Plan van aanpak Warmteprogramma_eindconcept
Tekst van het document
gas
PLAN VAN AANPAK WARMTEPROGRAMMA ENSCHEDE 16 SEPTEMBER 2025
1
INHOUDSOPGAVE INLEIDING
3
1.DE TRANSITIEVISIE WARMTE
5
1.1 Doelen 1.2 Maatregelen 1.3 Resultaten 1.4 Voortgang bij bereiken doelstellingen 1.5 Ervaringen partners
5 5 6 6 8
2.BELEIDSDOELEN EN -UITGANGSPUNTEN 2.1 Beleidsdoelen 2.2 Beleidsuitgangspunten 2.3 Randvoorwaarden rolneming
9 9 10 12
3.BEPALEN VOORKEURSALTERNATIEF EN WIJKVOLGORDE 3.1 Voorkeursalternatief aardgas per buurt 3.2 Fasering gebiedsgerichte aanpak
4.PROCESGANG 4.1 Participatiestrategie 4.2 Regionale afstemming 4.3 m.e.r.-plicht 4.4 Besluitvorming
14 14 17
19 19 22 23 24
2
INLEIDING In het Klimaatakkoord van 2019 is afgesproken dat de gebouwde omgeving in 2050 aardgasvrij moet zijn. Gemeenten kregen daarbij de regierol. Zij stemden hiermee in, op voorwaarde dat het Rijk hen zou voorzien van de juiste juridische instrumenten en voldoende financiële middelen om deze rol goed te kunnen vervullen. Ook werd benadrukt dat het tempo van de uitvoering moet aansluiten bij wat maatschappelijk haalbaar en betaalbaar is. Tegen deze achtergrond stelde de gemeenteraad van Enschede op 12 december 2022 de Transitievisie Warmte vast. In dit document staat wanneer en op welke manier Enschede haar wijken aardgasvrij wil maken. In 2024 nam het parlement de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) aan. Deze wet geeft gemeenten de benodigde instrumenten om de overstap van aardgas naar duurzame energie in wijken goed en betaalbaar te organiseren. De wet verplicht gemeenten onder andere om hun Transitievisie Warmte vóór 1 januari 2027 te actualiseren en verder uit te werken in een warmteprogramma. Dit plan van aanpak beschrijft hoe we dat gaan doen. Ons einddoel blijft een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. We werken daar stap voor stap naartoe, wijk voor wijk, op basis van het warmteprogramma. Het warmteprogramma zal bestaan uit een programma in de zin van de Omgevingswet en heeft de volgende functies: ➢
Het maakt inzichtelijk in welke wijken de gemeente vóór 2026 plannen maakt om deze aardgasvrij of aardgasvrij-ready te maken, inclusief de beschikbare alternatieven voor aardgas.
➢
Het biedt houvast voor communicatie en verwachtingsmanagement richting bewoners en andere betrokkenen.
➢
Het is bruikbaar voor rapportages aan de Rijksoverheid en andere partners over de plannen en voortgang van de lokale warmtetransitie.
➢
Het voldoet aan de eisen uit het Besluit en de ministeriële regeling gemeentelijke instrumenten warmtetransitie.
3
Opbouw van dit plan van aanpak Dit plan van aanpak bestaat uit vier hoofdstukken: 1.
Terugblik op de Transitievisie Warmte We kijken terug op hoe de visie tot stand kwam, welke doelen zijn geformuleerd, welke resultaten zijn behaald en welke lessen we hebben geleerd.
2.
Beleidsuitgangspunten van de raad We bespreken de uitgangspunten die de gemeenteraad eerder vaststelde. Wat houden ze in? En wat betekenen ze voor het opstellen van het warmteprogramma?
3.
Keuzes en afwegingen per buurt We beschrijven de factoren die bepalen welk alternatief voor aardgas per buurt de voorkeur heeft, en hoe we de fasering van de aanpak per gebied bepalen.
4.
Proces en participatie We leggen uit hoe we inwoners en andere partijen betrekken bij de ontwikkeling van het warmteprogramma, hoe we zorgen voor regionale afstemming en hoe de besluitvorming plaatsvindt.
4
1.DE TRANSITIEVISIE WARMTE In december 2022 stelde de gemeenteraad van Enschede de
3.
1
Transitievisie Warmte vast. Dit was een belangrijke eerste stap richting een aardgasvrije gebouwde omgeving.
We reduceren de warmtevraag in 2030 met 10% door woningen en andere gebouwen te isoleren.
4.
We gaan in de periode 2022 – 2030 van start met een gebiedsgerichte aanpak in Twekkelerveld/Tubantia-Toekomst, Kennispark, Deppenbroek/
Sinds de vaststelling van dit beleidsdocument is er veel veranderd. De oorlog in Oekraïne zorgde voor recordhoge aardgasprijzen. Dit leidde
Mekkelholt, Wesselerbrink, Varvik-Diekman 5.
En we beginnen met een complexgewijze aanpak in de wijken Roombeek,
tot een sterke daling in het gebruik van aardgas, maar bracht ook een
Bothoven, ’t Zwering, Helmerhoek, Wesselerbrink, Boddenkamp,
toename van energiearmoede onder inwoners met zich mee. Daarnaast
Boswinkel/De Braker, Cromhofsbleek/Kotman, Centrum.
zijn er tussen 2023 en 2025 verschillende uitvoeringsmaatregelen genomen om de warmtetransitie verder vorm te geven.
1.2 MAATREGELEN Tussen 2022 en 2025 heeft de gemeente verschillende stappen gezet om de
In dit hoofdstuk staan we stil bij de doelen uit de Transitievisie
warmtretransitie te versnellen. Enkele belangrijke maatregelen zijn:
Warmte, de maatregelen die tussen 2023 -2025 zijn uitgevoerd en de
1.
Het ontwikkelen van bouwstenen voor een VvE-aanpak.
resultaten die daarmee zijn bereikt. We sluiten dit hoofdstuk af met de
2.
Opstellen van het koersdocument Regionaal warmtebedrijf Twente.
lessen die we daaruit trekken.
3.
Totstandkoming van de Renovatiedeal: afspraken met de gemeenten Almelo, Hengelo, het ministerie van BZK en EZK en verschillende
1.1 DOELEN In de Transitievisie warmte zijn de volgende doelstellingen opgenomen:
woningcorporaties over deelname aan een pilot voor woningverbetering. 4.
Het inrichten van loketten waar bewoners (Energieloket Enschede) en
1.
Woningen en bedrijven zijn uiterlijk in 2050 aardgasvrij.
ondernemers (Duurzaam bouwloket) terecht kunnen voor adviezen over
2.
In de periode 2022 -2030 worden 20.000 (extra) woningen aardgasvrij of
het verduurzamen van hun woning of bedrijf.
met een hybride oplossing verwarmd.
5.
Verkenning en analyse uitgevoerd voor de verduurzaming van bedrijventerreinen.
1
Transitievisie warmte Enschede, vastgesteld 12 december 2022.
5
6.
We stimuleerden ondernemers hun daken te voorzien van zoveel mogelijk
o
Het Kompas (renovatie en verduurzaming in volle gang).
zonnepanelen.
▪ Alle kantoren die onder de label C-regelgeving vallen, voldoen nu aan de eisen.
7.
We troffen maatregelen om ons eigen vastgoed te verduurzamen.
▪ Er is een business case opgesteld voor de aanleg van een warmtenet in
8.
We hielden toezicht op de energiebesparingsplicht (incl. regelgeving
Twekkelerveld. Hierdoor is er meer zicht ontstaan op de totale kosten, de
minimaal label C voor kantoren).
haalbaarheid en de kosten voor de eindafnemer bij de aansluiting op het warmtenet.
1.3 RESULTATEN
▪ Er is een informatiebrochure voor leden van VvE’s opgesteld.
De genomen maatregelen hebben geleid tot concrete resultaten:
▪ In de eerste twee fases van het project ‘Zon op dak’ werden er 5.600
▪ Via de Specifieke uitkering energiearmoede zijn er 900 gratis isolatiemaatregelen
zonnepanelen op bedrijfsdaken geïnstalleerd. Hiermee kan op jaarbasis 6,8 Tj
getroffen, kon de FIXbrigade 2.000 kleine maatregelen uitvoeren en konden 2.850
worden geproduceerd. Lopende projecten voorzien (in potentie) in de plaatsing
gezinnen hun oude koelkast, vriezer of wasmachine inruilen voor een
van nog 9.500 zonnepanelen.
energiezuinig exemplaar. ▪ Op 27 januari 2025 stelde de gemeenteraad een verordening vast voor de
1.4 VOORTGANG BIJ BEREIKEN DOELSTELLINGEN
specifieke uitkering Lokale aanpak isolatie die we van het Rijk ontvingen. Daarmee
In 2023 daalde het gasverbruik van woningen in Enschede van 73,3 naar 60,6
kunnen tot 2027 naar schatting 8.000 isolatiebonnen worden uitgegeven.
miljoen m³, een afname van 18,5%. Dit is bijna het dubbele van de beoogde reductie.
▪ In 2024 hebben Enschedese huishouden voor € 595.890,- aan ISDE-subsidie
Deze daling komt deels door beleidsmaatregelen, maar vooral door de hoge
ontvangen voor het verduurzamen van hun woning. Daarmee zijn 311 apparaten
aardgasprijzen als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Het ‘blijvend effect’ hiervan is
aangeschaft en is ruim 35.000m2 geïsoleerd.
moeilijk te voorspellen. Hoewel de prijzen inmiddels zijn gestabiliseerd, liggen ze nog
▪ Diverse verduurzamingsprojecten zijn afgerond of in uitvoering:
steeds 50% hoger dan voor de inval van Rusland in Oekraïne.
o
Pathmoshal (voltooid);
o
Sporthal de Bug (bijna afgerond);
De onderstaande grafiek geeft weer hoe de woningen in Enschede in 2023 werden
o
IJsbaan (bijna afgerond);
verwarmd. Cijfers uit 2024 waren nog niet bekend toen deze tekst werd opgesteld.
o
Bundelprojecten: de verduurzaming en renovatie van de gymzaal J.C. de Rijpstraat, kleedkamers DOS WK en kleedkamers LSV (in uitvoering);
6
Het tempo van de warmtetransitie moet omhoog om het doel van 20.000 extra aardgasvrije woningen in 2030 te halen. De gebiedsgerichte aanpak van collectieve warmteoplossingen verloopt moeizaam. Enschede is daarin geen uitzondering. Ook in andere gemeenten stokt de aanleg van warmtenetten. Factoren die daarbij een rol spelen zijn volgens het Planbureau voor de leefomgeving: ▪ Uitstel van behandeling van de Wet collectieve warmte (Wcw) door de Tweede Kamer. ▪ De hoge aanlegkosten van warmtenetten. ▪ Zorgen over hoge kosten voor bewoners.3 In Enschede speelt daarbij bovendien een rol dat er geen ruimte beschikbaar is binnen de gemeentebegroting om te investeren in warmtenetten. Een vergelijking met 2022 laat zien: ▪ Het aandeel woningen dat met aardgas wordt verwarmd daalde van 78,5% naar 75,6%. ▪ Het aandeel woningen dat (deels) elektrisch wordt verwarmd steeg van 4,9% naar 6,6%2. ▪ Het aandeel woningen op stadsverwarming bleef stabiel (14,6% naar 15,0%).
2
Het gaat hierbij om 1310 woningen. Voor een deel van die woningen (504 in totaal) is de elektrificatie van de warmtevoorziening een gevolg van sloop en vervangende nieuwbouw.
Het onderwerp Transitievisie Warmte kwam ook aan orde in een peiling die het Kennispunt Twente in het voorjaar van 2025 heeft uitgevoerd onder het Enschede panel (inwoners) en een ondernemerspanel. Hieruit bleek dat 80% van de ondernemers en 87% van de inwoners niet weet welk alternatief voor aardgas in hun wijk of op hun bedrijfslocatie wordt voorgesteld.
3
PBL, TNO, CBS en RIVM (2024), Klimaat- en Energieverkenning 2024. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.
7
1.5 ERVARINGEN PARTNERS Na het opstellen van de Transitievisie Warmte gaven betrokken organisaties feedback op het proces. Over het algemeen was men tevreden over de kwaliteit van het eindproduct. Wel werd tijdsdruk ervaren, die uiteindelijk niet nodig bleek door uitstel van de bestuurlijke vaststelling. Ter voorbereiding op het warmteprogramma zijn gesprekken gevoerd met de in Enschede actieve woningcorporaties, Enexis, Enschede Energie en Ennatuurlijk. Daarin werd teruggeblikt op de periode na vaststelling van de visie. Woningcorporaties gaven aan dat zij bij hun plannen rekening houden met de Transitievisie Warmte, maar dat deze niet allesbepalend is. Zij hebben ook landelijke afspraken met het Rijk over verduurzaming van hun bezit, wat veel van hen vraagt. Daarnaast is er veel onzekerheid geweest over warmtenetten. Dit maakt het lastig voor corporaties om hun plannen af te stemmen op de warmtetransitie. De verwachting is dat deze aandachtspunten ook in de komende periode blijven spelen. Het is belangrijk om hier rekening mee te houden bij het opstellen van het nieuwe warmteprogramma.
8
2.BELEIDSDOELEN EN UITGANGSPUNTEN In de Transitievisie Warmte staan beleidsdoelen en leidende principes
gebouwen vanaf 2050 moeten beschikken over een voorziening voor het afnemen
voor het bereiken van die doelen. In dit hoofdstuk onderzoeken we of
en gebruiken van duurzame energie.
deze doelen en uitgangspunten ongewijzigd kunnen worden overgenomen in het nieuwe warmteprogramma, of dat er redenen zijn
De verduurzaming van gebouwen verloopt via twee sporen:
om ze aan te passen.
▪ Individueel spoor: woningeigenaren krijgen handelingsperspectief via toegankelijke informatie, ondersteuning, subsidies en financieringsmogelijkheden.
2.1 BELEIDSDOELEN
▪ Gebiedsgericht spoor: onder regie van de gemeente worden buurten planmatig
Hoofdstuk 1 beschrijft vijf centrale doelen uit de Transitievisie Warmte. Het
verduurzaamd en uiteindelijk aardgasvrij gemaakt. Ook hier is het belangrijk dat
uiteindelijke doel is helder: een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Om dat te
bewoners handelingsperspectief krijgen.
bereiken zijn er in de Transitievisie Warmte drie belangrijke mijlpalen geformuleerd: 1. 2. 3.
In 2030 bestaat de woningvoorraad uit 20.000 (extra) woningen die
DOELEN BINNEN HET INDIVIDUELE SPOOR
aardgasvrij zijn of met een hybride oplossing verwarmd worden.
Binnen het individuele spoor stelt de gemeente Enschede
In 2030 is de warmtevraag van woningen en andere gebouwen door
een Energiebespaarprogramma (EBP) op. Dit programma maakt inzichtelijk hoe
isolatiemaatregelen met 10% afgenomen.
inwoners ondersteuning kunnen krijgen bij het nemen van energiebesparende
Voor 2030 starten met een gebiedsgerichte, c.q. complexgerichte aanpak in
maatregelen om hun woning aardgasvrij te maken.
18 buurten van Enschede. Bij de uitwerking van deze ondersteuning maakt de gemeente onderscheid tussen EEN AARDGASVRIJE GEBOUWDE OMGEVING IN 2050
verschillende groepen inwoners. Zo komt er een aparte aanpak voor bewoners van
Bij het opstellen van het warmteprogramma houden we vast aan de eerder gekozen
VvE-panden. Voor eigenaar-bewoners met een woning met een lage WOZ-waarde is
stip op de horizon: in 2050 is de gebouwde omgeving aardgasvrij. Er is weinig ruimte
er nu al ondersteuning.
voor een andere koers, omdat het Rijk werkt aan wetgeving die voorschrijft dat
9
Inwoners doorlopen bij het verduurzamen van hun woning vaak een
2.
We richten ons op duurzame en betrouwbare oplossingen.
zogeheten klantreis: bewustwording, oriëntatie, voorbereiding, financiering,
3.
Er is ruimte voor eigen initiatief en keuze.
besluitvorming, uitvoering, ervaren en inspireren. Bij elke stap werkt de gemeente uit
4.
We zetten in op eerlijke en duidelijke communicatie.
hoe zij, of een van haar partners, inwoners kan ondersteunen.
5.
We verbinden de aanpak voor verduurzaming zoveel mogelijk met de stedelijke vernieuwing van wijken.
DOELEN VAN DE GEBIEDSGERICHTE AANPAK
6.
We maken het aantrekkelijk om mee te doen.
De gebiedsgerichte aanpak bestaat uit twee fasen: planvorming en uitvoering. In de
7.
We zijn realistisch en richtinggevend.
planvormingsfase wordt samen met bewoners en andere betrokkenen een
8.
We betrekken regionale ondernemers bij de transitie.
uitvoeringsplan opgesteld voor het aardgasvrij maken van de buurt. Meestal is dit een uitwerking van het voorkeursalternatief zoals beschreven in het
Deze principe komen ook in de gemeenteraad naar voren als het gaat om
Warmteprogramma. Soms kan voortschrijdend inzicht leiden tot een andere keuze.
duurzaamheid. Uit een enquête van het Kennispunt Twente blijkt dat inwoners en
De uitvoeringsfase duurt naar verwachting minimaal acht jaar.
ondernemers vooral betaalbaarheid, duurzaamheid, betrouwbaarheid en keuzevrijheid belangrijk vinden. Er is op dit moment geen reden om afstand te
Enschede telt 70 CBS-buurten. Het opstellen van een wijkuitvoeringsplan duurt
nemen van de overige uitgangspunten. Wel vragen de begrippen ‘betaalbaarheid’,
gemiddeld één tot twee jaar. Als we de planvorming in 2040/2041 willen afronden,
‘keuzevrijheid’ en ‘realistisch’ om een extra toelichting.
moeten we jaarlijks starten met plannen voor vier tot vijf buurten. BETAALBAARHEID In het warmteprogramma leggen we vast welke buurten we tot en met 2035 samen
Het begrip betaalbaarheid speelt op twee niveaus:
met bewoners aardgasvrij gaan maken.
▪ Bij het vergelijken van de kosten van verschillende warmtetechnieken per buurt. ▪ Als maatstaf voor de prijs die bewoners betalen voor warmte.
2.2 BELEIDSUITGANGSPUNTEN De Transitievisie Warmte benoemt acht leidende principes voor de overstap naar
LAAGSTE NATIONALE KOSTEN
een aardgasvrij Enschede:
Het Rijk heeft gemeenten gevraagd om bij hun keuzes rekening te houden met de
1.
We focussen op betaalbare oplossingen.
nationale meerkosten van verschillende warmtetechnieken. Het Planbureau voor de
10
Leefomgeving heeft daarvoor een model, de Startanalyse, beschikbaar gesteld. De
b.
Startanalyse is geschikt als basis om lokale kosten te vergelijken, maar het gebruik
mogelijkheden hebben om de verduurzamingsmaatregelen te financieren.
van dit instrument vraagt wel om een verrijking van de dataset met lokale gegevens en om validatie van de berekende resultaten. Hoofdstuk 3 gaat hier verder op in.
Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft hiervoor de Tool Eindgebruikerskosten laten ontwikkelen door TNO. Deze tool berekent de
BETAALBAAR VOOR INWONERS
gemiddelde kosten en baten per wijk of buurt, en kan inzoomen op specifieke
Voor draagvlak is het belangrijk dat bewoners de kosten van verduurzaming kunnen
groepen zoals woningtypes of bouwjaren. Deze tool wordt ingezet bij de
dragen. Denk aan isolatie, aansluiting op een warmtenet of het kopen van een
voorbereiding van het warmteprogramma.
warmtepomp. KEUZEVRIJHEID Het Rijk heeft in het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) regels
De Transitievisie Warmte stelt dat bewoners ruimte moeten hebben voor eigen
opgenomen waarmee gemeenten kunnen toetsen of hun plannen betaalbaar zijn
initiatief en keuze. Dit blijft ook in het warmteprogramma het uitgangspunt. Dat
voor bewoners. Deze toets is verplicht wanneer een gemeente overweegt om de
betekent dat mensen die willen beginnen met isoleren of investeren in
aanwijsbevoegdheid in te zetten — een bevoegdheid waarmee in het omgevingsplan
verduurzaming, daartoe de ruimte krijgen. Ook groepen bewoners of bedrijven die
kan worden vastgelegd dat aardgas in een bepaald gebied wordt uitgefaseerd.
samen aan de slag willen, worden ondersteund.
Het Bgiw bepaalt, kort samengevat dat:
De Wet collectieve warmte (Wcw) gaat eveneens uit van keuzevrijheid. Tegelijkertijd
1.
2.
De kosten van het warmte-alternatief voor het overgrote deel van de
stelt de Klimaatwet dat de netto-uitstoot van broeikasgassen in 2050 tot nul moet zijn
bewoners in de wijk (minimaal 70%) over een periode van 30 jaar niet hoger
teruggebracht. Daarom moeten alle gebouwen in 2050 goed geïsoleerd zijn en vrij
mogen zijn dan de baten.
van fossiele emissies.
Gemeenten rekening moeten houden met de mate waarin bewoners, in het bijzonder kwetsbare afnemers: a.
de gevolgen voor de maandlasten kunnen dragen.
De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) geeft gemeenten de bevoegdheid om in het omgevingsplan vast te leggen dat in een bepaald gebied op een vast moment geen aardgas meer mag worden gebruikt. Dit betekent dat de
11
netbeheerder op dat moment stopt met het leveren van aardgas in die wijk. In plaats
2.3 RANDVOORWAARDEN ROLNEMING
daarvan komt er een nieuwe energie-infrastructuur beschikbaar, gebaseerd op
De warmtetransitie vraagt veel van de samenleving, maar ook van de gemeente
duurzame energie.
Enschede. Niet alleen in haar rol als eigenaar van vastgoed, maar vooral als regisseur van de transitie. Om deze regierol goed te kunnen vervullen, is
Het besluit om deze aanwijsbevoegdheid wel of niet in te zetten, heeft grote
ondersteuning vanuit het Rijk noodzakelijk. Die ondersteuning bestaat uit:
gevolgen. Niet alleen voor bewoners en andere gebruikers van warmte, maar ook
▪ Instrumenten, subsidies en bevoegdheden.
voor de haalbaarheid van collectieve warmteoplossingen. Het gebruik van deze
▪ Financiële middelen voor het aantrekken van extra personeel en het doen van
bevoegdheid kan namelijk essentieel zijn om alle inwoners toegang te geven tot een
investeringen.
betaalbaar alternatief voor aardgas. De eerste stappen zijn inmiddels gezet. Zo ontving de gemeente al specifieke Omdat dit besluit zo ingrijpend is, neemt de gemeente de tijd om hierover zorgvuldig
uitkeringen voor de bestrijding van energiearmoede en de lokale aanpak isolatie.
met de gemeenteraad in gesprek te gaan. De verwachting is dat een besluit over het
Ook zijn er wetten opgesteld die gemeenten juridische bevoegdheden geven om
al dan niet inzetten van de aanwijsbevoegdheid op zijn vroegst in 2026 genomen kan
regie te voeren. Andere instrumenten, zoals het aangekondigde waarborgfonds voor
worden.
warmtenetten en de financiële deelneming van het Rijk in warmtebedrijven, bevinden zich nog in de studiefase. Deze zijn echter cruciaal om de uitrol van collectieve
REALISTISCH EN RICHTINGGEVEND
warmte-oplossingen te versnellen.
In de Transitievisie Warmte staat dat we niet wachten tot alle onzekerheden zijn opgelost. We kunnen nu al stappen zetten. Tegelijkertijd is de visie niet in beton
De warmtetransitie vraagt om een steeds grotere inzet van de gemeentelijke
gegoten.
organisatie. Vooral het opstellen en uitvoeren van wijkuitvoeringsplannen is arbeidsintensief. In de periode 2023–2025 ontving de gemeente een bijdrage van het
De doelen en keuzes moeten haalbaar zijn. Dat betekent dat sommige alternatieven
Rijk voor de extra personeelskosten die voortvloeien uit deze taken. Er ligt een
kunnen afvallen, bijvoorbeeld door gebrek aan ruimte in de ondergrond of door
toezegging dat gemeenten ook in de periode 2026–2030 extra middelen ontvangen.
vertraging bij het oplossen van netcongestie op het elektriciteitsnet.
12
Voor de periode na 2030 is nog niets vastgelegd. Wel is duidelijk dat langdurige financiële ondersteuning vanuit het Rijk noodzakelijk is om de warmtetransitie succesvol af te ronden. Daarnaast geldt: zonder investeringsmiddelen kunnen gemeenten wel plannen maken, maar deze niet uitvoeren. Daarom is het belangrijk dat gemeenten ook kunnen investeren. Dit vraagt om een gerichte lobby richting het Rijk, zodat de benodigde middelen beschikbaar komen.
13
3.BEPALEN VOORKEURSALTERNATIEF EN WIJKVOLGORDE De kern van het warmteprogramma zal bestaan uit een beschrijving
▪ Warmtenet met (zeer) lagetemperatuurbron;
van het voorkeursalternatief voor aardgas per buurt en een
▪ Hybridewarmtepomp met klimaatneutraal gas.
beschrijving van de volgorde waarin wijken worden aangepakt. In dit hoofdstuk leggen we uit welke factoren bepalend zijn voor deze
De Startanalyse biedt een goede basis, maar houdt niet altijd rekening met lokale
keuzes.
omstandigheden, zoals: ▪ beschikbaarheid van warmtebronnen;
3.1 VOORKEURSALTERNATIEF AARDGAS PER BUURT
▪ isolatiegraad van gebouwen;
Voor elke buurt wordt een voorkeursalternatief voor aardgas gekozen. Deze keuze is
▪ warmtevraag van utiliteitsgebouwen;
gebaseerd op een technisch-economische afweging, waarbij we letten op:
▪ ruimtelijke inrichting;
a.
De nationale kosten van de verschillende warmtetechnieken.
▪ koudevraag;
b.
De betaalbaarheid voor de eindafnemer.
▪ sociaal-economische kenmerken;
c.
De robuustheid van de gekozen oplossing.
▪ sloop en nieuwbouw.
LAAGSTE NATIONALE KOSTEN Voor het bepalen van de nationale kosten gebruiken we de Startanalyse van het
Daarom vullen we de dataset aan met lokale informatie en gebruiken we het Vesta MAIS-model voor een verdiepende analyse.
Planbureau voor de Leefomgeving. Deze instrument geeft een indicatie van de
DRAAIKNOPPEN
nationale kosten van vier warmtestrategieën:
De uitkomsten van de Startanalyse kunnen worden beïnvloed door het aanpassen
▪ Individuele elektrische warmtepomp;
van zogeheten “draaiknoppen”, namelijk:
▪ Warmtenet met midden- of hoogtemperatuurbron;
▪ de hoeveelheid beschikbaar klimaatneutraal gas (0,5 – 1,5 miljard m³);
14
▪ het isolatieniveau van woningen (woningen isoleren tot energielabel B -of D niveau).
▪ Maximale beschikbaarheid als uitgangspunt, met een ‘no regret’-benadering In onze analyse gaan we uit van de maximale beschikbaarheid van klimaatneutraal gas. Aangezien nu nog niet duidelijk is of en wanneer er genoeg klimaatneutraal
KLIMAATNEUTRAAL GAS
gas beschikbaar komt, wordt er voor buurten -waarvoor de Startanalyse uitwijst dat
De toekomstige beschikbaarheid van klimaatneutraal gas, zoals groengas uit
het gebruik van klimaatneutraal gas tot de laagste nationale kosten leidt- nog geen
vergisting en groene waterstof uit elektrolyse, is op dit moment nog onzeker. Dit type
definitieve strategie geselecteerd.
gas kent namelijk veel andere toepassingsmogelijkheden buiten de gebouwde
In plaats daarvan zal het warmteprogramma voor deze buurten een no regret-
omgeving, zoals in de industrie en mobiliteit, waar het gebruik vaak efficiënter of
benadering beschrijven, die ook zinvol zijn voor andere strategieën, zoals isolatie
urgenter is.
en hybride warmtepompen.
Daarnaast is het nog onduidelijk hoeveel klimaatneutraal gas er in 2050 daadwerkelijk beschikbaar zal zijn. De ramingen lopen sterk uiteen en het Rijk heeft
Op deze manier zorgen we ervoor dat we flexibel blijven en voorbereid zijn op andere oplossingen.
nog geen beleidskader vastgesteld voor de verdeling van dit gas, mocht het
ISOLATIENIVEAU VAN WONINGEN
beschikbaar komen voor de gebouwde omgeving.
Bij het bepalen van het meest geschikte alternatief voor aardgas in een buurt speelt het isolatieniveau van gebouwen een belangrijke rol. Warmtetechnieken die werken
Bij het opstellen van het warmteprogramma gaan we zorgvuldig om met deze
met lage temperatuurwarmte, zoals warmtepompen en lagetemperatuur-
onzekerheid. We hanteren de volgende werkwijze:
warmtenetten, vereisen namelijk een hogere isolatiegraad dan technieken die
▪ Gebruik van de Startanalyse
gebruikmaken van klimaatneutraal gas of warmtenetten met een midden- of
De Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving biedt de mogelijkheid
hogetemperatuurbron.
om het uitgangspunt voor de hoeveelheid beschikbaar klimaatneutraal gas aan te passen. Dit varieert van 0,5 tot 1,5 miljard m³ op nationaal niveau. Door met deze
De Rijksoverheid stimuleert via subsidies het verduurzamen van woningen tot
variatie te werken, krijgen we een indicatie van de kans dat klimaatneutraal gas in
minimaal energielabel B. Maar deze subsidies dekken niet alle kosten. Dat betekent
de toekomst beschikbaar is voor een specifieke buurt.
dat woningeigenaren zelf een deel van de investering moeten dragen. Wanneer een
15
gemeente in het warmteprogramma kiest voor lage temperatuurwarmte in een buurt, leidt dit in de meeste gevallen tot hogere investeringskosten voor bewoners. Vooral in buurten met veel oudere woningen, die vaak matig of slecht geïsoleerd zijn, kan dit een risico vormen voor de haalbaarheid van het warmteprogramma. De
In het Warmteprogramma spreken we de ambitie uit dat woningen in 2050 zijn geïsoleerd tot energielabel B. Tegelijkertijd houden we rekening met de realiteit in bepaalde buurten. In buurten met veel oudere, matig tot slecht geïsoleerde woningen en een hoog aandeel particulier bezit, gaan we ervan uit dat woningen bij het beëindigen van de aardgaslevering minimaal zijn geïsoleerd tot energielabel D.
benodigde investeringen kunnen daar relatief hoog uitvallen, waardoor het draagvlak onder bewoners onder druk komt te staan.
ROBUUSTHEID VAN DE RESULTATEN De keuzes die we in het warmteprogramma maken hebben grote impact. Daarom
Voor woningcorporaties ligt dit genuanceerder. Zij onderschrijven de doelen uit het
hechten we veel waarde aan een robuuste analyse: een analyse die betrouwbaar is
Klimaatakkoord en werken actief aan het verduurzamen van hun woningvoorraad.
en overeind blijft, ook als omstandigheden veranderen of als er onzekerheden zijn in
Dit doen zij als voorbereiding op de overgang naar aardgasvrij wonen. Tegelijkertijd
de uitgangspunten.
zijn zij afhankelijk van de instemming van zittende huurders voordat maatregelen kunnen worden uitgevoerd.
Robuustheid betekent dat we toetsen of de gekozen warmteoplossing ook onder andere aannames of bij veranderende omstandigheden nog steeds een goede keuze
Corporaties staan voor een dubbele opgave:
is. Daarom toetsen we of de kostenverschillen tussen alternatieven groot genoeg zijn
▪ Enerzijds moeten zij zorgen voor voldoende beschikbare woningen, zoals
om een duidelijke voorkeur te onderbouwen en of de uitkomsten van de analyse
afgesproken in de Nationale Prestatieafspraken en de Regionale Woondeal.
standhouden bij herberekening met andere modellen.
▪ Anderzijds moeten zij voldoen aan de klimaatdoelstellingen voor een duurzame woningvoorraad.
Om dit te toetsen maken we onder andere gebruik van het DWA-conceptenmodel, dat helpt om de resultaten van de Startanalyse te valideren en te vergelijken.
De kosten van verduurzaming komen volledig voor rekening van de corporaties, terwijl deze investeringen geen extra huurinkomsten opleveren. Dit betekent dat
BETAALBAARHEID VOOR EINDGEBRUIKER
corporaties zorgvuldige afwegingen moeten maken over waar zij hun middelen
We beoordelen of de gekozen warmteoplossing betaalbaar is voor bewoners, op
inzetten.
basis van:
16
▪ De eindgebruikerskosten voor de meest voorkomende woningtypen en energielabels in een buurt (via het Dashboard eindgebruikerskosten van TNO, beschikbaar medio 2025); ▪ Sociaal-economische kenmerken van de buurt/wijk. We verwachten dat een keuze voor het alternatief dat leidt tot de laagste nationale
▪ waarde van het gasnet; ▪ afstand tot het warmtenet (bij collectieve warmte-oplossing). Bij het bepalen van de volgorde waarin buurten worden aangepakt, bepalen we eerst voor elk van deze factoren de uitgangspositie per buurt aan de hand van het volgende schema:
kosten in de meeste gevallen ook voor inwoners het best betaalbaar is. De toetsing aan het criterium ‘betaalbaarheid voor de eindgebruiker’ kan echter ook anders uitwijzen. En aanleiding geven tot de keuze voor een alternatief dat op nationale
Score Netcongestie.
0 punt: beperkt netcapaciteit voor warmte-alternatief
schaal tot wat hogere kosten leidt. Als het gekozen alternatief afwijkt van wat eerder in de Transitievisie Warmte stond, lichten we dat in het warmteprogramma duidelijk toe.
3.2 FASERING GEBIEDSGERICHTE AANPAK Om te kunnen bepalen welke buurten de hoogste prioriteit krijgen bij de
-2 punten: geen netcapaciteit 2 punten: voldoende netcapaciteit beschikbaar
Investeringsagenda
0 punten: geen koppelkansen bekend
infrastructuur.
1 punt: mogelijk relevante koppelkansen, maar nog weinig concreet 2 punten: concrete koppelkansen aanwezig
Investeringsagenda
0 punten: geen koppelkansen bekend
vastgoedeigenaren.
1 punt: mogelijk relevante koppelkansen, maar nog
gebiedsgerichte aanpak, verzamelen we informatie over:
weinig concreet
▪ de mate waarin het net overbelast is of in de toekomst verzwaard wordt;
2 punten: concrete koppelkansen aanwezig
▪ de investeringsagenda infrastructuur;
Plannen voor
0 punten: geen koppelkansen bekend
▪ de investeringsagenda vastgoedeigenaren;
stedelijke vernieuwing
1 punt: mogelijk relevante koppelkansen, maar nog
▪ buurtagenda sociaal domein
weinig concreet
▪ gemeentelijke plannen voor stedelijke vernieuwing;
2 punten: concrete koppelkansen aanwezig
▪ burgerinitiatieven in bepaalde buurten;
Buurtagenda sociaal
▪ mate waarin het eigendom van het vastgoed is verspreid of juist geclusterd;
domein
0 punten: geen koppelkansen bekend
17
1 punt: mogelijk relevante koppelkansen, maar nog
Burgerinitiatieven.
Meekoppelkansen
weinig concreet
-
De investeringsagenda infrastructuur.
8
2 punten: concrete koppelkansen bekend.
-
De investeringsagenda vastgoedeigenaren;
8
0 punten: geen buurtinitiatieven bekend
-
Plannen gemeente voor stedelijke vernieuwing.
8
1 punt: buurtinitiatief is kleinschalig, of bevindt zich in pril
-
Meekoppelkansen sociaal domein.
8
stadium 2 punten: grootschalig buurtinitiatief
Overige factoren -
De mate waarin het net overbelast is of in de toekomst
11
Mate van spreiding
0 punten: eigendom is erg versnipperd
eigendom
1 punt: eigendom is versnipperd
-
Afstand tot het warmtenet
11
2 punten: in de buurt zitten enkele grote
-
Mate waarin het eigendom van het vastgoed is verspreid of
10
verzwaard wordt.
vastgoedeigenaren, waarmee afspraken gemaakt Waarde gasnet.
juist geclusterd;
kunnen worden
-
Burgerinitiatieven in bepaalde buurten;
10
0 punten: gasnet heeft hoge waarde, kan nog voor lange
-
Waarde van het gasnet
8
tijd behouden blijven 1 punt: gasnet kan nog enige tijd gebruikt worden
Een indicatie van de prioriteit die de wijkgerichte aanpak in een buurt heeft, wordt
2 punten: gasnet heeft lage waarde, moet snel worden
vervolgens verkregen door voor iedere buurt:
vervangen (als er geen alternatief voor gas beschikbaar komt) Afstand tot warmtenet
1.
vermenigvuldigen met de uitgangspositie van die beoordelingsfactor voor
0 punten: afstand > 5 km 1 punt: afstand > 2 < 5 km 2 punten: afstand < 2 km
het relatieve gewicht van de hiervoor genoemde beoordelingsfactoren te die buurt;
2.
een optelsom te maken van de uitkomsten die op deze manier worden verkregen van alle beoordelingsfactoren.
Niet elke factor legt evenveel gewicht in de schaal. Bij het vaststellen van de
Een vergelijking van de resultaten per buurt vormt vervolgens de basis voor de
wijkvolgorde, gaan we uit van de volgende wegingsfactoren:
fasering van de wijkgerichte aanpak.
18
4.PROCESGANG Dit hoofdstuk beschrijft hoe het warmteprogramma tot stand komt. We
▪ Inspraakprocedure: De ontwikkeling van het warmteprogramma volgt de
bespreken hier hoe we de samenleving bij de ontwikkeling van het
uniforme openbare voorbereidingsprocedure, inclusief terinzagelegging en
warmteprogramma betrekken, hoe we zorgen voor regionale
inspraak.
afstemming en hoe de besluitvorming verloopt. PARTICIPATIENIVEAU EN AANPAK
4.1 PARTICIPATIESTRATEGIE
De gemeente Enschede hanteert vijf participatieniveaus, zoals vastgelegd in de
Participatie is een essentieel onderdeel van het warmteprogramma. Het doel is om:
Participatieverordening. Deze niveaus bepalen hoeveel invloed belanghebbenden
▪ betrokkenheid en kennis onder inwoners en belanghebbenden te vergroten;
hebben op het proces. De vijf niveaus zijn:
▪ ideeën en inzichten op te halen die bijdragen aan betere besluiten;
Informeren: Geen inbreng. Eenzijdige communicatie vanuit de gemeente.
▪ lokale behoeften en zorgen in kaart te brengen;
Raadplegen: Betrokkenen zijn gesprekspartners. Hun inbreng wordt serieus
▪ de haalbaarheid en acceptatie van beleidskeuzes te versterken;
genomen en kan bijdragen aan het besluitvormingsproces, maar is niet bindend. Het
▪ te voldoen aan wettelijke en gemeentelijke kaders voor participatie.
is belangrijk dat de gemeente terugkoppelt wat er met de input is gedaan, zodat deelnemers weten hoe hun bijdrage is verwerkt en gewaardeerd.
KADERS EN UITGANGSPUNTEN
Adviseren: Betrokkenen adviseren over aanpak en oplossingen. Als gemeente
Bij de participatie worden de volgende kaders en uitgangspunten gehanteerd:
hiervan afwijkt, moet dit gemotiveerd worden.
▪ Wettelijk kader: Participatie is verplicht onder de Omgevingswet en de Wet
Co-produceren: De gemeente en betrokkenen ontwikkelen samen oplossingen. De
gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Volgens het conceptbesluit bij
gevonden oplossing is voor de gemeente bindend.
de Wgiw moeten gemeenten bij het kiezen van een alternatief voor aardgas
Meebeslissen: Betrokkenen nemen de besluiten. De gemeente neemt het besluit
rekening houden met de doelmatigheid (sturen op optie die leidt tot de laagste
over.
nationale kosten), de haalbaarheid en betaalbaarheid voor de eindgebruiker.. ▪ Gemeentelijke kaders: De Participatieverordening Enschede schrijft voor dat participatieprocessen transparant en doelgericht moeten zijn.
Het kiezen van het juiste participatieniveau per doelgroep is belangrijk om het proces helder en eerlijk te houden. Het zorgt ervoor dat iedereen weet wat er wel en niet mogelijk is qua invloed en voorkomt verwarring of teleurstelling. Binnen het
19
warmteprogramma stemmen we het participatieniveau af op de bestaande
TOELICHTING PER STAKEHOLDERGROEP
beleidskaders én op de mate waarin betrokken partijen invloed kunnen en mogen
INWONERS EN ONDERNEMERS
uitoefenen. Zo zorgen we voor een transparant en realistisch participatieproces.
De focus ligt op raadplegen. Beleidskeuzes liggen grotendeels vast, maar het ophalen van kennis, houding en gedrag via enquêtes en gesprekken met
Stakeholdergroep
Participatieniveau
Motivatie
Inwoners en
Informeren en
Beleidskaders liggen vast. Inzicht
ondernemers
raadplegen
in houding, gedrag en behoeften
focusgroepen is waardevol. Ook brengen we lokale zorgen en behoeften in kaart om de uitvoeringsstrategie te verfijnen.
is essentieel. Woningcorporaties
Netbeheerder (Enexis)
WONINGCORPORATIES, NETBEHEERDER, WARMTEBEDRIJF EN ENERGIECOÖPERATIE ENSCHEDE ENERGIE
Raadplegen en
Belangrijk voor uitvoerbaarheid
Deze partijen zijn essentieel voor de technische en financiële haalbaarheid, maar
adviseren
en verduurzaming binnen hun
nemen geen beleidsbeslissingen. Daarom adviseren zij de gemeente over:
woningvoorraad.
▪ Woningcorporaties: verduurzaming en uitvoerbaarheid binnen hun
Raadplegen en
Adviseert over netwerkcapaciteit
adviseren
en technische haalbaarheid.
Warmtebedrijf
Raadplegen en
Bepaalt haalbaarheid en
(Ennatuurlijk)
adviseren
financiële randvoorwaarden voor warmtenetten.
Energiecoöperatie
Raadplegen en
De uitvoerbaarheid van het beleid
Enschede Energie
adviseren
en toegang meedenkende betrokken bewoners.
woningvoorraad. ▪ Netbeheerder (Enexis): netwerkcapaciteit en infrastructuur. ▪ Warmtebedrijf (Ennatuurlijk): haalbaarheid en financiële randvoorwaarden voor warmtenetten. ▪ Energiecoöperatie Enschede Energie: de uitvoerbaarheid van het beleid. WAAROM NIET CO-PRODUCEREN OF MEEBESLISSEN? Bij co-produceren en meebeslissen hebben belanghebbenden directe invloed op de besluitvorming. Binnen het warmteprogramma is hier bewust niet voor gekozen. De reden is dat de gemeente eindverantwoordelijk is voor het programma en dat de belangrijkste beleidskaders al zijn vastgesteld in de Transitievisie Warmte.
20
Volgens de Participatieverordening van Enschede is co-produceren passend
Stakeholdergroep
Onderwerp van gesprek Participatievorm/middel
wanneer belanghebbenden samen met de gemeente plannen ontwikkelen én
Inwoners
Kennis, houding en
uitvoeren. Meebeslissen is alleen mogelijk als er voldoende ruimte is voor
gedrag t.a.v. de
stakeholders om binnen vastgestelde kaders daadwerkelijk besluiten te nemen.
warmtetransitie. Ondernemers
Impact van de
▪ Peiling via Enschede Panel (Kennispunt Twente).
▪ Peiling via Ondernemerspanel
In het geval van het warmteprogramma:
warmtetransitie en kennis, ▪ Uitnodiging voor klankbordgroep
▪ Zijn de fundamentele keuzes al gemaakt, waardoor er weinig flexibiliteit is voor
houding en gedrag t.a.v.
via belangenverenigingen en
de warmtetransitie.
bedrijventerreinen.
stakeholders om mee te beslissen over het beleid. ▪ Hebben partijen zoals woningcorporaties, de netbeheerder en het warmtebedrijf
Verduurzaming en
▪ Eén op één gesprekken.
een adviserende rol. Zij leveren waardevolle input over technische en financiële
Woningcorporaties
uitvoerbaarheid binnen
▪ Structureel overleg en
haalbaarheid, maar nemen geen beleidsbeslissingen.
hun woningvoorraad.
werksessies in gezamenlijke klankbordgroep.
Door te kiezen voor informeren, raadplegen en adviseren, maken we vooraf duidelijk
Energiecoöperatie
Haalbaarheid
wat de invloed van participatie is. Zo voorkomen we onrealistische verwachtingen en
Enschede Energie
onderzoeken van lokaal
zorgen we voor een transparant en eerlijk proces. WAAROVER GAAN WE IN GESPREK, MET WIE EN HOE?
▪ Uitnodiging voor zitting in klankbordgroep.
eigendom Netbeheerder
Netcapaciteit en
▪ Eén op één gesprekken.
(Enexis)
technische haalbaarheid ▪ Structureel overleg, technische
Om participatie concreet vorm te geven, gebruiken we verschillende middelen en
afstemming over haalbaarheid
methoden om met belanghebbenden in gesprek te gaan. Hieronder staat een
en mogelijkheden tijdens overleg
overzicht van de belangrijkste gespreksonderwerpen en participatievormen per
met gezamenlijke
stakeholdergroep:
klankbordgroep. Warmtebedrijf
Haalbaarheid en
(Ennatuurlijk)
financiële
▪ Eén op één gesprekken.
21
randvoorwaarden voor warmtenetten
Wijk- en dorpsraden Lokale uitvoering en betrokkenheid
▪ Structureel overleg en afstemming in gezamenlijke
krijgen persoonlijke terugkoppeling. Daarnaast wordt stadsbreed teruggekoppeld
klantbordgroep.
via de online communicatiekanalen van de gemeente.
▪ Klankbordgroep met vertegenwoordigers uit
VERVOLGPROCES
wijkraden. Wijkraden worden
Het warmteprogramma wordt elke vijf jaar geactualiseerd. De plannen voor het
geïnformeerd en uitgenodigd
aardgasvrij maken van buurten worden verder uitgewerkt in wijkuitvoeringsplannen.
deel te nemen in klankbordgroep
Ook bij het opstellen van deze plannen is samenwerking en participatie essentieel.
die 2x bijeen komt. Vertegenwoordigers Lokale uitvoering en ondernemers/
betrokkenheid
bedrijventerreinen
Alle inwoners
Feedback op concept warmteprogramma
▪ Terugkoppeling: Deelnemers aan peilingen, focusgroepen, klankbordgroepen
▪ Worden geïnformeerd en
4.2 REGIONALE AFSTEMMING
uitgenodigd deel te nemen in
De gemeenten Borne, Enschede en Hengelo hebben samen een koersdocument
klankbordgroep die 2x bijeen
opgesteld voor een Regionaal warmtebedrijf Twente. Daarvoor is gekozen omdat:
komt.
▪ De Transitievisies Warmte/Warmpteprogramma van de drie gemeenten, waarin
▪ Officiële inspraakprocedure en terinzagelegging.
collectieve warmtenetten vaak als alternatief voor aardgas worden genoemd. ▪ De ligging van Twence, een grote bron van restwarmte, op de grens van Enschede en Hengelo.
TERUGKOPPELING EN BORGING VAN PARTICIPATIE ▪ Verslaglegging: Alle participatiemomenten worden vastgelegd in een participatieverslag, dat als onderdeel wordt toegevoegd aan het definitieve warmteprogramma.
▪ Uit een dit voorjaar afgeronde verkenning staat dat de aanleg van een regionaal warmtenet technisch inpasbaar en economisch haalbaar lijkt. ▪ In voorbereiding zijnde wetgeving de colleges bevoegdheden aanreikt, waarmee zij regie kunnen voeren op de warmtetransitie.
▪ Besluitvorming: De gemeente beschrijft hoe de inbreng is verwerkt in de definitieve versie van het warmteprogramma.
In dit koersdocument wordt voorgesteld om in te zetten op de realisatie van een regionaal publiek warmtebedrijf voor de gemeenten Borne, Enschede en Hengelo. Dit warmtebedrijf krijgt het exclusieve recht en de plicht om warmte in te kopen/te
22
produceren, te transporteren en te leveren in alle gevallen, waarin de wet dit recht
kunnen gevolgen hebben voor de bodem, het energieverbruik, geluidshinder en het
niet voorbehoudt aan bestaande (privaatrechtelijke) organisaties.
ruimtegebruik.
Voor de oprichting is samenwerking nodig met partners zoals de provincie Overijssel,
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om vooraf inzicht te krijgen in
EBN, Ennatuurlijk, Twence, Cogas, Enexis en lokale energiecoöperaties. Op 23
de milieugevolgen van een plan of project. Het opstellen van een m.e.r. is verplicht
januari 2025 besloten bestuurders van deze organisaties om de haalbaarheid van dit
als:
warmtebedrijf gezamenlijk te verkennen.
▪ het gaat om een wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven plan of programma; ▪ het plan of programma richting geeft aan projecten die m.e.r.-plichtig zijn (zoals
De voorbereiding van het warmteprogramma voor Enschede hangt nauw samen met
genoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit).
het onderzoek naar de haalbaarheid van een regionaal warmtebedrijf. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk om goed af te stemmen met Borne en Hengelo over hoeveel
Omdat de Omgevingswet gemeenten verplicht om een warmteprogramma op te
warmte er in de toekomst van Twence kan worden afgenomen. Ook levert het
stellen, en dit programma richting geeft aan de aanleg van warmtenetten (een m.e.r.-
warmteprogramma waardevolle informatie over de buurten waar een collectieve
plichtige activiteit volgens bijlage V), is het warmteprogramma voor Enschede m.e.r.-
warmte-oplossing mogelijk is, en over het tempo waarin deze warmtenetten kunnen
plichtig.
worden aangelegd. STAPPEN IN DE M.E.R.-PROCEDURE Omdat hetzelfde team vanuit Enschede werkt aan zowel het warmteprogramma als
1.
het haalbaarheidsonderzoek, ontstaat er op een natuurlijke manier samenwerking
Notitie reikwijdte en detailniveau ▪ Opstellen van een notitie die de reikwijdte en het detailniveau van de m.e.r.
tussen beide processen. Hierdoor is de afstemming goed geborgd.
beschrijft. ▪ Raadplegen van wettelijke adviseurs (als bedoeld in artikel 16.36, lid 5 van de
4.3 M.E.R.-PLICHT
Omgevingswet).
Het warmteprogramma van de gemeente Enschede bevat voorstellen voor de aanleg
▪ Inspraak over notitie reikwijdte en detailniveau.
van warmtenetten, het plaatsen van individuele warmtepompen en het gebruik van
▪ Vaststellen van de notitie reikwijdte en detailniveau.
hybride oplossingen met klimaatneutraal gas in verschillende buurten. Deze keuzes
2.
Opstellen van het plan-milieueffectrapport.
23
3. 4.
Ter inzage leggen van het plan-m.e.r. bij het ontwerp-warmteprogramma en
grote impact van het warmteprogramma vinden we het belangrijk dat de
raadpleging van de commissie m.e.r.
gemeenteraad goed wordt betrokken bij de voorbereiding. Daarom wordt dit plan van
Vaststellen van het warmteprogramma.
aanpak ter vaststelling aan de raad aangeboden. Ook wordt het voorontwerp van het warmteprogramma aan de raad voorgelegd voor wensen en bedenkingen (de
Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) onderzoekt momenteel
zogenaamde ‘voorhangprocedure’), voordat het ontwerp voor iedereen ter inzage
hoe gemeenten ondersteund kunnen worden bij het in kaart brengen van
wordt gelegd.
milieueffecten van m.e.r.-plichtige activiteiten, zoals de aanleg van warmtenetten in veel voorkomende wijktypen. Gemeenten kunnen deze informatie gebruiken in hun eigen m.e.r.-procedure, waardoor het opstellen van een milieueffectrapport sneller, eenvoudiger en kostenefficiënter kan worden uitgevoerd.
4.4 BESLUITVORMING Het proces dat leidt tot de vaststelling van het warmteprogramma ziet er schematisch als volgt uit:
Een warmteprogramma is een verplicht programma volgens de Omgevingswet. Het college van burgemeester en wethouders stelt dit programma vast. Vanwege de
24
Teksten Projectgroep warmteprogramma Datum 16 september 2025 Aan dit document kunnen geen rechten worden ontleend 25