CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Openstaande vragen begroting bespreking kamer Bestuur en middelen 4 en 5 november 2025

Stedelijke commissie - BESTUUR EN MIDDELEN 4 november 2024, gemeente enschede2.213 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum: 8 november 2024 Aan: gemeenteraad Van: CS/J.Cozijnsen Onderwerp: Openstaande vragen begroting bespreking kamer Bestuur en middelen 4 en 5 november 2025 Bij de oordeelsvormende bespreking op 4 en 5 november jl van de begroting, zijn er nog enkele vragen gesteld waarbij is toegezegd dat deze schriftelijk beantwoord zouden worden. In dit memo zijn vragen en antwoorden samengevoegd.

Vitaal & Sociaal Vraag PvdA: "Er komen 300 woningen bij voor de 6,5 miljoen van ‘opvang ontheemden’ ter uitbreiding van de volkshuisvesting. Dat is 21.000 per woning. Klopt dat wel? En, als het met dit geld kan, waarom dan niet met de reserve beschermd wonen of vrouwenopvang? Zodat wij ook woningen creëren voor deze groepen? Dan is de wachtlijst ruim opgelost voor deze groepen. Antwoord: De reserves Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang zijn bedoeld om behandelplekken en beleidsuitvoering mogelijk te maken, niet om te investeren ‘in stenen’. We subsidiëren aanbieders voor behandelplekken en financieren niet de fysieke panden waar mensen wonen en behandeld/begeleid worden. Daarnaast gaat het hier om een regionale opgave. Doelstelling is om het aantal plekken te spreiden over de centrumgemeenteregio.

Samenleving en bestuur Vraag CDA: Is het wettelijk mogelijk om 1 locatie in Enschede aan te wijzen om te demonstreren. Antwoord: De werkwijze in Enschede bij demonstraties In de meeste gevallen is er contact tussen de initiatiefnemer(s), de gemeente en de politie. Daarin worden alle aspecten van een demonstratie meegenomen en beoordeeld, bijvoorbeeld de locatie en/of route, de impact op het verkeer, samenloop met evenementen, het verwachte aantal deelnemers en de mogelijkheid van tegenreacties. Het recht op demonstreren wordt serieus genomen en ook zoveel mogelijk gefaciliteerd. Er worden goede afspraken gemaakt met de initiatiefnemers, tot op heden zonder al te veel (extra) inzet. De inzet van de politie is daarbij maatwerk per demonstratie. Over het algemeen is sprake van prima verlopende demonstraties. Eindhoven: Demonstraties voortaan op stadhuisplein? In het artikel uit Eindhoven (d.d. 9-9-2019) wordt door een raadslid, naar aanleiding van meerdere demonstraties van Pegida, het idee geopperd om één plek in de stad aan te wijzen waar gedemonstreerd wordt (het Stadhuisplein als ‘het Malieveld van Eindhoven’). In het artikel wordt genoemd dat mensen het niet passend vinden om tussen kinderen bij een kinderfeest te

demonstreren of tijdens een heilige maand bij een moskee. Verder wordt gesteld dat op een vaste locatie de veiligheid van demonstranten en hulpverleners het beste gewaarborgd zou kunnen worden, de minste overlast voor omwonenden en anderen ontstaat en er veel ervaring is met grote mensenmassa’s. Voor zover bekend is echter sindsdien noch in Eindhoven noch in andere gemeenten gekozen voor een vaste locatie voor demonstraties. Zo is op de website van de gemeente Eindhoven een meldingsformulier voor demonstraties opgenomen waarin onder meer kan worden aangegeven waar de demonstratie plaats zal vinden en is niets vermeld over een verplichte locatie. Is het aanwijzen van een vaste locatie juridisch mogelijk? Het recht op demonstreren is neergelegd in de Grondwet, de Wet openbare manifestaties (Wom) en het EVRM. Gezien deze regelingen is het verplicht aanwijzen van een vaste locatie voor toekomstige demonstraties problematisch om de volgende redenen. Uitgangspunt van het demonstratierecht is dat demonstranten zelf mogen bepalen op welke locatie zij demonstreren en welke route zij willen lopen (Wom). Daarbij geldt verder dat een demonstratie in beginsel plaats moet kunnen vinden binnen zicht- en geluidsafstand van het doel waartegen de demonstratie zich richt. Dit volgt uit meerdere uitspraken van het EHRM over het demonstratierecht in het EVRM.

De overheid moet dit ook zoveel mogelijk faciliteren, uiteraard naar redelijkheid. Het vooraf voor alle demonstraties aanwijzen van een vaste locatie verdraagt zich hiermee niet. Wel kan er onder omstandigheden aanleiding zijn om voorschriften/beperkingen op te leggen, ook voor wat betreft de locatie of route. Dit kan als hiervoor bij een concrete demonstratie aanleiding bestaat vanuit de belangen gezondheid, verkeer of het voorkomen/beperken van wanordelijkheden. De inhoud van een demonstratie, bijvoorbeeld de vraag of deze passend wordt geacht, kan geen reden zijn om voorschriften/beperkingen op te leggen. Uit de Wom volgt dat voorschriften/beperkingen alleen per demonstratie kunnen worden opgelegd. Algemene voorschriften/beperkingen die gelden voor alle demonstraties, zoals het aanwijzen van een vaste locatie, zijn niet toegestaan. De conclusie is dan ook dat het juridisch niet mogelijk is om een verplichte vaste demonstratielocatie te hanteren.

Duurzaam wonen, leven en werken Vraag BBE: kunnen we een overzicht krijgen van de inzet van BOA’s rondom afvaldump? Antwoord: Onderstaande tekst en diagrammen zijn opgenomen in het Programma Uitvoering en Handhaving 2024. In december 2024 stelt het College van B&W het HUP 2025 vast. Daar staat deze verdeling ook in. Uw raad wordt hierover per brief geïnformeerd. In februari 2025 wordt het jaarverslag 2024 vastgesteld. Dan is ook inzichtelijk wat de werkelijke inzet is geweest op de thema’s en hoe zich dit verhoudt tot de prognoses. Uw raad wordt hier ook per brief over geïnformeerd.

De boa’s openbare ruimte (domein I) werken zowel reactief (meldingen) als proactief (o.a. oog en oor functie). Het reguliere werk van de boa’s bestaat standaard uit inzet op parkeren en afval. Daarnaast wordt ingezet op ‘wijken’ wat voornamelijk toeziet op de Algemene Plaatselijke Verordening, Verordening Kwaliteit Leefomgeving en zichtbaarheid in de wijk. In onderstaande cirkeldiagram (Figuur 1) is inzet op onderwerpen geprognotiseerd. Ook werken de boa’s domein I stadsdeelgericht en in stadsdeelteams. Dit is in figuur 2 weergegeven. Concrete acties worden jaarlijks in het Programma Uitvoering en Handhaving opgenomen.

Figuur 1: verdeling inzet boa domein I in %.

Figuur 2: Stadsdeelgericht werken boa domein I.

Vraag GroenLinks: kunt u inzicht geven in de locaties waar inwoners grondstoffen kunnen aanleveren voor recycling, zoals luiers? Antwoord: Er is een landelijke UPV luiers / incontinentiemateriaal in voorbereiding. ==UPV staat voor uitgebreide producenten verantwoordelijkheid waarbij de producenten verantwoordelijk zijn voor de inname van hun grondstoffen die ze op de markt hebben gebracht. En als de gemeenten hierin iets kunnen betekenen dat moet er ook een financiële vergoeding tegenover staan== We wachten af hoe deze UPV er uit komt te zien en welke rol de gemeente hierin krijgt of kan vervullen qua inzameling. Ook moet er een geschikte verwerkingsmethode zijn. Dat is de reden dat we voorstellen dat we nu geen grote veranderingen willen aanbrengen in de inzameling. Vraag (meerdere fracties): hoe kunnen we bij klimaatadaptatie projecten versnellen en hoe verhoudt dit zich met de rioolheffing? Antwoord: Tijdens de stedelijke commissie van 5 november zijn meerdere vragen gesteld over de wateroverlast van 21 juli j.l., over de te nemen maatregelen en over de effecten op de rioolheffing. Zoals in de Stadsdeelcommissie West van 1 oktober is verteld hebben we samen met De Woonplaats een externe partij opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor waterberging

en waterafvoer in en rondom de Willem de Clercqstraat/Ververstraat en de Warmoesstraat. Goede waterberging en waterafvoer is belangrijk om de kans op herhaling van de wateroverlast te verkleinen. We verwachten in het eerste kwartaal van 2025 meer te kunnen vertellen over de uitkomsten van dit onderzoek. Daarnaast onderzoeken we een aantal andere locaties waarvan we weten dat er wateroverlast is geweest in de woningen. Deze onderzoeken bespreken we vervolgens met de omwonenden. Met deze uitkomsten van de verschillende onderzoeken hebben we meer inzicht in mogelijke maatregelen, de kosten van deze maatregelen en de effecten op de rioolheffing. Graag gaan we daar in het eerste kwartaal van 2025 met uw raad over in gesprek. Als korte termijn maatregel hebben we op verschillende locaties in de stad zandzakken ter beschikking gesteld voor bewoners en ondernemers die daar behoefte aan hadden. Er is tevens gevraagd of het gelijk houden van de rioolheffing invloed heeft op het versnellen van uitvoering van GroenBlauw projecten in 2025. Dit heeft geen invloed, want de GroenBlauw projecten kennen een lange voorbereidingstijd. Ook omdat we afhankelijk zijn van externe partijen, zoals netbeheerders. De planning voor uitvoering van GroenBlauw projecten voor 2025 ligt dus al vast.

Op de uitvoering van GroenBlauw projecten in 2026 en verder en de ontwikkeling daarvan op de rioolheffing, komen we in 2025 terug bij de financiële actualisatie van het Water- en Klimaatadaptatieplan. Vraag BBE: Kunnen we sturen op het kwaliteit van het winkelaanbod? Antwoord: Er zijn juridisch geen mogelijkheden om te sturen op de kwaliteit van het winkelaanbod. We werken aan een kwalitatief winkelaanbod door in te zetten op de opgestelde gebiedsprofielen in samenwerking met ondernemers en pandeigenaren. In specifieke gevallen kan het aanbod worden verbeterd door het inkrimpen van de vierkante meters detailhandel. We willen de komende jaren inzetten op actievere acquisitie, intensievere samenwerking met vastgoedpartijen en het actief matchen van ondernemers aan locaties die passen Vraag BBE: Kunnen we sturen op de kwaliteit van het winkelaanbod in onze binnenstad? Antwoord: Er zijn juridisch geen mogelijkheden om te sturen op de kwaliteit van het winkelaanbod en bijvoorbeeld bepaalde ketens te weigeren. We werken aan een kwalitatief winkelaanbod door in te zetten op de opgestelde gebiedsprofielen in samenwerking met ondernemers en pandeigenaren. In specifieke gevallen kan het aanbod worden verbeterd door het inkrimpen van de vierkante meters detailhandel.

We willen de komende jaren inzetten op actievere acquisitie, intensievere samenwerking met vastgoedpartijen en het actief koppelen van ondernemers aan locaties die passen binnen de opgestelde gebiedsprofielen. Daarnaast investeren we met het actieprogramma binnenstad in de aantrekkelijkheid van onze binnenstad voor kwalitatieve winkels en ondernemers. Ook actualiseren we binnenkort onze retailvisie.

Financiën en organisatie Vraag: hoe is het scherp aan de wind zeilen terug te zien in de risicoanalyse? De kans op tegenvallers of overschrijdingen lijkt mij nu een stuk groter nu er zoveel lucht uit de begroting is gehaald. Antwoord: Elke jaarrekening en begroting wordt het beeld op onze financiële risico’s geactualiseerd. Deze begroting heeft dat ertoe geleid dat het benodigde weerstandsvermogen om risico’s op te vangen is gestegen van 42,4 miljoen euro naar 48,3 miljoen euro. Onderliggend is 1 van onze grotere risico’s, namelijk de verstrekte leningen en garantstellingen richting FC Twente, zowel in omvang als kans gedaald. Daartegenover staat dat de algemene risico’s op onvoorziene nadelige incidentele effecten zowel aan de kosten- als de opbrengstenkant aanzienlijk is verhoogd van 18,8 naar 21,6 miljoen. Ook het risico op tegenvallers specifiek bij Jeugd en WMO is verhoogd van 9,2 naar 11,4 miljoen euro. Daarmee hebben we dus geanticipeerd op dat we in onze begroting scherper aan de wind zeilen. Overigens is het belangrijk om te vermelden dat we inderdaad scherper hebben begroot maar wel realistisch. We hebben gekeken naar de uitnutting van budgetten in de afgelopen 8 jaren en enkel daar budgetten afgeroomd waar we al jaren onderuitputting zagen en het ook verantwoord vinden om die budgetten naar beneden bij te stellen.

Daarbinnen duiden we wat we eraan doen om te borgen dat iedereen in zijn levensonderhoud kan voorzien en een dak boven zijn hoofd heeft. In onze begroting volgend we niet specifieke de armoedecijfers. Deze zijn uiteraard wel beschikbaar, bijvoorbeeld via CBS.

Vraag D’66: we zien dat de leges voor sekswerkers zijn verhoogd en we hebben vernomen dat dit is gedaan om te ontmoedigen. Maar we hebben hier als raad geen opdracht voor gegeven. Kunt u uitzoeken hoe dit zit? Antwoord: In het agendaformulier voor de legesverordening 2020 is het volgende hierover opgenomen: ‘De leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een exploitatievergunning voor een seksinrichting bedragen op dit moment € 900,50, voor een escortbedrijf bedragen de leges € 364,50. Voor beide betreft het vergunningen die voor een periode van 3 jaar worden afgegeven. Voor de seksinrichtingen geldt dat deze jaarlijks door de GGD worden gecontroleerd. Deze kosten worden door de GGD in rekening gebracht bij de gemeente. De kosten van deze controle bedragen in 2019 € 479. Voor de escortbedrijven geldt dat deze 1 maal per 3 jaar worden gecontroleerd door de GGD, ook hier zijn de kosten € 479 in 2019. Om de leges voor de vergunningen kostendekkend te maken, is het voorstel deze leges te verhogen naar respectievelijk € 1.800 en € 800.’ Samenvattend: Het klopt dat de leges zijn verhoogd, maar dit heeft met kostendekkendheid te maken en heeft niet het doel om dit beroep te ontmoedigen.

Vraag Volt : p18 waarom valt digitalisering niet onder inwoners en bestuur? Antwoord: u hebt gelijk, in samenleving en bestuur wordt inderdaad het onderwerp toegelicht en daar ligt het zwaartepunt in relatie tot dienstverlening, open Enschede en goed bestuur, zou daar dus beter passen. Maar ook in (F&O) hoofdstuk is digitalisering een onderwerp. De nota “integraal beleid digitaal Enschede” (benoemd als Raadsagenda digitalisering) gaat over meerdere beleidsaspecten, wordt met u gevormd en komt naar de raad.

Vraag Volt: Dan hebben wij technische vragen gesteld over of er binnen de gemeente Enschede beleid is om gebruik te maken van ervaringsdeskundigheid voor het toegankelijker en passender maken van dienstverlening. Dat bleek niet zo te zijn. Ondanks dat er incidenteel wel gebruik wordt gemaakt van ervaringsdeskundigheid, horen wij graag of de wethouder het idee heeft dat afdelingshoofden de vrijheid voelen om iemand die vanuit ervaringsdeskundigheid helpt, bijvoorbeeld in een panel laaggeletterdheid, diegene daar financieel voor te vergoeden. Dit zou niet vrijwillig moeten zijn, als aan de andere kant van de tafel een betaalde ambtenaar van onze gemeente zit. Antwoord: Ja, afdelingshoofden voelen de vrijheid om, wanneer dit noodzakelijk is, iemand hiervoor te vergoeden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=c36585d8-ff20-45f8-b470-4f5092cf66c7