelgebieden A, B en C zijn geen grote nesten of holten aangetroffen die wijzen op een functie voor roofvogels of uilen met nesten met een jaarronde bescherming. Binnen het onderzoeksgebied is geschikt foerageergebied aanwezig voor diverse soorten zoals bosuil, buizerd en havik/sperwer. Genoemde soorten hebben een dusdanig groot territorium dat zij ook gebieden buiten de bebouwde kom zullen gebruiken om te foerageren. Tijdelijke verstoring van het foerageergebied binnen het plangebied zal derhalve niet leiden tot een verminderde functie van een eventueel nest.

In de eindsituatie is het bosgebied nog steeds aanwezig en is het oostelijke deel van het plangebied eveneens geschikt als foerageergebied. Huismus In de voormalige drukkerij is een nest van huismus aangetroffen. Voor het vervallen van de nestlocatie is reeds een vergunning verleend en zijn alternatieve nestlocaties aangeboden. Mogelijk dat de resterende woning in het noordwestelijke deel een functie heeft voor huismus. De overige bebouwing is vanwege de afwezigheid van daken met dakpannen of openingen waarachter de soort een nest kan bouwen, niet geschikt bevonden voor de huismus. Rond de bebouwing is momenteel geschikt leefgebied aanwezig in de vorm van opgaande begroeiing met voldoende dekking (kwetterplekken), plekken om te drinken en zandbaden te nemen. Dit is in naastgelegen tuinen eveneens (beperkt) aanwezig. In de lopende vergunning voor de sloop van de drukkerij is een verplichting opgenomen voor het behoud van leefgebied voor de huismus. Gierzwaluw, boerenzwaluw, huiszwaluw Tijdens geen van de veldbezoeken zijn er aanwijzingen gevonden dat er in de bebouwing een nestlocatie voor gierzwaluw aanwezig is. De bebouwing is hiervoor onvoldoende geschikt vanwege de afwezigheid van dakpannen daken of ruimten om in te vliegen. Nesten van boerenzwaluw en huiszwaluw zijn makkelijk te herkennen aan de aanwezigheid van nestkommen.

Deze zijn binnen de onderzoekslocatie niet aangetroffen. Nesten van vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen (Categorie 5 soorten) In deze situatie zijn diverse vogelsoorten aangetroffen dan wel te verwachten waarvan de functionele leefomgeving jaarrond beschermd is. Binnen deelgebieden B en C en het parkbos betreffen het soorten als boomkruiper en groene specht. Het kerngebied van het parkbos blijft behouden met holtebomen. Hier zijn voldoende alternatieve nestmogelijkheden aanwezig. Tevens zijn er in mei 2024 hier additionele nestkasten aan toegevoegd. In een van de loodsen is vanwege waarnemingen van individuen en baltsroepen een verblijfplaats van een zwarte roodstaart te verwachten. In de omgeving zijneveneens gebouwen aanwezig die gezien de bouwkenmerken voldoen voor zwarte roodstaart. Overige (broed)vogels De aangetroffen vogels binnen en direct rondom het plangebied vallen onder de algemene broedvogels van bossen, struwelen, parken en watergangen. Onder andere de volgende vogelsoorten kunnen gebruikmaken Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 22

van het plangebied; wilde eend, houtduif, merel, roodborst en winterkoning. Binnen het plangebied zijn verschillende nesten aangetroffen van algemeen voorkomende broedvogels. Kader – Functionele leefomgeving De functionele leefomgeving van een nest en rustplaats is de omgeving van die plaatsen die nodig is om ze als zodanig te laten functioneren. Een nest kan alleen succesvol functioneren als er voldoende habitat van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen voortplanten. Het hele proces van eieren leggen tot en met het opgroeien van de jongen, schuilen en slapen moet er plaats kunnen vinden. Voor de huismus zijn enkele voorbeelden winterharde struiken, droge zandige plekken en een waterbron met dichtbij dekkingsmogelijkheden. Voor soorten met een jaarrond beschermde neststatus geldt dat het omliggende habitat ook van afdoende kwaliteit moet blijven voor het nest om te functioneren. Daarnaast kunnen er zwaarwegende redenen van ecologische aard zijn die bepalen dat een nest én de functionele leefomgeving jaarrond beschermd zijn. Afhankelijk van de lokale staat van instandhouding en de verdere kwaliteit van het leefgebied kunnen elementen die cruciaal zijn voor het nestsucces beschermd zijn.

4.2.4 Reptielen Beschermde reptielen, zoals adder, levendbarende hagedis en hazelworm, zijn gebonden aan specifieke terreinen. In het plangebied ontbreekt dergelijk geschikt biotoop zoals aaneengesloten bosgebieden met een humeuze ondergrond, heideterreinen, goed ontwikkelde waterlopen en venranden. Er zijn ook geen verspreidingsgegevens bekend van reptielen in en rondom het onderzoeksgebied (NDFF, 2024). Beschermde soorten zijn te verwachten buiten de stad, in/nabij natuurgebieden zoals het Aamsveen.

4.2.5 Amfibieën Op basis van de systematiek van de Omgevingswet (zie Bijlage 1) geldt dat voor de in de wet benoemde amfibieën – in geval van schade, verstoring of vernieling van vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen een vergunningplicht geldt. Op deze vergunningplicht gelden een aantal uitzonderingen. De provincies kunnen in hun omgevingsverordening een vrijstelling van vergunningplicht bepalen. Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt In de omgevingsverordening van de provincie Overijssel (Omgevingsverordening Provincie Overijssel 2024; gepubliceerd 13-12-2023, in werking 01-01-2024) is voor de volgende (mogelijk) in het onderzoeksgebied voorkomende amfibieën een vrijstelling van vergunningplicht opgenomen voor ruimtelijke inrichting: bruine kikker, bastaardkikker, gewone pad en kleine watersalamander. Het onderzoeksgebied voldoet voor de soorten als voortplantingsgebied (watergangen) en als landbiotoop. Soorten waarvoor geen vrijstelling van vergunningplicht geldt Er zijn geen waarnemingen bekend van beschermde amfibieën in en rondom het onderzoeksgebied (NDFF, 2024). Het onderzoeksgebied bevindt zich buiten het verspreidingsgebied van rugstreeppad (Ravon, 2024).

Overige beschermde soorten amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt, zoals boomkikker, poelkikker en kamsalamander, worden niet verwacht in het onderzoeksgebied dat omsloten is door drukke openbare wegen binnen de bebouwde kom van Enschede. Beschermde soorten zijn te verwachten buiten de stad, nabij natuurgebieden zoals het Aamsveen.

4.2.6 Vissen Er zijn slechts enkele zoetwater vissen beschermd onder de Omgevingswet. De te saneren sloot is ongeschikt voor (beschermde) vissoorten. Er is nauwelijks begroeiing aanwezig. Hierbij ontbreek het bijvoorbeeld aan aaneengesloten water met een rijke onderwaterbegroeiing voor de grote modderkruiper en snel stromend water voor de beekdonderpad. Beschermde vissoorten zijn uitgesloten binnen het plangebied.

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 23

4.2.7 Ongewervelden Van de groep ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, kreeftachtigen en weekdieren) worden beschermde soorten als iepenpage, gevlekte of sierlijke witsnuitlibel niet verwacht. Mede door het ontbreken van geschikt habitat of geschikte waardplanten, de afstand tot bekende waarnemingen in combinatie met een beperkte hoeveelheid waarnemingen (NDFF, 2024). Echter voor de teunisbloempijlstaart, grote vos en grote weerschijnvlinder is dit niet het geval. Op het braakliggende terrein van deelgebied A staan teunisbloemen, een waardplant van de teunisbloempijlstaart. Hoewel ten tijde van het veldbezoek in juli 2024 een heel groot deel van deelgebied A onder water stond, waardoor een strooisellaag en daarmee een geschikte overwinteringsplek afwezig bleek, zijn er enkele waardplanten alsnog beschikbaar. Waarnemingen van de teunisbloempijlstaart zijn bekend binnen de bebouwde kom van Enschede (NDFF, 2024). Tevens is er geschikt gebied voor grote vos en grote weerschijnvlinder aanwezig. Waardplanten betreffen met name iep maar ook populier, zoete kers en wilg. Grote weerschijnvlinder is waargenomen buiten de grenzen van Enschede (NDFF, 2024). Van grote vos zijn ook enkele waarnemingen binnen de bebouwde kom bekend (NDFF, 2024).

De grote weerschijnvlinder is afhankelijk van oudere vochtige loofbossen of broekbossen, dit is binnen het onderzoeksgebied gedeeltelijk aanwezig ten oosten van het parkbos. Dit deel is in het verleden aangeduid als elzenbroekbos en impliceert een groeiplaats voor met name elzen (Eelerwoude, 2019). Daarnaast zijn er echter groeiplaatsen met wilgen aanwezig in het zuidelijk deel van het onderzoeksgebied deel E en op het braakliggende terrein van deelgebied A. Binnen deelgebied B zijn er ook enkele volwassen wilgen aanwezig. Van de iepenpage is één waarneming bekend ten noorden van Enschede in het buitengebied (NDFF, 2024). Het beperkte aantal waarnemingen en de afwezigheid van iep binnen het plangebied maakt het redelijkerwijs uit te sluiten dat er binnen het onderzoeksgebied een gezonde populatie aanwezig is. Gevlekte en sierlijke witsnuitlibel zijn gebonden aan natuurgebieden met een goed ontwikkelde (onder)watervegetatie. Dit is binnen het onderzoeksgebied evenmin aanwezig. Soorten zijn te verwachten in/nabij natuurgebieden als het Aamsveen.

4.3 Overige (Rode Lijst) soorten Naar aanleiding van het veldbezoek en het bureauonderzoek zijn, naast de eerder beschreven soorten of soortgroepen in en rond het onderzoeksgebied nog een aantal andere soorten te verwachten1. Soorten betreffen bijvoorbeeld: grote lijster en matkop. Het gaat voor deze soorten om een kans dat deze in het onderzoeksgebied kunnen worden aangetroffen. Voor deze soorten geldt geen vergunningplicht. Wel is het aan zowel initiatiefnemer alsook de uitvoerders om vooraf na te gaan of de ingrepen gevolgen kunnen hebben voor aangetroffen soorten.

4.4 Gebieden In de directe omgeving van het plangebied liggen diverse Natura 2000-gebieden. Op ongeveer 5 km afstand ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied; het Aamsveen.

1 De opsomming in deze paragraaf is gebaseerd op informatie uit het NDFF of bij Eelerwoude bekende informatie of gedane waarnemingen tijdens

het veldbezoek. Het kan niet worden uitgesloten dat bepaalde soorten niet zijn opgemerkt, of ten tijde van het veldbezoek niet aanwezig waren of waarvan geen algemeen beschikbare informatie over voorkomen in of rond het plangebied bekend is. Op basis van de zorgplichtbepalingen blijft initiatiefnemer of uitvoerder (een ieder) zelf verantwoordelijk om vooraf na te gaan of bepaalde soorten die op een rode lijst zijn geplaatst nadelige gevolgen kunnen ondervinden door de uit te voeren activiteit. Is dit het geval dan is degene ook wettelijk verplicht alles te doen wat in zijn of haar macht ligt om deze nadelige gevolgen te voorkomen of – indien dat niet meer mogelijk is – deze gevolgen te niet te doen of te mitigeren. Het niet naleven van deze zorgplicht kan bestuursrechtelijk worden gehandhaafd.

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 24

4.5 Houtopstanden Binnen het plangebied worden bomen gekapt in deelgebieden B, C en aan de noordelijke rand (rond de sloot) van het parkbos deelgebied D. De te kappen bomen vallen binnen de door de gemeente vastgestelde grenzen van de bebouwingscontour houtkap.

4.6 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied valt buiten begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland.

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 25

5 Effecten, conclusies en aanbevelingen 5.1 Beschermde soorten In dit hoofdstuk worden eventuele effecten, op beschermde en vrijgestelde soorten, op beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland) en houtopstanden, als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Tevens wordt de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van de plannen beoordeeld.

5.1.1 Soorten waarvoor vergunningplicht geldt Met de volgende soorten en/of soortgroepen dient rekening te worden gehouden: Planten Vanwege het ontbreken van geschikt habitat zijn beschermde planten op voorhand uit te sluiten en is nader onderzoek niet noodzakelijk. Een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit voor beschermde flora is niet aan de orde. Vleermuizen Ten aanzien van boom bewonende vleermuizen in het parkbos is de gewone grootoorvleermuis tijdens aanvullend onderzoek door Eelerwoude reeds aangetoond. Als gevolg van toename van antropogene verstoring en verlichting in het gebied wordt een negatief effect verwacht. Het nemen van maatregelen, vastgelegd in een projectplan en als zodanig ter goedkeuring voorgelegd aan het bevoegd gezag, is aan de orde. Ten aanzien van (eventuele) (sloop)werkzaamheden van de woning in noordwestelijk deelgebied, het resterende kantoorgebouw aan de Getfertsingel, de resterende loodsen met dak en het trafohuisje is aanvullend onderzoek naar gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis en mogelijk een vergunning voor een flora- en fauna-activiteit aan de orde. Nader onderzoek naar foerageergebieden en vliegroutes is niet noodzakelijk aangezien essentiële functies ontbreken. Zowel in de tijdelijke situatie als de eindsituatie is voldoende foerageergebied aanwezig, mits een toename van verlichting richting het parkbos wordt voorkomen.

Een essentiële vliegroute is niet aanwezig. Overige zoogdieren Ten aanzien van het verwijderen van (braam)struweel zijn maatregelen ten gunste van egel een steenmarter aan de orde. Met een leefgebiedenbenadering wordt bepaald hoeveel leefgebied er (tijdelijk) zal verdwijnen en hoeveel er aangelegd dient te worden. Alternatief leefgebied kan worden gerealiseerd binnen het parkbos door verbetering van het leefgebied (verwijderen exoten, aanleg van takkenrillen en de reeds neergelegde kasten) en naastgelegen grasvelden rond het verzorgingshuis en bermen. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met kwetsbare perioden van de soorten (voortplanting- en winterrustperiode). Deze maatregelen dienen middels een projectplan en vergunningaanvraag flora- en fauna-activiteit voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag. Broedvogels Jaarrond beschermde nesten Ten aanzien van leefgebied van huismus zal er te allen tijde geschikt leefgebied aanwezig (moeten) zijn voor huismus. Hiervoor zijn reeds eisen opgelegd middels de verleende ontheffing, het gedeeltelijk slopen van de drukkerij. Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 26

Jaarrond beschermde functionele leefomgeving (cat. 5) Gelet op de beperkte ingreep in het gebied met opgaand groen, gaat het om slechts enkele broedparen van genoemde algemeen voorkomende soorten. Holtebomen binnen het parkbos blijven bij de ontwikkeling behouden. In mei 2024 zijn er voor betreffende soorten daarnaast extra nestkasten aangeboden in het parkbos. Genoemde soorten zijn bovendien goed in staat alternatieve nestplaatsen te vinden. Verdere compenserende maatregelen of het aanvragen van een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is om deze redenen dan ook niet aan de orde. Algemene broedvogels Alle vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Omgevingswet. Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, alsook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Verstorende werkzaamheden, zoals het verwijderen van opgaand groen zoals (braam)struweel, dient uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen. De periode van 1 maart tot 15 juli wordt over het algemeen beschouwd als broedseizoen.

Bomen en struiken die voldoende zijn te overzien en waarin middels een broedvogelinspectie nesten zijn uitgesloten kunnen ook binnen het broedseizoen worden verwijderd. Werkzaamheden aan bebouwing zijn mogelijk binnen het broedseizoen indien door een ecologisch deskundige middels een broedvogelinspectie is vastgesteld dat er met deze werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Op basis van de Omgevingswet zijn alle bewoonde vogelnesten beschermd, ongeacht het tijdstip van het jaar en ongeacht de zeldzaamheid van de soort. Reptielen Aangezien geschikt habitat ontbreekt en er geen waarnemingen bekend zijn is nader onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit voor reptielen niet noodzakelijk. Amfibieën Aangezien geschikt habitat ontbreekt en er geen waarnemingen bekend zijn is nader onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit voor streng beschermde amfibieën niet noodzakelijk. Vissen Nader onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is voor beschermde vissen niet noodzakelijk. Ongewervelden Aanvullend onderzoek naar grote vos, grote weerschijnvlinder en teunisbloempijlstaart wordt niet noodzakelijk geacht indien er maatregelen genomen worden om een eventuele populatie duurzaam in stand te houden.

Het nemen van maatregelen ten gunste van teunisbloempijlstaart, grote weerschijnvlinder en grote vos dient in de vorm van een vergunningaanvraag ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag.

5.1.2 Soorten waarvoor geen vergunningplicht geldt (vergunningvrije gevallen) Algemene amfibieën en grondgebonden zoogdieren Het plan kan leiden tot vernieling van enkele vaste rust- of voortplantingsplaatsen van algemene (spits)muizen, bruine kikker, kleine watersalamander en gewone pad. Op basis van de provinciale omgevingsverordening geldt voor deze ruimtelijke inrichting een vrijstelling (vergunningvrij geval). De ontwikkeling zal naar Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 27

verwachting leiden tot een tijdelijk verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor op basis van de provinciale omgevingsverordening een vrijstelling van vergunningplicht geldt. Het gaat hier met zekerheid niet om verlies van essentieel leefgebied. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. In het kader van de zorgplicht wordt geadviseerd om maai werkzaamheden op het land buiten de winterrustperiode van amfibieën uit te voeren en altijd in één richting, zodat aanwezige dieren zich kunnen verplaatsen naar een gebied buiten de verstoringsafstand van de werkzaamheden. Hierbij dient rekening worden gehouden met mogelijke aanwezigheid van egel (maaien in sept-oktober, alleen mogelijk met een vergunning flora en fauna activiteit). (Maai)werkzaamheden aan de oevers en watergangen worden bij voorkeur uitgevoerd wanneer de larven zijn volgroeid, tussen augustus en maart. Hierbij dient rekening worden gehouden met aanwezigheid van egel (maaien in sept-oktober).

5.1.3 Soorten waar specifieke zorgplicht op van toepassing is Het is aannemelijk dat in het onderzoeksgebied de volgende (Rode lijst) soorten worden aangetroffen: • grote lijster • matkop Het gaat allen om soorten welke op een Nederlandse Rode lijst zijn geplaatst, maar waarvoor geen specifieke verplichting geldt voor een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit. Uit de gegevens (NDFF, 2024) over het voorkomen van Rode lijst-soorten in of nabij het onderzoeksgebied in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden kunnen deze mogelijk nadelige gevolgen hebben voor de volgende soorten of hun nesten, eieren, voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of groeiplaatsen(planten). De zorgplicht houdt in dat dan passende preventieve maatregelen getroffen moeten worden om deze nadelige gevolgen te voorkomen. Of, indien dat niet mogelijk is, er passende herstelmaatregelen worden genomen. Voor deze soorten wordt geadviseerd om vooraf en tijdens de voorgenomen werkzaamheden of activiteiten een ecologisch specialist in te schakelen die u kan adviseren op welke wijze nadelige gevolgen kunnen worden voorkomen en/of welke passende (herstel) maatregelen nodig of mogelijk zijn. Zie ook Bijlage 1. en artikel 11.6 van het Bal. Aanbevelingen Voor deze soorten geldt dat bij de voorbereiding en ook bij de aanlegwerkzaamheden de in de wet opgenomen specifieke zorgplichten worden nageleefd.

Zie hiervoor Bijlage 1. Wanneer dit aan de orde is wordt geadviseerd om het aantreffen van deze soorten in het onderzoeksgebied én de door verantwoordelijke personen of organisaties getroffen maatregelen om schade aan deze soorten te voorkomen of te beperken goed te documenteren en vast te leggen. De specifieke zorgplichten kunnen niet alleen bestuursrechtelijk, maar ook strafrechtelijk worden gehandhaafd.

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 28

Tabel 2. Resultaten (mogelijk) aanwezige beschermde flora en fauna in het onderzoeksgebied. Vervolg Beschermingsregime

Soort(groep)

Gebruik gebied

Effect ruimtelijke ontwikkelingen

Vergunning

Nader onderzoek/mitigerende en/of compenserende maatregelen

“Andere soorten”

Vrijgestelde grondgebonden zoogdieren

Leefgebied en voortplantingsplaatsen

Tijdelijke aantasting leefgebied, op termijn weer geschikt leefgebied

Nee, vrijstelling

Zorgplicht In één richting werken. Zorgplicht

“Andere soorten”

Vrijgestelde amfibieën

Leefgebied (land) en voortplantingsplaatsen (water)

Tijdelijke aantasting leefgebied, doden, vangen/verplaatsen op termijn weer geschikt leefgebied

Nee, vrijstelling

In één richting werken. Maaien landhabitat buiten winterrustperiode. Werkzaamheden aan oevers en watergangen tussen aug-mrt.

“Andere soorten”

Steenmarter/ egel

Mogelijk onderdeel van leefgebied en rustvoortplantingsplaatsen

Verdwijnen leefgebied

Ja

Maatregelen conform projectplan en vergunning.

“Andere soorten”

grote vos/ grote weerschijnvlinder

Mogelijk onderdeel van leefgebied en rustvoortplantingsplaatsen

Verdwijnen leefgebied

Ja

Maatregelen conform projectplan en vergunning.

Habitatrichtlijn

Teunisbloempijlstaart

Mogelijk onderdeel van leefgebied en rustvoortplantingsplaatsen

Verdwijnen leefgebied

Ja

Maatregelen conform projectplan en vergunning.

Gewone en ruige dwergvleermuis

Leefgebied en verblijfplaatsen in bebouwing

Onbekend

Reeds verleend (gedeeltelijk)

Habitatrichtlijn

Nader onderzoek overige bebouwing in de periode apr-sep

Onbekend Habitatrichtlijn

Gewone grootoorvleermuis

Leefgebied en verblijfplaatsen in parkbos

Verstoren leefgebied

Ja

Maatregelen conform projectplan en vergunning. Zorgplicht.

Vogelrichtlijn

Vogels

Broedlocatie en onderdeel leefgebied

Mogelijke verstoring

Nee, mits

Snoei- en kapwerkzaamheden buiten broedseizoen uitvoeren. Werkzaamheden aan bebouwing zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met deze

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 29

werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord.

Vogels jaarrond

Huismus

Broedlocatie en onderdeel leefgebied

Nestplaats in voormalige drukkerij, leefgebied blijft behouden

Reeds verleend.

Zorgplicht. Leefgebied voor huismus behouden.

Vogels jaarrond

Bosuil

Broedlocatie en onderdeel leefgebied

Mogelijk nestplaats in parkbos aanwezig, leefgebied blijft behouden

Nee, mits

Leefgebied en nestlocatie blijft behouden.

(overige) Rode Lijstsoorten

Grote lijster, matkop

Aanwezig/leefgebied

Mogelijke aantasting individuen/leefgebieden

Nee, mits

(aantoonbaar) voldoen aan specifieke zorgplichten

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 30

5.2 Gebieden Niet stikstof-gerelateerde effecten: In de directe omgeving van het plangebied liggen diverse Natura 2000-gebieden. Op ongeveer 5 km afstand ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied; het Aamsveen. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden, de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking. Een toetsing van niet stikstof-gerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Op 2 november 2022 heeft de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat de tot dan toe geldende bouwvrijstelling stikstof niet voldoet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. In dat kader is voor zowel de bouw-/aanlegfase als de gebruiksfase van ruimtelijke ontwikkelingen daarom weer een stikstofdepositieberekening benodigd. Bij de aanlegfase wordt door bouwmachines en ander materieel stikstof uitgestoten. In de gebruiksfase neemt mogelijk de uitstoot van stikstof toe door een toename van het aantal rijbewegingen.

Hiervoor is een nadere toetsing aan de orde.

5.3 Houtopstanden Binnen het plangebied worden bomen gekapt in deelgebieden B, C en aan de noordelijke rand (rond sloot) van het parkbos deelgebied D. De te kappen bomen vallen binnen de door de gemeente vastgestelde grenzen van de bebouwingscontour houtkap. Er is derhalve geen sprake van een beschermde houtopstand zoals bedoeld onder de Omgevingswet. De bomen rond de sloot vallen (ogenschijnlijk) wel binnen een gebied met beschermingswaardige bomen die de gemeente heeft vastgesteld. Eventuele voorwaarden met betrekking tot beschermingswaardige bomen dienen opgevraagd te worden bij de gemeente Enschede (figuur 21).

5.4 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied valt buiten begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. In Overijssel is er geen sprake van externe werking. Een toetsing aan het natuurnetwerk is derhalve niet aan de orde.

5.5 Uitvoerbaarheid van de plannen Vanuit de eisen van het natuurbeleid NNN is het plan uitvoerbaar. Ook vanuit de Omgevingswet is het plan uitvoerbaar met betrekking tot de onderdelen gebiedsbescherming en houtopstanden. Dit geldt echter niet voor het onderdeel soortenbescherming. Nader onderzoek heeft reeds plaatsgevonden en beschermde functies zijn aangetoond of te verwachten. Het nemen van maatregelen is aan de orde. Deze maatregelen dienen voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag middels een projectplan. Daarna dienen werkzaamheden onder ecologische begeleiding te worden uitgevoerd.

5.6 Geldigheid rapportage Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in hoofdstuk 0. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden.

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 31

Figuur 21. Beschermde bomen binnen blauwe kaders (gemeente Enschede).

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 32

Literatuurlijst • • •

• • • •

Eelerwoude (2021). Nader onderzoek beschermde soorten. Cromhoffpark, Enschede. Projectnummer 200365. Eelerwoude, Goor. Eelerwoude (2022). Quickscan saneringslocaties. Cromhoffpark, Enschede. Projectnummer 203735. Provincie Overijssel (2023). Beschikking Wet natuurbescherming. Sloop Wegener gebouwen. Zaaknummer: 2023-004966. ESRI Nederland (2024). https://www.esri.nl/nl-nl/home Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie 1.3. NDFF (2024). Nederlandse Databank Flora en Fauna. https://www.ndff.nl/ SOVON Vogelonderzoek Nederland. (2002). Atlas van de Nederlandse broedvogels, - Nederlandse fauna 5. Leiden, Nederland: KNNV Uitgeverij & European invertabrate Survey – Nederland.

Soortinformatie: • www.zoogdiervereniging.nl • www.ravon.nl • www.vlinderstichting.nl Waarnemingen: • ndff-ecogrid.nl Soorten: • BIJ12 (2024). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. BIJ12, versie 2.0, Utrecht. • BIJ12 (2017). Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis Plecotus auritus. BIJ12, versie 1.0, Utrecht.

Cromhoffpark Enschede | Eelerwoude | 33

Bijlage 1 Wettelijk kader natuurwetgeving Inleiding Het natuurbeschermingsrecht onder de Omgevingswet bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland, dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn in de meeste gevallen het bevoegd gezag. Alleen in een aantal situaties, zoals bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk het bevoegd gezag. In deze bijlage wordt kort ingegaan op de relevante regels waaraan voldaan moet worden.

Bescherming van soorten Het uitgangspunt bij het onderdeel soortenbescherming (toetsing flora- en fauna-activiteit) is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “Andere soorten”. Verbodsbepalingen Het systeem van de Omgevingswet wijkt af van wat eerder in de Wet natuurbescherming was opgenomen; er is niet langer sprake van absoluut verbod met een mogelijkheid om ontheffing van dit verbod te krijgen, maar van verbod behoudens wanneer men beschikt over een daartoe bedoelde omgevingsvergunning. De Omgevingswet gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. In de wet worden ten aanzien van de beschermde soorten een aantal verbodsbepalingen genoemd (zie tabel 2). De verbodsbepalingen zijn gekoppeld aan het beschermingsregime van de soort (resp. Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of de groep ‘Andere (nationaal) beschermde soorten’). Voor welke situaties een omgevingsvergunning voor de flora- en fauna-activiteit nodig is vastgelegd in hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Vogels (Vogelrichtlijnsoorten) Dit regime betreft alle vogels cf. artikel Vogelrichtlijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=f721efa4-69a5-4fb6-a084-65c5108481f7