CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht voorgestelde wijzigingen

Raadsvergadering 6 juli 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststelling Energievisie1.581 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 6

Overzicht van wijzigingen in Energievisie en de beleidsregels voor zonneen windenergie

Energievisie 1

Voorgestelde wijziging In hoofdstuk 5 Landbouw en landgebruik (pagina 52) wordt de zin ‘Ook initiatieven vanuit de branche zelf kunnen aan de aanpak van het energieverbruik bijdragen, zoals het initiatief van Campina voor de invoering van een ‘On the way to planet proof’-keurmerk.’ vervangen door ‘Ook initiatieven vanuit de branche zelf kunnen aan de aanpak van het energieverbruik bijdragen, zoals het ‘On the way to planet proof’-keurmerk.’

Toelichting op wijziging Het keurmerk ‘On the way to PlanetProof’ is door de Nederlandse stichting SMK ontwikkeld. Het keurmerk mag alléén door boeren en tuinders worden gebruikt die hun producten op duurzamere wijze produceren.

Beleidsregels zonne-energie Voorgestelde wijziging In de inleiding wordt de zin ‘Met het ruimtelijk beleid voor zonne-energie wordt beoogd de jaarlijkse productie aan zonneenergie in de periode 2021 – 2030 te vergroten met minimaal 530 Terajoule, oftewel 147.000 MWh’ vervangen door ‘Met het ruimtelijk beleid voor zonne-energie wil de gemeente bereiken dat er in 2030 minimaal 530 Terajoule, oftewel 147.000 MWh in Enschede wordt geproduceerd.

Toelichting op wijziging Met deze aanpassing wordt verduidelijkt dat er geen jaarlijkse verhoging van de productie aan zonne-energie met 530 Terajoule wordt nagestreefd.

2

In artikel 6 wordt na de zin ‘Groenstructuren die […] gehandhaafd.’ de zin opgenomen ‘Van een initiatiefnemer wordt verwacht dat hij een beëindigingsplan opstelt en overlegt, waarin duidelijkheid moet worden gegeven over de wijze waarop het zonneveld te zijner tijd wordt ontmanteld. ’

3

In artikel 6 wordt de zin ‘Het gebruik van pesticiden en herbiciden is bij de exploitatie van het zonneveld niet toegestaan’ gewijzigd in ‘Het gebruik van pesticiden en herbiciden is -behoudens het pleksgewijs bestrijden van haarden van akkerdistel, ridderzuring, jacobskruiskruid en brandnetel- bij de exploitatie van het zonneveld niet toegestaan.’

Deze aanvulling beoogt de initiatiefnemer al voor de aanleg van het park te laten nadenken over de ontmanteling van het zonneveld. Het beëindigingsplan beschrijft hoe wordt geborgd dat de daarmee samenhangende kosten kunnen worden betaald en hoe hergebruik van materialen wordt geborgd. De eerste jaren is het perceel dat als zonneveld wordt ingericht nog voedselrijk. Dat zijn gunstige omstandigheden voor de probleemonkruiden, met name op plekken waar de grond wordt ‘geroerd’. Verspreiding van onkruidzaden kan schade aan omliggende percelen veroorzaken.

1

Met een ecologisch beheer kunnen problemen goeddeels worden voorkomen. Dit betekent dat: 1. meteen na afronding werkzaamheden te zorgen voor een gesloten gras/kruidenmat waardoor de probleemonkruiden zich niet kunnen ontwikkelen; 2. goed beheer in de aan te leggen groenstrook, waardoor deze zich snel ontwikkeld en een buffer vomt.

4

In artikel 6 wordt de zin ‘Vanuit dat perspectief dient een derde (1/3) van de grond tussen de rijen panelen vrij gehouden te worden.‘ vervangen door ‘Uitgangspunt is daarom dat een derde (1/3) van de grond tussen de rijen panelen vrij gehouden wordt’.

5

Op de kaart in bijlage H wordt de topografische ondergrond zichtbaar gemaakt.

6

In de toelichting op artikel 9 wordt de zin ‘Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de diensten van Energiecoöperatie Enschede Energie of de Energiecoöperatie Buiten Enschede.’ vervangen door ‘Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de diensten van Coöperatie Enschede Energie’.

Wij realiseren ons echter ook dat er in uitzonderlijke situaties behoefte kan ontstaan om pleksgewijs bepaalde probleemonkruiden te bestrijden. Met deze wijziging wordt daarin voorzien. Door verminderde toetreding van daglicht en een andere verdeling van regenwater op de bodem, kunnen zonnepanelen de bodemkwaliteit negatief beïnvloeden. Artikel 6 beoogt dit effect te voorkomen. De betreffende regeling is overgenomen uit de Handreiking zonnevelden van de provincie Overijssel. Die handreiking is door de koppeling met de provinciale omgevingsverordening niet vrijblijvend, maar laat wel enige speelruimte. In de Beleidsregels zonne-energie staat nu dat een derde van de grond tussen de panelen vrij dient te worden gehouden. Deze formulering laat bij nader inzien onvoldoende ruimte voor maatwerk. Door in de regeling tot uitdrukking te brengen dat het hierbij om een uitgangspunt worden maatwerkoplossingen mogelijk. Deze aanpassing beoogt de leesbaarheid van bijlage H en de daarvan afgeleide afbeelding 2 (bladzijde 3) beter zichtbaar. De ECBE bestaat sinds de fusie met CEE (1 januari 2020) niet meer.

7

8

In de toelichting op artikel 9 wordt de passage ‘De initiatiefnemer […]ontwikkelingslocatie’ vervangen door: ‘De initiatiefnemer start het overleg met omwonenden en gebruikers/eigenaren van nabij percelen. Als omwonenden worden aangemerkt, bewoners van panden uit de omgeving die vanuit de woning zicht hebben op de beoogde ontwikkelingslocatie. Voor de vraag of gebruikers/eigenaren van nabij gelegen percelen benaderd moeten worden, is bepalend of zij door de realisatie van het zonneveld rechtstreeks in hun belang kunnen worden geraakt.’

De toelichting op artikel 9 beschrijft hoe de initiatiefnemer de omgeving bij zijn plannen moet betrekken.

In de toelichting op artikel 10 wordt de passage ‘In artikel 10 wordt […] het uitgangspunt.’ vervangen door: ‘In artikel 10 wordt conform de wens van de gemeenteraad het streven naar 50 % lokaal eigendom tot uitdrukking gebracht. Investeren in een zon –en/of windproject is ondernemerschap. Dat vergt ook meeinvesteren en risico lopen.’

De oorspronkelijke tekst repte over een eerlijke verdeling van de lasten en de lusten. Eerlijk is een subjectief begrip, waarover al snel discussie ontstaat. Ook kon de oorspronkelijke tekst zo worden uitgelegd, dat 50% van de omzet of winst aan de omgeving moet worden gegeven. Met de voorgestelde wijziging wordt duidelijk dat de regeling voorziet in de mogelijkheid van risicodragend investeren.

Met deze wijziging wordt verduidelijkt wanneer gebruikers/eigenaren van nabij gelegen percelen moeten worden betrokken. Daarbij is aangesloten bij het belanghebbende-begrip uit de Algemene wet bestuursrecht.

Beleidsregels windenergie 1

Voorgestelde wijziging De bestaande tekst van artikel 3 wordt vervangen door:

Toelichting op wijziging Neem in Beleidsregels Windenergie richtlijnen op voor de omvang van de financiële impuls van windprojecten aan Van de initiatiefnemers wordt een natuur en landschap. De financiële impuls bovenwettelijk bedrag gevraagd, die in het kan bijvoorbeeld gekoppeld worden aan de uitvoeringsagenda voor het landelijk gebied landschapsfonds wordt gestort, tenzij het gesprek met de omgeving blijk geeft van een of middels een Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) fonds gekoppeld worden andere voorkeur. Als indicatie van de financiële ruimte voor deze bijdrage wordt aan herstel en langjarig beheer van een richtbedrag van 0,40 tot 0,50 euro/MWh landschapselementen. aangehouden. De bestaande artikelen 3, 4, 5 en 6 worden hernummerd tot 4, 5, 6 en 7. De vernieuwde tekst van artikel 3 wordt in de beleidsregels als volgt toegelicht: Om acceptatie van windenergie te bevorderen, wordt van de initiatiefnemer een bovenwettelijke bijdrage aan het

landschapsfonds gevraagd. In de dialoog met de omgeving kan een andere bestemming worden afgesproken. Bij de inhoud van dit artikel is aangesloten bij de Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land. 2

Aan artikel 6 (nieuw) wordt na de zin ‘Bij dit […] windturbines.’ de volgende zin toegevoegd: ‘Voor de onder a en b bedoelde windturbines geldt een maximale tiphoogte van 25 meter. In afwijking daarvan kan het college van burgemeester en wethouders toestemming verlenen voor windturbines met een tiphoogte van maximaal 35 meter, als de bouw ervan vanuit een landschappelijk en milieuhygiënisch oogpunt acceptabel is.’

Insprekers wezen er op dat de economische uitvoerbaarheid van een 25 meter hoge windturbine laag is. Daarom werd gepleit voor een maximale bouwhoogte van 35 meter. Bomen zijn over het algemeen maximaal 25 meter hoog. Om te voorkomen dat ook deze kleine turbines van grote afstand zichtbaar zijn, gaan de beleidsregels in de oorspronkelijke opzet uit van een bouwhoogte van 25 meter. Als we overal een maximale bouwhoogte van 35 meter zouden toestaan, dan kan dit op bepaalde locaties tot inpassingsproblemen leiden. Tegelijkertijd kunnen we ons goed voorstellen dat 35 meter hoge windturbines op weer andere locaties wel inpasbaar zijn. Door de voorgestelde aanpassing wordt maatwerk mogelijk.

3

Na artikel 7 wordt de tekst ‘Ontmanteling van de installatie’ opgenomen en onderstaande tekst van artikel 8 ingevoegd: ‘Van een initiatiefnemer wordt verwacht dat hij een beëindigingsplan opstelt en overlegt, waarin duidelijkheid moet worden gegeven over de wijze waarop de windturbine te zijner tijd wordt ontmanteld. ’

Deze aanvulling beoogt de initiatiefnemer al voor de aanleg van windturbine te laten nadenken over de ontmanteling van de installatie. Het beëindigingsplan beschrijft hoe wordt geborgd dat de daarmee samenhangende kosten kunnen worden betaald en hoe wordt bevorderd dat materialen zoveel mogelijk worden hergebruikt.

4

Op de kaart in bijlage I wordt de topografische ondergrond zichtbaar gemaakt.

Deze aanpassing beoogt de leesbaarheid van bijlage I en de daarvan afgeleide afbeelding 9.3 (bladzijde 19) beter zichtbaar.

5

In de toelichting op artikel 4 (nieuw) wordt de zin ‘Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de diensten van Energiecoöperatie Enschede Energie of de Energiecoöperatie Buiten Enschede.’ vervangen door ‘Daarbij kan gebruik worden gemaakt van

De ECBE bestaat sinds de fusie met CEE (1 januari 2020) niet meer.

6

de diensten van Coöperatie Enschede Energie’. In de toelichting op artikel 5 (nieuw) wordt de passage ‘In artikel 4 wordt […] het uitgangspunt.’ vervangen door: ‘In artikel 5 wordt conform de wens van de gemeenteraad het streven naar 50 % lokaal eigendom tot uitdrukking gebracht. Investeren in een zon –en/of windproject is ondernemerschap. Dat vergt ook meeinvesteren en risico lopen.’

De oorspronkelijke tekst repte over een eerlijke verdeling van de lasten en de lusten. Eerlijk is een subjectief begrip, waarover al snel discussie ontstaat. Ook kon de oorspronkelijke tekst zo worden uitgelegd, dat 50% van de omzet of winst aan de omgeving moet worden gegeven. Met de voorgestelde wijziging wordt duidelijk dat de regeling voorziet in de mogelijkheid van risicodragend investeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=80900442-05bb-48a4-8a6d-dec2d1d5f369