Protocol integriteit raadsleden 20231009
Tekst van het document
Protocol niet-integer en grensoverschrijdend gedrag raadsleden Dilemma’s, incidenten en melding Dit protocol gaat over hoe om te gaan met niet-integer en grensoverschrijdend gedrag van gemeenteraadsleden. We beschrijven het proces waarlangs raadsleden dilemma’s over niet-integer en grensoverschrijdend gedrag kunnen bespreken. Het gaat daarbij om de hoofdlijn van de procedure die raadsleden kunnen doorlopen wanneer zij twijfels of dilemma’s ervaren, of wanneer zij een incident van niet-integer of grensoverschrijdend gedrag herkennen en daarvan melding willen maken. Het gaat uitdrukkelijk niet over klachten of meldingen van inwoners over niet-integer en grensoverschrijdend gedrag door raadsleden. Klachten van buiten de raad worden niet in behandeling genomen (op grond van Hoofdstuk 9 Awb). Basis is integriteit raadsleden Uitgangspunt is dat raadsleden integer zijn. Hoewel we uitgaan van de integriteit van raadsleden kan het gedrag van raadsleden soms integriteitsrisico’s met zich meebrengen of grensoverschrijdend zijn. De basis van integer gedrag door raadsleden bestaat uit de wettelijke bepalingen, de gedragscode waarin de gedragsregels zijn opgenomen en de bij aanvang van de raadsperiode afgelegde eed/belofte.
In geval van twijfel/dilemma Bij twijfel over de integriteit van gedrag, of het herkennen van grensoverschrijdend gedrag staan de raadsleden verschillende instrumenten ter beschikking. Belangrijk is dat raadsleden in het geval van twijfel of dilemma over een (toekomstige) handeling een open cultuur hanteren. Die open cultuur maakt dat raadsleden met elkaar spreken over twijfels en dilemma’s die zij zelf ervaren of bij anderen menen te zien. Mocht het onderlinge gesprek de twijfels en dilemma’s niet wegnemen dan staan ook andere mogelijkheden ter beschikking. Zo kunnen raadsleden groepsgewijs, in commissieverband of in groepen naar gelang behoefte aan bespreking van het onderwerp, cases uit hun eigen praktijk of fictieve cases bespreken. Daarbij kunnen ze gebruik maken van het aangereikte Afwegingskader waardevast handelen van Necker van Naem1. Verder bieden we raadsleden periodiek (vrijwillige) intervisiegroepen waarin zij onder begeleiding praktijkcases met elkaar kunnen bespreken in een veilige omgeving. Ook hebben raadsleden beschikking over een onafhankelijke externe vertrouwenspersoon. Met deze vertrouwenspersoon kunnen raadsleden dilemma’s en eventuele signalen of incidenten rond nietinteger of grensoverschrijdend gedrag bespreken. De vertrouwenspersoon opereert, zoals gebruikelijk, in volstrekt vertrouwen.
De vertrouwenspersoon functioneert in eerste instantie als klankbord, maar heeft ook een doorwijsfunctie. Meldingen De uitkomst van het hiervoor beschreven traject kan zijn dat een raadslid geen twijfel (meer) heeft en geen dilemma (meer) ervaart bij het gedrag van een raadslid, maar een vermoeden heeft dat het gedrag in strijd is met de geschreven of ongeschreven regels. Daarvan kan het raadslid (melder) melding doen bij de burgemeester in afschrift aan de griffier. Het raadslid in kwestie ontvangt van de griffier bericht dat een melding over hem/haar is gedaan met een korte omschrijving van de melding, maar zonder vermelding van de naam van de melder. De griffier houdt voor elke melding een logboek bij. Dit logboek is uitsluitend door het raadslid in kwestie in te zien bij de griffier. Alleen met instemming van het raadslid in kwestie is het logboek eventueel te gebruiken door derden. Als gevolg van een melding Na een melding treden burgemeester en griffier zo spoedig mogelijk in overleg met het raadslid waarover een melding is gedaan. Indien de melder ook een raadslid is, treden burgemeester en griffier ook in overleg met de melder. Zij overwegen of het passend is om een gezamenlijk gesprek met het raadslid waarover de melding gaat en de melder te voeren.
Indien de afzonderlijke gesprekken en/of het gezamenlijke gesprek niet tot gemeenschappelijke instemming leidt dat een melding voldoende is opgelost, informeren burgemeester en griffier zowel de Commissaris van de Koning (CvdK) als het presidium over de kwestie. Burgemeester en griffier kunnen een onderzoek door een onafhankelijk bureau laten instellen. 1 Te vinden in iBabs (Documenten -> Informatie en handleidingen 2022-2026 -> Inwerkprogramma
2022–2026 -> 20220905 Opening Politiek Seizoen - Integriteit - Weerbare Democratie - Samenspel)
Externe integriteitstoets De meldingen die in de vorige stap onvoldoende zijn opgelost kunnen worden onderzocht door een onafhankelijk extern bureau. We gaan er vanuit dat de externe integriteitstoets slechts in uitzonderlijke gevallen noodzakelijk is. Daarom zal in geval van onderzoek pas een geschikt extern bureau worden benaderd. Het externe bureau dat de integriteitstoets uitvoert brengt een advies uit over de melding aan zowel het raadslid waarover de melding gaat als aan burgemeester en griffier. Burgemeester en griffier vragen eveneens advies aan de Commissaris van de Koning (CvdK). Indien het raadslid waarover de melding gaat of burgemeester en griffier dit gewenst achten, vragen burgemeester en griffier de commissie geloofsbrieven om advies over de te nemen vervolgstap. De CvdK wordt gevraagd zijn advies toe te lichten aan het presidium. Burgemeester en griffier stellen met in achtneming van de rapportage van het extern bureau en de adviezen van de CvdK en eventueel de commissie geloofsbrieven vast op welke wijze een vervolgstap wordt gezet. Zij informeren de raad over de kwestie en de te nemen vervolgstap.
Bijlage: Stroomschema integriteit raadsleden