Quick scan Gemeenterekening 2025
Tekst van het document
1
Inleiding
Hierbij treft u de quick scan over de jaarrekening 2025 van de Gemeente Enschede aan. Het verzoek voor het maken van de quick scan op deze Jaarrekening is belegd bij één lid van de Rekenkamer.
De opbouw van de quick scan is als volgt. Ten eerste een blik op de jaarrekening en begroting 2025 in paragraaf 2. Paragraaf 3 volgt met een analyse van het financieel resultaat. De financiële conditie komt in paragraaf 4 aan de orde. Daarna volgt een samenvatting van de aandachtspunten in paragraaf 5.
De quick scan laat verbonden partijen buiten beschouwing. Op de ontwerp-begrotingen en de jaarverslagen van de gemeenschappelijke regelingen ontvingen alle 14 Twentse gemeenteraden begin mei een quick scan van de samenwerkende Twentse rekenkamers.
2
De Jaarrekening en de Gemeentebegroting
In het overzicht baten en lasten in de jaarrekening 2025 (pagina 196) staan drie kolommen met cijfers vermeld: ten eerste de cijfers van de oorspronkelijke begroting, ten tweede de begrotingscijfers na wijzigingen (maw de definitieve begroting) en tot slot de daadwerkelijke realisatie. Het is een gegeven dat de oorspronkelijke begroting en de begroting na wijzigingen wezenlijk van elkaar afwijken. De begroting is het plan waarin doelstellingen en bestedingen aan elkaar worden gekoppeld. Kenmerk hiervan is dat het met onzekerheid is omgeven en afwijkingen en/of wijzigingen daarvan in de loop van het jaar zeer waarschijnlijk zijn. Dit uit zich (met name) in de begrotingswijzigingen in de loop van het jaar. De jaarrekening 2025 maakt een terugblik op de cijfers 2025 mogelijk. Er kan worden vastgesteld dat de totale lasten in de jaarrekening € 48 mln. hoger liggen dan bij de oorspronkelijke begroting was ingeschat. De baten kwamen € 89 mln. hoger uit. De mutaties reserves kwamen per saldo € 40 mln hoger uit. Tov de begroting is € 55 mln meer aan de reserves toegevoegd (sparen). De onttrekkingen aan de reserves bedragen € 14 mln meer dan begroot. Gezamenlijk leidt dit uiteindelijk tot een (nagenoeg) nul-resultaat.
Onderstaande tabel toont de verschillen tussen de oorspronkelijke begrotingen en de realisatie voor de afgelopen vijf jaar.
Verschillen tussen oorspronkelijke begroting en realisatie in hoofdgroepen (*€ 1.000) 2021
2022
2023
2024
2025
(a) Lasten
- 14.457
55.470
73.977
53.416
48.225
(b) Baten
39.050
76.583
99.253
72.328
88.842
(c) Saldo Baten en Lasten (b-a)
53.507
21.113
25.276
18.912
40.617
(d) Stortingen reserve (sparen)
56.729
30.649
30.509
27.601
54.571
(e) Onttrekken reserve (besteden)
10.368
15.965
24.440
62.845
- 14.146
(f) Spaarsaldo (d-e)
46.361
14.684
6.069
-35.245
- 40.425
(g) Resultaat jaarrekening (c-f)
7.145
6.428
19.207
-16.333
[positief = overschot]
192
Hieronder een vergelijking tussen de begroting na wijzigingen en de realisatie.
Verschillen tussen begroting na wijzigingen en realisatie in hoofdgroepen (*€ 1.000) 2025 (a) Lasten
24.484
(b) Baten
4.353
(c) Saldo Baten en Lasten (b-a)
28.837
(d) Stortingen reserve (sparen)
-31.833
(e)Onttrekken reserve (besteden)
3.188
(f) Spaarsaldo (d-e)
-28.645
(g) Resultaat jaarrekening (c-f)
192
[positief = overschot]
Het vergelijken van de realisatie zowel versus de oorspronkelijke begroting als de begroting na wijzigingen geeft inzicht in de dynamiek gedurend een verslagjaar. In de loop van het jaar neemt de raad veelvuldig besluiten waarmee budgetten worden aangepast, bijvoorbeeld als gevolg van gemeentefondscirculaires, grondexploitaties of tussentijdse rapportages. Overigens is In 2025 het aantal tussenrapportages gewijigd van jaarlijks 2 naar 1 (en een slotwijziging aan het eind van het jaar). De financiële consequenties van deze besluiten verklaren de verschillen tussen de oorspronkelijke begroting en de begroting na wijzigingen.
De oorspronkelijke begroting is dus eerder een vertrekpunt dan een eindkader.
Afwijkingen tussen de begroting en de realisatie kennen deels structurele oorzaken zoals de stijging van de kosten van de jeugdzorg (overschrijding in 2025 per saldo € 5,0 mln). Ook zet de regering in toenemende mate specifieke uitkeringen (zogenaamde SPUK’s) in. Daarmee ontvangen gemeenten in de loop van het jaar financiële middelen van het Rijk, die vooraf niet voorzien waren (en derhalve niet begroot hadden). Onderstaande tabel geeft inzicht in het verloop van het aantal specifieke uitkeringen over de afgelopen jaren:
Verloop specifieke uitkeringen voor de gemeente Enschede Jaar
Aantal
Aangevraagd ubsidievolume
2021
53
€ 26.031.632
2022
58
€ 29.720.424
2023
69
€ 111.211.486
2024
44
€ 55.279.073
2025
55
€ 71.574.892
3
Financieel resultaat
Het financieel resultaat van de gemeente Enschede in 2025 is nagenoeg nihil en komt over 2025 uit op € 192.000 positief.
Het resultaat is in lijn met de begroting 2025. Deze sloot op nul. Hierbij is op te merken dat in de begroting 2025 per saldo een storting aan de reserves is verwerkt van € 0,7 mln; het saldo van stortingen € 51,9 mln en onttrekkingen € 51,2 mln. Voor een sluitende begroting is een onttrekking aan de algemene reserve van € 8,7 mln verwerkt in de begroting.
Vanaf 2024 spelen de ingrepen van het Rijk in het Gemeentefonds geen rol in de afwijking begroting en realisatie. De raad heeft besloten om de effecten in het algemene vrij inzetbare accres voor het lopende
jaar
uit
de
circulaires
gemeentefonds
direct
te
verrekenen
met
de
reserve
Weerstandsvermogen. In 2025 gaat het om een toevoeging ten bedrage van € 6,1 mln.De reserve Weerstandsvermogen is dus toegenomen.
Dit geeft het volgende beeld:
Financieel resultaat 2025
€ 0,2
Saldo baten & lasten
€ 29,6 mln
Saldo mutaties reserves
€ 29,4 mln
Direct toegevoegd reserve
€ 6,1 mln
Begroting 2025
€ 0,7
Saldo baten & lasten
€ 0,7 mln
Saldo mutaties reserves
€ 0,7 mln
Het financieel resultaat over 2025 is, zoals aangegeven, in lijn met de begroting.
Het positieve saldo structurele baten & lasten van € 29,4 mln is het gevolgen van met name hogere baten in 2025 van € 5,9 mln en lagere lasten ten bedrage van € 22,8 mln. Een kanttekening: de onderschrijding in lasten over 2025 kan op een later moment alsnog leiden tot uitgaven (verschuiving).
4
Financiële conditie
Naast het financiële resultaat is met name van belang in hoeverre de gemeente financieel robuust is. Hierbij is de weerstandsratio een van de belangrijke indicatoren. Deze ratio geeft inzicht in de financiële conditie van de gemeente.
De weerstandsratio is het kengetal dat wordt gebruikt om te bepalen of de gemeente voldoende in staat is om financiële tegenvallers op te vangen. De weerstandsratio is een verhoudingsgetal tussen de financiële risico’s die de gemeente loopt en de financiële buffers die beschikbaar zijn om die op te vangen als de risico’s zich voordoen.
Onderstaand overzicht geeft het verloop van de weerstandsratio voor de jaren 2024 t/m 2029 aan.
2024
2025
2026
2027
2028
2029
1,83
1,79
1,67
1,61
1,51
1,52
Beschikbare weerstandscapaciteit (mln euro)
91,0
96,6
90,0
87,0
90,0
99,2
- Reserve weerstandsvermogen
73,9
78,6
72,0
69,0
72,0
81,2
- Reserve grondbedrijf (excl. surplus)
17,1
18,0
18,0
18,0
18,0
18,0
Benodigde weerstandscapaciteit (mln euro)
49,7
54,0
54,0
54,0
59,7
65,4
- Risico’s grondbedrijf
17,1
18,0
18,0
18,0
18,0
18,0
- Risico’s overig
32,6
36,0
36,0
36,0
41.7
47.4
Ratio weerstandsvermogen na jaarrekening 2025
De ratio weerstandsvermogen eind 2025 is 1,79. De ratio daalt verder van 2026 t/m 2029 door uitnamen uit de algemene reserve vanwege tekorten in het middelenkader. Met andere woorden: de gemeente komt in de reguliere exploitatie geld tekort (negatief saldo baten en lasten) en moet daarom financiële middelen onttrekken uit de algemene reserve (om het tekort te dekken). De reserve wordt daardoor kleiner, wat effect heeft op het weerstandsvermogen. Eind 2029 komt de ratio weerstandsvermogen uit op 1,52. Dit is boven de bandbreedte van 1,00 t/m 1,40 die door de raad is vastgesteld en ook landelijk door gemeenten gehanteerd wordt voor de toereikendheid van het weerstandsvermogen.
Belangrijk aandachtspunt hierbij is dat vanaf 2028 een risico Jeugdzorg in de berekening aanwezig is. Dit risico betreft de aanname dat de € 9,4 mln aan rijksbezuinigingen op jeugdzorg voor Enschede budgetneutraal uitpakt. In hoeverre deze aanname realistisch is, zal moeten blijken. Het kan namelijk ook zo zijn dat de bezuinigingen er voor zorgen dat Enschede wel geld moet bijleggen. Dit heeft dan direct consequenties voor de omvang van het weerstandsvermogen (afname) en de ratio weerstandsvermogen (daalt).
Naast het weerstandsvermogen is ook de structurele exploitatieruimte een belangrijke indicator voor een financieel gezonde en toekomstbestendige huishouding van de gemeente. De structurele exploitatieruimte geeft inzicht of de structurele inkomsten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Dit is van belang omdat een negatieve exploitatie (lasten zijn hoger dan baten) het weerstandsvermogen verslechtert. De ontwikkeling van de structurele exploitatieruimte is dus een kengetal waar de provincie in zijn rol als toezichthouder veel waarde aan hecht. Wanneer de structurele exploitatieruimte meerjarig negatief is, kan dit voor de provincie aanleiding zijn om de gemeente onder preventief toezicht te plaatsen.
Onderstaand de grafiek die de structurele exploitatieruimte (in procenten) van de gemeente weergeeft.
De grafiek toont dat vanaf 2026 sprake is van een licht positieve structurele exploitatieruimte. De belangrijkste oorzaak voor de daling vanaf 2021 is de sterke afname van de rijksmiddelen. Door de scherpe keuzes (het BOB-traject) waartoe de raad heeft besloten blijft de structurele exploitatieruimte de komende jaren licht positief. Dit onderstreept het belang om de voorgenomen ombuigingen daadwerkelijk te realiseren.
Naast het weerstandsvermogen en de structurele exploitatieruimte bevat paragraaf 3.2 van de jaarrekening een uitgebreide set financiële kengetallen die het gezamenlijk mogelijk maken om te beoordelen hoe de gemeente er financieel voorstaat aan het eind van 2025. Het beeld dat hieruit naar voren komt is dat de gemeente er eind 2025 financieel gezien solide voorstaat. Het weerstandsvermogen is toereikend om (incidentele) tegenvallers op te vangen. De schulden zijn beperkt en de risico’s op grondposities zijn beperkt. De structurele baten en lasten zijn in balans.
Een aandachtspunt en mogelijk risico is de belastingdruk: hoeveel gemeentelijke belastingen inwoners moeten betalen. Deze ligt in Enschede boven het landelijk gemiddelde. Deze “overschrijding” is de afgelopen jaren afgenomen door terughoudend om te gaan met lastenverzwaringen. Wel kan een hoge belastingdruk het beeld geven dat een gemeente met de belastingen (hard) nodig heeft om een sluitende exploitatie te realiseren. Een hoge belastingdruk beperkt de mogelijkheden om de belastingen nog verder te verhogen in het geval zich financiële tegenvallers voordoen.
5
Aandachtspunten
Gemeentefonds
Het gemeentefonds vormt de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. De inkomsten uit het gemeentefonds bedragen meer dan 50% van het begrotingstotaal in Enschede. Als je specifieke uitkeringen meetelt, dan zorgen de inkomsten uit het gemeentefonds en de specifieke uitkeringen gezamenlijk zelfs voor 75% van het begrotingstotaal. Het totale budget dat gemeenten van het Rijk ontvangen wordt jaarlijks aangepast. Dat noemen we het accres van het gemeentefonds. Vanaf 2024 is de systematiek om het accres te bepalen gewijzigd. Tot en met 2023 was de normeringssystematiek voor de hoogte van de inkomsten uit het gemeentefonds bepalend. Het zogenaamde trap op, trap af-model. De volumegroei van het gemeentefonds was gebaseerd op de rijksuitgaven en de prijsindexatie van het gemeentefonds was op basis van de loonvoetontwikkeling bij de overheid. Met ingang van 2024 is de ontwikkeling van de inkomsten uit het gemeentefonds afhankelijk van het Bruto Binnenlands Product. Het BBP is nu dus bepalend voor het accres en daarmee voor het bedrag dat de gemeente van het Rijk ontvangt.. Vanaf 2026 had het Rijk een forse korting gepland op het gemeentefonds. Er zou voor gemeenten een bezuiniging zijn van maar liefst € 2,4 miljard. Dat zou betekenen dat 75% van de gemeenten dan in de rode cijfers terecht komt. Vandaar dat 2026 werd aangeduidt als ravijnjaar.
Deze grote bezuiniging is met de voorjaarsnota 2025 deels uitgesteld, maar niet afgewend. Het rijk biedt tijdelijk € 1 miljard extra, maar structurele tekorten blijven een groot risico vanaf 2028. Kort samengevat; de acute financiële klap is deels verschoven van 2026 naar 2028, maar het ravijn is niet gedempt.
Verwerking circulaires Gemeentefonds
Het Rijk informeert gemeentes met circulaires over de hoogte van de uitkeringen uit het gemeentefonds.
Vanaf 2024 verwerkt Enschede de effecten van de circulaires rechtstreeks in de algemene reserve. Resultaten uit circulaires werden voorheen geparkeerd op een stelpost in de begroting. Aan het eind van het jaar werd deze stelpost dan verwerkt in het jaarrekeningresultaat. Vanaf 2024 is besloten om deze werkwijze aan te passen en de resultaten van circulaires (zowel positief als negatief) op het lopende jaar direct te verrekenen met de algemene reserve. Hiermee geeft de jaarrekening een beter beeld van het feitelijke resultaat op de uitvoering van de gemeentelijke taken.
Deze wijziging van verslaggeving heeft in 2025 een verlagend effect van € 6,1 mln op het resultaat (2024: € 15,8 mln verlagend effect op het resultaat) in vergelijking met de voorgaande verwerkingswijze.
Investeringen
Voor 2025 was € 115,9 mln aan investeringen begroot waarvan € 94,3 mln voor rekening van de gemeente kwam en € 21,6 mln door derden werd bijgedragen. In 2025 is hiervan € 57,3 mln gerealiseerd. Een realisatiegraad van 49,4%, uit te splitsen in gemeente deel 46,6% en bijdragen derden 62,1%. De realisatiegraad valt beduidend lager uit dan 2024 (69%) maar past in langjarig gemiddelde De lage realisatiegraad kent meerdere oorzaken. Te ambitieus begroten en/of vertragingen in de uitvoering en/of verschuivingen in de tijd van de start van de uitvoering. Hieronder het beeld van de realisatiegraad van de investeringen vanaf 2019.
Jaar
Realisatiegraad investeringen (x € 1.000)
2019
16.920 / 42.206 = 40%
2020
22.436 / 37.740 = 59%
2021
32.125 / 47.772 = 67%
2022
24.858 / 61.840 = 40%
2023
36.452 / 76.161 = 47%
2024
67.269 / 96.763 = 69%
2025
57.261 / 115.892 = 49%
Het jaarlijkse landelijke rekenkamersonderzoek (het Doe Mee-onderzoek) van 2025 heeft als onderwerp onderbesteding. Enschede doet ook mee aan dit onderzoek (zie het volgende kopje). De realisatiegraad gemeentelijke investeringen is een onderwerp in het onderzoek.
Landelijk Rekenkameronderzoek Onderbestedingen
Afgelopen jaar heeft de Vereniging van Rekenkamers een landelijk Rekenkameronderzoek gedaan naar Onderbesteding. Onderbesteding betekent dat bij het vaststellen van de jaarrekening blijkt dat in voorgaande jaar (veel) geld is overgebleven. Onderbesteding is in een aantal opzichten vervelend (voor de gemeenteraad): geld is door de gemeenteraad in de begroting aan een bepaald doel toegekend, en blijkbaar is het niet gelukt om het daaraan uit te geven. En omdat het jaar inmiddels allang voorbij is, kan het ook niet meer aan iets anders worden besteed. Voor de raad wordt dat probleem vergroot als dit jaarlijks gebeurt, en als het gaat om aanzienlijke bedragen. De Rekenkamer Enschede heeft meegedaan aan dit onderzoek. Inmiddels is het landelijke rapport gepubliceerd. De Rekenkamer Enschede publiceert in de loop van dit jaar een eigen brief of rapportage over de bevindingen in Enschede.
Jeugdhulp
De zorgkosten blijven stijgen met name op het gebied van de jeugdzorg. Voor 2025 kwam het financieel nadeel op de Jeugdhulp voor de gemeente Enschede uit op € 5,0 mln (de werkelijke uitgaven lagen dus € 5 mln boven begroting). De oorzaak ligt met name bij de autonome groei van de vraag naar jeugdzorg. Dit leidt tot hogere uitgaven als gevolg van volumegroei en zorgverzwaring. De stijgende uitgaven jeugdzorg zijn een landelijk issue. Het is belangrijk te benoemen dat de gemeente maar beperkte invloed heeft op de kosten. De (jeugd-) zorg kent een leveringsplicht en op de instroom / vraag heeft de gemeente (geen tot) weinig directe invloed. Er is daarnaast sprake van een zogenaamde open-einde-regeling: gemeenten zijn wettelijk verplicht alle noodzakelijke jeugdhulp te bieden, zonder budgetplafond. Als zorg nodig is, moet deze worden geleverd, wat leidt tot onvoorspelbare, stijgende kosten en financiële risico's voor gemeenten.
Inzet algemene reserve
De algemene reserve is de buffer van de gemeente voor mee- en tegenvallers. Daarnaast zijn er bestemmingsreserves die een bepaald doel hebben. Het verloop van bestemmingsreserves is in de jaarstukken door de koppeling met de beleidsinhoud goed te volgen. De algemene reserve omvatten tevens de reserve weerstandsvermogen en reserve grondbedrijf. De reserve weerstandsvermogen wordt gebruikt om financiële risico’s op te vangen. De reserve grondbedrijf is een buffer voor het egaliseren van zowel negatieve als positieve financiële resultaten op de exploitatie van gronden. De reserve weerstandsvermogen. In 2025 is de reserve weerstandsvermogen afgenomen met € 11,7 mln. Dit betreft voornamelijk het nadelig rekeningresultaat over 2024 ten bedrage van € 16,7 mln. Hiertegenover staat een toename van € 6,1 mln door de effecten uit de circulaires.Het restant betreft een per saldo onttrekking van € 1,1 mln als gevolg van door de raad genomen besluiten. De reserve grondbedrijf. In 2025 is de reserve grondbedrijf met € 3,2 mln gestegen. Het betreft een storting van € 6,6 mln, voor € 5,0 mln veroorzaakt door de positieve herzieningseffecten op grondexploitaties.
De onttrekking bedroeg € 3,4 mln en betreft met name € 1,0 mln rentelast en afboeking van grondwaarde in de strategische investeringsagenda, € 1,1 mln afgeboekte beheerslasten en plankosten op de overige gronden en € 1,1 mln besteedde Oekraïne gelden.
Ontwikkeling reserves In 2025 is er € 83,7 mln (2024: € 37,3 mln) gedoteerd en € 49,8 mln onttrokken (2024: € 15,4 mln) aan alle reserves. Per saldo is er dus € 33,9 mln gespaard in 2025 (2024 gespaard € 21,9 mln). De totale mutatie bedraagt € 29,6 mln, opgebouwd uit spaarsaldo € 33,9 mln, resultaat € 0,2 mln en vermindering ter dekking van afschrijvingen van -/-€ 4,6 mln.
Inzicht.
De jaarrekening voldoet aan de wettelijke vereisten. Het valt op dat ten opzichte van jaarrekeningen in andere sectoren, zoals bijvoorbeeld bij onderwijs, zorg of woningcorporaties, de verslaggevingsvereisten van een gemeente afwijken en sector (lees gemeente-)specifiek zijn. Sommige informatie komt in de jaarrekening van een gemeente niet voor, terwijl dit bepaalde inzichten kan geven. Een jaarrekening is standaard opgebouwd uit drie elementen: Balans, Resultatenrekening en Kasstroomoverzicht. Bij gemeenten is een kasstroomoverzicht niet voorgeschreven. Deze ontbreekt dus ook in de gemeentelijke jaarrekening.. Het is gebruikelijk om in jaarrekeningen de vergelijkende cijfers van het voorafgaande jaar (dus in dit geval 2024) op te nemen. De regelgeving voor gemeenten vereist dat niet, met als gevolg dat ontwikkelingen ten opzichte van vorige jaar niet te zien zijn in de exploitatiecijfers. In de balans moet het volgens de regelgeving voor gemeenten wel, en daar gebeurt het ook. Kanttekening met betrekking tot de vergelijkende cijfers is de mogelijkheid van het ontstaan van verwarring door informatie-overload. De toelichting zou namelijk de vergelijkende cijfers (2025 versus 2024) als ook de toelichting op afwijkingen ten opzichte van de begroting dienen te bevatten.
Het is de vraag of een extra toelichting voor van jaar tot jaar (deels sterk afwijkende) producten en activiteiten bijdraagt aan een beter inzicht op de prestaties van het afgelopen jaar.
Rechtmatigheid en fraude
Gemeenten zijn gehouden aan strenge regels rondom rechtmatigheid. Sinds 2023 is de rechtmatigheidsverantwoording verplicht, waarin het college van burgemeester en wethouders expliciet verklaart dat de uitgaven rechtmatig zijn gedaan.
Hoewel er rapportageverplichtingen zijn over de rechtmatigheid (was de uitgave volgens de regels?), is er ruimte in hoe overige (fraude-)incidenten worden gerapporteerd. Er is door de gemeente een frauderisicoanalyse uitgevoerd. Hieruit zijn geen bevindingen voortgekomen en/of signalen dat zich fraude heeft voorgedaan.Naar aanleiding van deze uitkomst is in de jaarrekening niet over fraude gerapporteerd. Indien er sprake zou zijn van fraude dan zou dit conform de geldende regelgeving in de jaarrekening opgenomen worden.
In de rechtmatigheidsverantwoording verklaart het college in hoeverre de financiële regelgeving is nageleefd bij de totstandkoming van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties. De financiële regelgeving, met alle wetten en raadsbesluiten die een duidelijke relatie met het financiële beheer hebben, is vastgelegd in het door de raad op 9 december 2024 vastgestelde normenkader rechtmatigheid. Het college stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 2,6 mln bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 17,2 mln. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het college overigens een bedrag van € 1,5 mln acceptabel op basis van door de gemeenteraad vastgestelde afspraken.
Overigens is de frauderisicoanalyse in 2025 verder uitgewerkt en zijn er meerdere stappen gezet in de doorontwikkeling van frauderisicomanagement. Er is onder meer aandacht besteed aan de introductie van kans- en impactbeoordelingen in de frauderisicoanalyse, waardoor risico’s beter kunnen worden geprioriteerd en in afstemming met de programma’s worden besproken. Het beeld is dat de gemeente duidelijke voortgang boekt bij het professionaliseren van frauderisicomanagement
Global goals
Op 7 november 2022 heeft de gemeenteraad de motie ‘Duurzaamheid’ aangenomen. Deze roept het college op vanaf 2023 meer en betere informatie in de gemeentebegroting op te nemen over de lasten, baten en investeringen in duurzaamheid. Met ingang van de begroting 2025 vormt de strategische opgave Groen en duurzaam Enschede daarbij de leidraad en is het uitvoeringsplan Groen en duurzaam Enschede opgenomen als bijlage bij de begroting. Op 15 november 2023 heeft het college een brief aan de raad gestuurd, waarin is aangegeven dat de gemeente zich met een brief aan de VNG als Global Goals gemeente heeft aangemeld. Daarmee staat Enschede ingeschreven bij de VNG als Sustainable Development Goals-gemeente (SDG’s). De Sustainable Development Goals (SDGs) zijn de nieuwe mondiale duurzame ontwikkelingsagenda voor 2030. Ze omvatten zeventien wereldwijd erkende doelen voor het bereiken van een duurzame en inclusieve samenleving. De doelen raken de dagelijkse taken en verantwoordelijkheden van gemeenten en helpen gemeenten om beleid integraal vorm te geven. De doelen vormen namelijk een samenhangend raamwerk van duurzame, economische en sociale doelen.
In de jaarrekening 2025 wordt teruggeblikt op de resultaten die in 2025 met het uitvoeringsplan Groen en duurzaam Enschede behaald zijn. Hiervoor verwijs ik naar paragraaf 4.1 UVP Groen en duurzaam Enschede 2025.
In 2026 is de Rekenkamer een onderzoek gestart naar (een deel van) de Global Goals.De onderzoeksvraag is: “In hoeverre sluiten het beleid en de uitvoering van de Gemeente Enschede aan bij haar commitment aan de SDGs, en waar doen zich spanningen of tegenstrijdigheden voor tussen beleid, uitvoering en resultaten?” Het onderzoeksrapport zal in de tweede helft 2026 opgeleverd worden.
Vitaal & sociaal
Van de 4 programma’s binnen de gemeente heeft het programma Vitaal & sociaal in financiële zin veruit de grootste omvang. Van de totale lasten 2025 ten bedrage van € 862 mln betreft € 559 mln, ofwel 65% het programma Vitaal & sociaal. Dit programma loopt van inkomensondersteuning tot huishoudelijke hulp en van schuldhulpverlening tot jeugdzorg. Landelijk besteden gemeenten tegenwoordig meer dan de helft van hun middelen hieraan en de verwachting is dat dit verder op zal lopen. Dit heeft gevolgen voor de andere programma’s. Recent onderzoek, gepubliceerd in het economievakblad ESB, toont aan dat de gemeentelijke investeringen (wegen, groen, nieuwbouw) sinds 2008 zijn teruggevallen van 1,6% naar 1,0% van het bruto binnenlands product. De sterk gestegen en stijgende kosten van Vitaal & sociaal kunnen als koekoeksjong de andere gemeentelijke programma’s verdringen. Overigens zal de oplossing voor de stijgende kosten Sociaal & vitaal voornamelijk van het Rijk moeten komen. Op veel terreinen binnen Sociaal & vitaal kan de gemeente niet of beperkt sturen. Binnen deze kaders is het raadzaam om als gemeenteraad de beschikbare ruimte goed te benutten.